home.social

#plinius-de-oudere — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #plinius-de-oudere, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Slavische volken (2) Jordanes

    De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)

    [Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

    In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.

    Veneti

    En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.

    Jordanes

    We hebben meer vaste grond onder de voeten in de zesde eeuw. In 551 publiceerde Jordanes een dubbel geschiedwerk: een geschiedenis van de Romeinen en een geschiedenis van de Goten. (Er is een recente vertaling van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hooff.) De Getica bestond deels uit rommelig samengevoegde informatie uit oudere teksten: de naam “Geten” komt bijvoorbeeld uit de meer dan een millennium oude Historiën van Herodotos van Halikarnassos. Daaraan was informatie toegevoegd over Romes oorlog tegen de stammen aan de Beneden-Donau, die zich in de vijfde eeuw vestigden in het Romeinse Rijk. Was dit zootje gebaseerd op verouderde gegevens en op naamkundig gespeculeer, Jordanes zelf wist ook het een en ander, en de Slaven die zich in zijn eigen tijd aan de Donau aandienden, hadden evident zijn belangstelling.

    Hij vertelt dat er in zijn tijd, dus midden zesde eeuw, drie Slavische volken waren, van wie hij denkt te weten dat ze afstamden van de zojuist genoemde Veneti. Dit is hetzelfde soort fantasierijke reconstructie waarmee Jordanes de Goten van zijn tijd in verband brengt met de Geten uit een grijs verleden, dus we moeten er maar niet te veel waarde aan hechten. Dat er in zijn eigen tijd meerdere Slavischsprekende stammen waren, lijkt daarentegen een feit, en de passage verdient het in zijn geheel te worden weergegeven, samen met bovenstaand landkaartje.

    In het onderstaande citaat somt Jordanes op wie er ten noorden van de Beneden-Donau woonden. De door hem genoemde Gepiden leefden in wat nu Hongarije en Roemenië is en spraken geen Slavische taal, maar ik noem ze omdat Jordanes hen veronderstelt in zijn topografische beschrijving van de hen omringende Slaven.

    Allereerst woont daar het volk van de Gepiden, omringd door grote en bekende rivieren. Vanuit het noorden stroomt namelijk de Tisza door hun gebied; in het zuiden ligt de grote rivier de Donau zelf. In het oosten snijdt de Proet erdoorheen, een snelstromende en kolkende rivier die woest uitmondt in de Donaustroom. Daar tussenin ligt Dacië, beschermd door de steile Karpaten, die als een kroon om het land liggen.

    Naar het noorden, voorbij de westelijke toppen van dit gebergte, woont het talrijke volk van de Veneti, verspreid over een uitgestrekt gebied, beginnend bij de bron van de Weichsel. De Veneti staan tegenwoordig vooral bekend als Sclaveni en Antes, hoewel die namen verspreid liggen over verschillende stammen en plaatsen.

    De Sclaveni wonen in het gebied dat zich uitstrekt van de stad Noviodunum en het meer dat Mursianus heet tot aan de Dnjestr en noordwaarts richting Weichsel. Hun nederzettingen liggen in de moerassen en bossen. De Antes … wonen verspreid, beginnend bij de bocht van de Zwarte Zee, tussen de Dnjestr en de Dnjepr, rivieren die vele dagreizen uit elkaar liggen.noot Jordanes, Getica 33-36.

    Jordanes weet ook iets over de buurvolken, die hij dus niet rekent tot de Slavischsprekenden. De naam “Aesti” hieronder verwijst inderdaad naar het gebied waar nu de Esten wonen, en of er een relatie tussen die twee is, is vandaag niet aan de orde. Dat in de Vidivariërs verschillende stammen samenkomen, is denkelijk gebaseerd op niets meer dan het element “variërs” in de naam.

    Aan de kust van de Oostzee, waarin de Weichsel via drie mondingen uitstroomt, wonen de Vidivariërs, die uit verschillende stammen zijn samengesteld. Vlak daarnaast bewonen de Aesti de kuststrook. Dit is een opvallend vredelievend volk. Ten zuiden van hen woont het zeer sterke volk van de Acatziri, dat geen kennis heeft van akkerbouw, maar leeft van vee en de jacht. Voorbij hen en boven de Zwarte Zee strekken de landen van de Bulgaren zich uit.noot Jordanes, Getica 36-37.

    Over de Bulgaren zal ik het overmorgen hebben, maar voor het moment constateer ik dat ze blijkbaar niet golden als Slavischsprekend en woonden ten noordoosten van de Zwarte Zee.

    Prokopios

    Ook Jordanes’ tijdgenoot Prokopios kent de Sklabenoi bij de Donaumonding en de Antes benoorden de Zwarte Zee. De Byzantijnse geschiedschrijver vermeldt ze vooral als plunderaars. Soms biedt hij echter ook aanvullende informatie. Hij denkt bijvoorbeeld niet dat de Antes en Sklabenoi afstammen van de Veneti. In plaats daarvan noemt hij als voorouders de Sporoi, wat zoiets betekent als “de gezaaiden”. Misschien gaat dit terug op een oude scheppingsmythe. Er zijn wel meer oude volken die meenden dat de scheppergod hen had gezaaid.

    In elk geval: rond het midden van de zesde eeuw leefden – althans volgens Jordanes en Prokopios – Slavischsprekende Veneti voorbij de Karpaten in de richting van de Oostzee, dus zeg maar in Polen en Wit-Rusland. Verder woonden de Sclaveni in wat wij Moldavië noemen, en waren de Antes woonachtig in zuidwestelijk Oekraïne. Deze Slaven plunderden regelmatig de Byzantijnse gebieden op de Balkan: vanaf 580 worden vrijwel jaarlijks strooptochten genoemd, soms door zelfstandig opererende groepen, soms in samenwerking met de nieuwe superfederatie van de Avaren, die rond 560 ten tonele waren verschenen.

    [Deze zesdelig blog wordt morgen vervolgd.]

    #Antes #Bulgaren #Dacië #Jordanes #LieveVanHoof #Oostzee #PeterVanNuffelen #PliniusDeOudere #PubliusCorneliusTacitus #SlavischeTalen #Veneti #Weichsel #Wenden
  2. De granaatappel

    Granaatappel

    De granaatappel is een van de bekendste mediterrane vruchten en komt, zoals zo veel mediterrane gewassen, eigenlijk uit het Midden-Oosten. Wilde granaatappels werden al in de Steentijd geplukt, maar de echte teelt dateert van pakweg 3000 v.Chr. en vond (voor zover bekend) voor het eerst plaats op de Iraanse hoogvlakte. Een half millennium later staan granaatappels vermeld op kleitabletten, en weer een millennium later was de vrucht bekend aan de opvarenden van het schip waarvan het wrak bij Uluburun is teruggevonden. De boeren op Cyprus en de Peloponnessos kenden de granaatappel in de dertiende eeuw v.Chr., en de Feniciërs brachten de vrucht in de IJzertijd naar het westen.

    De Romeinen noemden de vrucht dan ook granatum Punicum, wat zoiets wil zeggen als “Fenicische vrucht vol pitjes”. Ook malum Punicum is gedocumenteerd, “Fenicische appel”. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere meende dat het eten van de vrucht goed was voor de gezondheid: volgens hem was het sap goed voor het gehoor, genas het zweren en steekpuisten, verdreef het lintwormen, hielp het tegen diarree en tegen rode vlekken op de handen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 23.109. Het was bovendien een afrodisiacum.

    Persefone en Hades

    Het bekendste antieke verhaal over granaatappels is de mythe van Persefone, de dochter van de Griekse godin Demeter. Ze werd – zo heet het eufemistisch – geschaakt door Hades, de god van de onderwereld, maar haar moeder haalde haar na een lange speurtocht terug. Persefone had echter gegeten van een granaatappel en zes pitjes binnen gekregen; daarom zou ze zes maanden per jaar verblijven bij haar echtgenoot verkrachter, was haar moeder in rouw en was het winter. De andere zes maanden van het jaar was ze bij haar moeder, en die was dan blij en dan was het voorjaar.

    De hamvraag is natuurlijk waarom het eten van de granaatappel zou staan voor een verplichte verblijfplaats. Het is net zo absurd als wanneer je, na het eten van zes happen curryworst, verplicht bent zes maanden te wonen onder de aanvliegroute van een luchthaven. Het antwoord “mythologie is wel vaker onlogisch” is dit keer iets te makkelijk, want we weten gelukkig iets meer.

    Astarte en Afrodite

    De granaatappel was vanouds het symbool van de Fenicische godin Astarte, de beschermvrouwe van vruchtbaarheid en het huwelijk. Dat was niet anders bij de Joden: de auteur van het Hooglied vergelijkt de lach een bruid met het rood van een granaatappel.noot Hooglied 4.3. De Grieken maakten kennis met Astarte op Cyprus en noemden haar Afrodite. Pelgrims lieten beeldjes achter van de godin met een granaatappel in de hand; ook waren er sieraden waarop granaatappels stonden afgebeeld.

    De verklaring van Persefones verblijf in de Hades is dus dat ze had gegeten van een vrucht die was gewijd aan een huwelijksgodin. Het is om deze reden dat Plinius de vrucht opvat als afrodisiacum.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Afrodite #Astarte #Demeter #granaatappel #Hades #Hooglied #Persefone #PliniusDeOudere #Uluburun
  3. De omtrek van de aarde: Eratosthenes

    De omtrek van de aarde volgens Eratosthenes

    In mijn vorige blogje vertelde ik dat Dionysodoros van Melos de straal van de aarde schatte op 42.000 stadiën, wat betekent dat de omtrek 264.000 stadiën was. Als hij als lengtemaat een Olympische stadion heeft gebruikt, zou dat neerkomen op 50.688 kilometer. De anonieme bron van de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, corrigeerde het tot 252.000 stadiën, wat deze anonymus baseerde op de wetenschappelijke berekening door Eratosthenes van Kyrene (273-194 v.Chr.). Hij is een van de grootste geleerden uit de Oudheid en werkte in Alexandrië. Ik geef het woord opnieuw aan Plinius:

    Door Eratosthenes, een man die in de finesses van alle wetenschappen en in elk geval op dit gebied boven alle anderen uitsteekt in scherpzinnigheid, en met wiens visie, naar ik zie, de geleerden ook algemeen instemmen, is de omtrek van de gehele aardbol gesteld op 252.000 stadiën. … Een brutaal waagstuk, maar steunend op een zo ingenieuze argumentatie dat ik me zou schamen er geen geloof aan te hechten.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 2.247; vert. Van Gelder e.a..

    Helaas is Eratosthenes’ eigen werk verloren en legt Plinius het brutale waagstuk niet uit, maar gelukkig is de ingenieuze argumentatie samengevat door ene Kleomedes.noot Die kwam u op deze blog al eens eerder tegen, toen Wim Raven het had over een mier op de Zijderoute. Wanneer deze Grieks-Romeinse geleerde precies leefde, valt niet met zekerheid te zeggen, al heeft de Amerikaanse geleerde Otto Neugebauer een datering voorgesteld in de late vierde eeuw na Chr..

    Het probleem met Kleomedes’ samenvatting is dat ze de zaken oververeenvoudigt. Zoals hij het rekensommetje presenteert, klopt het niet. Het principe maakt hij echter wel duidelijk en het plaatje hierboven, dat Kees Huijser voor me maakte, helpt om te begrijpen wat Kleomedes vertelt. Hij begint met de observatie die Eratosthenes aan het denken zette.

    Eratosthenes beweert, en het is een feit, dat Syene [het huidige Aswan] ligt op de Kreeftskeerkring. Wanneer de zon zich op het moment van de zomerzonnewende precies in het zenit bevindt, werpt de naald van een zonnewijzer dus geen schaduw, omdat de zon zich recht daarboven bevindt. In Alexandrië werpt de naald van een zonnewijzer op datzelfde tijdstip echter wel een schaduw, omdat Alexandrië verder naar het noorden ligt.noot Kleomedes, Over de cirkelvormige banen van de hemellichamen 1.10.

    Door de lengte van de schaduw te delen door de hoogte van de zonnewijzer krijgen we de tangens van de hoek waaronder het zonlicht in Alexandrië valt, en dat was iets meer dan zeven graden. Eratothenes’ redenering was nu dat de weg van Alexandrië naar Syene, volgens Kleomedes 5000 stadiën lang, een segment vormde van dezelfde meridiaan, dus een lijn die van de noordpool naar de zuidpool loopt. Het plaatje is op dit punt verhelderender dan Kleomedes’ omslachtige formuleringen. De omtrek van de aarde moet 360° gedeeld door ruim zeven graden zijn, vermenigvuldigd met het getal dat Kleomedes afrondde op 5000 stadiën. We weten niet wat die ruim zeven graden precies was en we weten ook niet welk getal is afgerond op 5000. We weten wel dat de einduitkomst 252.000 was.

    Er is vrijwel geen moderne publicatie die niet constateert hoe knap dit was, want dit zou 39.690 kilometer zijn. Een fout van maar een half procent! De aanname is hierbij echter dat waar Eratosthenes het heeft over een stadion, hij feitelijk drie Egyptische khet bedoelt ofwel 157½ meter. Maar dat is allerminst bewezen en ik verdenk degenen die Eratosthenes prijzen, dat ze een lengte van het stadion hebben geselecteerd die het allemaal zo perfect mogelijk laat lijken.

    Het is echter belangrijk dat Plinius de uitkomst omrekent naar 31.500 Romeinse mijlen ofwel 46.590 kilometer. Ik denk daarom dat Eratosthenes het in Egypte destijds gangbare Ptolemaïsche stadion gebruikte, 185 meter, en dan bedraagt de door hem berekende aardomtrek 46.620 kilometer. Dat is een fikse verbetering ten opzichte van Dionysodoros, maar nog steeds 16½% te veel.

    Kourion

    Los daarvan: Kleomedes wijst al op Eratosthenes’ aannames. Een daarvan is dat Alexandrië en Syene op dezelfde meridiaan liggen, en dat is niet het geval. Alexandrië ligt op 30° oosterlengte en Syene op 33°. Dat Syene op de Kreeftskeerkring ligt, is ook niet helemaal waar, zelfs al benadrukt Kleomedes dat het een feit is. Ook was driehoeksmeting in de hellenistische tijd niet mogelijk, zodat de afstand van Alexandrië naar Syene helemaal niet kon worden gemeten met voldoende accuratesse. Ik attendeer er bovendien op dat mensen destijds de afstand van Alexandrië naar de Nubische hoofdstad Meroë schatten op 10.000 stadiën en wisten dat Syene ongeveer halverwege lag; het meest waarschijnlijk is daarom, volgens mij, dat de door Kleomedes genoemde 5000 stadiën überhaupt niet zijn gemeten maar dat het gaat om een schatting uit de losse pols.

    Kortom, Eratosthenes’ redenering is niet helemaal de wetenschappelijke triomf die er vaak van wordt gemaakt. Knap was de redenering echter wel en ik herinner me wat een verbluffende indruk ze maakte toen ik als kind Cosmos keek en zag hoe Sagan het demonstreerde aan de hand van een stuk papier waarop hij twee mini-obelisken had geplakt. Sagans grap dat Eratosthenes niet, zoals men in de Oudheid zei, in alle wetenschappen de op één na beste was, maar simpelweg de beste, gaat trouwens regelrecht terug op de opmerking van Plinius dat de Alexandrijnse wetenschapper in scherpzinnigheid boven alle anderen uitstak.

    [wordt vervolgd]

    Dank u wel voor de donaties die ik van u mocht ontvangen om de hosting van deze blog te financieren! Het bedrag is bijna binnen. Dank!

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    M01 | Perzisch en Ptolemaïsch Judea

    december 14, 2022
    De Gallische taal

    mei 24, 2021
    Gymnosofisten

    februari 6, 2025 Deel dit:

    #aardrijkskunde #Alexandrië #bolvormVanDeAarde #CarlSagan #DionysodorosVanMelos #Kleomedes #Kreeftskeerkring #omtrekVanDeAarde #OttoNeugebauer #PliniusDeOudere #stadion #zomerzonnewende #zonnewijzer

  4. Aderlaten

    Kommen voor bij het aderlaten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

    Een van de voor ons wat lastig navoelbare aspecten van de antieke wereld was het idee dat de gezondheid van een patiënt samenhing met zijn vochthuishouding. Men herkende vier humores ofwel lichaamssappen: bloed, gele gal, zwarte gal, slijm. Ze correspondeerden met de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), met de vier jaargetijden en met vier soorten temperamenten. Wie bijvoorbeeld wat meer zwarte gal had dan gele gal, bloed en slijm, zou een zwartgallig karakter hebben.

    De auteur van een aan de arts Hippokrates van Kos (460-377 v.Chr.) toegeschreven tekst legt uit:

    • mensen die wat meer rood bloed hebben zijn vriendelijk, maken grapjes, zijn rooskleurig, ja een beetje rood, en hebben een mooie huid;
    • mensen met gele gal zijn bitter, opvliegend en moedig, zien er wat groenachtig uit en hebben een gelige huid;
    • zwartgallige mensen zijn lui, angstig en ziekelijk, hebben donker haar en donkere ogen;
    • mensen met veel slijm zijn neerslachtig, vergeetachtig en hebben wit haar.

    Deze wonderlijke vorm van psychologie leeft in zoverre voort dat we mensen nog steeds sanguïnistisch (bloedrijk), cholerisch (geelgallig), melancholiek (zwartgallig) en flegmatisch (slijmerig) kunnen noemen – hoewel de woorden inmiddels wel iets anders betekenen.

    Medische behandelingen konden gericht zijn op de balans tussen de lichaamssappen. Zo gold purgeren, het kunstmatig opwekken van ontlasting om zo vocht aan het lichaam te onttrekken, als een manier om het lichaam van kwalijke sappen te reinigen en een evenwicht te herstellen. Ik zeg er even bij dat er geen bewijs is dat deze methode op een of andere manier effectief is, al ben ik natuurlijk geen arts. Desondanks zou ik toch de wonderolie maar laten wat ze is.

    Een vergelijkbare techniek was het aderlaten, waarbij de arts de patiënt verwondde en liet bloeden. De doorbloeding kon worden bevorderd met zuignappen. Als ik me goed herinner, vertelt de encyclopedist Plinius de Oudere ergens dat artsen ook bloedzuigers voor medische doeleinden inzetten. Hoe purgeren en aderlaten wél iemands lichaamssappen in evenwicht brachten maar niet zijn temperament veranderden, is een van de raadselen der antieke geneeskunst.

    De bovenstaande kommen, afkomstig uit Priëne en tegenwoordig te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, zijn bedoeld geweest om het bloed op te vangen; de vloeistof kon worden benut om geneesmiddelen te bereiden. Ze zijn van brons, maar we kennen ook exemplaren van been of edelmetaal. Sommige artsen zijn op grafstèles afgebeeld met nappen en zulke kommen, wat suggereert dat ze golden als symbolisch voor de beroepsgroep.

    Nog in de negentiende eeuw namen artsen patiënten op deze wijze bloed af. Een triest voorbeeld is Lord Byron, die naar Griekenland ging om de Grieken te helpen in hun onafhankelijkheidsstrijd. Begin 1824 werd hij echter ziek en hij verzwakte door een aderlating alleen maar verder. Toen hij – eerder ondanks dan dankzij de ingreep – iets herstelde, werd hij echter verkouden, waarop de artsen hem opnieuw bloed afnamen, zodat hij verder verzwakte en bezweek.

    [Dit was het 469e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Deel dit:

    #aderlating #geneeskunde #HippokratesVanKos #LordByron #PliniusDeOudere #Priëne #vierElementen