home.social

#olivier-van-renswoude — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #olivier-van-renswoude, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Veleda

    Veleda (Walhalla, Regensburg)

    Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.

    Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.

    Germaanse profetessen

    Profetessen stonden bij de Germanen in hoog aanzien. Tacitus meldt:

    Vrouwen hebben volgens de Germanen iets sacraals en profetisch. Hun adviezen worden niet ter zijde geschoven, hun uitspraken niet genegeerd. Onder de regering van de goddelijke Vespasianus hebben wij kunnen zien hoe Veleda lange tijd bij zeer velen doorging voor een goddelijk wezen.noot Tacitus, Germania 8; vert. Vincent Hunink.

    Tacitus kent meer van dit soort heilige vrouwen, maar Veleda, die haar leven in Italië eindigde, was de bekendste, althans bij Tacitus’ lezers in Italië. Haar naam zou heel goed een titel kunnen zijn. Olivier van Renswoude (van Taaldacht) schrijft me dat Veleda een Latijnse weergave moet zijn van het Germaanse *Weledō, met de klemtoon op de eerste lettergreep, wat zoiets als “zieneres” betekent. Maar of het nu een naam of een titel was: in elk geval was Veleda een vrouw met invloed.

    Eén voorbeeld is dat de inwoners van de Romeinse stad Keulen haar bemiddeling accepteerden in een conflict met de Tencteri, een Germaanse groep aan de andere, “vrije” zijde van de Rijn.noot Tacitus, Historiën 4.65. Haar gezag oversteeg dus de tegenstelling tussen Romeins en niet-Romeins.

    De Bataafse Opstand

    Veleda is ons vooral bekend omdat ze de Bataven en hun bondgenoten aanspoorde zich tegen de legioenen te verzetten en succes beloofde. In maart 70 na Chr. werden de voorspelde successen werkelijkheid: de Bataafse leider Julius Civilis veroverde de legioenbasis bij Xanten. De commandant van het Romeinse garnizoen, Munius Lupercus, werd gevangen genomen en naar Veleda gestuurd. Tacitus legt uit:

    Veleda was een invloedrijke, ongehuwde vrouw uit het volk van de Bructeri. Aloud Germaans gebruik: tal van vrouwen gelden er als profetessen en, bij toenemend bijgeloof, godinnen. Veleda’s gezag was toen op zijn hoogtepunt. Zij had namelijk het Germaanse succes en de ondergang van de legioenen voorspeld.noot Tacitus, Historiën 4.61; vert. Vincent Hunink.

    Munius Lupercus werd echter nooit haar slaaf: hij werd op weg naar Veleda vermoord. We weten niet waarom. Enkele maanden later veroverden de Bataven het vlaggenschip van de Romeinse marine, dat zij vervolgens aan de profetes cadeau deden.noot Tacitus, Historiën 5.22.

    Deze twee cadeaus – een slaaf en een schip – werden gestuurd naar een residentie aan de Lippe, dus naar een plek die vanaf het krijgstoneel makkelijk viel te bereiken. Tacitus omschrijft die residentie als turris, een hoog gebouw, en noteert dat haar bezoekers haar nooit zagen, wat hij uitlegt als moedwillige geheimzinnigdoenerij die haar prestige moest vergroten.noot Tacitus, Historiën 4.65. Gegeven het feit dat Veleda bevelen kon geven aan Julius Civilis,noot Sommige Bataven merkten op dat het eervoller was bevelen aan te nemen van een man, zelfs als het een Romein was, dan van een vrouw. moeten we aannemen dat turris hier zoiets als hoofdkwartier betekent. Later vinden we haar verder westelijk: het was in elk geval vanuit de Betuwe dat de Romeinse commandant Quintus Petillius Cerialis onderhandelingen met haar opende.noot Tacitus, Historiën 5.24.

    In ballingschap

    Niet lang na het neerslaan van de Bataafse Opstand nam de Romeinse generaal Gaius Rutilius Gallicus Veleda gevangen.noot Statius, Silvae 1.4.89. Dat gebeurde op zijn laatst in 77. De aanleiding is onbekend, maar er kan worden opgemerkt dat de Romeinen in 83 of 84 de Bructeren dwongen een nieuwe, pro-Romeinse koning te aanvaarden en dat keizer Domitianus de regio bezocht. De Romeinen kunnen de Bructeren al eerder als vazallen hebben beschouwd: dat was vrij normaal.

    Veleda werd in de omgeving van Rome in verzekerde bewaring gehouden. Een Grieks epigram uit Ardea, even ten zuiden van Rome, bespot Veleda’s profetische gaven.noot Année Épigraphique 1953, 25. Er is wel beweerd dat dit erop wijst dat Ardea haar gevangenis was, maar dat is verre van zeker. Het betekent wel dat Veleda een algemeen bekend figuur was; Tacitus kon haar, zoals gezegd, bij zijn lezers bekend veronderstellen.

    En het is nogal wat, wat ze presteerde: de Romeinse generaal die de Bataafse Opstand kwam onderdrukken, onderhandelde met háár. Ze is een van de vroegste “grote vrouwen” uit de geschiedenis van de Lage Landen. Chris Houtman wijdde nog onlangs een trilogie aan haar: De Veleda-voorspelling (2020),  De Veleda-vloek (2020), De Veleda-erfenis (2021). Je zou denken: er zijn weleens standbeelden opgericht om minder. Misschien moeten we toch eens denken aan een monumentje in Winterswijk of zo.

    #BataafseOpstand #Bructeren #ChrisHoutman #Domitianus #GaiusRutiliusGallicus #Lippe #OlivierVanRenswoude #PubliusCorneliusTacitus #QuintusPetilliusCerialis #Tencteri #Veleda
  2. De Germanen (6) Religie

    Metalen godsbeeldje edelsmeedwerk  (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    [Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]

    Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.

    Ter zake nu. Wat weten we wel? ik denk het volgende.

    De Germaanse religie

    We hebben wat geschreven bronnen en zoals altijd zijn dat Griekse en Romeinse teksten, die vreemde culten op hun eigen wijze interpreteren. Publius Cornelius Tacitus noemt de Germaanse goden dus Hercules, Mars, Mercurius en Isis, al kent hij ook wat Germaanse namen (bijv. Baduhenna). Auteurs als hij presenteerden bovendien een selectie die aansloot bij thema’s die zij belangrijk vonden. Het viel hen bijvoorbeeld op dat monumentale tempels, die rond de Middellandse Zee normaal waren, in Germanië ontbraken. Archeologen hebben dit in zoverre bevestigd dat ze  alleen weinig opvallende heilige ruimtes hebben geïdentificeerd; een enkele keer is de herinnering aan een Germaanse cultusplek bewaard een plaatsnaam, zoals in het Gelderse Herwen, *Harh-wiha, “heilige ruimte”. Archeologen hebben die heilige ruimte een paar jaar geleden teruggevonden.

    Nauwelijks herkenbaar: een godsbeeldje (Landesmuseum, Bonn)

    Een volk zonder tempels: dat was voor de Grieken en Romeinen het bewijs voor absolute barbarij. Dat precies dit gegeven is opgeschreven, dient dus de portrettering van de Germanen als anti-Romein. Om diezelfde reden is er veel aandacht voor mensenoffers: aan het begin van onze jaartelling citeert Strabon van Amaseia een oudere beschrijving (Poseidonios van Apameia?) en Tacitus doet het nog eens dunnetjes over. Tot de slachtoffers behoorden krijgsgevangenen. Veenlijken bevestigen de realiteit van zulke offers, maar wat onduidelijk blijft is hoe ze functioneerden, welke kosmische orde erdoor moest worden bewaard of hersteld.

    We kennen de namen van enkele goden, maar weten weinig méér: het is als een christelijke heiligenkalender zonder legendes. De oppergod was in elk geval Wodan (Odin), die in de Romeinse bronnen werd gelijkgesteld aan Mercurius. We zouden Jupiter hebben verwacht, maar als dondergod was die gelijk aan Donar (Thor). Tîw was de Germaanse Mars, dus de god van vruchtbaarheid en oorlog. Nerthus was de naam van de aardgodin. Tacitus is er stellig over dat Isis werd vereerd en geleerden hebben haar gelijkgesteld aan de natuurgodin Freya, maar het is niet volledig uit te sluiten dat de Germanen via Griekse of Italische contacten de verering hebben overgenomen van deze van oorsprong Egyptische godin.

    Wijding aan Hludana (Museum van Xanten)

    Uit het Romeinse Rijnland – dus uit de marge van de Germaanse wereld – kennen we ongeveer 3000 inscripties met namen van Germaanse goden en godinnen, soms dubbel, zoals Mars Thingsus. Ze dateren merendeels uit de tweede en derde eeuw, en de goden die ik zojuist noemde (Wodan, Freya, Donar…), staan in de inscripties nergens vermeld. Een van de interessantere wél vermelde godheden is Hludana, waarvan Jacob Grimm opperde dat het de antieke voorganger is van het personage van Vrouw Holle. Die theorie is uit de mode geraakt.

    Archaic survivals

    Daarmee zijn we echter aangekomen bij het recentere bewijs: namelijk dat van de middeleeuwse bronnen en de archaic survivals in de latere volkscultuur. Wat betreft het laatste: er zijn in de negentiende eeuw nogal fantastische theorieën opgesteld, zoals dat Sinterklaas die te paard over de besneeuwde daken rijdt, eigenlijk Wodan is die op de achtbenige Sleipnir rijdt over de wolken. Merendeels zijn die theorieën verwezen naar het rijk der fabelen, maar misschien is men daar iets te snel mee geweest.

    De Germaanse oppergod Wodan/Odin op zijn paard Sleipnir, op een steen uit Ardre (Zweden)

    De middeleeuwse bronnen bieden ook solide informatie. Er zijn christelijke teksten, zoals de Utrechtse Doopbelofte, waarin de demonen staan opgesomd die dienen te worden afgezworen, en zo kennen we namen als Wodan en Donar. De belangrijkste verzameling teksten komt van IJsland: de Edda. Een voorname auteur is Snorri Sturluson, die rond 1200 allerlei oude verhalen heeft naverteld, waarbij hij de goden van weleer presenteerde alsof het mensen waren geweest. Daaraan (en aan allerlei Scandinavische sculptuur) danken we een groot deel van de Noordse mythologie.

    Hoewel de Noordse goden niet corresponderen met die uit de inscripties, is de Edda-mythologie relevant. De Scandinavische talen zijn namelijk al heel vroeg los komen staan van de andere Germaanse talen, en enkele oeroude verhalen zijn in het hoge noorden bewaard gebleven. Weliswaar aangepast en bewerkt, maar het wereldbeeld dat we tegenkomen in de Scandinavische teksten, past bij wat we weten over de continentale Germaanse samenleving. Ik stel me voor dat als een Nebisgast, om eens een Germaanse leider uit Nederland te noemen, een verhaal over de IJslandse Odin zou hebben gehoord, hij het zou hebben herkend als onderdeel van zijn eigen cultuur. Uiteraard is dit speculatie mijnerzijds.

    Ons verdwenen verleden

    Sinds men rond 1500 in het hertogdom Gelre parallellen ging trekken tussen de Bataven en Gelre, en waarschijnlijk al eerder, zijn de Germanen “ons” verleden. Op Java verrees Batavia, we hebben een Bataafse Republiek gehad, Batavus Droogstoppel is ons nationale alter ego en ik rijd op een Batavusfiets. Er bestaat een krant die Tubantia heet en een noordelijke provincie associeert zich met de Friezen. Ik kom uit Apeldoorn, waar straten zijn vernoemd naar Germaanse volken. Onze overgrootouders hebben weliswaar nooit een Hermannsdenkmal opgericht, maar tot voor kort begon het geschiedenisonderwijs met de Bataven, Chamaven,  Chauken, Eburonen, Franken, Friezen, Nerviërs en Saksen.

    Ze zijn gereduceerd tot bijzaak in het canonvenster limes. En dat betreur ik. Weliswaar ligt mijn eigen belangstelling meer bij de culturen rond de Middellandse Zee, maar dat maakt me niet blind voor het onloochenbare feit dat voor Nederlanders en Vlamingen het allervoornaamste erfgoed Germaans is: onze taal. Dat kun je niet zomaar opgeven, want dan geef je een belangrijk stuk op van je eigen identiteit. Ik heb het idee dat we, door de eenzijdige nadruk die de laatste kwart eeuw is gelegd op het Romeinse verleden, iets te veel hebben prijsgegeven.

    PS

    Een schatkamer aan informatie over de Germaanse taal is Taaldacht. Samensteller Olivier van Renswoude plaatste daar ook een vertaling van de Beowulf. Wie meer wil weten over de Germaanse wereld, kan het beste met dat gedicht beginnen.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Zuil van Trajanus (en meer)

    augustus 16, 2024
    De Romeinse Isis

    december 9, 2023
    Domitianus (1): Corona civica

    december 19, 2021 Deel dit: #archaicSurvival #Donar #Eburonen #Edda #Franken #Freya #Friezen #GermaanseTalen #Hermannsdenkmal #Herwen #Hludana #Isis #JacobGrimm #mensenoffer #Nebisgast #Nerthus #NoordseMythologie #Odin #OlivierVanRenswoude #PoseidoniosVanApameia #PubliusCorneliusTacitus #Saksen #Sleipnir #SnorriSturluson #StrabonVanAmaseia #Thor #UtrechtseDoopbelofte #VrouwHolle #Wodan
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.