#triballiers — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #triballiers, aggregated by home.social.
-
Moesia
De Donau bij RuseEuropa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.
De naam Moesia
In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:
- de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
- de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
- en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).
De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.
Gouden schijf met een “Thracische Ruiter” (Bjala Zlatina, Bulgarije)Of de Mysiërs echt eeuwen eerder uit Moesia waren vertrokken, kan ik niet beoordelen. Ik lees dat het pure fictie was, maar dat roept de vraag op waarom de Romeinen kozen voor de naam van een volk dat vier-, vijfhonderd kilometer verderop woonde. Ik lees ook dat zo’n migratie prima kan hebben plaatsgevonden in de Vroege IJzertijd, toen diverse Balkanvolken naar Anatolië migreerden, maar dat roept de vraag op waarom we uit de tussenliggende eeuwen geen vermeldingen hebben van Mysiërs of Moesiërs. In elk geval: de Romeinen gebruikten de naam Moesia voor de zuidelijke Donauoever tussen Belgrado en de Zwarte Zee.
Romanisering
De legioenen bereikten de Beneden-Donau al rond 75 v.Chr., maar Rome had aanvankelijk weinig belangstelling voor het gebied. De daadwerkelijke onderwerping begon pas toen Octavianus de campagne rond Aktion had gewonnen. Talloze soldaten waren naar hem overgelopen, moesten iets te doen hebben en werden richting Moesia gedirigeerd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 51.23.2. Hun commandant was Marcus Licinius Crassus: een kleinzoon van de Drieman en een zoon van de Caecilia Metella wier mausoleum is te zien aan de Via Appia. Misschien is dat gefinancierd met de Moesische buit.
Venus (Kalemegdan, Belgrado)Het gebied gold rond 12 v.Chr. als onderworpen en werd als provincie georganiseerd op het moment waarop Rome het koninkrijk van de Odrysen in Zuid-Bulgarije annexeerde: in 45/46 na Chr. Ruim een halve eeuw zou de regio een grensstreek zijn, aangeduid als de Beneden-Donau-limes, en net als in het westen, aan de Rijn, vestigden de Romeinen er migranten. Een inscriptie vermeldt 100.000 boeren, afkomstig uit het gebied aan de overzijde van de Donau, die hier land kregen.noot EDCS-05801598.
Tegen het einde van de eerste eeuw splitste keizer Domitianus de provincie: het oostelijke gebied, zeg maar Noord-Bulgarije, stond bekend als Moesia Inferior, en het stroomopwaarts gelegen gebied, zeg maar Servië, heette voortaan Moesia Superior. Daarin herkennen we feitelijk het gebied van de Dardaniërs. De splitsing lijkt samengehangen te hebben met de voorbereiding voor de oorlog tegen (en latere verovering van) Dacië, een koninkrijk in het zuidwesten van het huidige Roemenië.
Reliëf uit Ratiaria (Archeologisch museum, Sofia)Langs de rivier lagen diverse legioenbases: Singidunum en Viminacium in Superior, Novae en Durostorum in Inferior. Rond 200 lagen hier IIII Flavia Felix, VII Claudia, I Italica en XI Claudia, die elk ieder jaar zo’n 300 rekruten aantrokken, die niet altijd uit de regio kwamen. Deze vier bases werden zo centra van de Romeinse wereldcultuur. De regio romaniseerde gestaag, en we kennen de thema’s, die immers vrij voorspelbaar zijn: de aanleg van wegen, agrarische exploitatie (met name graan, zuivel, wijn), de groei van civiele steden (zoals Nikopolis aan de Donau), de verspreiding van het Grieks en het Latijn. Even voorspelbaar is het voorbestaan van plaatselijke culten, zoals de verering van de Ruiters van de Donau.
Late Oudheid
Ook al voorspelbaar: de Crisis van de Derde Eeuw. Terwijl de ernst daarvan voor andere regio’s genuanceerd kan worden, waren in Moesia de gevolgen ernstig: er zijn talloze strooptochten bekend van “barbaren”. Keizer Decius was in 251 een van degenen die in de conflicten het leven liet. De “barbaren” worden in onze bronnen aangeduid met allerlei archaïsche namen, zoals “Skythen” en “Geten”. Die laatste naam, gespeld als “Goten”, zou komen te overheersen en verwijst naar de bewoners van de rond 275 door de Romeinen ontruimde gebieden aan de overzijde van de Beneden-Donau. Moesia was opnieuw een grensprovincie en de Donau was opnieuw een grensrivier.
Constantijn de Grote (Nish)Her en der werden de woonplaatsen versterkt, en de grote bocht die de Donau vlak voor de Zwarte Zee maakt, werd afgesneden en versterkt met een muur van Cernavodă naar Constanța. Ondanks alle versterkingen liepen de Goten in het laatste kwart van de vierde eeuw de regio onder de voet. Hun overwinning in de slag bij Adrianopel (378) joeg een schok door de Romeinse wereld. Veel Goten bleven in Moesia en Thracië wonen; anderen traden in dienst van het Romeinse leger en hun afstammelingen zouden later, onder aanvoering van generaal Alarik, in 410 Rome plunderen.
Het einde van de Oudheid
De achterblijvers op de Balkan werden door het imperium geassimileerd en bekeerden zich tot het christendom. Een team onder leiding van missionaris Wulfila vertaalde voor hen het Nieuwe Testament in het Gotisch. Deze gekerstende Gotische Moesiërs dienden het Romeinse Rijk als grenssoldaten en werden daar ook netjes voor betaald. Ze hadden te maken met invallen van Hunnen, Ostrogoten en Antes, maar de Balkan bleef grosso modo Romeins bezit. Er was echter wel schade. De Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios vermeldt dat er ten tijde van keizer Justinianus (r.527-565) herstelwerkzaamheden waren aan allerlei Moesische forten.noot Prokopios, Gebouwen 4.7.
Byzantijnse versterkingen (Nesebar)In de vijfde en zesde eeuw behoorde Moesia, weliswaar van tijd tot tijd in oorlog, dus nog altijd bij de Romeinse en christelijke wereld. In het laatste kwart van de zesde eeuw arriveerden echter de Avaren, en in hun kielzog vestigden zich de Slavische volken op de Balkan. Zo groeide vanaf 681 het Eerste Bulgaarse Rijk. Daarover wil ik later nog eens bloggen, als ik begrijp hoe de vork in de steel zit.
#Alarik #Antes #Belgrado #BenedenDonauLimes #Constanța #CrisisVanDeDerdeEeuw #Dacië #Dardaniërs #Donau #Durostorum #EersteBulgaarseRijk #Goten #IItalica #IIIIFlaviaFelix #Justinianus #Moesia #NikopolisAanDeDonau #Novae #Octavianus #Odrysen #Ostrogoten #Prokopios #Singidunum #slagBijAdrianopel #Thracië #ThracischeRuiter #Triballiërs #VIIClaudia #Viminacium #Wulfila #XIClaudia -
De Thraciërs (2)
De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]
Sociale stratificatie
De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.
Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.
Een opvallend detail is dat als het koningschap eenmaal is ontstaan, de vorst afstand neemt tot zijn onderdanen: hij leefde apart, in een citadel. De adel woonde er in de buurt, in het dorp woonden boeren die druiven, gerst, rogge en tarwe verbouwden; en de herders zwierven daarbuiten. Deze ruimtelijke indeling was in de oude wereld uiteraard heel gangbaar.
Koningsmasker van goud uit Svetitsa (Archeologisch museum, Sofia)Godsdienst
De Thraciërs waren grotendeels ongeletterd, maar zoals ik al schreef hebben Griekse auteurs over hen geschreven. Omdat ze een Indo-Europese taal spraken, mogen we ook de historische taalkunde in stelling brengen, en de conclusies daarvan zijn bevestigd door de archeologie.
Het lijkt erop dat bij de Thraciërs de koning een soort middelaar is geweest tussen de goden en de mensen. Daarom had hij allerlei priesterlijke taken. Hij stamde ook af van de goden – Herodotos identificeert de koninklijke stamvader als Hermesnoot Herodotos, Historiën 5.8. – en was daarom onverslaanbaar in oorlogstijd. Dat was althans de ideologie, die we denken te herkennen in de decoratie van het edelsmeedwerk.
Dezelfde Herodotos meldt dat de Thraciërs alleen de goden Artemis, Dionysos en Ares vereren.noot Herodotos, Historiën 5.8. Dit zijn Griekse namen. Van de twee eerste is bekend dat ze corresponderen met de natuurgodin Bendis en een (inderdaad Dionysos-achtige) zoon van de oppergod genaamd Zagreus. Ik heb niet kunnen achterhalen welke oorlogsgod schuil gaat achter Herodotos’ Ares, maar het ontbreekt niet aan Thracische reliëfs van ridders. Daarover zo meteen meer.
Romeinse afbeelding van de Thracische Orfeus (Archeologisch museum, Stara Zagora)Orfiek
Een van Zagreus’ leerlingen was Orfeus, die – net als de koning – bemiddelde tussen mensen en goden. Aan hem schreven de Thraciërs al hun wijsheid toe, die de vorm had van allerlei bezweringen, wapendansen en rituelen, waarmee de deelnemers zouden kunnen delen in de onsterfelijkheid van de goden. Een mooi voorbeeld is de man die begraven is met de cocon van een rups. Bij die rituelen zou het draaien om een cyclisch proces van leven, sterven en herleven, wat in de kunst tot uiting zou worden gebracht door herhaalde motieven (meanders, spiralen…) en ook een steeds herhaalde afwisseling van kleuren: rood voor het sterven, zwart voor het graf en wit voor de hernieuwing.
En goud! Goud representeerde al sinds de Bronstijd de zon, de bron van alle leven. Archeologen maken – volgens mij terecht – heel veel van de associatie tussen zonneschijn en goudglans, maar ik noteer wel dat Herodotos geen zonnegod vermeldt dat alleen de hellenistische – dus: vrij late – auteur Alexandros Polyhistor beweert dat de Thraciërs Dionysos/Zagreus gelijkstelden aan de zonnegod.
Thracische Ruiter (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)De Thracische Ruiter
Een van de opvallendste afbeeldingen uit de Thracische kunst staat bekend als de Thracische Ruiter. Er moeten er honderden zijn, misschien wel duizenden. Steeds zien we een bewapende ruiter, die nu eens op jacht is en bijvoorbeeld een everzwijn achtervolgt, dan weer een slang bij een boom aanvalt, of terugkeert van het front met het hoofd van een verslagen tegenstander in z’n bagage. Zo nu en dan draagt hij een hoorn des overvloeds, wat dan wellicht het symbool is van de onderwereld. Reliëfs als deze zijn ook bekend uit Roemenië, en daaruit kennen we de naam van de Thracische Ruiter: Ἥρως, “Heros”. Dat is overigens ook het Griekse woord voor held, dus het kan ook een titel zijn, of een als eigennaam gebruikte titel.
In de diverse gebieden lijkt de Thracische Ruiter met diverse goden of mythologische figuren te zijn geassocieerd: de Griekse genezende godheid Asklepios, de orakelgod Apollo, Dionysos/Zagreus, en wellicht ook Ares. Die is immers (volgens Herodotos althans) belangrijk geweest, past goed bij de bewapende ruiter en is niet ergens te plaatsen. Afbeeldingen zijn er tot ver in de derde eeuw na Chr. en wellicht is er een verband met de dubbele “ruiters van de Donau” waarover ik eerder blogde.
En misschien is de Thracische Ruiter ook wel een weergave van de oppergod. Herodotos noemt Zalmoxis, waarvan hij zegt dat die ook wel Gebeleïzis heet. Die laatste naam wordt ook anders gespeld, maar het gaat zeker om dezelfde Indo-Europese naam als die waarvan Zeus en Jupiter zijn afgeleid: de donderende hemelgod die aan het hoofd van het pantheon stond. Dat Zalmoxis in de hemel verbleef, blijkt uit (alweer) Herodotos, die vertelt dat de Geten
om de vier jaar een man uitloten die aan Zalmoxis al hun wensen en verlangens van dat tijdstip kenbaar moet maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: zij wijzen een aantal mannen aan die ieder drie speren vasthouden. Dan wordt door een groep anderen de persoon die de boodschap aan Zalmoxis moet overbrengen aan handen en voeten beetgepakt en in de lucht gegooid zodat hij op de speerpunten terechtkomt. Komt hij bij die val om, dan betekent dit volgens hen dat de god hun welgezind is.noot Herodotos, Historiën 4.94; vert. Hein van Dolen.
Of dit werkelijk zo is gegaan, waag ik te betwijfelen. Het past me net iets te goed bij Herodotos’ tendens om de Thracische barbarij wat aan te dikken. Maar het bevestigt wel dat Zalmoxis in de hemel was.
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De kat en haar naam
maart 11, 2024
“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)
juni 1, 2019
Misverstand: Mensenrechten
mei 5, 2020 Deel dit: #AlexandrosPolyhistor #Ares #Artemis #barbaren #Bendis #Dionysos #goud #grafheuvel #Hermes #HerodotosVanHalikarnassos #IndoEuropeseTalen #koningschap #LetnitsaSchat #Odrysen #Orfiek #RogozenSchat #ruitersVanDeDonau #Thracië #ThracischeRuiter #Triballiërs #Zagreus #Zalmoxis #zon