#thracie — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #thracie, aggregated by home.social.
-
Moesia
De Donau bij RuseEuropa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.
De naam Moesia
In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:
- de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
- de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
- en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).
De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.
Gouden schijf met een “Thracische Ruiter” (Bjala Zlatina, Bulgarije)Of de Mysiërs echt eeuwen eerder uit Moesia waren vertrokken, kan ik niet beoordelen. Ik lees dat het pure fictie was, maar dat roept de vraag op waarom de Romeinen kozen voor de naam van een volk dat vier-, vijfhonderd kilometer verderop woonde. Ik lees ook dat zo’n migratie prima kan hebben plaatsgevonden in de Vroege IJzertijd, toen diverse Balkanvolken naar Anatolië migreerden, maar dat roept de vraag op waarom we uit de tussenliggende eeuwen geen vermeldingen hebben van Mysiërs of Moesiërs. In elk geval: de Romeinen gebruikten de naam Moesia voor de zuidelijke Donauoever tussen Belgrado en de Zwarte Zee.
Romanisering
De legioenen bereikten de Beneden-Donau al rond 75 v.Chr., maar Rome had aanvankelijk weinig belangstelling voor het gebied. De daadwerkelijke onderwerping begon pas toen Octavianus de campagne rond Aktion had gewonnen. Talloze soldaten waren naar hem overgelopen, moesten iets te doen hebben en werden richting Moesia gedirigeerd.noot Cassius Dio, Romeinse Geschiedenis 51.23.2. Hun commandant was Marcus Licinius Crassus: een kleinzoon van de Drieman en een zoon van de Caecilia Metella wier mausoleum is te zien aan de Via Appia. Misschien is dat gefinancierd met de Moesische buit.
Venus (Kalemegdan, Belgrado)Het gebied gold rond 12 v.Chr. als onderworpen en werd als provincie georganiseerd op het moment waarop Rome het koninkrijk van de Odrysen in Zuid-Bulgarije annexeerde: in 45/46 na Chr. Ruim een halve eeuw zou de regio een grensstreek zijn, aangeduid als de Beneden-Donau-limes, en net als in het westen, aan de Rijn, vestigden de Romeinen er migranten. Een inscriptie vermeldt 100.000 boeren, afkomstig uit het gebied aan de overzijde van de Donau, die hier land kregen.noot EDCS-05801598.
Tegen het einde van de eerste eeuw splitste keizer Domitianus de provincie: het oostelijke gebied, zeg maar Noord-Bulgarije, stond bekend als Moesia Inferior, en het stroomopwaarts gelegen gebied, zeg maar Servië, heette voortaan Moesia Superior. Daarin herkennen we feitelijk het gebied van de Dardaniërs. De splitsing lijkt samengehangen te hebben met de voorbereiding voor de oorlog tegen (en latere verovering van) Dacië, een koninkrijk in het zuidwesten van het huidige Roemenië.
Reliëf uit Ratiaria (Archeologisch museum, Sofia)Langs de rivier lagen diverse legioenbases: Singidunum en Viminacium in Superior, Novae en Durostorum in Inferior. Rond 200 lagen hier IIII Flavia Felix, VII Claudia, I Italica en XI Claudia, die elk ieder jaar zo’n 300 rekruten aantrokken, die niet altijd uit de regio kwamen. Deze vier bases werden zo centra van de Romeinse wereldcultuur. De regio romaniseerde gestaag, en we kennen de thema’s, die immers vrij voorspelbaar zijn: de aanleg van wegen, agrarische exploitatie (met name graan, zuivel, wijn), de groei van civiele steden (zoals Nikopolis aan de Donau), de verspreiding van het Grieks en het Latijn. Even voorspelbaar is het voorbestaan van plaatselijke culten, zoals de verering van de Ruiters van de Donau.
Late Oudheid
Ook al voorspelbaar: de Crisis van de Derde Eeuw. Terwijl de ernst daarvan voor andere regio’s genuanceerd kan worden, waren in Moesia de gevolgen ernstig: er zijn talloze strooptochten bekend van “barbaren”. Keizer Decius was in 251 een van degenen die in de conflicten het leven liet. De “barbaren” worden in onze bronnen aangeduid met allerlei archaïsche namen, zoals “Skythen” en “Geten”. Die laatste naam, gespeld als “Goten”, zou komen te overheersen en verwijst naar de bewoners van de rond 275 door de Romeinen ontruimde gebieden aan de overzijde van de Beneden-Donau. Moesia was opnieuw een grensprovincie en de Donau was opnieuw een grensrivier.
Constantijn de Grote (Nish)Her en der werden de woonplaatsen versterkt, en de grote bocht die de Donau vlak voor de Zwarte Zee maakt, werd afgesneden en versterkt met een muur van Cernavodă naar Constanța. Ondanks alle versterkingen liepen de Goten in het laatste kwart van de vierde eeuw de regio onder de voet. Hun overwinning in de slag bij Adrianopel (378) joeg een schok door de Romeinse wereld. Veel Goten bleven in Moesia en Thracië wonen; anderen traden in dienst van het Romeinse leger en hun afstammelingen zouden later, onder aanvoering van generaal Alarik, in 410 Rome plunderen.
Het einde van de Oudheid
De achterblijvers op de Balkan werden door het imperium geassimileerd en bekeerden zich tot het christendom. Een team onder leiding van missionaris Wulfila vertaalde voor hen het Nieuwe Testament in het Gotisch. Deze gekerstende Gotische Moesiërs dienden het Romeinse Rijk als grenssoldaten en werden daar ook netjes voor betaald. Ze hadden te maken met invallen van Hunnen, Ostrogoten en Antes, maar de Balkan bleef grosso modo Romeins bezit. Er was echter wel schade. De Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios vermeldt dat er ten tijde van keizer Justinianus (r.527-565) herstelwerkzaamheden waren aan allerlei Moesische forten.noot Prokopios, Gebouwen 4.7.
Byzantijnse versterkingen (Nesebar)In de vijfde en zesde eeuw behoorde Moesia, weliswaar van tijd tot tijd in oorlog, dus nog altijd bij de Romeinse en christelijke wereld. In het laatste kwart van de zesde eeuw arriveerden echter de Avaren, en in hun kielzog vestigden zich de Slavische volken op de Balkan. Zo groeide vanaf 681 het Eerste Bulgaarse Rijk. Daarover wil ik later nog eens bloggen, als ik begrijp hoe de vork in de steel zit.
PS
Ik organiseer in 2027 voor de derde keer een reis naar Bulgarije. Een fascinerend land. Als u belangstelling hebt voor die reis, kunt u hier meer informatie aanvragen. Informatie aanvragen verplicht tot niets.
#Alarik #Antes #Belgrado #BenedenDonauLimes #Constanța #CrisisVanDeDerdeEeuw #Dacië #Dardaniërs #Donau #Durostorum #EersteBulgaarseRijk #Goten #IItalica #IIIIFlaviaFelix #Justinianus #Moesia #NikopolisAanDeDonau #Novae #Octavianus #Odrysen #Ostrogoten #Prokopios #Singidunum #slagBijAdrianopel #Thracië #ThracischeRuiter #Triballiërs #VIIClaudia #Viminacium #Wulfila #XIClaudia -
Karanovo
De trench van KaranovoIk geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.
Stratigrafie
De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.
De stratigrafie van KaranovoIn de wand zijn, behalve de holen waarin vogels wonen, de diverse bewoningslagen herkenbaarbaar (de tinten zijn net even anders) en de opgravers hebben er een handig bord bij geplaatst waarop die strata zijn aangegeven. Er zijn natuurlijk andere manieren om de diverse bewoningslagen te herkennen: je kunt ook vanaf de top van de heuvel een kuil graven en kijken wat er in de wand zit (een sounding). Bij het onderzoek van de Friese terpen / de Groningse wierden haalde men een kwart weg, als een enorme taartpunt. Ik schreef er al eens over. Zo worden ook grafheuvels onderzocht, en vaak planten archeologen na gedane arbeid, als ze het opgegraven kwart weer dicht gooien, een boom op het kwart dat ze hebben onderzocht, zodat toekomstige opgravers weten waar ze niet hoeven kijken.
De Prehistorie van de Balkan
De tweede foto toont zes van de zeven bewoningslagen in de dertien meter hoge heuvel. Karanovo II begint ergens rond 6000 v.Chr. en documenteert met Karanovo III het vroege Neolithicum: de tijd waarin akkerbouw en veeteelt ontstonden en de mensen voor het eerst aardewerk vervaardigden. Die mensen woonden in fase II nog in simpele lemen huizen, maar in fase III waren ze aanzienlijk groter. Uit het vlakbij Karanovo gelegen Stara Zagora is een woonhuis bekend met twee verdiepingen.
Met Karanovo IV (pakweg 5500-4500) betreden we op het Balkanschiereiland het Midden-Neolithicum. Nu ontstaat sculptuur, met als mooiste voorbeeld het schitterende beeldje van de Denker van Cernavoda, dat u een paar jaar geleden in Luik hebt kunnen zien. De volgende twee fasen, Karanovo V en VI, markeren het Chalcolithicum, waarin de metaalbewerking begint door te breken. Dat betreft vooral koper en goud, en deze fase is vooral goed gedocumenteerd in Varna. De gouden voorwerpen zijn te zien geweest in Dordrecht.
Rond 4000 v.Chr. raakt de site verlaten, maar rond 3200 keren de bewoners terug op wat inmiddels een hoge, goed verdedigbare heuvel was. De nieuwe bewoners beheersen de metaaltechniek voldoende om te kunnen spreken van de Vroege Bronstijd. Ze kwamen uit het noordoosten, uit de regio van de Yamnaya-cultuur. Het zijn dus Indo-Europees-sprekenden, en in Bulgarije noemen ze hen ook wel Thraciërs. Die naam duikt overigens pas vele eeuwen later voor het eerst op in geschreven bronnen, maar degenen die door de oude Grieken “Thraciërs” werden genoemd, stamden vermoedelijk wel af van de Yamnaya-migranten. Rond 2000 v.Chr. is Karanovo voorgoed verlaten.
Het chronologisch kader
De opgraving, die begon in de jaren dertig, werd onderbroken door de oorlog en werd hernomen in 1947, leerde aan de archeologen wat de voor elk van deze tijdvakken representatieve voorwerpen waren. Dankzij de trench in Karanovo en enkele andere opgravingen konden de archeologen voor het eerst de relatieve chronologie van het prehistorische Balkanschiereiland vaststellen. Anders gezegd: het chronologisch kader werd in Karanovo duidelijk. Zo konden ook de vondsten in Stara Zagora, Cernavoda, Varna en talloze andere plaatsen worden gedateerd.
De jaartallen die ik hierboven al noemde, zijn gebaseerd op koolstofdateringen. Die zijn pas in de jaren vijftig gedaan en later nog eens gecorrigeerd, toen de opgraving van Karanovo al was beëindigd. In 1984 keerden de archeologen terug. Dat was een Bulgaars-Oostenrijks team, wat een mooi voorbeeld is van wetenschappelijke samenwerking over de Muur heen. De Oostenrijkse aanwezigheid verklaart ook waarom het opschrift op het bord in het Duits is.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)
november 27, 2021
Tepe Hesar
juli 24, 2018
Het Ur der Chaldeeën
september 25, 2021 Deel dit: #Chalcolithicum #chronologie #Karanovo #koolstofdatering #Neolithicum #relatieveChronologie #sounding #StaraZagora #tell #Thracië #trench #VroegeBronstijd #YamnayaCultuur -
Het idee van "grote volksverhuizingen" als verklaring voor de "val" van het Romeinse Rijk is niet zonder heel erg goede redenen in onbruik. Dat wil niet zeggen dat er in laatantiek #Thracië nooit migranten waren: de Goten, de Hunnen, de Avaren, de Slavische volken, de Bulgaren trokken allemaal door de regio.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/byzantijns-thracie/
-
Het idee van "grote volksverhuizingen" als verklaring voor de "val" van het Romeinse Rijk is niet zonder heel erg goede redenen in onbruik. Dat wil niet zeggen dat er in laatantiek #Thracië nooit migranten waren: de Goten, de Hunnen, de Avaren, de Slavische volken, de Bulgaren trokken allemaal door de regio.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/byzantijns-thracie/
-
Het idee van "grote volksverhuizingen" als verklaring voor de "val" van het Romeinse Rijk is niet zonder heel erg goede redenen in onbruik. Dat wil niet zeggen dat er in laatantiek #Thracië nooit migranten waren: de Goten, de Hunnen, de Avaren, de Slavische volken, de Bulgaren trokken allemaal door de regio.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/byzantijns-thracie/
-
Het idee van "grote volksverhuizingen" als verklaring voor de "val" van het Romeinse Rijk is niet zonder heel erg goede redenen in onbruik. Dat wil niet zeggen dat er in laatantiek #Thracië nooit migranten waren: de Goten, de Hunnen, de Avaren, de Slavische volken, de Bulgaren trokken allemaal door de regio.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/byzantijns-thracie/
-
Het idee van "grote volksverhuizingen" als verklaring voor de "val" van het Romeinse Rijk is niet zonder heel erg goede redenen in onbruik. Dat wil niet zeggen dat er in laatantiek #Thracië nooit migranten waren: de Goten, de Hunnen, de Avaren, de Slavische volken, de Bulgaren trokken allemaal door de regio.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/byzantijns-thracie/
-
Ik rond vandaag mijn reeks blogjes over #Thracië af. In de voorlaatste aflevering gaat het over de Crisis van de Derde Eeuw en de kerstening.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/laat-antiek-thracie/
-
Ik rond vandaag mijn reeks blogjes over #Thracië af. In de voorlaatste aflevering gaat het over de Crisis van de Derde Eeuw en de kerstening.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/laat-antiek-thracie/
-
Ik rond vandaag mijn reeks blogjes over #Thracië af. In de voorlaatste aflevering gaat het over de Crisis van de Derde Eeuw en de kerstening.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/laat-antiek-thracie/
-
Ik rond vandaag mijn reeks blogjes over #Thracië af. In de voorlaatste aflevering gaat het over de Crisis van de Derde Eeuw en de kerstening.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/laat-antiek-thracie/
-
Ik rond vandaag mijn reeks blogjes over #Thracië af. In de voorlaatste aflevering gaat het over de Crisis van de Derde Eeuw en de kerstening.
https://mainzerbeobachter.com/2026/02/27/laat-antiek-thracie/
-
In de loop van twee eeuwen, tussen pakweg 150 v.Chr. en 50 na Chr., veroverden de Romeinen het gebied dat wij Bulgarije noemen. De provincies #Thracië en Moesia Superior hadden daarna een vrij normale ontwikkelingsgang.
-
In de loop van twee eeuwen, tussen pakweg 150 v.Chr. en 50 na Chr., veroverden de Romeinen het gebied dat wij Bulgarije noemen. De provincies #Thracië en Moesia Superior hadden daarna een vrij normale ontwikkelingsgang.
-
In de loop van twee eeuwen, tussen pakweg 150 v.Chr. en 50 na Chr., veroverden de Romeinen het gebied dat wij Bulgarije noemen. De provincies #Thracië en Moesia Superior hadden daarna een vrij normale ontwikkelingsgang.
-
In de loop van twee eeuwen, tussen pakweg 150 v.Chr. en 50 na Chr., veroverden de Romeinen het gebied dat wij Bulgarije noemen. De provincies #Thracië en Moesia Superior hadden daarna een vrij normale ontwikkelingsgang.
-
In de loop van twee eeuwen, tussen pakweg 150 v.Chr. en 50 na Chr., veroverden de Romeinen het gebied dat wij Bulgarije noemen. De provincies #Thracië en Moesia Superior hadden daarna een vrij normale ontwikkelingsgang.
-
De Thraciërs (2)
De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]
Sociale stratificatie
De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.
Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.
Een opvallend detail is dat als het koningschap eenmaal is ontstaan, de vorst afstand neemt tot zijn onderdanen: hij leefde apart, in een citadel. De adel woonde er in de buurt, in het dorp woonden boeren die druiven, gerst, rogge en tarwe verbouwden; en de herders zwierven daarbuiten. Deze ruimtelijke indeling was in de oude wereld uiteraard heel gangbaar.
Koningsmasker van goud uit Svetitsa (Archeologisch museum, Sofia)Godsdienst
De Thraciërs waren grotendeels ongeletterd, maar zoals ik al schreef hebben Griekse auteurs over hen geschreven. Omdat ze een Indo-Europese taal spraken, mogen we ook de historische taalkunde in stelling brengen, en de conclusies daarvan zijn bevestigd door de archeologie.
Het lijkt erop dat bij de Thraciërs de koning een soort middelaar is geweest tussen de goden en de mensen. Daarom had hij allerlei priesterlijke taken. Hij stamde ook af van de goden – Herodotos identificeert de koninklijke stamvader als Hermesnoot Herodotos, Historiën 5.8. – en was daarom onverslaanbaar in oorlogstijd. Dat was althans de ideologie, die we denken te herkennen in de decoratie van het edelsmeedwerk.
Dezelfde Herodotos meldt dat de Thraciërs alleen de goden Artemis, Dionysos en Ares vereren.noot Herodotos, Historiën 5.8. Dit zijn Griekse namen. Van de twee eerste is bekend dat ze corresponderen met de natuurgodin Bendis en een (inderdaad Dionysos-achtige) zoon van de oppergod genaamd Zagreus. Ik heb niet kunnen achterhalen welke oorlogsgod schuil gaat achter Herodotos’ Ares, maar het ontbreekt niet aan Thracische reliëfs van ridders. Daarover zo meteen meer.
Romeinse afbeelding van de Thracische Orfeus (Archeologisch museum, Stara Zagora)Orfiek
Een van Zagreus’ leerlingen was Orfeus, die – net als de koning – bemiddelde tussen mensen en goden. Aan hem schreven de Thraciërs al hun wijsheid toe, die de vorm had van allerlei bezweringen, wapendansen en rituelen, waarmee de deelnemers zouden kunnen delen in de onsterfelijkheid van de goden. Een mooi voorbeeld is de man die begraven is met de cocon van een rups. Bij die rituelen zou het draaien om een cyclisch proces van leven, sterven en herleven, wat in de kunst tot uiting zou worden gebracht door herhaalde motieven (meanders, spiralen…) en ook een steeds herhaalde afwisseling van kleuren: rood voor het sterven, zwart voor het graf en wit voor de hernieuwing.
En goud! Goud representeerde al sinds de Bronstijd de zon, de bron van alle leven. Archeologen maken – volgens mij terecht – heel veel van de associatie tussen zonneschijn en goudglans, maar ik noteer wel dat Herodotos geen zonnegod vermeldt dat alleen de hellenistische – dus: vrij late – auteur Alexandros Polyhistor beweert dat de Thraciërs Dionysos/Zagreus gelijkstelden aan de zonnegod.
Thracische Ruiter (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)De Thracische Ruiter
Een van de opvallendste afbeeldingen uit de Thracische kunst staat bekend als de Thracische Ruiter. Er moeten er honderden zijn, misschien wel duizenden. Steeds zien we een bewapende ruiter, die nu eens op jacht is en bijvoorbeeld een everzwijn achtervolgt, dan weer een slang bij een boom aanvalt, of terugkeert van het front met het hoofd van een verslagen tegenstander in z’n bagage. Zo nu en dan draagt hij een hoorn des overvloeds, wat dan wellicht het symbool is van de onderwereld. Reliëfs als deze zijn ook bekend uit Roemenië, en daaruit kennen we de naam van de Thracische Ruiter: Ἥρως, “Heros”. Dat is overigens ook het Griekse woord voor held, dus het kan ook een titel zijn, of een als eigennaam gebruikte titel.
In de diverse gebieden lijkt de Thracische Ruiter met diverse goden of mythologische figuren te zijn geassocieerd: de Griekse genezende godheid Asklepios, de orakelgod Apollo, Dionysos/Zagreus, en wellicht ook Ares. Die is immers (volgens Herodotos althans) belangrijk geweest, past goed bij de bewapende ruiter en is niet ergens te plaatsen. Afbeeldingen zijn er tot ver in de derde eeuw na Chr. en wellicht is er een verband met de dubbele “ruiters van de Donau” waarover ik eerder blogde.
En misschien is de Thracische Ruiter ook wel een weergave van de oppergod. Herodotos noemt Zalmoxis, waarvan hij zegt dat die ook wel Gebeleïzis heet. Die laatste naam wordt ook anders gespeld, maar het gaat zeker om dezelfde Indo-Europese naam als die waarvan Zeus en Jupiter zijn afgeleid: de donderende hemelgod die aan het hoofd van het pantheon stond. Dat Zalmoxis in de hemel verbleef, blijkt uit (alweer) Herodotos, die vertelt dat de Geten
om de vier jaar een man uitloten die aan Zalmoxis al hun wensen en verlangens van dat tijdstip kenbaar moet maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: zij wijzen een aantal mannen aan die ieder drie speren vasthouden. Dan wordt door een groep anderen de persoon die de boodschap aan Zalmoxis moet overbrengen aan handen en voeten beetgepakt en in de lucht gegooid zodat hij op de speerpunten terechtkomt. Komt hij bij die val om, dan betekent dit volgens hen dat de god hun welgezind is.noot Herodotos, Historiën 4.94; vert. Hein van Dolen.
Of dit werkelijk zo is gegaan, waag ik te betwijfelen. Het past me net iets te goed bij Herodotos’ tendens om de Thracische barbarij wat aan te dikken. Maar het bevestigt wel dat Zalmoxis in de hemel was.
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De kat en haar naam
maart 11, 2024
“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)
juni 1, 2019
Misverstand: Mensenrechten
mei 5, 2020 Deel dit: #AlexandrosPolyhistor #Ares #Artemis #barbaren #Bendis #Dionysos #goud #grafheuvel #Hermes #HerodotosVanHalikarnassos #IndoEuropeseTalen #koningschap #LetnitsaSchat #Odrysen #Orfiek #RogozenSchat #ruitersVanDeDonau #Thracië #ThracischeRuiter #Triballiërs #Zagreus #Zalmoxis #zon -
De ruiters van de Donau
Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Sirmium (Archeologisch museum, Zagreb)Een tijdje geleden vroeg ik uw hulp bij het identificeren van de voorstelling op een loden schijfje. Ik kreeg leuke reacties, die wezen naar een Romeinse cultus die vooral bekend is uit Moesia, dat wil zeggen het gebied van de Beneden-Donau. En toen u mij eenmaal op dat spoor had gezet, herinnerde ik me ineens dat ik meer van zulke loden afbeeldingen had gezien.
De ruiters van de Donau
Het gaat bij deze ruiters van de Donau steeds om loden plaatjes, waarop altijd een feestmaal is te zien met vis op het menu. De meeste afbeeldingen zijn, zoals de bovenstaande, vierkant, maar er zijn ook een paar ronde schijven gevonden zoals die waarover ik uw hulp vroeg.
Op de vierkante plaatjes is het geheel omlijst met architectuurfragmenten: links en rechts pilaren, bovenaan een boog. Zo heeft het geheel de vorm van een nis, wat in de Oudheid een gebruikelijke manier was om de goddelijke aanwezigheid af te beelden – denk aan onze eigen Nehalennia’s. De afbeelding bestaat meestal uit vier registers, met bovenaan de zonnegod in zijn vierspan.
De “ruiters van de Donau” uit Dacië (Archeologisch museum, Cluj-Napoca)In het tweede register komen van weerszijden twee ruiters aanrijden, naar een godin toe, die middenin staat. Op de Dacië-expositie in Tongeren stelde men die godin gelijk aan Hygeia, maar ik heb ook gelezen dat ze Nemesis, de Syrische godin Atargatis, Hekate, de Keltische Epona of de Maan voorstelt. De gelijkstelling van de twee ruiters aan de Indo-Europese goddelijke Tweelingen ligt voor de hand – en omdat er vaak ook sterren zijn afgebeeld, durf ik dat ook wel als zekerheid aan te nemen. Het is echter tevens mogelijk een verband te leggen met een oeroude heldencultus uit Thracië, waar al eeuwen vóór de aankomst van de Romeinse troepen een soortgelijke ruiter werd vereerd. Het een sluit het ander niet uit.
Het derde register toont de vismaaltijd, en in het onderste register staan wat losse voorwerpen afbeeld, zoals een haan, een leeuw, een slang en een beker. Helaas ontbreken inscripties, wat de interpretatie lastig maakt, maar die vier voorwerpen zouden kunnen corresponderen met de vier elementen: een haan in de lucht, de leeuw met zijn vurige temperament, de slang kruipt op aarde en de beker bevat water. Maar vaak is er ook nog een tafel afgebeeld, en ik weet niet of dat staat voor de ether, het kosmische vijfde element.
Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Divos (Archeologisch museum, Zagreb)Wat zou het zijn?
Vermoedelijk is dat te vergezocht. Het probleem is: wij weten simpelweg niet wat voor de aanhangers van deze cultus meteen duidelijk moet zijn geweest. Ik weet ook niet of de elementen die ik zojuist opsomde, de belangrijkste zijn. De drie bij dit blogje afgebeelde plaatjes tonen meer figuren, terwijl op het schijfje dat de aanleiding was om me erin te verdiepen, de zonnegod ontbreekt.
We moeten het doen met de afbeeldingen. Dat is niet heel anders dan met de reliëfs uit de Mithras-cultus, die vermoedelijk een astrologische betekenis hebben, al zijn er vanouds ook geleerden die er een mythe in herkennen. En misschien is onze aanname dat de loden plaatjes één betekenis hebben, wel onjuist, en hebben diverse mensen aan hetzelfde type afbeelding verschillende uitleg gegeven.
Ook al begrijpen we weinig van de afbeelding zelf, we weten toch wel iets meer. Het zijn vrijwel zeker votiefgiften geweest, dus geschenken aan de goden nadat die iemand evident ergens bij hadden geholpen. In elk geval dateren ze vrijwel allemaal uit de periode tussen pakweg 150 en 350 na Chr. De einddatum suggereert dat de cultus ten einde kwam door de opkomst van het christendom. Verder zijn de plaatjes vrijwel allemaal gevonden in Roemenië, Bulgarije, Servië en oostelijk Kroatië. Anders gezegd: aan de Donau-limes. Misschien was dit een militaire cultus, misschien een cultus van de cavaleristen. Tegelijk: de meeste plaatjes zijn in civiele nederzettingen gevonden.
Kortom, we weten het weer eens niet. Het blijft immers oudheidkunde, de wetenschap van de dataschaarste. En in dit specifieke geval valt toe te voegen dat geen enkele antieke cultus te begrijpen valt aan de hand van uitsluitend afbeeldingen – je hebt altijd teksten nodig.
Mijn boek over Libanon verschijnt donderdag 12 juni, maar u kunt het al bestellen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon. U bent welkom bij de presentatie.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Dierendag
oktober 4, 2018
Sponsianus nog even (want er klopt weinig van)
november 26, 2022
Veel geschreeuw en weinig wetenschap (3)
december 17, 2018 Deel dit:#BenedenDonauLimes #Bulgarije #Dacië #Kroatië #Moesia #nis #Roemenië #ruitersVanDeDonau #Servië #Thracië #Tweelingen #vierElementen #votiefgift
-
Karanovo
Het graf in KaranovoIk reis nog steeds door Bulgarije: na de noordelijke vlakte, de Beneden-Donau-limes en de kuststrook, zijn we inmiddels ten zuiden van de Balkan gereisd naar Plovdiv. Onderweg passeerden we Karanovo, een van de interessantste opgravingen in het land.
Het verhaal begint in 2008, toen grafrovers werden betrapt bij een van de duizenden grafheuvels in Bulgarije. Een team archeologen uit het nabijgelegen Nova Zagora nam de schade op en ontdekten een wagen met twee paarden. Even verderop lag een hond.
Een jaar later werd in de grafheuvel de kamer gevonden, waar een man begraven lag met een opvallend rijke bijgiften: twee zilveren bekers van een type waar ze bij Sotheby’s een ton voor betalen, een schitterende glazen drinkhoorn, ringen, een pantserhemd, een gordel, twee zwaarden, drie schilden, twee dolken, diverse speren, aardewerk, schrapers, een bronzen lamp, een kandelaar, mantelspelden en munten. Eén van die munten dateerde uit 124 v.Chr. moet ook destijds een verzamelstuk zijn geweest, want het vondstcomplex dateerde uit het midden van de eerste eeuw na Chr.
Er was echter iets vreemds met het graf aan de hand. Je zou van een zó chique bijzetting – de overledene moet hebben behoord tot de koninklijke familie van de Thracische Odrysen – verwachten dat alles tot in de puntjes was geregeld, maar dat was niet het geval. De grafkamer oogde slordig, alsof de uitvaart in grote haast was geregeld.
Er waren meer vreemde zaken. De wagen leek niet op de wagens die meestal werden meegegeven in Thracische graven. (Men meent dat ze dienden om de ziel naar de hemel te begeleiden.) Opvallender nog: het graf was gegraven in een al bestaande grafheuvel. Die moet ongeveer veertien meter hoog zijn geweest en moet op maaiveldniveau een gang en een dubbele grafkamer hebben gehad, het standaardtype van een Thracische grafheuvel. Deze vertrekken zijn nog niet gevonden omdat het graf uit het midden van de eerste eeuw er boven ligt.
Zo’n tweede bijzetting in een bestaand was niet ongebruikelijk, maar van een zó voornaam persoon vraag je je af waarom hij geen eigen grafheuvel kreeg. Het heeft niet aan antwoorden ontbroken. Die zijn allemaal speculatief, maar een van de theorieën klinkt niet heel implausibel: dat dit het graf is van koning Rhoemetalces III. Deze werd in 46 vermoord, een gebeurtenis die keizer Claudius aangreep om Thracië te annexeren.
Bewijsbaar is dit niet, maar het verklaart veel van de vreemde trekjes van dit graf. Als – als – er meer te weten is, zullen we dat ook snel weten, want er wordt nog volop gegraven.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De eerste wereldtaal
september 26, 2017
Polytheïstisch jodendom
april 16, 2016
Het Parthische Rijk (3): Westelijke oorlogen
december 20, 2023 Deel dit: #Claudius #grafheuvel #Karanovo #Odrysen #RhoemetalcesIII #Thracië