home.social

#antes — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #antes, aggregated by home.social.

  1. De eerste Bulgaren

    Gouden beker uit de Pereshchepina-schat (kopie; Nationaal Historisch Museum, Sofia)

    [Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    De tweede etnogenese

    In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.

    De man was gedoopt en kon met de steun van keizer Herakleios zijn rijk vanuit zuidelijk Rusland uitbreiden langs de Zee van Azov tot aan de Beneden-Dnjepr. De vorst, khan, had een hoofdstad Fanagoria op het Tamanschiereiland, goed bereiken voor schepen uit Constantinopel. De schat die in Pereshchepina in Oekraïne is gevonden, behoorde toe aan Kubrat.

    Kubrats superfederatie overleefde zijn stichter niet. Toen hij ergens rond 655 overleed en er een nieuw volk uit Centraal-Azië aankwam (de Khazaren), viel Groot-Bulgarije uiteen in vijf delen, wat in onze bronnen wordt beschreven als een over vijf zonen verdeelde erfenis. Dat is niet in tegenspraak met het idee dat het leger van Groot-Bulgarije uiteenviel en op zoek ging naar betaalheren. Eén groep sloot zich aan bij de Avaren, een tweede verhuurde zich in Italië aan de Langobarden, een derde voegde zich bij de Khazaren, een vierde trok noordwaarts naar de Wolga, een vijfde groep, onder leiding van Kubrats zoon of kleinzoon Asparuch, trok langs de Zwarte Zee verder en bereikte de benedenloop van de Donau.

    Asparuch

    Clustering en ontclustering. De Bulgaren hadden voorgoed uit de geschiedenis kunnen verdwijnen. De Wolgagroep groeide echter uit tot een vroege staat, die een belangrijke rol zou spelen in de handel tussen de Noormannen en het Kalifaat. Over de vroege staat die aan de Donau zou ontstaan, zijn we zelfs goed op de hoogte.

    Dankzij de eerder dit jaar gepubliceerde Maronitische Wereldkroniek weten we dat Asparuchs Bulgaren de Donau overstaken in april 681, terwijl keizer Konstantijn IV, aanwezig was bij het Derde Concilie van Constantinopel. Hij voer snel naar het noorden, bereikte de Donaumonding en sloeg zijn kamp op tegenover dat van khan Asparuch. Daar werd de keizer ziek en hij verliet zijn kamp, waarna het leiderloze Byzantijnse leger werd verslagen. Konstantijn was gedwongen de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de Donau te erkennen en kocht Asparuch af met jaarlijkse betalingen.

    Die bezat nu het goud om concurrerende leiders uit te kopen en te beginnen aan de opbouw van een bescheiden staatsapparaat: een vroege staat was aan het ontstaan. Vanuit zijn residentie in Pliska regeerde Asparuch over het gebied tussen de Donau en het Balkangebergte, waar een eeuw eerder de Antes zich tussen de laat-Romeinse bevolking hadden gevestigd. Verder naar het westen voelden andere Slavische groepen zich bedreigd door de Bulgaren en organiseerden de Serviërs en Kroaten, net bevrijd van de Avaren, zichzelf om weerstand te bieden.

    De zomerresidentie van de Bulgaarse khan bij Silistra aan de Donau

    Het ontstaan van Bulgarije

    Allerlei niet-christelijke graven zijn wel aangewezen als bewijs voor de Bulgaarse migratie, maar inmiddels staat voldoende vast dat de grens tussen christenen en heidenen niet samenviel met die tussen Byzantijnen en noorderlingen, dus dit argument is minder sterk dan het lijkt. Evengoed was de kerstening van de Bulgaren voor zowel de patriarch van Constantinopel als de keizer een belangrijk beleidsdoel.

    Wie er ondertussen met Asparuch mee waren gekomen, weten we niet goed. In zijn legergroep worden een stuk of acht verschillende stammen genoemd. Ze zijn allemaal vergeten, en de afstammelingen van de migranten zouden zich steeds meer gaan bedienen van de Slavische talen die al in hun nieuwe land werden gesproken. Ze slavificeerden.

    Feitelijk had een derde etnogenese plaatsgevonden: de huidige staat Bulgarije kan met enig recht claimen op de schouders te staan van een negentiende-eeuwse staat, die teruggreep op het Tweede Bulgaarse Rijk uit de Late Middeleeuwen, die weer teruggreep op het Eerste Bulgaarse Rijk waarvoor Asparuch de grondslagen legde en dat in de Vroege Middeleeuwen een eigen vorm van christendom vond.

    Namen en identiteiten

    Asparuchs rijk greep op zijn beurt weer terug op het rijk van Kubrat dat, na de Avaarse storm, weer teruggreep op de Bulgaren die met de Hunnen waren meegekomen. De naam “Bulgaren” bestaat dus al ruim anderhalf millennium, maar verwijst naar steeds andere mensen op steeds andere plaatsen.

    Feitelijk hebben we het over de vraag wat een etnische continuïteit is. Dat is niet alleen een naam, ze bestaat ook uit taal, toegeschreven lichamelijke kenmerken, statussymbolen en andere uiterlijke vormen, religie, gedeelde waarden, afstamming en vaak een claim op land. En dit alles moet niet alleen door de groep zelf worden erkend, maar idealiter ook door andere groepen. U kunt zelf de politieke problemen wel uittekenen, want lang niet iedereen is het over alles eens. Maar met dit voorbehoud, en nog wat andere slagen om de arm, denk ik dat verdedigbaar is dat voor de Bulgaren de continuïteit begint in het Eerste Bulgaarse Rijk.

    [Waarom deze reeks van zes blogjes, zult u zeggen. Nou, ik organiseer volgend jaar een reis naar Bulgarije en wilde toch eens uitgezocht hebben hoe al die stammen, volken, superfederaties in elkaar grepen.]

    #Antes #Asparuch #Avaren #Bulgaren #continuïteit #DerdeConcilieVanConstantinopel #Donau #EersteBulgaarseRijk #Fanagoria #Herakleios #kerstening #Khazaren #KonstantijnIV #Kubrat #MaronitischeWereldkroniek #Pliska #SlavischeTalen #WalterPohl #Wolga
  2. De proto-Bulgaren

    Gesp uit Zuid-Rusland, waar de Bulgaren in de zesde eeuw woonden (Neues Museum, Berlijn)

    [Dit is het voorlaatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    In de vorige vier blogjes heb ik geprobeerd in kaart te brengen wat we weten kunnen over de geschiedenis van de Slavischsprekenden vanaf hun Urheimat rond de Pripjatmoerassen tot het moment waarop ze, onder de vleugels van de Avaren naar het Balkanschiereiland kwamen. Migratie speelde een heel belangrijke rol, maar ook wat ik “slavificering” heb genoemd: dat mensen de taal en gewoontes van hun Slavische buren overnamen. Dat speelde zeker een rol bij de laatste groep migranten die ik wil behandelen: de Bulgaren. Maar eerst iets anders: de vorming van vroege staten.

    Vroege staten

    Stammen clusterden tot superfederaties, die vielen weer uiteen, de stammen herclusterden en vervolgens viel opnieuw een superfederatie uiteen. Dat was echter geen eeuwige cyclus. In elk geval in wat ooit de Romeinse wereld was geweest, kwam er vanaf de zesde eeuw een einde aan. In het westen consolideerden de Visigoten hun macht in het Rijk van Toledo en de Franken deden dat in het gebied dat naar hen is vernoemd. Ze zijn te typeren als “vroege staat”, en hun zelforganisatie was deels te danken aan samenwerking met de christelijke kerk.

    Ook in Oost-Europa ontstonden vroege staten, zij het wat later. Toen de Avaren in 626 hun hand hadden overspeeld in een mislukte poging Constantinopel in te nemen, viel ook deze superfederatie uiteen en maakten de Slavische groepen zich los. Karinthië had de primeur, al snel gevolgd door het rijk van koning Samo – naar verluidt een Frank – in het gebied van de Praag-cultuur: Moravië, Bohemen en de vallei van de Elbe. Iets later ontstonden ook Groot-Moravië, het hertogdom Kroatië en het prinsdom Servië. De eerste leiders van deze vroege staten bouwden krediet op in de strijd tegen weer een groep nieuwkomers: de Bulgaren.

    De proto-Bulgaren

    Een superfederatie, uiteraard: een clustering van diverse groepen onder een charismatische leider. Daarover straks. Eerst iets over de voorgeschiedenis, en die is volslagen onduidelijk. We lezen namelijk ook over Onoguren, Utiguren en Cutriguren. Wellicht waren de Bulgaren ooit een deelgroep van een van deze stammen, of omgekeerd: dit waren Bulgaarse deelgroepen. Stamsamenlevingen zijn nu eenmaal fluïde. Het helpt niet dat latere Byzantijnse en Armeense auteurs (zoals Mozes van Chorene) de uiteenlopende noordelijke groepen, ongeacht de naam die ze zelf gebruikten, aanduiden met anachronismen als Skythen of Geten. Feitelijk weten we alleen dat er in de vijfde eeuw een kerngroep was die de Bulgaarse tradities bewaarde (de “Traditionskern”).

    De drie gur-namen en de naam “Bulgaar”, waarvoor diverse nooit helemaal overtuigende etymologieën zijn geopperd, suggereren dat we te maken hebben met mensen die een taal spraken die behoorde tot de Turkse taalfamilie. Dat past goed bij het vermoeden dat de kerngroep vanuit Centraal-Azië westwaarts is gekomen in het zog van de Hunnen. Toen het DNA-bewijs erbij kwam, bleek echter dat de eerste Bulgaren vooral verwant waren met de bevolking van Europa. Het een sluit het ander niet uit: een oostelijke krijgerselite kan heel wel zijn gefuseerd met mensen uit het zuiden van Rusland.

    Want het zuiden van Rusland, ten zuidoosten van de Slavische Penkivka-cultuur, dat is waar de Bulgaren woonden na het uiteenvallen van de Hunse superfederatie. In 480 nam keizer Zeno I Bulgaren in dienst om af te rekenen met enkele Gotische groepen, maar deze huurlingen werden verslagen. Ze hadden nu echter de weg naar het Donaugebied ontdekt, en in de volgende decennia waren er allerlei Bulgaarse invallen en plundertochten. Schrijvend in 551 heeft Jordanes het over “de dagelijkse moeilijkheden met de Bulgaren, Antes en Sclaveni”.noot Jordanes, Romana 388.

    Nog geen tien jaar later hadden de Byzantijnen grotere moeilijkheden: de Avaarse superfederatie kwam naar het westen. Volgens Menandros Protektor versloegen ze de Onoguren, om vervolgens door het gebied van de Antes verder te trekken noot Menandros, fragment 5. Waar de Slavische volken westwaarts trokken (de Ipoteşti-Cândeşti-cultuur), lijken de Bulgaren in hun gebied te zijn gebleven. Voor wat het waard is noteer ik dat de Avaarse leider Baian zou claimen dat de Utiguren en Cutriguren hem tribuut betaalden. Wat dit betekent voor de Bulgaren, is onduidelijk omdat de verhouding tussen de Bulgaren, Onoguren, Utiguren en Cutriguren onduidelijk is. Daarom gebruiken oudheidkundigen en mediëvisten voor deze vroege fase van de Bulgaarse geschiedenis wel de naam Proto-Bulgaars.

    [Dit blogje wordt vanmiddag afgerond.]

    #Antes #Avaren #Baian #Bulgaren #DNAOnderzoek #Jordanes #MenandrosProtektor #MozesVanChorene #PenkivkaCultuur #PraagCultuur #Traditionskern #vroegeStaat #ZenoI
  3. De Slavische volken (4) Oorzaken

    Onscherpe foto van een Slavische mantelspeld (Militair Museum, Belgrado)

    [Dit is het vierde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    Een oorzaak?

    Als ik de vorige drie blogjes mag samenvatten:

    • rond 550 woonden de Slavischsprekenden van de Elbe in het noordwesten tot over de Dnjepr in het zuidoosten,
    • met de Avaarse migratie trok de groep die aan de Zwarte Zee woonde, langs de Donau naar het westen

    De hamvraag is: hoe konden de Slaven zich vanuit de Pripjatmoerassen verspreiden naar zo’n groot gebied? Er zal van alles hebben gespeeld, maar ik denk dat ik drie factoren kan noemen.

    1. Zolang het Romeinse Rijk de Rijngrens bewaakte, was er emplooi voor Przeworsk-Germanen, zodat mensen uit het Elbegebied naar het westen kwamen. Dat schiep in de vierde eeuw ruimte voor de Veneti/Wenden.
    2. In het midden van de vijfde eeuw raakten door de aankomst van de superfederatie van de Hunnen allerlei groepen verplaatst.
    3. Tot slot is er de demografische catastrofe die zich voltrok rond het midden van de zesde eeuw: de Justiniaanse Epidemie ofwel de Builenpest. Deze was gelijktijdig met een klimaatcrisis.

    Grote gebieden lagen open voor kolonisten en dan hadden de boeren met de genoemde eenvoudigste technieken de beste kansen: zij konden zich op de meeste plekken vestigen. De Slavische expansie lijkt zo feitelijk het succes van de best-aanpasbare landbouw te zijn geweest, maar het vraagteken in de paragraafkop staat er natuurlijk niet voor niets.

    Terug in de tijd

    Kunnen we van de in het vorige blogje genoemde verzameling archeologische culturen uit de late zesde eeuw terug? Vermoedelijk wel. Al die archeologische culturen gaan terug op wat bekendstaat als de Kyiv-cultuur, die we kunnen plaatsen vanaf pakweg 100 na Chr. tot de aankomst van de Hunnen. Dat de Kyiv-mensen een Slavische taal spraken, valt vrij aannemelijk te maken.

    Met de Slavische talen geassocieerde archeologische culturen (klik=groot)

    Archeologisch kunnen we namelijk nog wat dieper het verleden in. De Kyiv-cultuur kwam voort uit de Zarubintsy-cultuur, die we mogen plaatsen tussen 300 v.Chr. en 100 na Chr. Het gebied van die cultuur komt mooi overeen met gebied waar de meeste Proto-Slavische riviernamen zijn te vinden: de Urheimat. Dat is een sterke aanwijzing dat de Zarubintsy-mensen een vroege Slavische taal spraken, die ze via de Kyiv-cultuur hebben doorgegeven aan de mensen van de in het vorige blogje genoemde archeologische culturen, dus de mensen waarover ook Jordanes het heeft.

    Er is geen consensus over wat er aan de Zarubintsy-cultuur voorafgaat. Ik ga er ook niet over speculeren, want met zes blogjes is dit al een te lang opstel. Maar we blijven zitten met een gat van pakweg een millennium tussen het moment waarop het Proto-Slavisch gescheiden raakte van het Proto-Baltisch en andere Indo-Europese proto-talen en het moment waarop de Zarubintsy-cultuur is ontstaan.

    [Deze zesdelige reeks wordt zondagochtend vervolgd.]

    #Antes #Avaren #Donau #Hunnen #IndoEuropeseTalen #Jordanes #JustiniaanseEpidemie #KyivCultuur #ProtoSlavisch #PrzeworskCultuur #SlavischeTalen #Urheimat #Veneti #Wenden #ZarubintsyCultuur
  4. De Slavische volken (3) Archeologie

    Archeologische culturen rond 600 na Chr. (met dank aan Kees Huijser)

    [Dit is het derde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    In het eerste van deze vier blogjes gaf ik aan dat het Proto-Slavisch tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. gesproken lijkt te zijn geweest rond de Pripjatmoerassen, en in het vorige blogje sprong ik naar de zesde eeuw na Chr., toen Byzantijnse auteurs Slavischsprekende groepen aanwezen in een regio die zich vanaf de Weichsel naar het zuidoosten uitstrekte tot aan de Dnjepr. Over de tussenliggende periode weten we feitelijk niets, want ook al heb ik het in dit blogje over de archeologie: archeologen graven geen taal op. Ze kunnen wel beargumenteerd speculeren.

    Ik vind het echter ingewikkelde materie, uiteraard ook omdat een archeologische cultuur hoogst zelden precies met één taalgroep correspondeert. Ik noemde in het eerste blogje het verschijnsel van de superfederatie: een groep stammen met uiteenlopende achtergronden, die tijdelijk samenclustert onder een charismatische leider, en na diens overlijden weer uit elkaar valt. In zo’n superfederatie nemen mensen van alles over van iedereen, zodat eventueel bestaande correspondenties tussen taal en archeologie wegvallen. Maar speculeren staat vrij en ik denk dat ik het – voor zover ik er überhaupt iets van begrijp – het beste kan uitleggen als we in de tijd van Jordanes beginnen.

    De situatie rond 600

    Omdat we weten waar (volgens Jordanes) rond 550 Slavische stammen woonden, hebben we een idee van de gebieden waar we archeologische culturen moeten zoeken. Het gaat in alle gevallen om opvallend eenvoudige landbouwculturen. Het bovenstaande landkaartje is behulpzaam.

    Om te beginnen is er een westelijke groep, die bekendstaat als de Mogilla-cultuur, de Praag-cultuur en Sukow-cultuur. We kunnen ons verbeelden dat we hier de Veneti/Wenden herkennen. Misschien valt u op dat de Veneti, op basis van de geschreven bronnen, ergens ten oosten van de Weichsel zouden wonen en dat deze drie groepen zich op het kaartje bevinden ten westen van die stroom. Dat hangt samen met het feit dat het gebied tussen Elbe en Weichsel “leeg” was geraakt. Een deel van de oorspronkelijke bewoners (de Przeworsk-cultuur die ik noemde in mijn stukjes over de Germanen) is vanaf de vierde eeuw weggetrokken naar het westen, maar er heeft vrijwel zeker meer gespeeld. DNA-onderzoek uit 2025 heeft bewezen dat de middeleeuwse bewoners, die ik gemakshalve maar zal aanduiden als Polen en Tsjechen, niet afstamden van degenen die hier leefden in de eerste eeuwen van onze jaartelling.

    Aan het andere uiteinde vinden we de Kolochin-cultuur. Deze oostelijke groep woonde voorbij de Dnjepr in het noordoosten van Oekraïne. Of dit gebied Slavischsprekend is geworden door migratie vanuit de Pripjatmoerassen, waar inmiddels de Korchak-cultuur bestond, of doordat een oudere bevolking het Slavisch overnam, heb ik niet kunnen ontdekken, en ik sluit niet uit dat niemand het weet. In elk geval zijn in de oostelijke gebieden het Russisch en het Oekraïens ontstaan.

    Tot slot is er de Penkivka-cultuur in Oekraïne, met haar zuidwestelijke uitloper, de Ipoteşti-Cândeşti-cultuur. Deze laatste is uit de eerste ontstaan en hangt, zo weten we uit DNA-onderzoek uit 2023, samen met migratie. Dit zijn de door Jordanes en Prokopios genoemde Antes, de zuidelijke groep aan de Donau.

    En schoolmeesterachtig als ik ben, breng ik nu in herinnering dat er twee zones waren in oostelijk Europa: een noordelijke woudzone en een zuidelijk steppezone, die tevens een zone van cultuurcontact was. De Penkivka- en de Ipoteşti-Cândeşti-culturen lagen in die zuidelijke regio en absorbeerden eerdere bevolkingsgroepen: het wonderlijke amalgaam van afstammelingen van de Skythen, Sarmaten, Alanen, Goten en Hunnen zou gaandeweg “slavificeren”

    De Avaren

    De zuidelijke groep was in Jordanes’ dagen volop in beweging, want de Avaren waren aangekomen: een superfederatie rond een zekere Baian waarvan de kern, zoals we sinds 2022 weten, vanuit Siberië naar het westen trok. Ze absorbeerde oudere stammen, zoals de Antes, en die trokken mee verder naar het westen. De Avaren werden sedentair in Hongarije en Roemenië, en assimileerden daar de eerdere bewoners, zoals de Gepiden.

    Avaarse stijgbeugel (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    De Avaarse elite bestond uit ruiters die dankzij hun stijgbeugels een enorme voorsprong hadden op hun tegenstanders; daarnaast was er het voetvolk, dat Slavisch sprak. Zo kwam het dat de Avaarse migratie ook een migratie Slavischsprekenden was. Oudhistorici zijn in de twintigste eeuw zeer terughoudend geworden over de “Grote Volksverhuizingen”, maar zoals ik al eerder schreef zijn de gevolgen op het Balkanschiereiland wel degelijk ingrijpend geweest. Sommige Slavische stammen kwamen tot aan de benedenloop van de Donau, waar het Bulgaars en het Macedonisch zouden ontstaan, terwijl andere groepen verder stroomopwaarts trokken. Daar ontstonden de Servo-Kroatische talen.

    Ik noteer nog dat het intrigerend is dat de Avaren lijken te zijn geslavificeerd. De elite was natuurlijk ook maar klein ten opzichte van de andere groepen in de superfederatie, die Baians dood maar enkele decennia overleefde. Er is wel geopperd dat het zuidelijke Slavisch de lingua franca was in het Avaarse rijk; ik kan dat niet beoordelen. Het valt verder op dat middenin de Slavische wereld de voormalige Romeinse provincie Dacië Latijn bleef spreken.

    [Deze zesdelige reeks wordt vanmiddag vervolgd.]

    #Antes #Avaren #Baian #Dacië #DNAOnderzoek #Donau #GroteVolksverhuizingen #IpoteştiCândeştiCultuur #Jordanes #PenkivkaCultuur #PraagCultuur #ProtoSlavisch #PrzeworskCultuur #SlavischeTalen #superfederatie #Veneti #Weichsel #Wenden
  5. De Slavische volken (2) Jordanes

    De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)

    [Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.

    Veneti

    En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.

    Jordanes

    We hebben meer vaste grond onder de voeten in de zesde eeuw. In 551 publiceerde Jordanes een dubbel geschiedwerk: een geschiedenis van de Romeinen en een geschiedenis van de Goten. (Er is een recente vertaling van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hooff.) De Getica bestond deels uit rommelig samengevoegde informatie uit oudere teksten: de naam “Geten” komt bijvoorbeeld uit de meer dan een millennium oude Historiën van Herodotos van Halikarnassos. Daaraan was informatie toegevoegd over Romes oorlog tegen de stammen aan de Beneden-Donau, die zich in de vijfde eeuw vestigden in het Romeinse Rijk. Was dit zootje gebaseerd op verouderde gegevens en op naamkundig gespeculeer, Jordanes zelf wist ook het een en ander, en de Slaven die zich in zijn eigen tijd aan de Donau aandienden, hadden evident zijn belangstelling.

    Hij vertelt dat er in zijn tijd, dus midden zesde eeuw, drie Slavische volken waren, van wie hij denkt te weten dat ze afstamden van de zojuist genoemde Veneti. Dit is hetzelfde soort fantasierijke reconstructie waarmee Jordanes de Goten van zijn tijd in verband brengt met de Geten uit een grijs verleden, dus we moeten er maar niet te veel waarde aan hechten. Dat er in zijn eigen tijd meerdere Slavischsprekende stammen waren, lijkt daarentegen een feit, en de passage verdient het in zijn geheel te worden weergegeven, samen met bovenstaand landkaartje.

    In het onderstaande citaat somt Jordanes op wie er ten noorden van de Beneden-Donau woonden. De door hem genoemde Gepiden leefden in wat nu Hongarije en Roemenië is en spraken geen Slavische taal, maar ik noem ze omdat Jordanes hen veronderstelt in zijn topografische beschrijving van de hen omringende Slaven.

    Allereerst woont daar het volk van de Gepiden, omringd door grote en bekende rivieren. Vanuit het noorden stroomt namelijk de Tisza door hun gebied; in het zuiden ligt de grote rivier de Donau zelf. In het oosten snijdt de Proet erdoorheen, een snelstromende en kolkende rivier die woest uitmondt in de Donaustroom. Daar tussenin ligt Dacië, beschermd door de steile Karpaten, die als een kroon om het land liggen.

    Naar het noorden, voorbij de westelijke toppen van dit gebergte, woont het talrijke volk van de Veneti, verspreid over een uitgestrekt gebied, beginnend bij de bron van de Weichsel. De Veneti staan tegenwoordig vooral bekend als Sclaveni en Antes, hoewel die namen verspreid liggen over verschillende stammen en plaatsen.

    De Sclaveni wonen in het gebied dat zich uitstrekt van de stad Noviodunum en het meer dat Mursianus heet tot aan de Dnjestr en noordwaarts richting Weichsel. Hun nederzettingen liggen in de moerassen en bossen. De Antes … wonen verspreid, beginnend bij de bocht van de Zwarte Zee, tussen de Dnjestr en de Dnjepr, rivieren die vele dagreizen uit elkaar liggen.noot Jordanes, Getica 33-36.

    Jordanes weet ook iets over de buurvolken, die hij dus niet rekent tot de Slavischsprekenden. De naam “Aesti” hieronder verwijst inderdaad naar het gebied waar nu de Esten wonen, en of er een relatie tussen die twee is, is vandaag niet aan de orde. Dat in de Vidivariërs verschillende stammen samenkomen, is denkelijk gebaseerd op niets meer dan het element “variërs” in de naam.

    Aan de kust van de Oostzee, waarin de Weichsel via drie mondingen uitstroomt, wonen de Vidivariërs, die uit verschillende stammen zijn samengesteld. Vlak daarnaast bewonen de Aesti de kuststrook. Dit is een opvallend vredelievend volk. Ten zuiden van hen woont het zeer sterke volk van de Acatziri, dat geen kennis heeft van akkerbouw, maar leeft van vee en de jacht. Voorbij hen en boven de Zwarte Zee strekken de landen van de Bulgaren zich uit.noot Jordanes, Getica 36-37.

    Over de Bulgaren zal ik het overmorgen hebben, maar voor het moment constateer ik dat ze blijkbaar niet golden als Slavischsprekend en woonden ten noordoosten van de Zwarte Zee.

    Prokopios

    Ook Jordanes’ tijdgenoot Prokopios kent de Sklabenoi bij de Donaumonding en de Antes benoorden de Zwarte Zee. De Byzantijnse geschiedschrijver vermeldt ze vooral als plunderaars. Soms biedt hij echter ook aanvullende informatie. Hij denkt bijvoorbeeld niet dat de Antes en Sklabenoi afstammen van de Veneti. In plaats daarvan noemt hij als voorouders de Sporoi, wat zoiets betekent als “de gezaaiden”. Misschien gaat dit terug op een oude scheppingsmythe. Er zijn wel meer oude volken die meenden dat de scheppergod hen had gezaaid.

    In elk geval: rond het midden van de zesde eeuw leefden – althans volgens Jordanes en Prokopios – Slavischsprekende Veneti voorbij de Karpaten in de richting van de Oostzee, dus zeg maar in Polen en Wit-Rusland. Verder woonden de Sclaveni in wat wij Moldavië noemen, en waren de Antes woonachtig in zuidwestelijk Oekraïne. Deze Slaven plunderden regelmatig de Byzantijnse gebieden op de Balkan: vanaf 580 worden vrijwel jaarlijks strooptochten genoemd, soms door zelfstandig opererende groepen, soms in samenwerking met de nieuwe superfederatie van de Avaren, die rond 560 ten tonele waren verschenen.

    [Deze zesdelig blog wordt morgen vervolgd.]

    #Antes #Bulgaren #Dacië #Jordanes #LieveVanHoof #Oostzee #PeterVanNuffelen #PliniusDeOudere #PubliusCorneliusTacitus #SlavischeTalen #Veneti #Weichsel #Wenden