home.social

#flaviusjosephus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #flaviusjosephus, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Pontius Pilatus (5) Pensioen

    De berg Gerizim

    [Dit is het vijfde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    De samaritaanse geloofsgemeenschap vond haar oorsprong in een conflict dat speelde in het Jeruzalem van de vierde eeuw v.Chr. Eén groep priesters heeft toen de stad verlaten en is opnieuw begonnen in de stad Samaria, bij het huidige Nablus, waar al eerder een belangrijke tempel had gestaan. De samaritanen geloofden dat er ooit een profeet “zoals Mozes” zou zijn, een messiaans figuur die zijn volgelingen zou leiden naar een beter bestaan.

    De samaritaanse profeet

    In 36 na Chr. beweerde iemand dat hij die “profeet als Mozes” was. Hij beloofde dat hij enkele heilige voorwerpen, begraven op de berg Gerizim, zou tonen, die zouden bewijzen dat hij inderdaad was wie hij zei te zijn. Zijn aanhangers kwamen bewapend naar de berg en Pontius Pilatus greep onmiddellijk in met zo’n duizend soldaten. Hij verspreidde de menigte en beperkte zich ertoe de leiders te executeren. Niettemin beschouwden de samaritanen zijn geweld als buitensporig. Daarom deden ze een beroep op de Syrische gouverneur, Lucius Vitellius, de vader van de latere keizer. Onze enige bron, de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, vertelt wat er daarna gebeurde:

    Vitellius beval Pilatus om naar Rome terug te keren om de keizer verslag te doen over de zaken waarvan hij door de samaritanen was beschuldigd. En dus, gehoorzaam aan het bevel van Vitellius dat hij niet kon weigeren, haastte Pilatus zich naar Rome, nadat hij tien jaar in Judea was geweest. Maar voordat hij Rome bereikte, was Tiberius al overleden.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.89.

    Pensioen

    Als de menigte werkelijk bewapend naar de berg was gekomen, is moeilijk te begrijpen wat Pilatus verkeerd heeft gedaan. In tegendeel. Met een minimum aan bloedvergieten had hij een hoop problemen weten te voorkómen.

    Het kan heel goed zijn dat de feiten anders zijn: de man mocht na tien jaar met pensioen, en in steden als Samaria werd zijn vertrek uitgelegd alsof hij werd bestraft. Net zoals in de eerder door Josephus beschreven incidenten lijkt Pilatus het slachtoffer te zijn van de agenda van de auteur, die zelden een goed woord over heeft voor de Romeinse gouverneurs, omdat hij zo wil tonen dat de heerschappij behoorde bij een eigen, Joodse koning – in casu Herodes Agrippa II.

    Op de achtergrond speelt een tweede probleem, dat ik in mijn eerste blogje al aanstipte. Als Pontius Pilatus gouverneur was, had hij een zelfstandig mandaat, en kon de gouverneur van Syrië hem simpelweg niet wegsturen. Als Pilatus wel kon worden weggestuurd, was hij geen gouverneur en komt de vraag op waarom hij rechtszaken leidde. We weten dat hij zichzelf aanduidde als prefect – zie het volgende blogje – en kunnen deze militaire titel niet matchen met zijn eerdere optreden in Jeruzalem.

    Kortom: we begrijpen het allemaal weer eens niet. Het is en blijft oudheidkunde, de wetenschap van de dataschaarste, de wetenschap van het tastend zoeken en de wetenschap van het nadenken over de eigen onwetendheid. Wie dingen over de Oudheid weet, heeft het vak gewoon niet begrepen.

    [wordt vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Uit Nazaret?! (2)

    augustus 14, 2014
    Het Romeins Burgerrecht van Paulus

    november 12, 2023
    De zevende hemel

    juni 22, 2025 Deel dit: #FlaviusJosephus #Gerizim #Judea #LuciusVitellius #PontiusPilatus #prefect #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen
  2. Pontius Pilatus (4) Jezus

    Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

    [Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

    Jezus’ vergrijp

    Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

    We kunnen slechts speculeren over de reden van de uitlevering. Dat Jezus zich tijdens het nachtelijk verhoor had geïdentificeerd als de Mensenzoon die het Laatste Oordeel zou vellen, zal hogepriester Kajafas hebben ervaren als een mateloos en irritant bijgeloof, maar niet als werkelijk zorgwekkend. Een charismaticus die beweerde dat de eersten de laatsten zouden zijn en de laatsten de eersten, kon echter gevaarlijk grote menigtes op de been brengen, en dat was wel zorgwekkend. De Romeinse stedelijke elites waren doodsbang voor het grauw. (We weten dat Griekse concertredenaars het advies kregen om niet te vaak over de Griekse onafhankelijkheid te spreken omdat mensen het weleens letterlijk zouden kunnen nemen.) Een oproerkraaier van het platteland kon maar het beste worden uitgeschakeld, zal Kajafas hebben gedacht, en hij leverde Jezus uit. Misschien is dit wat er gebeurde.

    Voor Pilatus was de claim dat Jezus “koning der Joden” was, vervolgens voldoende om hem te laten executeren: kruisiging was voor hoogverraad de normale straf. Weliswaar was een messias geen koning van Judea, maar een titel als “zoon van David” deed weinig om de indruk weg te nemen. Het eerdere oproer op het tempelplein bewees dat Jezus met geweld de macht had willen grijpen. Zo simpel zag het eruit voor een Romeinse bestuurder.

    Het is zinvol hieraan toe te voegen dat Pilatus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen Aramees sprak en dus de intern-joodse discussies niet kende. Hij was aangewezen op mannen als Kajafas, met wie hijzelf en zijn voorganger Valerius Gratus al jaren tot volle tevredenheid samenwerkten. Als Kajafas zei dat een messias een koning was, was er voor Pilatus geen reden om daaraan te twijfelen. En los daarvan: ook een Romeinse gouverneur behoorde tot de stedelijke elite, ook zo iemand had geen zin in een confrontatie met een kwade menigte.

    Proces

    Volgens onze oudste bron, Marcus, voelde Pontius Pilatus echter aan dat er iets niet in de haak was: “hij begreep wel dat de hogepriesters hem uit afgunst hadden uitgeleverd”.noot Marcus 15.10. Dit zou weleens kunnen zijn bevestigd door Flavius Josephus. Met zijn tekst, die bekendstaat als Testimonium Flavianum, is gerommeld, maar er is consensus over de reconstructie, die historisch logisch en taalkundig opvallend sterk is.

    In die tijd leefde Jezus, een wijs mens. Hij verrichtte namelijk wonderlijke daden en was de leraar van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. Daarom had hij veel Joden en ook veel Grieken als leerlingen. Toen hij door Pilatus, bij wie hij door onze leiders was aangeklaagd, was veroordeeld tot het kruis, weigerden die leerlingen hun liefde voor hem op te geven. Daarom is de naar hem “christenen” genoemde stam nog niet verdwenen.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.63-64.

    Dit is een merkwaardige tekst. In plaats van de aanklacht te noemen, noemt Josephus de aanklagers. Dit is des te opmerkelijker omdat de Joodse geschiedschrijver een hekel had aan opstandelingen, die hij verantwoordelijk hield voor de grote oorlog tussen de Joden en de Romeinen van 66-70. Gewoonlijk schept hij er plezier in over hun verdiende straf te schrijven. Dat hij nu de beschuldiging van hoogverraad onvermeld laat, suggereert dat hij twijfels had.

    Dat de evangeliën ons een Pontius Pilatus tonen die niet overtuigd was van de schuld van de timmerman, viel uiteraard te verwachten. Marcus en Johannes laten onafhankelijk van elkaar zien hoe de gouverneur de Joden dwong om een deel van de verantwoordelijkheid te nemen: Pilatus verklaart dat hij geen schuld kan vinden en verwijst naar Jezus als “uw koning”, waardoor de bevolking van Jeruzalem wordt gedwongen te verklaren dat ook zij willen dat de man werd gekruisigd.

    Een proces als onderhandeling

    Het is denkbaar dat de gouverneur van de gelegenheid gebruik maakte om loyaliteitsbeloften te verkrijgen. De bewering van Johannes dat de Joden zelfs verklaarden “geen andere koning te hebben dan de keizer” zou een historisch feit kunnen zijn.noot Johannes 19.15. Pilatus heeft er misschien spijt van gehad dat hij een man moest kruisigen die onschuldig leek, maar hij kan dit hebben beschouwd als een aanvaardbare prijs voor de soepele samenwerking met de tempelautoriteiten.

    Er speelt nog iets: we weten, zoals ik vorige week schreef, niet goed hoeveel speelruimte Pilatus had. Als het proces tegen Jezus plaatsvond in het voorjaar van 30 na Chr., kon hij rekenen op steun van de machtige praetoriaanse prefect Lucius Aelius Seianus in Rome. Vond het proces plaats in 33, dan stond Pilatus zwakker en kon hij door een menigte onder druk worden gezet met een argument als “als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer”.noot Johannes 19.12.

    Of het Pontius Pilatus was die zocht naar loyaliteitstoezeggingen of dat de menigte hem dwong, valt niet te weten. Wel staat vast dat de bestuurder geen conflict zocht. De evangeliën documenteren dat hij respect toont voor joodse gebruiken. Elk voor zich zijn de voorbeelden weliswaar discutabel, maar de tendens is duidelijk.

    • Matteüs laat Pilatus zijn handen wassen,noot Matteüs 27.24. wat een farizees gebruik was.
    • Johannes schrijft dat Pilatus Jezus’ tegenstanders toe om te spreken van buiten zijn hoofdkwartier, het Praetorium.noot Het betreden van het gebouw zou de joodse priesters verontreinigen, en dat vlak voor een religieus feest; Johannes 18.29.
    • Marcus en Johannes stellen onafhankelijk van elkaar dat Pilatus Jozef van Arimatea toestond de dode te begraven voor het begin van de sabbat.noot Marcus 15.43 en Johannes 19.38.

    Vooral dit laatste is opmerkelijk omdat keizer Augustus had verboden dat mensen die waren geëxecuteerd op beschuldiging van hoogverraad, een normale uitvaart zouden krijgen. Pilatus’ toestemming oogt als de daad van iemand die religieuze gevoelens wil respecteren.

    Andere arrestanten

    Tot slot nog twee vreemde aspecten. Eén: we lezen nergens dat Pilatus Jezus’ aanhangers liet arresteren. Als hij werkelijk geloofde dat Jezus met geweld een koninkrijk wilde stichten, was dit ronduit onverantwoord. Als hij het idee had dat de executie van een plattelandsmessias de prijs was die hij voor de lieve vrede moest betalen, was het echter volkomen logisch.

    Maar het vreemdste is dat Pilatus, op de dag waarop hij een man veroordeelde die op z’n kerfstok niet veel meer had dan een flinke rel, een man vrijliet die zeker wél schuldig was: Barabbas. We lezen het bij Marcus en Johannes, onafhankelijk van elkaar, wat een zekere betrouwbaarheid suggereert, maar het is raar. Dat een gouverneur elk jaar een veroordeelde crimineel zou vrijlaten, is immers ronduit bizar. Ik meen dat geen enkele wetenschapper het begrijpt, maar het is duidelijk wat de eerste christenen ervan dachten: het was ironisch dat een huns inziens onschuldige man was doodgemarteld, en een schuldige man was vrijgelaten.

    [wordt over twee weken vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Een Romeinse stad

    mei 3, 2017
    Het koninkrijk Dacië

    december 30, 2019
    Romeins Jeruzalem

    augustus 6, 2023 Deel dit: #Barabbas #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanMarcus #FlaviusJosephus #Jeruzalem #JezusVanNazaret #JozefVanArimatea #Judea #Kajafas #kruisiging #LuciusAeliusSeianus #messias #PontiusPilatus #PubliusCorneliusTacitus #TestimoniumFlavianum #ValeriusGratus
  3. Pontius Pilatus (4) Jezus

    Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

    [Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

    Jezus’ vergrijp

    Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

    We kunnen slechts speculeren over de reden van de uitlevering. Dat Jezus zich tijdens het nachtelijk verhoor had geïdentificeerd als de Mensenzoon die het Laatste Oordeel zou vellen, zal hogepriester Kajafas hebben ervaren als een mateloos en irritant bijgeloof, maar niet als werkelijk zorgwekkend. Een charismaticus die beweerde dat de eersten de laatsten zouden zijn en de laatsten de eersten, kon echter gevaarlijk grote menigtes op de been brengen, en dat was wel zorgwekkend. De Romeinse stedelijke elites waren doodsbang voor het grauw. (We weten dat Griekse concertredenaars het advies kregen om niet te vaak over de Griekse onafhankelijkheid te spreken omdat mensen het weleens letterlijk zouden kunnen nemen.) Een oproerkraaier van het platteland kon maar het beste worden uitgeschakeld, zal Kajafas hebben gedacht, en hij leverde Jezus uit. Misschien is dit wat er gebeurde.

    Voor Pilatus was de claim dat Jezus “koning der Joden” was, vervolgens voldoende om hem te laten executeren: kruisiging was voor hoogverraad de normale straf. Weliswaar was een messias geen koning van Judea, maar een titel als “zoon van David” deed weinig om de indruk weg te nemen. Het eerdere oproer op het tempelplein bewees dat Jezus met geweld de macht had willen grijpen. Zo simpel zag het eruit voor een Romeinse bestuurder.

    Het is zinvol hieraan toe te voegen dat Pilatus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen Aramees sprak en dus de intern-joodse discussies niet kende. Hij was aangewezen op mannen als Kajafas, met wie hijzelf en zijn voorganger Valerius Gratus al jaren tot volle tevredenheid samenwerkten. Als Kajafas zei dat een messias een koning was, was er voor Pilatus geen reden om daaraan te twijfelen. En los daarvan: ook een Romeinse gouverneur behoorde tot de stedelijke elite, ook zo iemand had geen zin in een confrontatie met een kwade menigte.

    Proces

    Volgens onze oudste bron, Marcus, voelde Pontius Pilatus echter aan dat er iets niet in de haak was: “hij begreep wel dat de hogepriesters hem uit afgunst hadden uitgeleverd”.noot Marcus 15.10. Dit zou weleens kunnen zijn bevestigd door Flavius Josephus. Met zijn tekst, die bekendstaat als Testimonium Flavianum, is gerommeld, maar er is consensus over de reconstructie, die historisch logisch en taalkundig opvallend sterk is.

    In die tijd leefde Jezus, een wijs mens. Hij verrichtte namelijk wonderlijke daden en was de leraar van mensen die met vreugde de waarheid tot zich namen. Daarom had hij veel Joden en ook veel Grieken als leerlingen. Toen hij door Pilatus, bij wie hij door onze leiders was aangeklaagd, was veroordeeld tot het kruis, weigerden die leerlingen hun liefde voor hem op te geven. Daarom is de naar hem “christenen” genoemde stam nog niet verdwenen.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.63-64.

    Dit is een merkwaardige tekst. In plaats van de aanklacht te noemen, noemt Josephus de aanklagers. Dit is des te opmerkelijker omdat de Joodse geschiedschrijver een hekel had aan opstandelingen, die hij verantwoordelijk hield voor de grote oorlog tussen de Joden en de Romeinen van 66-70. Gewoonlijk schept hij er plezier in over hun verdiende straf te schrijven. Dat hij nu de beschuldiging van hoogverraad onvermeld laat, suggereert dat hij twijfels had.

    Dat de evangeliën ons een Pontius Pilatus tonen die niet overtuigd was van de schuld van de timmerman, viel uiteraard te verwachten. Marcus en Johannes laten onafhankelijk van elkaar zien hoe de gouverneur de Joden dwong om een deel van de verantwoordelijkheid te nemen: Pilatus verklaart dat hij geen schuld kan vinden en verwijst naar Jezus als “uw koning”, waardoor de bevolking van Jeruzalem wordt gedwongen te verklaren dat ook zij willen dat de man werd gekruisigd.

    Een proces als onderhandeling

    Het is denkbaar dat de gouverneur van de gelegenheid gebruik maakte om loyaliteitsbeloften te verkrijgen. De bewering van Johannes dat de Joden zelfs verklaarden “geen andere koning te hebben dan de keizer” zou een historisch feit kunnen zijn.noot Johannes 19.15. Pilatus heeft er misschien spijt van gehad dat hij een man moest kruisigen die onschuldig leek, maar hij kan dit hebben beschouwd als een aanvaardbare prijs voor de soepele samenwerking met de tempelautoriteiten.

    Er speelt nog iets: we weten, zoals ik vorige week schreef, niet goed hoeveel speelruimte Pilatus had. Als het proces tegen Jezus plaatsvond in het voorjaar van 30 na Chr., kon hij rekenen op steun van de machtige praetoriaanse prefect Lucius Aelius Seianus in Rome. Vond het proces plaats in 33, dan stond Pilatus zwakker en kon hij door een menigte onder druk worden gezet met een argument als “als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer”.noot Johannes 19.12.

    Of het Pontius Pilatus was die zocht naar loyaliteitstoezeggingen of dat de menigte hem dwong, valt niet te weten. Wel staat vast dat de bestuurder geen conflict zocht. De evangeliën documenteren dat hij respect toont voor joodse gebruiken. Elk voor zich zijn de voorbeelden weliswaar discutabel, maar de tendens is duidelijk.

    • Matteüs laat Pilatus zijn handen wassen,noot Matteüs 27.24. wat een farizees gebruik was.
    • Johannes schrijft dat Pilatus Jezus’ tegenstanders toe om te spreken van buiten zijn hoofdkwartier, het Praetorium.noot Het betreden van het gebouw zou de joodse priesters verontreinigen, en dat vlak voor een religieus feest; Johannes 18.29.
    • Marcus en Johannes stellen onafhankelijk van elkaar dat Pilatus Jozef van Arimatea toestond de dode te begraven voor het begin van de sabbat.noot Marcus 15.43 en Johannes 19.38.

    Vooral dit laatste is opmerkelijk omdat keizer Augustus had verboden dat mensen die waren geëxecuteerd op beschuldiging van hoogverraad, een normale uitvaart zouden krijgen. Pilatus’ toestemming oogt als de daad van iemand die religieuze gevoelens wil respecteren.

    Andere arrestanten

    Tot slot nog twee vreemde aspecten. Eén: we lezen nergens dat Pilatus Jezus’ aanhangers liet arresteren. Als hij werkelijk geloofde dat Jezus met geweld een koninkrijk wilde stichten, was dit ronduit onverantwoord. Als hij het idee had dat de executie van een plattelandsmessias de prijs was die hij voor de lieve vrede moest betalen, was het echter volkomen logisch.

    Maar het vreemdste is dat Pilatus, op de dag waarop hij een man veroordeelde die op z’n kerfstok niet veel meer had dan een flinke rel, een man vrijliet die zeker wél schuldig was: Barabbas. We lezen het bij Marcus en Johannes, onafhankelijk van elkaar, wat een zekere betrouwbaarheid suggereert, maar het is raar. Dat een gouverneur elk jaar een veroordeelde crimineel zou vrijlaten, is immers ronduit bizar. Ik meen dat geen enkele wetenschapper het begrijpt, maar het is duidelijk wat de eerste christenen ervan dachten: het was ironisch dat een huns inziens onschuldige man was doodgemarteld, en een schuldige man was vrijgelaten.

    [wordt over twee weken vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Een Romeinse stad

    mei 3, 2017
    Het koninkrijk Dacië

    december 30, 2019
    Romeins Jeruzalem

    augustus 6, 2023 Deel dit: #Barabbas #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanMarcus #FlaviusJosephus #Jeruzalem #JezusVanNazaret #JozefVanArimatea #Judea #Kajafas #kruisiging #LuciusAeliusSeianus #messias #PontiusPilatus #PubliusCorneliusTacitus #TestimoniumFlavianum #ValeriusGratus
  4. Pontius Pilatus (3) Aquaduct

    De spaarbekkens van het aquaduct van Jeruzalem in 1905

    [Dit is het derde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Het aquaduct en de tempelschat

    Een antieke generaal die een overwinning had geboekt, wijdde dankbaar een tiende van de buit aan de goden, meestal in de vorm van mooi edelsmeedwerk. Als later dan weer eens een oorlog uitbrak, kon een generaal huurlingen in dienst nemen door wat edelmetaal uit een tempel mee te nemen. Anders gezegd: het was al eeuwen staande praktijk dat tempels dienden als bank. Deposito en kasopname. Dat was in de Romeinse wereld niet anders, al gebruikten gouverneurs het kapitaal toen steeds vaker voor infrastructurele projecten. In tijden van Pax Romana waren er immers weinig vijanden meer en de goden hadden er geen bezwaar als deze of gene constructie het leven van de vrome vereerders vereenvoudigde.

    En dus liet Pontius Pilatus, gebruikmakend van het kapitaal in de tempel van Jeruzalem, een aquaduct bouwen voor de heilige stad; het is door archeologen teruggevonden. De bronnen lagen in de omgeving van Betlehem, waar ook spaarbekkens zijn geïdentificeerd. Het frisse water moet de hygiëne in het uit zijn voegen barstende Jeruzalem sterk hebben verbeterd. Het project bood bovendien werk aan allerlei mensen, wat des te urgenter was nu het meest arbeidsintensieve werk aan de Tempel van Herodes was afgerond.

    De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus verteltnoot Flavius Josephus, Joodse Oorlog 2.175-177; Joodse Oudheden 18.60-62. dat er protesten waren omdat het geld was gehaald uit dat deel van de tempelschat dat bekendstond als Korbanas, waarvan wel wordt aangenomen dat het was geoormerkt voor de ondersteuning van arme mensen. (Ik weet niet zeker of dit klopt.) Toen er een demonstratie was, zou Pilatus soldaten in burgerkleding tussen de menigte hebben geplaatst, die op een gegeven teken met de wapenstok hadden ingeslagen op de demonstranten.

    Zou het werkelijk?

    We weten niet waarop Josephus’ verslag is gebaseerd, maar mondelinge informatie is waarschijnlijk: tot en met de regering van Herodes de Grote beschikt de Joodse geschiedschrijver over geschreven bronnen, maar daarna houdt het op. In dit geval gaat het zeker om gekleurde informatie: het project had de goedkeuring van de tempelautoriteiten,noot Als dit niet zo was geweest, had Josephus immers geschreven dat Pilatus het geld had gestolen. was begonnen door koning Herodes de Grote en voltooid door koning Herodes Agrippa I (r.41-44). De credits behoorden te gaan naar de dynastie, dat vond ook Josephus (een aanhanger van Herodes Agrippa II). Dat een Romeinse bestuurder ermee van doen had gehad, was een ongemakkelijk gegeven. Pontius Pilatus diende dus zwart gemaakt te worden.

    Wat er feitelijk is gebeurd, valt niet te achterhalen, maar erg logisch is het niet dat een Romeinse magistraat zijn troepen in het geheim zou hebben ingezet. Het klinkt eerder alsof demonstranten vertrapt raakten in het gedrang en er vervolgens een schuldige moest worden aangewezen. Als er überhaupt iets waars schuilt in de beschuldiging dat er soldaten bij betrokken waren, kan het alleen maar gaan om mannen van de Ala I Sebastenorum of de Cohors I Sebastenorum, manschappen dus uit de nabijgelegen stad Samaria dus. Soldaten uit de Italische eenheden in het Judese garnizoen zouden al zijn herkend voordat ze in actie kwamen.

    Nog een laatste punt: de demonstratie lijkt te hebben plaatsgevonden tijdens een joods feest, aangezien Pontius Pilatus in Jeruzalem verbleef. Het kan de gelegenheid zijn geweest waarbij soldaten “het bloed van de Galileeërs vermengden met hun offers,”noot Lukas 13.1. maar de hyperbool kan verwijzen naar elke onregelmatigheid op het tempelplein.

    [wordt om 11:00 (Bulgaarse tijd) (ik ben in Bulgarije) vervolgd met de rechtszaak tegen Jezus]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Apollonios van Tyana (8)

    november 5, 2013
    Afrikaans aardewerk

    februari 24, 2019
    De messiaanse maaltijd

    januari 23, 2022 Deel dit: #aquaduct #FlaviusJosephus #HerodesDeGrote #Jeruzalem #PontiusPilatus
  5. Pontius Pilatus (2) Het begin

    Caesarea Maritima

    [Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Aankomst in Judea

    In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

    Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

    Zoals Filon het presenteert vernam prins Herodes Agrippa dat keizer Caligula had bevolen dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem moest komen staan. Dat zou een affront zijn, en daarom schreef Agrippa een brief, waarin hij de keizer herinnerde aan het incident ten tijde van Pontius Pilatus. Keizer Tiberius zou de gouverneur van Judea hebben teruggefloten toen die dus schilden had laten aanbrengen, en Agrippa opperde in zijn brief dat Caligula iets soortgelijks zou doen. Om Tiberius als voorbeeld te kunnen typeren, moest Agrippa echter Pilatus typeren als incompetent. Dat negatieve beeld van een gouverneur kwam Agrippa bovendien goed uit, want het zou helpen bewijzen dat een Joodse koning geschikter was om over Judea te heersen – Herodes Agrippa bijvoorbeeld. Kortom, we mogen Filons verwijzing naar Pontius Pilatus, teruggaand op een tendentieus document, niet zonder meer geloven.

    De twee andere verslagen zijn geschreven door de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Hij schreef zijn Joodse Oorlog in de late jaren zeventig van de eerste eeuwnoot Flavius Josephus, Joodse Oorlog 2.169-174. en herhaalde de stof nog eens in de vroege jaren negentig in zijn Joodse Oudheden.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.55-59. In zijn presentatie gaat het niet om schilden met inscripties, maar om veldtekens waaraan het portret van de keizer was bevestigd. Een jood zou zoiets inderdaad kunnen uitleggen als een overtreding van een van de Tien Geboden, namelijk het verbod op het maken van afbeeldingen. Josephus vertelt ook dat een deel van de bewoners naar Caesarea Maritima marcheerde, zich neerzette in de paardenracebaan (zie boven) en de nieuwe gouverneur smeekte om in te grijpen, wat deze ook deed.

    Interpretatie

    Er zijn nogal wat verschillen tussen deze twee verhalen. Beschreven schilden of veldtekens? Prinselijke bemiddeling of stedelijk protest? Het is mogelijk dat we te maken hebben met twee incidenten, maar het lijkt aannemelijker dat we twee visies hebben op dezelfde gebeurtenis. Filon kreeg zijn informatie van een prins, die de rol van zijn familie centraal stelde, terwijl Josephus zich baseert op mondelinge informatie.

    En beide auteurs hebben één ding gemeen: ze vertellen het verhaal niet vanuit het standpunt van Pontius Pilatus. Ze vertellen een Joods verhaal, waarin de nadruk is gelegd op een tegenstelling tussen Joden en Romeinen. Die was er natuurlijk, maar je kunt er ook teveel in lezen. Josephus plaatst het incident aan het begin van Pilatus’ gouverneurschap en het is heel goed mogelijk dat we te maken hebben met nieuwe, in Italië gerekruteerde eenheden (Cohors II Italica Civium Romanorum en de Cohors I Augusta) die de plaatselijke gevoeligheden nog niet kenden. In elk geval zorgde Pilatus ervoor dat de schilden of standaards werden weggehaald. Keizer Tiberius lijkt zijn gouverneur de ongelukkige start niet kwalijk te hebben genomen, want hij handhaafde Pilatus nog tien jaar.

    [Daarover volgende week meer]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De opstand van Tacfarinas (2)

    augustus 5, 2025
    Het vierkinderenrecht

    februari 20, 2026
    Lezen in de Oudheid

    juni 1, 2025 Deel dit: #CaesareaMaritima #Caligula #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #Jeruzalem #Judea #PontiusPilatus #Tiberius
  6. Pontius Pilatus (1) Inleiding

    Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)

    Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.

    Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.

    De vooringenomenheid van onze auteurs is een probleem dat iedere lezer begrijpt. Het tweede probleem is iets minder vertrouwd: het zal u verbazen hoe weinig we eigenlijk zeker weten over de context waarin Pilatus opereerde. Was Judea een provincie? Was hij wel gouverneur? Wat was zijn mandaat? Wat was de status van het proces tegen Jezus? Die vragen hangen nog met elkaar samen ook. Pas als we weten in welk jaar Jezus werd voorgeleid, kunnen we weten wat Pilatus’ speelruimte was. Ik ga u in zes blogjes meenemen langs het bewijsmateriaal om de problematiek te schetsen. De conclusie is, ondanks de problemen, vrij eenvoudig: Pontius Pilatus was een vrij normale gouverneur. (Ik zal hem maar gouverneur noemen.) Elke Romeinse bestuurder zou hetzelfde hebben gehandeld.

    Mandaat

    Het lijkt zo simpel: Judea was een Romeinse provincie en Pilatus was gouverneur. Maar dat weten we helemaal niet. Meestal nemen we aan dat de provincie is geformeerd na de afzetting van Herodes’ zoon Archelaos (in 6 na Chr.), maar de mannen die het gebied bestuurden, en dus ook Pontius Pilatus, hadden de rang van prefect, een militaire titel. Aan het hoofd van een provincie stond een proconsul of een legaat. Je zou uit de titel kunnen afleiden dat Judea bezet gebied was. Maar zeker weten doen we het niet, en zelfs als het waar zou zijn, weten we niet welke bevoegdheden een prefect had in het strafrecht en het civiel bestuur. En dat zijn zaken waarmee Pilatus zich zeker heeft ingelaten.

    Het gebied werd van 41 tot 44 na Chr. tijdelijk bestuurd door koning Herodes Agrippa I – onthoud die naam – en kwam daarna onder gezag van procuratoren, financiële ambtenaren. Was dit dan het moment van de annexatie? Of werd Judea pas een provincie na de Joodse Oorlog, dus in 70? Het gekke is: we weten het niet.

    Wat we wel weten, is dat de dichtstbijzijnde “echte” gouverneur verantwoordelijk was voor Syrië. Viel Pontius Pilatus, als militair, onder hem of viel hij rechtstreeks onder keizer Tiberius? Dat maakt nogal uit als we willen weten hoeveel speelruimte de man in Judea had. Extra complicatie één: juist in deze tijd was de gouverneur Lucius Aelius Lamia, een levendige grijsaard die in Rome verbleef en het werk delegeerde. Wat betekende dat voor Pilatus? Complicatie twee: Pontius Pilatus behoorde tot de tweede laag van de Romeinse elite, de ridderstand, die haar beschermheer Lucius Aelius Sejanus verloor in het jaar 31. Was de rechtszaak tegen Jezus in 30, dan genoot Pilatus steun van boven; was de rechtszaak in 33, dan had hij die niet, en stond hij vrij zwak als de menigte weer eens eisen stelde. (Andere jaartallen voor de rechtszaak tegen Jezus zijn niet mogelijk.)

    Begin van de carrière

    Dat Pontius Pilatus behoorde tot de ridderstand, is een feit. Ook staat vast dat zijn familie uit Samnium stamde, dat wil zeggen het gebied ten oosten van Napels. We mogen speculeren dat Pilatus zijn carrière als soldaat is begonnen, want dat was vrij normaal, en als prefect had hij zeker een militaire titel. Los daarvan: de Romeinen stelden enige militaire ervaring op prijs voordat ze iemand een bestuursfunctie gunden.

    Pilatus bekleedde zijn functie tien jaar: van 26 tot 36 na Chr.: tien jaar, net als zijn voorganger, Valerius Gratus, die er al sinds 15 na Chr. was. Je krijgt de indruk dat keizer Tiberius streefde naar stabiel bestuur in Judea, en dat stond of viel met mensen die er langdurig het gezag uitoefende. Valerius Gratus ontsloeg drie hogepriesters, benoemde in 18 na Chr. Kajafas, en handhaafde hem. Pontius Pilatus zag geen reden de man te vervangen. Het duidt erop dat de prefect en de hogepriester begrepen hoe ze moesten samenwerken.

    Er is wellicht bewijs dat Pontius Pilatus streefde naar samenwerking. Omdat er geen gouverneur was in Syrië die munten kon slaan, moest Pilatus dat zelf doen. Zijn munten tonen, zoals hierboven te zien, aan de ene zijde de gekrulde staf van een Romeinse ziener (een lituus) en aan de andere zijde de druiventros die het beeldmerk was van Judea. Pilatus combineerde dus een onaanstootgevend heidens en een onaanstootgevend joods symbool. Hij zou de Joden niet dwingen om hun voorouderlijke wegen te verlaten, lijkt de boodschap te zijn, maar nodigde hen uit de gelijken van Rome te zijn. Maar misschien lezen we er ook wel te veel in.

    [wordt om 11:00 vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Woorden uit het Gallisch

    november 13, 2021
    Nee, er is geen nieuws uit Pompeii

    oktober 16, 2018
    Arm en straatarm in Rome (2)

    oktober 17, 2023 Deel dit: #FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesArchelaos #Judea #Kajafas #lituus #LuciusAeliusLamia #PontiusPilatus #prefect #Tiberius #ValeriusGratus
  7. Pontius Pilatus (1) Inleiding

    Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)

    Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.

    Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.

    De vooringenomenheid van onze auteurs is een probleem dat iedere lezer begrijpt. Het tweede probleem is iets minder vertrouwd: het zal u verbazen hoe weinig we eigenlijk zeker weten over de context waarin Pilatus opereerde. Was Judea een provincie? Was hij wel gouverneur? Wat was zijn mandaat? Wat was de status van het proces tegen Jezus? Die vragen hangen nog met elkaar samen ook. Pas als we weten in welk jaar Jezus werd voorgeleid, kunnen we weten wat Pilatus’ speelruimte was. Ik ga u in zes blogjes meenemen langs het bewijsmateriaal om de problematiek te schetsen. De conclusie is, ondanks de problemen, vrij eenvoudig: Pontius Pilatus was een vrij normale gouverneur. (Ik zal hem maar gouverneur noemen.) Elke Romeinse bestuurder zou hetzelfde hebben gehandeld.

    Mandaat

    Het lijkt zo simpel: Judea was een Romeinse provincie en Pilatus was gouverneur. Maar dat weten we helemaal niet. Meestal nemen we aan dat de provincie is geformeerd na de afzetting van Herodes’ zoon Archelaos (in 6 na Chr.), maar de mannen die het gebied bestuurden, en dus ook Pontius Pilatus, hadden de rang van prefect, een militaire titel. Aan het hoofd van een provincie stond een proconsul of een legaat. Je zou uit de titel kunnen afleiden dat Judea bezet gebied was. Maar zeker weten doen we het niet, en zelfs als het waar zou zijn, weten we niet welke bevoegdheden een prefect had in het strafrecht en het civiel bestuur. En dat zijn zaken waarmee Pilatus zich zeker heeft ingelaten.

    Het gebied werd van 41 tot 44 na Chr. tijdelijk bestuurd door koning Herodes Agrippa I – onthoud die naam – en kwam daarna onder gezag van procuratoren, financiële ambtenaren. Was dit dan het moment van de annexatie? Of werd Judea pas een provincie na de Joodse Oorlog, dus in 70? Het gekke is: we weten het niet.

    Wat we wel weten, is dat de dichtstbijzijnde “echte” gouverneur verantwoordelijk was voor Syrië. Viel Pontius Pilatus, als militair, onder hem of viel hij rechtstreeks onder keizer Tiberius? Dat maakt nogal uit als we willen weten hoeveel speelruimte de man in Judea had. Extra complicatie één: juist in deze tijd was de gouverneur Lucius Aelius Lamia, een levendige grijsaard die in Rome verbleef en het werk delegeerde. Wat betekende dat voor Pilatus? Complicatie twee: Pontius Pilatus behoorde tot de tweede laag van de Romeinse elite, de ridderstand, die haar beschermheer Lucius Aelius Sejanus verloor in het jaar 31. Was de rechtszaak tegen Jezus in 30, dan genoot Pilatus steun van boven; was de rechtszaak in 33, dan had hij die niet, en stond hij vrij zwak als de menigte weer eens eisen stelde. (Andere jaartallen voor de rechtszaak tegen Jezus zijn niet mogelijk.)

    Begin van de carrière

    Dat Pontius Pilatus behoorde tot de ridderstand, is een feit. Ook staat vast dat zijn familie uit Samnium stamde, dat wil zeggen het gebied ten oosten van Napels. We mogen speculeren dat Pilatus zijn carrière als soldaat is begonnen, want dat was vrij normaal, en als prefect had hij zeker een militaire titel. Los daarvan: de Romeinen stelden enige militaire ervaring op prijs voordat ze iemand een bestuursfunctie gunden.

    Pilatus bekleedde zijn functie tien jaar: van 26 tot 36 na Chr.: tien jaar, net als zijn voorganger, Valerius Gratus, die er al sinds 15 na Chr. was. Je krijgt de indruk dat keizer Tiberius streefde naar stabiel bestuur in Judea, en dat stond of viel met mensen die er langdurig het gezag uitoefende. Valerius Gratus ontsloeg drie hogepriesters, benoemde in 18 na Chr. Kajafas, en handhaafde hem. Pontius Pilatus zag geen reden de man te vervangen. Het duidt erop dat de prefect en de hogepriester begrepen hoe ze moesten samenwerken.

    Er is wellicht bewijs dat Pontius Pilatus streefde naar samenwerking. Omdat er geen gouverneur was in Syrië die munten kon slaan, moest Pilatus dat zelf doen. Zijn munten tonen, zoals hierboven te zien, aan de ene zijde de gekrulde staf van een Romeinse ziener (een lituus) en aan de andere zijde de druiventros die het beeldmerk was van Judea. Pilatus combineerde dus een onaanstootgevend heidens en een onaanstootgevend joods symbool. Hij zou de Joden niet dwingen om hun voorouderlijke wegen te verlaten, lijkt de boodschap te zijn, maar nodigde hen uit de gelijken van Rome te zijn. Maar misschien lezen we er ook wel te veel in.

    [wordt om 11:00 vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De wierookroute (3)

    mei 4, 2018
    Het ongrijpbare antieke christendom (intermezzo)

    september 2, 2018
    Apollonios van Tyana (8)

    november 5, 2013 Deel dit: #FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesArchelaos #Judea #Kajafas #lituus #LuciusAeliusLamia #PontiusPilatus #prefect #Tiberius #ValeriusGratus
  8. Het scheiden der wegen

    Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

    Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

    De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

    Al in de negentiende eeuw stond vast dat het complexer was. De Dode Zee-rollen en de publicatie van vroegchristelijke bronnen hebben dat bevestigd. Ik verzorg over deze materie weleens een cursus, en onlangs maakte ik daarbij het schema dat u hierboven ziet. Het is in deze vorm gemaakt door Kees Huijser, die wel vaker het grafische werk voor deze blog verzorgt. Ik beweer niet dat dit overzicht correct is; er is geen verband of lijn die niet ook anders kan zijn; maar het schema helpt om de stof te ordenen.

    Pluriform jodendom

    Helemaal links ziet u de situatie rond het jaar 150 v.Chr. In zijn Joodse Oorlog en Joodse Oudheden gebruikt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus ongeveer dit moment om de stromingen te introduceren die volgens hem het normale jodendom vertegenwoordigen: de farizeeën, de sadduceeën en de essenen.

    Het is plausibel dat deze drie stromingen ontstonden door het conflict dat ligt besloten in de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT, “Enige werken der Wet”. Volgens een mogelijke interpretatie richtte de auteur zich tot hogepriester Jonathan, om hem te waarschuwen voor de eerste farizeeën (“Belialsoverleg”) en te brengen tot de juiste, vroeg-sadducese opvattingen. Toen de hogepriester niet akkoord ging, splitste de groep rond de auteur van deze brief zich van de sadduceeën af en vormde de groep van de essenen. Althans, dat is een mogelijk scenario, dat is gebaseerd op de aanname dat de Dode Zee-rollen door de essenen zijn geschreven. Dat is maar de vraag.

    Als deze aanname correct is, zijn er ook meerdere esseense groepen geweest; de Dode Zee-rollen documenteren verschillen in opvatting en verschillende woonplaatsen. Ook de farizeeën waren verdeeld; vanaf het begin van de jaartelling waren er twee hoofdstromingen. De sicariërs, waarvan nogal eens wordt genegeerd dat ze ook niet-joodse leden hadden, waren overigens een farizese afsplitsing. De meeste joodse stromingen overleefde de ondergang van Jeruzalem in 70 niet.

    Het scheiden der wegen

    De Jezusbeweging kende ook twee takken, waarvan de joodse tak is vertegenwoordigd in de Didache (al zijn er andere interpretaties) en de niet-joodse in de brieven van Paulus en de evangeliën. Die zijn geschreven rond 70 (Marcus) en in de generatie er na. Er zijn geleerden die het evangelie van Johannes dan weer heel vroeg plaatsen en beweren dat dat “een game-changer” is, maar ik geloof er helemaal niks van. Ik noem het echter om nog eens te benadrukken dat het schema ook maar een vereenvoudiging is, ja een oververeenvoudiging.

    Meer oververeenvoudiging: Jochanan ben Zakkai organiseerde het rabbinaat en baseerde zich daarbij op een van de twee farizese stromingen. Helemaal onwaar is het niet, maar het rabbijnse jodendom dat zo kwam te ontstaan, heeft bredere wortels dan alleen het farizeïsme. De optekening van de Mishna, een verzameling rabbijnse wijsheid, toont dat joods leven mogelijk is in een samenleving die niet joods is. Er zijn geen Joodse machthebbers, met andere woorden – een gevolg van de opstand van Bar Kochba. Na 136 na Chr. moest men achttien eeuwen wachten voor een nieuwe Joodse staat in het land van Israël.

    Die Bar Kocha-opstand had een einde gemaakt aan de joodse christenen. Althans, daarvoor zijn aanwijzingen. Het is weer niet zo zeker allemaal. Wat wél zeker is, is dat op dat moment de rabbijnse joden en de christenen al uit elkaar aan het gaan waren. De door de Romeinse keizer Domitianus met ongebruikelijke hardheid geïnde belasting die bekendstaat als Fiscus Judaicus speelde daarbij een belangrijke rol, maar er waren meer factoren, waarover discussie bestaat.

    Pluriform christendom

    De andere, niet-joodse christenen waren verdeeld over allerlei oriëntaties en ideeën, die ik in dit schema achterwege heb gelaten. Egypte was een fabriek aan nieuwe opvattingen. In de tweede helft van de tweede eeuw organiseer Eirenaios van Lyon het nieuwe geloof, en zijn opvattingen staan aan het begin van de proto-orthodoxie.

    Er zijn op dat moment andere opvattingen. Montanisme, die het martelaarschap verheerlijken; gnostici, met een complexe mythe en eigen teksten, bekend uit Nag Hammadi. En er zijn nog meer opvattingen, die we niet altijd even goed kennen. De meeste mensen die Christus vereerden, deden dat in combinatie met de oude goden, en de scheiding van het langzaam groeiende rabbijnse jodendom was ook niet scherp. Over deze ideeën zijn we slecht geïnformeerd omdat latere, orthodoxe kopiisten dit materiaal zelden kopieerden. Soms, zoals in een hymne waarin Christus aan Apollo wordt gelijkgesteld, schemert er iets door.

    De keuze van Constantijn

    De bekering van Constantijn betekende dat het exclusivistische christendom (dat stelde dat als je Jezus vereerde, je hem als enige godheid aanvaardde en dus niet, zoals in de Oudheid gewoon was, de nieuwe god combineerde met de verering van de andere goden) de wind in de zeilen kreeg. Iets preciezer: binnen dit exclusivistische christendom steunde hij de proto-orthodoxe groep. Met het Concilie van Nikaia, dit jaar zeventien eeuwen geleden, werd dit de staatskerk van het Romeinse Rijk.

    Was de proto-orthodoxie de belangrijkste groep binnen het derde-eeuwse christendom, en was Constantijns specifieke keuze daarom voorspelbaar? Of was de proto-orthodoxie een van de vele christelijke oriëntaties, en was zijn keuze persoonlijk? Ik voor mij denk het laatste, maar er zijn geleerdere mensen die denken dat het proto-orthodoxe christendom dominant was, en sommigen denken dat die dominantie begon met Eirenaios, anderen denken dat het al eerder het geval was.

    Wat ik maar zeggen wil: dit schema is handig voor onderwijsdoelen, en wat mij betreft mag iedereen het gebruiken. Als je er maar bij zegt dat elk aspect discutabel is.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Wie schreef de Brief van Jakobus?

    oktober 26, 2025
    De zeven regels van rabbi Hillel

    april 3, 2022
    Byblos’ nymphaeum

    september 2, 2022 Deel dit:

    #4qmmt #constantijnDeGrote #didache #dodeZeeRollen #domitianus #eersteConcilieVanNikaia #eirenaiosVanLyon #essenen #exclusivistischeChristenen #farizeeen #fiscusJudaicus #flaviusJosephus #gnosis #jezusVanNazaret #jochananBenZakkai #jonathanDeMakkabeeer #messias #mishna #montanisme #nagHammadi #nietExclusivistischeChristenen #sadduceeen #scheidenDerWegen #sicariers

  9. Jakobus de Rechtvaardige

    De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

    Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

    Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

    Deze Jakobus zou dus een leider zijn geweest van de vroege kerk, en meer in het bijzonder: in Jeruzalem. Dat is opmerkelijk, want de familie kwam uit Galilea. De verklaring zou kunnen zijn dat men op de naderende Jongste Dag in de heilige stad wilde zijn, maar dat is hypothetiscj. De apostel Paulus ontmoette Jakobus daar enkele keren. In de Brief aan de Galaten vertelt Paulus dat hij drie jaar na zijn bekering Petrus ging opzoeken en toen ook de apostel Jakobus, de broer van de Heer, ontmoette.noot Galaten 1.17. “Apostel” betekent hier niet “een van de Twaalf”, maar verwijst naar één van de velen die door Jezus waren uitgezonden om zijn leer ook elders te verkondigen. Logisch dus dat Paulus toevoegt dat hij geen van hen was tegengekomen in Jeruzalem.

    Paulus noemt in dezelfde Galatenbrief Jakobus met Petrus en Johannes “de drie zuilen van de kerk”.noot Galaten 2.9. Met hen zou hij later zijn overeengekomen dat zij de leer van Jezus zouden verkondigen aan de Joden en dat Paulus en Barnabas het zouden doen bij andere volken. Dit wordt in iets andere termen bevestigd door de Handelingen van de Apostelen, waar we lezen over een vergadering van de vroege christenen, die tot dezelfde beslissing komt.noot Handelingen 15.

    Dat Jakobus zeer hoog in aanzien stond bij de eerste gelovigen, blijkt ook uit het zogeheten Evangelie van de Hebreeën, waarin de opgestane Christus als eerste verschijnt aan zijn broer. Deze tekst is weliswaar vrij jong, maar documenteert de blijvende herinnering aan het leiderschap van Jakobus.

    Rechtvaardiging

    De Handelingen en de brieven van Paulus hebben vooral betrekking op de prediking onder de andere volken, maar we beschikken over een Brief van Jakobus die lijkt weer te geven wat Jezus’ broer dacht over precies datgene waar Paulus iets nieuws introduceerde, namelijk de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Volgens de auteur is dat onvoldoende – echt geloof blijkt uit goede werken. Daar laat ik het verder even bij, want ik heb het er al eens over gehad.

    Ik leg in dat eerdere blogje trouwens ook uit dat een van de argumenten tegen authenticiteit veronderstelt dat iemand uit Galilea niet zulk goed Grieks zou kennen. Wat een onbewezen aanname is en bovendien een tikkeltje hovaardig – alsof wij de oude taal beter zouden kennen dan de mensen uit de Oudheid. Taalkundigen kunnen héél veel, en dat schrijf ik zonder ironie, maar ik zou zelf toch niet zo stellig zijn. In elk geval: er is dus discussie over de authenticiteit van de Brief van Jakobus, en volgende week kom ik daar nog eens op terug.

    Dood

    De Joodse geschiedschrijvers Flavius Josephus vertelt over de dood van Jakobus in het jaar 62. Josephus zijnde Josephus gaat het verhaal natuurlijk vooral over de officiële leiders van de Joodse gemeenschap, en dus over de relatie tussen gouverneur en hogepriester. De gouverneur, Lucceius Albinus, kreeg een conflict met  hogepriester Ananos II.

    Deze Ananos meende handig te kunnen profiteren van de situatie dat [de oude gouverneur Porcius] Festus dood was en [de nieuwe gouverneur] Albinus nog onderweg was. Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt — de man heette Jakobus — alsmede enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de Wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden. De groepering echter van degenen van wie iedereen in de stad vond dat ze zich precies aan de Wet hielden en die op grond daarvan zeer goed aangeschreven stonden [de farizeeën], nam de zaak hoog op. Ze stuurden in het geheim een vertegenwoordiging naar de koning [Herodes Agrippa II] om er bij hem op aan te dringen Ananos te gelasten zich voortaan van dergelijke acties te onthouden. Het was namelijk niet de eerste keer dat hij over de schreef was gegaan. … Voor koning Agrippa vormde de zaak aanleiding Ananos als hogepriester te ontslaan – hij is drie maanden in functie geweest.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.200-203; vert. Wes/Meijer.

    Een latere auteur, Clemens van Alexandrië, meende dat Jakobus van de tempelmuur af was gegooid, en daarna was gedood. Dit hoeft niet per se in strijd te zijn met wat Josephus schrijft, omdat de beulen bij een steniging willen dat het slachtoffer stil blijft liggen: de ongelukkige wordt dus ingegraven of men breekt hem de benen – door hem van een tempelmuur te werpen. Ik denk overigens dat we de latere bronnen beter allemaal kunnen negeren, al heb ik, zoals u al merkte, een zwak voor Hegesippos.

    Terug naar de anekdote van Josephus. Die is waanzinnig interessant. Om te beginnen vertelt ze iets over de problemen in het dagelijks bestuur van een provincie, waarin lokale gezagdragers niet altijd deden wat Rome wou. De anekdote identificeert verder de enige sadducee die we kennen, namelijk Ananos, die tijdens de Joodse Opstand leiding zou geven aan de provisorische regering in Jeruzalem. Het is verder opvallend dat Josephus, die een hekel had aan de farizeeën, weigert hen te noemen. En tot slot: de passage bewijst dat Jakobus gold als jood en dat andere joden verontwaardigd waren over de wijze waarop hij was aangepakt. In het jaar 62 was er nog geen sprake van dat de wegen van joden en christenen uiteen zouden gaan.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De vogel Feniks

    april 24, 2023
    De dood van de messias (4)

    maart 30, 2018
    Het Romeinse platteland

    mei 5, 2017 Deel dit:

    #AnanosII #Barnabas #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #ClemensVanAlexandrië #EvangelieVanDeHebreeën #farizeeën #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Hegesippos #HerodesAgrippaII #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #LucceiusAlbinus #NieuweTestament #Paulus #Petrus #PorciusFestus #steniging

  10. De familie van Jezus

    Nazaret

    Vorige week schreef ik dat het feit een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

    Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

    Waar is Jozef?

    C’est ça: een moeder, vier broers en minimaal twee zussen. Moeilijker is het niet. Wat opvallender is, is de afwezigheid van Jozef. We weten niet waarom; hij zal op de sabbat niet op zijn werkplaats zijn geweest. Maar enig hoofdrekenwerk en de informatie uit andere evangeliën kunnen helpen. Matteüs geeft duidelijk aan dat Jezus is geboren rond 5 v.Chr., vóór de dood van koning Herodes de Grote, en die traditie wordt bevestigd door Lukas, die aangeeft dat Jezus rond het jaar 28 na Chr. zo’n dertig jaar oud was. (Ik weet dat het rekensommetje niet perfect klopt, maar leeftijdsbewustzijn was destijds niet heel precies: lees maar hier.) Lukas kent ook een andere traditie, dat Jezus pas in 6 na Chr. is geboren, maar dat lijkt gebaseerd op een misverstand dat ik hier behandelde.

    Een man trouwde destijds rond zijn twintigste, vijfentwintigste. Als Jezus Jozefs oudste zoon was, was Jozef dus geboren rond 30 of 25 v.Chr. En dan zou hij, op het moment dat Jezus’ optreden begon, dus in 28, al behoorlijk op leeftijd zijn geweest. Anders gezegd: er is niets onwaarschijnlijks aan de aanname dat Jezus’ vader al was overleden.

    Wat is een adelfos?

    Er is een eindeloze – en mijns inziens overbodige – discussie geweest over de relatie tussen Jezus en zijn broers en zussen. Al in de tweede eeuw na Chr. bestond het idee dat Maria altijd maagd is gebleven, en de auteur van het Proto-evangelie van Jakobus opperde daarom dat Jakobus, Joses, Judas, Simon en de zussen dus halfbroers en halfzussen waren uit Jozefs eerdere huwelijk. (Wat hem nog ouder maakt en de kans op overlijden dus verder vergroot.) Onmogelijk is dit zeker niet, want Marcus gebruikt het woord adelfos, “broer”, ook om de relatie tussen Herodes Antipas en zijn halfbroer Filippos te typeren. Anders gezegd: Marcus’ taaleigen sluit dus niet uit dat Jezus het kind is uit Jozefs tweede huwelijk.

    In de late vierde eeuw na Chr. stelde Hieronymus, een van de meest geleerde vroegchristelijke auteurs, dat het feitelijk neven en nichten waren. Ook Luther en Calvijn zagen het zo; pas met de Verlichting kwam het idee op dat het gewone broers en zussen waren. En dat is logisch, want geen enkele auteur van het Nieuwe Testament gebruikt adelfos in de betekenis van “neef”, en ook hun tijdgenoot Flavius Josephus kent die betekenis niet.

    Er is ook een argument vóór de interpretatie dat Jakobus, Joses, Judas, Simon en de zussen echte broers en zussen waren, namelijk dat ze vaak worden genoemd in verband met Maria. Dat suggereert dat zij hun moeder was. Los daarvan kan worden gewezen op Flavius Josephus, die geen theologische bijbedoelingen had en Jakobus aanduidt als de broer van Jezus. Kortom, de meest logische lezing is dat Jezus kwam uit een groot gezin en dat rond 28 zijn moeder nog in leven was, dat zijn vader was overleden, en dat hij vier broers en minstens twee zussen had. In het Romeinse Rijk een heel gewoon gezin.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Wee de overwonnenen (2)

    februari 17, 2020
    Lysanias van Abila

    februari 23, 2025
    Muggenziften

    april 27, 2025 Deel dit:

    #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #FilipposHerodiaan_ #FlaviusJosephus #HerodesAntipas #Hieronymus #JakobusDeRechtvaardige #JezusVanNazaret #Jozef #Maria #NieuweTestament #ProtoEvangelieVanJakobus

  11. “De Egyptenaar”

    De Olijfberg

    Een paar maanden geleden noemde ik in dit zondagse reeksje over nieuwtestamentische personen die we ook van buiten de Bijbel kennen de man die in de Handelingen van de apostelen wordt aangeduid als “de Egyptenaar”. Ik citeerde de passage al eens eerder:

    Vlak voordat Paulus de kazerne binnengebracht zou worden, zei hij tegen de tribuun: “Mag ik u iets vragen?” De tribuun [Claudius Lysias] antwoordde: “Spreekt u Grieks? Bent u dan niet die Egyptenaar die onlangs in opstand kwam en met vierduizend oproerkraaiers de woestijn in getrokken is?” Paulus zei: “Ik ben een Jood uit Tarsos in Cilicië, burger van een niet onbelangrijke stad.”noot Handelingen 21.37-39; NBV21.

    Die Egyptenaar, die kennen we, al kennen we zijn naam niet. Maar de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vertelt erover. Tweemaal zelfs. Het gaat om de rebellen die Josephus de schuld geeft van de vernietiging van de Tempel in 70 na Chr.: gewelddadig, anti-Romeins verzet was wezensvreemd aan het Joodse volk, en als dit rapaille in toom was gehouden, had het dagelijks offer gewoon voortgang kunnen vinden. Hoewel Josephus het begin van de verzetstraditie te vroeg plaatst, vermeldt hij in de kwart eeuw vóór de Joodse Opstand inderdaad enkele opstandelingen. Zoals de Egyptenaar, die we rond 58 moeten plaatsen. Josephus schrijft in De Joodse Oorlog:

    Een nog ernstiger slag werd de Joden toegebracht door de valse profeet uit Egypte. Bij aankomst in het land verzamelde deze man, een charlatan die zich voordeed als profeet, dertigduizend goedgelovige lieden. Langs grote omwegen voerde hij hen van de woestijn naar de zogeheten Olijfberg. Hij had het vaste voornemen van hieruit een doortocht naar Jeruzalem te forceren, het Romeinse garnizoen te overmeesteren en zichzelf te installeren als tyran van het volk. Zijn gewapende volgelingen beschouwde hij als een geschikte lijfwacht. Maar [gouverneur Antonius] Felix verhinderde dat er van zijn plannen iets trekken. De hele bevolking schaarde zich achter hem. Het resultaat van de botsing was dat de Egyptenaar met slechts een handjevol mannen wist te ontkomen, maar dat het overgrote deel van zijn aanhang gedood of gevangen genomen werd; de rest van zijn volgelingen werd uiteengeslagen. Ieder probeerde stilletjes zijn eigen huis te bereiken.noot Josephus, Joodse Oorlog 2.261-263; vert. Wes/Meijer.

    In de Joodse Oudheden komt Josephus erop terug. Maar de accenten liggen anders: het aantal volgelingen lijkt meer in lijn met de vierduizend die de auteur van de Handelingen noemt. Ook vermeldt Josephus de tweede keer niet dat de profeet dreigde geweld te gebruiken om de toegang tot Jeruzalem te forceren.

    De Egyptenaar zei dat hij hun vanaf de Olijfberg wilde laten zien hoe op zijn bevel de muren van Jeruzalem zouden instorten, en hij kondigde aan dat hij hen vervolgens dwars door de puinhopen heen de stad zou binnenleiden. Toen Felix dat vernam, gaf hij zijn soldaten bevel de wapens op te nemen. Hij rukte met een groot aantal ruiters en voetsoldaten op uit Jeruzalem en stortte zich op de volgelingen van de Egyptenaar. Vierhonderd van hen bracht hij om het leven, tweehonderd nam hij gevangen. De Egyptenaar zelf wist uit het strijdgewoel te ontsnappen en verdween spoorloos.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.169-171; vert. Wes/Meijer.

    De tweede keer is Josephus duidelijker over de aard van de Egyptische profeet: die modelleerde zijn optreden op Jozua, die ooit de muren van Jericho had laten instorten. Maar er is meer. Dit was duidelijk een messiaanse bewering, al onderdrukt Josephus die informatie. De eerste weggever is dat hij erkent dat de man wilde heersen als tyran, alleenheerser. Hij zal zichzelf wel Koning Messias hebben genoemd. De tweede aanwijzing is de vermelding van de Olijfberg, de plek waar God op de Dag des Oordeels zou staan om de strijd tegen de vijanden van Israël te voeren.noot Zacharia 14.4.

    Dat de tribuun die Paulus arresteerde, meende dat hij de Egyptenaar had gearresteerd, is eigenlijk wel logisch: Paulus werd ervan beschuldigd dat hij “overal en aan iedereen een leer verkondigt die tegen ons volk gericht is en tegen de wet en de tempel.”noot Handelingen 21.28. Die dreigende aankondiging was een punt van overeenkomst, en het zou teveel gevraagd zijn geweest van een Romeinse officier om het verschil te begrijpen tussen een Egyptenaar die zijn optreden modelleerde op Jozua en een farizee die zei de profeet te zijn van Jezus. Wij zijn het niet meteen, maar het zijn twee weergaven van dezelfde Aramese naam Yešua.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #ClaudiusLysias #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Jozua #MarcusAntoniusFelix #messianisme #messias #NieuweTestament #Olijfberg #Paulus #Tarsos

  12. Berenike

    Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

    De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

    Paulus

    Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

    Die rechtszaak was al oud. Paulus was voorgeleid bij de vorige gouverneur, Felix, die de zaak had aangehouden en overgedragen aan zijn opvolger. Ik blogde er al eens over. Festus wilde de kwestie nu oplossen met de hoogste Joodse gezagdragers.

    De volgende dag verschenen Agrippa en Berenike in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid.noot Handelingen 25.23; NBV21.

    We lezen hoe Festus uitlegt dat hij niet weet wat hij met de zaak aan moet en we lezen Paulus’ verdedigingsrede. Daarna stond koning Agrippa op,

    evenals de procurator en Berenike en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar.noot Handelingen 26.30-31a; NBV21.

    Paulus wordt hierna feitelijk vrijgesproken, maar dat is waarom ik hierover blog. Het oordeel wordt dus gevormd door een Romeinse gouverneur, een Joodse koning, wat andere aanwezigen en Berenike. Het stond een gouverneur vrij van iedereen advies te vragen, maar dat er een vrouw bij aanwezig is, illustreert dat Berenike iemand was om rekening mee te houden. En dat was niet voor niets.

    Driemaal getrouwd

    Als je vader koning was en als je broer koning zou worden, wachtte je een prinsessenhuwelijk. En inderdaad: Berenike, dertien jaar oud, trouwde in 41 na Chr. met het hoofd van de Joodse gemeenschap in Alexandrië, Marcus Julius Alexander (een neef van de filosoof Filon van Alexandrië).noot Josephus, Joodse Oudheden 19.276-277.

    Na de dood van haar echtgenoot trouwde Berenike voor de tweede keer, nu met een oom, koning Herodes van Chalkis, die heerste over de Bekaavallei. Ze lijkt een rol te hebben gespeeld bij de promotie van Tiberius Julius Alexander, de broer van haar eerste echtgenoot, tot gouverneur van Judea. Van Herodes had ze twee zonen, over wie we verder weinig weten.noot Josephus, Joodse Oudheden 19.277, 20.104.

    Na Herodes’ dood in 48 droeg keizer Claudius diens koninkrijk over aan Agrippa. Berenike, koningin van Chalkis en op twintigjarige leeftijd tweemaal weduwe, verhuisde nu naar het hof van haar broer. Haar rang als koningin zal een deel van de verklaring zijn voor haar invloed.

    Wat ook een rol gespeeld zal hebben, was de zichtbare genegenheid tussen haar en haar broer. Bovenstaande inscriptie uit Beiroet, EDCS-15300229, noemt de twee in één adem. (Om precies te zijn: ze noemt koningin Berenike vóór koning Agrippa.) De Babylonische Talmoed bewaart een onschuldige herinnering aan een discussie die de twee voerden over de kwaliteiten van geiten- en schaapsvlees.noot Babylonische Talmoed, Pesahim 57a. Er gingen echter ook geruchten over een incestueuze relatie; de Romeinse dichter Juvenalis verwijst ernaar.noot Juvenalis, Satiren 6.155-158.

    Een derde huwelijk volgde – volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus om de geruchten te bezweren.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.145-146. Haar echtgenoot was koning Polemon van Cilicië, maar dit huwelijk eindigde al snel in een echtscheiding. Omdat ze terugkeerde naar het hof van Agrippa II kregen de geruchten weer een nieuw leven. Wat de lezers van de Handelingen van die geruchten hebben gedacht, zullen we wel nooit weten, maar ze zullen hebben geweten dat de twee onafscheidelijk waren. Vandaar dat de auteur van de Handelingen bekend kan veronderstellen wie Berenike was.

    Titus

    In 66, zes jaar na de besprekingen over Paulus, brak de Joodse Opstand uit. Agrippa was de loyale bondgenoot van de Romeinse generaal Vespasianus. In deze tijd ontmoette Berenike Vespasianus’ zoon Titus, met wie ze een relatie begon. Hoewel de Romeinen niet onbekend waren met de situatie in het Nabije Oosten, was een lokale adviseur natuurlijk welkom: Berenikes rol zal niet zo groot zijn geweest als die van een Barsine of een Doña Marina, maar ze moet haar geliefde zo nu en dan suggesties hebben gedaan.

    Na de vernietiging van de Tempel in 70 ging ze met Titus mee naar Rome. De Romein schijnt een huwelijk overwogen te hebben, maar toen hij in 79 zelf keizer werd, stuurde hij haar naar huis. Invitus invitam, schrijft Suetonius, “tegen zijn zin, tegen haar zin”.noot Suetonius, Titus 7.2.

    Ze zal zijn teruggekeerd naar het hof van haar broer, maar haar verdere lot is onbekend, al zal ze invloed op Agrippa hebben gehouden. We zien echter ook een andere werkelijkheid: een vrouw kon alleen formidabel worden dankzij haar vader, haar broer en haar echtgenoot. Uiteindelijk was de Romeinse wereld een mannenwereld.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #BabylonischeTalmoed #Berenike #CaesareaMaritima #Claudius #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #MarcusAntoniusFelix #MarcusJuliusAlexander #NieuweTestament #Paulus #PolemonVanCilicië #PorciusFestus #Suetonius #TiberiusJuliusAlexander #Titus #Vespasianus

  13. Berenike

    Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

    De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

    Paulus

    Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

    Die rechtszaak was al oud. Paulus was voorgeleid bij de vorige gouverneur, Felix, die de zaak had aangehouden en overgedragen aan zijn opvolger. Ik blogde er al eens over. Festus wilde de kwestie nu oplossen met de hoogste Joodse gezagdragers.

    De volgende dag verschenen Agrippa en Berenike in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid.noot Handelingen 25.23; NBV21.

    We lezen hoe Festus uitlegt dat hij niet weet wat hij met de zaak aan moet en we lezen Paulus’ verdedigingsrede. Daarna stond koning Agrippa op,

    evenals de procurator en Berenike en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar.noot Handelingen 26.30-31a; NBV21.

    Paulus wordt hierna feitelijk vrijgesproken, maar dat is waarom ik hierover blog. Het oordeel wordt dus gevormd door een Romeinse gouverneur, een Joodse koning, wat andere aanwezigen en Berenike. Het stond een gouverneur vrij van iedereen advies te vragen, maar dat er een vrouw bij aanwezig is, illustreert dat Berenike iemand was om rekening mee te houden. En dat was niet voor niets.

    Driemaal getrouwd

    Als je vader koning was en als je broer koning zou worden, wachtte je een prinsessenhuwelijk. En inderdaad: Berenike, dertien jaar oud, trouwde in 41 na Chr. met het hoofd van de Joodse gemeenschap in Alexandrië, Marcus Julius Alexander (een neef van de filosoof Filon van Alexandrië).noot Josephus, Joodse Oudheden 19.276-277.

    Na de dood van haar echtgenoot trouwde Berenike voor de tweede keer, nu met een oom, koning Herodes van Chalkis, die heerste over de Bekaavallei. Ze lijkt een rol te hebben gespeeld bij de promotie van Tiberius Julius Alexander, de broer van haar eerste echtgenoot, tot gouverneur van Judea. Van Herodes had ze twee zonen, over wie we verder weinig weten.noot Josephus, Joodse Oudheden 19.277, 20.104.

    Na Herodes’ dood in 48 droeg keizer Claudius diens koninkrijk over aan Agrippa. Berenike, koningin van Chalkis en op twintigjarige leeftijd tweemaal weduwe, verhuisde nu naar het hof van haar broer. Haar rang als koningin zal een deel van de verklaring zijn voor haar invloed.

    Wat ook een rol gespeeld zal hebben, was de zichtbare genegenheid tussen haar en haar broer. Bovenstaande inscriptie uit Beiroet, EDCS-15300229, noemt de twee in één adem. (Om precies te zijn: ze noemt koningin Berenike vóór koning Agrippa.) De Babylonische Talmoed bewaart een onschuldige herinnering aan een discussie die de twee voerden over de kwaliteiten van geiten- en schaapsvlees.noot Babylonische Talmoed, Pesahim 57a. Er gingen echter ook geruchten over een incestueuze relatie; de Romeinse dichter Juvenalis verwijst ernaar.noot Juvenalis, Satiren 6.155-158.

    Een derde huwelijk volgde – volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus om de geruchten te bezweren.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.145-146. Haar echtgenoot was koning Polemon van Cilicië, maar dit huwelijk eindigde al snel in een echtscheiding. Omdat ze terugkeerde naar het hof van Agrippa II kregen de geruchten weer een nieuw leven. Wat de lezers van de Handelingen van die geruchten hebben gedacht, zullen we wel nooit weten, maar ze zullen hebben geweten dat de twee onafscheidelijk waren. Vandaar dat de auteur van de Handelingen bekend kan veronderstellen wie Berenike was.

    Titus

    In 66, zes jaar na de besprekingen over Paulus, brak de Joodse Opstand uit. Agrippa was de loyale bondgenoot van de Romeinse generaal Vespasianus. In deze tijd ontmoette Berenike Vespasianus’ zoon Titus, met wie ze een relatie begon. Hoewel de Romeinen niet onbekend waren met de situatie in het Nabije Oosten, was een lokale adviseur natuurlijk welkom: Berenikes rol zal niet zo groot zijn geweest als die van een Barsine of een Doña Marina, maar ze moet haar geliefde zo nu en dan suggesties hebben gedaan.

    Na de vernietiging van de Tempel in 70 ging ze met Titus mee naar Rome. De Romein schijnt een huwelijk overwogen te hebben, maar toen hij in 79 zelf keizer werd, stuurde hij haar naar huis. Invitus invitam, schrijft Suetonius, “tegen zijn zin, tegen haar zin”.noot Suetonius, Titus 7.2.

    Ze zal zijn teruggekeerd naar het hof van haar broer, maar haar verdere lot is onbekend, al zal ze invloed op Agrippa hebben gehouden. We zien echter ook een andere werkelijkheid: een vrouw kon alleen formidabel worden dankzij haar vader, haar broer en haar echtgenoot. Uiteindelijk was de Romeinse wereld een mannenwereld.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #BabylonischeTalmoed #Berenike #CaesareaMaritima #Claudius #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #MarcusAntoniusFelix #MarcusJuliusAlexander #NieuweTestament #Paulus #PolemonVanCilicië #PorciusFestus #Suetonius #TiberiusJuliusAlexander #Titus #Vespasianus

  14. De verwachte messias

    Kindermoord te Betlehem (Codex Egberti)

    Ik blogde twee weken geleden over de vlucht naar Egypte na de Kindermoord in Betlehem. Het hartverscheurende verhaal over de vermoorde baby’s en peuters veronderstelt dat koning Herodes wist dat er een kind geboren zou worden dat ooit als koning zou regeren over de Joden. Volgens de evangelist Matteüs vernam Herodes dat van de oosterse wijzen, die een wonderbaarlijke ster hadden gevolgd.noot Matteüs 2.2-3.

    Omdat het schokkende verhaal een bovennatuurlijk teken bevat en bovendien aan elkaar hangt van de citaten uit de oudere joodse religieuze literatuur, kun je redeneren dat het allemaal is verzonnen. Misschien is dat ook wel zo. Van de andere kant: het uitmoorden van alle baby’s en peuters uit een klein stadje was niet beneden koning Herodes, die ook zijn eigen zoon uit de weg liet ruimen. Hij was volkomen scrupuleloos. De Kindermoord mag dan niet zijn vermeld in een andere bron, de gebeurtenis past verdraaid goed bij wat we weten over de paranoïde heerser.

    De voorspelde messias

    En er is nog iets. We weten dat er destijds voorspellingen circuleerden over het einde der tijden, messiassen, afstammelingen van David, herstel van Israël en meer eschatologisch fraais. Eén zo’n voorspelling is te vinden in de Henochitische literatuur, een destijds – vóór de joodse Bijbel in de tweede eeuw na Chr. werd samengesteld – belangrijk joods literair genre. De auteur schrijft dat het einde der tijden zal plaatsvinden in de zeventigste generatie na Henoch. Aangezien die zelf behoorde tot de zevende menselijke generatie, wisten joodse lezers dat de beslissende wending in de wereldgeschiedenis zou plaatsvinden in de zevenenzeventigste generatie. U mag in het evangelie van Lukas het aantal namen in de geslachtslijst van Jezus nalezen om te zien hoe de auteur het rekensommetje toepaste op de door hem gebiografeerde messias.noot Lukas 3.23-38.

    Toen Herodes overleed – vermoedelijk in het najaar van 5 v.Chr., misschien in de eerste weken van 4 v.Chr. – waren er enkele opstanden. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus besteedt er veel aandacht aan, omdat deze opstanden in zijn analyse het begin vormden van een traditie van opstandigheid die uiteindelijk leidde tot het einde van het dagelijks offer in de tempel, de tempelcultus en de Verbondsrelatie tussen de joden en hun God. Als die rebellen de toon niet hadden gezet, aldus Josephus, zou iedereen netjes zijn blijven luisteren naar de Joodse leiders en had iedereen deel kunnen nemen aan de Pax Romana. (Voor het goede begrip: moderne historici delen deze analyse niet omdat de Romeinse annexatie het begin vormde van zo’n veertig jaar betrekkelijke rust.)

    Flavius Josephus noemt een Judas, zoon van Hizkia, die opereerde rond Sepforis. Josephus noemt ook een Simon van Peraia, die zichzelf kroonde met een diadeem. Hij noemt Athronges, die als herder nogal leek op koning David. Het gevaarlijkst was Judas de Galileeër, de grondlegger van de sicariërs. Rationeel als Josephus is, en rationeel als hij het jodendom wil presenteren aan zijn heidense lezers, houdt hij zich op de vlakte voor wat betreft de eschatologische ideeën die circuleerden. Maar ze waren er. En koning Herodes moet dat hebben geweten.

    De historische kern?

    Wat ik zelf denk dat er is gebeurd: Herodes wist van de smeulende onrust, kende de profetieën over de messias en wist dat zijn dood de vonk in een kruitvat zou zijn. Hij regelde zijn opvolging zó als het hem het beste leek. Hij maakte een nieuw testament. Hij ruimde een zoon uit de weg die hij incompetent achtte. En hij gaf zijn Germaanse lijfwacht, wellicht Bataven, opdracht de baby’s en peuters in de Davidsstad Betlehem uit de weg te ruimen. Matteüs hoorde ervan en betrok het op zijn eigen messias. Hij sloeg de plank niet ver mis.

    Zulke preventieve moorden waren in de oude wereld niet uniek. Kort voor zijn dood liet keizer Hadrianus enkele senatoren uit de weg ruimen die de troonsbestijging van Antoninus Pius zouden hebben kunnen belemmeren. Hadrianus deed dus gewoon alvast het vuile werk van Antoninus Pius. Misschien niet sympathiek, maar zo werkte het in de oude wereld. In het geval van koning Herodes pakte het echter verkeerd uit. Bij zijn overleden ontplofte het kruitvat. Er waren opstanden en uiteindelijk moest de gouverneur van Syrië, Publius Quinctilius Varus (die van de slag in het Teutoburgerwoud), met de legioenen interveniëren.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de Provence en een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AntoninusPius #Athronges #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #FlaviusJosephus #geslachtslijstVanJezus #Hadrianus #HenochitischeLiteratuur #HerodesDeGrote #JudasDeGalileeër #JudasZoonVanHizkia #KindermoordVanBetlehem #messias #NieuweTestament #sicariërs #SimonVanPeraia #SterVanBetlehem