#domitianus — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #domitianus, aggregated by home.social.
-
Veleda
Veleda (Walhalla, Regensburg)Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.
Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.
Germaanse profetessen
Profetessen stonden bij de Germanen in hoog aanzien. Tacitus meldt:
Vrouwen hebben volgens de Germanen iets sacraals en profetisch. Hun adviezen worden niet ter zijde geschoven, hun uitspraken niet genegeerd. Onder de regering van de goddelijke Vespasianus hebben wij kunnen zien hoe Veleda lange tijd bij zeer velen doorging voor een goddelijk wezen.noot Tacitus, Germania 8; vert. Vincent Hunink.
Tacitus kent meer van dit soort heilige vrouwen, maar Veleda, die haar leven in Italië eindigde, was de bekendste, althans bij Tacitus’ lezers in Italië. Haar naam zou heel goed een titel kunnen zijn. Olivier van Renswoude (van Taaldacht) schrijft me dat Veleda een Latijnse weergave moet zijn van het Germaanse *Weledō, met de klemtoon op de eerste lettergreep, wat zoiets als “zieneres” betekent. Maar of het nu een naam of een titel was: in elk geval was Veleda een vrouw met invloed.
Eén voorbeeld is dat de inwoners van de Romeinse stad Keulen haar bemiddeling accepteerden in een conflict met de Tencteri, een Germaanse groep aan de andere, “vrije” zijde van de Rijn.noot Tacitus, Historiën 4.65. Haar gezag oversteeg dus de tegenstelling tussen Romeins en niet-Romeins.
De Bataafse Opstand
Veleda is ons vooral bekend omdat ze de Bataven en hun bondgenoten aanspoorde zich tegen de legioenen te verzetten en succes beloofde. In maart 70 na Chr. werden de voorspelde successen werkelijkheid: de Bataafse leider Julius Civilis veroverde de legioenbasis bij Xanten. De commandant van het Romeinse garnizoen, Munius Lupercus, werd gevangen genomen en naar Veleda gestuurd. Tacitus legt uit:
Veleda was een invloedrijke, ongehuwde vrouw uit het volk van de Bructeri. Aloud Germaans gebruik: tal van vrouwen gelden er als profetessen en, bij toenemend bijgeloof, godinnen. Veleda’s gezag was toen op zijn hoogtepunt. Zij had namelijk het Germaanse succes en de ondergang van de legioenen voorspeld.noot Tacitus, Historiën 4.61; vert. Vincent Hunink.
Munius Lupercus werd echter nooit haar slaaf: hij werd op weg naar Veleda vermoord. We weten niet waarom. Enkele maanden later veroverden de Bataven het vlaggenschip van de Romeinse marine, dat zij vervolgens aan de profetes cadeau deden.noot Tacitus, Historiën 5.22.
Deze twee cadeaus – een slaaf en een schip – werden gestuurd naar een residentie aan de Lippe, dus naar een plek die vanaf het krijgstoneel makkelijk viel te bereiken. Tacitus omschrijft die residentie als turris, een hoog gebouw, en noteert dat haar bezoekers haar nooit zagen, wat hij uitlegt als moedwillige geheimzinnigdoenerij die haar prestige moest vergroten.noot Tacitus, Historiën 4.65. Gegeven het feit dat Veleda bevelen kon geven aan Julius Civilis,noot Sommige Bataven merkten op dat het eervoller was bevelen aan te nemen van een man, zelfs als het een Romein was, dan van een vrouw. moeten we aannemen dat turris hier zoiets als hoofdkwartier betekent. Later vinden we haar verder westelijk: het was in elk geval vanuit de Betuwe dat de Romeinse commandant Quintus Petillius Cerialis onderhandelingen met haar opende.noot Tacitus, Historiën 5.24.
In ballingschap
Niet lang na het neerslaan van de Bataafse Opstand nam de Romeinse generaal Gaius Rutilius Gallicus Veleda gevangen.noot Statius, Silvae 1.4.89. Dat gebeurde op zijn laatst in 77. De aanleiding is onbekend, maar er kan worden opgemerkt dat de Romeinen in 83 of 84 de Bructeren dwongen een nieuwe, pro-Romeinse koning te aanvaarden en dat keizer Domitianus de regio bezocht. De Romeinen kunnen de Bructeren al eerder als vazallen hebben beschouwd: dat was vrij normaal.
Veleda werd in de omgeving van Rome in verzekerde bewaring gehouden. Een Grieks epigram uit Ardea, even ten zuiden van Rome, bespot Veleda’s profetische gaven.noot Année Épigraphique 1953, 25. Er is wel beweerd dat dit erop wijst dat Ardea haar gevangenis was, maar dat is verre van zeker. Het betekent wel dat Veleda een algemeen bekend figuur was; Tacitus kon haar, zoals gezegd, bij zijn lezers bekend veronderstellen.
En het is nogal wat, wat ze presteerde: de Romeinse generaal die de Bataafse Opstand kwam onderdrukken, onderhandelde met háár. Ze is een van de vroegste “grote vrouwen” uit de geschiedenis van de Lage Landen. Chris Houtman wijdde nog onlangs een trilogie aan haar: De Veleda-voorspelling (2020), De Veleda-vloek (2020), De Veleda-erfenis (2021). Je zou denken: er zijn weleens standbeelden opgericht om minder. Misschien moeten we toch eens denken aan een monumentje in Winterswijk of zo.
#BataafseOpstand #Bructeren #ChrisHoutman #Domitianus #GaiusRutiliusGallicus #Lippe #OlivierVanRenswoude #PubliusCorneliusTacitus #QuintusPetilliusCerialis #Tencteri #Veleda -
Romeins Nijmegen (2) Noviomagus
Een cupido van barnsteen (Valkhof Museum, Nijmegen)[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het tweede; het eerste was hier.]
Ulpia Noviomagus
In de jaren na de Bataafse Opstand reorganiseerden de Romeinen het Rijnland. Ze bekortten de weg naar de Donau door het Zwarte Woud (de Agri Decumates) te annexeren, en ook kregen meer legerbases stenen funderingen. Rome was niet langer in het offensief maar ging ervan uit dat de noordelijke rivieren voor langere tijd moesten worden verdedigd. In deze context moeten we ook de legioenbasis in Nijmegen plaatsen.
Er was in 2011 een claim dat een legioen zijn hoofdkwartier had ingericht in het stadscentrum, waar de resten zouden zijn gevonden op het Sint-Josephhof. Ik heb over die claim sindsdien niets meer gehoord, maar het zou een loepzuivere parallel opleveren met Jeruzalem, dat eveneens in 70 werd verwoest. Daar vestigde een legioen zich in de veroverde stad, maakte daarmee duidelijk wie de baas was, en dwong de bewoners te vertrekken naar het drie kilometer verderop gelegen Shu‘afat. Idem in Nijmegen: onderworpen opstandelingen, legioen in hun stad, bevolking drie kilometer verderop. Omdat ik over de Nijmeegse basis echter nooit meer had gehoord, was opheldering daarover een van de redenen waarom ik afgelopen weekend Nijmegen bezocht. Ik heb de deskundigen echter niet kunnen spreken en de oplossing van dit mysterie ligt derhalve voorshands verborgen in de mist der tijden.
Feit is dat al snel het Tiende Legioen Gemina, afkomstig uit Spanje, arriveerde en zich installeerde op de Hunerberg. Aannemend dat de rekrutering gelijkmatig verliep en de mortaliteit niet afweek van Coale-Demeny²-West, moeten er elk jaar ruim 300 rekruten zijn gekomen, en lang niet altijd uit de regio. In Museum Kam zag ik de grafsteen van een Marcus Scanius Maximus uit het verre Amfipolis, en ik zag gedenktekens van andere immigranten in het vernieuwde Valkhof Museum.
Grafsteen van een soldaat uit Amphipolis (Museum Kam, Nijmegen)Door immigratie en handel was het Romeinse Nijmegen, van Noviomagus tot Hunerberg, dus een internationale wereld. Dat zou niet veranderen toen X Gemina rond 100 na Chr. werd afgelost door het Negende Legioen Hispana. Pieken in het kleingeld documenteren dat de keizers Domitianus en Trajanus de stad bezochten. De eerste was zó trots de splitsing van Rijn en Waal te hebben gezien, dat hij het herdacht met een knots van een inscriptie op de sokkel van zijn ruiterstandbeeld op het Forum Romanum.
De tweede verleende Noviomagus zijn naam: Trajanus behoorde tot de familie Ulpius en de stad heette vanaf zeker moment Ulpia Noviomagus. Dit hoeft niet per se te zijn gebeurd bij het keizerlijk bezoek, want zulke naamsveranderingen behoren tot de standaard-stroopsmeerderij waarin de Romeinen zo uitblonken. Mijn favoriete voorbeeld is Sabora in Andalusië, dat de hielen van Vespasianus wilde likken en zich daarom naar hem wilde vernoemen, en als antwoord kreeg dat het zich mocht noemen zoals het wilde, zolang alle financiële overeenkomsten, nu de tenaamstelling niet langer klopte, maar van kracht bleven. Mochten de burgers van Sabora hebben gehoopt dat pluimstrijkerij zou worden beantwoord met een financiële tegenprestatie, dan kwamen ze bedrogen uit.
Beker met gladiatoren (Valkhof Museum, Nijmegen)Stadsrechten?
Ik ging niet alleen naar Nijmegen om te vernemen of er een legioenbasis middenin de stad was geweest. Ik hoopte ook te ontdekken waarom Nijmegen claimt dat het de oudste stad is in Nederland. Dat beweert de VVV, terwijl de stedelijke archeologen en medewerkers van de Radbouduniversiteit preciseren dat er stadsrechten zijn. Het gekke is: ik heb geen idee wat daarmee bedoeld kan zijn en ik zoek al langer naar de Romeinsrechtelijke grondslag. (Ik heb de materie hier en daar in enig detail behandeld.)
Ja, ooit was er een theorie dat Trajanus aan Noviomagus de status van municipium zou hebben verleend. Dat zou dan een bepaalde rang zijn geweest. Probleem: de Romeinsrechtelijke definitie van municipium is gewoon overgeleverd. Het is een stad met voorouderlijke rechten. Ik zeg niet als eerste of enige dat een keizer veel kon, maar dat hij geen voorouderlijke rechten kon verlenen.
Daar komt nog iets bij. Er zijn duizenden en duizenden inscripties bekend, en er is er niet één waarin een gemeente de vorst bedankt voor de statusverandering. Terwijl de Romeinen uitgesproken slijmballen waren. Ook in de collectie die bekendstaat als Fontes Iuris Romani Antejustiniani is geen voorbeeld te vinden. Voor zover ik kan overzien tonen inscripties alleen dat de woorden civitas of oppidum in de tweede eeuw na Chr. steeds vaker worden vervangen door municipium en in de vierde eeuw door res publica. De simpelste verklaring is dat civitas en oppidum riekten naar een stamsamenleving, en dat geen Romeinse gemeente zich zo nog wilde aanduiden. (De latere opkomst van res publica weerspiegelt het bestuurlijke jargon van de laat-Romeinse Tetrarchie.) Er bestond geen speciale municipiumstatus en dat kan dus de verklaring van de veronderstelde Nijmeegse stadsrechten niet zijn.
Paardenbeslag met vermelding van VIIII Hispana; de spelling IX is Brits en bewijst dat het legioen daarvandaan naar Nijmegen kwam (Valkhof Museum, Nijmegen)De eersten die zich realiseerden hoe problematisch Nijmegens municipale status was, lijken Saskia van Dockum en Evert van Ginkel te zijn geweest, die in hun boek Romeins Nederland (1993, nog steeds prima) opperden dat het ging om marktrechten. Nijmegen zou die hebben gekregen ter compensatie van het vertrek van X Gemina. Dat heb ook ik geloofd, maar sindsdien is vastgesteld dat X Gemina werd afgelost door VIIII Hispana, zodat er niets te compenseren viel, terwijl ook bekend is geworden dat elke gemeente, met welke aanduiding ook, marktrechten bezat. (Dat de naam Noviomagus niet zomaar als “nieuwmarkt” kan worden vertaald en dus evenmin een aanwijzing is voor marktrechten, veronderstel ik na bovenstaande uitweiding bekend.)
Kortom: ik snap niet wat Nijmegen bedoelt als het claimt de oudste stad van Nederland te zijn. Oudste legioenbasis? Zeker. Grootste stad in de tweede eeuw? Dat ook. Maar stadsrechten? Wie claimt moet bewijzen en ik had gehoopt afgelopen weekend de argumentatie te vernemen.
[Wordt vanmiddag vervolgd met de Late Oudheid.]
#AgriDecumates #Domitianus #EvertVanGinkel #FontesIurisRomaniAntejustiniani #GermaniaInferior #Hunerberg #Nijmegen #SaskiaVanDockum #SintJosephhof #Tetrarchie #Trajanus #ValkhofMuseum #VIIIIHispana #Waal #XGemina