#mensenoffer — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #mensenoffer, aggregated by home.social.
-
Waarom oorlog?
Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, YazilikayaWaarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.
Archeologisch bewijs?
We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.
Een eerste, heel ambigue aanwijzing daarvoor is er in het twaalfde millennium v.Chr. in Jebel Sahaba, in het uiterste noorden van Soedan. Daar zijn de geraamtes ontdekt van negenenvijftig mensen die gewelddadig aan hun einde zijn gekomen. Dat er vervolgens werk is gemaakt van een nette uitvaart, suggereert echter een rituele dood; deze mensen zijn niet gesneuveld in een oorlog, maar lijken meer op mensenoffers.
Sociale ongelijkheid
We krijgen pas onloochenbaar bewijs voor oorlogvoering als we al een flink eind in het Neolithicum zijn gevorderd. Ergens rond 5300 v.Chr. ontstaan er verschillen in huizenbouw en grafrituelen, en die weerspiegelen groeiende ongelijkheid. Anders gezegd, er ontstaan groepen die meer en minder profiteren van wat de samenleving zoals produceert, en daardoor ontstonden er, zoals Adam Smith rond 1776 al wist, diverse klassen, die niet dezelfde belangen hadden. Zo bezien is de geschiedenis van alle sinds 5300 v.Chr. bestaande maatschappijen een geschiedenis van klassenstrijd. Burgeroorlog is ouder dan oorlog.
De vraag is natuurlijk wat daarvan de inzet kan zijn geweest. Waarom streed men? In zijn recente boek Dageraad laat Johan Hendriks diverse theorieën de revue passeren. Ging het om bezit, zoals Karl Marx opperde? Of om gezag, zoals Max Weber schreef? Of moeten we Herbert Marcuse volgen, die de vraag omkeerde en niet het conflict centraal stelde, maar erop wees dat de machtigere klassen de machteloze klassen apaiseerden door ze zicht te laten houden op een betere toekomst? Dat zou voor bijvoorbeeld de Bandkeramiekcultuur
kunnen betekenen dat de bewoners van de grote huizen ook de (mogelijk aan hen ondergeschikte) inwoners van de kleinere huizen voorzagen in hun voedselbehoefte, waardoor ze én afhankelijk én weinig opstandig waren.
Hendriks noemt diverse voorbeelden van archeologisch bewijs voor neolithisch collectief geweld, m.a.w. voor iets dat we als “oorlog” kunnen typeren. Vanaf het moment dat de ongelijkheid toeneemt, heeft er collectieve agressie bestaan, zoveel is duidelijk, maar Hendriks blijft voorzichtig als het gaat om de duiding daarvan. De precieze inzet blijft in het ongewisse en denkelijk was die ook niet altijd dezelfde. Maar toen oorlog eenmaal deel uitmaakte van het menselijk repertoire, werden we er beter in. In de Bronstijd werden de bijlen en messen die we al hadden, aangepast tot strijdbijlen en zwaarden.
Onrobuuste informatie
Terwijl ik dit deel van Hendriks’ boek las, voelde ik het meest voor Marcuses omkering: de wortels van de (burger)oorlog zijn het probleem niet, veel interessanter zijn de mechanismen om conflicten te bedwingen. Bied je tegenstanders perspectief, verdeel ze door de aandacht af te leiden met een (schijn)tegenstander, presenteer de bestaande situatie als de natuurlijke, als de onvermijdbare, als de door de goden gesanctioneerde. De stem van god klinkt nogal eens als die van de heersende klasse.
Dat klinkt allemaal heel logisch, en wie weet was het in het diepe verleden ook wel zo, maar feitelijk projecteren we zo onze eigen ideeën over geweld en heerschappij op de schaarse en ambigue gegevens over de Oudheid. I.D.O.H.Z.O. oorlog – ja, zeker, maar we moeten ons er bewust van zijn dat oudheidkundige data zelden werkelijk robuust zijn. We zullen de vraag naar de herkomst van oorlog op een andere manier moeten beantwoorden dan met het oudheidkundig instrumentarium, en helaas is er voldoende bewijs dat wel voldoende robuust is.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Het ontstaan van Byblos
mei 17, 2018
“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)
juni 1, 2019
Byblos in het Neolithicum
mei 17, 2022 Deel dit:#2001ASpaceOdyssey #adamSmith #bandkeramiek #herbertMarcuse #iDOHZO #jebelSahaba #johanHendriks #kannibalisme #karlMarx #klassenstrijd #maxWeber #mensenoffer #neolithicum #oorlog #paleolithicum #soedan
-
Olmeeks portret (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)Deze blog begon ruim dertien jaar geleden als een algemeen medium, zeg maar als een soort dagelijkse krant, en veranderde al snel in een blog over de Oudheid. Ik heb Rome, Griekenland, Egypte, Mesopotamië en Perzië altijd gepresenteerd in samenhang met Centraal-Eurazië en met Afrika; de Indusbeschaving en China kregen wat minder aandacht omdat ik er wat minder van weet. En Precolumbiaans Amerika kreeg pas de laatste jaren wat aandacht.
Eén reden daarvoor is dat de Precolumbiaanse culturen niet goed passen bij de definitie van de oude wereld: de periode waarover we naast het archeologische bewijs al geschreven bronnen hebben, maar niet zó veel bronnen dat we aan echte geschiedvorsing kunnen denken. Eigenlijk bestaat deze situatie in de Amerika’s alleen in de ruime eeuw vóór Cortés en Pizarro. Een tweede reden: voor de op deze blog behandelde materie kan ik zonder Azteken en Inka’s.
Precolumbiaanse culturen
Evengoed zijn de Precolumbiaanse culturen interessant en ik zou er misschien meer over hebben geschreven als ik had geweten hoe ik aan informatie moest komen. Internet helpt niet werkelijk: in die ongedifferentieerde nevenschikking van informatie kan ik kaf en koren niet scheiden. De openbare bibliotheek bood een handvol boeken over pakweg de Maya’s of de Azteken, maar een echt overzichtswerk vond ik niet. Het academisch aanbod bleek hypergespecialiseerd. Terwijl ik dus gewoon een handboek à la De Blois en Van der Spek wilde lezen, zoals eerstejaars-geschiedenisstudenten in hun eerste weken doen.
Cupisnique-vaas (Museum aan de Stroom, Antwerpen)En dus baseerde ik me op het museale aanbod. De Aztekententoonstelling in het Wereldmuseum in Leiden, de slecht toegelichte collectie in het Humboldtforum in Berlijn, de voorwerpen in de Brusselse Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, de weergaloos mooie collectie van het Museum aan de Stroom in Antwerpen en – vorige week – het Musée du Quai Branly in Parijs. Ik koop catalogi. Ik heb nu ruim duizend foto’s, geordend in eenennegentig mappen, van Yupik in Alaska tot Mapuche in Argentinië, maar eigenlijk weet ik niet goed wat de namen betekenen. Is “Puebla” de naam van een archeologische cultuur, van een landstreek in Mexico of van een archeologische fase? Mijn kennis is structuurloos.
Ik heb, eerlijk gezegd, de indruk dat dat niet alleen komt door mijn beperkte intellect. Het helpt de geïnteresseerde beginner niet dat Tiwanaku en Wari ook worden weergegeven als Tiahuanacu en Huari. Of dat een en dezelfde oude cultuur twee namen kan hebben.
Aztekische maïsgodin (Wereldmuseum, Leiden)Een fijn boek
Maar misschien ben ik onlangs gered. In het Musée du Quai Branly kocht ik een klein boekje, Les civilisations précolombiennes van de Franse archeologen Éric Taladoire en Patrice Lecoq; het is de vorig jaar verschenen, geactualiseerde versie van een boekje uit 2016. En hé, dit was bijna precies het boek dat ik zocht.
In het eerste hoofdstuk presenteren ze de archeologie en etnografie van de Amerika’s als een “tweede ontdekking” en schetsen ze de grote regio’s. Ik kan nu mijn eenennegentig fotomappen tenminste gaan ordenen. Het tweede hoofdstuk behandelt Midden-Amerika: de preklassieke Olmeken, de klassieke Maya’s, andere beschavingen uit de regio (zoals Teotihuacán) en tot slot de postklassieke imperia – anders gezegd, de Azteken. Steeds opnieuw gaat de beschrijving van de geografie vooraf aan die van de materiële cultuur, zo nu en dan onderbroken door beschrijvingen van zaken als religie, sjamanisme, mensenoffers, landbouwtechnieken of de politieke structuur.
Maya-schaal (Humboldtforum, Berlijn)Noordelijk Amerika komt er met een kort derde hoofdstuk bekaaid vanaf, waarna het vierde hoofdstuk de culturen van de Andes behandelt. Zeg maar Peru. Ze verdelen de geschiedenis in een aanloopfase, een formatieve periode (Cupisnique, Chavin), een periode van diversificatie (Nazca, Moche, Recuay, Vicus…), een periode van verstedelijking (Wari en Tiwanaku), een nieuwe periode van diversificatie (Chimu, Sicán, Chancay…) en tot slot ook hier imperiumvorming: de Inka’s.
Een vijfde hoofdstuk behandelt de culturen van Ecuador, Colombia, Bolivia, Chili en het Amazonegebied. Opnieuw kort. Ik had hier wat meer willen lezen over de domesticatie van de maïsplant, waarvan ik toevallig al eens heb opgeduikeld dat het een moeizaam proces is geweest.
Het beste is het slot. Dan trappen de auteurs hun eigen bouwwerk omver. Ze benoemen de politieke bijbedoelingen van sommige onderzoekers. Ook leggen ze uit dat het definiëren van culturen en cultuurfasen (“preklassiek” of “formatief”) problematisch is. Uiteraard zijn dit normale thema’s uit de geschiedtheorie en de sociale wetenschappen, maar het is goed dat deze zelfkritiek ook in een inleidend werk aan de orde komt.
Tiwanawaku-portret (Musée du Quai Branly, Parijs)Presentatie
Een perfect boek is dit niet. Ik schreef al dat dit bijna precies het boek was dat ik zocht. Afbeeldingen en meer landkaarten zouden de tekst beter begrijpelijk hebben gemaakt. Je kunt het online allemaal opzoeken, maar je hebt het liever meteen bij de hand. Hier wreekt zich het format van de Que sais-je?-reeks.
Tegelijkertijd: Les civilisations précolombiennes biedt een (volgens mij) gedegen overzicht en ook niet méér. De hinderlijke neiging van een Charles Mann om voortdurend zichzelf in het verhaal te plaatsen – zijn boek 1491 begint met een beschrijving van wat hij zag uit een vliegtuig – blijft de lezer bespaard.
Weet ik nu alles? Nee. Maar ik heb nu wel de materie bij de hand die ik nodig heb om een kaartenbak aan te leggen, om mijn fotoarchiefje te ordenen en – wie weet, als er zegen op rust – eens een blogje te wijden aan die wonderlijk vreemde wereld.
Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:https://mainzerbeobachter.com/2024/11/02/precolumbiaanse-culturen/
#Amazonegebied #Azteken #ÉricTaladoire #boek #Bolivia #Chancay #CharlesCMann #Chavin #Chili #Chimú #Colombia #Cupisnique #Ecuador #InkaS #maïs #Mapuche #MayaS #mensenoffer #Mexico #Moche #MuséeDuQuaiBranly #Nazca #Olmeken #PatriceLecoq #Peru #Puebla #Recuay #Sicán #sjamanisme #Teotihuacán #Tiwanaku #Wari #Yupik
-
“Heb je muggenspul mee?”
“Nee, dat heb ik niet nodig.”
“Hoezo niet nodig, het zwermt ervan!”
“Ik heb jou.” -
“Heb je muggenspul mee?”
“Nee, dat heb ik niet nodig.”
“Hoezo niet nodig, het zwermt ervan!”
“Ik heb jou.” -
“Heb je muggenspul mee?”
“Nee, dat heb ik niet nodig.”
“Hoezo niet nodig, het zwermt ervan!”
“Ik heb jou.” -
“Heb je muggenspul mee?”
“Nee, dat heb ik niet nodig.”
“Hoezo niet nodig, het zwermt ervan!”
“Ik heb jou.”