#handelingenvandeapostelen — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #handelingenvandeapostelen, aggregated by home.social.
-
Jakobus de Rechtvaardige
De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.
Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.
Deze Jakobus zou dus een leider zijn geweest van de vroege kerk, en meer in het bijzonder: in Jeruzalem. Dat is opmerkelijk, want de familie kwam uit Galilea. De verklaring zou kunnen zijn dat men op de naderende Jongste Dag in de heilige stad wilde zijn, maar dat is hypothetiscj. De apostel Paulus ontmoette Jakobus daar enkele keren. In de Brief aan de Galaten vertelt Paulus dat hij drie jaar na zijn bekering Petrus ging opzoeken en toen ook de apostel Jakobus, de broer van de Heer, ontmoette.noot Galaten 1.17. “Apostel” betekent hier niet “een van de Twaalf”, maar verwijst naar één van de velen die door Jezus waren uitgezonden om zijn leer ook elders te verkondigen. Logisch dus dat Paulus toevoegt dat hij geen van hen was tegengekomen in Jeruzalem.
Paulus noemt in dezelfde Galatenbrief Jakobus met Petrus en Johannes “de drie zuilen van de kerk”.noot Galaten 2.9. Met hen zou hij later zijn overeengekomen dat zij de leer van Jezus zouden verkondigen aan de Joden en dat Paulus en Barnabas het zouden doen bij andere volken. Dit wordt in iets andere termen bevestigd door de Handelingen van de Apostelen, waar we lezen over een vergadering van de vroege christenen, die tot dezelfde beslissing komt.noot Handelingen 15.
Dat Jakobus zeer hoog in aanzien stond bij de eerste gelovigen, blijkt ook uit het zogeheten Evangelie van de Hebreeën, waarin de opgestane Christus als eerste verschijnt aan zijn broer. Deze tekst is weliswaar vrij jong, maar documenteert de blijvende herinnering aan het leiderschap van Jakobus.
Rechtvaardiging
De Handelingen en de brieven van Paulus hebben vooral betrekking op de prediking onder de andere volken, maar we beschikken over een Brief van Jakobus die lijkt weer te geven wat Jezus’ broer dacht over precies datgene waar Paulus iets nieuws introduceerde, namelijk de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Volgens de auteur is dat onvoldoende – echt geloof blijkt uit goede werken. Daar laat ik het verder even bij, want ik heb het er al eens over gehad.
Ik leg in dat eerdere blogje trouwens ook uit dat een van de argumenten tegen authenticiteit veronderstelt dat iemand uit Galilea niet zulk goed Grieks zou kennen. Wat een onbewezen aanname is en bovendien een tikkeltje hovaardig – alsof wij de oude taal beter zouden kennen dan de mensen uit de Oudheid. Taalkundigen kunnen héél veel, en dat schrijf ik zonder ironie, maar ik zou zelf toch niet zo stellig zijn. In elk geval: er is dus discussie over de authenticiteit van de Brief van Jakobus, en volgende week kom ik daar nog eens op terug.
Dood
De Joodse geschiedschrijvers Flavius Josephus vertelt over de dood van Jakobus in het jaar 62. Josephus zijnde Josephus gaat het verhaal natuurlijk vooral over de officiële leiders van de Joodse gemeenschap, en dus over de relatie tussen gouverneur en hogepriester. De gouverneur, Lucceius Albinus, kreeg een conflict met hogepriester Ananos II.
Deze Ananos meende handig te kunnen profiteren van de situatie dat [de oude gouverneur Porcius] Festus dood was en [de nieuwe gouverneur] Albinus nog onderweg was. Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt — de man heette Jakobus — alsmede enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de Wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden. De groepering echter van degenen van wie iedereen in de stad vond dat ze zich precies aan de Wet hielden en die op grond daarvan zeer goed aangeschreven stonden [de farizeeën], nam de zaak hoog op. Ze stuurden in het geheim een vertegenwoordiging naar de koning [Herodes Agrippa II] om er bij hem op aan te dringen Ananos te gelasten zich voortaan van dergelijke acties te onthouden. Het was namelijk niet de eerste keer dat hij over de schreef was gegaan. … Voor koning Agrippa vormde de zaak aanleiding Ananos als hogepriester te ontslaan – hij is drie maanden in functie geweest.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.200-203; vert. Wes/Meijer.
Een latere auteur, Clemens van Alexandrië, meende dat Jakobus van de tempelmuur af was gegooid, en daarna was gedood. Dit hoeft niet per se in strijd te zijn met wat Josephus schrijft, omdat de beulen bij een steniging willen dat het slachtoffer stil blijft liggen: de ongelukkige wordt dus ingegraven of men breekt hem de benen – door hem van een tempelmuur te werpen. Ik denk overigens dat we de latere bronnen beter allemaal kunnen negeren, al heb ik, zoals u al merkte, een zwak voor Hegesippos.
Terug naar de anekdote van Josephus. Die is waanzinnig interessant. Om te beginnen vertelt ze iets over de problemen in het dagelijks bestuur van een provincie, waarin lokale gezagdragers niet altijd deden wat Rome wou. De anekdote identificeert verder de enige sadducee die we kennen, namelijk Ananos, die tijdens de Joodse Opstand leiding zou geven aan de provisorische regering in Jeruzalem. Het is verder opvallend dat Josephus, die een hekel had aan de farizeeën, weigert hen te noemen. En tot slot: de passage bewijst dat Jakobus gold als jood en dat andere joden verontwaardigd waren over de wijze waarop hij was aangepakt. In het jaar 62 was er nog geen sprake van dat de wegen van joden en christenen uiteen zouden gaan.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
De vogel Feniks
april 24, 2023
De dood van de messias (4)
maart 30, 2018
Het Romeinse platteland
mei 5, 2017 Deel dit:#AnanosII #Barnabas #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #ClemensVanAlexandrië #EvangelieVanDeHebreeën #farizeeën #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Hegesippos #HerodesAgrippaII #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #LucceiusAlbinus #NieuweTestament #Paulus #Petrus #PorciusFestus #steniging
-
Mattias, een van de Twaalf
Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.
Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.
De apostelen en de Twaalf
Het is vandaag Pinksteren. Daarover heb ik al eens geblogd en ik laat het nu rusten. Interessanter vind ik vandaag het verhaal dat in de Handelingen van de Apostelen voorafgaat aan het Pinksterverhaal: de keuze van een nieuw lid van de Twaalf. Judas Iskariot was immers dood, er dus werd een vervanger gezocht.
Ze stelden twee mannen voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. … Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.noot Handelingen 1.23, 26.
Eerst een kleine kanttekening: rond Jezus bestonden diverse groepen, zoals de leerlingen, de (tweeën)zeventig apostelen en de Twaalf. Om hem moverende redenen stelt de auteur van het Evangelie van Lukas en de Handelingen van de Apostelen die Twaalf gelijk aan de apostelen. Ik heb geen idee waar die gelijkstelling vandaan komt, maar het is een relevant punt, want het betekent dat toen Lukas schreef, ergens rond 80 na Chr., het onderscheid tussen deze groepen niet meer duidelijk was.
Maar goed. De laatste zin zou dus ook kunnen luiden dat Mattias “aan de Elf werd toegevoegd”. En mijn simpele vraag is: is dat werkelijk gebeurd?
Argumenten
Zekerheid is er niet. Maar er zijn wel argumenten. Eén daarvan veronderstelt het zogeheten “criterium van de discontinuïteit” en de redenering is als volgt. Als in de jonge kerk de Twaalf een rol zouden hebben gespeeld, was het op dat moment belangrijk te vernemen hoe de Elf waren aangevuld. Maar de Twaalf spelen in het vroege christendom geen rol.
- De Handelingen gaan over mensen als Petrus (wel een van de Twaalf), over de diakens zoals Stefanos en Filippos, en over Barnabas en Paulus, die zich in zijn eigen brieven apostel noemt maar nooit bij de Twaalf heeft gehoord.
- De nieuwtestamentische brieven en vroegchristelijke auteurs noemen de Twaalf ook al niet bijster vaak.
- Uit Lukas’ begripsverwarring blijkt dat hij ook niet meer precies wist wat de Twaalf waren.
De Twaalf kunnen, zo luidt de redenering, dus niet zijn verzonnen om een praktijk uit de vroege kerk te voorzien van een antecedent. Er is een discontinuïteit tussen de aanwezigheid van de Twaalf ten tijde van Jezus’ leven en de afwezigheid in de tijd erna.
Dit is natuurlijk niet het enige argument. Ook het “criterium van de gêne” is relevant. Dat Jezus door een lid van de Twaalf is verraden, is wel wat beschamend. Als de Twaalf zouden zijn verzonnen, zou dit niet zijn bedacht.
We hebben zo bezien twee aanwijzingen dat er een groep heeft bestaan die de Twaalf heet. En als die er is geweest, maar als die geen rol meer speelde toen Lukas eenmaal aan het schrijven was, dan zal de anekdote over de aanvulling van de Elf ook wel niet zijn verzonnen.
Complexiteit
Daar is ook een meer positieve aanwijzing voor: de complexiteit. Als Lukas alleen maar hoefde verzinnen dat de Elf een extra lid aantrokken, zou je iets hebben verwacht als “Mattias blonk uit in vroomheid en werd daarom gecoöpteerd”. De auteur heeft geen reden om het verhaal complexer te maken. Dat dit wel is gebeurd, suggereert dat de kandidatuur van Josef Barsabbas algemeen bekend was. Dat duidt minimaal op een heel oude traditie.
Wat we bij deze simpele vraag steeds zien, is dat we aannames doen over de vroege kerk en aan de hand daarvan redeneren of de Twaalf en de benoeming van Mattias eind eerst eeuw kunnen zijn verzonnen. Persoonlijk denk ik dat de aannames correct zijn en dat we dus kunnen concluderen dat ook het bestaan van de Twaalf en Mattias’ benoeming wel historische feiten zijn. Maar u merkt ook: hoe simpel de vraag ook is, er is aanzienlijke ruimte voor twijfel.
Meer valt er niet van te maken. Dat Mattias met een bijl zou zijn onthoofd, is middeleeuwse legendevorming. Romeinse bijlen waren daarvoor bovendien niet geschikt, daarvoor waren ze veel te klein, zoals het plaatje bovenaan dit blogje toont. Mattias is, net als Josef Barsabbas, een naam, niet méér.
Mijn boek over Libanon verschijnt donderdag 12 juni, maar u kunt het al bestellen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon. U bent welkom bij de presentatie.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Domitianus (19): Domitia Longina
januari 13, 2022
Gesprekken van alledag
mei 29, 2022
Taxila
oktober 17, 2013 Deel dit:#criteriumVanDeDiscontinuïteit #criteriumVanDeGêne #deTwaalf #EvangelieVanLukas #HandelingenVanDeApostelen #Lukas #Mattias #NieuweTestament
-
Bijbelse zoetigheden
Dadelpalmen in KhuzestanSuiker wordt doorgaans gemaakt van suikerbieten, van suikerriet of van het sap van de dadelpalm. De suikerbiet kenden ze in de Oudheid niet, maar de Perzen brachten het suikerriet van India naar de Mediterrane kusten, terwijl palmsuiker viel te produceren waar dadelpalmen groeiden – zoals in Palmyra en eigenlijk overal rond de Middellandse Zee. De Romeinse auteur Plinius de Oudere was ermee vertrouwd.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 12.17.
Je zou dus zeker niet hebben opgekeken als de Bijbel, die redelijk wat botanische vermeldingen bevat, ook een verwijzing had bevat naar suiker. Maar die is er niet. Geen joods Suikerfeest dus.
De Bijbel weet echter wel degelijk wat zoet is. Er zijn tientallen vermeldingen van honing (zoals verondersteld in het raadsel van Samson), van vijgen, van kaneel en van andere specerijen. Het land van Israël is zelfs een land waar het wemelt van de zoetigheden: “een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing”.noot Deuteronomium 8.8. Het laatste product is niet per se bijenhoning, overigens; het kan ook dadelhoning zijn.
In de Handelingen van de apostelen staat dat de mensen die, vervuld door de Heilige Geest, met Pinksteren in alle talen begonnen te spreken, werden bespot met de beschuldiging dat ze vast zoete wijn hadden gedronken.noot Handelingen 2.13. De auteur van de Brief van Jakobus spreekt zijn verbazing uit dat mensen met een en dezelfde mond zowel lelijke als mooie dingen kunnen zeggen – alsof uit een bron zowel bitter als zoet water zou opwellen.noot Jakobus 3.11.
Het zijn geen spectaculaire beelden en ze zijn niet wezenlijk anders dan de manier waarop in de klassieke literatuur over zoetigheid wordt gesproken. Meteen aan het begin van de Ilias spreekt de Griekse held Nestor honingzoete woorden.noot Ilias 1.247-253. Voor zover er, qua zoetigheid, iets unieks is te ontdekken aan de joodse literatuur, zijn het passages waarin de Wet van Mozes zoet wordt genoemd.noot Bijv. Psalm 119.103.
Speciaal voor minister Eppo Bruins, die evangelisch christelijk is en momenteel de Nederlandse kennisinfrastructuur kapot aan het maken is, wijs ik erop dat wijsheid de honing is van het leven.noot Spreuken 24.13. En als hij zo doorgaat zal er, om een andere christendemocraat te parafraseren, na dit zuur denkelijk geen zoets meer komen.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#BriefVanJakobus #dadel #EppoBruins #HandelingenVanDeApostelen #Ilias #kaneel #Nestor #Pinksteren #PliniusDeOudere #suiker #Suikerfeest #suikerriet #vijgen #WetVanMozes
-
Echte en onechte brieven van Paulus
Paulus (Rome, Santa Prassede)Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.
Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.
Waarom discussie?
Eén van de redenen om te debatteren is dat antieke brieven met een levensbeschouwelijke inslag sowieso verdacht zijn. Classici voeren een vrolijke discussie over de brieven van de Atheense filosoof Plato en voeren geen discussie over de brieven van Apollonios van Tyana (allemaal vals). De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos citeert in zijn Leven van Alexander uit een fictieve correspondentie tussen Alexander en Aristoteles.noot Ik noem dit omdat het bewijs dat Alexander de leerling is geweest van Aristoteles minder sterk is dan wel wordt aangenomen. Dat geleerden vraagtekens plaatsen bij het auteurschap van Paulus, is dus heel normaal: het genre schreeuwt erom.
De aanleiding tot de vraag zit soms ook in de brief. Hebreeën vermeldt geen afzender en heeft sowieso een beetje de vorm van een essay. De authenticiteitsvraag dringt zich dan vanzelf op.
De complicaties
Het probleem is nu: we hebben eigenlijk wat weinig context. We hebben een algemeen verhaal over Paulus’ reizen, de Handelingen van de apostelen, maar dat is meer een roman dan een biografie. En hoewel het te ver zou gaan de tekst als historisch volslagen onbetrouwbaar neer te zetten, zijn er toch wel heel gekke discrepanties tussen de Paulus van de Handelingen en de Paulus van de authentieke brieven.
Volgens de brieven-Paulus konden niet-Joden toetreden tot het Verbond zonder dat er eisen werden gesteld, terwijl de Handelingen-Paulus akkoord gaat met de Noachitische geboden. In de brieven noemt Paulus zich te pas en te onpas “apostel”, Handelingen duidt hem één keer zo aan.noot Handelingen 14.4. Ook de biografie van de twee Paulussen is anders. Samenvattend: de auteur van de Handelingen schetst geen reële Paulus maar een ideale christen. Of beter: de auteur herkende allerlei spanningen tussen de diverse soorten christenen en paste zijn Paulus zó aan dat consensus mogelijk was. Dat is een duidelijk doel, maar maakt het lastig om de authenticiteit van de brieven te toetsen aan de hand van Handelingen.
Criteria
Theologie dan? Er zijn tussen de authentieke en bediscussieerde teksten overeenkomsten en verschillen. Er liggen nu twee problemen. Het eerste is: niet-authenticiteit is altijd makkelijker te beredeneren. Het is vrij simpel verschillen te benoemen die overtuigend ogen, terwijl het aanwijzen van overeenkomsten neerkomt op het opsommen van platitudes. Dat Paulus en iemand die deed alsof ’ie Paulus was, allebei geloofden in één god en aan Christus een speciale plek toewijzen: dat is allemaal zo logisch dat het niet overtuigt.
Het tweede probleem is dat denkende mensen van mening veranderen. Zoiets geldt zeker voor Paulus, die begon als farizee en zich ontwikkelde tot christen. We weten dus dat deze man niet over alles altijd hetzelfde dacht.
Nog iets: voor wie schreef iemand? Een Paulus die zich richtte tot mensen die hem al kenden zou hun andere dingen vertellen dan aan mensen die hem niet kenden. Elke auteur past zijn vorm aan zijn doelgroep aan: de Max Havelaar die zich richt tot de hoofden van Lebak hanteert islamitisch jargon, de Max Havelaar van “Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java” niet. Verschillen in vorm en stijl zijn dus te verwachten.
Woordkeuze is ook weleens genoemd. De auteur van de omstreden Brief aan de Efesiërs hanteert woorden die overeenkomen met de Eerste brief van Clemens, die een halve eeuw na Paulus geschreven moet zijn. Van diezelfde brief aan de Efesiërs is weleens opgemerkt dat ze een kerk-in-wording veronderstelt, die er in Paulus’ eigen tijd zeker nog niet was.
Tot slot: stylometrie? Helaas zijn de brieven wat kort, maar er is wel onderzoek gedaan. Logischerwijs nemen onderzoekers de zeven authentieke teksten als norm en vergelijken de andere teksten daarmee. Dan lijken de omstreden Efeziërs en Kolossenzen authentieker te zijn dan de twee brieven aan Timotheüs.
Ik komt tot een soort conclusie. Toen ik me voornam dit eens uit te zoeken, meende ik te weten dat zeven brieven echt waren en de rest omstreden. Dat is nog steeds mijn conclusie, want de consensus van de wetenschappers is zwaarwegend. Maar nu ik me er wat in verdiep, begrijp ik wel beter waarom geleerden verdeeld zijn over de andere brieven: het is heel lastig om authenticiteit en gebrek aan authenticiteit aan te tonen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. En een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect van de oudheidkunde vindt u daar.]
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #Aristoteles #authenticiteitscriteria #BriefAanDeEfesiërs #BriefAanDeFilippenzen #BriefAanDeGalaten #BriefAanDeHebreeën #BriefAanDeKolossenzen #BriefAanDeRomeinen #BriefAanFilemon #briefliteratuur #EersteBriefAanDeKorintiërs #EersteBriefAanDeThessalonicenzen #EersteBriefAanTimotheüs #EersteBriefVanClemens #HandelingenVanDeApostelen #MaxHavelaar #NieuweTestament #Paulus #Plato #Ploutarchos #stylometrie #TweedeBriefAanDeKorintiërs #TweedeBriefAanTimotheüs
-
Judas Iskariot
Dertig Tyrische sjekels (Bibelhaus, Frankfurt)Ik denk dat er, met de mogelijke uitzondering van Maria Magdalena, geen nieuwtestamentische bijrolspeler is die meer de aandacht heeft getrokken dan Judas Iskariot. Een deel van de verklaring is natuurlijk dat zo weinig over hem bekend is. Je kunt er van alles bij verzinnen. En dat is in de afgelopen eeuwen dan ook gedaan. We weten echter weinig met voldoende zekerheid. Hij behoorde tot Jezus’ inner circle, De Twaalf. De evangelist Johannes weet dat Judas de gemeenschappelijke kas beheerde (12.6 en 13.29). Verder weten we dat Judas Jezus uitleverde aan de autoriteiten en dat hij kort na Jezus’ marteldood ook zelf dood was.
Iskariot
En o ja, zijn bijnaam was Iskariot. Maar we weten niet wat het betekent. Eén verklaring is in elk geval weinig plausibel: dat het zou zijn afgeleid van sicarius, “dolkdrager”. Er zijn namelijk maar heel weinig Latijnse leenwoorden in het Aramees en Hebreeuws. Je moet dan ook nog verklaren waarom de twee eerste letters zijn verwisseld. Zoiets komt wel voor maar is ongebruikelijk.
Ik hecht iets meer waarde aan de theorie dat Iskariot komt van een Semitische vorm als sgr, verwijzend naar iemand die een ander uitlevert: “Judas de Uitleveraar” dus. Voordeel van deze theorie is dat we er geen Latijn bij hoeven halen maar blijven in de sfeer van het Aramees. Ook hier is echter wat filologisch goochelwerk nodig.
Optie drie: het gaat om een plaatsaanduiding. Hij kwam uit het dorpje Keriot-Chesron dat wordt genoemd in Jozua 15.25. Het is niet onmogelijk maar het is onzeker of dit dorpje nog bestond. Er waren zeven eeuwen verstreken sinds de compositie van Jozua, eeuwen waarin de topografie veranderde door de Babylonische Ballingschap. Waar Chesron is gebleven, is weer een andere vraag.
Misschien het aantrekkelijkst is dat de naam is afgeleid van škr, wat Iskariot zoiets zou laten betekenen als “man van de leugen”. Het past goed bij de wijze waarop Joden elkaar destijds uitscholden. Ook in de Dode-Zee-rollen is sprake van een “man van de leugen” ofwel “leugenspuier”. Dit is dus aantrekkelijk, plausibel zelfs, maar bewezen is het echter allerminst.
Uitlevering
Waarom Judas zijn meester aangaf bij de tempelautoriteiten, we weten het niet. Het Evangelie van Marcus kent geen motief. Pas als Judas het aanbod heeft gedaan, komen de beruchte dertig zilverlingen ter sprake (14.10-11). Matteüs draait de volgorde om als Judas zijn meester als bij opbod verkoopt (26.15). Hebzucht is een eigenschap die ook Johannes in Judas’ schoenen schuift. Lukas ziet het anders: zijn Judas is door de duivel bezeten (22.3).
Ik attendeer erop dat Judas zijn meester uitleverde. Hij was behulpzaam bij een arrestatie die de autoriteiten met het oog op de openbare orde noodzakelijk achtten. Uit niets valt op te maken dat Judas wilde dat Jezus zou worden gedood.
Dan nog even de prijs: dertig zilverstukken. Het Griekse woord is ἀργύρια, wat vrijwel zeker slaat op de Tyrische sjekels die in de Tempel gangbaar waren. Die hadden een waarde van vier drachme, wat de totale prijs dus brengt op 120 drachmen. Dat is ongeveer viermaal het maandloon van een soldaat of een geschoolde arbeider. Een fors bedrag, maar de tempelautoriteiten zullen het een kleine prijs hebben gevonden om te beletten dat Jezus zijn programma zou uitvoeren: een revolutionaire opstand waarin de laatsten de eersten zouden zijn.
Dood
Matteüs schrijft dat Judas, toen Jezus niet alleen was gearresteerd maar ook werd geëxecuteerd …
… zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.” Maar zij zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!” Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich. (27.3-5)
De Handelingen van de Apostelen vertellen iets anders.
Bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. (1.8)
Het kan niet allebei waar zijn, maar in de middeleeuwse iconografie werden de twee tradities gecombineerd. Dat levert vrij gruwelijke plaatjes op van gehangenen wier darmen uit de buik barsten. Historische waarde hebben die vanzelfsprekend niet.
Speculaties
We zijn met die plaatjes beland in het rijk van de speculatie, waarop ik aan het begin van dit blogje al attendeerde. We hoeven het er niet lang over te hebben, maar ik noem er twee.
- Dat Judas Jezus zou hebben aangegeven omdat de situatie uit de hand liep (zoals gesuggereerd in Jesus Christ Superstar) is natuurlijk vriendelijk: het is een aardiger motief dan geldzucht. Maar het bronnenmateriaal geeft geen aanleiding tot deze speculatie.
- Dat Judas Jezus geheel niet zou hebben verraden, zoals ooit met veel fanfare naar buiten gebracht door het zogeheten Jesus Seminar, betekent eveneens dat je terzijde schuift wat in de bronnen staat.
Het enige wat we weten is dat de bronnen zeggen dat Judas Jezus uitleverde en dat jongere bronnen hebzucht noemen als motief. Dat is alles. Meer willen weten is, zoals de Fransen zeggen, hannibalisme.
[Wordt vervolgd. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De Cypriotische stad Salamis
juli 9, 2024
De opstand van Tacfarinas (3)
augustus 5, 2025
Machaerus
juni 13, 2020 Deel dit: #apostel #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #HandelingenVanDeApostelen #hogepriesterschap #JesusChristSuperstar #JesusSeminar #JezusVanNazaret #JudasIskariot #NieuweTestament #zilverstuk