#plinius-de-oudere — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #plinius-de-oudere, aggregated by home.social.
-
De Slavische volken (2) Jordanes
De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)[Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]
In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.
Veneti
En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.
Jordanes
We hebben meer vaste grond onder de voeten in de zesde eeuw. In 551 publiceerde Jordanes een dubbel geschiedwerk: een geschiedenis van de Romeinen en een geschiedenis van de Goten. (Er is een recente vertaling van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hooff.) De Getica bestond deels uit rommelig samengevoegde informatie uit oudere teksten: de naam “Geten” komt bijvoorbeeld uit de meer dan een millennium oude Historiën van Herodotos van Halikarnassos. Daaraan was informatie toegevoegd over Romes oorlog tegen de stammen aan de Beneden-Donau, die zich in de vijfde eeuw vestigden in het Romeinse Rijk. Was dit zootje gebaseerd op verouderde gegevens en op naamkundig gespeculeer, Jordanes zelf wist ook het een en ander, en de Slaven die zich in zijn eigen tijd aan de Donau aandienden, hadden evident zijn belangstelling.
Hij vertelt dat er in zijn tijd, dus midden zesde eeuw, drie Slavische volken waren, van wie hij denkt te weten dat ze afstamden van de zojuist genoemde Veneti. Dit is hetzelfde soort fantasierijke reconstructie waarmee Jordanes de Goten van zijn tijd in verband brengt met de Geten uit een grijs verleden, dus we moeten er maar niet te veel waarde aan hechten. Dat er in zijn eigen tijd meerdere Slavischsprekende stammen waren, lijkt daarentegen een feit, en de passage verdient het in zijn geheel te worden weergegeven, samen met bovenstaand landkaartje.
In het onderstaande citaat somt Jordanes op wie er ten noorden van de Beneden-Donau woonden. De door hem genoemde Gepiden leefden in wat nu Hongarije en Roemenië is en spraken geen Slavische taal, maar ik noem ze omdat Jordanes hen veronderstelt in zijn topografische beschrijving van de hen omringende Slaven.
Allereerst woont daar het volk van de Gepiden, omringd door grote en bekende rivieren. Vanuit het noorden stroomt namelijk de Tisza door hun gebied; in het zuiden ligt de grote rivier de Donau zelf. In het oosten snijdt de Proet erdoorheen, een snelstromende en kolkende rivier die woest uitmondt in de Donaustroom. Daar tussenin ligt Dacië, beschermd door de steile Karpaten, die als een kroon om het land liggen.
Naar het noorden, voorbij de westelijke toppen van dit gebergte, woont het talrijke volk van de Veneti, verspreid over een uitgestrekt gebied, beginnend bij de bron van de Weichsel. De Veneti staan tegenwoordig vooral bekend als Sclaveni en Antes, hoewel die namen verspreid liggen over verschillende stammen en plaatsen.
De Sclaveni wonen in het gebied dat zich uitstrekt van de stad Noviodunum en het meer dat Mursianus heet tot aan de Dnjestr en noordwaarts richting Weichsel. Hun nederzettingen liggen in de moerassen en bossen. De Antes … wonen verspreid, beginnend bij de bocht van de Zwarte Zee, tussen de Dnjestr en de Dnjepr, rivieren die vele dagreizen uit elkaar liggen.noot Jordanes, Getica 33-36.
Jordanes weet ook iets over de buurvolken, die hij dus niet rekent tot de Slavischsprekenden. De naam “Aesti” hieronder verwijst inderdaad naar het gebied waar nu de Esten wonen, en of er een relatie tussen die twee is, is vandaag niet aan de orde. Dat in de Vidivariërs verschillende stammen samenkomen, is denkelijk gebaseerd op niets meer dan het element “variërs” in de naam.
Aan de kust van de Oostzee, waarin de Weichsel via drie mondingen uitstroomt, wonen de Vidivariërs, die uit verschillende stammen zijn samengesteld. Vlak daarnaast bewonen de Aesti de kuststrook. Dit is een opvallend vredelievend volk. Ten zuiden van hen woont het zeer sterke volk van de Acatziri, dat geen kennis heeft van akkerbouw, maar leeft van vee en de jacht. Voorbij hen en boven de Zwarte Zee strekken de landen van de Bulgaren zich uit.noot Jordanes, Getica 36-37.
Over de Bulgaren zal ik het overmorgen hebben, maar voor het moment constateer ik dat ze blijkbaar niet golden als Slavischsprekend en woonden ten noordoosten van de Zwarte Zee.
Prokopios
Ook Jordanes’ tijdgenoot Prokopios kent de Sklabenoi bij de Donaumonding en de Antes benoorden de Zwarte Zee. De Byzantijnse geschiedschrijver vermeldt ze vooral als plunderaars. Soms biedt hij echter ook aanvullende informatie. Hij denkt bijvoorbeeld niet dat de Antes en Sklabenoi afstammen van de Veneti. In plaats daarvan noemt hij als voorouders de Sporoi, wat zoiets betekent als “de gezaaiden”. Misschien gaat dit terug op een oude scheppingsmythe. Er zijn wel meer oude volken die meenden dat de scheppergod hen had gezaaid.
In elk geval: rond het midden van de zesde eeuw leefden – althans volgens Jordanes en Prokopios – Slavischsprekende Veneti voorbij de Karpaten in de richting van de Oostzee, dus zeg maar in Polen en Wit-Rusland. Verder woonden de Sclaveni in wat wij Moldavië noemen, en waren de Antes woonachtig in zuidwestelijk Oekraïne. Deze Slaven plunderden regelmatig de Byzantijnse gebieden op de Balkan: vanaf 580 worden vrijwel jaarlijks strooptochten genoemd, soms door zelfstandig opererende groepen, soms in samenwerking met de nieuwe superfederatie van de Avaren, die rond 560 ten tonele waren verschenen.
[Deze zesdelig blog wordt morgen vervolgd.]
Ik organiseer volgend voorjaar een reis naar Bulgarije. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De Franken
november 6, 2015
De niet zo grote volksverhuizingen
november 30, 2021
Antieke migraties en migranten (2)
augustus 24, 2020 Deel dit: #Antes #Bulgaren #Dacië #Jordanes #LieveVanHoof #Oostzee #PeterVanNuffelen #PliniusDeOudere #PubliusCorneliusTacitus #SlavischeTalen #Veneti #Weichsel #Wenden -
De Slavische volken (2) Jordanes
De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)[Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]
In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.
Veneti
En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.
Jordanes
We hebben meer vaste grond onder de voeten in de zesde eeuw. In 551 publiceerde Jordanes een dubbel geschiedwerk: een geschiedenis van de Romeinen en een geschiedenis van de Goten. (Er is een recente vertaling van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hooff.) De Getica bestond deels uit rommelig samengevoegde informatie uit oudere teksten: de naam “Geten” komt bijvoorbeeld uit de meer dan een millennium oude Historiën van Herodotos van Halikarnassos. Daaraan was informatie toegevoegd over Romes oorlog tegen de stammen aan de Beneden-Donau, die zich in de vijfde eeuw vestigden in het Romeinse Rijk. Was dit zootje gebaseerd op verouderde gegevens en op naamkundig gespeculeer, Jordanes zelf wist ook het een en ander, en de Slaven die zich in zijn eigen tijd aan de Donau aandienden, hadden evident zijn belangstelling.
Hij vertelt dat er in zijn tijd, dus midden zesde eeuw, drie Slavische volken waren, van wie hij denkt te weten dat ze afstamden van de zojuist genoemde Veneti. Dit is hetzelfde soort fantasierijke reconstructie waarmee Jordanes de Goten van zijn tijd in verband brengt met de Geten uit een grijs verleden, dus we moeten er maar niet te veel waarde aan hechten. Dat er in zijn eigen tijd meerdere Slavischsprekende stammen waren, lijkt daarentegen een feit, en de passage verdient het in zijn geheel te worden weergegeven, samen met bovenstaand landkaartje.
In het onderstaande citaat somt Jordanes op wie er ten noorden van de Beneden-Donau woonden. De door hem genoemde Gepiden leefden in wat nu Hongarije en Roemenië is en spraken geen Slavische taal, maar ik noem ze omdat Jordanes hen veronderstelt in zijn topografische beschrijving van de hen omringende Slaven.
Allereerst woont daar het volk van de Gepiden, omringd door grote en bekende rivieren. Vanuit het noorden stroomt namelijk de Tisza door hun gebied; in het zuiden ligt de grote rivier de Donau zelf. In het oosten snijdt de Proet erdoorheen, een snelstromende en kolkende rivier die woest uitmondt in de Donaustroom. Daar tussenin ligt Dacië, beschermd door de steile Karpaten, die als een kroon om het land liggen.
Naar het noorden, voorbij de westelijke toppen van dit gebergte, woont het talrijke volk van de Veneti, verspreid over een uitgestrekt gebied, beginnend bij de bron van de Weichsel. De Veneti staan tegenwoordig vooral bekend als Sclaveni en Antes, hoewel die namen verspreid liggen over verschillende stammen en plaatsen.
De Sclaveni wonen in het gebied dat zich uitstrekt van de stad Noviodunum en het meer dat Mursianus heet tot aan de Dnjestr en noordwaarts richting Weichsel. Hun nederzettingen liggen in de moerassen en bossen. De Antes … wonen verspreid, beginnend bij de bocht van de Zwarte Zee, tussen de Dnjestr en de Dnjepr, rivieren die vele dagreizen uit elkaar liggen.noot Jordanes, Getica 33-36.
Jordanes weet ook iets over de buurvolken, die hij dus niet rekent tot de Slavischsprekenden. De naam “Aesti” hieronder verwijst inderdaad naar het gebied waar nu de Esten wonen, en of er een relatie tussen die twee is, is vandaag niet aan de orde. Dat in de Vidivariërs verschillende stammen samenkomen, is denkelijk gebaseerd op niets meer dan het element “variërs” in de naam.
Aan de kust van de Oostzee, waarin de Weichsel via drie mondingen uitstroomt, wonen de Vidivariërs, die uit verschillende stammen zijn samengesteld. Vlak daarnaast bewonen de Aesti de kuststrook. Dit is een opvallend vredelievend volk. Ten zuiden van hen woont het zeer sterke volk van de Acatziri, dat geen kennis heeft van akkerbouw, maar leeft van vee en de jacht. Voorbij hen en boven de Zwarte Zee strekken de landen van de Bulgaren zich uit.noot Jordanes, Getica 36-37.
Over de Bulgaren zal ik het overmorgen hebben, maar voor het moment constateer ik dat ze blijkbaar niet golden als Slavischsprekend en woonden ten noordoosten van de Zwarte Zee.
Prokopios
Ook Jordanes’ tijdgenoot Prokopios kent de Sklabenoi bij de Donaumonding en de Antes benoorden de Zwarte Zee. De Byzantijnse geschiedschrijver vermeldt ze vooral als plunderaars. Soms biedt hij echter ook aanvullende informatie. Hij denkt bijvoorbeeld niet dat de Antes en Sklabenoi afstammen van de Veneti. In plaats daarvan noemt hij als voorouders de Sporoi, wat zoiets betekent als “de gezaaiden”. Misschien gaat dit terug op een oude scheppingsmythe. Er zijn wel meer oude volken die meenden dat de scheppergod hen had gezaaid.
In elk geval: rond het midden van de zesde eeuw leefden – althans volgens Jordanes en Prokopios – Slavischsprekende Veneti voorbij de Karpaten in de richting van de Oostzee, dus zeg maar in Polen en Wit-Rusland. Verder woonden de Sclaveni in wat wij Moldavië noemen, en waren de Antes woonachtig in zuidwestelijk Oekraïne. Deze Slaven plunderden regelmatig de Byzantijnse gebieden op de Balkan: vanaf 580 worden vrijwel jaarlijks strooptochten genoemd, soms door zelfstandig opererende groepen, soms in samenwerking met de nieuwe superfederatie van de Avaren, die rond 560 ten tonele waren verschenen.
[Deze zesdelig blog wordt morgen vervolgd.]
#Antes #Bulgaren #Dacië #Jordanes #LieveVanHoof #Oostzee #PeterVanNuffelen #PliniusDeOudere #PubliusCorneliusTacitus #SlavischeTalen #Veneti #Weichsel #Wenden -
De Germanen (3) Geschiedenis
Germaans edelsmeedwerk (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)[Dit is het derde van vijf zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]
Ik heb eergisteren en gisteren aangegeven dat de Germanen kort voor 100 v.Chr. hun opwachting maken in de geschiedenis, die destijds vooral door Grieken en Romeinen werd geschreven (een ergerlijk bezwaar tegen deze blogjesreeks, overigens). De Mediterrane auteurs verwijzen doorgaans naar de Jastorf-cultuur, waar de Germaanse talen vanouds werden gesproken en vermoedelijk zijn ontstaan. Ook vertelde ik dat deze cultuur en talen zich vanaf pakweg 250 v.Chr. begonnen te verspreiden. De regio van de Germaanse talen valt niet precies samen met de Jastorf-cultuur en die valt weer niet samen met de regio die de Romeinen aanduidden als Germania.
Ik heb weleens de indruk dat archeologen en taalkundigen bij het trekken van conclusies naar elkaar kijken, wat natuurlijk alleen maar goed is, maar het gevaar met zich meebrengt dat de asymmetrie van het bewijsmateriaal wordt verwaarloosd. Desalniettemin is dat precies wat ik nu ook ga doen: de indruk wekken dat er vijf zones zijn, die zowel talig als archeologisch zijn te identificeren. Dat is ook niet helemaal onwaar, maar onwelvallige nuances vallen zo weg. Maar goed, dit is maar een blog en ik doceer geen germanistiek in Göttingen.
Germaanse gordelhaak (Niedersächsisches Landesmuseum, Hannover)Vijf groepen Germanen
Vanuit de historische taalkunde is een onderscheid bekend tussen vijf groepen talen/dialecten.
- De Elbe-Germanen, die door Plinius de Oudere Herminones lijken te zijn genoemd en van de Elbe richting Lippe en Donau migreerden. Zij verdreven daar andere
- groepen Germanen van de Weser naar de Rijn. Deze groepen corresponderen vermoedelijk met degenen die de Romeinen aanduidden als Istvaeones, en woonden in wat Maurits Gysseling identificeerde als het gebied waar “Belgisch” werd gesproken. Hoe dat ook zij, de Weser-Rijn-Germanen leken op
- de Noordzee-Germanen, die de Romeinen aanduidden als de Ingvaeones; hierbij behoren “onze” Friezen en later de Saksen.
- De oostelijke of Oder-Germanen, zeg maar de Przeworsk-cultuur en oostelijke uitlopers, duiken pas in de Late Oudheid op.
- De Scandinavische Germanen zal ik negeren.
Ik wil het niet vergelijken met een omvallende dominoreeks, maar het lijkt er wel op dat de Elbe-Germanen, die dus het dichtst bij het kerngebied van de Jastorf-cultuur woonden, de druk op de andere groepen hebben opgevoerd en een reeks migraties in werking stelden of hielden.
Krijgersgraf (Archeologisch staatsmuseum, Warschau)Germanië in de eerste eeuw v.Chr.
Er zit zo bezien een zekere dynamiek in de Germaanse wereld: het gebied heeft een eigen geschiedenis, met interne oorzaken. De Germanen reageerden niet passief op wat de Romeinen aan de andere kant van de Rijn en Donau deden, al is dat een indruk die je door de eenzijdigheid van het geschreven bronnenmateriaal wel krijgt. De Germaanse geschiedenis begint met de zuidwaartse expansie van de Jastorf-cultuur, waardoor diverse groepen richting Rijn, naar Bohemen en naar het oosten worden geduwd. De Romeinse keizer Augustus verleende hieraan medewerking door Germaanse groepen toe te laten op de westelijke Rijnoever, waar ze woonden in steden als Xanten (Cugerni), Keulen (Ubiërs) en Nijmegen (Bataven).
Maar dat waren niet de eerste contacten met Rome. Die waren er al vanaf 55 v.Chr., toen Julius Caesar de Rijn overstak. Noch die expeditie, nog een tweede expeditie in 53, leverde veel op, maar het stond goed op Caesars CV. Belangrijker is dat vanaf dit moment Germaanse soldaten dienst deden in de Romeinse legers: al in 55 waren er Germanen in Alexandrië gestationeerd. Later zouden de lijfwachten van Caesar, van de Romeinse keizers en van koning Herodes de Grote bestaan uit Chatten of Bataven.
Germaans houtsnijwerk uit Hollen (Landesmuseum, Bonn)De Romeinen namen dus Germanen op uit het gebied tussen Rijn en Weser. Vanaf 12 v.Chr. bezetten de legionairs dat gebied, dat dus vooralsnog niet overgenomen kon worden door de Elbe-Germanen. De Romeinen verkenden het gebied van de Elbe wel, maar voor zover mij bekend zijn alle door archeologen gevonden Romeinse militaire en civiele nederzettingen in het Overrijnse te vinden tussen Rijn en Weser, en is er nooit een plan geweest op te rukken naar de Elbe. Dat men streefde naar grensbekorting en daarom een Elbe-Donau-grens wilde, zoals je weleens leest, is flauwekul: een grensbekorting is een defensieve maatregel en de Romeinen waren in het offensief, en los daarvan bewijst de kaart van Ptolemaios van Alexandrië dat de Romeinen niet wisten dat de Elbe korter was.
In de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. gaven de Romeinen hun militaire posities op. Dit wordt gewoonlijk in verband gebracht met de slag in het Teutoburgerwoud (9 na Chr.), maar er is voldoende bewijs dat de Romeinen de oostelijke Rijnoever nog steeds beheersten, en het administratieve einde van Legio XVII, Legio XIIX en Legio XIX wil niet zeggen dat ze zijn vernietigd. Meer over deze materie hier.
[Deze reeks wordt overmorgen vervolgd, en ook dan zal de nadruk liggen op de Germaans-Romeinse betrekkingen.]
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Paideia
oktober 26, 2023
“Nederland in de Romeinse tijd”
september 3, 2018
Arsinoë laat Achillas doden
oktober 18, 2022 Deel dit: #Bohemen #Donau #Elbe #GermaanseTalen #HerodesDeGrote #JastorfCultuur #LegioXIX #LegioXVII #LegioXVIII #MauritsGysseling #PliniusDeOudere #PrzeworskCultuur #PtolemaiosVanAlexandrië #Rijn #slagInHetTeutoburgerwoud -
De Germanen (2) Gradaties
Tacitus’ Germania (Landesmuseum, Bonn)[Dit is het tweede van vijf blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]
Ik heb in het vorige blogje verteld dat de Germanen rond 100 v.Chr. voor het eerst opduiken in het overgeleverde deel van de Grieks-Romeinse literatuur en dat er in die tijd een zuidwaartse migratie plaatsvond vanuit Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte. Dit is te bewijzen aan de hand van de historische taalkunde, waar ik nog even mee verder ga. Ik zal vertellen dat de regio waar men Germaans sprak, niet samenvalt met de regio die de Grieken en Romeinen “Germania” noemden. Ze valt trouwens ook niet samen met de Germaanse archeologische culturen, en ook daarover wil ik het hebben.
De grenzen van Germania
Als de zuidgrens van Germania hebben de Griekse en Romeinse auteurs altijd de Donau aangewezen. Dat was al zo ten tijde van Poseidonios van Apameia en voor zover ik weet heeft geen enkele antieke geograaf er ooit anders over gedacht. Ten zuiden van de rivier lagen Keltische staten als Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en Noricum (zeg maar Beieren): twee gebieden die niemand ooit Germaans heeft genoemd.
De Germaanse grens in het westen is te danken aan Julius Caesar, die in de eerste zinnen van zijn Gallische Oorlog een krijgstoneel afbakende. Daarbij nam hij de rivier de Rijn als grens tussen Gallië en Germanië. Hij wist echter dat er Germanen woonden op de linker Rijnoever, en later zouden de Romeinen hier ook twee provincies inrichten die ze Germania Inferior en Germania Superior noemden. De bewoners van de laatstgenoemde provincie spraken aanvankelijk een Keltische taal, het Gallisch, en behoorden tot de La Tène-cultuur, die we ook beschouwen als Keltisch.
Is de ambiguïteit hier overzichtelijk (de Romeinen noemden de bewoners Germanen maar die spraken Keltisch en deelden in de Keltische materiële cultuur), in Germania Inferior is de situatie lastiger te doorgronden. Er woonden mensen op de westelijke/zuidelijke Rijnoever die een andere taal dan het Gallisch spraken, zodat de Romeinen andere tolken nodig hadden, maar er is geen garantie dat die taal Germaans was. De grote Belgische taalkundige Maurits Gysseling heeft geopperd dat hier een andere taal werd gesproken, noch Keltisch noch Germaans; hij noemde die taal het Belgisch. Duitse taalkundigen spreken van een Noordwestblok. Andere taalkundigen houden het erop dat de hier gesproken taal een Germaans dialect was. In elk geval: de situatie is in het land van de Beneden-Rijn niet zo duidelijk.
Nog onduidelijker is de oostgrens van Germanië. De Grieken en de Romeinen kenden dit gebied gewoon niet goed. Aan het begin van onze jaartelling noemt de Romeinse geograaf Pomponius Mela de Weichsel als grensnoot Pomponius Mela, Beschrijving van de wereld 3.33., en ook Plinius de Oudere lijkt het zo te zien,noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 4.81., maar een generatie later neemt de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus in zijn boek over de Germanen ook allerlei volken op die verder naar het oosten leefden.
Deze kwestie van de oostgrens is niet helemaal zonder betekenis, want moeten we de IJzertijdculturen rond de Weichsel, dus zeg maar in Polen, nu wel of niet rekenen tot de Germanen? En zo ja, wat betekent dat?
Jastorf-aardewerk (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)Archeologische culturen
De archeologie helpt ons verder, al komen de meeste resultaten pas in een later blogje aan de orde. Het gebied waar vanouds Germaans werd gesproken, Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte dus, correspondeert namelijk met de zogeheten Jastorf-cultuur. Die heeft daar bestaan vanaf ongeveer 600 v.Chr. De ontwikkeling loopt min of meer parallel met de Keltische La Tène-cultuur. Die synchronisatie is logisch, want er was handel: de Germanen exporteerden erts, slaven en textiel, en waren tussenhandelaren in barnsteen. Zeer geschematiseerd:
La Tène D150-1SeedorfLa Tène C350-150RipdorfLa Tène B400-350Jastorf CLa Tène A500-400Jastorf BHallstatt D600-500Jastorf ADe vierde en vijfde fase zouden ook wel Jastorf D en E hebben kunnen heten, maar inmiddels was de expansie begonnen; vandaar dat er een aparte naam aan is gegeven. De Przeworsk-cultuur in Polen is met Ripdorf verwant en de meeste onderzoekers denken, voor zover ik overzie, dat de Przeworsk-mensen Germaans spraken. De Seedorf-fase tot slot is het moment waarop de Kimbren en Teutonen doorbraken naar de Mediterrane wereld. Deze fase wordt dus minder door archeologische kenmerken gedefinieerd dan door het toeval van de overlevering van onze historische bronnen.
Er is vrijwel geen Germaans dorp of er is onbewerkt ijzer gevonden (Archeologisch staatsmuseum, Warschau)Waren de eerste fasen van Jastorf nog heel primitief, zeker in vergelijking tot de voorafgaande Bronstijd, later nam de welvaart toch wat toe. Germanië bleef echter een eenvoudige boerensamenleving; het staatsvormingsproces zoals bij de Kelten is achterwege gebleven. Schrijven deed men niet, en dat is waarom we zo weinig weten. Desondanks meent de Oostenrijkse historicus Herwig Wolfram dat de Eerste Germaanse Klankverschuiving plaatsvond in de Jastorf-wereld.
Gradaties van germaansheid
Kortom, er zijn drie criteria van Germaansheid:
- Germaanse materiële cultuur (Jastorf of Przeworsk),
- de Germaanse talen,
- het woongebied Germania.
De drie vallen niet samen. Er zijn dus gebieden die aan alle drie criteria voldoen, terwijl er ook gebieden zijn die maar aan twee criteria voldoen, of zelfs één. Er zijn dus “gradaties van germaansheid”. Zo geldt alle land benoorden de Boven-Donau als Germania, maar behoorde Bohemen lange tijd tot de La Tène-cultuur en het Keltische taalgebied; het germaniseerde pas vanaf het begin van onze jaartelling. Tegelijk noemt Caesar, zoals gezegd, Germaanssprekenden op de westelijke Rijnoever, dus buiten het gebied dat gold als Germanië. Om het complex te maken, kunnen binnen het gebied dat we, met welke criteria dan ook, Germaans noemen, deelgebieden worden aangewezen, die elk op een ander moment in de geschiedenis een rol speelden. Daarover binnenkort meer.
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Arm en straatarm in Rome (3)
oktober 18, 2023
Plato (4): Geld, tyrannie en milities
augustus 30, 2022
Het portret van Alexander
juni 10, 2013 Deel dit: #Bohemen #EersteGermaanseKlankverschuiving #GermaanseTalen #GermaniaInferior #GermaniaSuperior #HerwigWolfram #historischeTaalkunde #JastorfCultuur #JuliusCaesar #MauritsGysseling #PliniusDeOudere #PomponiusMela #PoseidoniosVanApameia #PrzeworskCultuur #PubliusCorneliusTacitus #Weichsel -
Groningen: Ezinge
Weefgewichten (Wierdeninformatiecentrum, Ezinge)[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Ezinge
Laten we er geen doekjes om winden: bovenstaande voorwerpjes zijn visueel niet heel aantrekkelijk. Het zijn weefgewichtjes, die in een weefgetouw onderaan de scheringen hingen. Archeologen moeten er tienduizenden hebben opgegraven, want het maken van textiel is natuurlijk iets van alle oude beschavingen. Ik heb eens ergens gelezen dat mensen al in het Paleolithicum plantenstengels vlochten, dat men in het Neolithicum draden leerde spinnen en dat de eerste weefgetouwen zo rond 5000 v.Chr. zijn gebouwd. Of dat klopt, laat ik in het midden; waar het om gaat is dat de weefgewichtjes uit Ezinge volkomen normaal waren.
Je zou dat echter niet hebben verwacht als je de antieke bronnen leest. Ik heb wel vaker verwezen naar de beschrijving die de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere geeft van het leven op de terpen en wierden. De man had die woonheuvels gezien en wist waar hij het over had, maar hij meende dat de bewoners maar een primitief leven leidden: een “armzalig en meelijwekkend volk”, zoals hij ze typeerde. Ze leefden van visserij en zouden geen vee hebben gehouden. Van akkerbouw zou helemaal geen sprake zijn geweest.
Maar zo primitief, armzalig of meelijwekkend waren deze mensen niet. Dat bewijzen de weefgewichten: de bewoners van de terpen en wierden kenden vlas om linnen van te maken en hielden schapen voor de wol. Het waren echt geen in dierenhuiden gehulde, besnorde woestelingen die hun vrouwen verdobbelden.
En zo bezien zijn die onooglijke weefgewichtjes interessant. Archeologische vondsten als deze helpen ons de informatie uit onze bronnen corrigeren. Je kunt geschreven teksten uit de Oudheid nou eenmaal niet begrijpen als je niet iets weet van archeologie, zoals archeologische interpretatie gedoemd is te mislukken zolang je onvoldoende weet van tekstuitleg. Ik constateer wel vaker dat alleen allrounders zinvolle bijdragen kunnen leveren aan onze kennis van de oude wereld, en ik herhaal die constatering nog maar eens. Het is de jubileumdag van deze blog, dus u zult het me niet euvel duiden dat ik iets herhaal dat ik heel, heel erg belangrijk vind.
[Dit was het 536e voorwerp in onze reeks museumstukken. Als u deze blog waardeert en wat geld kunt missen voor het dekken van de kosten, dan wordt uw bijdrage gewaardeerd.]
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Berenike
januari 5, 2025
De Syro-Fenicische vrouw
mei 1, 2022
Kefa
augustus 5, 2017 Deel dit: #Ezinge #Groningen #MainzerBeobachter #Neolithicum #PliniusDeOudere #terpen #textiel #weefgetouw #wierden -
De granaatappel
GranaatappelDe granaatappel is een van de bekendste mediterrane vruchten en komt, zoals zo veel mediterrane gewassen, eigenlijk uit het Midden-Oosten. Wilde granaatappels werden al in de Steentijd geplukt, maar de echte teelt dateert van pakweg 3000 v.Chr. en vond (voor zover bekend) voor het eerst plaats op de Iraanse hoogvlakte. Een half millennium later staan granaatappels vermeld op kleitabletten, en weer een millennium later was de vrucht bekend aan de opvarenden van het schip waarvan het wrak bij Uluburun is teruggevonden. De boeren op Cyprus en de Peloponnessos kenden de granaatappel in de dertiende eeuw v.Chr., en de Feniciërs brachten de vrucht in de IJzertijd naar het westen.
De Romeinen noemden de vrucht dan ook granatum Punicum, wat zoiets wil zeggen als “Fenicische vrucht vol pitjes”. Ook malum Punicum is gedocumenteerd, “Fenicische appel”. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere meende dat het eten van de vrucht goed was voor de gezondheid: volgens hem was het sap goed voor het gehoor, genas het zweren en steekpuisten, verdreef het lintwormen, hielp het tegen diarree en tegen rode vlekken op de handen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 23.109. Het was bovendien een afrodisiacum.
Persefone en Hades
Het bekendste antieke verhaal over granaatappels is de mythe van Persefone, de dochter van de Griekse godin Demeter. Ze werd – zo heet het eufemistisch – geschaakt door Hades, de god van de onderwereld, maar haar moeder haalde haar na een lange speurtocht terug. Persefone had echter gegeten van een granaatappel en zes pitjes binnen gekregen; daarom zou ze zes maanden per jaar verblijven bij haar echtgenoot verkrachter, was haar moeder in rouw en was het winter. De andere zes maanden van het jaar was ze bij haar moeder, en die was dan blij en dan was het voorjaar.
De hamvraag is natuurlijk waarom het eten van de granaatappel zou staan voor een verplichte verblijfplaats. Het is net zo absurd als wanneer je, na het eten van zes happen curryworst, verplicht bent zes maanden te wonen onder de aanvliegroute van een luchthaven. Het antwoord “mythologie is wel vaker onlogisch” is dit keer iets te makkelijk, want we weten gelukkig iets meer.
Astarte en Afrodite
De granaatappel was vanouds het symbool van de Fenicische godin Astarte, de beschermvrouwe van vruchtbaarheid en het huwelijk. Dat was niet anders bij de Joden: de auteur van het Hooglied vergelijkt de lach een bruid met het rood van een granaatappel.noot Hooglied 4.3. De Grieken maakten kennis met Astarte op Cyprus en noemden haar Afrodite. Pelgrims lieten beeldjes achter van de godin met een granaatappel in de hand; ook waren er sieraden waarop granaatappels stonden afgebeeld.
De verklaring van Persefones verblijf in de Hades is dus dat ze had gegeten van een vrucht die was gewijd aan een huwelijksgodin. Het is om deze reden dat Plinius de vrucht opvat als afrodisiacum.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Deel dit: #Afrodite #Astarte #Demeter #granaatappel #Hades #Hooglied #Persefone #PliniusDeOudere #Uluburun -
De granaatappel
GranaatappelDe granaatappel is een van de bekendste mediterrane vruchten en komt, zoals zo veel mediterrane gewassen, eigenlijk uit het Midden-Oosten. Wilde granaatappels werden al in de Steentijd geplukt, maar de echte teelt dateert van pakweg 3000 v.Chr. en vond (voor zover bekend) voor het eerst plaats op de Iraanse hoogvlakte. Een half millennium later staan granaatappels vermeld op kleitabletten, en weer een millennium later was de vrucht bekend aan de opvarenden van het schip waarvan het wrak bij Uluburun is teruggevonden. De boeren op Cyprus en de Peloponnessos kenden de granaatappel in de dertiende eeuw v.Chr., en de Feniciërs brachten de vrucht in de IJzertijd naar het westen.
De Romeinen noemden de vrucht dan ook granatum Punicum, wat zoiets wil zeggen als “Fenicische vrucht vol pitjes”. Ook malum Punicum is gedocumenteerd, “Fenicische appel”. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere meende dat het eten van de vrucht goed was voor de gezondheid: volgens hem was het sap goed voor het gehoor, genas het zweren en steekpuisten, verdreef het lintwormen, hielp het tegen diarree en tegen rode vlekken op de handen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 23.109. Het was bovendien een afrodisiacum.
Persefone en Hades
Het bekendste antieke verhaal over granaatappels is de mythe van Persefone, de dochter van de Griekse godin Demeter. Ze werd – zo heet het eufemistisch – geschaakt door Hades, de god van de onderwereld, maar haar moeder haalde haar na een lange speurtocht terug. Persefone had echter gegeten van een granaatappel en zes pitjes binnen gekregen; daarom zou ze zes maanden per jaar verblijven bij haar echtgenoot verkrachter, was haar moeder in rouw en was het winter. De andere zes maanden van het jaar was ze bij haar moeder, en die was dan blij en dan was het voorjaar.
De hamvraag is natuurlijk waarom het eten van de granaatappel zou staan voor een verplichte verblijfplaats. Het is net zo absurd als wanneer je, na het eten van zes happen curryworst, verplicht bent zes maanden te wonen onder de aanvliegroute van een luchthaven. Het antwoord “mythologie is wel vaker onlogisch” is dit keer iets te makkelijk, want we weten gelukkig iets meer.
Astarte en Afrodite
De granaatappel was vanouds het symbool van de Fenicische godin Astarte, de beschermvrouwe van vruchtbaarheid en het huwelijk. Dat was niet anders bij de Joden: de auteur van het Hooglied vergelijkt de lach een bruid met het rood van een granaatappel.noot Hooglied 4.3. De Grieken maakten kennis met Astarte op Cyprus en noemden haar Afrodite. Pelgrims lieten beeldjes achter van de godin met een granaatappel in de hand; ook waren er sieraden waarop granaatappels stonden afgebeeld.
De verklaring van Persefones verblijf in de Hades is dus dat ze had gegeten van een vrucht die was gewijd aan een huwelijksgodin. Het is om deze reden dat Plinius de vrucht opvat als afrodisiacum.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Deel dit: #Afrodite #Astarte #Demeter #granaatappel #Hades #Hooglied #Persefone #PliniusDeOudere #Uluburun -
De omtrek van de aarde: Eratosthenes
De omtrek van de aarde volgens EratosthenesIn mijn vorige blogje vertelde ik dat Dionysodoros van Melos de straal van de aarde schatte op 42.000 stadiën, wat betekent dat de omtrek 264.000 stadiën was. Als hij als lengtemaat een Olympische stadion heeft gebruikt, zou dat neerkomen op 50.688 kilometer. De anonieme bron van de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, corrigeerde het tot 252.000 stadiën, wat deze anonymus baseerde op de wetenschappelijke berekening door Eratosthenes van Kyrene (273-194 v.Chr.). Hij is een van de grootste geleerden uit de Oudheid en werkte in Alexandrië. Ik geef het woord opnieuw aan Plinius:
Door Eratosthenes, een man die in de finesses van alle wetenschappen en in elk geval op dit gebied boven alle anderen uitsteekt in scherpzinnigheid, en met wiens visie, naar ik zie, de geleerden ook algemeen instemmen, is de omtrek van de gehele aardbol gesteld op 252.000 stadiën. … Een brutaal waagstuk, maar steunend op een zo ingenieuze argumentatie dat ik me zou schamen er geen geloof aan te hechten.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 2.247; vert. Van Gelder e.a..
Helaas is Eratosthenes’ eigen werk verloren en legt Plinius het brutale waagstuk niet uit, maar gelukkig is de ingenieuze argumentatie samengevat door ene Kleomedes.noot Die kwam u op deze blog al eens eerder tegen, toen Wim Raven het had over een mier op de Zijderoute. Wanneer deze Grieks-Romeinse geleerde precies leefde, valt niet met zekerheid te zeggen, al heeft de Amerikaanse geleerde Otto Neugebauer een datering voorgesteld in de late vierde eeuw na Chr..
Het probleem met Kleomedes’ samenvatting is dat ze de zaken oververeenvoudigt. Zoals hij het rekensommetje presenteert, klopt het niet. Het principe maakt hij echter wel duidelijk en het plaatje hierboven, dat Kees Huijser voor me maakte, helpt om te begrijpen wat Kleomedes vertelt. Hij begint met de observatie die Eratosthenes aan het denken zette.
Eratosthenes beweert, en het is een feit, dat Syene [het huidige Aswan] ligt op de Kreeftskeerkring. Wanneer de zon zich op het moment van de zomerzonnewende precies in het zenit bevindt, werpt de naald van een zonnewijzer dus geen schaduw, omdat de zon zich recht daarboven bevindt. In Alexandrië werpt de naald van een zonnewijzer op datzelfde tijdstip echter wel een schaduw, omdat Alexandrië verder naar het noorden ligt.noot Kleomedes, Over de cirkelvormige banen van de hemellichamen 1.10.
Door de lengte van de schaduw te delen door de hoogte van de zonnewijzer krijgen we de tangens van de hoek waaronder het zonlicht in Alexandrië valt, en dat was iets meer dan zeven graden. Eratothenes’ redenering was nu dat de weg van Alexandrië naar Syene, volgens Kleomedes 5000 stadiën lang, een segment vormde van dezelfde meridiaan, dus een lijn die van de noordpool naar de zuidpool loopt. Het plaatje is op dit punt verhelderender dan Kleomedes’ omslachtige formuleringen. De omtrek van de aarde moet 360° gedeeld door ruim zeven graden zijn, vermenigvuldigd met het getal dat Kleomedes afrondde op 5000 stadiën. We weten niet wat die ruim zeven graden precies was en we weten ook niet welk getal is afgerond op 5000. We weten wel dat de einduitkomst 252.000 was.
Er is vrijwel geen moderne publicatie die niet constateert hoe knap dit was, want dit zou 39.690 kilometer zijn. Een fout van maar een half procent! De aanname is hierbij echter dat waar Eratosthenes het heeft over een stadion, hij feitelijk drie Egyptische khet bedoelt ofwel 157½ meter. Maar dat is allerminst bewezen en ik verdenk degenen die Eratosthenes prijzen, dat ze een lengte van het stadion hebben geselecteerd die het allemaal zo perfect mogelijk laat lijken.
Het is echter belangrijk dat Plinius de uitkomst omrekent naar 31.500 Romeinse mijlen ofwel 46.590 kilometer. Ik denk daarom dat Eratosthenes het in Egypte destijds gangbare Ptolemaïsche stadion gebruikte, 185 meter, en dan bedraagt de door hem berekende aardomtrek 46.620 kilometer. Dat is een fikse verbetering ten opzichte van Dionysodoros, maar nog steeds 16½% te veel.
KourionLos daarvan: Kleomedes wijst al op Eratosthenes’ aannames. Een daarvan is dat Alexandrië en Syene op dezelfde meridiaan liggen, en dat is niet het geval. Alexandrië ligt op 30° oosterlengte en Syene op 33°. Dat Syene op de Kreeftskeerkring ligt, is ook niet helemaal waar, zelfs al benadrukt Kleomedes dat het een feit is. Ook was driehoeksmeting in de hellenistische tijd niet mogelijk, zodat de afstand van Alexandrië naar Syene helemaal niet kon worden gemeten met voldoende accuratesse. Ik attendeer er bovendien op dat mensen destijds de afstand van Alexandrië naar de Nubische hoofdstad Meroë schatten op 10.000 stadiën en wisten dat Syene ongeveer halverwege lag; het meest waarschijnlijk is daarom, volgens mij, dat de door Kleomedes genoemde 5000 stadiën überhaupt niet zijn gemeten maar dat het gaat om een schatting uit de losse pols.
Kortom, Eratosthenes’ redenering is niet helemaal de wetenschappelijke triomf die er vaak van wordt gemaakt. Knap was de redenering echter wel en ik herinner me wat een verbluffende indruk ze maakte toen ik als kind Cosmos keek en zag hoe Sagan het demonstreerde aan de hand van een stuk papier waarop hij twee mini-obelisken had geplakt. Sagans grap dat Eratosthenes niet, zoals men in de Oudheid zei, in alle wetenschappen de op één na beste was, maar simpelweg de beste, gaat trouwens regelrecht terug op de opmerking van Plinius dat de Alexandrijnse wetenschapper in scherpzinnigheid boven alle anderen uitstak.
Dank u wel voor de donaties die ik van u mocht ontvangen om de hosting van deze blog te financieren! Het bedrag is bijna binnen. Dank!
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
M01 | Perzisch en Ptolemaïsch Judea
december 14, 2022
De Gallische taal
mei 24, 2021
Gymnosofisten
februari 6, 2025 Deel dit:#aardrijkskunde #Alexandrië #bolvormVanDeAarde #CarlSagan #DionysodorosVanMelos #Kleomedes #Kreeftskeerkring #omtrekVanDeAarde #OttoNeugebauer #PliniusDeOudere #stadion #zomerzonnewende #zonnewijzer
-
Sjamanisme
Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.
Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.
Een universeel verschijnsel
Dat is een beetje een onhandig begrip. Het is in 1692 geïntroduceerd in het boek Noord en Oost Tartarye van Nicolaes Witsen: de geleerde Amsterdamse burgemeester die Peter de Grote naar Holland haalde en Cornelis de Bruijn naar Moskovië stuurde. Witsen beschrijft hoe het sjamanisme bestond in Siberië. Zo’n sjamaan werkte zich in trance, maakte zo contact met de andere wereld en kon daar antwoord krijgen op allerlei vragen: wanneer komt er een einde aan de regen? hoe kan ik genezen van mijn ziekte? kunnen de doden ons helpen bij de jacht door de dieren weg te leiden uit hun schuilplaatsen?
Witsens sjamaanAangezien opgewekte religieuze extase op veel plaatsen is gedocumenteerd, is wel geopperd dat het gaat om een vroeg, universeel stadium van religie. Het gevaar van overgeneralisering ligt echter op de loer. Er zijn naast overeenkomsten tussen de diverse rituelen immers ook verschillen, en daarom is sjamanisme, zoals gezegd, een wat onhandig begrip. Het helpt bovendien niet dat New Age-achtige stromingen zich de term hebben toegeëigend. Het is wellicht het beste het begrip te beperken tot Centraal-Eurazië en de daarvan afgeleide culturen, zoals de Yupik-cultuur in Alaska en andere culturen uit de Nieuwe Wereld. (Het precolumbiaanse sjamanisme wordt mooi uitgelegd in het Museum aan de Stroom in Antwerpen.)
Sjamanisme is niet – of niet alleen – een vroeg religieus stadium, want het bestaat nog steeds. Misschien heeft u twee jaar geleden de Mongoolse speelfilm City of Wind gezien. Die toont niet alleen een beginnende sjamaan, die gewoon naar school moet en een vriendinnetje krijgt, maar ook diens werkwijze: met behulp van muziek en het roken van hennep raakt hij in trance. In andere culturen betrad de sjamaan de andere wereld door te vasten en te braken, of juist door een dieet van hallucinogene planten en paddenstoelen. Sjamanen van de Peruviaanse Chavin-cultuur (pakweg 900 tot 400 v.Chr.) verwondden zichzelf. Sommige mensen zijn speciaal gevoelig; de protagonist van City of Wind vertelt last te hebben gehad van epileptische aanvallen.
Een in trance verkerende sjamaan offert zichzelf door zijn darmen uit te trekken (Museum aan de Stroom, Antwerpen)Sjamanen hebben weleens (net als berserkers) het gevoel te zijn veranderd in dieren. Een vogel betreedt de bovenwereld immers wat makkelijker dan u en ik, terwijl vissen wat eenvoudige kunnen duiken naar de benedenwereld.
Skythische sjamanen
Sjamanisme is vermoedelijk niet het eerste waaraan u denkt bij de antieke wereld, maar er zijn wel degelijk sporen. Het is bekend dat de oude Perzen sjamanistische rituelen hadden waarbij ze de roesdrank haoma dronken, gebaseerd op vliegenzwam. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos kent sjamanistische praktijken bij de Skythen,noot Herodotos, Historiën 4.74-75. die leefden in Oekraïne, zuidelijk Rusland en de Centraal-Aziatische gebieden waar de Perzen hun haoma vandaan haalden. De archeologen die de Pazyryk-grafheuvels opgroeven, vonden daar trommels. Hoewel de Griekse auteurs niet alles goed begrepen, en hoewel een trommel soms gewoon een muziekinstrument is, staat niet ter discussie dat we bij de Skythen en Perzen te maken hebben met sjamanisme.
Om die reden is de Animal Style van de steppenomaden wel uitgelegd als weergave van de sjamanistische transformatie naar een dierengedaante. Het motief van de rape in the sky zou, zo bezien, weleens een opstijgende sjamaan kunnen voorstellen. Zie het plaatje helemaal bovenaan. Ik zou overigens niet meteen mijn geld inzetten op deze herinterpretatie.
Grieks sjamanisme
In het oude Griekenland is te wijzen op het orfisme, dat was gebaseerd op het verhaal van Orfeus, die dankzij zijn muziek contact kon maken met de wereld van de doden. Bij Homeros lezen we over de waarzegger Melampous, die op zeker moment bezeten zou zijn geweest door een geest.noot Homeros, Odyssee 15.234. Persoonlijk vind ik dit niet zo’n sterk voorbeeld, maar we lezen ook over Hermotimos van Klazomenai, over wie Plinius de Oudere vertelt dat diens
ziel zijn lichaam placht te verlaten en rond te dolen en dan allerlei nieuwtjes, die alleen een ooggetuige kon weten, uit verre streken meebracht. Ondertussen lag zijn lichaam er levenloos bij tot zijn vijanden … het verbrandden en zijn ziel bij terugkomst als het ware van haar omhulsel beroofden.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.
Herodotos van Halikarnassos noemt Aristeas van Prokonessos, die ooit voor dood zou zijn neergevallen en later, toen hij weer bij zijn positieven was gekomen, zou hebben verteld dat hij zes jaar lang had gereisd. Het intrigerende is dat hij bij die reis de Issedonen zou hebben bezocht, die we voorbij de Skythen in Centraal-Azië moeten zoeken. Aristeas bezocht ook de Hyperboreërs, “zij die voorbij de noordenwind wonen”, in het dodenrijk.noot Herodotos, Historiën 4.14-15. Ook Plinius kent deze Aristeas en weet te melden dat degenen die hem voor dood hadden zien neervallen, hadden gezien dat zijn ziel in vogelgedaante was weggevlogen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 7.174.
Er zijn meer voorbeelden uit de archaïsche periode, maar die laat ik wat ze zijn. Waar het op neerkomt is dat er sporen van sjamanisme lijken te zijn in de Griekse religie. Dat zal wel een erfenis uit de Proto-Indo-Europese tijd zijn, en het is een wonderlijke gedachte dat de Griekse cultuur via Centraal-Eurazië, Siberië en Alaska verbonden is met de Amerika’s. En om heel eerlijk te zijn: hoe fascinerend zo’n mogelijk contact ook is, en hoezeer we het ook moeten overwegen, we moeten oppassen voor overgeneralisatie en ik weet ook niet of het wel zo heel veel verheldert.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Prokopios (slot)
september 25, 2024
Mohammed en de joden
oktober 18, 2024
Het ontstaan van de islam (1)
december 21, 2011 Deel dit:#AnimalStyle #archaïschePeriode #AristeasVanProkonessos #ChavinCultuur #CityOfWind #epilepsie #haoma #HermotimosVanKlazomenai #HerodotosVanHalikarnassos #Hyperboreërs #Issedonen #Lemuria #Melampous #Mongolië #NicolaesWitsen #Oekraïne #Orfeus #Orfiek #Pazyryk #PliniusDeOudere #RapeInTheSky #Siberië #sjamanisme #Skythen #YupikCultuur
-
Bijbelse zoetigheden
Dadelpalmen in KhuzestanSuiker wordt doorgaans gemaakt van suikerbieten, van suikerriet of van het sap van de dadelpalm. De suikerbiet kenden ze in de Oudheid niet, maar de Perzen brachten het suikerriet van India naar de Mediterrane kusten, terwijl palmsuiker viel te produceren waar dadelpalmen groeiden – zoals in Palmyra en eigenlijk overal rond de Middellandse Zee. De Romeinse auteur Plinius de Oudere was ermee vertrouwd.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 12.17.
Je zou dus zeker niet hebben opgekeken als de Bijbel, die redelijk wat botanische vermeldingen bevat, ook een verwijzing had bevat naar suiker. Maar die is er niet. Geen joods Suikerfeest dus.
De Bijbel weet echter wel degelijk wat zoet is. Er zijn tientallen vermeldingen van honing (zoals verondersteld in het raadsel van Samson), van vijgen, van kaneel en van andere specerijen. Het land van Israël is zelfs een land waar het wemelt van de zoetigheden: “een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing”.noot Deuteronomium 8.8. Het laatste product is niet per se bijenhoning, overigens; het kan ook dadelhoning zijn.
In de Handelingen van de apostelen staat dat de mensen die, vervuld door de Heilige Geest, met Pinksteren in alle talen begonnen te spreken, werden bespot met de beschuldiging dat ze vast zoete wijn hadden gedronken.noot Handelingen 2.13. De auteur van de Brief van Jakobus spreekt zijn verbazing uit dat mensen met een en dezelfde mond zowel lelijke als mooie dingen kunnen zeggen – alsof uit een bron zowel bitter als zoet water zou opwellen.noot Jakobus 3.11.
Het zijn geen spectaculaire beelden en ze zijn niet wezenlijk anders dan de manier waarop in de klassieke literatuur over zoetigheid wordt gesproken. Meteen aan het begin van de Ilias spreekt de Griekse held Nestor honingzoete woorden.noot Ilias 1.247-253. Voor zover er, qua zoetigheid, iets unieks is te ontdekken aan de joodse literatuur, zijn het passages waarin de Wet van Mozes zoet wordt genoemd.noot Bijv. Psalm 119.103.
Speciaal voor minister Eppo Bruins, die evangelisch christelijk is en momenteel de Nederlandse kennisinfrastructuur kapot aan het maken is, wijs ik erop dat wijsheid de honing is van het leven.noot Spreuken 24.13. En als hij zo doorgaat zal er, om een andere christendemocraat te parafraseren, na dit zuur denkelijk geen zoets meer komen.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#BriefVanJakobus #dadel #EppoBruins #HandelingenVanDeApostelen #Ilias #kaneel #Nestor #Pinksteren #PliniusDeOudere #suiker #Suikerfeest #suikerriet #vijgen #WetVanMozes
-
Aderlaten
Kommen voor bij het aderlaten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)Een van de voor ons wat lastig navoelbare aspecten van de antieke wereld was het idee dat de gezondheid van een patiënt samenhing met zijn vochthuishouding. Men herkende vier humores ofwel lichaamssappen: bloed, gele gal, zwarte gal, slijm. Ze correspondeerden met de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), met de vier jaargetijden en met vier soorten temperamenten. Wie bijvoorbeeld wat meer zwarte gal had dan gele gal, bloed en slijm, zou een zwartgallig karakter hebben.
De auteur van een aan de arts Hippokrates van Kos (460-377 v.Chr.) toegeschreven tekst legt uit:
- mensen die wat meer rood bloed hebben zijn vriendelijk, maken grapjes, zijn rooskleurig, ja een beetje rood, en hebben een mooie huid;
- mensen met gele gal zijn bitter, opvliegend en moedig, zien er wat groenachtig uit en hebben een gelige huid;
- zwartgallige mensen zijn lui, angstig en ziekelijk, hebben donker haar en donkere ogen;
- mensen met veel slijm zijn neerslachtig, vergeetachtig en hebben wit haar.
Deze wonderlijke vorm van psychologie leeft in zoverre voort dat we mensen nog steeds sanguïnistisch (bloedrijk), cholerisch (geelgallig), melancholiek (zwartgallig) en flegmatisch (slijmerig) kunnen noemen – hoewel de woorden inmiddels wel iets anders betekenen.
Medische behandelingen konden gericht zijn op de balans tussen de lichaamssappen. Zo gold purgeren, het kunstmatig opwekken van ontlasting om zo vocht aan het lichaam te onttrekken, als een manier om het lichaam van kwalijke sappen te reinigen en een evenwicht te herstellen. Ik zeg er even bij dat er geen bewijs is dat deze methode op een of andere manier effectief is, al ben ik natuurlijk geen arts. Desondanks zou ik toch de wonderolie maar laten wat ze is.
Een vergelijkbare techniek was het aderlaten, waarbij de arts de patiënt verwondde en liet bloeden. De doorbloeding kon worden bevorderd met zuignappen. Als ik me goed herinner, vertelt de encyclopedist Plinius de Oudere ergens dat artsen ook bloedzuigers voor medische doeleinden inzetten. Hoe purgeren en aderlaten wél iemands lichaamssappen in evenwicht brachten maar niet zijn temperament veranderden, is een van de raadselen der antieke geneeskunst.
De bovenstaande kommen, afkomstig uit Priëne en tegenwoordig te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, zijn bedoeld geweest om het bloed op te vangen; de vloeistof kon worden benut om geneesmiddelen te bereiden. Ze zijn van brons, maar we kennen ook exemplaren van been of edelmetaal. Sommige artsen zijn op grafstèles afgebeeld met nappen en zulke kommen, wat suggereert dat ze golden als symbolisch voor de beroepsgroep.
Nog in de negentiende eeuw namen artsen patiënten op deze wijze bloed af. Een triest voorbeeld is Lord Byron, die naar Griekenland ging om de Grieken te helpen in hun onafhankelijkheidsstrijd. Begin 1824 werd hij echter ziek en hij verzwakte door een aderlating alleen maar verder. Toen hij – eerder ondanks dan dankzij de ingreep – iets herstelde, werd hij echter verkouden, waarop de artsen hem opnieuw bloed afnamen, zodat hij verder verzwakte en bezweek.
[Dit was het 469e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Deel dit:#aderlating #geneeskunde #HippokratesVanKos #LordByron #PliniusDeOudere #Priëne #vierElementen