#tertullianus — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #tertullianus, aggregated by home.social.
-
Spoliatio Aegyptiorum
Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.
Jeruzalem versus Athene
Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.
Tertullianus had het vooral over de Grieks-Romeinse filosofie, die hij niet zonder reden verantwoordelijk hield voor allerlei zijns inziens incorrecte opvattingen. De vraag was echter breder en gold ook voor bijvoorbeeld joden. Tertullianus’ tijdgenoot Yehuda ha-Nasi stelde de Mishna samen, die toonde hoe joods leven mogelijk was in een wereld waarin niet-joden de macht hadden. Anders dan Tertullianus, die de Romeinse wereld afwees, toonde Yehuda dat zulke bezwaren er niet altijd hoefden zijn.
Jeruzalem en Athene
Dat was ook de lijn van degenen die het christendom probeerden uit te leggen. Ze moesten zich daarbij noodzakelijkerwijs bedienen van het jargon en de denkbeelden van hun doelgroep. En dat deden ze. Christelijke denkers herfomuleerden het geloof met het filosofische termenapparaat van hun tijd. Ambrosius, de bisschop van Milaan, gaf bijvoorbeeld een allegorische uitleg van de Bijbel, die hij daardoor in lijn bracht met het in zijn tijd populaire neoplatonisme.
Uiteraard was daarop kritiek. Allegorese was ook in de Oudheid een omstreden methode om teksten te interpreteren – of te laten “buikspreken”, zoals de critici het zouden hebben kunnen verwoorden. Ambrosius’ leerling Augustinus formuleerde echter een antwoord, waarbij hij wees op een passage uit het Bijbelboek Exodus. De Israëlieten hebben van de koning van Egypte, wiens land tien plagen heeft doorstaan, toestemming gekregen het land te verlaten.
Toen pakten de Israëlieten hun baktroggen, met daarin het nog ongedesemde deeg, wikkelden die in kleren en namen ze op de schouders. Ze hadden gedaan wat Mozes had opgedragen en de Egyptenaren om zilveren en gouden sieraden en om kleren gevraagd. En de Heer had ervoor gezorgd dat de Egyptenaren hun goedgezind waren, zodat ze op hun verzoek ingingen. Zo beroofden ze de Egyptenaren.noot Exodus 12:34-36; NBV21.
Dit is dus de Spoliatio Aegyptiorum. Augustinus las deze passage (niet als eerste) als een legitimatie om alles wat hij kon gebruiken uit het heidense erfgoed over te nemen, zoals de neoplatoonse filosofie én de methoden van niet-christelijke denkers. Augustinus is een van de diepzinnigste en scherpzinnigste denkers uit de Oudheid, maar de ironie dat hij het gebruik van allegorie rechtvaardigde door middel van allegorie, lijkt hem te zijn ontgaan.
[Dit stukje ging natuurlijk alleen maar indirect over het Nieuwe Testament, maar soit. Een overzicht van die stukjes is hier.]
#allegorese #Ambrosius #Augustinus #Exodus #Mishna #neoplatonisme #SpoliatioAegyptiorum #Tertullianus #YehudaHaNasi -
Bleef Paulus in Rome? (2)
Paulus (Teseum, Tongeren)In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.
Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero
De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.
Door jaloezie en afgunst werden de grootste en rechtvaardigste steunpilaren van de kerk vervolgd en vochten zij tot de dood toe. Laten we de goede apostelen voor ogen houden: Petrus, die vanwege onrechtvaardige jaloezie niet één of twee, maar vele beproevingen onderging, en nadat hij zo zijn getuigenis had afgelegd, naar de glorieuze plaats ging die hem toekwam. Door jaloezie en strijd wees Paulus de weg naar de prijs van volharding; zevenmaal zat hij in de boeien, hij werd verbannen, hij werd gestenigd, hij was een verkondiger zowel in het Oosten als in het Westen, hij verwierf de edele roem van zijn geloof, hij onderwees de hele wereld in gerechtigheid, en toen hij de grenzen van het Westen had bereikt, legde hij zijn getuigenis af voor de heersers, en zo verliet hij de wereld en werd hij opgenomen in de Heilige Plaats, het grootste voorbeeld van volharding.noot 1 Clemens 5.2-7.
Deze christelijke auteur, één generatie na de gebeurtenis, kon het martelaarschap van Paulus dus bekend veronderstellen. Maar Clemens noemt noch Rome, noch Nero, en als je alleen de twee Bijbelteksten zou kennen die ik aanhaalde in de eerste alinea van het vorige blogje, zou je concluderen dat Paulus verder is gereisd naar Spanje en daar aan zijn einde gekomen.
Iets jonger (vermoedelijk) is de Brief aan de Romeinen van Ignatius van Antiochië, die in Syrië gevangen is genomen en op transport is gezet naar Rome. De arrestant schrijft dat hij hoopt door de beesten te worden verscheurd en zegt verder dat hij zijn Romeinse penvrienden geen instructies zal geven, zoals Petrus en Paulus deden. De vergelijking impliceert dat de apostelen zijn gemarteld, en dat de ontvangers van de brief dat wisten. Het enige dat dus vaststaat is dat ten tijde van Domitianus en Trajanus bekend kon worden verondersteld dat Paulus gewelddadig ter dood was gebracht.
Het begin van de traditie
We moeten, als ik het goed zie, ongeveer driekwart eeuw wachten op de volgende aanwijzing: de tekst die bekendstaat als Handelingen van Paulus. Deze tekst is fragmentarisch bekend, maar het slot is overgeleverd en bevat voor het eerst de elementen die we herkennen uit de latere traditie: Paulus is in Rome, waar hij op last van Nero wordt onthoofd. De aanleiding is dat hij een hoveling uit de dood heeft opgewekt (het verhaal is een kopie van een incident genoemd in de Handelingen van de Apostelennoot Handelingen 20.9.) waarna Nero onderzoek instelt. Paulus legt uit dat de wereld door vuur zal worden verwoest (ekpyrosis), waarop Nero de apostel laat onthoofden en enkele christelijke soldaten laat verbranden. Sommige Romeinen protesteren. Daarna verschijnt Paulus nog eens aan Nero en diens hoffilosofen en ook aan enkele rouwende christenen.noot Handelingen van Paulus 10. Hier ontstaat dus de traditie, en over de datering weten we alleen dat deze tekst kort voor 200 is geschreven, aangezien Tertullianus de tekst, volgens hem recent gepubliceerd, veroordeelt.
Even later, begin derde eeuw, is er een kort fragment van Gaius, dat wordt geciteerd in de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea. Ik heb het al eens eerder vermeld:
Ik kan je de trofeeën van de apostelen aanwijzen. Als je de moeite neemt de Vaticaanse Weg of de weg naar Ostia te nemen, zul je de trofeeën zien van degenen die de kerk stichtten.
Dit is consistent met de locatie van de twee basilieken, de Sint-Pieter en de Sint-Paulus. Ik zie geen reden te betwijfelen dat Constantijn de Grote de kerken heeft laten bouwen op plaatsen die in de tweede eeuw al werden vereerd.
Impasse
Toen ik dit blogje begon te schrijven, ging ik ervan uit dat de interpretatie er een zou zijn zoals die rond Petrus in Rome: eigenlijk weten we alleen dat hij ter dood is gebracht, maar naarmate de tijd verstrijkt, worden de verhalen steeds preciezer. Mensen waren ontevreden met het weinige dat ze wisten en voegden steeds meer details toe. Die interpretatierichting maakt Petrus’ verblijf in Rome net zo verdacht als de steeds nauwkeurigere locatie van Tartessos en de groei van het sprookje van Archimedes’ brandspiegels. Ik vermoedde dat het met Paulus niet anders zou zijn: steeds meer details en de verdenking dat alles bedacht is door mensen die ontevreden waren over het weinige dat ze wél wisten. Zo werkt legendevorming nou eenmaal.
Maar nu ik eens rustig kijk naar de Handelingen van Paulus, krijg ik toch een andere indruk. De auteur van die late bron lijkt onafhankelijk van Tacitus een herinnering te bewaren aan een gebeurtenis waarbij Nero enkele christenen liet verbranden en de stedelijke bevolking protesteerde. De auteur van de Handelingen van Paulus lijkt niets te weten van de stadsbrand en verklaart de vorm van de executies daarom vanuit Paulus’ aankondiging van een wereldbrand. We hebben, lijkt mij, minimaal een onafhankelijke traditie voor Nero’s executies.
Dat maakt de opmerking dat ook Paulus toen om het leven kwam, misschien net een tikje plausibeler. Deze auteur wist blijkbaar iets over de gebeurtenissen van een eeuw daarvoor. Het is echter geen doorslaggevend bewijs voor Paulus’ dood in Rome.
Pleit dit vóór de traditie, er pleit ook iets tegen. Het gebeente in de sarcofaag is te jong. Dat betekent dat er in de tweede eeuw geen herinnering was aan het feitelijke graf. Het kan dus zijn dat Paulus is gedood in Spanje, want 1 Clemens laat zich moeilijk anders lezen. Het kan echter óók zijn dat Clemens die westelijke dood vermeldde omdat hij had gelezen dat Paulus het voornemen had naar Spanje te reizen.
De conclusie van deze twee blogjes is dus dat we niet kunnen aannemen dat Paulus ten tijde van Nero in Rome is gedood, maar dat we ook niet kunnen aannemen dat het niet zo was. Zoals zo vaak: we weten het niet.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Domitianus (3): Jeugd
december 22, 2021
Romeinse soldaten
mei 19, 2012
Het Aramees: de eerste wereldtaal
april 14, 2021 Deel dit: #brandVanRome #ConstantijnDeGrote #EersteBriefVanClemens #ekpyrosis #EusebiosVanCaesarea #HandelingenVanPaulus #IgnatiusVanAntiochië #interpretatierichting #martelaarschap #Nero #Paulus #Petrus #PubliusCorneliusTacitus #Rome #SintPaulusBuitenDeMuren #Tertullianus -
Bleef Paulus in Rome? (2)
Paulus (Teseum, Tongeren)In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.
Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero
De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.
Door jaloezie en afgunst werden de grootste en rechtvaardigste steunpilaren van de kerk vervolgd en vochten zij tot de dood toe. Laten we de goede apostelen voor ogen houden: Petrus, die vanwege onrechtvaardige jaloezie niet één of twee, maar vele beproevingen onderging, en nadat hij zo zijn getuigenis had afgelegd, naar de glorieuze plaats ging die hem toekwam. Door jaloezie en strijd wees Paulus de weg naar de prijs van volharding; zevenmaal zat hij in de boeien, hij werd verbannen, hij werd gestenigd, hij was een verkondiger zowel in het Oosten als in het Westen, hij verwierf de edele roem van zijn geloof, hij onderwees de hele wereld in gerechtigheid, en toen hij de grenzen van het Westen had bereikt, legde hij zijn getuigenis af voor de heersers, en zo verliet hij de wereld en werd hij opgenomen in de Heilige Plaats, het grootste voorbeeld van volharding.noot 1 Clemens 5.2-7.
Deze christelijke auteur, één generatie na de gebeurtenis, kon het martelaarschap van Paulus dus bekend veronderstellen. Maar Clemens noemt noch Rome, noch Nero, en als je alleen de twee Bijbelteksten zou kennen die ik aanhaalde in de eerste alinea van het vorige blogje, zou je concluderen dat Paulus verder is gereisd naar Spanje en daar aan zijn einde gekomen.
Iets jonger (vermoedelijk) is de Brief aan de Romeinen van Ignatius van Antiochië, die in Syrië gevangen is genomen en op transport is gezet naar Rome. De arrestant schrijft dat hij hoopt door de beesten te worden verscheurd en zegt verder dat hij zijn Romeinse penvrienden geen instructies zal geven, zoals Petrus en Paulus deden. De vergelijking impliceert dat de apostelen zijn gemarteld, en dat de ontvangers van de brief dat wisten. Het enige dat dus vaststaat is dat ten tijde van Domitianus en Trajanus bekend kon worden verondersteld dat Paulus gewelddadig ter dood was gebracht.
Het begin van de traditie
We moeten, als ik het goed zie, ongeveer driekwart eeuw wachten op de volgende aanwijzing: de tekst die bekendstaat als Handelingen van Paulus. Deze tekst is fragmentarisch bekend, maar het slot is overgeleverd en bevat voor het eerst de elementen die we herkennen uit de latere traditie: Paulus is in Rome, waar hij op last van Nero wordt onthoofd. De aanleiding is dat hij een hoveling uit de dood heeft opgewekt (het verhaal is een kopie van een incident genoemd in de Handelingen van de Apostelennoot Handelingen 20.9.) waarna Nero onderzoek instelt. Paulus legt uit dat de wereld door vuur zal worden verwoest (ekpyrosis), waarop Nero de apostel laat onthoofden en enkele christelijke soldaten laat verbranden. Sommige Romeinen protesteren. Daarna verschijnt Paulus nog eens aan Nero en diens hoffilosofen en ook aan enkele rouwende christenen.noot Handelingen van Paulus 10. Hier ontstaat dus de traditie, en over de datering weten we alleen dat deze tekst kort voor 200 is geschreven, aangezien Tertullianus de tekst, volgens hem recent gepubliceerd, veroordeelt.
Even later, begin derde eeuw, is er een kort fragment van Gaius, dat wordt geciteerd in de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea. Ik heb het al eens eerder vermeld:
Ik kan je de trofeeën van de apostelen aanwijzen. Als je de moeite neemt de Vaticaanse Weg of de weg naar Ostia te nemen, zul je de trofeeën zien van degenen die de kerk stichtten.
Dit is consistent met de locatie van de twee basilieken, de Sint-Pieter en de Sint-Paulus. Ik zie geen reden te betwijfelen dat Constantijn de Grote de kerken heeft laten bouwen op plaatsen die in de tweede eeuw al werden vereerd.
Impasse
Toen ik dit blogje begon te schrijven, ging ik ervan uit dat de interpretatie er een zou zijn zoals die rond Petrus in Rome: eigenlijk weten we alleen dat hij ter dood is gebracht, maar naarmate de tijd verstrijkt, worden de verhalen steeds preciezer. Mensen waren ontevreden met het weinige dat ze wisten en voegden steeds meer details toe. Die interpretatierichting maakt Petrus’ verblijf in Rome net zo verdacht als de steeds nauwkeurigere locatie van Tartessos en de groei van het sprookje van Archimedes’ brandspiegels. Ik vermoedde dat het met Paulus niet anders zou zijn: steeds meer details en de verdenking dat alles bedacht is door mensen die ontevreden waren over het weinige dat ze wél wisten. Zo werkt legendevorming nou eenmaal.
Maar nu ik eens rustig kijk naar de Handelingen van Paulus, krijg ik toch een andere indruk. De auteur van die late bron lijkt onafhankelijk van Tacitus een herinnering te bewaren aan een gebeurtenis waarbij Nero enkele christenen liet verbranden en de stedelijke bevolking protesteerde. De auteur van de Handelingen van Paulus lijkt niets te weten van de stadsbrand en verklaart de vorm van de executies daarom vanuit Paulus’ aankondiging van een wereldbrand. We hebben, lijkt mij, minimaal een onafhankelijke traditie voor Nero’s executies.
Dat maakt de opmerking dat ook Paulus toen om het leven kwam, misschien net een tikje plausibeler. Deze auteur wist blijkbaar iets over de gebeurtenissen van een eeuw daarvoor. Het is echter geen doorslaggevend bewijs voor Paulus’ dood in Rome.
Pleit dit vóór de traditie, er pleit ook iets tegen. Het gebeente in de sarcofaag is te jong. Dat betekent dat er in de tweede eeuw geen herinnering was aan het feitelijke graf. Het kan dus zijn dat Paulus is gedood in Spanje, want 1 Clemens laat zich moeilijk anders lezen. Het kan echter óók zijn dat Clemens die westelijke dood vermeldde omdat hij had gelezen dat Paulus het voornemen had naar Spanje te reizen.
De conclusie van deze twee blogjes is dus dat we niet kunnen aannemen dat Paulus ten tijde van Nero in Rome is gedood, maar dat we ook niet kunnen aannemen dat het niet zo was. Zoals zo vaak: we weten het niet.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
#brandVanRome #ConstantijnDeGrote #EersteBriefVanClemens #ekpyrosis #EusebiosVanCaesarea #HandelingenVanPaulus #IgnatiusVanAntiochië #interpretatierichting #martelaarschap #Nero #Paulus #Petrus #PubliusCorneliusTacitus #Rome #SintPaulusBuitenDeMuren #Tertullianus -
Pontius Pilatus (6) Besluit
Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]
Prefect
Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.
De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:
. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.
Vroegchristelijke bronnen
En dan is er de vroegchristelijke literatuur. De auteur Tertullianus beweert in zijn Apologeticum dat Pontius Pilatus in zijn hart eigenlijk een christen was geweest. De kerkhistoricus Eusebios van Caesarea “weet” dat Pilatus zelfmoord pleegde uit berouw over de executie van Jezus.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 2.7.1. Augustinus, de invloedrijke bisschop van Hippo, rangschikt Pilatus in een van zijn preken onder de profeten.noot Preek 201.
Het zogenaamde graf van Pilatus in VienneNog latere bronnen beweren dat Pilatus is verbannen naar Gallië, waar men in Vienne zelfs een graf aanwijst. In het gebied van de westelijke Alpen was in de Middeleeuwen een soort verering van de Romeinse magistraat, zodat we ook een berg kennen die Pilatus heet.
In de Dom van Spiers heeft Pilatus de trekken van NapoleonZo zijn er meer legendes. Die bevatten geen van alle informatie die relevant is voor de reconstructie van Pilatus’ leven. Ze documenteren vooral hoe christelijke schrijvers de Romeinse gezagdrager benutten als getuige dat de christenen geen gekruisigde crimineel aanbaden. Pilatus’ aarzeling, ooit, in Jeruzalem, moest bewijzen dat christenen geen bedreiging vormden voor de Romeinse samenleving.
De Handelingen van Pilatus
Ten slotte is er de tekst die bekendstaat als de Handelingen van Pilatus, een soort verslag van de dood van Jezus, waarin Pontius Pilatus sympathie betoont voor degenen die niet willen dat Jezus wordt gekruisigd. De tekst dateert uit de Late Oudheid, vermoedelijk de vijfde eeuw. Maar er is iets raars mee aan de hand: ze wordt geciteerd in de tweede eeuw. De christelijke auteur Justinus de Martelaar verwijst er tweemaal naar in zijn Eerste Apologie. Hij vertelt dat Pilatus in zijn Handelingen bevestigt dat soldaten hebben gedobbeld om Jezus’ kleed en dat Jezus de lammen had doen lopen, de stommen had doen spreken, de blinden had laten zien, de melaatsen had genezen en de doden had laten herleven.
De genoemde wonderen behoren tot het antieke standaardrepertoire – ook keizer Vespasianus zou een lamme hebben laten lopen en een blinde hebben laten zien. Ik zou vreemd opkijken als de door Justinus aangehaalde tekst werkelijk het rapport was dat een zelfingenomen Pontius Pilatus naar keizer Tiberius heeft verzonden. Zo’n brief is er vast en zeker geweest, en daarin kan heus hebben gestaan dat aan de “koning der Joden” wonderbaarlijke genezingen werden toegeschreven, maar het is moeilijk voorstelbaar dat Justinus dat ambtsbericht in de Romeinse rijksarchieven zou hebben weten terug te vinden. Maar hij kan een oerversie van de vijfde-eeuwse Handelingen van Pilatus hebben gelezen, en dan hebben we een mooie aanwijzing voor het ontstaan van de christelijke literatuur – meer precies, voor een heel vroege christelijke briefroman.
Tot slot
Pontius Pilatus is een mooi voorbeeld van wat we eigenlijk weten over de Oudheid. Als hij niet iemand had laten kruisigen die later door honderden miljoenen als een godheid zou worden vereerd, zou hij volstrekt vergeten zijn. Voor de lezers van Filon van Alexandrië en Flavius Josephus was hij een Romeinse bestuurder waarvan er dertien gingen in een Romeins dozijn, met een aantal historiografische complicaties (mandaat? speelruimte?) waarvan er ook dertien gaan in een oudheidkundig dozijn.
Combineer de vooringenomenheid van de bronnen met het betrekkelijke toeval waarmee die bronnen tot ons zijn gekomen. De conclusie moet zijn: de informatie die we hebben over de Oudheid is nogal willekeurig. We weten simpelweg niet of we documentatie hebben over de belangrijkste gebeurtenissen, personen en ideeën.
Dit probleem staat bekend als de positivistische misvatting: het idee dat je er als geschiedkundige wel bent als je een verhaal baseert op bronnen. Maar dat is naïef positivisme. De impliciete aanname is dat de tot ons gekomen bronnen niet alleen representatief zijn, maar ook onbevooroordeeld. En zo is het dus niet. Voor elke Pilatus zijn tientallen bestuurders die niet van de vergetelheid zijn gered door een opvallend doodvonnis.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Hercules van Magusa?
juli 17, 2025
Slavernij
juli 12, 2018
Vijf broden, twee vissen
januari 18, 2026 Deel dit: #Augustinus #CaesareaMaritima #EusebiosVanCaesarea #inscriptie #Judea #JustinusDeMartelaar #naïefPositivisme #PontiusPilatus #positivistischeMisvatting #prefect #procurator #Tertullianus #Vienne -
De hoofddoek (2)
Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden doorgaans met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.
Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt wel uit de teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.
Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)
Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:
Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.
Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze de details bespraken, adviseert Paulus de mensen om zich aan de norm te houden. Anders gezegd: het was in Korinthe niet langer vanzelfsprekend. Het advies staat bovendien niet op zichzelf. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, aan niet-getrouwde vrouwen.
Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.
[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
II Parthica, Romes strategische reserve
juli 9, 2025
Simon de Magiër
maart 10, 2024
Moord op de Nijl
februari 16, 2020 Deel dit: #canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten