home.social

#publiuscorneliustacitus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #publiuscorneliustacitus, aggregated by home.social.

  1. Zes vragen aan Renske Janssen

    Renske Janssen

    De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer zesde aflevering is: we laten oudheidkundigen aan het woord over hun onderzoek en hun visie op het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan rechtshistorica Renske Janssen, die eerder een bekroond proefschrift schreef over de juridische kant van de vervolging van joden, waarzeggers en christenen, Marginalized Religion and the Law in the Roman Empire. Ze is tevens de initiatiefnemer van de vlogserie Wegen naar Rome.

    Wat bestudeert u?
    Ik werk aan recht en bestuur in het Romeinse Rijk, met name de periode tussen ca. 100 v.Chr. en 250 na Chr. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het recht in de dagelijkse praktijk werkte en hoe mensen die geen juridische experts waren daarover nadachten. Aan welke criteria moest een goede wet volgens hen voldoen, wiens belangen moest het recht beschermen en in welke mate bestond er voor hen een verband tussen recht en rechtvaardigheid? De situatie in de Romeinse provincies is hierbij bijzonder interessant. Als Rome de macht over een bepaald gebied overnam, betekende dat niet dat lokaal recht en bestuur ook meteen werd vervangen – sterker nog, dat zou waarschijnlijk erg onpraktisch zijn geweest. Dat betekent dus dat we niet alleen over de keizer en de gouverneur moeten nadenken als we willen weten hoe de Romeinse wereld functioneerde, maar ook over de rol van de lokale bevolking.

    De toepassing van het recht in een Romeinse provincie: de Gnomon van de Idios Logos (klik=groot; Neues Museum, Berlijn)

    Momenteel werk ik bovendien in het kader van het onderzoeksprogramma Anchoring Innovation aan een project over de recente ontwikkelingen in dit vakgebied – een soort ‘levende wetenschapsgeschiedenis’. Mijn interesse in de juridische levens van ‘gewone’ inwoners van het Romeinse Rijk is deel van een bredere beweging in de oudheidwetenschappen, waarin steeds meer gekeken wordt naar mensen die niet tot de elite behoorden. Voor dit project bestudeer ik hoe mijn collega’s die ook aan Romeins Recht en bestuur werken nadenken over ons vakgebied, en hoe ze nieuwe ideeën in hun werk presenteren.

    Wat doet u nou concreet?
    Een groot deel van mijn onderzoek bestaat uit het verzamelen en het heel precies lezen van het werk van anderen – mensen uit de Oudheid, maar ook andere wetenschappers.

    Dit proces begint meestal achter mijn laptop: welke bronnen uit de Oudheid hebben we over een bepaald onderwerp en is daar onlangs misschien nog iets interessants bij gekomen? Voor mensen die aan recht in het Romeinse Rijk werken zijn teksten op papyrus vaak een heel belangrijke bron, omdat ze ons de echte praktijk laten zien (bijvoorbeeld van een rechtszaak over erfrecht tussen een Egyptische vrouw en haar vader). Nog steeds worden er regelmatig nieuwe teksten uitgegeven, dus het is belangrijk om goed op de hoogte te blijven.

    Ik maak zelf graag spreadsheets van de bronnen die ik voor een bepaald onderzoek gebruik, bij voorkeur in Excel, zodat ik een goed overzicht krijg van welke thema’s vaker terugkomen, en wat dus interessant kan zijn. Toen ik begon aan mijn project over de rol van het recht in de werken van de Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus, heb ik dus eerst alle teksten die we van hem over hebben helemaal doorgelezen, en meer dat 350 passages verzameld waarin het recht een rol speelt.

    Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken naar wat collega’s al over een bepaald onderwerp hebben gezegd. Wetenschap is nooit een soloproject: je bouwt altijd voort op de ideeën van anderen, kijkt waar de gaten zitten (bijvoorbeeld door nieuw materiaal te bespreken of door met een andere blik naar dat materiaal te kijken) en probeert zo meer te weten te komen over hoe het leven in de antieke wereld eruit zag.

    Dit laatste aspect van onderzoek doen is extra belangrijk in mijn huidige project over ontwikkelingen in het vakgebied – daarbij draait het immers om wat mijn collega’s hebben gezegd, en hoe ze het zeggen. Hiervoor lees ik dus niet alleen recente en minder recente publicaties, maar neem ik ook interviews af om te kijken hoe wetenschappers zelf op hun werk reflecteren. Het is goed om te merken dat veel van de mensen met wie ik contact opneem bereid zijn om mee te werken, en dat ze de meerwaarde inzien van een project dat reflecteert op hoe we eigenlijk ‘wetenschap doen’.

    Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
    Aan de ene kant zijn er de gebruikelijke hindernissen van historisch onderzoek. De bronnen over de Oudheid die we over hebben zijn altijd een (bewuste of toevallige) selectie. Daardoor weet je nooit of je nu echt alleen relevante informatie in handen hebt. Met merendeel van de papyrusteksten die ik al noemde komt bijvoorbeeld uit Egypte, omdat ze daar beter bewaard blijven – maar weten we wel zeker dat recht in Egypte op dezelfde manier werkte als in de rest van het Romeinse Rijk?

    Aan de andere kant zijn er ook meer basale moeilijkheden. Zoals veel collega’s die aan het (relatieve) begin van hun wetenschappelijke carrière staan, heb ik geen vaste baan. Dat betekent dat ik vaak niet zeker weet of ik volgend collegejaar nog wel werk heb, en of ik door zal kunnen gaan met mijn onderzoek. Dat soort precariteit en onzekerheid kan veel stress opleveren – en stress is zelden goed voor je onderzoek.

    Hoe vergroot dit welk inzicht?
    Het recht is voor mij zo interessant omdat het niet alleen een praktisch effect had (of moest hebben) op het dagelijks leven van mensen in de Oudheid, maar ons ook kan helpen om te onderzoeken hoe ze nadachten over concepten als macht, autoriteit, moraliteit en rechtvaardigheid. Hoewel de parallellen nooit één op één zijn, kunnen we aan de hand daarvoor ook reflecteren op hoe we zelf naar het recht kijken: waarin zijn we het eens met mensen uit de Oudheid, en waarin juist niet?

    De groeiende belangstelling voor de ervaringen van mensen die niet tot de elite behoorden, zorgt er bovendien voor dat ons beeld van de Oudheid steeds veelzijdiger (en daardoor wat mij betreft interessanter) wordt. Hoewel dat de antieke wereld in zekere zin ingewikkelder maakt, brengt iedere historische complicatie ons denk ik ook verder: net als vandaag de dag is een simpel, eenduidig verhaal bijna nooit helemaal waar.

    Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
    Gezien de veelzijdigheid van het vakgebied is het moeilijk om één titel te noemen, maar twee interessante en leerzame overzichtswerken zijn The Oxford Handbook of Roman Law and Society (2016) van Paul du Plessis, Clifford Ando en Kaius Tuori en Law in the Roman Provinces (2020) van Kimberley Czajkowski, Benedikt Eckhardt en Meret Strothmann. Voor een heel interessante en kritische reflectie op de verschuivingen in oudheidstudies als vakgebied: Danielle Lambert, Decolonizing Roman Imperialism. The Study of Rome, Romanization, and the postcolonial Lens (2024).

    Is er iets dat u zelf nog kwijt wil?
    Ik denk dat de verschillende oudheidwetenschappen elkaar heel erg nodig hebben. Iedereen, van juristen tot historici, van papyrologen tot taalkundigen en van letterkundigen tot archeologen, heeft een eigen waardevolle expertise, en al die expertises dragen op hun eigen manier bij tot een breder én dieper begrip van de oudheid. Door over de grenzen van mijn eigen sub-discipline heen te kijken, ben ik nóg enthousiaster geworden over ons gezamenlijke vakgebied.

    ***

    Renske Janssen is momenteel verbonden als docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

    #AnchoringInnovation #PubliusCorneliusTacitus #RomeinsRecht #zesVragen