home.social

#baian — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #baian, aggregated by home.social.

  1. De Slavische volken (3) Archeologie

    Archeologische culturen rond 600 na Chr. (met dank aan Kees Huijser)

    [Dit is het derde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    In het eerste van deze vier blogjes gaf ik aan dat het Proto-Slavisch tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. gesproken lijkt te zijn geweest rond de Pripjatmoerassen, en in het vorige blogje sprong ik naar de zesde eeuw na Chr., toen Byzantijnse auteurs Slavischsprekende groepen aanwezen in een regio die zich vanaf de Weichsel naar het zuidoosten uitstrekte tot aan de Dnjepr. Over de tussenliggende periode weten we feitelijk niets, want ook al heb ik het in dit blogje over de archeologie: archeologen graven geen taal op. Ze kunnen wel beargumenteerd speculeren.

    Ik vind het echter ingewikkelde materie, uiteraard ook omdat een archeologische cultuur hoogst zelden precies met één taalgroep correspondeert. Ik noemde in het eerste blogje het verschijnsel van de superfederatie: een groep stammen met uiteenlopende achtergronden, die tijdelijk samenclustert onder een charismatische leider, en na diens overlijden weer uit elkaar valt. In zo’n superfederatie nemen mensen van alles over van iedereen, zodat eventueel bestaande correspondenties tussen taal en archeologie wegvallen. Maar speculeren staat vrij en ik denk dat ik het – voor zover ik er überhaupt iets van begrijp – het beste kan uitleggen als we in de tijd van Jordanes beginnen.

    De situatie rond 600

    Omdat we weten waar (volgens Jordanes) rond 550 Slavische stammen woonden, hebben we een idee van de gebieden waar we archeologische culturen moeten zoeken. Het gaat in alle gevallen om opvallend eenvoudige landbouwculturen. Het bovenstaande landkaartje is behulpzaam.

    Om te beginnen is er een westelijke groep, die bekendstaat als de Mogilla-cultuur, de Praag-cultuur en Sukow-cultuur. We kunnen ons verbeelden dat we hier de Veneti/Wenden herkennen. Misschien valt u op dat de Veneti, op basis van de geschreven bronnen, ergens ten oosten van de Weichsel zouden wonen en dat deze drie groepen zich op het kaartje bevinden ten westen van die stroom. Dat hangt samen met het feit dat het gebied tussen Elbe en Weichsel “leeg” was geraakt. Een deel van de oorspronkelijke bewoners (de Przeworsk-cultuur die ik noemde in mijn stukjes over de Germanen) is vanaf de vierde eeuw weggetrokken naar het westen, maar er heeft vrijwel zeker meer gespeeld. DNA-onderzoek uit 2025 heeft bewezen dat de middeleeuwse bewoners, die ik gemakshalve maar zal aanduiden als Polen en Tsjechen, niet afstamden van degenen die hier leefden in de eerste eeuwen van onze jaartelling.

    Aan het andere uiteinde vinden we de Kolochin-cultuur. Deze oostelijke groep woonde voorbij de Dnjepr in het noordoosten van Oekraïne. Of dit gebied Slavischsprekend is geworden door migratie vanuit de Pripjatmoerassen, waar inmiddels de Korchak-cultuur bestond, of doordat een oudere bevolking het Slavisch overnam, heb ik niet kunnen ontdekken, en ik sluit niet uit dat niemand het weet. In elk geval zijn in de oostelijke gebieden het Russisch en het Oekraïens ontstaan.

    Tot slot is er de Penkivka-cultuur in Oekraïne, met haar zuidwestelijke uitloper, de Ipoteşti-Cândeşti-cultuur. Deze laatste is uit de eerste ontstaan en hangt, zo weten we uit DNA-onderzoek uit 2023, samen met migratie. Dit zijn de door Jordanes en Prokopios genoemde Antes, de zuidelijke groep aan de Donau.

    En schoolmeesterachtig als ik ben, breng ik nu in herinnering dat er twee zones waren in oostelijk Europa: een noordelijke woudzone en een zuidelijk steppezone, die tevens een zone van cultuurcontact was. De Penkivka- en de Ipoteşti-Cândeşti-culturen lagen in die zuidelijke regio en absorbeerden eerdere bevolkingsgroepen: het wonderlijke amalgaam van afstammelingen van de Skythen, Sarmaten, Alanen, Goten en Hunnen zou gaandeweg “slavificeren”

    De Avaren

    De zuidelijke groep was in Jordanes’ dagen volop in beweging, want de Avaren waren aangekomen: een superfederatie rond een zekere Baian waarvan de kern, zoals we sinds 2022 weten, vanuit Siberië naar het westen trok. Ze absorbeerde oudere stammen, zoals de Antes, en die trokken mee verder naar het westen. De Avaren werden sedentair in Hongarije en Roemenië, en assimileerden daar de eerdere bewoners, zoals de Gepiden.

    Avaarse stijgbeugel (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    De Avaarse elite bestond uit ruiters die dankzij hun stijgbeugels een enorme voorsprong hadden op hun tegenstanders; daarnaast was er het voetvolk, dat Slavisch sprak. Zo kwam het dat de Avaarse migratie ook een migratie Slavischsprekenden was. Oudhistorici zijn in de twintigste eeuw zeer terughoudend geworden over de “Grote Volksverhuizingen”, maar zoals ik al eerder schreef zijn de gevolgen op het Balkanschiereiland wel degelijk ingrijpend geweest. Sommige Slavische stammen kwamen tot aan de benedenloop van de Donau, waar het Bulgaars en het Macedonisch zouden ontstaan, terwijl andere groepen verder stroomopwaarts trokken. Daar ontstonden de Servo-Kroatische talen.

    Ik noteer nog dat het intrigerend is dat de Avaren lijken te zijn geslavificeerd. De elite was natuurlijk ook maar klein ten opzichte van de andere groepen in de superfederatie, die Baians dood maar enkele decennia overleefde. Er is wel geopperd dat het zuidelijke Slavisch de lingua franca was in het Avaarse rijk; ik kan dat niet beoordelen. Het valt verder op dat middenin de Slavische wereld de voormalige Romeinse provincie Dacië Latijn bleef spreken.

    [Deze zesdelige reeks wordt vanmiddag vervolgd.]

    #Antes #Avaren #Baian #Dacië #DNAOnderzoek #Donau #GroteVolksverhuizingen #IpoteştiCândeştiCultuur #Jordanes #PenkivkaCultuur #PraagCultuur #ProtoSlavisch #PrzeworskCultuur #SlavischeTalen #superfederatie #Veneti #Weichsel #Wenden