home.social

#aristoteles — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #aristoteles, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Zes vragen aan Piet Gerbrandy

    Elfde-eeuws portret van Boëthius

    De vaste lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek “zes vragen”, waarin oudheidkundigen vertellen wat ze nu eigenlijk doen. Dat zijn namelijk lang niet altijd de activiteiten waarmee het vakgebied in het nieuws komt. Vandaag is het woord aan classicus Piet Gerbrandy.

    Wat bestudeert u?
    Mijn onderzoeksveld is nogal breed – ik ben er nooit zo goed in geslaagd me ergens in te specialiseren – maar ik houd me als classicus het liefst bezig met Latijnse teksten die zich bevinden op het snijvlak tussen poëzie, filosofie en religie, met als voornaamste focus de Late Oudheid (vierde t/m zevende eeuw) en de twaalfde eeuw; maar ik maak ook weleens een uitstapje naar het Grieks. Ik ben vooral geïnteresseerd in werken waarvan niet helemaal duidelijk is tot welk genre ze nu eigenlijk behoren, en die je in zekere zin experimenteel kunt noemen. Dat raakt aan mijn andere hoedanigheid: ik bestudeer ook hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Verder houd ik me bezig met retorica en poëtica (ik vertaalde Quintilianus’ Opleiding tot redenaar en Aristoteles’ Poëtica).

    Wat doet u nou concreet?
    Het begint bij mij vaak met (literair) vertalen, want als je probeert zo goed mogelijk in het Nederlands weer te geven wat je denkt dat er in het Grieks of Latijn staat, waarbij je rekening houdt met inhoud én vorm, kom je direct terecht bij de finesses van de tekst, en bij de interpretatieproblemen. Dat vertalen leidt dus tot vragen (wat betekenen de woorden precies? wat is de structuur van het verhaal of betoog? welke teksten had de auteur zelf in zijn hoofd, waarvan hij misschien ook verwachtte dat zijn lezers die zouden herkennen?), die te maken hebben met stijl, met cultuurhistorische en filosofische  achtergronden, soms ook met psychologie.

    Over sommige van de teksten die me dierbaar zijn (bijvoorbeeld De consolatione Philosophiae van Boëthius, begin zesde eeuw, door mij vertaald als Troost in filosofie) bestaat een hele bibliotheek aan secundaire literatuur, en die moet je dan dus lezen. Dat is meestal leuk (tenzij een geleerde maar wat raak zwetst, wat helaas weleens het geval is), én tijdrovend. Over andere werken is nog weinig geschreven, dan moet je het hebben van je eigen inventiviteit.

    In de praktijk levert het onderzoek dus vaak een gepubliceerde vertaling op, hier en daar een lezing op een conferentie, en zo eens in de zoveel tijd een academisch artikel. Voordat ik in 2025 met pensioen ging aan de Universiteit van Amsterdam, gebruikte ik mijn onderzoek ook wel bij onderwijs aan studenten, die vaak heel zinnig commentaar hadden. En ik betrok studenten bij mijn vertaalprojecten: nuttig en leerzaam voor beide partijen.

    Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
    Ik ervaar bij het onderzoek zelf eerlijk gezegd weinig hindernissen. Zeker, vaak weten we heel weinig van de omstandigheden waaronder een auteur werkte, soms is het moeilijk te bepalen wat de correcte tekst moet zijn omdat de handschriften gebrekkig zijn overgeleverd, en woordenboeken bieden vaak geen uitkomst. Maar het gebrek aan hard bewijsmateriaal geeft juist veel vrijheid: je kunt er je intellectuele creativiteit op botvieren.

    Het is een groot goed dat het overgrote deel van de Griekse en Latijnse teksten uit Oudheid en Middeleeuwen inmiddels gedigitaliseerd is, maar dat geldt niet voor de wat oudere academische studies – en in mijn vakgebied kan een publicatie uit 1913 net zo waardevol zijn als een boek uit 2026. Zonder goede bibliotheek kom je dus nergens.

    Er bestaat wel een hindernis als het gaat om publiceren. Ik zoek graag naar onconventionele invalshoeken, en peer reviewers weten daar soms geen raad mee: ik val buiten de mainstream. Toch lukt het uiteindelijk bijna altijd om een artikel gepubliceerd te krijgen. Mijn laatste worsteling betrof een lang artikel (bijna 14.000 woorden) waarin ik geprobeerd heb Boëthius’ werk vanuit Freudiaans perspectief te bestuderen. Heel speculatief natuurlijk, maar het zou wél een ander licht op de Consolatio kunnen werpen. Na de nodige aanpassingen verscheen het artikel dan toch bij het Gentse tijdschrift Jolcel (online, open access).

    Toen ik nog niet gepensioneerd was, had ik geen volledige baan, bovendien maakte ik geen deel uit van onderzoeksprojecten waaraan ook andere onderzoekers deelnamen. Tot op zekere hoogte was (en ben) ik dus een vrije jongen en kon (kan) ik doen waar ik zin in heb. Ik hoef niemand na te praten.

    Hoe vergroot dit welk inzicht?
    Ik ben een groot voorstander van onderzoek dat plaatsvindt omdat de onderzoeker iets domweg interessant vindt. Niet alles hoeft relevant te zijn, liever niet zelfs. Desondanks geloof ik dat het vertalen en interpreteren van minder courante literaire werken de horizon van hedendaagse lezers kan verbreden. Verder ben ik ervan overtuigd dat veel Griekse en Latijnse auteurs inzichten, maar ook literaire vormen, te bieden hebben waar we iets mee kunnen. Quintilianus, Synesios, Boëthius, Bernard Silvestris en Andreas Capellanus stellen, in werken met een hybride vorm, vragen over vrijheid, manipulatie, de structuur van de kosmos, de zin van het schrijven en de waarde van liefde – allemaal kwesties die iedere generatie opnieuw van belang zijn. Juist waar de antwoorden in hun teksten vreemd en onbevredigend lijken, zetten ze ons aan het denken.

    Een voorbeeld: in Boek 5 van zijn Consolatio bespreekt de neoplatonist Boëthius het verschil tussen Gods eeuwigheid, die tijdloos is, en het domein van de tijd waarin de mens zich bevindt. Interessant genoeg is de status van de tijd ook onder hedendaagse fysici omstreden – er zijn zelfs kwantumfysici die de ervaring van tijd als een illusie beschouwen. De Duitse fysicus Heinrich Päs (in The One. How an Ancient Idea Holds the Future of Physics, Londen 2023) gebruikt inzichten van Parmenides, Plato en Plotinos om de kwantumwereld te interpreteren. Vanzelfsprekend kun je moderne fysica niet één-op-één met antieke filosofie verbinden, maar de problematiek die Boëthius aanroert blijkt dus geenszins verouderd te zijn, en door zijn werk vanuit kwantumfysisch perspectief te bekijken, ga je scherper zien wat we onder tijd verstaan.

    Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
    Een boek waarbij ik al een halve eeuw steeds terugkom, is Europäische Literatur und lateinisches Mittelalter van Ernst Robert Curtius. Na zijn verschijning in 1948 is het altijd een verrukkelijk standaardwerk gebleven. Weliswaar staan de Middeleeuwen, en dan vooral die in West-Europa, centraal, maar in feite biedt Curtius een complete geschiedenis van de literatuur en filosofie van Homeros tot Goethe. Zelfs wie het niet helemaal leest, kan zijn voordeel doen met de goede inhoudsopgave en het uitvoerige register. Het is ook vertaald in het Engels.

    Is er iets wat u zelf nog kwijt wilt?
    Ik gun het iedereen om grondige kennis te hebben van een oude taal, of dat nu Grieks of Latijn is, Akkadisch of Sanskriet, Hebreeuws of Oud-Iers. Het kost jaren om zo’n taal te leren en de bijbehorende literatuur een beetje te overzien, maar je bouwt er een binnenwereld mee op die niemand je kan afnemen. En het grote voordeel is ook dat je er in de loop van je leven (totdat je gaat dementeren) alleen maar beter in kunt worden, zodat het klimmen der jaren een groot genoegen blijkt te zijn.

    ***

    Classicus Piet Gerbrandy (1958) doceerde tot voor Klassiek en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit van Amsterdam. Van zijn vertalingen zijn, naast de Troost in filosofie van Boëthius ook de hymnen van Synesios van Kyrene (meer) en de Orfische Argonautika (meer) nog leverbaar, en ook enkele essaybundels. Een overzicht van de rubriek “zes vragen” is daar.

    #Aristoteles #Boëthius #ErnstCurtius #MarcusFabiusQuintilianus #PietGerbrandy #SynesiosVanKyrene #zesVragen
  2. Identifican en Grecia la escuela donde Aristóteles educó a Alejandro Magno

    Identifican en Grecia la escuela donde Aristóteles educó a... #tardigram #grecia #aristóteles #alejandro-magno #Historia

    tardigram.com/m/Historia/t/817

  3. #Plato und #Aristoteles! Das sind (...) Typen zweier verschiedenen Menschennaturen, die sich, seit undenklicher Zeit, unter allen Kostümen, mehr oder minder feindselig entgegenstehen.
    (...)
    In der protestant.
    Kirche zeigt sich derselbe Kampf, und das ist der Zwiespalt zwischen protestant. #Pietisten und #Orthodoxen, die den kath. Mystikern und Dogmatikern in gewisser Weise entsprechen.

    Die Pietisten sind Mystiker ohne Phantasie, und die Orthodoxen sind Dogmatiker ohne Geist.

    Heinrich #Heine

  4. Arqueólogos na Grécia descobriram mosaicos em um ginásio em Mieza, onde Aristóteles ensinou Alexandre, o Grande. As evidências destacam a relevância do local na educação da elite macedônica e a qualidade das construções, similar ao Palácio Real de Aigai.

    🔗 omniletters.com/mosaicos-arist

    #arqueologia #historia #aristoteles #alexandre #mosaicos

  5. Diese Woche entstand im #Blog wieder einmal ein Mini-Essay, angestossen durch ein Zitat von Carl Rogers, welches mir vor einigen Tagen über den Weg gelaufen ist:

    Nicht ankommen, sondern leben – Carl Rogers und die antike Frage nach dem guten Leben 🦉

    „The good life is a process, not a state of being. It is a direction, not a destination.“

    #Rogers formuliert diesen Satz in „On Becoming a Person“. Das gute Leben ist für ihn kein Zustand, den wir eines Tages erreichen und anschliessend besitzen. Es ist ein Prozess des Werdens, geprägt von wachsender Offenheit für die eigene Erfahrung und zunehmendem Vertrauen in die eigene Wahrnehmung. Damit beantwortet Rogers in psychologischer Sprache eine Frage, die sehr viel älter ist: Was heisst es, gut zu leben? #Aristoteles und #Epikur kommen zu anderen Antworten als Rogers. Dennoch verbindet sie etwas Wesentliches. Das gute Leben muss gelebt werden. Der entscheidende Unterschied liegt weniger im Prozess selbst als darin, wer oder was diesem Prozess seine Richtung gibt.

    epicmind.ch/nicht-ankommen-son

    #Eudaimonia #Ataraxia #Philosophie #Psychologie

  6. Wat heet mooi? Architectuur

    Skara Brae, Orkney

    Een tijdje geleden vroeg ik u te noemen wat u mooi vond uit de Oudheid en omdat de respons me overweldigde, heb ik tot nu toe alleen nog maar over mooie teksten geschreven. Vandaag neem ik u mee langs voorbeelden van architectuur waarop de lezers van deze blog elkaar attenderen. Er zitten verrassende keuzes bij.

    Prehistorie

    Eén zo’n verrassing was dat vier monumenten uit de Atlantische Prehistorie werden genoemd. Om te beginnen de megalieten van Carnac, weliswaar “strikt genomen geen Oudheid” maar wel zo’n plek waar iemands liefde voor de oude wereld kan ontluiken. Even oud als het spijkerschrift en onze hunebedden zijn de megalieten van Callanish op de Hebriden en de grafheuvel van Newgrange. Skara Brae op de Orkney-eilanden is wat jonger en werd tweemaal genoemd. Dit kleine dorp is opgegraven door niemand minder dan Gordon Childe.

    Egypte en het Nabije Oosten

    Skara Brae was bewoond in de tijd waarin de Egyptenaren leerden hoe ze piramides moesten bouwen. Iemand noemde het complex van Giza “veel mooier en vooral ontzagwekkender in het echt dan je je kunt voorstellen”. Ook genoemd werd de Kapel van Hetep-hr-achty in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, die dateert van ongeveer 2200 v.Chr. De Witte Kapel van koning Senusret I, het oudste gebouw dat we kennen uit Karnak, is ruim twee eeuwen jonger. Het Karnakcomplex zelf werd ook genoemd.

    Karnak

    Verder werd het Graf van Nacht bij Thebe genoemd, dus niet ver van Karnak, en het praalgraf van Nefertari, de echtgenote van koning Ramses II. Uit dezelfde tijd dateren de tempels van Abu Simbel, terwijl het complex van Philae eeuwen jonger is.

    Uit het Nabije Oosten werden alleen Persepolis en Naqš-e Rustam, genoemd: de residentie van de Perzische koningen en vier van hun grafmonumenten. Irak lijdt natuurlijk nogal onder het feit dat het de onverdiende reputatie heeft onbereisbaar te zijn, terwijl het enige museum met echt opvallende architectonisch resten uit Mesopotamië, het Pergamonmuseum, voor de voorzienbare eeuwigheid is gesloten. (Het verbaasde me dat niemand Hattusa noemde.)

    Griekenland

    We gaan naar Griekenland. Het Minoïsche paleis Kato Zakros op het oostelijke puntje van Kreta werd genoemd (“inclusief de vallei der doden erachter”) en de indrukwekkende muren van Tiryns documenteren de Bronstijd.

    Tiryns

    Uit de archaïsche tijd werden de tempels van Paestum en de tempels van Agrigento genoemd – de laatste driemaal. Ik had Delfi verwacht, maar u noemde het niet. “Overstelpend indrukwekkend was de eerste aanblik van de Akropolis”, schrijft iemand, en een ander noemt “met name de entree” van de Atheense Akropolis. Een derde noemt speciaal het Erechtheion en een vierde is onder de indruk van het Parthenon, en haalt een mooie herinnering op:

    Voor het eerst op 8mm film gezien (rond 1967), terwijl mijn eerste vriendinnetje er met haar zusje onder de strakblauwe hemel tussen de zuilen speelde. Haar vader (beeldhouwer van beroep) liet deze film zien op onze lagere school, en ik besloot dat de Oudheid mijn studiegebied zou worden, ook al moest er een half jaar farmaciestudie aan te pas komen voordat die keuze definitief werd. Toen ik de tempel voor het eerst ‘live’ zag (in 1974) maakte zich een grote ontroering van mij meester.

    Ook genoemd: de resten van de school van Aristoteles tussen Vergina en Naoussa (“dichter bij de Griekse Oudheid geraakte ik niet”) en natuurlijk ook de hellenistische stad Petra.

    Rome

    Een bezoek aan Rome is incompleet zonder fietstocht langs de Via Appia, en gelukkig werd die genoemd. Meer republikeinse architectuur noemde u niet, maar wel het grafveld van Cerveteri, dat tussen de zesde en tweede eeuw in gebruik is geweest. We gaan snel verder naar de augusteïsche monumenten. Twee mensen noemden het theater van Orange, iemand noemde de brug van Mérida (“zooooo lang”) en iemand anders noemde de brug bij Rimini.

    Mérida

    Het Gouden Huis van keizer Nero kreeg als commentaar dat het “na de enige gebruiker definitief buiten gebruik werd gesteld”. Dezelfde tijd is gedocumenteerd in de verwoeste stad Herculaneum. Iemand noemde speciaal

    een houten trap in Herculaneum, in een simpel burgerhuis. De onderste treden waren nog vrijwel intact, en met elke hogere trede werd het donkerder en meer beschadigd, tot na een trede of acht de trap ophield te bestaan.

    Mij ontroeren dit soort details ook altijd, en ik begrijp helemaal waarom iemand “twee keldermuren van een Romeinse stadswoning in Tongeren” noemt. De Pont du Gard bij Nîmes werd genoemd, net als de Romeinse resten bij Arles en het aquaduct van Segovia (“zooooo hoog”). Xanten geeft een “goede indruk van de opbouw van een Romeinse stad”. Aan de andere kant van het Romeinse Rijk: Palmyra.

    Rome, een vrijwel leeg Pantheon

    En dan zijn er de resten uit de tijd van keizer Hadrianus, zoals de Muur van Hadrianus, de Romeinse weg van 124-125 en de haven van Voorburg, de Villa van Hadrianus in Tivoli. Iemand noemde het Pantheon in Rome, en iemand anders noemde het Pantheon in Rome, en weer iemand anders noemde het Pantheon in Rome (“omdat de koepel zo overweldigend perfect is”) en ook was er iemand die het Pantheon in Rome noemde, waar je weliswaar de toeristenmassa weg moet denken. “Maar dat is bij dit gebouw, waar je blik onmiddellijk naar het ‘oog’ in het plafond wordt gedwongen, niet zo heel moeilijk.”

    Iemand noemde de tombes van Hierapolis (Pamukkale) en even verderop de stad Afrodisias. Voor mij nieuw waren de catacomben in Pécs, Hongarije, “met een reconstructie van een Romeins graf”.

    Kerk van de Heilige Wijsheid, Istanbul

    Late Oudheid

    Vier mensen noemden de Hagia Sofia in Istanbul.

    Ik legde als negentienjarige sufferd alleen op treinreis het advies van een Iers-Mexicaans-Amerikaans docentenechtpaar naast me neer en bezocht eerste de aanpalende Blauwe Moskee. Tijdens feestje met Turkse studenten kreeg ik allervriendelijkst op m’n falie. Ergo: ik volg gewoon de adviezen en tips op van mensen die wel kijk op kunst en cultuur hebben, en het kwam toch nog goed.

    Tot slot noemde iemand het Clonmacnoise-klooster in Ierland, dat even oud is als de Hagia Sofia, en daarmee keren we terug waar we begonnen: in het verre westen, aan de Atlantische Oceaan.

    #AbuSimbel #Afrodisias #Agrigento #Akropolis #architectuur #Aristoteles #Athene #Clonmacnoise #Erechtheion #Giza #GordonChilde #GoudenHuis #HagiaSofia #Herculaneum #HierapolisPamukkale #Istanbul #Karnak #KatoZakros #Mérida #MuurVanHadrianus #NaqšERustam #Nîmes #Nefertari #Paestum #Palmyra #Pantheon #Pécs #Persepolis #Petra #Philae #PontDuGard #RamsesII #Rimini #schoonheid #Segovia #SenusretI #SkaraBrae #ThebeEgypte #Tiryns #Tivoli #Tongeren #ViaAppia #Voorburg #Xanten
  7. #GloriaSteinem kirjoitti esseen, mitä tapahtuisi, jos miehillä olisi kuukautiset. #SaaraTurunen kirjoitti siitä, mitä tapahtuisi, jos miehet voisivat imettää vauvaa. Molemmat päätyvät suunnilleen samaan lopputulokseen. Asialla ylpeiltäisiin ja kokemuksia vertailtaisiin. Turunen on selvästi lukenut naisasialiikkeen historian. Ja onhan jo #Aristoteles saanut hänet raivon partaalle. #kirjamastodon

  8. La finalidad de la Ruptura era dar un corte en la continuidad de los presupuestos culturales del sistema de poder de la Dictadura. El problema no era la continuidad del dictador, que la Naturaleza se encargaría de interrumpir. Ni que le pudiera suced...

    #Monarquía #Aristóteles #dictadura #Democracia_representativa #ruptura_democrática #democracia_orgánica #oligarquía_de_partidos #control_del_poder #principio_de_continuidad
    diarioerc.com/2013/07/11/la-co

  9. Zingend naar de zeebodem

    Odysseus en zijn roeiers (Musée du Bardo, Tunis)

    In de lezenswaardige column van Nelleke Noordervliet (‘Odysseus was een egoïst, bedrieger en  mooiprater’, Trouw, 1 augustus 2026) schetst zij een beeld van de oud-Griekse wereld, waarin schuld en boete een totaal andere betekenis hadden dan doorgaans voor ons het geval is. Haar typering van Odysseus als een intrigant, een leugenaar en een bedrieger past in de visie op de held, die tegenwoordig ook opgeld doet in kringen van classici en historici. Waar rond de muren van Troje Grieken en Trojanen eeuwige roem verwierven door persoonlijke moed en fysieke strijdbaarheid, bedacht Odysseus listen en speelde hij in op de zwakheden van zijn tegenstanders, of het nu strijders uit zijn eigen kamp waren (denk aan de tragische zelfmoord van Ajax) of de goedgelovige Trojanen, die met het binnenhalen van het houten paard hun eigen stad ten gronde richtten.

    Na de val van Troje vertrok Odysseus met zijn lotgenoten naar het eiland Ithaka, op een reis met vele ontberingen. In 1971 wijdde de talentvolle Italiaanse cantautore (singer-songwriter)  Lucio Dalla (1943-2012) er het lied Itaca aan, dat vanuit het perspectief van de matrozen geschreven is. Met, impliciet, dezelfde kritiek die Noordervliet op Odysseus heeft. De kapitein lijdt geen honger en beleeft links en rechts erotische avonturen, terwijl zijn bemanning moet afzien, in bange afwachting van hoe het  thuis zal zijn:

    Kapitein, jij met je nobele doel voor ogen,
    Denk je nooit aan de zeeman,
    die brood en wijn moet missen?

    Kapitein, jij met je prinsessen in elke haven,
    Denk je nooit eens aan de arme roeier,
    Van wie zijn vrouw denkt dat hij dood is?

    Dan zwelt in het refrein de muziek aan op het ritme van de riemslagen en geeft de hele bemanning uiting aan hun  wens om naar huis te gaan:

    Ithaka! Ithaka!! Ithaka!!!
    Dat is mijn enige huis op aarde,
    Ithaka, Ithaka, Ithaka,
    Naar mijn huis wil ik terugkeren,
    Weg van de zee, van de zee, van de zee!

    In de volgende coupletten neemt de kritiek op Odysseus toe. De hele bemanning lijdt onder het bewind van deze kapitein. En met  zijn hoge positie en afkomst is hij verzekerd van een troonopvolger, terwijl hongersnood dreigt in de gezinnen van de zeelieden:

    Kapitein, voor jouw fouten
    moet ook ik elke dag boeten.
    Terwijl mijn grootste zonde
    de goden slechts doet glimlachen.

    En als jij sterft, dan sterft er een koning
    En jouw huis zal een erfgenaam hebben.
    Maar als ík niet terugkeer naar  huis,
    Zullen honger en dorst daar heersen.

    Na opnieuw het opzwepende refrein volgt een zogenaamde peripeteia, een plotselinge ommekeer bij de hoofdpersoon, zoals beschreven door Aristoteles in zijn Poëtica. De gegriefde zeeman haalt nog één keer uit naar Odysseus en zijn sluwe streken, die ervoor zorgen dat keer op keer de angst bij de bemanning toeslaat. Maar maakt angst ook niet een stofje aan in onze  hersenen, waardoor we ons alert voelen? La paura mi da sempre un gusto strano zingt de hoofdpersoon, ‘angst geeft mij telkens weer een vreemd gevoel’. En de herinnering aan dat wonderlijke gevoel doet hem afsluiten met de aansporing aan de kapitein om weer op pad te gaan. Op weg naar nieuwe avonturen:

    Kapitein, jij redt je uit elk avontuur
    Door je grenzeloze sluwheid,
    Maar denk je wel eens aan de eenvoudige soldaat,
    Die steeds angstiger wordt?

    Maar… uiteindelijk geeft die angst
    Mij telkens weer een vreemd gevoel,
    Dus als er nog een wereld te ontdekken is,
    Ik ben klaar, waar gaan we heen?

    En er was nog een wereld te ontdekken, vol monsters en vertoornde goden. Uiteindelijk zal van de hele bemanning slechts één persoon het eiland Ithaka terugzien, en dat was zoals wij allemaal weten uitgerekend de briljante en manipulatieve Odysseus, de man van vele listen.

    [Een gastbijdrage van Ruurd Halbertsma. Dank je wel Ruurd!]

    #Aristoteles #LucioDalla #muziek #Odysseus
  10. Gramscis och Bourdieus maktkritik är nödvändig, men den är inte tillräcklig. Båda visar med skärpa hur kulturpolitiken kan reproducera eller omfördela makt – vem som äger tolkningsföreträdet, vems kapital räknas – men ingen av dem svarar på frågan vad kulturpolitiken egentligen är till för, bortom maktens omfördelning.

    https://blog.zaramis.se/2026/07/13/aristoteles-paideia-och-den-lediga-tidens-frihet/
  11. Alexander de Grote in Babylon (3)

    De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

    [Derde van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    Hoewel de gezaghebber in Babylon, Mazaios, naar de Macedoniërs was overgelopen, waren Alexanders mannen op hun hoede en ze rukten in slagorde op naar de beroemde stad. Het moet hen hebben teleurgesteld dat de muren minder imposant waren dan Herodotos van Halikarnassos had beweerd, maar van de andere kant: ze waren nog nooit eerder in een stad geweest met ruwweg 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Athene was half zo groot.

    De wagen waarop een koning zich verplaatste

    Intocht

    Door de monumentale Ištarpoort, die tegenwoordig staat opgesteld in het tot 2037 gesloten Pergamonmuseum in Berlijn, trok het leger de stad binnen, waarna de soldaten over de Processieweg naar het centrum marcheerden. Curtius Rufus vertelt:

    Een groot aantal Babyloniërs was op de muren geklommen om een glimp op te vangen van hun nieuwe koning, maar nog meer waren uitgelopen om hem te onthalen. Onder hen was Bagofanes, de commandant van de citadel en de koninklijke schatkist. Om niet bij Mazaios achter te blijven had hij de hele route met bloemen en kransen bestrooid en aan weerszijden zilveren altaren geplaatst waarop behalve wierook ook andere geurstoffen brandden. Na hem volgden zijn geschenken: kuddes kleinvee en paarden. Leeuwen en panters werden in kooien meegedragen. Daarop volgden magiërs die op de hun eigen wijze een lied zongen; vervolgens chaldeeën; en dan de Babyloniërs, die niet alleen met waarzeggers waren vertegenwoordigd, maar ook met muzikanten … Tot slot kwamen de Babylonische ruiters, wier uitrusting evenals die van hun paarden eerder weelderig was dan stijlvol. Omringd door bewapende troepen beval de koning de menigte stedelingen achter de laatste infanteristen aan te lopen. Zelf reed hij met een wagen de stad en vervolgens het paleis binnen.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.19-23; vert. Daan Stoffelsen.

    Alexander verbleef in het paleis van koning Nebukadnezar, die omstreeks 610 v.Chr. de Assyriërs had onderworpen en daarna het Babylonische Rijk in alle richtingen had uitgebreid. Na zijn dood in 562 had zijn koninkrijk minder dan een kwart eeuw voortbestaan, want Cyrus de Grote had Babylon in 539 ingenomen. De Babyloniërs beschouwden de regering van Nebukadnezar niet zonder reden als hun gouden eeuw en hadden de gewoonte latere vorsten die de stad bezochten verhalen over hem te vertellen, waarna ze hun gast het gewaad toonden dat Nebukadnezar had gedragen. Hoewel onze bronnen het niet vermelden, zal ook Alexander respect hebben betuigd aan zijn illustere voorganger en hebben beloofd een even goede vorst te zijn.

    De Processieweg waarover Alexander Babylon binnen kwam rijden

    Esagila en Etemenanki

    Ongetwijfeld bracht de Macedonische koning op zijn eerste dag in Babylon een bezoek aan de Esagila, waar hij een offer zal hebben opgedragen aan Marduk, die als oppergod werd gelijkgesteld aan Zeus en dus in Alexanders ogen zijn vader was. Net als in Jeruzalem nam hij de aanwijzingen in acht die de lokale priesters hem gaven. Alexander zal ook hebben vernomen hoe minutieus de chaldeeën de veldslag bij Gaugamela hadden voorspeld, en het staat vast dat hij de Babylonische astronomen sindsdien met het allergrootste respect bejegende. Alexanders biograaf Ploutarchos vermeldt bijvoorbeeld dat chaldeeën Alexander adviseerden over een voorteken dat zich voordeed vlak voor de Macedoniërs naar India gingen.

    Misschien heeft Alexander de Etemenanki beklommen, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, de negentig meter hoge tempeltoren die geacht werd tot in de hemel te reiken en beroemd is geworden als “toren van Babel”. Herodotos had geschreven dat een priester hem had geprobeerd wijs te maken dat de trappen elke avond werden bestegen door een Babylonische schone die op de top de nacht zou doorbrengen met de god; de Macedoniërs ontdekten nu de waarheid, namelijk dat op de top van de piramide Marduk werd vereerd en dat de chaldeeën daar hun waarnemingen deden.

    Volgens Arrianus zag Alexander dat het bouwwerk in slechte staat verkeerde en gaf hij opdracht het te herbouwen, “volgens sommigen op de oude fundering, volgens anderen groter dan het was geweest. Daarom liet hij de Babyloniërs het puin wegruimen”.

    De Etemenanki (Toren van Babel)

    Astronomie

    De chaldeeën vonden een geestverwant in Kallisthenes, die behalve Alexanders biograaf ook wetenschapsbeoefenaar was en zeer geïnteresseerd moet zijn geweest in een wetenschappelijke discipline die de uitkomst van veldslagen accuraat kon voorspellen. We weten van de contacten tussen Europese en Aziatische geleerden dankzij een terloopse opmerking van de Byzantijnse filosoof Simplikios, die zegt dat Kallisthenes de eeuwenoude Babylonische waarnemingen naar Aristoteles stuurde en toevoegt dat de Europeanen pas toen iets begonnen te begrijpen van astronomie. Normaal gesproken zouden we een zo late tekst met gepast wantrouwen tegemoet treden, maar de Arabische auteur Ibn Khaldun, die zich op andere bronnen baseert, beweert precies hetzelfde, en bovendien is het door Simplikios gebruikte woord voor “waarnemingen”, teresis, een te accurate vertaling van het Babylonische maşşartu om toeval te zijn: beide woorden hebben namelijk dezelfde bijbetekenis, “bewaken”.noot Simplikios, Commentaar op Aristoteles’ “De hemel” 2.12; Ibn Khaldun, Muqaddimah 6.18..

    Aristoteles ontving eersteklas wetenschappelijk materiaal en het is de moeite waard daar iets gedetailleerder naar te kijken. De chaldeeën hadden ontdekt dat negentien zonnejaren overeenkwamen met 235 maancycli en hadden een perfecte kalender ontworpen, gebaseerd op een negentienjarige cyclus van twaalf jaren met twaalf manen en zeven met een extra schrikkelmaan. 110 maanden telden 29 dagen, 125 maanden hadden er 30. In dit systeem is de gemiddelde lengte van een kalenderjaar identiek aan het zonnejaar, zodat oogstfeesten ook plaatsvonden tijdens de oogst. In een tijd waarin schrikkelmanen meestal willekeurig werden ingevoegd, betekende deze reeks een grote stap vooruit. Maar niet iedereen was er klaar voor. De Atheense astronoom Meton, die aan het einde van de vijfde eeuw deze kalender in Griekenland wilde introduceren, kon zijn tijdgenoten niet overtuigen van de voordelen.

    Babylonische almanak (British Museum, Londen)

    Sindsdien had de Babylonische wetenschap niet stilgestaan. De astronoom Kidinnu had een zeer nauwkeurige schatting gegeven van de lengte van het jaar, waardoor Kallippos van Kyzikos, een leerling van Aristoteles, de kalender nog verder kon verbeteren. Vanaf de zomer van 330 bestond de kalender uit drie gewone cycli en één cyclus waarin een maan van 30 dagen was vervangen door een maan van 29 dagen. In dit systeem bedroeg de gemiddelde lengte van een jaar 365¼ dagen, een waarde die ons vertrouwd voorkomt.

    Geografie

    De Macedoniërs namen niet alleen astronomische kennis over van de Babyloniërs, maar ook geografische. Arrianus beschrijft het vernieuwde wereldbeeld:

    Het Taurusgebergte doorsnijdt heel Azië. Het begint bij Mykale, de berg tegenover het eiland Samos, vormt de noordgrens van Pamfylië en Cilicië, loopt vandaar door naar Armenië, strekt zich uit naar Medië tussen de Parthen en Chorasmiërs door, en sluit in Baktrië aan bij de Paropamisos. Die hebben de Macedoniërs die onder Alexander dienden “Kaukasos” genoemd […] en hij loopt door tot aan de Oceaan ten oosten van India.noot Arrianus, Anabasis 5.5.2-4; vert. Simone Mooij.

    Het idee dat ten noorden van het Tweestromenland een bergrug verrees die zich in een rechte lijn uitstrekte van west naar oost stamt uit het oude Nabije Oosten, waar de Babyloniërs meenden dat in het noorden de “grote muur van hemel en aarde” stond. Wij noemen die bergen onder andere Taurus, Elburz, Hindu Kush en Himalaya, en herkennen hoe de Afrikaanse, Arabische en Indische tektonische platen tegen de Euraziatische plaat aanbotsen. De filosoof Dikaiarchos van Messene, net als Kallisthenes en Kallippos een leerling van Aristoteles, was de eerste Europeaan die dit idee toepaste, in een na 325 verschenen geografisch werk.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Aristoteles #Arrianus #AstronomischeDagboeken #Babylon #Chaldeeën #cyclusVanKallippos #CyclusVanMeton #DikaiarchosVanMessene #Elburz #Etemenanki #HerodotosVanHalikarnassos #Himalaya #HinduKush #IbnKhaldun #Ištarpoort #Kallisthenes #Kidinnu #Mazaios #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Simplikios #Taurus #tektonischePlaat #TorenVanBabel
  12. Alexander de Grote in Babylon (2)

    Gereconstrueerde muur van Babylon

    [Tweede van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    Alexander wist niet beter of de stad die hij op het punt stond in te nemen, Babylon, was de grootste ter wereld. Ze was omgeven door een stadsmuur van honderd meter hoog. Dat had althans de Grieks onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven en ook Aristoteles was van mening dat de muren eerder een compleet land omringden dan een enkele stad. Zulke verdedigingswerken waren zelfs voor het leger dat Tyrus had ingenomen te hoog.

    Onderhandelingen

    De Babylonische Astronomische Dagboeken bewijzen dat de koning van Macedonië het niet wilde laten aankomen op een belegering. Al in een vroeg stadium opende hij onderhandelingen. Daarbij probeerde hij zich te presenteren als een goede Babylonische vorst, een attitude die hij tot het einde van zijn leven heeft bewaard. Hier is de tekst van zo’n dagboek.

     

    Van de eerste tot de [lacune] dag van de maand tashritu kwamen Macedonische gezanten naar Babylon met de boodschap: “De Esagila zal worden herbouwd en de Babyloniërs mogen hun tienden betalen aan de schatkist van de Esagila.”

    Op 11 tashritu [18 oktober] vaardigde Alexander te Sippar de volgende boodschap uit: “Men zal uw huizen niet binnengaan.”

    Op de dertiende kwamen Grieken door de Sikilla-poort en de buitenpoort van de Esagila, en maakten daar een voetval.

    Op de veertiende offerden deze Grieken een stier [lacune] korte ribben, vet ingewandenweefsel en [lacune].

    Op de [vijftiende?] betrad Alexander, de koning van de wereld, Babylon. Paarden en tuigage [lacune]. De bewoners van stad en land van Babylon kregen een op perkament geschreven brief voorgelezen, waarin stond [afgebroken]. noot Astronomisch Dagboek -330, rev. 3-15.

    De Babyloniërs – of althans degenen die de ons bekende teksten schreven – verwachtten dat een goede koning zorg droeg voor de tempels, in het bijzonder die van de oppergod Marduk, de Esagila (“het huis dat zich verheft”).

    Maquette van de Esagila (Pergamonmuseum, Berlijn)

    Deze godheid was zo eerbiedwaardig dat de Babyloniërs zijn naam niet uitspraken, maar hem in plaats daarvan aanduidden als Bel, “heer”. Hij had de kosmos geschapen. De Babylonische schrijver Berossos vertelt:

    Bel, wiens naam ze vertalen met “Zeus”, doorkliefde de duister­nis en scheidde hemel en aarde. En hij gaf alles in de kosmos zijn plaats. Maar de dieren verdroegen de kracht van het licht niet en kwamen om. Toen Bel zag dat het land woest en ledig was, beval hij een van de goden hem het hoofd af te snijden, aarde met zijn wegstromende bloed te kneden, en mensen te vormen en dieren die de lucht konden verdragen.noot Berossos, FGrH 680 fr.1.8; vert. Simone Mooij.

    De rol van Mazaios

    Alexanders adviseur had hem datgene ingefluisterd waarmee hij zich geliefd zou maken, namelijk de belofte dat de Esagila zou worden hersteld. Deze adviseur moet goed op de hoogte zijn geweest van de Babylonische verwachtingen, en was waarschijnlijk niemand anders dan de Babylonische officier in Perzische dienst Mazaios, die na de slag bij Gaugamela naar Babylon was teruggekeerd en Alexander tegemoet was getrokken toen deze de stad naderde. De koning van Azië had de satraap en zijn zonen vriendelijk ontvangen en zou hem een maand later herbenoemen.

    Het staat ondertussen te bezien of de Esagila werkelijk zo vervallen was dat herbouw noodzakelijk was, want uit de bewaarde archieven van de tempel blijkt dat de cultus nooit onderbroken is geweest. Tot meer kleitabletten bekend zijn kunnen we de conflicterende gegevens het beste harmoniseren door aan te nemen dat Mazaios Alexander had verteld dat het tijd was voor groot onderhoud. Babylonische tempels werden immers gebouwd van kleitichels, en die zijn nogal vergankelijk.

    Babyloniërs (Apadana, Persepolis)

    Volgens de Astronomische Dagboeken kondigde Alexander ook aan dat de Babyloniërs belasting mochten blijven betalen aan de Esagila. Hij beloofde de stad dus geen schatting op te leggen. Eenzelfde regeling had de koning getroffen in Efese. Overigens wil het niet zeggen dat hij financieel niet profiteerde van de inname van Babylon, want als de nood aan de man kwam kon een vorst destijds altijd geld “lenen” in een tempel.

    De woorden “men zal uw huizen niet binnengaan” betekenen vermoedelijk dat de stad niet zou worden geplunderd en de soldaten niet bij de burgers zouden worden ingekwartierd. Dit zal voor de gewone Babyloniër het meest geruststellend zijn geweest.

    Alexanders ambassadeurs

    Op 20 oktober kwamen Alexanders ambassadeurs aan in Babylon om de Esagila te bezoeken, waar ze, zoals voorgeschreven, een voetval maakten voor het beeld van Marduk en de volgende dag een offer brachten. De schrijver van de Astronomische Dagboeken vermeldt als bijzonderheid dat de afgevaardigden Grieken waren. Dus geen Macedoniërs.

    Knieval (British Museum, Londen)

    Misschien waren het mensen die al eens in Babylon waren geweest, bijvoorbeeld omdat ze ooit als huurling dienst hadden gedaan in een Perzisch leger of omdat ze afkomstig waren uit een stad die tot enkele jaren daarvoor deel had uitgemaakt van het Perzische wereldrijk. Of misschien vond Alexander het tactloos Macedoniërs te zenden, die drie weken eerder nog hadden gevochten tegen de Babylonische cavalerie. Na de offers keerden de gezanten terug naar het Macedonische kamp, dat nooit heel ver van Babylon kan zijn geweest. Alexander moet op 22 oktober Babylon zijn binnengetrokken.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Aristoteles #AstronomischeDagboeken #Babylon #Berossos #Esagila #HerodotosVanHalikarnassos #Marduk #Mazaios
  13. El error en el inicio de las #VirtudesCardinales es muy antiguo:
    . #Platón puso la #Justicia
    . #Aristóteles puso la #Sabiduría.

    Pero los #Estoicos lo corrigieron: pusieron la #Templanza. Igual como los padres del desierto con su #filocalia.

  14. Los partidos ilegales pactaron con la dictadura en 1977, lo que se considera una traición a la democracia. El concepto de "lo necesario" se utiliza para justificar este pacto, pero se argumenta que la verdadera necesidad era no pactar con la dictadura para llegar a la democracia.

    #Aristóteles #existencialismo #Baruch_Spinoza #consenso_político #Leibniz #oposición_política #traición_política #Immanuel_Kant #idealismo_alemán #Davi...
    diarioerc.com/2013/06/27/lo-ne

  15. El ser humano está ligado a otros por vínculos de distinta naturaleza, desde orgánicos hasta sociales y culturales. La vinculación a colectivos nacionales expresa la territorialidad biológica del ente humano.

    #estoicos #Unidad_de_España #MCRC #Teoría_Pura_de_la_República #Aristóteles #monarquía_de_partidos #individuación #mónada_republicana #Leibniz
    diarioerc.com/2007/09/09/vincu

  16. Het ontstaan van Marseille (2)

    Keltische prinses (of prins) uit de zesde eeuw v.Chr. (Musée de la romanité, Nîmes)

    Gisteren blogde ik over de door Justinus en Aristoteles overgeleverde sage over het ontstaan van Marseille. Samengevat: rond 575 v.Chr. arriveerde een groep Grieken die in het gebied van de Segobrigiërs een stad wilde stichten. Toevallig stond koning Nannos op het punt zijn dochter, die Gyptis of Petta wordt genoemd, uit te huwelijken. Zij moest uit de aanwezige huwelijkskandidaten haar echtgenoot kiezen door hem een beker met water te overhandigen, en koos toen een van de zojuist aangekomen Grieken, die Protis of Euxenos heette.

    Veel van deze namen zijn ronduit verdacht. De mannelijke stadsstichter heette Euxenos, wat zoiets betekent als “gastvrij”. Zijn alternatieve naam, Protis, betekent “eerste”, maar lijkt te zijn afgeleid van de naam van de latere aristocraten van Marseille, de Protiaden.

    De vier Gallische namen zijn interessanter. De naam Segobriga is alleen bekend uit de stichtingssage van Marseille, maar is goed Keltisch en betekent zoiets als “overwinningsfort”. Er is inderdaad een Keltische vesting in de omgeving van Marseille, namelijk Baou de Saint-Marcel. De naam van de vorst, Nannos, betekent in de Gallische taal zoiets als “dienaar” (van een godheid).

    Petta is Gallisch voor “deel”, wat een beetje een rare naam is, maar kan verwijzen naar het feit dat ze een deel van het land van haar vader meenam als bruidsschat. Er is echter een plausibeler mogelijkheid, namelijk dat Petta een schrijffout is voor Gepta (d.w.z. Gyptis): in het Grieks staat er Πέττα en Γέπτα, en die laatste naam Keltisch zijn voor “sterk”.

    Dat de namen Gallisch ogen, wil nog niet zeggen dat het verhaal echt is gebeurd, al is het ook niet uitgesloten. De auteur die het fragment van Aristoteles overleverde, Athenaios van Naukratis, attendeerde echter al op een parallel: een Perzisch verhaal over een meisje dat haar aanstaande moest uitkiezen door het overhandigen van een drinkbeker.noot Athenaios, Tafelgesprekken 13.575. Athenaios kende dit verhaal weliswaar in een Griekse vertaling, maar dat er een Iraanse variant heeft bestaan, wordt bewezen door de Perzische dichter Ferdowsi, die haar opneemt in de Shahname: prinses Katayoun kiest Guštasp als haar echtgenoot. In de Perzische verhalen kennen de partners elkaar overigens al uit een droom.

    De Indische traditie kent enkele voorbeelden van svayamvara, wat “eigen keuze” schijnt te betekenen, maar de voorbeelden die ik heb bekeken, zijn toch wel wat anders. Het gaat meer om wedstrijden tussen de huwelijkskandidaten. Ook heel interessant, maar ik vind het geen zuivere parallel.

    Desondanks: het lijkt erop dat de stichtingssage van Marseille feitelijk een oeroud Indo-Europees verhaal is over een prinses die mocht kiezen, en dat dit verhaal erbij is gehaald om Marseille te voorzien van een mooie voorgeschiedenis op het moment dat men zich al niet méér herinnerde dan dat de stad was ontstaan nadat migranten uit Fokaia een handelspost hadden ingericht op een schiereiland tegenover de burcht van de Segobrigiërs.

    #Aristoteles #Athenaios #BaouDeSaintMarcel #Ferdowsi #Fokaia #GallischeTaal #IndoEuropeanistiek #Justinus #Marseille #sage
  17. Het ontstaan van Marseille (1)

    Marseille

    In de eerste eeuw v.Chr. ontstonden enkele supergrote geschiedwerken. De Romeinse Geschiedenis van Quintus Valerius Antias telde ongeveer 80 boeken; de Wereldgeschiedenis van Nikolaos van Damascus was 144 boeken lang; Titus Livius’ Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad bestond uit 142 boekrollen. Met 44 rollen was Pompeius Trogus’ geschiedwerk aan de korte kant, in tegenstelling tot de nogal opvallende titel: Geschiedenis van Filippos, het ontstaan van de hele wereld en de steden op aarde. Al deze werken zijn grotendeels verloren, maar gelukkig zijn er in de Oudheid al uittreksels gemaakt. Zo beschikken we wel over Justinus’ Epitome, een uittreksel uit de Geschiedenis van Pompeius Trogus.

    De Epitome bevat een schat aan informatie, want Trogus had belangstelling voor de hele wereld. We zouden over de vroege geschiedenis van de Parthen een stuk minder hebben geweten als ook Justinus’ uittreksel verloren zou zijn gegaan. En we zouden het volgende pareltje niet hebben bezeten.

    In de tijd van koning Tarquinius Priscus [rond 575 v.Chr.] voer een groep Fokeeërs vanuit Azië de Tiber op, sloot een bondgenootschap met de Romeinen en voer vervolgens naar het diepste deel van de Ligurische Zee, waar zij tussen de Liguriërs en de woeste Gallische stammen de stad Marseille stichtten en de ene heldendaad na de andere verrichtten, zowel als ze zich verdedigden tegen de wilde Galliërs als wanneer ze degenen aanvielen die hen hadden lastiggevallen.

    Dat een groep Grieken in de zesde eeuw v.Chr. Rome heeft aangedaan, zoals de sage wil, is absoluut niet uitgesloten, al vraag je je wel af hoe deze informatie kan zijn overgeleverd. Het klinkt alsof Pompeius Trogus een verklaring wilde geven voor het feit dat Marseille een van Romes oudste bondgenoten buiten Italië was, waarvan niemand wist hoe de vriendschap was ontstaan. Hoe dan ook: Midden-Italië was in Griekenland bekend. Een continuator van de Theogonie van Hesiodos kende bijvoorbeeld een Koning Latinus.

    Het verhaal dat Justinus namens Pompeius Trogus vertelt, vervolgt met een standaardmotief: migranten die hun land verlaten omdat de bevolking te groot is voor het achterland.

    De Fokeeërs, gedwongen door de kleinheid en onvruchtbaarheid van hun grondgebied, hielden zich vanouds meer bezig met de zee dan met landbouw. Ze voorzagen in hun levensonderhoud door visserij, handel en vooral door piraterij, wat destijds gold als een eervol beroep. Ze waagden zich dan ook naar de verste kusten van de Oceaan en kwamen zo dus aan in de Ligurische Zee en bij de monding van de Rhône. Gecharmeerd door de schoonheid van het land, vertelden ze thuis wat ze hadden gezien, waardoor anderen besloten naar diezelfde streken te gaan. De kapiteins van de vloot waren Simos en Protis, die een verzoek indienden bij de koning van de Segobrigiërs, een man genaamd Nannos, of ze op diens grondgebied een stad mochten stichten, en met wie ze in vriendschap wilden leven.

    Toevallig was de koning die dag bezig met de voorbereidingen voor het huwelijk van zijn dochter Gyptis, die hij, volgens de gewoonte van dat volk, van plan was uit te huwelijken aan een schoonzoon die tijdens het feest zou worden gekozen. Nadat alle huwelijkskandidaten waren uitgenodigd, werd ook aan de Griekse bezoekers gevraagd of ze aan het feest wilden deelnemen.

    De jonge vrouw werd vervolgens voorgesteld, en toen haar vader haar vroeg water te geven aan degene die zij als echtgenoot wilde, negeerde zij alle anderen, wendde zich tot de Grieken en reikte water aan Protis, die, nu hij van gast ineens ’s konings schoonzoon was geworden, [bij wijze van bruidsschat] van zijn schoonvader het land kreeg om een stad te stichten.noot Justinus, Epitome 43.3.4-12.

    Het verhaal over de prinses die een man uit Fokaia als echtgenoot koos, is in iets andere vorm ook overgeleverd door Aristoteles, waar de personages andere namen hebben: Protis heet er Euxenos, Gyptis heet er Petta. Aristoteles houdt rekening met de mogelijkheid dat Petta de beker met water per ongeluk aan Euxenos overhandigde, en weet verder te melden dat de afstammelingen van Euxenos en Petta Protiaden heetten.noot Aristoteles, fragment 549 [ed. Rose].

    Morgen meer.

    #Aristoteles #Fokaia #Hesiodos #Justinus #LigurischeZee #Marseille #PompeiusTrogus #TarquiniusPriscus
  18. Ich mag den Moment der Idee und der ersten Umsetzung am liebsten, das stelle ich immer wieder fest. Mir ist oft fast egal was später daraus wird. Aber wenn das Licht eintritt und der Funken etwas anzündet, dann bin ich wo ich sein möchte. Ob es der Anfang eines Textes, eines neuen Songs, eines Trööts, einer Anwendung oder eines Videos ist, in dem Moment bin ich am glücklichsten.

    Was sind […]

    https://blog.hamdorf.org/wenn-es-passiert/
  19. #30Abril #amanecer en #Malvarrosa #València Momentos únicos a las: 6:31h 6:37h 6:41h 6:44h "La #esperanza es el sueño de un alma despierta" #Aristóteles Buen sábado 💚❤️💛💚❤️💛 ☮️☮️☮️☮️☮️

  20. #30Abril #amanecer en #Malvarrosa #València Momentos únicos a las: 6:31h 6:37h 6:41h 6:44h "La #esperanza es el sueño de un alma despierta" #Aristóteles Buen sábado 💚❤️💛💚❤️💛 ☮️☮️☮️☮️☮️

  21. Vor einiger Zeit schrieb ich auf diesem Blog darüber was wir unseren Eltern schulden. Mich interessiert jetzt noch der andere Blickwinkel, selber Eltern sein und auf die Dinge schauen, die jetzt anders sind. Ich schrieb damals: „Ich habe eine eigene Geschichte, aber auch eine mit meinen Kindern. Unvollendete Erzählungen. Und sie werden es bleiben bis es zu spät ist. Die eigene befindet sich […]

    https://blog.hamdorf.org/was-schulden-wir-unseren-kindern/
  22. Tiempos de #falacias 💻📺 letrasprestadas-clubpickwick.b Te propongo un recorrido por las falacias desde su definición por #Aristoteles hasta las más habituales en la actualidad. Nos acompaña música de #Rossini, #Satie y #LesLuthiers

  23. Tiempos de #falacias 🗣️📺 letrasprestadas-clubpickwick.b Te propongo un recorrido por las falacias desde su definición por #Aristoteles hasta las más habituales en la actualidad. Nos acompaña música de #Rossini, #Satie y #LesLuthiers

  24. Tiempos de #falacias 🗣️📺 letrasprestadas-clubpickwick.b Te propongo un recorrido por las falacias desde su definición por #Aristoteles hasta las más habituales en la actualidad. Nos acompaña música de #Rossini, #Satie y #LesLuthiers.

  25. Tiempos de #falacias 🗣️📕 letrasprestadas-clubpickwick.b Te propongo un recorrido por las falacias desde su definición por #Aristoteles hasta las más habituales en la actualidad. Nos acompaña música de #Rossini, #Satie y #LesLuthiers.

  26. Ist Freundschaft nicht eine vollwertige Beziehung, bloß ohne das körperliche halt, oder gibt es da einfach Abstufungen? Ist es ein fluides Spektrum irgendwo zwischen zufälligem Treffen, Bekanntschaft und bestem Freund dem ich meine dunkelsten Geheimnisse anvertraue? Natürlich ist es das. Freundschaften muss man gar nicht unbedingt genau definieren, entweder sie gibt einem ein positives […]

    https://blog.hamdorf.org/freundschaft/
  27. Digitaler Wochenrückblick 3. Mai 2026

    So, lehnt euch zurück, holt ´ne Tüte Popcorn raus, vielleicht eine Dose Hansa-Pils dazu, …es wird eine Reise ins Ungewisse!

    Die Nordamerikaner sind der Wahrheit auf der Spur! Peter Thiel hat mit Aron D’Souza ein Start-up eingekauft: Objection (so viel wie: Einspruch). Die beiden kennen sich, Aron D’Souza hatte für Peter Thiel den Blog für Gaffer (Gawker) niedergeklagt. Das war ein Racheakt, Gawker hatte 2007 Peter Thiel als homosexuell geoutet. Mit seinem Geld und Einfluss hat er 2011 Gawker bei einem anderen Prozess komplett ruiniert und in der Insolvenz getrieben.

    Wie könnte es besser passen, der findige Anwalt und der Tech-Feudalist Peter Thiel erschaffen ein Tribunal für Wahrheit (oder „AI Ministry of Truth“), natürlich mit künstlicher Intelligenz. Das ehrenwerte Ziel sei eine reformierte Medienlandschaft, in der (endlich) eine ausgewogene Berichterstattung einzieht. Er möchte – wie 2011 bei Gawker – Journalisten und Medienhäuser direkt zur Verantwortung ziehen. (Als kleiner Einschub: die Insolvenz von Gawker war nur darauf zurückzuführen, weil der Prozessgegenstand nicht versichert war.)

    Wer zum Beispiel schreibt, Peter Thiel ist ein Lügner, der wird dafür zur Verantwortung gezogen. Wenn ich das beispielsweise hier schreiben würde, dann wäre der extradienst dran, Martin Böttger als Herausgeber müsste sich vor dem Tribunal für Wahrheit verantworten. (Kommentar Böttger: bis dahin bin ich entweder tot, oder bekomme meinen zweiten Infarkt, werde auf jeden Fall kein Held, sondern besiegt.)

    Bevor dieses schlagkräftige Tribunal zuschlägt ist ein „Einspruch“ notwendig und eine Zahlung von 2000 US$ wird schon mal fällig. Der Weg dahin führt über die Seite „objection.ai“ zum Ziel. Begrüßt werden wir von zwei Augen, die allein schon einschüchternd wirken, sie signalisieren, hier wird Wahrheit erzeugt, ehrliche Wahrheit und nichts anderes als die Wahrheit.

    Wir können eine Beschwerde gegen eine konkrete, überprüfbare Behauptung einlegen. Schon geht es alles seinen Gang der Dinge. In einem ersten Schritt werden professionelle Ermittler, das sind abgehalfterte ehemalige Agenten solcher Organisationen wie FBI oder CIA, eingeschaltet. Zusätzlich stehen auch Ermittler aus dem erlauchten Kreis militärischer Geheimdienste zur Verfügung.

    Das gerechte Verfahren bietet dem Delinquenten im Anschluss die Möglichkeit, Beweise vorzulegen, seine eigene Darstellung zu verteidigen, sogar eidesstattliche Erklärungen sind möglich. Das wäre der Punkt, wo Martin Böttger mit hängenden Schultern stehen würde: „Ich habe gefehlt, ich bin ein schlechter Mensch, schlagt mich, aber haltet mir die Anwälte vom Hals!” (Kommentar Böttger: so weit wird es nicht kommen, jedenfalls nicht mit mir.)

    Dann kommt es zum Showdown: Der ganze Sachverhalt wird der KI zur Beurteilung vorgelegt! Aber nicht eine KI, eine Jury besteht ja auch nicht aus einer Person, nicht, ein, nicht zwei oder gar drei KI-Systeme müssen bewerten, was vorgelegt wurde, sondern bis zu sieben KI-Modelle sorgen für eine objektiv absolut richtige Entscheidung, die da lauten kann: wahr, falsch oder unentschieden. Dieses Urteil des Tribunals wird anschließend mit einem Zertifikat dauerhaft veröffentlicht.

    Um die öffentliche Aufmerksamkeit zu steigern und fortan dieses Urteil als Vertrauensbeleg (oder eben das Gegenteil) – wirkungsvoll wie im frühen Mittelalter – anzuprangern, gibt es einen Honor-Index, das ist nicht mehr oder wenige eine schwarze Liste für schwarze Schafe.

    Um der gewünschten Wahrheit auf die Schliche zu helfen, gehen natürlich in die KI-Bewertung die völlig neutralen Ermittlungsergebnisse der Agenten ein.

    Aber was ist schon Wahrheit, da haben sich Generationen von Philosophen und Mathematikern dran versucht. Für das Axiom, dass 1+1=2 ist finden wir bei Wikipedia, nach allerlei umfangreichen Beschreibungen: „Der Satz 1 + 1 = 2 ist ab und zu nützlich.“ – -praktisch oder bei den Philosophen die Erklärung von Aristoteles: „… wenn aber der Verstand Richtschnur und Maß der Dinge ist, besteht Wahrheit in der Übereinstimmung der Dinge mit dem Verstand; so sagt man, der Künstler verfertige ein wahres Kunstwerk, wenn es seiner Kunstvorstellung entspricht.“

    Mit anderen Worten ist Wahrheit das, was ich sehen kann und gut finde. Wenn ich die KI beauftrage rauszufinden, dass im Dritten Reich gar nicht so viele Juden umgekommen sind, wird sie, die KI – mit dem richtigen Prompt – zwar die korrekte Zahl nennen, begründet meine freundliche Anfrage aber mit – gemessen an der Weltbevölkerung – als Minderheit im Promillebereich.

    Mensch wie Maschine sind manipulierbar, der Unterschied ist nur, dass der Mensch die Maschine mit seiner eigenen Unzulänglichkeit füttert oder dem aktiven Willen zur Beeinflussung auf ein bestimmtes Ergebnis hin „berät”.

    Wir mögen das wieder für eine blödsinnige Idee halten. Für Peter Thiel ist es nicht das erste Unternehmen, mit dem er Milliarden verdient. Sobald Donald Trumps Erbse mal wieder unkoordiniert rollt, wird er ein Ministerium für Wahrheit staatstragend in sein Regierungsgeschäft integrieren. EU-Politiker werden antreten müssen und begründen, warum wir bessere Autos bauen und deshalb die Nordamerikaner so gerne Porsche/Mercedes fahren – sie werden scheitern.

    Ein Wahrheitstribunal ganz im Sinne der neuen Tech-Feudalisten. Für die ist Trump nur das Werkzeug, das hat sich bewährt und für üppigen Nachschub ist gesorgt.

    Beschwert euch nicht, wir bekommen als Bonus auch das, was wir nicht bestellt haben – ob wir es brauchen oder nicht.

    Ja, aber wir könnten doch …,

    hmm, mach halt selbst was, heute ist di.day, Peter Thiel hat auch ganz klein angefangen!

    Über Christian Wolf:

    Christian Wolf (M.A.) ist Autor, Filmschaffender, Medienberater, ext. Datenschutzbeauftragter. Geisteswissenschaftliches Studium (Publizistik, Kulturanthropologie, Geografie), freie Tätigkeiten Fernsehen (RTL, WDR etc.) mit Abstechern in Krisengebiete, Bundestag Bonn und Berlin, Dozent DW Berlin (FS), Industriefilme (Würth, Aral u.v.m), wissenschaftliche und künstlerische Filmprojekte, Projekte zur Netzwerksicherheit, Cloudlösungen. Keine Internetpräsenz, ein Bug? Nein, Feature. (Digitalpurist/IT-Blasphemiker)

  28. In letzter Zeit habe ich mich was meine Internet-Aktivitäten auf Mastodon konzentriert. Ich wollte für eine Zeit mal etwas mehr Interaktion, schauen, wo Kommunikation angeregter von Statten gehen kann. Ich wusste natürlich, dass das Format dort letztendlich nicht zu einer Tiefe führt die viele Themen eigentlich benötigen, aber am Ende gibt es auch da Immer die Möglichkeit auf Menschen zu […]

    https://blog.hamdorf.org/kompromisse/
  29. Ostern 2026. Mir geht es gut. Ich habe angefangen zu arbeiten, vier Wochen Hamburger Modell liegen hinter mir, ab Dienstag dann wieder „ganz normal“. Eine lange Phase des „wieder in die Spur kommen“ liegt hinter mir. Jetzt bin ich wieder aktiv, gehe zum Sport, lebe das Leben wieder mit einer neuen Normalität.

    Es ist nicht lange her, aus der Reha kommend, jeder Tag war eine kleine […]

    https://blog.hamdorf.org/herzinfarkt-v/
  30. :pinkcherries: Y es que, seamos sinceros, lo de "racional" se nos ha quedado grande.
    Si de verdad usáramos el coco como decía el tito Aristóteles, no estaríamos envenenando el agua que bebemos ni cargándonos bosques enteros por cuatro billetes que no se pueden comer.
    Somos la única especie que entiende perfectamente que está destruyendo su casa y, aun así, decide seguir mirando hacia otro lado mientras la cuenta atrás avanza.

    Más que animales racionales, parecemos parásitos con tecnología punta.
    Usamos el lenguaje para dar discursos preciosos sobre sostenibilidad en galas de etiqueta, pero luego nos importa un bledo que se extingan especies a un ritmo de locos si eso significa que podemos tener el último modelo de móvil cada año.
    Hemos perdido el norte y la conexión con lo que nos mantiene vivos.

    Igual es que Aristóteles pecó de optimista.
    Se le olvidó advertir que la inteligencia, si no va de la mano de un poco de empatía y de sentido común, es una herramienta peligrosísima.
    Al paso que vamos, seremos los seres más listos de la historia en provocar su propia extinción por puro egoísmo.
    A ver si despertamos, que razonar no sirve de nada si al final no nos queda ni un río limpio donde lavarnos la cara.

    ▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓▓

    #planeta #realidad #aristoteles #ecologia #bastaya #humanidad #reflexion

  31. Es gibt ein Wort, das wir alle benutzen, als wüssten wir genau, was es bedeutet: Gerechtigkeit. Wir fordern sie ein, selbst dann wenn wir sie gar nicht definieren können, wenn uns Unrecht widerfährt, und berufen uns auf sie, wenn wir Entscheidungen bewerten. Doch der Begriff zerfällt, sobald man ihn genauer betrachtet. Was genau ist gerecht? Und ist Gerechtigkeit durch Gesetze überhaupt […]

    https://blog.hamdorf.org/gerechtigkeit/
  32. #DreiGuteDingeDesTages

    + sonniger Hundespaziergang mit Begegnungen und Spielphasen

    + Pasta zum Mittagessen

    + japanischer Anime: Die Serie bindet zwar Stunden an Lebenszeit, aber taucht mich tief in Teenager / Twens-emotionen ein.

    #Katharsis #Aristoteles

  33. Bijbelse en Griekse insecten

    Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)

    Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.

    Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.

    De grens tussen vliegen en muggen en vlooien is in oude teksten niet altijd even duidelijk, dus ik vervolg met ander vliegend ongedierte. Een van de tien plagen van Egypte bestond uit vliegen of muggennoot Exodus 8.12. en de auteur van Prediker weet dat een beetje dwaasheid de beste wijsheid ranzig maakt, “zoals één dode vlieg een kostbare zalf bederft”.noot Prediker 10.1.

    De Joden waren niet de enigen met een hekel aan insecten. De Griekse fabeldichter Aisopos voelde er ook weinig sympathie voor. Nu zijn de fabels van Aisopos wat verdacht: er is nogal wat op zijn naam overgeleverd dat niet hijzelf heeft bedacht en classici hebben weinig illusies over de authenticiteit van het corpus. Maar als zo’n vertelsel is overgeleverd door Aristoteles, hebben we in elk geval te maken met een Griekse anekdote die behoorlijk oud is.

    Aisopos, die voor de volksvergadering van Samos een alleenheerser verdedigde die ter dood veroordeeld was, vertelde dit verhaal:
    “Een vos die een rivier overstak, werd meegevoerd door de stroming en kwam terecht in een hol in de rotsen. Omdat hij er niet uit kon komen, leed hij lange tijd onder een zwerm muggen die zich aan hem vastklampte. Een egel die daar ook rondzwierf, zag de vos en kreeg medelijden. Hij vroeg of hij de muggen mocht verwijderen. De vos wees het aanbod echter af. Toen de egel vroeg waarom, antwoordde hij: ‘Deze muggen zitten inmiddels vol met mijn bloed en zuigen niet veel meer. Als je ze weghaalt, komen er andere met een frisse eetlust die al mijn bloed zullen opdrinken.’
    “En zo,” rondde Aisopos af, “zal mijn cliënt jullie geen kwaad meer doen. Hij is al rijk. Maar als jullie hem ter dood brengen, zullen er anderen komen die niet rijk zijn, en hun verduisteringen zullen jullie schatkist volledig leegmaken.” noot Aristoteles, Rhetorika 1393b-1394a.

    De overlast van de muggen wordt door Aisopos niet uitgelegd maar simpelweg verondersteld, en Aristoteles spreekt het niet tegen. Ook Grieken hadden dus een hekel aan muggen. Kortom, als u behoort tot degenen die de Oudheid om een of andere reden normatief vinden, dan heeft u dus zowel klassieke als bijbelse toestemming om een vlieg of een mug dood te meppen. Maar u kunt natuurlijk ook wat minder bloeddorstig zijn, zoals de dame op het plaatje hierboven, die er vrede lijkt te hebben met wat anderen ongedierte noemen.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Aisopos #Aristoteles #Beëlzebul #DeuteronomistischGeschiedwerk #duivel #egel #insect #mug #NieuweTestament #vlieg #vos
  34. Muchas de las categorías establecidas por #Aristóteles coinciden notablemente con las clasificaciones actuales. Los μύες (myes) eran #mejillones, que en el Mediterráneo son de la especie... periodistadigital.com/elbuenvi #ciencia #nutricion #theconversation

  35. Y como bien dijo #Aristóteles en « #ÉticaANicómaco»:

    «Cachita está alborotá',
    ahora baila el chachachá».

  36. „Gerechtigkeit ist das Ziel des Rechts, aber das Recht verfehlt es oft.“ #Aristoteles Weil Systeme Regeln vollziehen, aber Menschen Wahrheit leben. Wer #Gerechtigkeit sucht, findet sie selten im Paragraf, sondern im eigenen Licht.🖖

  37. Erstaunlich, schon das dritte Türchen beim philosophischen Adventskalender mit Gert @scobel
    #Aristoteles

    youtube.com/shorts/K8uS_ZFZR70

  38. Es gibt Tage, an die wir uns nicht erinnern – und doch erinnern sie sich an uns. Nichts Spektakuläres: kein Fanfarenstoß, kein dramatischer Paukenschlag. Eher ein kaum hörbares Klicken im Getriebe des Gewohnten, ein verschobener Akzent, der fortan alles anders klingen lässt. Später nennen wir so etwas eine Entscheidung, ein Ereignis, vielleicht sogar Schicksal. In Wahrheit ist es oft nur […]

    https://blog.hamdorf.org/risse/

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.