home.social

#saksen — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #saksen, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Germanen (6) Religie

    Metalen godsbeeldje edelsmeedwerk  (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    [Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]

    Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.

    Ter zake nu. Wat weten we wel? ik denk het volgende.

    De Germaanse religie

    We hebben wat geschreven bronnen en zoals altijd zijn dat Griekse en Romeinse teksten, die vreemde culten op hun eigen wijze interpreteren. Publius Cornelius Tacitus noemt de Germaanse goden dus Hercules, Mars, Mercurius en Isis, al kent hij ook wat Germaanse namen (bijv. Baduhenna). Auteurs als hij presenteerden bovendien een selectie die aansloot bij thema’s die zij belangrijk vonden. Het viel hen bijvoorbeeld op dat monumentale tempels, die rond de Middellandse Zee normaal waren, in Germanië ontbraken. Archeologen hebben dit in zoverre bevestigd dat ze  alleen weinig opvallende heilige ruimtes hebben geïdentificeerd; een enkele keer is de herinnering aan een Germaanse cultusplek bewaard een plaatsnaam, zoals in het Gelderse Herwen, *Harh-wiha, “heilige ruimte”. Archeologen hebben die heilige ruimte een paar jaar geleden teruggevonden.

    Nauwelijks herkenbaar: een godsbeeldje (Landesmuseum, Bonn)

    Een volk zonder tempels: dat was voor de Grieken en Romeinen het bewijs voor absolute barbarij. Dat precies dit gegeven is opgeschreven, dient dus de portrettering van de Germanen als anti-Romein. Om diezelfde reden is er veel aandacht voor mensenoffers: aan het begin van onze jaartelling citeert Strabon van Amaseia een oudere beschrijving (Poseidonios van Apameia?) en Tacitus doet het nog eens dunnetjes over. Tot de slachtoffers behoorden krijgsgevangenen. Veenlijken bevestigen de realiteit van zulke offers, maar wat onduidelijk blijft is hoe ze functioneerden, welke kosmische orde erdoor moest worden bewaard of hersteld.

    We kennen de namen van enkele goden, maar weten weinig méér: het is als een christelijke heiligenkalender zonder legendes. De oppergod was in elk geval Wodan (Odin), die in de Romeinse bronnen werd gelijkgesteld aan Mercurius. We zouden Jupiter hebben verwacht, maar als dondergod was die gelijk aan Donar (Thor). Tîw was de Germaanse Mars, dus de god van vruchtbaarheid en oorlog. Nerthus was de naam van de aardgodin. Tacitus is er stellig over dat Isis werd vereerd en geleerden hebben haar gelijkgesteld aan de natuurgodin Freya, maar het is niet volledig uit te sluiten dat de Germanen via Griekse of Italische contacten de verering hebben overgenomen van deze van oorsprong Egyptische godin.

    Wijding aan Hludana (Museum van Xanten)

    Uit het Romeinse Rijnland – dus uit de marge van de Germaanse wereld – kennen we ongeveer 3000 inscripties met namen van Germaanse goden en godinnen, soms dubbel, zoals Mars Thingsus. Ze dateren merendeels uit de tweede en derde eeuw, en de goden die ik zojuist noemde (Wodan, Freya, Donar…), staan in de inscripties nergens vermeld. Een van de interessantere wél vermelde godheden is Hludana, waarvan Jacob Grimm opperde dat het de antieke voorganger is van het personage van Vrouw Holle. Die theorie is uit de mode geraakt.

    Archaic survivals

    Daarmee zijn we echter aangekomen bij het recentere bewijs: namelijk dat van de middeleeuwse bronnen en de archaic survivals in de latere volkscultuur. Wat betreft het laatste: er zijn in de negentiende eeuw nogal fantastische theorieën opgesteld, zoals dat Sinterklaas die te paard over de besneeuwde daken rijdt, eigenlijk Wodan is die op de achtbenige Sleipnir rijdt over de wolken. Merendeels zijn die theorieën verwezen naar het rijk der fabelen, maar misschien is men daar iets te snel mee geweest.

    De Germaanse oppergod Wodan/Odin op zijn paard Sleipnir, op een steen uit Ardre (Zweden)

    De middeleeuwse bronnen bieden ook solide informatie. Er zijn christelijke teksten, zoals de Utrechtse Doopbelofte, waarin de demonen staan opgesomd die dienen te worden afgezworen, en zo kennen we namen als Wodan en Donar. De belangrijkste verzameling teksten komt van IJsland: de Edda. Een voorname auteur is Snorri Sturluson, die rond 1200 allerlei oude verhalen heeft naverteld, waarbij hij de goden van weleer presenteerde alsof het mensen waren geweest. Daaraan (en aan allerlei Scandinavische sculptuur) danken we een groot deel van de Noordse mythologie.

    Hoewel de Noordse goden niet corresponderen met die uit de inscripties, is de Edda-mythologie relevant. De Scandinavische talen zijn namelijk al heel vroeg los komen staan van de andere Germaanse talen, en enkele oeroude verhalen zijn in het hoge noorden bewaard gebleven. Weliswaar aangepast en bewerkt, maar het wereldbeeld dat we tegenkomen in de Scandinavische teksten, past bij wat we weten over de continentale Germaanse samenleving. Ik stel me voor dat als een Nebisgast, om eens een Germaanse leider uit Nederland te noemen, een verhaal over de IJslandse Odin zou hebben gehoord, hij het zou hebben herkend als onderdeel van zijn eigen cultuur. Uiteraard is dit speculatie mijnerzijds.

    Ons verdwenen verleden

    Sinds men rond 1500 in het hertogdom Gelre parallellen ging trekken tussen de Bataven en Gelre, en waarschijnlijk al eerder, zijn de Germanen “ons” verleden. Op Java verrees Batavia, we hebben een Bataafse Republiek gehad, Batavus Droogstoppel is ons nationale alter ego en ik rijd op een Batavusfiets. Er bestaat een krant die Tubantia heet en een noordelijke provincie associeert zich met de Friezen. Ik kom uit Apeldoorn, waar straten zijn vernoemd naar Germaanse volken. Onze overgrootouders hebben weliswaar nooit een Hermannsdenkmal opgericht, maar tot voor kort begon het geschiedenisonderwijs met de Bataven, Chamaven,  Chauken, Eburonen, Franken, Friezen, Nerviërs en Saksen.

    Ze zijn gereduceerd tot bijzaak in het canonvenster limes. En dat betreur ik. Weliswaar ligt mijn eigen belangstelling meer bij de culturen rond de Middellandse Zee, maar dat maakt me niet blind voor het onloochenbare feit dat voor Nederlanders en Vlamingen het allervoornaamste erfgoed Germaans is: onze taal. Dat kun je niet zomaar opgeven, want dan geef je een belangrijk stuk op van je eigen identiteit. Ik heb het idee dat we, door de eenzijdige nadruk die de laatste kwart eeuw is gelegd op het Romeinse verleden, iets te veel hebben prijsgegeven.

    PS

    Een schatkamer aan informatie over de Germaanse taal is Taaldacht. Samensteller Olivier van Renswoude plaatste daar ook een vertaling van de Beowulf. Wie meer wil weten over de Germaanse wereld, kan het beste met dat gedicht beginnen.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Zuil van Trajanus (en meer)

    augustus 16, 2024
    De Romeinse Isis

    december 9, 2023
    Domitianus (1): Corona civica

    december 19, 2021 Deel dit: #archaicSurvival #Donar #Eburonen #Edda #Franken #Freya #Friezen #GermaanseTalen #Hermannsdenkmal #Herwen #Hludana #Isis #JacobGrimm #mensenoffer #Nebisgast #Nerthus #NoordseMythologie #Odin #OlivierVanRenswoude #PoseidoniosVanApameia #PubliusCorneliusTacitus #Saksen #Sleipnir #SnorriSturluson #StrabonVanAmaseia #Thor #UtrechtseDoopbelofte #VrouwHolle #Wodan
  2. Overijssel: Springendal

    Een deel van de voorwerpen uit Springendal (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    [Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

    Springendal

    Eerder vanavond schreef ik dat de archeoblabla niet moe wordt n’importe welke vondst aan te duiden als schat, terwijl er maar een paar vondsten zijn die werkelijk zo zijn te typeren. Een heel kras voorbeeld is het edelmetaal uit Springendal, in Twente, in het oosten van Nederland: een stuk of honderd gouden munten en nog wat andere edelmetaal. Verschillende mensen hebben daar in de late zesde eeuw en in de zevende eeuw munten achtergelaten op een met palen gemarkeerd kruispunt van wegen. Tot de oudste stukjes edelmetaal behoort het beslag van een riem, mogelijk nog uit de vijfde eeuw.

    Het zijn deposities of offers, meervoud, en er is geen sprake van dat dit een schat zou zijn, dus een op één moment in de bodem in veiligheid gebrachte verzameling kostbaarheden. Toen archeologiejournalist Theo Toebosch erover schreef in het NRC Handelsblad, maakte hij dit punt expliciet, maar evengoed kopte de krant dat het ging om een “Twentse muntschat”.

    Het achterlaten van munten op markante plaatsen was in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen gebruikelijk. Het maakte niet uit of degenen die de muntjes achterlieten heidens waren of christelijk, Saksisch of Frankisch. Desondanks was de niet-schat van Springendal een opmerkelijke vondst, omdat zevende-eeuws Nederland niet zo goed bekend is. Er zijn weinig teksten over de noordelijke Lage Landen, terwijl de archeologische vondsten vooral betrekking hebben op grafvelden of het afval van de boerderijen. Cultusplaatsen zijn zeldzaam.

    De munten zijn ontdekt door mensen met metaaldetectors en toen kwam de vraag: wie moet ze aankopen? Ik was destijds verbijsterd dat het Rijksmuseum Twenthe geen vinger uitstak voor wat evident belangrijk Twents erfgoed was. De vondsten zijn toen verworven door het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarop vanuit Twente de kritiek kwam dat Holland weer eens wegkaapte wat niet van Holland was. Dat vond ik eigenlijk niet minder verbijsterend.

    [Dit was het 547e voorwerp in onze reeks museumstukken. Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]

    #Franken #MainzerBeobachter #Overijssel #Saksen #Springendal
  3. [Artikel] 𝗧𝗿𝗲𝗶𝗻𝗿𝗲𝗶𝘀 𝘃.𝗱. 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱: 𝗣𝗲𝗿 𝗦-𝗕𝗮𝗵𝗻 𝘀𝗹𝗶𝗻𝗴𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱 𝗹𝗮𝗻𝗴𝘀 𝗱𝗲 𝗘𝗹𝗯𝗲 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝗦𝗮𝗸𝘀𝗶𝘀𝗰𝗵 𝗭𝘄𝗶𝘁𝘀𝗲𝗿𝗹𝗮𝗻𝗱

    Een groene vallei vol poppendorpen en kuuroorden, heen en weer varende veerbootjes, monumentale burchten, torenhoge tafelbergen en bizarre rotspartijen: stap in #Dresden in de S-Bahn en spoor slingerend langs de #Elbe door #SaksischZwitserland

    volkskrant.nl/volkskrant-magaz via @volkskrant

    📷 CC0

    #Treinen #Spoorwegen #Railway #Railways #Travel #Reizen #Treinreis #Saksen #Saxonia #Sachsen #SachsischeSchweiz

  4. De ruiter van Hornhausen

    De Ruiter van Hornhausen (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    Een van de redenen waarom ik al jaren naar het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle wilde, was het bovenstaande reliëf. Het stond ook op het boekje met Germaanse heldensagen dat ik een kleine halve eeuw geleden heb gelezen, en sindsdien fascineert het me. Het valt me moeilijk bij het zien ervan niet te denken aan Siegfried, Hildebrand of Beowulf. Eenmaal in Halle realiseerde ik me dat die betoverende verhalen me ervan hadden weerhouden uit te vogelen wat voor reliëf dit eigenlijk was.  In mijn gedachten was het “dat reliëf” van “die Germaanse ruiter”. De auteur van het boekje over de Germaanse heldenliederen schreef dat het Wodan was.

    Het reliëf, in 1874 ontdekt bij Hornhausen (vlakbij Maagdenburg), stelt inderdaad een ruiter voor, voorzien van helm, speer, zwaard, schild en broek. De helm zou van hetzelfde type kunnen zijn als die uit Sutton Hoo, dus met een volledige bedekking van het gezicht, maar dat is niet goed uit te maken. Er is geen stijgbeugel. Het paard is nogal groot. Recht onder het dier lijken drie horizontale lijnen te staan, maar als je goed kijkt, zie je dat het een enorme slang is, wiens levenloze kop rechtsonder naar beneden afhangt, in het onderregister, dat is versierd met een vlechtwerk van slangen. Dit wordt vanouds uitgelegd als het “binden” van het kwaad, wat natuurlijk wel past bij de gedode slang onder de paardenvoeten. Er is ook een bovenregister geweest, waarvan alleen nog wat voeten zijn te zien.

    Maar wat is dit? Germaanse sculptuur is extreem zeldzaam, en deze beeldhouwer was een routinier. Hij kon prima de juiste proporties weergeven van de ruiter, dus de opvallende omvang van het paard is geen toeval. Het was de bedoeling een groot strijdros af te beelden, en dat suggereert dat we te maken hebben met een bovennatuurlijk rijdier. Als dit een grafmonument is, zien we de overledene rijden naar het Walhalla. Het bovenregister zal dan hebben bestaan uit een rij soldaten, zoals we ook kennen van de Lier van Trossingen: het Gefolgschaft van de gesneuvelde ruiter. Dit sluit andere interpretaties niet uit.

    Na de oorspronkelijke vondst is op de vindplaats archeologisch onderzoek gedaan, waarbij bleek dat dit reliëf op een grafveld stond. De overledenen waren allemaal gecremeerd, maar er waren ook enkele paarden begraven, die rond het midden van de zevende eeuw zijn gestorven. Die koolstofdatering past precies bij wat kunsthistorici al eerder hadden beredeneerd, zodat we te maken hebben met twee soorten bewijs voor dezelfde conclusie.

    Een hert en twee hinden

    Ook werden nog meer stenen ontdekt, die behoorden bij hetzelfde monument. Op een ander reliëf zijn een hert en een of twee hinden te herkennen. Ze kunnen hebben behoord bij een jachtscène, maar herten speelden ook in de mythologie een rol. In de noordse traditie identificeert Siegfried, die dan Sigurd heet, zichzelf als een hert. Op een ander gevonden reliëf is een vaandel met een kruis te zien, wat, gegeven de datering, beslist niet het christelijke symbool kan zijn. Ook in de Germaanse wereld kende men soortgelijke tekens, die een kwaadafwerende functie hadden.

    Vaandel met kruis

    Omdat ook nog die nauwelijks zichtbare dode slang is te zien, is ook wel geopperd dat dit een drakendoder voorstelt, of de oppergod Wodan, rijdend op zijn paard Sleipnir. Hier is een parallel uit Xanten.

    Wodan met zijn donderhamer (Archeologisch park, Xanten)

    Misschien is die interpretatie wel de meest waarschijnlijke. De archeologen hebben namelijk vastgesteld dat het monument na zo’n honderd jaar, dus rond het midden van de achtste eeuw, met opzet kapot is geslagen, en dat de fragmenten opnieuw zijn gebruikt in een christelijk graf. Het past in deze tijd de triomf van het nieuwe geloof te tonen door de monumenten van het oude geloof demonstratief te vernietigen en in de eigen architectuur te verwerken: dat bewees de machteloosheid van de valse goden. Misschien is dit christelijke vandalisme te koppelen aan een van de drie expedities in 743, 744 en 748 waarmee de Franken de regio veroverden op de Saksen.

    Kortom, ik heb veel geleerd tijdens mijn bezoek aan het museum in Halle.

    [Dit was het 516e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Migratie in de Arabische wereld

    maart 11, 2023
    Medina 642 na Chr.: gratis graan en geld

    februari 15, 2025
    Herakleios (1): de staatsgreep

    januari 29, 2025 Deel dit:

    #drakendoder #Franken #LandesmuseumFürVorgeschichte #paard #paardengraf #RuiterVanHornhausen #Saksen #Siegfried #Sleipnir #SuttonHoo #Wodan #Xanten

  5. De Thuringers

    Germaans graf uit Reuden (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    Voor de oudheidkundige vormen de Germanen een probleem. Hij beschikt over de archeologische vondsten van onder meer de Jastorf-cultuur, die een IJzertijdcultuur documenteren die, in materieel opzicht, eenvoudiger was dan de aangrenzende La Tène-cultuur (“de Kelten”). Hij beschikt over Germaanse teksten, maar die zijn ontzettend laat. Ze documenteren vooral laatantieke visies op een verleden dat niet alleen legendarisch is maar ook destijds al gold als hypothetisch. En de oudheidkundige beschikt over Griekse en Romeinse bronnen, die altijd datgene weergeven wat de auteurs zelf wilden vertellen, en niet per se een compleet of zelfs maar representatief beeld bieden. Kortom, de Germanen zijn leuk.

    Woonplaats

    Eén van de problemen is de landkaart. Uit diverse auteurs kennen oudheidkundigen de namen van enkele stammen uit het land ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau. De wereldkaart van de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios van Alexandrië biedt de coördinaten van enkele plaatsen, en de geografische breedte is doorgaans redelijk accuraat, maar de lengte is dat niet. Belangrijker echter is dat de de verzameling namen verwijst naar diverse tijdstippen en bovendien vrijwel zeker incompleet is. Als een archeoloog dus beweert

    deze vondsten zijn van de Thuringers,

    bedoelt hij eigenlijk

    deze vondsten zijn gedaan in een gebied waarvan we feitelijk niet weten wie er woonden maar waarop we vooralsnog het etiket “Thuringers” plakken omdat die naam nu eenmaal beschikbaar is en omdat in de buurt een Duitse regio ligt die sinds de Middeleeuwen “Thüringen” heet.

    Het cruciale woord in de voorgaande volzin is “vooralsnog”: de uitspraak is ad hoc, zoals alle oudheidkundige kennis. Het is de beste hypothese om van de onvolledige en ambigue informatie chocola te maken. Aan vondsten die uit zichzelf niet zeggen aan wie ze toebehoorden, koppelen we een naam uit de verzameling waarover we beschikken. Het is weinig méér.

    In elk geval hebben we het over een gebied in het zuiden van het huidige Sachsen-Anhalt; de huidige deelstaat Thüringen ligt meteen ten zuiden daarvan. Plaatsnamen verschoven wel vaker; de verplaatsing van de naam “Saksen” van de monding naar de bovenloop van de Elbe is een ander voorbeeld.

    De eerste Thuringers

    Maar als we dit alles in overweging nemen, wat weten we dan over de Thuringers? De naam is gedocumenteerd in de tweede eeuw na Chr., als de genoemde Ptolemaios melding maakt van Teuriochaima. Er was dus een heim, een thuisland, voor een groep die destijds Teuriërs heette. Er is wel geopperd dat die naam verwant is met het tweede element dat we kennen uit de veel oudere stamnaam Hermon-duri, maar hoewel deze Hermonduriërs en Thuringers allebei in de buurt van de Elbe leefden, is het verband klankwettig onmogelijk. Een verband met Terwingen is niet uitgesloten, maar die woonden honderden kilometers verderop.

    Tweede-eeuwse torques uit het gebied van de Thuringers (Zeughaus, Berlijn)

    In de derde en vierde eeuw clusterden in het Overrijnse allerlei oudere groepen tot nieuwe, grotere stammen, zoals de Franken, de Saksen en de Alamannen, en wie weet zijn de Thuringers ook zo’n groep, wellicht met de Teuriërs als kern. Dit is echter speculatief, en het is helemáál speculatief als ik een verband leg met de Romeinse gouden munten uit het midden van de derde eeuw die alleen in het gebied van de Thuringers zijn gevonden. Het is denkbaar dat de Romeinse keizer Gallienus de nieuw gevormde federatie goud beloofde als zij de oorlog verklaarden aan deze of gene Romeinse vijand; ik blogde er al eens over en ik weet dat er kritiek op deze speculatie is. Aannemend dat het desondanks klopt, is eveneens denkbaar dat dit goud het middel was waarmee een charismatische Teuringse leider een federatie schiep. Maar nogmaals: dit is pure speculatie.

    We weten wel iets anders. De archeologische vondsten documenteren dat er mensen vanuit het noorden en westen trokken naar het gebied dat later dat van het koninkrijk der Thuringers zou zijn. Dat koninkrijk zou rond het midden van de vijfde eeuw zijn ontstaan. We mogen speculeren dat diverse adellijke families verzwagerd waren geraakt en een Traditionskern hadden aanvaard: gedeelde verhalen over een legendarisch verleden, overeenkomstige normen en gebruiken, wederzijdse erkenning, en een gedeeld respect voor een (Teuringse?) dynastie.

    Zo of anders ontstond een koninkrijk, dat we in de Late Oudheid gedurende een jaar of tachtig kunnen volgen.

    [Wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Ausonius aan de Moezel

    september 22, 2021
    De vijfde eeuw (2)

    maart 2, 2017
    Meroïtische lampen

    januari 9, 2019 Deel dit:

    #alamannen #elbe #franken #gallienus #hermonduriers #jastorfCultuur #klankwet #ptolemaiosVanAlexandrie #saksen #thuringen #thuringers #traditionskern

  6. [15:33] De (on)zichtbare Duitse stad Chemnitz ligt te wachten op erkenning tussen zijn 'grote broers'

    In het verre oosten van Duitsland liggen beroemde steden als Dresden en Leipzig. Van de stad Chemnitz, de derde stad van de deelstaat Saksen, hebben echter maar weinigen gehoord. De voormalige industriestad ligt onzichtbaar tussen zijn ‘grote broers’ te wachten op erkenning. De titel Culturele Hoofdstad van Europa 2025 gaat daar ongetwijfeld bij helpen.

    lc.nl/meer/vrij/Chemnitz-de-on

    #Duitsland #Dresden #Leipzig #stadChemnitz #derde #Saksen #CultureleHoofdstadvan #Europa #2025

  7. Luit van der Tuuk, die u wellicht kent van zijn boeiende boeken over de Franken, Dorestad, de Friezen (e-book), Bonifatius en de Vikingen, heeft alweer een mooi boek geschreven. Het heet gewoon De Saksen, en dat is, zoals hij in de inleiding al aangeeft, een kneedbaar begrip. Eeuwenlang waren de Saksen vooral degenen die door anderen werden aangeduid als de Saksen.

    De eerste Saksen

    Het probleem is niet eens zozeer dat de Saksen lange tijd “people without history” zijn geweest, die zelf geen bronnen schreven. Zeker, we kennen ze aanvankelijk vooral uit de beschrijvingen van Romeinse en Frankische auteurs, die hun beschouwden als barbaarse tegenstanders. Maar het feitelijke probleem is wezenlijker. De Romeinse en Frankische bronnen zijn namelijk niet alleen vooringenomen, ze zijn voor heel schaars en heel ambigu.

    De allereerste vermelding van Saksen is te vinden bij de tweede-eeuwse geleerde Ptolemaios van Alexandrië, die hen – vanuit Romeins gezichtspunt – plaatst voorbij de Elbe, in Sleeswijk-Holstein. Pas anderhalve of twee eeuwen later worden ze opnieuw vermeld, vaak in één adem met de Franken. De Romeinse schrijvers lijken geen onderscheid te hebben kunnen maken. In de vijfde eeuw is “Saksen” dan de naam voor allerhande zeeschuimers op de Noordzee. Hoewel er weinig reden is aan te nemen dat het allemaal vredelievende kooplieden waren, wil de beschuldiging van piraterij weinig meer zeggen dan dat hun praktijken niet aansloten op wat de Romeinen van nette handelaren verwachtten.

    Agenda’s en romantiseringen

    Elke auteur heeft, zoals dat met alle auteurs het geval is, een agenda. Als je niets hebt te betogen, hoef je immers niets op te schrijven – niemand schrijft op wat vanzelf spreekt. Wanneer Van der Tuuk die agenda’s schetst, is hij op zijn best. De zesde-eeuwse geschiedschrijver Gildas, die verslag doet van de Saksische aanwezigheid in wat nu Engeland heet, is bijvoorbeeld helemaal niet geïnteresseerd in de Saksen, maar heeft het vooral over het morele falen van de post-Romeinse leiders. En als een andere auteur, de negende-eeuwer Rudolf van Fulda, een groep Saksen typeert als nieuwkomers, past dat weliswaar bij het beeld van zeerovers, maar lijkt het vooral een rechtvaardiging van Frankische agressie tegen de Saksen. Daarover zo meteen meer.

    Nog een leuke observatie van Van der Tuuk: juist de bronnen die op het eerste gezicht de meeste informatie bevatten, moet je wantrouwen. Het zijn vaak bewerkingen van eerdere bronnen, waar men aan heeft toegevoegd wat in de eigen tijd relevant is. Je zou het romantiseringen kunnen noemen. Ik moest even denken aan de groei van het sprookje van Archimedes’ brandspiegels, dat we stap voor stap kunnen volgen en in elke bron nog bizarder is dan daarvoor.

    Vaste grond

    Pas in de Karolingische tijd krijgen we wat meer vastigheid. Woonden de Saksen tot dan toe in Sleeswijk-Holstein aan gene zijde van de Elbe, inmiddels wonen ze – na verblijf op schepen op de Noordzee, in Normandië en op de Britse oostkust – aan deze zijde van de Elbe. Zeg maar op de Noord-Duitse Laagvlakte. Anders gezegd: in het gebied waar Romeinse geschiedschrijvers de Franken plaatsten, plaatsten de Frankische geschiedschrijvers de Saksen.

    Ik was blij met het hoofdstuk in De Saksen over de Saksische veldtochten van Karel de Grote. Ik wist daar weinig van, maar wist dat het een fel, wreed conflict was geweest. Maar een beschrijving had ik nog nooit gelezen. Er waren drie fasen, zo leerde ik:

    • Een fase van 772 tot 777, waarin Karel strijdt tegen een Bruno en een Hassio;
    • Een tweede fase van 777 tot 785, waarin Karels voornaamste tegenstander Widukund is;
    • Een derde fase van 792 tot 804, waarin Karel de steun krijgt van Slavische krijgers vanuit het gebied aan de andere kant van de Elbe.

    Het is een wrang verhaal, soms onderbroken door diplomatie. Karel probeerde dan de verdeelde Saksen voor zich te winnen door mensen die partij voor hem kozen, op te nemen in de Frankische rijkselite. Het zijn de onderbrekingen van een verslag vol gevechten, deportaties en massale executies. Dat Karel uiteindelijk won, was deels door het gebied te ontsluiten: hij liet bruggen slaan en versterkte nederzettingen aanleggen, die het begin vormden van de verstedelijking.

    Kerstening

    En natuurlijk was er de kerstening. Van der Tuuk schetst het als een proces van dwang, en ik wil het geloven want ik ben geen mediëvist. Maar ergens is er ook een oudheidkundige stemmetje in mij dat me eraan herinnert dat het althans in de Oudheid de verering van Christus prima te combineren viel met de verering van andere goden. De “exclusivisten”, die zeiden dat wie was gedoopt, geen andere goden meer mocht erkennen, waren lange tijd een minderheid, die later dominant werd en ervoor heeft gezorgd dat minder orthodoxe bronnen niet meer werden gekopieerd. Ook is er een stemmetje in mij dat me eraan herinnert dat in het Midden-Oosten moslims zich lieten dopen omdat het hun beschermde tegen kwade geesten (het “doopsel van Johannes”).

    Ik kan me voorstellen dat de Saksische kerstening ook meer gezichten heeft gehad dan de dwang waarover we in de bronnen lezen. Evengoed hebben de christelijke missionarissen talloze eeuwenoude heilige bomen en Irminsuls neergehaald. Je kunt minimaal zeggen dat de christenen hun doelgroep niet uitsluitend met argumenten overtuigden.

    Het is in dit deel van De Saksen dat Van der Tuuk ook een man als Lebuïnus, die u wellicht kent van zijn grafkerk in Deventer, een plek geeft in het grotere geschiedverhaal. Van der Tuuk wijst er meteen op dat diens reputatie aanvankelijk niet zo heel groot was, maar dat hij belangrijk werd gemaakt toen de bisschop van Utrecht tijdelijk zijn residentie verlegde naar Deventer.

    Het zijn dit soort constateringen die De Saksen tot een fijn boek maken. Ik heb het boek met heel veel plezier gelezen. Als u iemand kent of iemand bent met belangstelling voor de Vroege Middeleeuwen, dan weet u wat Sinterklaas te doen staat.

    Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    https://mainzerbeobachter.com/2024/10/22/de-saksen/

    #Angelsaksen #Deventer #doop #doopselVanJohannes #Elbe #Gildas #kerstening #Lebuïnus #LuitVanDerTuuk #Noordzee #peopleWithoutHistory #piraterij #PtolemaiosVanAlexandrië #RudolfVanFulda #Saksen #verstedelijking #Widukund

  8. 4/4 "De nazi's kwamen in Thüringen in 1930 voor het eerst in een Duitse landsregering, op het moment dat ze op landelijk niveau nog een ondergeschikte rol speelden."
    nl.wikipedia.org/wiki/Th%C3%BC

    "Fritz Sauckel behoorde als nationaalsocialistisch politicus tot de eerste leden van de NSDAP. In 1927 werd Sauckel gouwleider van Thüringen. Van 1932 tot 1933 was hij minister-president van Thüringen."
    nl.wikipedia.org/wiki/Fritz_Sa

    #Thüringen #Saksen #nazis #nazisraus
    #bjornhocke #AfD

  9. 2/3

    'Lijsttrekker Björn Höcke van de AfD in Thüringen zegt "enorm trots en gelukkig" te zijn met het resultaat.'

    En voert ter illustratie daarvan maar even de dubbele Hitlergroet uit.

    nos.nl/artikel/2535421-exitpol #bjornhocke #AfD #Thüringen #Saksen #nazis #nazisraus

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.