home.social

#martelaarschap — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #martelaarschap, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Bleef Paulus in Rome? (2)

    Paulus (Teseum, Tongeren)

    In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.

    Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero

    De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.

    Door jaloezie en afgunst werden de grootste en rechtvaardigste steunpilaren van de kerk vervolgd en vochten zij tot de dood toe. Laten we de goede apostelen voor ogen houden: Petrus, die vanwege onrechtvaardige jaloezie niet één of twee, maar vele beproevingen onderging, en nadat hij zo zijn getuigenis had afgelegd, naar de glorieuze plaats ging die hem toekwam. Door jaloezie en strijd wees Paulus de weg naar de prijs van volharding; zevenmaal zat hij in de boeien, hij werd verbannen, hij werd gestenigd, hij was een verkondiger zowel in het Oosten als in het Westen, hij verwierf de edele roem van zijn geloof, hij onderwees de hele wereld in gerechtigheid, en toen hij de grenzen van het Westen had bereikt, legde hij zijn getuigenis af voor de heersers, en zo verliet hij de wereld en werd hij opgenomen in de Heilige Plaats, het grootste voorbeeld van volharding.noot 1 Clemens 5.2-7.

    Deze christelijke auteur, één generatie na de gebeurtenis, kon het martelaarschap van Paulus dus bekend veronderstellen. Maar Clemens noemt noch Rome, noch Nero, en als je alleen de twee Bijbelteksten zou kennen die ik aanhaalde in de eerste alinea van het vorige blogje, zou je concluderen dat Paulus verder is gereisd naar Spanje en daar aan zijn einde gekomen.

    Iets jonger (vermoedelijk) is de Brief aan de Romeinen van Ignatius van Antiochië, die in Syrië gevangen is genomen en op transport is gezet naar Rome. De arrestant schrijft dat hij hoopt door de beesten te worden verscheurd en zegt verder dat hij zijn Romeinse penvrienden geen instructies zal geven, zoals Petrus en Paulus deden. De vergelijking impliceert dat de apostelen zijn gemarteld, en dat de ontvangers van de brief dat wisten. Het enige dat dus vaststaat is dat ten tijde van Domitianus en Trajanus bekend kon worden verondersteld dat Paulus gewelddadig ter dood was gebracht.

    Het begin van de traditie

    We moeten, als ik het goed zie, ongeveer driekwart eeuw wachten op de volgende aanwijzing: de tekst die bekendstaat als Handelingen van Paulus. Deze tekst is fragmentarisch bekend, maar het slot is overgeleverd en bevat voor het eerst de elementen die we herkennen uit de latere traditie: Paulus is in Rome, waar hij op last van Nero wordt onthoofd. De aanleiding is dat hij een hoveling uit de dood heeft opgewekt (het verhaal is een kopie van een incident genoemd in de Handelingen van de Apostelennoot Handelingen 20.9.) waarna Nero onderzoek instelt. Paulus legt uit dat de wereld door vuur zal worden verwoest (ekpyrosis), waarop Nero de apostel laat onthoofden en enkele christelijke soldaten laat verbranden. Sommige Romeinen protesteren. Daarna verschijnt Paulus nog eens aan Nero en diens hoffilosofen en ook aan enkele rouwende christenen.noot Handelingen van Paulus 10. Hier ontstaat dus de traditie, en over de datering weten we alleen dat deze tekst kort voor 200 is geschreven, aangezien Tertullianus de tekst, volgens hem recent gepubliceerd, veroordeelt.

    Even later, begin derde eeuw, is er een kort fragment van Gaius, dat wordt geciteerd in de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea. Ik heb het al eens eerder vermeld:

    Ik kan je de trofeeën van de apostelen aanwijzen. Als je de moeite neemt de Vaticaanse Weg of de weg naar Ostia te nemen, zul je de trofeeën zien van degenen die de kerk stichtten.

    Dit is consistent met de locatie van de twee basilieken, de Sint-Pieter en de Sint-Paulus. Ik zie geen reden te betwijfelen dat Constantijn de Grote de kerken heeft laten bouwen op plaatsen die in de tweede eeuw al werden vereerd.

    Impasse

    Toen ik dit blogje begon te schrijven, ging ik ervan uit dat de interpretatie er een zou zijn zoals die rond Petrus in Rome: eigenlijk weten we alleen dat hij ter dood is gebracht, maar naarmate de tijd verstrijkt, worden de verhalen steeds preciezer. Mensen waren ontevreden met het weinige dat ze wisten en voegden steeds meer details toe. Die interpretatierichting maakt Petrus’ verblijf in Rome net zo verdacht als de steeds nauwkeurigere locatie van Tartessos en de groei van het sprookje van Archimedes’ brandspiegels. Ik vermoedde dat het met Paulus niet anders zou zijn: steeds meer details en de verdenking dat alles bedacht is door mensen die ontevreden waren over het weinige dat ze wél wisten. Zo werkt legendevorming nou eenmaal.

    Maar nu ik eens rustig kijk naar de Handelingen van Paulus, krijg ik toch een andere indruk. De auteur van die late bron lijkt onafhankelijk van Tacitus een herinnering te bewaren aan een gebeurtenis waarbij Nero enkele christenen liet verbranden en de stedelijke bevolking protesteerde. De auteur van de Handelingen van Paulus lijkt niets te weten van de stadsbrand en verklaart de vorm van de executies daarom vanuit Paulus’ aankondiging van een wereldbrand. We hebben, lijkt mij, minimaal een onafhankelijke traditie voor Nero’s executies.

    Dat maakt de opmerking dat ook Paulus toen om het leven kwam, misschien net een tikje plausibeler. Deze auteur wist blijkbaar iets over de gebeurtenissen van een eeuw daarvoor. Het is echter geen doorslaggevend bewijs voor Paulus’ dood in Rome.

    Pleit dit vóór de traditie, er pleit ook iets tegen. Het gebeente in de sarcofaag is te jong. Dat betekent dat er in de tweede eeuw geen herinnering was aan het feitelijke graf. Het kan dus zijn dat Paulus is gedood in Spanje, want 1 Clemens laat zich moeilijk anders lezen. Het kan echter óók zijn dat Clemens die westelijke dood vermeldde omdat hij had gelezen dat Paulus het voornemen had naar Spanje te reizen.

    De conclusie van deze twee blogjes is dus dat we niet kunnen aannemen dat Paulus ten tijde van Nero in Rome is gedood, maar dat we ook niet kunnen aannemen dat het niet zo was. Zoals zo vaak: we weten het niet.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    #brandVanRome #ConstantijnDeGrote #EersteBriefVanClemens #ekpyrosis #EusebiosVanCaesarea #HandelingenVanPaulus #IgnatiusVanAntiochië #interpretatierichting #martelaarschap #Nero #Paulus #Petrus #PubliusCorneliusTacitus #Rome #SintPaulusBuitenDeMuren #Tertullianus
  2. Bleef Paulus in Rome? (1)

    De sarcofaag die sinds de tweede eeuw (?) wordt aangewezen als graf van Paulus

    Omdat ik op zondag graag blog over het Nieuwe Testament, schrijf ik vandaag weer over de apostel Paulus. Die maakte verschillende reizen, waarvan verslag wordt gedaan in de Handelingen van de Apostelen. In zijn eigen brieven verwijst Paulus ook wel naar die reizen. De Handelingen eindigen met zijn aankomst in de stad Rome, waar hij moest wachten op de behandeling van het hoger beroep in een rechtszaak; dat duurde blijkbaar twee jaar.noot Handelingen 28.30. Omdat bekend is dat Paulus contact heeft gehad met gouverneur Festus en koning Herodes Agrippa II, die we scherp kunnen dateren, mogen we aannemen dat Paulus op z’n laatst in het voorjaar van 61 arriveerde in Rome. In zijn Brief aan de Romeinen vertelt Paulus dat hij van plan is verder te reizen naar Spanje.noot Romeinen 15.23-24. Hij zou in het voorjaar van 63 zijn reis dus hebben kunnen voortzetten.

    Het graf van Paulus

    Heeft hij die reis werkelijk gemaakt? Tja. De christelijke traditie wil dat hij is onthoofd ten tijde van Nero’s vervolging van de christenen in Rome. Paulus’ graf wordt even buiten het historisch centrum aangewezen, in de door keizer Constantijn de Grote gebouwde Sint-Paulus buiten de Muren (ook wel: “buiten de veste”). Daar hebben archeologen in 2002-2003 de ruimte rond het graf onderzocht. In de oudste fase, dus ten tijde van Constantijn, lag het graf in de apsis, maar in 390 lieten de toen regerende keizers Theodosius I, Arcadius en Valentinianus II de kerk compleet herbouwen. De aanleiding was vermoedelijk wateroverlast.

    Er kwam een nieuw, hoger niveau, waar de sarcofaag kwam te staan in een kistvormig marmeren altaar. Aan de korte zijde was het opschrift PAULO te lezen en aan de lange zijde APOSTOLO MART(yri). Rond het midden van de vijfde eeuw verhoogde paus Leo I de vloer opnieuw, liet de sarcofaag waar die was, en bouwde een nieuw, hoger altaar, waarbij de marmerplaten met inscriptie het tafelblad vormden. Een volgende verhoging volgde rond 600, ten tijde van paus Gregorius I de Grote, die een compleet nieuw altaar bouwde boven op het voorafgaande. Dit was een echte tafel, met tussen de poten het tafelblad-met-oudere-inscriptie van paus Leo, en daar onder de sarcofaag.

    Tussen 2003 en 2009 is het botmateriaal in die sarcofaag gedateerd aan de hand van de koolstofmethode en het zou gaan om iemand uit de eerste of tweede eeuw.noot Ik had graag het rapport gezien, maar kan het online niet vinden. Dat is een te wijde foutenmarge om vast te stellen dat het gaat om iemand die in het derde kwart van de eerste eeuw is overleden. Om het erger te maken is er sindsdien een herziening van de kalibratiecurve geweest (“IntCal20”), die én de marge verbreedde én alles iets recenter plaatste. Als je eerst een kans had van 66% op een datering in de tweede helft van de eerste eeuw, is nu na kalibratie de kans 66% op een datering tussen pakweg 75 en 200 na Chr. Het gebeente zou nog steeds dat kunnen zijn van Paulus, maar dat is inmiddels wel een stuk minder waarschijnlijk dan in 2009. Om eerlijk te zijn: niet waarschijnlijk.

    De huidige uitleg in de kerk noemt wel de kans op datering volgens de oorspronkelijke kalibratie, maar niet de huidige. Dat is misleidend, maar soit: het gaat bij heiligenverering niet om wetenschap. Het archeologisch onderzoek biedt echter geen aanwijzing dat Paulus na zijn gevangenschap in Rome is gebleven.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    #ConstantijnDeGrote #GregoriusIDeGrote #kalibratie #koolstofdatering #martelaarschap #Nero #NieuweTestament #Paulus #PausLeoI #Rome #SintPaulusBuitenDeMuren
  3. Montanisme (2)

    Het Laatste Oordeel (Catacomben van Domitilla, Rome)

    In het vorige blogje vertelde ik over het optreden van Montanus, een profeet die leefde rond het midden van de tweede eeuw. Op gezag van ene Apollinaris van Hierapolis vertelt Eusebios van Caesarea iets over Montanus’ opvattingen. De kerkhistoricus heeft geen goed woord over voor die zogeheten Nieuwe Profetie.

    Montanus stond echtscheiding toe en legde vastenregels op. Hij riep de dorpjes Pepouza en Tymion in Frygië uit tot [Nieuw] Jeruzalem, om zo aanhangers te lokken. Verder stelde hij mensen aan die cadeaus aannamen en tevens ontwierp hij een systeem om geschenken te ontvangen alsof het bijdragen waren voor zijn kerk. Hij betaalde zelfs mensen om zijn dwaalleer te verkondigen.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.18.2.

    Schandelijk natuurlijk, dat je je personeel betaalt!

    Tot de montanisten behoorde ook iemand die een circulaire over de Nieuwe Profetie publiceerde en daarvoor in de gevangenis belandde. Over een andere montanist vernemen we dat hij wegens roof werd veroordeeld, maar zich wist vrij te kopen door collectegeld van een van de christelijke gemeenschappen in Efese.

    De volgende generatie

    Het liep niet goed af met Montanus. Apollinaris erkent niet heel goed van de details op de hoogte te zijn, maar noteert dat Montanus en Maximilla zich zouden hebben verhangen, “net als de verrader Judas”. Apollinaris’ aarzeling zou erop kunnen duiden dat Montanus en Maximilla ter dood zijn gebracht, wat in andere christelijke kringen kan zijn uitgelegd als zelfmoord. Immers, in de mondelinge overlevering kan het verschil tussen “ophangen” en “zich ophangen” verdwijnen, zeker als er een verontwaardigde parallel met Judas valt te scheppen.

    Op gezag van Apollinaris, die erkent dat het volgende slechts wordt verteld, vervolgt Eusebios:

    In brede kringen vertelt men dat een zekere Theodotos één van de eerste verkondigers was van die zogenaamde Nieuwe Profetie. Men zegt dat hij ooit in vervoering raakte en zich, vertrouwend op een verleidende geest, liet opheffen en werd opgenomen in de hemelen. Later werd hij neergeworpen en kwam ook hij op een akelige manier om het leven.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.11.14.

    Het is niet helemaal duidelijk waarom Apollinaris/Eusebios dit vermeldt, maar hij noemt onmiddellijk daarna uitspraken die zouden zijn geopenbaard door de geest van Maximilla.

    Ik word uit de kudde schapen verjaagd als ware ik een wolf. Ik ben echter geen wolf, maar ik ben het Woord, de Geest en de Macht.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.11.17.

    Misschien is het verband tussen deze twee stukjes informatie dat Theodotos deze woorden optekende.

    Van Montanus naar Eirenaios

    Eusebios’ beschrijving van het montanisme houdt hier op. Hij vervolgt met het optreden van Eirenaios van Lyon, een bisschop die zich in het laatste kwart van de tweede eeuw toelegde op het definiëren van de christelijke leer. Hij is een sleutelfiguur voor de proto-orthodoxie, die zich bij hem afbakent van andere vormen van christendom, zoals gnosis en montanisme. Eusebios heeft niet méér informatie over de montanisten, of onderdrukt die informatie omdat ze gênant was. Het waren namelijk niet de geringsten die er sympathie voor voelden: bisschop Hippolytus van Rome, bijvoorbeeld, en ook de belangrijke auteur Tertullianus.

    Laatstgenoemde vertelt dat een bisschop in Rome (vermoedelijk Hippolytus) de profetische gaven van Montanus, Priscilla en Maximilla had erkend maar dat later een zekere Praxeas deze (of een latere) bisschop van Rome vals had geïnformeerd en had verleid zijn erkenning van het montanisme weer in te trekken.noot Tertullianus, Tegen Praxeas 1.4.  Uit deze weergave volgt dat Tertullianus en een van Romes bisschoppen sympathiseerden met de Nieuwe Profetie.

    Latere bronnen

    Er zijn nog latere bronnen, die aan de montanisten allerlei nare eigenschappen toeschrijven, zoals incest. Montanus zelf zou eigenlijk priester zijn van Kybele. We bevinden ons hier in de sfeer van de antieke polemiek; over de religieuze vernieuwingen van keizer Heliogabalus vertelde men soortgelijke zaken. De toon was echter al eerder gezet: het is bijvoorbeeld ronduit misleidend als Apollinaris zegt dat Montanus echtscheiding propageerde, terwijl het feitelijk ging om vrouwen die hun echtgenoot verlieten.

    Ik wil nog eens naar dat latere materiaal gaan kijken, want ik heb nog nergens ontdekt waar sprake is van een maat op het lijden die vervuld moet worden. Martelaarschap? Ja. Eindtijdverwachtingen? Wie een “nieuw Jeruzalem” sticht, lijkt daar rekening mee te houden. Maar dat de wederkomst van Christus wordt bespoedigd als gelovigen de maat van het lijden sneller vulden en daartoe het martelaarschap opzochten, daarvoor heb ik (nog) geen aanwijzingen gevonden. De reageerpanelen staan voor u open.

    Hoezo dwaalleer?

    Ik lees dat het montanisme zich vanuit Anatolië verspreidde naar Italië en Africa. Maar waarschijnlijk is er iets anders aan de hand. Want zo vreemd zijn de ideeën nou ook weer niet die Eusebios op gezag van Apollinaris doorgeeft.

    • Glossolalie ofwel klankentaal staat vermeld in het Nieuwe Testament.
    • De Didache documenteert het optreden van profeten/apostelen.
    • Vrouwen hadden in het christendom lange tijd belangrijke taken.
    • Paulus had een visioen van een tenhemelopneming.
    • De Eindtijdverwachting behoort tot de kern van de christelijke leer.

    Hoe nieuw was die Nieuwe Profetie dus? Is het niet feitelijk een voortzetting van een oorspronkelijk, charismatisch christendom? Kan het zijn dat de vernieuwing juist zat bij mannen als Eirenaios van Lyon, die een kerk begonnen te organiseren, bepaalden dat er één leer moest zijn en die ook vastlegden? Was de feitelijke vraag in de late tweede eeuw niet wat bepalend was voor het geloof: de openbaring (al dan niet in de vorm van klankentaal) of een kerkelijk kader? Ik weet het allemaal niet, al zie ik dat deze vragen ook door anderen zijn opgeworpen. In elk geval: er valt nog veel te ontdekken, te verbazen, te genieten.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Altijd te weinig bewijsmateriaal (1)

    oktober 23, 2017
    Damelen en kromedarissen in Hatra

    januari 31, 2022
    “Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

    juni 1, 2019 Deel dit: #ApollinarisVanHierapolis #Efese #Eindtijd #EirenaiosVanLyon #EusebiosVanCaesarea #Frygië #glossolalie #gnosis #Heliogabalus #HippolytusVanRome #martelaarschap #montanisme #Montanus #Tertullianus
  4. Montanisme (1)

    Een christelijke maaltijd op een tweede- of derde-eeuwse wandschildering uit de catacomben van Callixtus, Rome

    Hoe je ernaast kunt zitten hè, hoe je er toch naast kunt zitten. Ik noem op deze blog weleens het montanisme. Dat is een vorm van christendom uit de tweede en derde eeuw. “Het” christendom, met een uitgewerkte doctrine, zou pas later ontstaan, toen het nieuwe geloof niet langer werd vervolgd en zich onder keizerlijk toezicht begon te organiseren. Het Eerste Concilie van Nikaia in 325 is hierbij beslissend geweest: toen ontstond iets wat we orthodoxie kunnen noemen. Dat wil overigens niet zeggen dat er voordien niets was dat daarop leek. Het wil wél zeggen dat in de tweede en derde eeuw de proto-orthodoxie (die onder meer behelsde dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren) nog één stroming onder meerdere was. Veel van die christendommen staan bekend onder de parapluterm gnosis. En er was dus montanisme.

    Ik dacht dat ik wist wat het was, want ik had er eens college over gehad. Let wel: dat is dus dik vijfendertig jaar geleden. De docent had uitgelegd dat het ging om een groep uit het huidige Turkije die geloofde dat Christus spoedig zou terugkeren, namelijk wanneer het lijden van de mensheid compleet was. Als iedereen het martelaarschap aanvaardde, zo zouden de montanisten hebben gedacht, was de maat van het menselijk lijden eerder vol en zou de Eindtijd sneller beginnen. Dit gedachtegoed, waarover we zijn geïnformeerd door de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea, beïnvloedde onder meer de christelijke auteur Tertullianus.

    Wat montanisme niet is

    Ik heb me nooit speciaal verdiept in deze materie en heb voetstoots aangenomen wat destijds werd verteld. Het paste bovendien bij andere informatie, namelijk dat andere christelijke groepen het zelfgekozen martelaarschap afwezen als zelfmoord. Een “erkende” martelaar doet geen pogingen de gewelddadige dood te ontwijken, maar zoekt die ook niet op: dat standpunt leek me een zinvolle reactie op de montanisten. Kortom, ik twijfelde niet aan wat me was verteld.

    Tot ik dit blogje begon te schrijven. Ik verifieerde nog eens dat de montanisten geloofden dat er een maat was op het lijden en dat ze Christus’ terugkeer wilden versnellen door het martelaarschap te zoeken. Ik vond echter weinig dat erop wees. Ik herlas Eusebios en vond niets. Montanistische Eindtijdverwachtingen? Ja. Montanistisch martelaarschap? Dat zeker. Maar dat je de terugkeer van Christus kon bespoedigen, daarvoor vond ik niets. Gek genoeg had ik bij eerdere lezing van Eusebios niet herkend dat hij die maat op het lijden niet vermeldde.

    Montanus

    Wat was het montanisme dan wel? Ik volg de beschrijving van Eusebios. Niet omdat die 101% betrouwbaar is, want ook een bisschop is maar een mens met vooroordelen, maar omdat zijn beschrijving teruggaat op een bron rond het jaar 200, Apollinaris van Hierapolis. Dat is de oudste bron die we hebben. Eusebios is echter vooringenomen en maakt meteen duidelijk dat hij geen enkel respect voor Montanus heeft.

    In Asia en Frygië kropen de valse overtuigingen als gifslangen over de aarde. Men beweerde dat Montanus de “Pleitbezorger” was en dat zijn vrouwelijke volgelingen Priscilla en Maximilla zijn profetessen waren.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.14.

    In het Evangelie van Johannes kondigt Jezus de komst van een Pleitbezorger (“Parakleet”) aan.noot Johannes 14.16-17. De orthodox geworden uitleg betrekt deze passage op de komst van de Heilige Geest, vermeld in de Handelingen van de Apostelen,noot Handelingen 2. maar in de tweede en derde eeuw sprak die gelijkstelling nog niet vanzelf. (Bedenk dat boekbezit zeldzaam was, zodat iemand die een Johannes bezat, niet per se ook Handelingen kende.) Mani, de grondlegger van het manicheïsme, meende in de derde eeuw dat hij de beoogde Pleitbezorger was; en van Montanus werd het rond het midden van de tweede eeuw blijkbaar ook gezegd.

    Montanus’ claim bleef niet onweersproken. De “onoverwinnelijke macht der waarheid” zorgde ervoor dat hij tegenstanders kreeg, waarvan Eusebios meldt dat hun verzet in diverse bronnen is gedocumenteerd. Helaas kennen wij die bronnen niet, al weten we dat Eusebios beschikte over een goede bibliotheek. Eusebios citeert dus Apollinaris van Hiërapolis, die vertelt dat hij in Ankara had vernomen van het bestaan van de afvalligen die zichzelf aanduidden als “de nieuwe profetie”. Deze zou teruggaan op Montanus, een recente bekeerling uit het Frygische dorp Ardabau, die veertig jaar vóór Apollinaris in extase allerlei klanken had uitgeslagen die werden uitgelegd als profetie. Dit verschijnsel staat bekend als glossolalie, “spreken in tongen”. De duivel – althans, zo citeert Eusebios de tekst van Apollinaris – stuurde een “verleidende geest”, die ervoor zorgde dat Montanus aanhangers kreeg, waaronder de twee profetessen, die hun echtgenoten verlieten om Montanus te volgen. Op naam van Maximilla werden later profetieën overgeleverd.

    [wordt vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Etniciteit in de Romeinse Maasvallei

    april 20, 2024
    De Tweede Sofistiek

    december 21, 2023
    Janus

    mei 6, 2015 Deel dit: #ApollinarisVanHierapolis #EersteConcilieVanNikaia #Eindtijd #EusebiosVanCaesarea #EvangelieVanJohannes #Frygië #glossolalie #gnosis #Kerkgeschiedenis #martelaarschap #montanisme #Montanus #Parakleet #protoOrthodoxie #Tertullianus
  5. De martelaren van Córdoba

    Campo Santo de los Mártires, Córdoba

    [Laatste van vier blogjes over het Emiraat/Kalifaat van Córdoba. Het eerste was hier.]

    Ik heb al eerder aangegeven dat het beeld van het Arabische Andalusië als model van religieuze tolerantie, onvolledig is. Dhimmi’s werden getolereerd maar waren geen volwaardige ingezetenen die in aanmerking kwamen voor hoge ambten. De mozaraben, zoals de Iberische christenen heten, moesten de jizya opbrengen en hadden te maken met discriminerende bepalingen, zoals een verbod op het bouwen van kerktorens.

    Er waren wel wat geitenpaadjes. Officieel mocht een christelijke man niet trouwen met een moslima, maar hier viel met een betaling een mouw aan te passen. Het leven kon erger. Desondanks is significant dat we zelden horen van mensen die zich kwamen vestigen in El-Andalus, en wel over mensen die vertrokken. En er zijn twee gebeurtenissen die bewijzen dat de mozaraben zich in de negende eeuw bedreigd voelden.

    De martelaren van Córdoba

    Het eerste voorval kennen we uit de tekst die bekendstaat als Memoriale Sanctorum (“gedenkschrift van de heiligen”), geschreven door Eulogius, een priester uit Córdoba. Daarnaast is er het heiligenleven van deze Eulogius, die de biechtvader was van de meeste martelaren.

    Het schijnt dat de verdwijning van de christelijke cultuur voor Eulogius en zijn biechtelingen aanleiding was tot diepe bezorgdheid, en het staat min of meer vast dat deze groep actief het martelaarschap opzocht. De eerste was een zekere Izaak, die in de zomer van 851 aangaf zich te willen bekeren tot de islam en aan de qadi, religieuze rechter, vroeg hem uit te leggen wat de islam inhield. Halverwege onderbrak hij zijn docent met de mededeling dat Mohammed een antichrist was. De qadi dacht wat elk weldenkend mens zou denken, namelijk dat zijn gast dronken was. Izaak werd dus ter ontnuchtering in een cel vastgezet, maar herhaalde de volgende dag zijn bewering. Uiteindelijk werd hij op last van emir Abd al-Rahman II onthoofd. In de loop van de zomer volgden nog twaalf anderen, waaronder biechtelingen en collega’s van Eulogius.

    Mozarabische grafsteen (Archeologisch museum, Córdoba)

    In het voorjaar van 852 vond een kerkelijke synode plaats, waarin de mozarabische bisschoppen het zelfgezochte martelaarschap veroordeelden als zelfmoord en doodzonde. De geestelijken lieten Eulogius gevangen zetten, maar dat nam het probleem niet weg. In de zomer werden nog eens dertien mensen terechtgesteld, en uit de volgende vier zomers zijn nog zeventien executies bekend. De laatste martelaar was Eulogius, die in 859 werd onthoofd. Ook in Huesca zijn nog mensen geëxecuteerd.

    Het Campo Santo de los Mártires was de laatste rustplaats van de martelaren van Córdoba. Een christenvervolging was dit niet: eerder lijkt het te gaan om een groep mensen die collectief verblind was geraakt. Het voorval bewijst echter wel dat er mozarabische christenen waren die de beperkende maatregelen die hun waren opgelegd, beschouwden als een bedreiging van wie ze ten diepste waren. En er waren meer mensen die er zo over dachten.

    Umar ibn Hafsun

    Dat blijkt uit de steun voor Umar ibn Hafsun, een bandietenleider die zijn basis had in het oude Romeinse bergfort Bobastro. Door te appelleren aan de ressentimenten van de mozaraben wist hij ze voor zich te winnen en verschillende kastelen en versterkte boerderijen te veroveren. Vanaf 885 beheerste hij de belangrijke weg van Córdoba naar Málaga en later, in 899, bekeerde hij zich tot het christendom. In Bobastro zijn nog de ruïnes van een door hem in de rotsen uitgehouwen kerk te zien. Als Umars geloofsovergang diende om steun te krijgen van koning Alfonso III van Asturië, mislukte het plan, maar het leverde hem wel de steun op van nog meer mozaraben.

    De rotskerk van Bobastro

    Er is veel gemaakt van deze gebeurtenis omdat ze zou betekenen dat de mozaraben zich altijd tegen hun islamitische overheersers zouden hebben verzet. In deze visie werd benadrukt dat Spanje al sinds de Romeinse tijd een rooms-katholiek land was dat de Visigotische immigranten had geassimileerd, en vervolgens nooit werkelijk zou zijn geïslamiseerd. Spanje was, zo bezien, eigenlijk al vanaf 711 een land vol kruisvaarders die zich verzetten tegen de islam.

    Hierbij wordt echter, zo lijkt het, teveel betekenis gegeven aan wat voor de meeste betrokkenen een belastingoproer was. Ook het feit dat Umar, als het hem uitkwam, zij aan zij met emir Abd al-Rahman III streed tegen de noordelijke christenen, wordt wat makkelijk weggemoffeld. Umar ibn Hafsun was een opportunistische bandietenkoning, niet méér, en de gebeurtenissen vormen zeker niet de algehele “mozarabische opstand” die ervan is gemaakt. Wat de gebeurtenissen echter wél veronderstellen is de door de christenen ervaren repressie.

    Kortom

    Meer incidenten zijn er niet – of beter: ik ken ze niet. De mozaraben waren, net als de joden, een gedoogde groep, die zichzelf onderdrukt voelde. Dat was niet ten onrechte, maar wie bereid was extra belasting te betalen en zich wat in te schikken, had in Córdoba een voor die tijd redelijk grote religieuze vrijheid. Maar het schuurde. Niet elke ingezetene van het Emiraat van Córdoba meende dat hij leefde in een religieus tolerante samenleving.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Al-Masudi in Baalbek

    oktober 9, 2024
    Pingjum

    juni 14, 2018
    Vikingen in Assen

    juli 7, 2012 Deel dit:

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #AlfonsoIIIVanAsturië #Andalusië #Bobastro #Córdoba #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Eulogius #jizya #KalifaatVanCórdoba #martelaarschap #martelarenVanCórdoba #mozaraben #Spanje #UmarIbnHafsun

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.