home.social

#alexander-de-grote — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #alexander-de-grote, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Op zoek naar de Cilicische Poort

    De Cilicische Poort

    In 2003-2004 reisden mijn zakenpartner en ik Alexander de Grote achterna. Turkije, Iran, Pakistan etc. Vaak was de route goed te volgen, maar in Turkije hebben we eindeloos gezocht naar de pas in het Taurusgebergte die bekendstond als Cilicische Poort. Alexander heeft die ooit met een nachtelijke aanval bezet.

    We vonden niks. Nou ja, we vonden wel een monument voor de mensen die om het leven zijn gekomen bij de aanleg van de Bagdadspoorlijn. Maar geen Cilicische Poort. We reden zuidwaarts, we reden noordwaarts, we reden over een onlogische weg opnieuw zuidwaarts, we maakten rechtsomkeert en reden weer noordwaarts, we keerden om en reden nog eens zuidwaarts.

    Dit was in het voorjaar van 2003. Het internet bestond destijds, maar het was nog geen fractie van wat het nu is.  We hadden geen idee wat we mochten verwachten. We beschikten alleen over oude foto’s.

    En dus herkenden we de pas almaar niet. Tot ineens het muntje viel. Dynamiet!

    Hierboven zag u hoe de Cilicische Poort er in 2003 uitzag. De moderne naam is Gülek Boğazı. Hieronder ziet u een afbeelding van de Cilicische Poort waarnaar we zochten.

    Oude foto van de Cilicische Poort

    Toen we eenmaal hadden bedacht hoezeer Turkije is gemoderniseerd en veranderd, wisten we waarop we moesten letten. Eind goed al goed. We zijn die dag doorgereden naar Iskenderun en later nog verder naar het oosten. Een prachtige reis. Maar het grappige is: dit is minder dan een kwart eeuw geleden, en het is nu onvoorstelbaar dat je niet zou weten waarop je moet letten als je op zoek bent naar een bepaalde historische plaats.

    Ik organiseer volgend voorjaar een reis naar Bulgarije. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #AlexanderDeGrote #Bagdadspoorlijn #CilicischePoort #internet
  2. De wijze waarop #AlexanderDeGrote door het land van de Ouxiërs trok, is een voorafschaduwing van de genocidale campagnes in Centraal-Azië en het Indusland.

    mainzerbeobachter.com/2026/09/

  3. Alexander de Grote en de Ouxiërs

    Shushtar

    Zoals ik in een eerder blogje in deze reeks al aangaf, was Alexander de Grote op weg gegaan naar Persis, het kernland van het Perzische Rijk, het huidige Fars. Niet al zijn manschappen namen deel aan deze operatie. Persis mocht dan het politieke centrum zijn van een wereldrijk, het was agrarisch arm en kon onmogelijk de 60.000 soldaten, de 30.000 non-combattanten, de 8500 paarden en de 1800 lastdieren voeden waaruit het Macedonische leger op dit moment lijkt hebben bestaan. Een groot aantal soldaten overwinterde in het vruchtbare Elam, deels als garnizoen voor de stad Sousa.

    De weg naar het Zagrosgebergte, dat Persis als een muur begrenst, maakte deel uit van het stelsel van koninklijke wegen en de Macedoniërs konden zonder problemen oprukken. Kleitabletten uit Persepolis vermelden dat de heerbaan tussen deze paleisstad en Sousa was voorzien van twee dozijn pleisterplaatsen. De eerste etappes van Alexanders route zijn daardoor goed te reconstrueren. Na twee dagen overbrugden de Macedoniërs  de rivier de Dez in de schaduw van de vervallen, duizend jaar oude tempeltoren van Choga Zanbil, en na een tussenstop in een dorp dat in de kleitabletten wordt aangeduid als Ithema, bereikte het leger Šurkutir, het huidige Shushtar. Daar stak het leger de Karun over, die, zoals Curtius Rufus schrijft, “diep temidden van rotsachtige, met wouden begroeide oevers stroomt”.

    De eerste Ouxiërs

    De oversteek kostte een dag. Als Alexander vanaf hier zou zijn opgerukt met de snelheid van een gewone reiziger, zou hij omstreeks 15 januari zijn aangekomen bij Persepolis. In feite arriveerde hij twee weken later, want hij ondervond weerstand van de Ouxiërs. Deze stam leefde deels van akkerbouw in de riviervlakte en deels van veeteelt in de bergen tussen Elam en Persis. De door koning Darius III Codomannus aangestelde gouverneur probeerde Alexanders opmars te vertragen, terwijl achter hem de satraap van Persis, Ariobarzanes, de bergpassen in staat van verdediging bracht.

    Vermoedelijk stuitten de Macedoniërs twee dagen na het passeren van de Karun op de eerste (akkerbouwende) Ouxiërs. Dat zal zijn gebeurd in de omgeving van het fort bij Masjed Soleyman. Hoewel de Ouxiërs hun huid duur verkochten, waren ze geen partij voor het Macedonische leger. Na enkele gevechten namen ze hun toevlucht in het fort. Ze boden al snel hun capitulatie aan, maar Alexander wilde daar niet van weten. Hij kondigde aan de verdedigers van het fort te zullen doodmartelen, als afschrikwekkend voorbeeld aan degenen die verderop weerstand wilden bieden.

    Daarop zond de Ouxische commandant een gezant naar Sisygambis, de in Macedonische krijgsgevangenschap levende moeder van koning Darius, met het verzoek te bemiddelen. Zelfs als deze gezant te paard zou hebben kunnen reizen over de door de Macedoniërs bezette Koninklijke Weg, moet hij een paar dagen hebben gedaan over de afstand van het fort naar Sousa. Na lang aarzelen besloot de koningin zich voor haar belegerde landgenoten in te zetten, en bewerkte daarmee dat het fort zich toch mocht overgeven en de verdedigers eervol werden behandeld.

    De Zagros

    Gescheiden opmars

    Zo luidt althans het verhaal van Curtius Rufus, maar het is de vraag of het waar is. Het beleg zal langer hebben geduurd dan Alexander zinde. De winter naderde en hij moest over de Zagros trekken vóór sneeuw de passen onbegaanbaar maakte. Door te beweren dat hij het garnizoen op voorspraak van Sisygambis had begenadigd, voorkwam hij gezichtsverlies nu hij zijn oorspronkelijke voornemen iedereen dood te martelen niet kon uitvoeren. De opmars werd voortgezet en het Macedonische leger bereikte het huidige Haftgel.

    Daar splitste Alexander zijn leger in tweeën, zodat de foeragering over een groter gebied was verspreid. Bijkomend voordeel was dat de Perzische verdedigingsmacht van Ariobarzanes nooit beide legers tegelijk kon vernietigen. Alexanders generaal Parmenion kreeg opdracht de hoofdweg verder te volgen en langs deze zuidelijke route op te rukken naar Persis. Hoewel onze bronnen deze opmars niet beschrijven, zijn de pleisterplaatsen langs de route goed gedocumenteerd, want ze worden, zoals gezegd, genoemd in kleitabletten. Als dit leger elke dag een etappe van de Koninklijke Weg aflegde, zou het binnen drie weken de hoofdstad van Persis hebben bereikt. In feite arriveerde Parmenion later, wat suggereert dat hij zich in het tweede deel van zijn tocht een weg heeft moeten vechten door de zuidelijke Zagros.

    De tweede groep Ouxiërs

    Ondertussen nam Alexander een kortere, meer naar het noorden gelegen weg door het land van de Ouxiërs, om daarvandaan regelrecht naar Persepolis te marcheren. Het was geen makkelijke route, en misschien was dat wel de reden waarom Alexander er de voorkeur aan gaf. Hij verwachtte geen tegenstand en zou merken dat hij daarmee Ariobarzanes had onderschat.

    Vermoedelijk stuitte hij al na twee dagen op de (veetelende) Ouxiërs, die namens de andere herders in dit gebied de geschenken vroegen die ze gewoonlijk kregen als Perzische koningen door hun gebied trokken. (Denk bij herders niet aan arme mensen: het gaat om de voorname leiders van heel grote nomadische clans.) Alexander beloofde hun dat ze, als ze de volgende dag hun opwachting maakten in de vallei, zouden krijgen wat hun toekwam. In de nacht leidde hij een Macedonisch leger over een rotsachtig pad. Omdat de maan om een uur of twee onderging en de zon pas om half acht opkwam, lichtten de soldaten zich bij met fakkels. Bij dageraad overvielen ze enkele bergdorpen, waar veel Ouxiërs in hun slaap werden gedood.

    Vervolgens haastte de koning zich met zijn troepen naar de vallei, waar de plaatselijke bevolking zich verzamelde om te krijgen wat haar toekwam. Ondertussen had Krateros, de aanvoerder van de Macedonische falanx, de hoogten langs het dal bezet. Te laat begrepen de herders dat ze zouden worden gedood. Uiteindelijk redden ze zich het leven door honderd paarden, 500 lastdieren en 30.000 stuks kleinvee toe te zeggen – ongetwijfeld tot genoegen van de Macedonische foeragemeesters, maar de overlevende Ouxiërs gingen een hongerwinter tegemoet.

    De Marun

    Naar Persis

    Het Macedonische leger stak nu de grensrivier tussen Elam en Persis over, de Marun. Ze forceerden een besneeuwde bergpas die bekendstond als Sousiaanse Poort. De plaatselijke bevolking, geïntimideerd door het lot van de Ouxiërs, bood geen weerstand en omstreeks 19 januari 330, sloeg het leger zijn kamp op bij het huidige Yasuj, bij de toegang tot de volgende pas, de Perzische Poort.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Ariobarzanes #ChogaZanbil #DariusIIICodomannus #Krateros #MasjedSoleyman #Ouxiërs #Parmenion #PerzischePoort #QuintusCurtiusRufus #Shushtar #Sisygambis #Yasuj #Zagros
  4. Het hermeneutisch vertrekpunt

    Wat oudheidkundigen doen

    Waarom zouden we belangstelling hebben voor de Oudheid? Ik heb het niet over u en mij, die gewoon genieten van kennis en straks andere dingen gaan doen. Ik heb het over beroepsoudheidkundigen, die moeilijk kunnen zeggen dat alleen zij mogen genieten. Ze moeten zich rechtvaardigen. Het grote plaatje, groter dan de vele detailstudies, is dat zo iemand

    1. het verleden (een denkbeeld, samenleving, voorwerp, proces…) reconstrueert,
    2. constateert dit anders was dan tegenwoordig,
    3. begrijpt dat het mogelijk is dingen anders te doen of denken dan zoals wij in onze tijd doen of denken,
    4. een verklaring zoekt voor de verschillen en overeenkomsten,
    5. en door die op te sporen ervoor zorgt dat de mensheid zichzelf beter  begrijpt.

    Kennis van het heden en kennis van het verleden leiden samen tot zelfkennis: het archeologisch museum waar ik bovenstaande kisten fotografeerde, vat het mooi samen. Stap twee veronderstelt echter – en dat is in dit blogje het springende punt – dat een oudheidkundige zijn eigen wereld begrijpt. Dat is, zeg maar, de nulde stap in bovenstaand lijstje.

    Hermeneutisch vertrekpunt

    Bij wijze van voorbeeld noem ik het boek over Julius Caesar waaraan ik werk. Ik herlees nu alle bronnen om te zien hoe de antieke auteurs dachten over oorzaken. Er is immers een belangrijk verschil tussen toen en nu, namelijk dat men destijds uitsluitend (groepen) individuen opvoerde als oorzaak. Dat vinden wij eenzijdig. Nu ben ik geen wetenschapper, maar ik neem er een voorbeeld aan, en dus loop ik het proces door: omdat ik wilde weten waar het verschil tussen toen en nu vandaan kwam, moest ik, al vóór ik begon met het lezen van de bronnen, weten waar ons eigen causaliteitsbegrip vandaan is gekomen. Ik neusde dus bij wat grote namen en ging zo terug tot Durkheim. Ik meen nu enigszins te begrijpen waarom ik over oorzaken denk zoals ik denk, en ik zal straks, als ik heb verkend hoe antieke auteurs dachten, proberen uit te vogelen wat de verklaring is voor dat verschil.

    Kortom: de nulde stap is je inlezen in je eigen opvattingen ofwel het vaststellen van je hermeneutisch vertrekpunt.noot Ik geloof dat theologen de term iets anders gebruiken maar ik ben geen theoloog. Concreet dient die verkenning ertoe context te geven aan wat eerdere wetenschappers hebben beweerd, maar het is natuurlijk sowieso dwaasheid iets te gaan onderzoeken als je je eigen aannames niet hebt doorzocht.

    De relevante voorgeschiedenis

    Hoe ver ga je terug? Uiteraard wil een wetenschapper alles weten, maar voor het hermeneutisch vertrekpunt is een eeuw wel genoeg. Toen ik in 2000-2003 werkte aan een boek over Alexander de Grote, was relevant dat geschiedkundigen na de Eerste Wereldoorlog een idealistisch beeld hadden gehad van Europeanen die andere volken opstootten in de vaart der volken (zie de toenmalige mandaatgebieden). De generatie die leefde na de Dekolonisatie had anders gedacht over koloniaal geweld, en rond 1980 had een nieuwe generatie het genre wereldgeschiedenis hernomen.noot Wat deze eeuw heeft gebracht, ligt achter betaalmuren. Met kennis van de twintigste eeuw begreep ik destijds voldoende om de belangrijkste archeologische en oudhistorische publicaties te kunnen plaatsen en mijn eigen denkbeelden enigszins te doorgronden.

    Iets soortgelijks valt te zeggen voor een ander onderwerp dat me boeit: de relatie tussen het Romeinse joden- en christendom. Begin vorige eeuw concludeerde men dat Jezus een jood was geweest en dat Paulus het joodse geloof van Jezus had vervangen door een nieuw geloof in Jezus. Aangezien de historische Jezus gold als onkenbaar, lag het onderzoek stil, tot na de Holocaust het inzicht doordrong dat de joods-christelijke relaties niet genegeerd mochten worden. Daarna was er de secularisering, waardoor we religie minder belangrijk vinden als identiteitsvormende factor, zodat joden en christenen meer worden beschouwd als gewone Romeinen. Dit is, volgens mij, wat je moet begrijpen om hedendaagse ideeën te vergelijken met wat je als archeoloog of nieuwtestamenticus ontdekt over Judea. Visies uit het diepere verleden zijn minder belangrijk.

    Verder terug is dus geinig maar niet doelmatig. Een oudheidkundige kan aan het werk zonder te weten hoe Joost van den Vondel zijn ideeën over joden en christenen verwerkte in Hierusalem verwoest. Ook hoeft de oudheidkundige, om zijn hermeneutisch vertrekpunt te bepalen, niet te weten wat middeleeuwers dachten over oorzaken of hoe zestiende-eeuwers dachten over oorlog. Dat wil niet zeggen dat Vondel, middeleeuws causaliteitsdenken en de iconografie rond Alexander Farnese oninteressant zijn, maar voor het bepalen van het hermeneutische vertrekpunt is het voldoende om kennis te hebben van de afgelopen eeuw, anderhalve eeuw.

    Receptiegeschiedenis

    Waarom dit blogje, zult u zich afvragen. Dat is omdat ik volgende week een interessant boek ga bespreken over receptiegeschiedenis. Ik studeerde geschiedenis en vind eigenlijk alles uit het verleden interessant, variërend van rechtspraak in Gelre via negentiende-eeuwse sji’itische geestelijken tot een gevecht tussen samoerai en Azteken. Een publicatie over receptiegeschiedenis laat ik dus niet liggen. Maar dat is omdat ik geschiedenis leuk vind, niet omdat het voor de bestudering van de Oudheid nodig is.

    Ik maak dit punt met nadruk. Te vaak claimen classici dat receptiegeschiedenis een belangrijk onderwerp zou zijn. Dat is niet waar. Een classicus kan uitstekende artikelen schrijven over laatantieke natuurbeschrijvingen (een leuk onderwerp) zonder te weten wat Byzantijnse dichters daarmee deden; je bakent je hermeneutisch vertrekpunt af door te weten hoe in de twintigste eeuw gedacht is over de natuur, en daarna kun je die gedachten vergelijken met die van antieke schrijvers, en gaan nadenken over de vraag wat er waarom is veranderd tussen toen en nu. C’est ça. Geen Byzantijn voor nodig.

    Ik heb de indruk dat classici ook wel weten dat receptiegeschiedenis niet gaat over het tijdvak dat ze bestuderen en dat het overbodig is voor het vaststellen van het hermeneutisch vertrekpunt. Hier heb ik althans een pagina waar de doelpalen worden verzet door eerstejaars-wetenschapsleer (“What counts as evidence?”) tot de receptiegeschiedenis te rekenen, zodat het specialisme alsnog noodzaak krijgt.

    Envoi

    En nu de moraal. Classici, oudhistorici en archeologen doen belangrijk werk, maar inmiddels wordt elke twee maanden een instituut bedreigd. In deze situatie is het zelfmoord naar buiten te treden met receptiegeschiedenis. Je toont je betekenis niet door te vertellen dat je vak vroeger belang had, maar door te tonen waarom het nu belangrijk is.

    Dat is doelmatiger en makkelijk. Elke oudheidkundige weet dat iedereen ademloos luistert als ’ie op een feestje vertelt over zijn werk. Mensen vinden de Oudheid namelijk interessant.

    Ik zou zo graag meemaken dat oudheidkundigen, voordat de AI ons allemaal heeft uitgeroeid, één keer vertellen hoe belangrijk hun werk is. Dus dat de archeologen een weekje vertellen welke sociaalwetenschappelijke hypothesen ze toetsen, dat de oudhistorici hun vak een paar dagen niet presenteren als rariteitenkabinet, en dat classici zich onthouden van receptiegeschiedenis. Het is noch voor kennis van de Oudheid, noch voor het hermeneutisch vertrekpunt belangrijk. Wat wél belangrijk is, ja urgent, is dat oudheidkundigen beginnen te vertellen wat ze nu, deze week doen. Althans, als het de bedoeling is dat academische bobo’s met hun poten van het vak afblijven.

    [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

    #AlexanderDeGrote #AlexanderFarnese #ÉmileDurkheim #hermeneutischVertrekpunt #historischeJezus #JoostVanDenVondel #JuliusCaesar #oorzakelijkheid #receptiegeschiedenis
  5. Hoe #AlexanderDeGrote dankzij een voetenbankje ontdekte waar hij feitelijk mee bezig was: een weergaloze ommekeer in de geschiedenis bewerkstelligen.

    mainzerbeobachter.com/2026/08/

  6. Alexander de Grote in Sousa (2)

    De troonzaal in Sousa

    In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.

    De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:

    Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.

    DSf (Louvre, Parijs)

    Een Perzische inscriptie uit Sousa, die bekendstaat als DSf, geeft enerzijds een idee van het aanzien van het paleis en lijkt anderzijds bedoeld om te tonen hoe uitgestrekt en eensgezind het Perzische imperium was:

    Het graven en storten van het fundament en het vormen van de tichels is gedaan door Babyloniërs. Het hier bewerkte cederhout is aangevoerd vanaf het gebergte dat de Libanon heet. Syriërs brachten het naar Babylon, Kariërs en Grieken brachten het naar Sousa. Het teakhout kwam uit Gandara en Kerman. Het hier bewerkte goud kwam uit Lydië en Baktrië. De hier bewerkte lapis lazuli en kornalijn kwamen uit Sogdië. De hier bewerkte blauwe en groene turkoois kwamen uit Chorasmië. Het hier bewerkte zilver en ebbenhout kwamen uit Egypte. De hier als decoratie op de muur aangebrachte verf kwam uit het land der Grieken. Het hier bewerkte ivoor kwam uit Nubië, India en Arachosië. De hier bewerkte stenen pilaren kwamen uit een Elamitische stad die Abiraduš heet. De steenhouwers kwamen uit het land der Grieken en uit Lydië. De goudsmeden kwamen uit Medië en Egypte. De baksteenbakkers kwamen uit Babylonië. De decorateurs kwamen uit Medië en Egypte.

    Alexander bleef lang genoeg in het paleis van Sousa om sportwedstrijden gade te slaan en de satraap opnieuw te benoemen, met, zoals inmiddels gebruikelijk, Macedoniërs aan het hoofd van de plaatselijke legereenheden. Verder was zijn belangrijkste activiteit in Elam de reorganisatie van zijn leger, dat op dat moment meer soldaten telde dan ooit daarvoor. Doordat veel Macedoniërs waren gesneuveld bij Gaugamela, anderen waren achtergelaten om garnizoensdienst te doen, en er 15.000 man versterkingen waren gearriveerd, was de samenstelling van het Macedonische leger in twee maanden sterk veranderd.

    De commandostructuur werd aangepast. Tal van eenheden werden in tweeën gesplitst, zodat het aantal officieren verdubbelde. De nieuwe commandanten kregen hun positie alleen als ze blijk van moed hadden gegeven. Een andere wijziging betrof de samenstelling van de eenheden. Tot dan toe waren mensen uit hetzelfde deel van Macedonië bij elkaar ingedeeld, maar daaraan kwam nu een einde. Feitelijk brak Alexander de traditionele stamstructuren open, verstevigde hij zijn greep op het leger en verkleinde hij de invloed van de oude Macedonische aristocraten.

    Het koninklijke voetenbankje

    Het is misschien geen toeval dat een in Sousa gesitueerde anekdote Alexander met enige nadruk portretteert als koning:

    Toen Alexander op de troon ging zitten, bleek die te hoog te zijn voor zijn lengte. Een van zijn pages zag dat zijn voeten niet bij de voetenbank konden. Hij pakte het tafeltje van Darius op en zette het onder zijn bungelende voeten. Het paste precies. De koning waardeerde het alerte optreden van de jongen, maar een van de eunuchen die naast de troon stonden barstte in tranen uit, tot in zijn ziel getroffen door de omslag van het lot. Alexander merkte het en vroeg hem: “Wat voor ergs is er gebeurd dat je bij het zien ervan moet huilen?”
    De eunuch antwoordde: “Nu ben ik uw bediende, maar eerst was ik de bediende van Darius. Het is mijn aard om van mijn meesters te houden en daarom deed het mij verdriet te zien dat een tafeltje waaraan hij erg was gehecht nu zo’n eerloze bestemming heeft gekregen.”
    Door dat antwoord begreep de koning de omvang van de omwenteling in het Perzische Rijk.noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 17.66.3-5; vert. Simone Mooij.

    Niet veel later vertrok de koning van Azië naar het centrum van het Perzische imperium, de landstreek Persis. Ondanks de haast waarmee hij verderging, lijkt Alexander Sousa een prettige stad te hebben gevonden. Hij liet er de krijgsgevangen dochters van Darius achter in hun oude huis, waar ze een Macedonische opvoeding kregen en werden voorbereid op het onvermijdelijke dynastieke huwelijk met de nieuwe eigenaar van het paleis. Toen Alexander ruim zes jaar later terugkeerde in Sousa, was het om te trouwen. Maar dat blogje staat vooralsnog in de planning voor 2029 of daaromtrent.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #DariusIIICodomannus #Ester #eunuch #Sousa
  7. Tegen het einde van 331 v.Chr. arriveerde het leger van #AlexanderDeGrote in Sousa. De gebeurtenissen vertellen veel over de manier waarop Alexander de macht uitoefende.

    mainzerbeobachter.com/2026/08/

  8. Alexander de Grote in Sousa (1)

    Perzische decoratie uit Sousa (Louvre, Parijs)

    In onze reeks over Alexander de Grote waren we vorige maand vertrokken uit de grote stad Babylon en op weg gegaan naar Sousa. Zoals wel vaker in de oude geschiedenis kennen we de plannen van de generaal niet en moeten we die afleiden uit wat hij feitelijk deed. Het is plausibel dat de Macedoniërs de diverse hoofdsteden van het Perzische Rijk wilden plunderen, want dat hebben ze gedaan, maar eigenlijk weten we dat niet. Alexanders biograaf Ploutarchos vertelt:

    Toen hij door Babylonië trok verbaasde hij zich vooral over een kloof waaruit onophoudelijk vuur opsteeg als uit een bron, en over de stroom van nafta die zo groot was dat hij niet ver van die kloof een meer vormde. Dit nafta leek op asfalt, maar was zo licht ontvlambaar dat het, al voordat de vlam het bereikte, ontbrandde door de vuurgloed, en dikwijls ook de lucht ertussen deed ontvlammen.noot Ploutarchos, Alexander 35.1-2; vert. Hetty van Rooijen.

    Langs de olievelden van Zuid-Irak marcheerden de Macedoniërs naar Sousa, ooit de hoofdstad van het koninkrijk Elam, maar al twee eeuwen een residentie van de Perzische koning. De stad was zó belangrijk dat de Grieken niet beter wisten of het “paleis van Memnon” was de hoofdstad van het Perzische imperium, tot Alexander het bestaan van Persepolis ontdekte.

    De Dez in Elam

    In Klein-Azië, Syrië en Egypte had Alexander zich gepresenteerd als degene die de plaatselijke bevolking bevrijdde van Perzische dwingelandij, en ook in Babylon had hij zich met succes aangediend als iemand die zich meer aan de plaatselijke cultuur gelegen liet liggen dan de Achaimenidische koning, maar nu hij het centrum van het imperium naderde ging dat niet langer. Alexander zou verdeeldheid moeten zaaien binnen de vijandelijke gelederen.

    Daarom stelde hij Aziatische officieren aan op verantwoordelijke posten. Mazaios werd herbenoemd tot satraap van Babylonië (met enkele Macedoniërs als legercommandanten), en Mithrenes, die ruim drie jaar eerder Sardes aan de Macedoniërs had overgegeven, kreeg een eervolle positie aan het hoofd van een leger dat Armenië moest bezetten. Het signaal aan de garnizoenscommandant van Sousa was duidelijk: hij kon zich overgeven zonder bang te zijn voor zijn eigen hachje.

    Deze tactiek had succes. In de laatste dagen van november 331 gaf de hoofdstad van Elam zich over aan Alexander:

    Onderweg kwam de zoon van de satraap van Sousa hem tegemoet, evenals een koerier van Filoxenos. Alexander had hem direct na de veldslag naar Sousa gestuurd. Filoxenos liet weten dat de bewoners van Sousa hun stad hadden overgegeven en dat de hele schatkist veilig werd bewaard voor Alexander. Toen Alexander in de stad kwam, nam hij het geld in bezit, evenals de overige eigendommen van de koning.noot Arrianus, Anabasis 3.16.6-7; vert. Simone Mooij.

    Steeds wanneer Alexander een belangrijke Perzische stad innam, vermelden onze bronnen de ongelooflijk grote hoeveelheden goud en zilver. De meeste bronnen zijn het erover eens dat bij deze gelegenheid niet minder dan 40.000 talenten in Macedonische handen vielen, maar zeggen niet of dat een Grieks talent van zesentwintig kilo was of een Babylonisch talent, dat vier kilo zwaarder was. Er werd dus 1040 of 1200 ton edelmetaal buitgemaakt. Dat lijkt overdreven, maar de hoeveelheid zilver en goud die de opvolgers van Alexander in het laatste kwart van de vierde eeuw in de vorm van munten in omloop brachten, bewijst dat Alexander inderdaad de beschikking had gekregen over ontzaglijke hoeveelheden edelmetaal.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #aardolie #AlexanderDeGrote #Mazaios #Mithrenes #Ploutarchos #Sousa
  9. Zes vragen aan Bert van der Spek

    De “Arched Room” in het British Museum, waar Van der Spek kleitabletten kan bestuderen.

    De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de vierde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologische vondsten en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan oudhistoricus Bert van der Spek, aan wiens handboek ik eerder een reeks blogjes wijdde, maar die meer heeft gedaan dan alleen een handboek maken.

    **

    Wat bestudeert u?
    De geschiedenis van Babylonië na de verovering door Alexander de Grote in 331 v.Chr., die de zgn. Hellenistische periode inleidde. Veruit de meeste bronnen over deze periode zijn in het Grieks gesteld (geschiedschrijvers die soms eeuwen later leefden, Griekse inscripties). Daardoor hebben veel oudhistorici (die veelal opgeleid zijn als classici) door een Griekse bril naar het Hellenistische Nabije Oosten gekeken.  Ik probeer de in het Babylonisch geschreven bronnen bij het onderzoek te betrekken.

    Wat doet u nou concreet?
    Ik heb een groot deel van mijn leven eraan besteed die Babylonische bronnen voor de niet-assyrioloog beschikbaar te maken. Het belangrijkste opus is Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period (samen met Irving Finkel, Reinhard Pirngruber en Kathryn Stevens; 2025). Inhoudelijk heb ik mij bezig gehouden met vragen over de multiculturele samenleving. Een ander thema is de geschiedenis van de marktwerking en van het geld vanaf Oudheid tot heden. Dat betekent uren en uren turen op kleitabletten in het British Museum (en gelukkig nu ook op digitale foto’s daarvan), maar ook in Excel een databestand aanleggen van prijsgegevens uit Babylon (zie hieronder). Monnikenwerk.

    BCPH 14: een mooi voorbeeld van “labelen” in de zin van Barth: “De Grieken, zoals ze genoemd worden, de p[olitai], die in het verleden op bevel van koning Antiochus (IV?) [gevestigd waren] in Baby[lon] en die zich zalven met olie net als de pol[itai] die in de koninklijke stad Seleucia aan de Tigris en het Koningskanaal wonen, v[ochten] met de prefect (šaknu) en de mensen van het land die in Babylon waren.”Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
    Voldoende data zijn er nooit. De data die we hebben, zijn geschreven op kleitabletten in de Babylonische taal. Dat was geen spreektaal meer, maar echt iets voor geleerden en tempelbestuurders. Dagelijkse spreektalen waren Aramees en een beetje Grieks, de taal van de heersende dynastie, de Seleuciden. Het bronnenmateriaal is dus verre van representatief.

    Maar Hellenistisch Babylon biedt wel iets heel bijzonders: de Astronomische Dagboeken. Dat zijn de dagboeken die Babylonische astronomen dagelijks bijhielden. Die dagboeken bieden niet alleen de loop van de planeten, maar ook korte mededelingen over wat er in een betreffende maand of dag gebeurde in Babylon en in de wereld. De astronomen lijken een soort journalisten, maar het ging hun waarschijnlijk om data te creëren om hun holistisch wereldbeeld te onderzoeken: alles hangt met alles samen.  Zij hielden namelijk ook minutieus bij hoe de prijzen waren van de voornaamste landbouwproducten (o.a. gerst, dadels en wol) en de hoogte van de Eufraat.

    We hebben die data in een dermate groot aantal, dat statistisch en econometrisch onderzoek gedaan kon worden in historisch perspectief. Vandaar mijn belangstelling voor economische geschiedenis (zie boven). Ik heb twee mooie bundels uitgebracht over marktwerking en geld samen met assyriologen, (oud)historici, numismaten, economisch historici, economen en econometristen. Economisch-historici en economen kijken zelden verder terug dan 1000 na Chr. Juist zij waren op voor deze projecten georganiseerde congressen uiterst enthousiast over het materiaal dat ze nog nooit gezien hadden. De Babylonische astronomen meldden ook minutieus wat voor weer het was (wolken, wind, regen, de hoogte van de Eufraat); met deze gegevens zijn klimaatstudies ondernomen (door een team in Dublin o.l.v. Francis Ludlow).

    Hoe vergroot dit welk inzicht?
    Jona Lendering heeft al als student oudheidkunde voortdurend gehamerd op het belang van theorie, zodat er ook een nieuw vak kwam, waar hij zelf de basis voor legde: “theorie van de oudheidkunde”. Ik heb daarvan geleerd. Wat betreft de economische geschiedenis heb ik me vooral beziggehouden met de theorie van Karl-Gunnar Persson die stelde dat prijsvolatiliteit een goede graadmeter is voor het functioneren van de markt. Sterke schommelingen duiden op het niet goed functioneren van de markt.

    Deze tabel geeft aan hoeveel gram zilver je moest betalen voor een ton (1000 kg) gerst en dadels. De Babyloniërs noteerden dat op een voor ons ongebruikelijke manier: ze noteerden de koopkracht van zilver i.p.v. de prijs van een goed. Ze gaven aan hoeveel liter gerst je kon kopen voor 1 shekel (8,33 gr) zilver, vanaf Alexander ging dat snel in de vorm van munten (drachmen: een shekel staat nu voor twee drachmen). Je ziet een duidelijke piek in de prijzen na de inval van Alexander, een geleidelijk wat rustigere prijsontwikkeling in de Seleucidische periode en opnieuw sterke prijsstijgingen onder de Parthen. -400 is de astronomische manier van aangeven van het jaar 401 v. Chr.

    In Babylonië was dat het geval voor graan en gerst, maar niet voor wol. Dat komt omdat de geografische gesteldheid van Babylonië in- en export van voedsel lastig maakt, maar niet die van wol en ander textiel: Babylonisch textiel was tot in Rome gewild.

    We hebben ook gekeken naar de invloed van politieke gebeurtenissen, zoals de verovering van Babylon door Alexander in 331 v. Chr. en van de Parthen in 141 v. Chr., en het klimaat (de hoogte van de Eufraat). In de bundel over geld hebben we gekeken naar het effect van de creatie van veel nieuw geld (in de vorm van zilver – Alexander bracht de Perzische goud- en zilverschat ter waarde van 5000 ton zilver in omloop voor de betaling van soldij) op de economie.

    Deze studie heeft mijn visie veranderd op inflatie. Geldcreatie (en schulden maken) kan leiden tot inflatie (zoals gebeurde na Alexander de Grote), maar kan ook een enorme boost geven aan de economie, mits gebruikt voor investeringen (bouw schepen, huizen, steden, wegen, irrigatiekanalen, landontginning; het klassieke Athene is een goed voorbeeld). Geldschepping leidt dus niet altijd tot inflatie zoals Milton Friedman dacht. Nederlandse politici die het alsmaar hebben over zuinig beleid om het huishoudboekje op orde te houden, hebben het grondig mis. Ook heb ik veel gehad aan de theorieën van de econoom Douglass North, die het belang aantoonde van instituties in de brede zin van het woord (staatsinstellingen, rechtsstelsels, culturele gewoonten).

    Bij de studie naar etniciteit in Babylon heb ik veel geleerd van de cultureel-antropoloog Fredrik Barth die etniciteit reduceerde tot het “labelen” van mensen (het aanwijzen van typerende kenmerken), zowel door de etnische groepen zelf als door de buitenwereld. Ik kwam op dat spoor door de studie van mijn VU-collega Koen Goudriaan over etniciteit in Ptolemeïsch Egypte (1988). Ik ben het overigens niet in alles met Barth eens.

    In concreto heb ik laten zien hoe onder Antiochus IV in Babylon een Griekse kolonie werd gevestigd met eigen staatsinstellingen (een raad, een volksvergadering, gymnasium, geregistreerde burgers [politai] in  Babylonisch syllabisch spijkerschrift pu-li-te-e). Mogelijk waren autochtone  Babyloniërs daar ook lid van. Een voorbeeld van multiple identity. Een Griekse tempel is niet gevonden en wordt ook nooit genoemd. Waarschijnlijk beschouwden de Grieken de god Bēl als Zeus en offerden zij in of bij de tempel van Bēl, Esangila. Veel geleerden zeggen dat Babylon nu een polis werd. Een beetje raar alsof Grieken Babylon (en andere steden zonder Griekse invloed) niet altijd al aanduidden als polis, “stad”.

    Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
    Amélie Kuhrt heeft enorm veel gedaan om het niet-Griekse aspect van de geschiedenis van Hellenistisch West-Azië te belichten. Ik noem haar boek From Samarkhand to Sardis. A new Approach to the Seleucid Empire (1993), maar het is niet langer leverbaar. Recenter is Kathryn Stevens’ boek Between Greece and Babylonia: Hellenistic Intellectual History in Cross-Cultural Perspective (2019). Verder heeft mijn promotus Reinhard Pirngruber een prachtige dissertatie geschreven over The Economy of Late Achaemenid and Seleucid Babylonia (2017).

    Is er iets dat u zelf nog kwijt wil?
    Het is jammer dat de studie van de oude geschiedenis nog steeds gedomineerd wordt door classici die weinig benul hebben van niet-Griekse bronnen en van de wereld buiten Griekenland. Er zijn nog steeds docenten Grieks, die Homerus doceren zonder ooit het Epos van Gilgameš gelezen te hebben.

    Ik geef als ander voorbeeld twee boeken over de Griekse economie van Josiah Ober (slecht boek) en van Alain Bresson (goed boek). Beiden trekken vergelijkingen met de economie van het oude Nabije oosten die gebaseerd zijn op volkomen verouderde ideeën over door de koning geleide redistributie-economieën, alsof daar geen markt zou zijn. Zij concluderen dan dat het succes van Athene te danken was aan de democratische instellingen en de vrije markt. De werkelijkheid is dat zowel Babylon als Athene profiteerden van hun imperia (tribuut, verzekerde inkomsten) en input van zilver (in Athene de zilveraders in Laureion). Het leuke hiervan is dat er ook voor mij als oudhistoricus met kennis van de assyriologie nog veel te doen valt en dat ik daar na mijn emeritaat nu eindelijk eens wat meer tijd voor heb.

    **

    Bert van der Spek was hoogleraar oude geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

    #AlainBresson #AlexanderDeGrote #AmélieKuhrt #AstronomischeDagboeken #Babylon #BertVanDerSpek #BritishMuseum #DouglassNorth #FrancisLudlow #FredrikBarth #inflatie #IrvingFinkel #JosiahOber #KarlGunnarPersson #KathrynStevens #kleitablet #KoenGoudriaan #MiltonFriedman #Seleukiden #zesVragen
  10. De Oudheid samengevat (door artificiële intelligentie)

    Een van de lezers van deze blog, Bart Strörmann, stuurde me eind vorige maand een door artificiële intelligentie gegenereerd lijstje van tien belangrijke gebeurtenissen uit de Oudheid en vroeg mijn commentaar daarop. “Wat een leuke vraag!”, dacht ik, “daar zit een tof blogje in”. En vervolgens raakte ik dat lijstje kwijt. Sorry Bart. Ik heb Claude gevraagd een nieuw en iets langer lijstje te genereren.

    Goedemorgen! Zou u een lijst kunnen geven van de vijftien belangrijkste gebeurtenissen uit de Oudheid?

    Hier is het antwoord.

    1. Uitvinding van het schrift (rond 3200 v.Chr., Sumerië) Het spijkerschrift in Uruk markeert het begin van de geschreven geschiedenis.
    2. Eenwording van Egypte (rond 3100 v.Chr.) Boven- en Beneden-Egypte worden één rijk onder de farao’s.
    3. Bloei van de Indusbeschaving (rond 2600-1900 v.Chr.) Steden als Harappa en Mohenjodaro kennen geavanceerde stadsplanning en een tot nu toe onontcijferd schrift, een van de grootste vroege beschavingen naast Sumerië en Egypte.

    Dit lijkt me een perfect begin. Het feit dat het schrift wordt genoemd, betekent dat de AI begrijpt (of reproduceert) dat dit echt een game changer was. Het staat natuurlijk op alle websites. Schrift was een zogeheten “container”: iemand doet er informatie in die er op een andere plek of op een ander tijdstip uit kan worden gehaald.

    1. Wetten van Hammurabi (rond 1750 v.Chr.) Een van de oudste uitgebreide wetscodes uit Babylon, fundamenteel voor bestuur en recht.

    De tekst is belangrijk, maar niet omdat ze fundamenteel was voor bestuur en recht. Geen mens kon de lange spijkerschrifttekst lezen. Het vertelt wel iets over het verlangen van de vorst om zichzelf te presenteren als rechtvaardig.

    1. Shang-dynastie en het ontstaan van het Chinese schrift (rond 1600-1046 v.Chr.) De orakelbotinscripties vormen de vroegste vorm van Chinees schrift en markeren het begin van de historische Chinese beschaving.
    2. Ineenstorting van de Bronstijd (rond 1200 v.Chr.) Gelijktijdige val van het Rijk van de Hittieten, Mykene en andere machten in het oostelijk Middellandse Zeegebied, gevolgd door een donkere periode.

    Leuk geprobeerd, en gebaseerd op gangbare websites, maar zo duister is die periode niet meer. En het idee van een “val” is ook wat uit de mode aan het raken. Bonuspunt voor het vermijden van het woord Zeevolken.

    1. De Axiale tijd (rond 8e-3e eeuw v.Chr., met een piek rond 500 v.Chr.) Confucius en Lao Zi in China, Boeddha in India, Zarathuštra in Perzië, de Hebreeuwse profeten en de Griekse filosofen (Sokrates, Plato) ontwikkelen vrijwel tegelijkertijd fundamenteel nieuwe ideeën over ethiek en het bestaan, verspreid over heel Eurazië.

    Dit is flauwekul. Het idee van een Achsenzeit waarin alles tegelijk zou zijn gebeurd, is chronologisch niet houdbaar. Zarathuštra leefde een paar eeuwen eerder en niet in Perzië. Als je een periode van 800 tot 200 aanwijst, tja: dat is wel heel vaag.

    1. Opkomst van Achaimenidisch Perzië (vanaf 550 v.Chr.) Cyrus de Grote bouwt het grootste rijk dat de wereld tot dan toe had gezien, van Egypte tot de Indusvallei.

    De Assyriërs legden de grondslagen van dat rijk, maar vooruit: ik reken het goed, al waren het Cyrus’ opvolgers die het rijk uitbreidden tot de genoemde omvang.

    1. Grieks-Perzische Oorlogen en Atheense democratie (5e eeuw v.Chr.) De Griekse stadstaten weerstaan de Perzische expansie, terwijl Athene experimenteert met de eerste vorm van democratie.

    Oei. Wat de AI hier feitelijk reproduceert, al staat het er niet expliciet, is het negentiende-eeuwse verhaal dat er een oosterse cultuur was en een westerse, en dat die laatste dankzij de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen overleefde. Zo bleven democratie, vrijheid en humanisme bestaan, die anders zouden zijn gestikt in oosters despotisme en obscurantisme. Weber veegde al ruim een eeuw geleden de vloer in met dit soort kletspraat. Meer hier.

    1. Veroveringen van Alexander de Grote (336-323 v.Chr.) Alexander verslaat het Perzische Rijk en trekt tot in India, waardoor Griekse en Aziatische culturen zich vermengen (hellenisme).

    Woordkeuze: de diverse culturen vermengden niet maar bestonden naast elkaar. Dat is wezenlijk anders.

    1. Maurya-rijk en keizer Ashoka (rond 268-232 v.Chr.) Ashoka verenigt vrijwel het hele Indiase subcontinent en bekeert zich tot het boeddhisme, wat bijdraagt aan de verspreiding ervan door Azië.
    2. Eenwording van China en opening van de Zijderoute (221 v.Chr. – 130 v.Chr.) Qin Shi Huangdi verenigt China en bouwt aan de Grote Muur; onder de Han-dynastie opent Zhang Qian de Zijderoute, die Rome, Perzië, India en China met elkaar verbindt.

    Dit lijkt me in orde.

    1. Van Romeinse Republiek naar Keizerrijk (27 v.Chr.) Na de Punische Oorlogen en burgeroorlogen wordt Augustus de eerste keizer, wat de Pax Romana inluidt.

    Ik zou hebben gezegd: vanuit Italië wordt het Middellandse-Zeegebied verenigd. Maar het belang is correct geïdentificeerd. Ik zou de gelijktijdigheid van de bloei van dat Mediterrane Rijk en Han-China hebben genoteerd.

    1. Val van West-Rome en bloei van het Guptarijk (5e-6e eeuw na Chr.) Terwijl West-Rome in 476 uiteenvalt, beleeft India onder de Gupta’s een “gouden eeuw” van wetenschap, wiskunde (het cijfer nul) en kunst – een teken dat het einde van de Oudheid zich niet overal gelijktijdig voltrekt.

    Beter: het keizerlijk hof in Constantinopel verliest tijdelijk het gezag over Italië en de Maghreb, en voorgoed over de westelijke periferie.  De parallel met Gupta-India zou ik zelf niet hebben bedacht, dus hier pikte ik iets leuks op.

    1. Opkomst van de islam (eerste helft 7e eeuw na Chr.) Mohammeds prediking vanaf 610 en de snelle Arabische veroveringen vormen het slot van de Oudheid en de opmaat naar de Middeleeuwen in het hele continent.

    Hier zou ik zelf ook eindigen. Kortom, ik vind het al met al een aardig lijstje, dat precies biedt wat je verwacht: namelijk de grootste gemene deler van wat de artificiële intelligentie online heeft kunnen vinden. Het is knap dat Claude uit die ongedifferentieerde nevenschikking van zinvolle en onzinnige informatie een hoofdlijn weet te distilleren, en het is jammer dat het een verouderd verhaal oplevert.

    Ik weet niet of ik vooruitzie naar de toepassing van artificiële intelligentie. Het lijkt me wél een handig middel om al die nooit geciteerde archeologische rapporten eens samen te vatten en patronen te ontdekken. Een oefening als deze levert echter een verhaal op dat op één punt meer dan een eeuw verouderd is. Dat is bedenkelijk en ik vrees dat de toekomst ons een nieuwe waarheidstheorie zal brengen, waarin waarheid niet langer betekent dat een bewering correspondeert met de feiten of consistent is met eerdere waarheden, maar waarin als waar geldt wat de AI zegt. We leven in interessante tijden, zullen we maar zeggen.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Achaimeniden #Achsenzeit #AlexanderDeGrote #artificiëleIntelligentie #Ashoka #AtheenseDemocratie #Augustus #Boeddha #Confucius #Constantinopel #container #CyrusDeGrote #HanDynastie #Harappa #Hittieten #LaoZi #Maurya #MaxWeber #Mohammed #Mohenjodaro #PerzischeOorlogen #Plato #QinShiHuangdi #ShangDynastie #Sokrates #Uruk #waarheid #WettenVanHammurabi #Zarathuštra #Zeevolken #ZhangQian #Zijderoute
  11. De Cyrenaica (2)

    Apollonia (Cyrenaica)

    [Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

    Een tijd zonder geschiedenis

    De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

    De namen van atletiekwinnaars in het gymnasium van Taucheira

    U leest tussen de regels door dat we onvoldoende weten over de periode tussen 513 en 404. We kunnen tempels dateren en er zijn inscripties over het bestuur van de steden, maar een echt geschiedverhaal is niet te vertellen. Wel moet een los samenwerkingsverband zijn ontstaan van Kyrene, Barka, Apollonia, <ahref=”https://www.livius.org/articles/place/taucheira-arsinoe-tocra&#8221;>Taucheira en Benghazi: de Pentapolis, het “vijfstedengebied”. (Ptolemais en Tobruk zijn later gesticht.)

    Hellenisme

    In 331 gaven deze steden zich over aan Alexander de Grote, en na diens dood werd de Pentapolis onderdeel van het gebied waarover Ptolemaios I Soter regeerde. Waar Alexander, voor zover bekend, nooit een Macedonisch garnizoen naar de Cyrenaica stuurde, zond Ptolemaios wel troepen. Generaal Ofellas vormde in 322 de Pentapolis om tot een echte provincie van wat later het Ptolemaïsche Rijk zou heten. Omdat het gebied echter door de Libische Woestijn was gescheiden van de Nijlvallei, hadden de bestuurders in de hellenistische tijd aanzienlijke vrijheid, en zo nu en dan was de Pentapolis de facto onafhankelijk.

    Ptolemaïsch graf te Ptolemais

    Een zo’n periode begon in 163, toen Fyskon (“dikbuik”), een zoon van koning Ptolemaios V Epifanes, aankwam als bestuurder. Hij stuitte op veel tegenstand, die hij wist te overwinnen met steun van Rome. Op deze manier werd de Cyrenaica een Romeins protectoraat, en inderdaad liet Fyskon het gebied in zijn testament aan Rome na. Hoewel hij om verschillende redenen toch werd opgevolgd door zijn zoon Ptolemaios Apion, aanvaardden de Romeinen uiteindelijk de Pentapolis – die inmiddels met Ptolemais was uitgebreid tot  een zesstedenbond – als erfenis. In 74 vormden ze het om tot een echte provincie, samen met het dichtbij gelegen Kreta.

    De Romeinse tijd

    Zoals zoveel regio’s genoot de Cyrenaica van een langdurige vrede. Keizer Augustus schonk de voornaamste stad, Kyrene, een nieuwe tempel voor de god Zeus (met daarin een replica van het beroemde standbeeld van Zeus uit Olympia). De stad bouwde in dankbaarheid een heiligdom voor de keizerlijke familie. Het is allemaal nogal een standaardverhaal. Ook de andere steden profiteerden in de komende decennia van het keizerlijke mecenaat. Interessant is vooral de tempel van Asklepios te Balagrai.

    De grote cisterne van Ptolemais

    De rust werd, voor zover bekend, alleen kortstondig verstoord in 115 na Chr., toen een Joodse leider genaamd Lukuas beweerde de messias te zijn en een opstand ontketende. Er vond grootschalige vernieling plaats, maar uiteindelijk heroverden de Romeinen hun provincie. Keizer Hadrianus liet de Joden de kosten voor de wederopbouw te betalen.

    Late Oudheid

    In de vroege vijfde eeuw was het gedaan met de welvaart in deze Romeinse provincie. Zoals zo vaak focussen de auteurs van onze bronnen op invallen van “barbaren”, waarmee dit keer de Laguatan-nomaden zijn bedoeld. Met name het oeuvre van Synesios van Kyrene, geschreven tussen 400 en 414, bevat allerlei trieste verhalen. In 410 viel Kyrene; Synesios, die daar woonde, eindigde zijn leven in Ptolemais.

    Ananeosis (Museum Qasr Libya)

    De Romeinen heroverden de regio later weer en er werden zelfs nieuwe steden en forten gesticht. Deze tijd staat bekend als de Ananeosis en tot de nieuwe steden behoren bijvoorbeeld Theodorias (Qasr Libya; met mooie mozaïeken) en de versterkte havens van Boreion en Naustathmos. Pas halverwege de zevende eeuw ging de Cyrenaica verloren aan het Byzantijnse Rijk: in 642 gaf Barka zich over aan de Arabische generaal Amr ibn al-As; maar zelfs daarna bleef Taucheira Byzantijns. Niettemin: de arabisering had begonnen.

    Ik kan niet nalaten te eindigen met de totaal niet ter zake doende opmerking over Awjila, de eerste oase aan de route van de Cyrenaica door de Sahara naar het diepe zuiden. Hier ligt een van de Arabische veroveraar begraven: Abdallah ibn Saʿd. Hij commandeerde in 654/655 de eerste Arabische vloot tijdens de Slag van de Masten. Het trof me als bizar dat je, 250 kilometer van de zee, staat bij het graf van een admiraal.

    #AbdallahIbnSaʿd #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #AmrIbnAlAs #Ananeosis #ApolloniaCyrenaica #Awjila #Balagrai #Barka #Benghazi #Boreion #Cyrenaïca #HerodotosVanHalikarnassos #Kyrene #Laguatan #Lukuas #Ofellas #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosApion #PtolemaiosISoter #PtolemaiosVEpifanes #PtolemaisCyrenaica #QasrLibya #SynesiosVanKyrene #Taucheira #Theodorias #Tobruk #Xerxes
  12. Alexander de Grote in Babylon (4)

    Zegel van een Babylonische priester (Louvre, Parijs)

    [Laatste van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    De aankomst van de Macedoniërs in Babylon was dus een wetenschappelijke doorbraak zonder weerga, die de Griekse kennis van hemel en aarde aanzienlijk verrijkte. In schril contrast met deze glorieuze gebeurtenis staat het lot van de Babylonische vrouwen. Levend in de stad van Semiramis, over wie de Griekse mannen de geilste gedachtes hadden, ervoeren ze lijfelijk wat zoveel vrouwen in oorlogstijd hebben moeten ondergaan. Het meest schrijnende is het verwijt dat ze de verkrachting aan zichzelf hadden te wijten. Curtius Rufus geeft ze een trap na:

    Geen van Alexanders steden is verdorvener in zeden, geen beter toegerust om bovenmatige gevoelens op te roepen en ervoor te bezwijken. Zolang er maar voor schanddaden wordt betaald staan ouders en echtgenoten toe dat hun kinderen en echtgenotes ontuchtige seks hebben met vreemdelingen. Vrouwen wonen daar ook drinkgelagen bij en hoewel ze aanvankelijk netjes gekleed gaan, ontdoen ze zich al gauw van hun bovenkleding. Ik geneer me tegenover mijn lezers te zeggen dat de Babylonische vrouwen zich vervolgens steeds verder onteren en zich uiteindelijk ontdoen van hun meest intieme kledingstukken. Dit walgelijke gedrag is niet alleen typerend voor courtisanes, maar ook voor getrouwde vrouwen en jonge meisjes, voor wie dit alles valt onder de noemer gezelligheid.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.36-38; vert. Daan Stoffelsen..

    De Babyloniërs zullen opgelucht hebben ademgehaald toen het Macedonische leger na een maand weer vertrok. Curtius Rufus meent dat de discipline in Babylon meer ondermijnd raakte dan waar ook, en oppert dat het leger ernstig verzwakt zou zijn geraakt als de langverwachte versterkingen niet waren aangekomen.

    Dat is kort door de bocht, maar geheel onjuist is het niet. Toen Alexander Azië binnenviel was de verhouding tussen soldaten en non-combattanten in zijn leger ongeveer 3:1, maar na de zege bij Issos en de val van Tyrus kwam daarin verandering. Vanaf dat moment waren de strategische doelen in zoverre bereikt dat het Egeïsche Zee-gebied veilig was en de Macedonische soldaten zouden hebben kunnen terugkeren naar hun gezinnen. Dat gebeurde niet en veel soldaten zochten een vriendin, die voortaan met het leger zou meetrekken.

    Toen ze ook Babylon achter zich lieten en de terugkeer naar Europa verder weg leek dan ooit, werd het nóg aantrekkelijker een vriendin mee te nemen. Het leger zou steeds meer veranderen in een reizende en plunderende samenleving, die los stond van het moederland en los stond van het gebied waar ze doorheen trok. Het punt dat ik probeer te maken is niet dat de manschappen door de aanwezigheid van vrouwen decadenter werden. Ze waren als soldaten nog altijd dodelijk efficiënt. Het punt is meer dat het leger groter, logger en trager werd en voor de officieren lastiger was om aan te sturen. In die zin was de discipline, zoals Curtius Rufus constateerde, inderdaad ondermijnd geraakt.

    In die hopeloze Alexanderfilm van Oliver Stone werd het beeld van Babylon als een groot bordeel vol gewillige vrouwen gewoon overgenomen. Wat zijn wetenschappelijk adviseur Robin Lane Fox kan hebben bezield, is me een raadsel.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Babylon #OliverStone #prostitutie #QuintusCurtiusRufus #RobinLaneFox #Semiramis
  13. Alexander de Grote in Babylon (3)

    De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

    [Derde van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    Hoewel de gezaghebber in Babylon, Mazaios, naar de Macedoniërs was overgelopen, waren Alexanders mannen op hun hoede en ze rukten in slagorde op naar de beroemde stad. Het moet hen hebben teleurgesteld dat de muren minder imposant waren dan Herodotos van Halikarnassos had beweerd, maar van de andere kant: ze waren nog nooit eerder in een stad geweest met ruwweg 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Athene was half zo groot.

    De wagen waarop een koning zich verplaatste

    Intocht

    Door de monumentale Ištarpoort, die tegenwoordig staat opgesteld in het tot 2037 gesloten Pergamonmuseum in Berlijn, trok het leger de stad binnen, waarna de soldaten over de Processieweg naar het centrum marcheerden. Curtius Rufus vertelt:

    Een groot aantal Babyloniërs was op de muren geklommen om een glimp op te vangen van hun nieuwe koning, maar nog meer waren uitgelopen om hem te onthalen. Onder hen was Bagofanes, de commandant van de citadel en de koninklijke schatkist. Om niet bij Mazaios achter te blijven had hij de hele route met bloemen en kransen bestrooid en aan weerszijden zilveren altaren geplaatst waarop behalve wierook ook andere geurstoffen brandden. Na hem volgden zijn geschenken: kuddes kleinvee en paarden. Leeuwen en panters werden in kooien meegedragen. Daarop volgden magiërs die op de hun eigen wijze een lied zongen; vervolgens chaldeeën; en dan de Babyloniërs, die niet alleen met waarzeggers waren vertegenwoordigd, maar ook met muzikanten … Tot slot kwamen de Babylonische ruiters, wier uitrusting evenals die van hun paarden eerder weelderig was dan stijlvol. Omringd door bewapende troepen beval de koning de menigte stedelingen achter de laatste infanteristen aan te lopen. Zelf reed hij met een wagen de stad en vervolgens het paleis binnen.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.19-23; vert. Daan Stoffelsen.

    Alexander verbleef in het paleis van koning Nebukadnezar, die omstreeks 610 v.Chr. de Assyriërs had onderworpen en daarna het Babylonische Rijk in alle richtingen had uitgebreid. Na zijn dood in 562 had zijn koninkrijk minder dan een kwart eeuw voortbestaan, want Cyrus de Grote had Babylon in 539 ingenomen. De Babyloniërs beschouwden de regering van Nebukadnezar niet zonder reden als hun gouden eeuw en hadden de gewoonte latere vorsten die de stad bezochten verhalen over hem te vertellen, waarna ze hun gast het gewaad toonden dat Nebukadnezar had gedragen. Hoewel onze bronnen het niet vermelden, zal ook Alexander respect hebben betuigd aan zijn illustere voorganger en hebben beloofd een even goede vorst te zijn.

    De Processieweg waarover Alexander Babylon binnen kwam rijden

    Esagila en Etemenanki

    Ongetwijfeld bracht de Macedonische koning op zijn eerste dag in Babylon een bezoek aan de Esagila, waar hij een offer zal hebben opgedragen aan Marduk, die als oppergod werd gelijkgesteld aan Zeus en dus in Alexanders ogen zijn vader was. Net als in Jeruzalem nam hij de aanwijzingen in acht die de lokale priesters hem gaven. Alexander zal ook hebben vernomen hoe minutieus de chaldeeën de veldslag bij Gaugamela hadden voorspeld, en het staat vast dat hij de Babylonische astronomen sindsdien met het allergrootste respect bejegende. Alexanders biograaf Ploutarchos vermeldt bijvoorbeeld dat chaldeeën Alexander adviseerden over een voorteken dat zich voordeed vlak voor de Macedoniërs naar India gingen.

    Misschien heeft Alexander de Etemenanki beklommen, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, de negentig meter hoge tempeltoren die geacht werd tot in de hemel te reiken en beroemd is geworden als “toren van Babel”. Herodotos had geschreven dat een priester hem had geprobeerd wijs te maken dat de trappen elke avond werden bestegen door een Babylonische schone die op de top de nacht zou doorbrengen met de god; de Macedoniërs ontdekten nu de waarheid, namelijk dat op de top van de piramide Marduk werd vereerd en dat de chaldeeën daar hun waarnemingen deden.

    Volgens Arrianus zag Alexander dat het bouwwerk in slechte staat verkeerde en gaf hij opdracht het te herbouwen, “volgens sommigen op de oude fundering, volgens anderen groter dan het was geweest. Daarom liet hij de Babyloniërs het puin wegruimen”.

    De Etemenanki (Toren van Babel)

    Astronomie

    De chaldeeën vonden een geestverwant in Kallisthenes, die behalve Alexanders biograaf ook wetenschapsbeoefenaar was en zeer geïnteresseerd moet zijn geweest in een wetenschappelijke discipline die de uitkomst van veldslagen accuraat kon voorspellen. We weten van de contacten tussen Europese en Aziatische geleerden dankzij een terloopse opmerking van de Byzantijnse filosoof Simplikios, die zegt dat Kallisthenes de eeuwenoude Babylonische waarnemingen naar Aristoteles stuurde en toevoegt dat de Europeanen pas toen iets begonnen te begrijpen van astronomie. Normaal gesproken zouden we een zo late tekst met gepast wantrouwen tegemoet treden, maar de Arabische auteur Ibn Khaldun, die zich op andere bronnen baseert, beweert precies hetzelfde, en bovendien is het door Simplikios gebruikte woord voor “waarnemingen”, teresis, een te accurate vertaling van het Babylonische maşşartu om toeval te zijn: beide woorden hebben namelijk dezelfde bijbetekenis, “bewaken”.noot Simplikios, Commentaar op Aristoteles’ “De hemel” 2.12; Ibn Khaldun, Muqaddimah 6.18..

    Aristoteles ontving eersteklas wetenschappelijk materiaal en het is de moeite waard daar iets gedetailleerder naar te kijken. De chaldeeën hadden ontdekt dat negentien zonnejaren overeenkwamen met 235 maancycli en hadden een perfecte kalender ontworpen, gebaseerd op een negentienjarige cyclus van twaalf jaren met twaalf manen en zeven met een extra schrikkelmaan. 110 maanden telden 29 dagen, 125 maanden hadden er 30. In dit systeem is de gemiddelde lengte van een kalenderjaar identiek aan het zonnejaar, zodat oogstfeesten ook plaatsvonden tijdens de oogst. In een tijd waarin schrikkelmanen meestal willekeurig werden ingevoegd, betekende deze reeks een grote stap vooruit. Maar niet iedereen was er klaar voor. De Atheense astronoom Meton, die aan het einde van de vijfde eeuw deze kalender in Griekenland wilde introduceren, kon zijn tijdgenoten niet overtuigen van de voordelen.

    Babylonische almanak (British Museum, Londen)

    Sindsdien had de Babylonische wetenschap niet stilgestaan. De astronoom Kidinnu had een zeer nauwkeurige schatting gegeven van de lengte van het jaar, waardoor Kallippos van Kyzikos, een leerling van Aristoteles, de kalender nog verder kon verbeteren. Vanaf de zomer van 330 bestond de kalender uit drie gewone cycli en één cyclus waarin een maan van 30 dagen was vervangen door een maan van 29 dagen. In dit systeem bedroeg de gemiddelde lengte van een jaar 365¼ dagen, een waarde die ons vertrouwd voorkomt.

    Geografie

    De Macedoniërs namen niet alleen astronomische kennis over van de Babyloniërs, maar ook geografische. Arrianus beschrijft het vernieuwde wereldbeeld:

    Het Taurusgebergte doorsnijdt heel Azië. Het begint bij Mykale, de berg tegenover het eiland Samos, vormt de noordgrens van Pamfylië en Cilicië, loopt vandaar door naar Armenië, strekt zich uit naar Medië tussen de Parthen en Chorasmiërs door, en sluit in Baktrië aan bij de Paropamisos. Die hebben de Macedoniërs die onder Alexander dienden “Kaukasos” genoemd […] en hij loopt door tot aan de Oceaan ten oosten van India.noot Arrianus, Anabasis 5.5.2-4; vert. Simone Mooij.

    Het idee dat ten noorden van het Tweestromenland een bergrug verrees die zich in een rechte lijn uitstrekte van west naar oost stamt uit het oude Nabije Oosten, waar de Babyloniërs meenden dat in het noorden de “grote muur van hemel en aarde” stond. Wij noemen die bergen onder andere Taurus, Elburz, Hindu Kush en Himalaya, en herkennen hoe de Afrikaanse, Arabische en Indische tektonische platen tegen de Euraziatische plaat aanbotsen. De filosoof Dikaiarchos van Messene, net als Kallisthenes en Kallippos een leerling van Aristoteles, was de eerste Europeaan die dit idee toepaste, in een na 325 verschenen geografisch werk.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Aristoteles #Arrianus #AstronomischeDagboeken #Babylon #Chaldeeën #cyclusVanKallippos #CyclusVanMeton #DikaiarchosVanMessene #Elburz #Etemenanki #HerodotosVanHalikarnassos #Himalaya #HinduKush #IbnKhaldun #Ištarpoort #Kallisthenes #Kidinnu #Mazaios #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Simplikios #Taurus #tektonischePlaat #TorenVanBabel
  14. Alexander de Grote in Babylon (2)

    Gereconstrueerde muur van Babylon

    [Tweede van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

    Alexander wist niet beter of de stad die hij op het punt stond in te nemen, Babylon, was de grootste ter wereld. Ze was omgeven door een stadsmuur van honderd meter hoog. Dat had althans de Grieks onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven en ook Aristoteles was van mening dat de muren eerder een compleet land omringden dan een enkele stad. Zulke verdedigingswerken waren zelfs voor het leger dat Tyrus had ingenomen te hoog.

    Onderhandelingen

    De Babylonische Astronomische Dagboeken bewijzen dat de koning van Macedonië het niet wilde laten aankomen op een belegering. Al in een vroeg stadium opende hij onderhandelingen. Daarbij probeerde hij zich te presenteren als een goede Babylonische vorst, een attitude die hij tot het einde van zijn leven heeft bewaard. Hier is de tekst van zo’n dagboek.

     

    Van de eerste tot de [lacune] dag van de maand tashritu kwamen Macedonische gezanten naar Babylon met de boodschap: “De Esagila zal worden herbouwd en de Babyloniërs mogen hun tienden betalen aan de schatkist van de Esagila.”

    Op 11 tashritu [18 oktober] vaardigde Alexander te Sippar de volgende boodschap uit: “Men zal uw huizen niet binnengaan.”

    Op de dertiende kwamen Grieken door de Sikilla-poort en de buitenpoort van de Esagila, en maakten daar een voetval.

    Op de veertiende offerden deze Grieken een stier [lacune] korte ribben, vet ingewandenweefsel en [lacune].

    Op de [vijftiende?] betrad Alexander, de koning van de wereld, Babylon. Paarden en tuigage [lacune]. De bewoners van stad en land van Babylon kregen een op perkament geschreven brief voorgelezen, waarin stond [afgebroken]. noot Astronomisch Dagboek -330, rev. 3-15.

    De Babyloniërs – of althans degenen die de ons bekende teksten schreven – verwachtten dat een goede koning zorg droeg voor de tempels, in het bijzonder die van de oppergod Marduk, de Esagila (“het huis dat zich verheft”).

    Maquette van de Esagila (Pergamonmuseum, Berlijn)

    Deze godheid was zo eerbiedwaardig dat de Babyloniërs zijn naam niet uitspraken, maar hem in plaats daarvan aanduidden als Bel, “heer”. Hij had de kosmos geschapen. De Babylonische schrijver Berossos vertelt:

    Bel, wiens naam ze vertalen met “Zeus”, doorkliefde de duister­nis en scheidde hemel en aarde. En hij gaf alles in de kosmos zijn plaats. Maar de dieren verdroegen de kracht van het licht niet en kwamen om. Toen Bel zag dat het land woest en ledig was, beval hij een van de goden hem het hoofd af te snijden, aarde met zijn wegstromende bloed te kneden, en mensen te vormen en dieren die de lucht konden verdragen.noot Berossos, FGrH 680 fr.1.8; vert. Simone Mooij.

    De rol van Mazaios

    Alexanders adviseur had hem datgene ingefluisterd waarmee hij zich geliefd zou maken, namelijk de belofte dat de Esagila zou worden hersteld. Deze adviseur moet goed op de hoogte zijn geweest van de Babylonische verwachtingen, en was waarschijnlijk niemand anders dan de Babylonische officier in Perzische dienst Mazaios, die na de slag bij Gaugamela naar Babylon was teruggekeerd en Alexander tegemoet was getrokken toen deze de stad naderde. De koning van Azië had de satraap en zijn zonen vriendelijk ontvangen en zou hem een maand later herbenoemen.

    Het staat ondertussen te bezien of de Esagila werkelijk zo vervallen was dat herbouw noodzakelijk was, want uit de bewaarde archieven van de tempel blijkt dat de cultus nooit onderbroken is geweest. Tot meer kleitabletten bekend zijn kunnen we de conflicterende gegevens het beste harmoniseren door aan te nemen dat Mazaios Alexander had verteld dat het tijd was voor groot onderhoud. Babylonische tempels werden immers gebouwd van kleitichels, en die zijn nogal vergankelijk.

    Babyloniërs (Apadana, Persepolis)

    Volgens de Astronomische Dagboeken kondigde Alexander ook aan dat de Babyloniërs belasting mochten blijven betalen aan de Esagila. Hij beloofde de stad dus geen schatting op te leggen. Eenzelfde regeling had de koning getroffen in Efese. Overigens wil het niet zeggen dat hij financieel niet profiteerde van de inname van Babylon, want als de nood aan de man kwam kon een vorst destijds altijd geld “lenen” in een tempel.

    De woorden “men zal uw huizen niet binnengaan” betekenen vermoedelijk dat de stad niet zou worden geplunderd en de soldaten niet bij de burgers zouden worden ingekwartierd. Dit zal voor de gewone Babyloniër het meest geruststellend zijn geweest.

    Alexanders ambassadeurs

    Op 20 oktober kwamen Alexanders ambassadeurs aan in Babylon om de Esagila te bezoeken, waar ze, zoals voorgeschreven, een voetval maakten voor het beeld van Marduk en de volgende dag een offer brachten. De schrijver van de Astronomische Dagboeken vermeldt als bijzonderheid dat de afgevaardigden Grieken waren. Dus geen Macedoniërs.

    Knieval (British Museum, Londen)

    Misschien waren het mensen die al eens in Babylon waren geweest, bijvoorbeeld omdat ze ooit als huurling dienst hadden gedaan in een Perzisch leger of omdat ze afkomstig waren uit een stad die tot enkele jaren daarvoor deel had uitgemaakt van het Perzische wereldrijk. Of misschien vond Alexander het tactloos Macedoniërs te zenden, die drie weken eerder nog hadden gevochten tegen de Babylonische cavalerie. Na de offers keerden de gezanten terug naar het Macedonische kamp, dat nooit heel ver van Babylon kan zijn geweest. Alexander moet op 22 oktober Babylon zijn binnengetrokken.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Aristoteles #AstronomischeDagboeken #Babylon #Berossos #Esagila #HerodotosVanHalikarnassos #Marduk #Mazaios
  15. Alexander de Grote in Babylon (1)

    Het paleis van Nebukadnezar in Babylon

    Elke soldaat in het leger van Alexander de Grote had gehoord van de hoofdstad van het aloude koninkrijk Babylonië, een stad die weliswaar ruim twee eeuwen eerder door de Perzische koning Cyrus de Grote was veroverd, maar nog altijd een van de belangrijkste culturele centra op aarde was: Babylon!

    Rijkdom

    “In geen land ter wereld gedijt Demeters geschenk zo welig”, had de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven, om te specificeren dat er wel twee- tot driehonderd keer zoveel graan werd geoogst als gezaaid. Dat was  grof overdreven, maar de reële vijftienvoudige opbrengst maakte de regio wel degelijk tot het welvarendste agrarische gebied van de oude wereld. De Babyloniër Berossos schreef trots:

    Het land brengt wilde tarwe voort, gerst, erwten en sesamzaad. Ook de wortels die in de moerassen groeien, “gongen” genaamd, worden gegeten. Ze zijn even voedzaam als gerst. Er groeien dadelpalmen, appelbomen en nog andere vrucht­bomen, ook zijn er vissen en land- en water­vogels.noot Berossos, FGrH 680 fr.1.2; vert. Simone Mooij.

    Het land was fabelachtig rijk en betaalde de Perzische koning niet alleen de gebruikelijke jaarlijkse belasting, maar stond bovendien in voor een derde van de grootste begrotingspost van elke voorindustriële staat, het leger. Althans, dat wist Alexander uit de Historiën van Herodotos.

    Semiramis

    Andere Griekse auteurs schreven dat de stad was gesticht door koningin Semiramis, en dat zij behalve de hangende tuinen ook de tempel van Belos had laten bouwen. Zij gold als dochter van een Syrische godin, was als kind gevoed door duiven, getrouwd met de Assyrische koning Ninos en had na diens dood de macht overgenomen in het Tweestromenland. Als koningin zou ze, als een oosterse Catharina de Grote, even wellustig als krijgszuchtig zijn geweest: zo onderbrak ze haar veldtochten, die haar van de Nijl tot de Indus voerden, voor erotische onderonsjes met aantrekkelijke heren. Na haar dood was Semiramis in de hemel opgenomen en in Alexanders tijd werd ze door de Babyloniërs vereerd in de gedaante van een duif.

    Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

    Dat verhaal deed de ronde, maar er was weinig van waar. De Grieken begrepen niet eens het verschil tussen Assyriërs en Babyloniërs en zelfs de naam van de grote bouwer van Babylon, koning Nebukadnezar, was hun onbekend. Ze beschikten echter wel over een levendige fantasie, want die heb je nodig om de Assyrische naam Šammuramat en het Babylonische woord voor duif, summatu, op te blazen tot het hierboven samengevatte sprookje.

    Prostitutie

    Het bewind van Semiramis bood vanuit Grieks perspectief voldoende verklaring voor de seksuele losbandigheid die in Babylon zou bestaan. Herodotos schrijft:

    Iedere vrouw die daar is geboren moet eenmaal in haar leven de tempel van Afrodite bezoeken om daar te wachten op een vreemdeling die met haar de liefde wil bedrijven. … Wanneer een vrouw zich eenmaal heeft neergezet, mag zij niet naar huis voordat een van de mannen een zilveren munt op haar schoot heeft gegooid en buiten het heiligdom met haar heeft gevreeën. Als hij haar het geld toewerpt, moet hij zeggen: “In de naam van de godin Mylitta.” (Mylitta is de Babylonische naam voor Afrodite.) De waarde van het muntstuk doet er niet toe, want het is aan de godin gewijd en mag nooit worden geweigerd. Een meisje moet met de eerste de beste man meegaan die haar benadert, iemand afwijzen is er niet bij. noot Herodotos, Historiën 1.199; vert. Hein van Dolen.

    Generaties geleerden hebben geloof gehecht aan dit praatje, hoewel Herodotos’ onwetendheid zonneklaar blijkt uit zijn vermelding van de naam Mylitta. Weliswaar heeft er een godin met de naam Mulissu bestaan, maar dat was in Assyrië en niet in Babylonië. In geen van de tienduizenden kleitabletten waarover moderne oudheidkundigen beschikken is ooit een vermelding gevonden van een gewoonte die zelfs maar in de verte lijkt op wat Herodotos vertelt. Zijn woorden zeggen waarschijnlijk meer over Griekse preoccupaties met samenlevingen waar vrouwen niet, zoals in Athene, achter slot en grendel werden gehouden. Zulke maatschappijen zouden slechts een stap zijn verwijderd van de totale zedeloosheid.

    Buffels in de Eufraat bij Babylon

    Hoewel Herodotos’ beschrijving van de stad aan de Eufraat suggestieve zinswendingen bevat als “wie Babylon nooit heeft bezocht zal moeite hebben dit te geloven” en “dat was in mijn tijd nog zo”, staat inmiddels wel vast dat hij de stad nooit heeft bezocht. Daarvoor maakt hij te veel blunders. De Macedonische officieren hadden echter geen reden te twijfelen aan de woorden van de man die zulke adequate beschrijvingen had gegeven van de Koninklijke Weg en van Egypte. De verhalen over de gewillige vrouwen van Babylon werden dus niet weersproken en er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen wat de Macedonische soldaten, die al zo lang van huis waren, zoal van zins waren toen ze na de slag bij Gaugamela op weg gingen naar de legendarische stad.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Babylon #Berossos #CatharinaDeGrote #CyrusDeGrote #duif #HerodotosVanHalikarnassos #kleitablet #Mulissu #NebukadnezarII #palmboom #prostitutie #Semiramis #tempelprostitutie
  16. De Catalaanse Atlas

    Het landkaartgedeelte van de Catalaanse Wereldatlas (klik=groot; ©Wikimedia Commons)

    Ik heb de Catalaanse Atlas nooit in het echt gezien. Hij behoort tot de collectie van de Franse Nationale Bibliotheek, waar ik nooit ben geweest. Ik kende wel enkele van de vignetten en ik was blij toen ik onlangs in Barcelona een facsimile van het veertiende-eeuwse document zag. Mijn vreugde werd nog groter toen ik in Brugge een soortgelijke, iets jongere landkaart zag.

    De Catalaanse Atlas toont de wereld die rond 1375 bekend was aan de ontwerper, Abraham Cresques (of zijn zoon Jehuda). Al die kennis is samengevat op zes dubbelgevouwen bladen perkament van samen 300 bij 64 centimeter, die enkele jaren later werden verworven door koning Karel V van Frankrijk. De informatie is om te beginnen bestemd voor de scheepvaart: we zien de kustlijnen en lezen de namen van de havensteden. Dit is feitelijk een portolaan. Ook zijn er windrozen afgebeeld. De kalender en astrologische informatie die eveneens zijn opgenomen, zullen, naar ik aanneem, ook bedoeld zijn geweest voor schippers. Daarnaast biedt de Catalaanse Atlas informatie over staten en volken van Portugal tot China, die weer is aangevuld met informatie uit historiografische teksten en legenden.

    De Noordzee van Oostende via o/a Brugge, Middelburg, Grevelingen en Dordrecht tot Gravenzande; rechts Keulen

    West en Oost

    Terwijl de scheepvaartinformatie over de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee actueel is, gaat de informatie over Azië deels terug op auteurs als Marco Polo, deels op correcte informatie over bijvoorbeeld het Sultanaat Delhi, en deels op oeroude teksten. Het is een tijdloos Azië dus, waarin naast de Drie Koningen ook Kublai Khan is weergegeven. Ik was getroffen door de Viseters, een volk in Zuidoost-Iran, dat in West-Europa bekend werd toen Alexander de Grote hun land brandschatte. De Rode Zee is ook rood gekleurd. Op de grens tussen enerzijds het actuele westen en het semilegendarische oosten ligt Jeruzalem.

    De inmiddels legendarische Viseters op de Catalaanse Atlas.

    De stad is voorzien van kerken met kruisen, en dat moet in de veertiende eeuw een politieke statement zijn geweest. Steden met een christelijke heerser zijn namelijk voorzien van een kruis, terwijl steden met islamitische heersers koepeltjes hebben. Dat Cresquens, zelf joods, de stad Jeruzalem, ruim een eeuw nadat die voor de christenheid verloren was gegaan, nog aanduidde als christelijk, zal wel betekenen dat hij meende dat het eigenlijk niet islamitisch behoorde te zijn.

    Azië

    Mijn belangstelling ging vooral uit naar het oosten. In Anatolië herkende ik het Armeense Koninkrijk in Cilicië, het keizerrijk Trebizonde, Constantinopel, en talloze kleine Turkse staatjes. Wat verder naar het oosten is de vorst te zien van Perzië, waar in de veertiende eeuw de van oorsprong Mongoolse Ilkhaniden heersten. Hij is afgebeeld met het bijschrift dat hij de koning was van “Tauris”, waarvan ik vermoed dat het een weergave is van de stadsnaam Tabriz. Boven hem is een andere van oorsprong Mongoolse vorst te zien, Jüchi Bech van de Gouden Horde. Zoals gezegd is ook Kublai Khan afgebeeld, de Mongoolse leider die China veroverde. Op het Arabische Schiereiland is een mooi Mekka te zien, compleet met een gouden Kaaba.

    De Ark op de twee toppen van de Ağrı Dağı

    Maar het meest interessant vond ik de informatie die Cresquens (vader of zoon) ontleende aan oude teksten. In het verre oosten zien we bijvoorbeeld hoe Alexander de Grote de bergen afsluit waarover Gog en Magog de beschaafde wereld zouden kunnen overvallen. Hier is ook de Ark van Noach te zien, rustend op de tweetoppige Ağrı Dağı (de zogenaamde Ararat). Een ander bijbels personage is de koningin van Seba, die uitziet over een moslim die neerbuigt met het gezicht naar Mekka.

    De cartografische traditie

    De landkaart die ik in Brugge zag, gemaakt door Gabriel de Vallseca, dateerde uit 1439 en bood zo nu en dan dezelfde informatie. Ook hier een vignet van de Drie Koningen, ook hier een rood geïnkte Rode Zee. De Vlaams-Nederlands-Duits-Deense kustlijn was actueler, en ik vermoed dat de informatie over Afrika in 1439 ook beter was dan toen Cresquens zijn Afrika tekende. Die kende wel enkele vorsten uit Subsaharaal Afrika, zoals de koningen van het goudrijke Mali, van een onbekend rijk Organa en van Nubië. In 1439 lijkt die informatie geactualiseerd te zijn, maar ik weet dat niet zeker. Ik had in Oost-Afrika de fictieve Pape Jan verwacht of een verwijzing naar de Ethiopische christenen, maar die lijkt er niet te zijn, op beide kaarten.

    Vignetten van de Drie Koningen in 1375 en 1439.

    Het blijft wat vreemd dat in Azië allerlei totaal verouderde informatie is opgenomen, hoewel: wat wist men eigenlijk? Als je niets weet en ook niet naar zo’n ver land kunt reizen om onderzoek te doen, maar als je wel beschikt over oude informatie, zit er weinig anders op dan die maar te gebruiken. En het roept bij mij een vraag op: ik weet weliswaar dat hedendaagse Chinezen geen staarten meer dragen, maar ik vraag me, nu ik dit schrijf, af hoe veel ik eigenlijk weet over het actuele China.

    #AbrahamCresques #AlexanderDeGrote #Ararat #ArkVanNoach #AğrıDağı #CatalaanseAtlas #GabrielDeVallseca #GoudenHorde #KarelVVanFrankrijk #koninginVanSeba #KublaiKhan #MarcoPolo #PapeJan #Trebizonde #Viseters
  17. De Alexandersarcofaag

    De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)

    Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.

    Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.

    De Alexandersarcofaag is een van de beroemdste voorbeelden van hellenistische beeldhouwkunst. De nabestaanden van Abdalonymos huurden een van de beste ateliers ter wereld in en zorgde ervoor dat de beeldhouwers beschikten over Pentelisch marmer (gevonden bij Athene), dat heel verfijnd werk toestond. Doordat de sarcofaag sinds de voltooiing in een grafkamer heeft gestaan, zijn sporen van de beschildering nog volop aanwezig.

    Abdalonymos

    Uiteraard stond de overledene afgebeeld. Hier is hij, tijdens een jachtpartij.

    Abdalonymos op jacht

    Abdalonymos is afgestegen van zijn paard terwijl hij op het punt staat een panter te doden. U moet zich voorstellen dat de wapens die de figuren op de sarcofaag droegen, waren gemaakt van metaal. Ik weet niet waar ze zijn gebleven – misschien hebben de antieke vandalen die de oude grafkamer plunderden ze mee genomen, misschien zijn ze bij het transport naar Constantinopel verloren, misschien liggen ze vergeten in een museumdepot. Let hierboven overigens even op de zo mooi herkenbare verfsporen. Hieronder zijn ze ook goed te zien.

    Abdalonymos in gevecht

    Nogmaals Abdalonymos. We zien drie gevechten tussen geklede oosterlingen en naakte mannen met Griekse wapens. De Grieken winnen twee gevechten; middenin is Abdalonymos als enige oosterling succesvol. Er is wel geopperd dat hij is gesneuveld in een gevecht tegen een Macedonisch leger, en dat hij hier is afgebeeld terwijl hij zijn laatste gevecht wint. Dit is geen al te vreemde hypothese, want er zijn wel meer graven bekend van ruiters die in een gevecht omkwamen en zegevierend worden afgebeeld – ze gingen onverslagen ten onder.

    De lange reliëfs

    Aan een van de lange zijden zien we een leeuwenjacht. Voilà.

    Het jachtreliëf

    Van links naar rechts zien we een oosters geklede en een naakte Macedonische jager, Alexander met een goudkleurige mantel, Abdalonymos, een leeuw, een metgezel van Abdalonymos, de Macedonische officier Krateros en nogmaals een naakte Macedonische en een oosters geklede jager. Krateros redde Alexander het leven tijdens een leeuwenjacht die in 332 plaatsvond bij Sidon. We hebben dus te maken met een afbeelding van een historische gebeurtenis.

    De andere lange zijde is de beroemdste. Mijn foto is niet heel gelukkig.

    Het oorlogsreliëf

    Dus hier is een betere.

    Het oorlogsreliëf (© Wikimedia Commons | Yair Haklai)

    Van links naar rechts zien we Alexander de Grote op zijn paard Boukefalos, een Perzische soldaat die van zijn paard probeert af te stijgen, een Pers die een Macedonische aanval probeert af te slaan, een ruiter in gevecht met een onder zijn schild schuilende Perzische soldaat, een chaotisch gevecht, en helemaal rechts Perdikkas, de man die Alexander als regent zou opvolgen. Als de jachtpartij hierboven een historische gebeurtenis voorstelt, dan zal ook deze afbeelding wel een werkelijk gevecht voorstellen, en dat kan eigenlijk alleen het gevecht bij Gaugamela zijn, waaraan Abdalonymos heeft deelgenomen.

    Abdalonymos in actie

    Abdalonymos is dan de man die in het midden van dit reliëf op een Perzische soldaat neerslaat. Hier is de koning van Sidon dus afgebeeld met Grieks-Macedonische wapens, terwijl hij op de bovenstaande reliëfs steeds is weergegeven in oosterse kleding. Misschien benadrukt dit ’s mans dubbele identiteit, misschien lezen we er teveel in.

    Details

    Ik noem nog even een paar details. Er zijn volop verfsporen te zien. Met diverse soorten kunstlicht hebben onderzoekers nog meer details kunnen herkennen. Hier is een reconstructie van een detail van een korte zijde.

    Alexandersarcofaag, detail, reconstructie (Liebieghaus, Frankfurt am Main)

    Het is redelijk verbluffend wat er te zien is aan de binnenzijde van het schild van de Perzische soldaat: een audiëntiescène van een type dat we goed kennen uit de Perzische kunst. Ik blogde er al eens over.

    Achaimenidische audiëntiescène uit Persepolis (Nationaal Museum, Teheran)

    Een ander detail: Alexander zelf. Uiteraard was hij in het echt niet zo dom om zonder harnas te gaan vechten, maar op de sarcofaag is de “onoverwinnelijke god”, zoals zijn titel was, dan ook afgebeeld als een meer dan menselijk wezen. Als u goed kijkt, herkent u zijn linkervoet (onder het paard) zonder sandaal of laars: dit was een manier om een goddelijke afkomst te suggereren – zie de Augustus van Primaporta voor een beroemde parallel.

    De goddelijke Alexander in actie

    Verder draagt Alexander de leeuwenhuid over zijn hoofd die ook zijn voorvader Herakles droeg, en steken daar de ramshoorns onderuit die Alexander zich had aangemeten toen hij, na een bezoek aan de oase van Siwa, de ramsgod Ammon als vader had geadopteerd. (Hoe hij én van Ammon én via Filippos van Herakles kon afstammen, is een van de mysteriën der antieke beschaving.)

    Abdalonymos in actie

    Tot slot nog eenmaal Abdalonymos zelf. Ik rond ermee af omdat het gewoon enorm knap beeldhouwwerk is.

    [Dit was het 531e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Hooglied (5): Wasf en eufemisme

    april 8, 2023
    Meer plaatsnamen in het Gallisch

    september 19, 2023
    Brandde Persepolis?

    april 5, 2015 Deel dit: #Abdalonymos #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Alexandersarcofaag #Boukefalos #Gaugamela #Herakles #Krateros #leeuw #leeuwenjacht #OsmanHamdi #panter #Perdikkas #Sidon #ZeusAmmon
  18. Ekbatana

    Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

    Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

    Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

    Bronzen potje om vuur te verplaatsen (Nationaal Museum, Teheran)

    Geen stad maar een landstreek

    Tot op heden is dit paleis niet gevonden, al heeft het niet ontbroken aan pogingen. Ik heb ooit een Hamadaanse familie gekend die op elke ruïneheuvel in de omgeving was wezen picknicken in de hoop aan de praat te raken met mensen die weleens iets hadden gevonden. Ik denk echter dat het vergeefs zoeken is, want een stad met zeven muren is een sprookjesmotief. (In onze eigen literatuur duikt het op in de Walewein.) De cirkelvorm is vermoedelijk wél authentiek: het is de vorm waarin nomadische groepen hun kampen bouwen. En het Medische koninkrijk was ontstaan doordat Iraanse nomadengroepen zich aaneensloten. De huidige cirkelvorm van Hamadan is overigens een gevolg van moderne stadsplanning.

    Dat Ekbatana aanvankelijk geen stad in onze zin van het woord is geweest, blijkt ook uit de woordkeuze van de zesde-eeuwse Naboniduskroniek. Die vermeldt A-gam-ta-nu als residentie van de laatste Medische koning Ištumegu (Astyages), en voorziet de plaatsnaam van een extra teken dat aangeeft dat het een landstreek is, een KUR. Als het een stad zou zijn geweest, had er URU gestaan.

    Een speelgoedram (Archeologisch Museum, Hamadan)

    Ik stel me voor dat er ergens een paleis is geweest; het zal hebben geleken op een tent, net zoals de paleizen die de eerste Perzische koningen bouwden. Bij verschillende gelegenheden kwamen de Medische stammen samen en plaatsten ze hun tenten eromheen. We mogen hopen dat archeologen dat paleis nog eens identificeren. Maar zeven muren? Nee, daar geloof ik niet in.

    Residentie

    Hoe dit alles ook zij, ook nadat de Perzische koning Cyrus de Grote de Meden rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. had onderworpen, bleef Ekbatana een belangrijke nederzetting. Ze lag immers gunstig aan de grote weg van de Iraanse hoogvlakte naar Mesopotamië.

    De massieve huizen van Ekbatana

    Volgens de Griekse geschiedschrijver Xenofon was Ekbatana de zomerresidentie van de Perzische koningen.noot Xenofon, Anabasis, 3.5.15. Een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, beschrijft het paleis dat er in zijn tijd stond.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.27.3-13. De stad zou ooit rijker en mooier zijn geweest dan alle andere steden in de wereld; hoewel er geen stadsmuur was – Polybios polemiseert tegen Herodotos! – was het paleis gebouwd op een kunstmatig terras. Dat zou ongeveer 1¼ kilometer omtrek hebben gehad, en dat is vergelijkbaar met de terrassen waarop de paleizen van Persepolis en Sousa zijn gebouwd. Een in 2000 ontdekte inscriptie vermeldt werkzaamheden ten tijde van koning Artaxerxes II Mnemon (r.404-358).

    Polybios voegt toe dat ooit de dakpannen en zuilen bekleed waren geweest met zilver en goud, maar dat Alexander de Grote dat had laten verwijderen. Die is hier zeker geweest: zijn geliefde Hefaistion is er in 324 overleden.

    De leeuw van Hamadan

    De Parthen

    Ter plekke zal men u vertellen dat een stenen leeuw behoorde bij het grafmonument dat Alexander voor Hefaistion oprichtte. Dit is flauwekul: de leeuw is gevonden op een grafveld uit de tijd van het Parthische Rijk. En de Parthen namen de macht in deze regio pas een à twee eeuwen later over. Ook zij benutten Ekbatana als een van hun residenties.noot Strabon, Geografie 11.13.5.]

    Deze periode begrijpen we het beste. Een deel van een ruim negen meter hoge terrasmuur, een ondergronds aquaduct en diverse huizen met ongelooflijk zware muren zijn geïdentificeerd. Die huizen, ruim zeventien bij zeventien meter groot, zijn te massief gebouwd om gewone woonhuizen te zijn, maar wat het wel kan zijn geweest is onduidelijk. Ze bewijzen echter dat Ekbatana inmiddels van een tentenkamp was geëvolueerd tot een echte stad met monumentale architectuur.

    Sasanidische schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

    Puzzel

    En zo is Ekbatana eigenlijk vooral een puzzel. We hebben mooie verhalen, er is wat archeologische informatie, maar het komt niet samen. Het bewijs is asymmetrisch, om er eens een jargonterm tegenaan te smijten. Ik blijf hopen dat we nog eens een krantenbericht krijgen dat archeologen het “mystery” oplossen van “the lost city”.

    En nu we toch archeoclichés slaken: archeologen identificeren nooit wetenschappelijke data, maar vinden altijd “schatten”. En ja, gouden voorwerpen zijn uit Ekbatana bekend, zie het bovenste plaatje, maar de vindplaatsen zijn dat niet. Zulke voorwerpen spreken tot de verbeelding en bevestigen dat Ekbatana ooit een rijke nederzetting was, maar feitelijk bieden ze geen aanvullende informatie.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Griekse politicologie

    mei 12, 2022
    De Meden (1): een fictief koninkrijk

    oktober 2, 2023 Deel dit: #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Astyages #CyrusDeGrote #Deïokes #Ekbatana #Hefaistion #HerodotosVanHalikarnassos #Meden #Naboniduskroniek #ParthischeRijk #Polybios #Walewein #Xenofon
  19. In 331 v.Chr. versloeg #AlexanderDeGrote een Perzisch leger bij Gaugamela (niet ver van het huidige Mosul). In het blogje dat ik vandaag plaats op de #MainzerBeobachter, vertel ik wat er gebeurde in de dagen na de veldslag.

    mainzerbeobachter.com/2026/04/

  20. Na de slag bij Gaugamela

    De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

    In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

    Verliescijfers

    Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

    Aan de kant van Alexander sneuvelden ongeveer honderd man, van de paarden kwamen er meer dan duizenden om ten gevolge van wonden en het afjakkeren tijdens de achtervolging. … Men zei dat er bij de barbaren 300.000 doden waren, maar er werden er nog veel meer gevangengenomen.noot Arrianus, Anabasis 3.15.6; vert. Simone Mooij.

    Vanzelfsprekend zijn al deze cijfers Macedonische propaganda. De Perzische verliezen moeten lager zijn geweest omdat de soldaten, anders dan bij Issos, zich in alle richtingen konden verspreiden. De Babylonische Astronomische Dagboeken melden dat de soldaten terugkeerden naar hun steden. Dat de Macedonische verliezen hoger waren, of in elk geval serieus, wordt impliciet toegegeven door Curtius Rufus, die meldt dat Alexanders vriend Hefaistion een speerwond aan zijn arm had opgelopen en dat de officieren Krateros, Koinos en Menidas bijna waren bezweken aan pijlwonden. Als zelfs de hoogste officieren zo zwaar waren toegetakeld, kan het voor de manschappen niet veel beter zijn geweest.

    Darius’ aftocht

    Intussen was Darius op weg gegaan naar Ekbatana in Medië, het huidige Hamadan, nadat hij met gevaar voor eigen leven zijn manschappen had verzameld bij de Grote Zab, een rivier halverwege Gaugamela en Arbela. Curtius Rufus schrijft:

    Toen hij de rivier was overgestoken, overwoog hij de brug te laten afbreken, omdat werd gemeld dat de vijand elk moment kon arriveren. Maar hij zag in dat als de brug was vernietigd, duizenden van zijn mensen die nog niet bij de stroom waren aangekomen een prooi zouden zijn voor de vijand. Men is het erover eens dat hij, toen hij wegging en de brug intact liet, heeft gezegd dat hij liever vrije doortocht gaf aan zijn achtervolgers dan de vluchtenden doortocht te ontnemen.noot Curtius Rufus, Alexander 4.16.8-9; vert. Daan Stoffelsen.[/bg_collapse

    Koning van Azië

    Darius bracht zijn soldaten in veiligheid in het oosten, maar daardoor lag voor de Macedoniërs de weg open naar Babylon en de Perzische hoofdsteden Sousa en Persepolis. De Griekse auteur Ploutarchos meldt dat Alexander na de slag bij Gaugamela tot “koning van Azië” werd uitgeroepen, en hoewel er aanwijzingen zijn dat dit in feite al bij Issos was gebeurd, moest het na Gaugamela wel vreemd lopen wilde de zoon van Zeus zijn pretenties niet waarmaken.

    Antipatros

    In de dagen na de slag bij Gaugamela lijkt ook het nieuws te zijn aangekomen dat Antipatros, de officier die door Alexander was achtergelaten om de Griekse stadstaten in de gaten te houden, de Spartaanse koning Agis III had verslagen. De chronologie van de Griekse opstand tegen de Macedoniërs is een netelige kwestie, maar Curtius Rufus meldt dat de revolte was afgelopen vóór de slag bij Gaugamela, en hoewel andere bronnen suggereren dat de oorlog langer duurde, lijkt dat toch niet juist. Ploutarchos vermeldt namelijk een uitspraak die haar pointe verliest als er niet een vergelijking zou zijn gemaakt tussen twee veldslagen: Alexander zou hebben gezegd dat terwijl hij en zijn metgezellen een conflict met epische dimensies uitvochten met Darius, de muizen in Griekenland ook oorlog schenen te hebben gevoerd. Zoiets moet zijn gezegd na een veldslag, en dat kan alleen Gaugamela zijn geweest.

    Alexander zal hebben geweten dat hij Antipatros tekort deed, want Agis had in de zomer van 331 v.Chr. snel en veel succes geboekt. Op twee na alle steden op de Peloponnesos hadden zich bij hem aangesloten en Athene had, door de Macedoniërs vlootsteun te weigeren, een neutraliteit in acht genomen die grensde aan samenwerking. Agis had echter veel tijd verloren met de belegering van een van de twee pro-Macedonische steden, Megalopolis, waardoor Antipatros de gelegenheid had gekregen een groot leger te verzamelen. Maar ook al waren de Macedoniërs daardoor numeriek in de meerderheid geweest, het ontzet van Megalopolis was een zwaarbevochten overwinning: met 5300 doden was de veldslag een van de bloedigste uit de Griekse geschiedenis. De Spartaanse falanx, ooit het geduchtste leger van Griekenland, was strijdend ten onder gegaan en ook Agis was een heldendood gestorven. Dat Alexander hem vergeleek met een muis, suggereert hoezeer hij de koning van Sparta had gehaat en gevreesd.

    De Tigris bij Tikrit; Alexanders mannen marcheerden hierlangs naar Babylon

    Naar Babylon

    De Macedoniërs hadden zowel in Europa als Azië gezegevierd en Alexander gelastte zijn manschappen verder te trekken. Haast was geboden, want de vele onbegraven lijken op het slagveld trokken ziekten aan. Het leger, inmiddels uitgebreid met olifanten, dromedarissen en een tot dan toe onbekende oosterse diersoort genaamd “kameel”, marcheerde naar het zuiden, naar het centrum van de antieke wereld, de befaamde stad Bab-ili, “poort der goden”. Soldaten die uit de Historiën van Herodotos hadden horen voorlezen, wisten dat de muren van Babylon onneembaar hoog en lang waren.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Arbela #Arrianus #DariusIIICodomannus #DiodorosVanSicilië #dromedaris #Erbil #Gaugamela #GroteZab #Hefaistion #kameel #Koinos #Krateros #Megalopolis #olifant #Ploutarchos #QuintusCurtiusRufus #Sparta #Tigris
  21. Het beeld van #AlexanderDeGrote is dat hij elke militaire confrontatie won. Maar dat was bepaald niet altijd het geval. Bij aankomst in Mesopotamië verloor hij zijn operationele vrijheid.

    mainzerbeobachter.com/2026/04/

  22. Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

    Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

    Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

    De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

    Een Macedonische nederlaag

    Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

    De Macedonische generale staf heeft ongetwijfeld beter geweten. Weinig manoeuvres van Perzische commandanten waren namelijk zó succesvol als die van Mazaios. Alexander was van plan geweest langs de rivier op te rukken naar Babylon, waar hij de aanwezigheid vermoedde van Darius’ nieuwe leger. De schepen die als drijvers voor de bruggen waren benut zouden dienen om het zware materieel te vervoeren. Deze route was de kortste en was bovendien bekend uit de Anabasis van Xenofon. Nu bleek echter dat Darius de weg had geblokkeerd. Het was al na de oogsttijd en in het rivierdal lag het graan opgeslagen in versterkte nederzettingen die Mazaios eenvoudig kon verdedigen of vernietigen. Zijn aftocht richting Babylon betekende dat de Macedoniërs nergens voedsel zouden vinden.

    Peutingerkaart: “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten”

    Ze waren gedwongen een andere route te nemen en dat kon alleen de zogeheten Koninklijke Weg zijn, waarvan Alexander wist dat die ergens in het onbekende oosten lag, door de gebieden achter de rivier de Tigris. En het was ronduit onmogelijk snel door Mesopotamië op te rukken in die richting. Op deze breedte bestaat het gebied tussen de twee grote stromen uit een onbegaanbare woestijn, waar het in de hoogzomer al snel 50 graden is. De Romeinse Peutingerkaart typeert het gebied als “wegens watergebrek verlaten en onbewoonbare vlakten” en het is ook in de moderne tijd een obstakel. De ingenieurs die eeuwen later de Bagdadspoorlijn zouden aanleggen, kozen niet voor niets voor een tracé over de minder droge steppe in het noorden. Dat was ook het gebied waar de Macedoniërs nu doorheen zouden trekken, om de woestijn heen.

    Darius’ opmars

    Toen Darius vernam dat Alexander zich had laten dwingen tot deze omweg en oprukte naar de Tigris, trok hij vanuit Babylon naar het noorden om slag te leveren in het kerngebied van het voormalige koninkrijk Assyrië. Hij wist dat zijn vijand hier vroeg of laat naar toe zou komen en zocht een ruim strijdperk uit waar zijn numerieke meerderheid, anders dan bij Issos, goed tot haar recht zou komen. Zijn commandocentrum richtte hij in te Arba’il (het huidige Erbil), een hooggelegen versterking die befaamd was om haar heiligdom voor de vruchtbaarheidsgodin Ištar en getuige haar naam “vier-godenstad” nog meer cultusplaatsen bezat

    De citadel van Arbela

    Het was een uitstekende basis. Hier kwam namelijk de Koninklijke Weg samen met de wegen naar Armenië en de oostelijke satrapieën, zodat het eenvoudig was een groot leger samen te trekken. Het door Darius geselecteerde slagveld lag vijfenzeventig kilometer noordwestelijker bij een heuvel die de vorm had van de bult van een dromedaris en daarom werd aangeduid met de Semitische naam van dat dier, gammalu. De Macedoniërs verbasterden de plaatsnamen tot Arbela en Gaugamela.

    Toen de Perzen het terrein hadden geëgaliseerd om het berijdbaar te maken voor strijdwagens en ruiters, was het zaak ervoor te zorgen dat Alexander zich niet naar een andere plaats begaf. Darius liet zijn tegenstander daarom ongestoord oprukken door het zuidoosten van het huidige Turkije. Het gebied deed de Macedoniërs denken aan hun vaderland en ze doopten de waterrijke stad Urhai, gelegen op een hoog boven de vlakte uitstekende rots, om tot Edessa, naar een Macedonische stad die net zo hoog lag en beroemd was om haar waterval. In het nabijgelegen Harran liet Alexander zijn mannen enkele dagen rusten en moet hij, gelovig als hij was, hebben geofferd in de tempel voor de maangod Sin. Via het bosrijke Nisibis bereikten de Macedoniërs op 18 september 331 v.Chr. de Tigris, ergens ter hoogte van de huidige Eski Mosul stuwdam.

    Edessa

    In de val

    De Macedoniërs marcheerden een val in. Darius had het leger van Mazaios, dat zich inmiddels bij hem had gevoegd, vooruit gestuurd om het gebied te brandschatten. Alexanders troepen vonden onvoldoende voedsel om zich genoeg te voeden, maar voldoende om niet terug te keren. Overal staken Mazaios’ Babylonische ruiters de rieten daken van de huizen, de korenschoven, de gewassen en de voorraden in brand. De voorde door de Tigris ontruimden ze na een korte schermutseling: Mazaios liet de Macedoniërs verder in de fuik lopen.

    Ze waren nu in Assyrië. Hoewel het machtige koninkrijk met die naam al drie eeuwen daarvoor was onderworpen door de Babyloniërs, wier imperium weer was opgenomen in dat van de Perzen, sprak de naam “Assyrië” nog altijd tot de verbeelding. De val van de eens zo machtige hoofdstad Nineveh had ook in Europa indruk gemaakt.

    De Tigris

    Uit de Babylonische Astronomische Dagboeken weten we dat op de avond van de Macedonische oversteek paniek uitbrak in het Perzische leger. Het ligt voor de hand de oorzaak daarvan te zoeken in het nieuws dat de vijand de rivier was overgestoken. Maar in feite was er geen reden voor paniek. Alexander had exact gedaan wat de grote koning wilde. Door de doorwaadbare plaatsen in de Eufraat en de Tigris vrijwel onbewaakt te laten, had de Pers bewerkstelligd dat zijn vijand optrok naar het slagveld van zíjn keuze. Darius was de situatie volledig meester en zijn zege leek gegarandeerd.

    Over de slag bij Gaugamela heb ik al geblogd. U leest hier hoe slechte voortekens werkten als self-fulfilling prophecy en leidden tot de Perzische nederlaag. Volgende maand vervolg ik deze reeks met Alexanders opmars vanuit Assyrië naar Babylon.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AlexanderDeGrote #Arbela #Arrianus #Bagdadspoorlijn #DariusIIICodomannus #dromedaris #Edessa #Erbil #Eufraat #Gaugamela #Harran #KoninklijkeWeg #Mazaios #Nineveh #Nisibis #Parmenion #Peutingerkaart #Tigris
  23. Het beeld van #AlexanderDeGrote is dat hij eigenlijk elke militaire confrontatie won. Dat beeld is echter onjuist. Na zijn vertrek uit Egypte verloor hij zijn operationele vrijheid. Daarover morgen meer. In het blogje van vandaag de aanloop.

    mainzerbeobachter.com/2026/04/

  24. Alexander de Grote in de Levant

    Syriërs (Apadana, Persepolis)

    In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

    De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

    Harnas (Historisch Museum, Kazanluk)

    Griekse aangelegenheden

    Korte tijd later bereikte Alexander Tyrus, dat inmiddels werd bewoond door Macedonische veteranen en loyale Feniciërs. Hier offerde hij opnieuw aan Melqart en organiseerde hij sportwedstrijden en een theaterfestival. Nu Alexander beschikte over de schatten uit allerlei Perzische provinciehoofdsteden, kon hij gigantische honoraria betalen en kocht hij acteurs weg die al in Griekenland onder contract stonden.

    Andere Griekse gasten waren gezanten die vroegen om de vrijlating van de soldaten die bij de Granikos gevangen waren genomen. Omdat koning Agis III van Sparta inmiddels een bevrijdingsoorlog was begonnen met een overwinning op een Macedonisch contingent, maar nog niet alle Griekse steden zich aan zijn zijde hadden geschaard, willigde Alexander het verzoek in, wat tot resultaat had dat bijvoorbeeld in Athene voldoende sympathie voor de Macedonische zaak werd gewekt om niet over te lopen naar de Spartanen. Tegelijk stuurde Alexander honderd Fenicische en Cypriotische schepen naar Kreta en de Peloponnesos om Agis te bestrijden.

    Inscriptie over Alexanders spelen in Tyrus (Archeologisch museum, Amfipolis)

    Zenuwenoorlog

    Ondertussen beidde Alexander zijn tijd. Hij had verwacht dat Darius hem zou aanvallen, maar die was daarvoor veel te verstandig. Liever liet hij Alexander oprukken naar het oosten, waarover de Macedoniërs vrijwel niets wisten. Alexander had nog een andere reden om zich te verbijten, want hij verwachtte 15.000 nieuwe soldaten uit Europa, die almaar niet aankwamen. Misschien had Antipatros, zijn gouverneur in Macedonië, deze mannen nodig in zijn strijd tegen Agis. Uiteindelijk besloot Alexander maar op weg te gaan naar het Tweestromenland, in de hoop dat de versterkingen hem zouden inhalen vóór hij stuitte op het leger van Darius.

    Darius legde zijn vijand geen strobreed in de weg. Zeventig jaar eerder was een leger van Griekse huurlingen, aangevoerd door de rebelse Perzische prins Cyrus de Jongere, onder de rook van Babylon tegengehouden en verslagen, en vervolgens op de terugweg grotendeels vernietigd. (Een van de deelnemers was Xenofon geweest.) Het Perzische opperbevel had dus reden tot optimisme nu een nieuw westers leger in de val liep.

    De Eufraat

    Darius liet de Macedoniërs dan ook ongestoord oprukken in de richting van de rivier de Eufraat, naar een plaats die in onze bronnen Thapsakos, “voorde”, wordt genoemd en die we moeten zoeken in het grensgebied van Turkije en Syrië. De stroom is daar ongeveer even breed als de Nederlandse Waal. Alexanders vriend Hefaistion was al bezig twee schipbruggen te bouwen toen Mazaios, de satraap van Babylon, met een klein leger verscheen op de oostelijke oever.

    [Wordt morgen vervolgd; een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Athene #DariusIIICodomannus #Eufraat #Hefaistion #Mazaios #Melqart #messias #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sparta #Tyrus #WadiDaliyeh
  25. 𝗕𝗲𝗱𝗲𝗻𝗸𝗲𝗿 𝗛𝗲𝗮𝘁𝗲𝗱 𝗥𝗶𝘃𝗮𝗹𝗿𝘆 𝗺𝗮𝗮𝗸𝘁 𝘀𝗲𝗿𝗶𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗔𝗹𝗲𝘅𝗮𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗱𝗲 𝗚𝗿𝗼𝘁𝗲

    De bedenker van de serie Heated Rivalry, Jacob Tierney, werkt samen met acteur Jason Bateman aan de nieuwe Netflix-serie Alexander, over de band tussen Alexander de Grote en filosoof Aristoteles.

    rtl.nl/boulevard/artikel/55749

    #HeatedRivalry #serie #AlexanderDeGrote

  26. De Thraciërs (3)

    Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

    [Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

    De Perzische tijd

    In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

    De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

    Een Thracische vaas met afbeeldingen van wilde dieren (Metropolitan Museum, New York)

    Staatsvorming

    Na het midden van de vijfde eeuw krijgen we zicht op de geschiedenis van Thracië. We kennen de namen van de koningen van de Odrysen: eerst een Teres, dan een Sitalkes en vervolgens, na diens gewelddadige dood in een oorlog tegen de Triballiërs, zijn neef Seuthes I (r.424-410). Daarop volgden andere heersers, zoals Seuthes II, bij wie de Griekse huurlingenleider Xenofon de winter van 401/400 doorbracht. Dit was geen stamsamenleving meer, dit was een staat, een koninkrijk. De residentie van de koningen zal zijn geweest in het gebied dat nu bekendstaat als de Vallei van de Thracische Koningen, waar zo’n 1500 grafheuvels zijn geïdentificeerd. De meeste zijn nog niet onderzocht.

    Thracische rhyton uit de Borovo-schat (Archeologisch Museum, Ruse)

    Die vallei ligt aan de zuidelijke kant van het Balkangebergte. Ook aan de noordelijke zijde ontstonden vroege staten, al zijn die slechter bekend, en kan het gaan om gebieden die door de Odrysen werden beheerst. Dat laatste wordt gesuggereerd door een inscriptie op een drinkbeker uit Borovo-schat, die is gevonden in het gebied van de Geten aan de Donau: de beker is een geschenk van de Odrysische vorst Kotys I (r.383-359) aan een Getische leider. Minimaal waren de contacten hartelijk, mogelijk was er een gezagsverhouding.

    De Letnitsa-schat, feitelijk het beslag van een paard, is wat verder stroomopwaarts gevonden en heeft een wat traditionelere beeldentaal. Ze toont dat de edelsmeedkunst ook hier op een hoog niveau stond, wat suggereert dat er een vorst was die de smid in dienst kon nemen.

    Paardenbeslag (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

    De Macedonische overheersing

    Na ruim een eeuw, waarin de Odrysische dynastie haar macht had kunnen uitbreiden over grote delen van Thracië, was er ineens een dramatische ommekeer in de geschiedenis van de regio. In het westen lag Macedonië, dat tot dan toe te verdeeld was geweest om een grote politieke rol te spelen. Dat veranderde echter met de troonsbestijging van koning Filippos II (r.359-336), die een agressieve politiek voerde ten opzichte van zijn op dat moment verdeelde oosterburen.

    We kunnen drie oorlogen onderscheiden: de eerste van 357 tot 351, een tweede van 342 tot 340, met daar tussenin een korte campagne in 346 om te verhinderen dat Athene voet aan de grond kreeg. De stichting van Filippoi en Filippopolis in het gebied van de Bessers, het huidige Plovdiv, maakte duidelijk dat de Macedoniërs waren gekomen om te blijven.

    Thracische helm (Archeologisch Museum, Sofia)

    Filippos onderwierp ook de gebieden ten noorden van de Balkan en bereikte de Donau, waar zijn Alexander de Grote enkele jaren later, in 335, overheen trok. Als zijn tegenstander worden de Triballiërs en de Geten genoemd. Alle vier grote Thracische groepen waren nu aan de Macedoniërs onderworpen, en we horen regelmatig van Thracische cavalerie tijdens Alexanders oostelijke veldtocht. Een groep Thraciërs werd achtergelaten als garnizoen in het verre Indusland.

    Na de dood van Alexander had de Macedoniër Lysimachos over Thracië moeten heersen, maar inmiddels waren op allerlei plaatsen opstanden uitgebroken: India was al voor Macedonië verloren gegaan tijdens de regering van Alexander, de gedemobiliseerde soldaten in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) wilden terug naar Europa, de Griekse stadstaten rebelleerden en ook de Odrysen schudden het juk af. Lysimachos slaagde er niet in de Odrysische leider Seuthes III te overwinnen.

    [Wordt vanmiddag vervolgd]

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Bes, Your Friendly Neighborhood Helping God

    november 5, 2019
    Heloten

    juni 3, 2023
    De evocatio van Koningin Juno

    mei 3, 2024 Deel dit: #AlexanderDeGrote #Athene #Bessers #BorovoSchat #DariusIDeGrote #Filippoi #FilipposII #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #KotysI #LetnitsaSchat #Lysimachos #Odrysen #Persepolis #Plovdiv #SeuthesI #SeuthesII #SeuthesIII #Sitalkes #TeresI #Thracië #Triballiërs #ValleiVanDeThracischeKoningen #Xenofon
  27. Als het gaat over #AlexanderDeGrote, concentreren moderne geschiedschrijvers zich, net als hun bronnen, veelal op de jonge koning zelf. Vandaag blog ik maar eens over zijn tegenstander: de knappe organisator Darius III Codomannus.

    mainzerbeobachter.com/2026/02/

  28. Het nieuwe leger van Darius III

    Volgens het Staatliches Münzkabinett in München is dit een goudstuk van Darius III Codomannus (maar misschien is ‘ie ouder)

    Ik liet u vorige maand achter met een Alexander de Grote die in het voorjaar van 331 v.Chr. op het punt stond de strijd aan te binden met de Perzische koning Darius III. Diens bijnaam “Codomannus” kennen we alleen uit een Latijnse tekst, en we weten niet zeker wat de Perzische vorm kan zijn, maar de meest plausibele verklaring die ik ooit heb gelezen is dat het zoiets als “de krijgszuchtige” betekent. En dat zou niet voor niets zijn, want de man was voor de duvel niet bang en was een knappe organisator.

    En na slag bij Issos, waarover we het in deze reeks al hebben behandeld, was hij zo’n beetje alles kwijt: zijn infanterie en cavalerie, zijn oorlogskas, zijn familie. Desondanks slaagde hij er in de maanden na zijn nederlaag in om alle moeilijkheden weer te boven te komen, wat bewijst hoe gevaarlijk hij was. Het mocht echter niet baten. Dat de vijanden uit het westen zouden doorbreken, stond geschreven in de sterren – letterlijk, zoals bleek bij Gaugamela – en geen sterveling kon daar verandering in brengen.

    Na de slag bij Issos (november 333 v.Chr.) was Darius naar het oosten teruggekeerd om zich te laten zien in Babylon en Ekbatana en zich te verzekeren van de steun van de lokale machthebbers. Het zal hem enige moeite hebben gekost, maar hij wist de bestuurders ervan te overtuigen dat de toestand weliswaar ernstig maar niet hopeloos was. Een enkeling zal zich hebben herinnerd hoe zo’n veertig jaar eerder satrapen ten westen van de Eufraat in opstand waren gekomen tegen Artaxerxes II Mnemon, en hoe het imperium zich had hersteld. Er was geen reden om aan te nemen dat het rijk nu minder veerkracht bezat.

    Onderhandelingen

    In de winter opende Darius onderhandelingen. Er zijn verschillende voorstellen bekend. Zo bood hij eerst een enorme losprijs voor zijn gevangen genomen familieleden en suggereerde hij, zonder territoriale concessies te doen, een gelijkwaardig bondgenootschap. Voor een Perzische koning was dit een opmerkelijk gul aanbod. De god Ahuramazda had immers

    deze aarde geschapen, de hemel daarboven geschapen, de mensen geschapen, het geluk van de mensen geschapen en Darius tot hun koning had gemaakt, één koning voor velen, één heer over allen,

    zoals de beknopte Perzische scheppingsmythe luidde. Die ene koning van de gehele mensheid kon natuurlijk geen gelijkwaardig bondgenootschap aangaan met een andere koning, maar Darius was een realist.

    Na Alexanders afwijzende reactie begreep Darius dat hij een tweede leger moest opbouwen. Dit keer zou het niet, zoals bij Issos, alleen bestaan uit Perzische, Medische en Kaspische troepen, maar zouden ook soldaten worden opgeroepen uit de oostelijke gebiedsdelen. Hij gelastte de satraap van Baktrië, zijn familielid Bessos, met deze contingenten naar het westen te komen.

    Bessos

    Bessos had de rang van mathišta, een titel die zoiets wil zeggen als “de grootste” (na de koning). Al zolang het Perzische Rijk bestond was Baktrië, waar de beste krijgers van het imperium vandaan kwamen, het domein van de beoogde troonopvolger, zodat het commando over de eliteregimenten uit deze regio meestal in de vertrouwde handen was van de kroonprins. Zolang deze minderjarig was, fungeerde een verwant van de koning als satraap van Baktrië.

    Voor zo iemand was de verleiding groot te hopen op de dood van de heerser. Dat was ook de positie van Bessos. Zeker nu Darius’ vrouw en kinderen in Macedonische handen waren gevallen, mocht hij hopen op de troon. Darius had dus reden zijn familielid met enig wantrouwen te bezien, en het verzoek soldaten naar het westen te brengen had daarom niet alleen een militair motief, maar diende ook om de mathišta in de gaten te houden.

    Een nieuw leger

    In het voorjaar van 332 v.Chr., terwijl Alexander in Tyrus was, begon Darius in Babylonië een nieuw leger op te bouwen. De goudstukken die hij liet slaan om de soldaten te betalen zijn teruggevonden en tonen de grote koning met in zijn handen de Perzische rijksinsigniën: een boog en een speer. Anderhalf jaar later was het leger op volle sterkte, en dat was heel snel. Xerxes had bijvoorbeeld drie jaar nodig gehad om de strijdmacht te verzamelen voor de Griekse campagne van 480 en Artaxerxes III had er even lang over gedaan om de strijdmacht samen te stellen waarmee hij het afvallige Egypte heroverde. Darius had de helft van de tijd nodig gehad en had de troepen bovendien beter weten uit te rusten. Hij bezat het talent te leren van eerdere fouten.

    Tegelijk hernam hij het diplomatieke offensief. Hij deed een tweede voorstel, waarin hij Alexander verzocht om vrede in ruil voor land. Zoals ik al vertelde bood hij aan al het gebied tussen ten westen van de Halys (in Midden-Turkije) af te staan aan de Macedoniërs. Parmenion doorzag dat méér veroveren problemen zou opleveren, want er waren onvoldoende Macedoniërs om het gebied te besturen en te bezetten. “Ik zou het aannemen als ik Alexander was”, zou hij hebben geadviseerd, waarop Alexander zou hebben geantwoord dat hij het ook zou hebben aangenomen als hij Parmenion was. Alexander accepteerde de bestuurlijke risico’s en schreef Darius “dat de aarde geen twee zonnen kon verdragen, en Azië geen twee koningen”.noot Ploutarchos, Moralia 180b.

    Er is wel beweerd dat Darius’ tweede aanbod bewijs dat hij maar langzaam inzicht kreeg in de nieuwe realiteiten. Er is echter een machiavellistischer interpretatie mogelijk, namelijk dat Darius wílde dat de onderhandelingen op niets zouden uitlopen en alleen de indruk wilde wekken zwak te staan. Het effect was dat Alexander werd gesterkt in zijn gevoel de Perzen al te hebben verslagen. Hij kon alle tijd nemen om naar Egypte te gaan en pas daarna beginnen aan de tocht naar Irak en Iran. Ondertussen kon de grote koning verdergaan met het trainen van zijn nieuwe leger. Helaas deden zijn soldaten geen gevechtservaring op, zodat ze hun vuurproef zouden ondergaan in het naderende treffen met Alexanders ervaren krijgers.

    [Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Menandros

    december 12, 2023
    Op weg naar Issos (2)

    november 6, 2022
    Alexander de Grote en de Illyriërs

    september 11, 2024 Deel dit: #Ahuramazda #AlexanderDeGrote #Baktrië #Bessos #DariusIIICodomannus #mathišta #Medië
  29. Voor-westerse geschiedenis (4) flora

    Olijfboom

    De bovenstaande olijfboom stond een kwart eeuw geleden in Agrigento op Sicilië. Vermoedelijk staat ’ie er nog, want olijfbomen zijn taai. Net als steeneiken, johannesbroodbomen, Aleppo-dennen, acacia’s, ceders, vijgenbomen en andere oer-Mediterrane gewassen. Ze weten zich op harde grond te wortelen en kunnen tegen een stootje. Dat geldt ook voor de palmboom, die oorspronkelijk wat oostelijker groeide, in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling naar het westen oprukte en in de eerste eeuw v.Chr. nog voldoende zeldzaam was om het opschieten van zo’n boom te beschouwen als een voorteken – ik blogde daar al eens over. In de Arabische tijd werd de palmteelt echt serieus groot en de palmboomgaard van het Spaanse stadje Elche, in het westen van de oude wereld, geldt als werelderfgoed.

    Van oost naar west

    De dadelpalm representeert, om zo te zeggen, de grote flora-beweging in de oude wereld: oosterse gewassen kwamen naar het westen. Westwaarts kwam ook de bananenpalm, die in de zesde eeuw v.Chr. vanuit het Verre Oosten de Indusvallei bereikte en daarvandaan verder naar het westen reisde. De sinaasappelboom en de kersenboom kwamen al langer voor het Nabije Oosten en bereikten eveneens de Mediterrane wereld. Van de laatstgenoemde boom is dankzij Plinius de Oudere bekend dat de Romeinse generaal Lucullus hem rond 70 v.Chr. aantrof in Anatolië en meenam naar Italië, waarna andere Romeinen de kersenboom overbrachten naar Gallië. Net als de wijnrank overigens; de Moezelwijn is een Romeinse innovatie. De Perzen brachten als eersten suikerriet vanuit de Indusvallei naar Khuzestan (volksetymologie: “suikerland”), de hellenistische vorsten exporteerden de plant verder naar het westen, al werd het pas echt wat in de Late Oudheid. Idemdito katoen.

    De beweging van oost naar west mag dan de historische verschillen in de vegetatie bepalen, het kon niet anders dan dat in het verbrokkelde land rond de oude wereldzee regionale verschillen waren. Palmgaarden zijn vanouds te vinden bij de steppen in het verre zuiden, en dat is (uitzonderingen als Elche daargelaten) zo gebleven, terwijl olijfgaarden juist voorkwamen aan de noordkant van de Middellandse Zee. Uiteraard zijn er uitzonderingen: de soldaten van Alexander de Grote juichten toen ze, na de terugtocht vanaf de Indus, in Kerman weer olijfbomen zagen.

    Palmen bij Elche

    De voor-westerse wereld is ondenkbaar zonder de olijf en de palm, en ook zonder de diverse soorten graan en de wijnrank. Ze zijn er feitelijk altijd geweest, en in allerlei soorten, al heb ik weleens gelezen dat de druif pas in de Late Bronstijd of de IJzertijd naar Griekenland is gekomen, en dat dit werd weerspiegeld in verhalen dat de god Dionysos van oost naar west kwam. Maar volgens mij is dat een verouderde theorie.

    Importen

    De pointe van dit blogje is dat de vegetatie die wij gewend zijn te zien op vakantie in Italië, Griekenland, Turkije of een land in het Midden-Oosten, niet die is van de Oudheid. De Spaanse tortilla waarvan ik momenteel geniet, is gemaakt van aardappelen, en die komen oorspronkelijk uit de Caraïben, net als de cacao en de maïs. Uw Griekse choriatiki en uw Napolitaanse pizza veronderstellen tomaten, en de tomatl is afkomstig uit Mexico. De rijst waarmee men in de Arabische wereld tomaten vult, was bekend in de hellenistische wereld, vermoedelijk geïmporteerd vanuit India. Daar komt ook het voornaamste ingrediënt vandaan van de oosterse auberginesalades. Peper en andere specerijen, ten slotte, waren in de Oudheid bekend, maar erg zeldzaam. Kortom: wat wij kennen als de Mediterrane keuken, heeft weinig te maken met het eten uit de Oudheid of Middeleeuwen.

    De cactussen die we nu zien, komen uit Amerika, de eucalyptus komt uit Australië, de cipres komt uit Perzië. En dat laatste verbaast me altijd weer, want ik kan me Italië niet voorstellen zonder cipressen.

    Drie Skythen en een cipres in Persepolis.

    Taaiheid

    Maar nog even terug naar de taaiheid die is verondersteld bij de flora van het Nabije Oosten en de Méditerranée. De gewassen zijn vaak laag en hebben vaak de takken dicht op elkaar – het zijn meer struikgewassen, het is vaak kreupelhout – omdat de bladeren daardoor in elkaars schaduw liggen; ook zijn de bladeren wat aan de kleine kant. Op die manier kunnen ze het vochtverlies in de warmte minimaliseren. Als de bladeren toch groot zijn, zoals bij de palm, zijn ze om dezelfde reden wat leerachtig. Zoals ik al eerder schreef was de voor-westerse wereld eigenlijk niet zo heel vriendelijk, noch voor mensen, noch voor de vegetatie.

    Eigenlijk zou ik het ook nog over bloemen moeten hebben, maar ik vind het wel mooi geweest voor vandaag.

    Een pijnboom in het Retiro-park in Madrid (let op het waterwiel links)

    [In de reeks over de voor-westerse geschiedenis behandel ik de tijd vóór het concept van het “Westen” bestond en de factoren die vóór de evenementiële geschiedenis komen. Een overzicht is hier.]

    #AlexanderDeGrote #bloem #ceder #Dionysos #Elche #flora #katoen #Kerman #kersenboom #Khuzestan #LuciusLiciniusLucullus #MiddellandseZee #Moezel #NabijeOosten #olijfboom #palmboom #peper #PliniusDeOudere #specerijen #tomaat #vijgen #voorWesterseGeschiedenis #wijnrank
  30. Het mausoleum van Belevi

    Sculptuur uit het mausoleum van Belevi

    De geschiedenis van de opvolgers van Alexander de Grote, de zogeheten Diadochen, is eigenlijk iets te complex. Zijn voornaamste officieren raakten eerst slaags over de vraag als regenten moesten optreden voor Alexanders zwakbegaafde broer, en belandden vervolgens in een reeks oorlogen, waarin de koninklijke dynastie steeds meer op de achtergrond raakte en vervolgens de rijkseenheid verloren ging. De oorlogen gingen net zo lang door tot al het door Alexander op de Perzen veroverde edelmetaal was uitgegeven aan soldij.

    De beslissende slag was daarom die bij Ipsos, in 301 v.Chr., want daarna was er geen geld meer. Voor enige tijd lagen de grenzen vast: een machtig rijk in Egypte voor Ptolemaios I Soter, een immens Aziatisch rijk voor Seleukos I Nikator, in het aloude Macedonië een rijk voor Demetrios de Stedendwinger en in Thracië en Klein-Azië een rijk voor Lysimachos. In de meeste geschiedenisboeken staat het allemaal nog beknopter, want voor vrijwel alle doelen die je als auteur wil bereiken, kun je makkelijk twee decennia overslaan en doorgaan naar het eindresultaat.

    Het mausoleum van Belevi

    Maar het gaat me vandaag even om die Lysimachos. In de bronnen is hij geen opvallend figuur, hoewel hij een van Alexanders adjudanten is geweest en na diens dood satraap werd in het rijke en strategisch belangrijke Thracië – zeg maar Bulgarije. Na de slag bij Ipsos voegde hij daar dus Klein-Azië aan toe, en verplaatste hij zijn residentie naar Efese, waar hij deed wat elke antieke machthebber deed: een eigen bouwprogramma uitvoeren. Daarbij hoorde ook zijn mausoleum, dat veertien kilometer van zijn residentie verrees op een plek die tegenwoordig Belevi heet.

    Lysimachos (Museo archeologico nazionale, Napels)

    Het mausoleum is geïnspireerd door het Mausoleum van Halikarnassos. De basis met daarin de grafkamer was een vierkant van zo’n dertig bij dertig meter, en was ongeveer tien meter hoog. De wanden waren bedekt met marmerplaten. Daar bovenop verhief een galerij, die was voorzien van achtentwintig pilaren. Helemaal bovenaan stond vermoedelijk een piramideachtig dak, dat was bekroond met Lysimachos’ standbeeld.

    Lysimachos’ einde

    Hij is er nooit begraven. Na bijna twee decennia betrekkelijke rust braken er nieuwe oorlogen uit. De inmiddels tachtigjarige Lysimachos probeerde zijn macht uit te breiden in Griekenland, wat hem nogal wat vijanden opleverde. Het kruitvat was klaargezet. In januari 281 overleed Ptolemaios I, die altijd een stabiliserende factor was geweest. Tegelijk was er een dynastieke crisis in de familie van Lysimachos, die zijn zoon en beoogde opvolger Agathokles liet doden. Dit was de lont in het kruitvat.

    De schamele resten van het mausoleum van Belevi

    Agathokles was getrouwd geweest met Lysandra, de zus van Ptolemaios’ opvolger Ptolemaios II Filadelfos. Na de executie van haar echtgenoot vluchtte zij naar Seleukos, die hier een aanleiding in zag om de oorlog te verklaren aan Lysimachos, die zich ineens bedreigd zag door partijen in Europa, Egypte én Azië. Seleukos rukte meteen op: niet alleen kon hij, als hij Lysimachos versloeg, diens rijk toevoegen aan zijn eigen bezittingen, maar via de Ptolemaïsche prinses maakte hij ook aanspraak op de troon in Egypte. De gedachte dat hij het Alexanderrijk zou herenigen, moet door zijn hoofd hebben gespeeld.

    En hij had succes. In februari 281 stonden Seleukos’ legers op de Kyrosvlakte, even ten oosten van het huidige Izmir, tegenover de troepen van Lysimachos, die niet alleen de slag maar ook zijn leven verloor en nooit werd begraven in zijn eigen mausoleum. Ik weet niet waar hij wel is begraven. Seleukos reisde verder richting Europa, stak de Hellespont over en werd, toen hij voet op Europese bodem zette, vermoord. Een van zijn metgezellen, Filetairos, verzorgde diens uitvaart en werd door Seleukos’ opvolger Antiochos I Soter (r.281-261) erkend als heerser van Pergamon.

    Griffioen (Archeologisch museum, Selçuk)

    En dus

    En zo stond het mausoleum van Belevi dus leeg. Maar niet voor lang. Antiochos I werd opgevolgd door Antiochos II Theos (r.261-246), die een flink deel van zijn regering doorbracht in het huidige Turkije. Daar is hij overleden en hoewel we het niet zeker weten – wanneer weten oudheidkundigen ooit iets zeker? – lijkt hij te zijn bijgezet in Belevi.

    Het is tegenwoordig een nogal troosteloze puinhoop, maar de sculptuur in het museum van Izmir mag er wezen: het gaat om de strijd tussen mensen en kentauren, en ook zijn daar wat griffioenen te zien. Twee andere griffioenen en de sarcofaag, die ik vergeten ben te fotograferen, staan in het museum van Selçuk.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Hellenisme: Alexanders opvolgers

    juni 5, 2020
    De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

    april 19, 2024
    Skepsis (2): Niet oordelen

    mei 5, 2023 Deel dit:

    #alexanderDeGrote #antiochosISoter #antiochosIiTheos #belevi #demetriosDeStedendwinger #diadochen #efese #filetairosVanPergamon #kyrosvlakte #lysimachos #mausoleumVanHalikarnassos #ptolemaiosISoter #ptolemaiosIiFiladelfos #seleukosINikator #slagBijIpsos #turkije

  31. Khalchayan

    Portret uit Khalchayan (Nationaal Museum. Tasjkent)

    Eerst even wat aardrijkskunde. Baktrië is de oude naam van het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan. De voornaamste stad is tegenwoordig Termez, waar de Vriendschapsbrug de twee landen verbindt. De rivier onder die brug heet Amurdar’ya maar is in Europa bekender onder de antieke naam Oxus, een gelatiniseerde versie van de Griekse vorm van het Sogdische Waxš, “wild”. Het is een vruchtbaar gebied, deels door irrigatie, deels door de aanvoer van water uit bergrivieren, en een daarvan is de Surkhandar’ya, die zich bij Termez met de Oxus verenigt. Het stroomdal is al even vruchtbaar.

    Rond 135 v.Chr. vestigden zich hier de Yuehzi-nomaden, die afkomstig waren uit wat ik gemakshalve China zal noemen. Hun migratie is een van de vele voorbeelden van de quasi-eeuwige beweging van nomadische groepen van Siberië naar het westen. In Baktrië woonden de nieuwkomers te midden van Sogdiërs, Saken en de afstammelingen van Perzische kolonisten en de Griekse huurlingen die Alexander de Grote hier had achtergelaten, met daartussen nog wat verdwaalde Indiërs. Een volgend, in Baktrië geformeerd leger trok later, in de eerste decennia van onze jaartelling, verder naar het zuiden en vestigde het Kushana-rijk in de Punjab.

    Khalchayan

    In 1959-1963 heeft de Sovjet-archeologe Galina Anatolevna Pugachenkova bij Khalchayan aan de Surkhandar’ya, dus ten noorden van Termez, een paleis opgegraven dat u naar keuze mag typeren als Yuehzi, als Vroeg Kushana of als laat-hellenistisch. De diverse onderdelen van het complex zijn niet eenvoudig te dateren, maar 50 v.Chr. zit er niet meer dan een eeuw naast. De opvallendste vondst bestond uit een collectie beschilderde terracotta beelden, geplaatst in een gebouw dat aanvankelijk lijkt te hebben gediend als ontvangsthal en later als heiligdom. Ze zijn nu in het Nationaal Museum in Tasjkent.

    Wat opvalt is het realisme, zoals de man hierboven. U zou hem herkennen als u hem op straat tegenkwam. Het is verleidelijk te stellen dat de vaardigheid zoiets te maken teruggaat op kunstenaars die zijn geschoold in de Griekse traditie, en ongetwijfeld is dat minimaal ten dele waar, maar er werden al eerder portretten gemaakt in Baktrië. In Londen ligt in het British Museum de beroemde Oxus-schat, waar twee hoofden van goud deel van uitmaken. Ook uit Ai Khanum en Margiana kennen we lokaal vervaardigde portretten die een lokale portrettraditie documenteren. En denk ook eens aan het Chinese terracotta-leger, dat een traditie documenteert die de Yuehzi-nomaden kunnen hebben gekend. Juist het bestaan van eerdere tradities van realistische portretkunst maakte het voor de Baktrische kunstenaars mogelijk het hellenistische realisme te begrijpen en over te nemen.

    Gandara

    Het is interessant dat de Gandara-kunst van de Kushana’s hier weer op voortbouwt. Er zijn beelden bekend met proporties en fysiognomie die identiek zijn aan die uit Khalchayan. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de Gandara-sculptuur zich merendeels beperkt tot boeddhistische motieven, terwijl in Khalchayan ruiters en andere krijgers zijn uitgebeeld. De man hierboven is wel uitgelegd als een verslagen Sakische nomade. Het is in elk geval een soldaat met een helm.

    Wat ik al met al zeggen wil: we zien hier wat centraal staat in Centraal-Eurazië: dat alle culturen er samenkwamen.

    [Dit was het 512e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De dood van de messias (6)

    maart 30, 2018
    Tollenaars en zondaars

    februari 8, 2012
    Caesar aan de Rubico

    december 17, 2020 Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #GalinaAnatolevnaPugachenkova #GandaraKunst #Khalchayan #KushanaS #Margiana #Oezbekistan #Oxus #OxusSchat #Termez #terracotta #Yuezhi

  32. Alexander de Grote in Memfis

    De Apis (Liebieghaus, Frankfurt)

    In het vorige blogje vertelde ik dat Alexander de Grote zich eind november, begin december 332 v.Chr. vrij eenvoudig meester maakte van Pelousion, de oostelijke tak van de Nijl en Heliopolis. Even verderop lag de oeroude hoofdstad Memfis, die de eenheid symboliseerde van Nijldelta en Nijldal. In het deel van het stadscentrum dat bekendstond als Inebu-hedj, “het witte fort”, loste een Macedonisch garnizoen de laatste Perzische troepen af.

    Vermoedelijk bleven zij in Egypte en traden ze in dienst van Alexander. Dat deed in elk geval een zekere Doloaspis, een man met een Iraanse naam die door de geschiedschrijver Arrianus ten onrechte wordt aangeduid als Egyptenaar. Na Alexanders vertrek deelde Doloaspis de hoogste macht met Petosiris, de hogepriester van de god Thoth, en toen zijn collega aftrad, werd Doloaspis satraap van zowel Beneden- als Boven-Egypte.

    Het graf van Petosiris

    Memfis

    In Memfis bezocht de Macedonische koning de tempel van de god Ptah, de Hut-ka-Ptah. Het heiligdom was zo beroemd dat zijn naam, verbasterd tot Aigyptos, al in de tijd van Homeros door de Grieken werd gebruikt als aanduiding van het hele land aan de Nijl. Zij stelden Ptah, die de ambachtslieden beschermde, gelijk aan hun eigen god Hefaistos, maar ter plekke werd hij vooral beschouwd als een schepper-god die nog ouder was dan de Ra-Atum van het rivaliserende Heliopolis. Elders in Egypte bleef de Heliopolitaanse scheppingsmythe echter populairder dan het Memfitische verhaal. Terwijl de Heliopolitaanse Ra traditioneel gold als beschermer van het koningschap en dus van de Egyptische staat, heeft niet één farao zich ooit gepresenteerd als beschermeling van Ptah.

    Zo bezien is het wat merkwaardig dat Alexander, toen hij de macht in Egypte had overgenomen, zijn respect betuigde aan de stier Apis, een van de manifestaties van deze god:

    In Memfis bracht hij offers aan de goden, met name aan de heilige stier Apis, en organiseerde wedstrijden in atletiek en de muzische kunsten; de beroemdste atleten en kunstenaars waren daarvoor uit Griekenland gekomen.noot Arrianus, Anabasis 3.1.4; vert. Simone Mooij.

    Een offer aan Ra of een traditionele koningskroning in Heliopolis zouden handiger zijn geweest om de inheemse bevolking te tonen dat de nieuwe koning hun beschaving met respect bejegende. Het eerbewijs voor de Apis illustreert dat Alexander, zelfs als hij zich aan de Egyptenaren als een der hunnen wilde presenteren, bleef denken vanuit een Grieks kader. Herodotos had (overigens ten onrechte) beschreven hoe de Perzische veroveraar Kambyses in 525 de Apis had verwond, en sindsdien overschatten de Grieken het belang van het heilige dier en de Ptah-cultus enigszins. Ook sportwedstrijden en kunstenaarscompetities waren Griekse, geen Egyptische, gebruiken. Het goedbedoelde feest in Memfis zal zeker enige sympathie bij de Egyptenaren hebben opgeroepen, maar moet ook aanleiding zijn geweest voor verbaasd commentaar.

    Zoon van de zon

    Toen de Macedonische koning enkele Egyptische koningstitels aannam, doorbrak hij opnieuw de verwachtingen. De farao voerde naast zijn persoonsnaam vier titels en de laatste heersers van het onafhankelijke Egypte hadden deze traditie in ere gehouden. Alexander nam alleen de eerste en vierde titel aan. Hij was nu “de Horus, beschermer van Egypte” en de “geliefde van Amun, uitverkorene van Ra”. De enige vorsten die dezelfde selectie van twee titels hadden gemaakt, waren Kambyses en Darius de Grote, en de vraagt komt op of Alexander zich misschien door een Pers als Doloaspis heeft laten adviseren.

    Met het aannemen van deze titels verkreeg Alexander ook de bijzondere rang van “zoon van de zon”, waaraan hij grote betekenis hechtte. Volgens de gebruikelijke genealogie stamde het Macedonische koninklijk huis via Herakles af van Zeus, maar er bestond een tweede traditie, die de dynastie in verband bracht met de zonnegod. Herodotos vermeldt dat de Zon de grondlegger van de Macedonische koninklijke familie ooit speciaal had beschermd; in de koninklijke graven van Vergina zijn afbeeldingen gevonden van een zestienpuntige zon; en Alexander schreef Darius eens dat de aarde geen twee zonnen duldde.

    De Zon van Vergina (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

    De oppergod en zonnegod waren dus al belangrijk voor de Macedonische koning voor hij aankwam in Egypte, waar deze twee goden niet alleen identiek bleken te zijn, maar de vorst bovendien gold als zoon van het opperwezen. Alexander zou zich voortaan “zoon van Zeus” kunnen noemen. Misschien aarzelde hij nog even omdat ook hij zich realiseerde dat het aanmatigend kon overkomen, maar korte tijd later zou er iets gebeuren dat alle schroom wegnam. Daarover volgende maand.

    [Een overzicht van blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Op weg naar Issos (2)

    november 6, 2022
    Het Narrenschip

    september 4, 2021
    Afrikaans aardewerk

    februari 24, 2019 Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #Apis #Arrianus #DariusIDeGrote #DariusIIICodomannus #Doloaspis #Hefaistos #Heliopolis #Herakles #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #koningsideologie #Memfis #Nijl #Petosiris #Ptah #Ra #Thoth #ZonVanVergina

  33. Alexander de Grote in Egypte

    Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

    In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

    Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

    Alexander, Parmenion en de andere stafleden zullen zich in deze tijd hebben laten voorlezen uit Herodotos’ Historiën. Ruim een eeuw daarvoor had de Griekse onderzoeker het land aan de Nijl bezocht en nuttige informatie opgeschreven over de geografie van Egypte, de gewoonten van de bewoners en de Perzische verovering in 525 v.Chr. door koning Kambyses. Die was – althans volgens Herodotos – gek geworden en had de heilige Apis-stier gedood.

    Pelousion

    Eind november bereikten de soldaten het noordoosten van de Nijldelta bij de zwaar versterkte stad die de Grieken Pelousion noemden, “kleistad”, naar het meest opvallende kenmerk van het landschap voor wie uit de woestijn kwam. Kambyses had moeten vechten om de stad, maar dit keer capituleerde het garnizoen onmiddellijk. De geschiedschrijver Arrianus weet:

    Omdat Mazakes, de Pers die door Darius tot satraap van Egypte benoemd was, niet over Perzische troepen beschikte, ontving hij Alexander als vriend in stad en land. Alexander legerde een garnizoen in Pelousion en beval de vloot stroomopwaarts te varen tot de stad Memfis.noot Arrianus, Anabasis 3.1.2-3; vert. Simone Mooij.

    Mazakes kon weinig anders. Anderhalf jaar eerder had Darius III het Egyptische garnizoen opgeroepen voor de campagne tegen Alexander. Het contingent had zich doodgevochten bij Issos. Niet veel later was een Macedoniër in Perzische dienst met vierduizend Griekse huurlingen naar Egypte gevaren, zeggend dat hij door de grote koning was aangewezen als satraap. Dat was uitgelopen op een gewapend conflict met Mazakes, die weliswaar had gewonnen, maar wiens toch al kleine Perzische garnizoen nog verder was uitgedund.

    Mazakes kon bovendien niet rekenen op de steun van de Egyptische bevolking, die zich de regering van de laatste farao Nektanebo II (Nakhthoreb) herinnerde en nog maar vier jaar eerder de opstand had gesteund van een zekere Chababash. En dus gaf Mazakes Pelousion zonder slag of stoot over aan de Macedoniërs.

    Langs de Nijl

    Na de inspanningen bij Tyrus en Gaza was de verovering van Egypte een even eenvoudig als spectaculair succes. Al in de zevende eeuw had farao Psamtek I Griekse huurlingen in dienst genomen en maatregelen getroffen om de handel te bevorderen. Grieken die het land bezochten keerden vol bewondering terug, zoals Herodotos, die opmerkte dat in geen land ter wereld zoveel bezienswaardigheden waren en men nergens zulke onbeschrijflijk mooie gebouwen aantrof. Hij en zijn landgenoten bewonderden vooral de ouderdom van de Egyptische beschaving en haar kennis van de wereld van het goddelijke.

    Zelf beschouwden de Grieken zich als kinderen – jong van geest maar zonder oude tradities, zonder wijsheid en zonder betrouwbare kennis. Waarschijnlijk mede daarom zou Alexander een bezoek brengen aan het orakel van Ammon, dat een solide reputatie bezat van onfeilbaarheid. Gegeven de interesse die de Grieken en Macedoniërs al hadden voor het oudste land ter wereld, was de bezetting ervan een prachtige publiciteitsstunt.

    Langs de oostelijke tak van de Nijl trokken de Macedonische vloot en het leger in de richting van het huidige Caïro, waar destijds de Egyptische steden Mennefer en Iunu lagen, door de Grieken aangeduid als Memfis en Heliopolis, “Zonnestad”. Geen van onze bronnen maakt veel woorden vuil aan de opmars, hoewel de Macedoniërs onderweg de vesting Boubastis passeerden, de stad van de godin Bastet, strategisch gelegen op de plaats waar het kanaal van de Nijl naar de Rode Zee begon. Herodotos meende dat de tempel een van de meest bezienswaardige plaatsen in Egypte was en het staat vast dat de laatste farao’s er een eer in stelden deze plaats verder te verfraaien. Het zwijgen van onze auteurs suggereert dat Alexander geen belang stelde in de mooie stad.

    Heliopolis

    Twee dagen later bereikten de Macedoniërs Heliopolis, een van de heiligste steden in het land van de Nijl, gewijd aan verschillende manifestaties van de zonnegod Ra. Volgens de mythe was deze ooit als Ra-Atum opgerezen uit de voorwereldlijke chaos en had hij daarop het eiland vervaardigd waarop de zonnetempel zou staan. Vervolgens had hij het licht geschapen door de vorm aan te nemen van een vuur dat brandde in een heilige boom, die eveneens werd aangewezen in Heliopolis. Later was de zonnegod in de gedaante van een schitterende vogel, de bennu, neergestreken op een monoliet die ook al te zien was in Heliopolis. Daar masturbeerde hij en bracht zo Shu voort, de god van de door de zon bestraalde lucht, om vervolgens uit zijn braaksel Tefnut te scheppen, de godin van de dauw. De twee kinderen verwekten op hun beurt Nut en Geb (“Moeder Hemel” en “Vader Aarde”) die vervolgens Osiris, Isis, Seth en Nefthys voortbrachten. De god Horus, ten slotte, gold als kind van Isis en Osiris. Het was allemaal gebeurd in Heliopolis.

    De Grieken kenden deze verhalen en begrepen het belang van de tempel. Herodotos vermeldde de offers en beschreef de monoliet waarop de bennu was neergestreken. Al eerder had deze vogel, aangeduid als de feniks, zijn intrede gedaan in de Griekse mythologie. Alexander negeerde het allemaal en lijkt alleen in Heliopolis geïnteresseerd te zijn geweest omdat hij daar de Nijl kon oversteken.

    [Wordt morgen vervolgd. Een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Misverstand: Alexander de idealist

    mei 6, 2020
    De Perzische en hellenistische stad Kyrene

    juli 28, 2022
    Barsine, de vrouw achter Alexander de Grote

    december 29, 2022 Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #Ammon #Apis #Arrianus #bennu #Boubastis #Chababash #DariusIIICodomannus #dromedaris #feniks #Heliopolis #HerodotosVanHalikarnassos #KambysesII #Mazakes #Memfis #NektaneboII #Nijl #Pelousion #PsamtekI #Ra

  34. Alexander de Grote in Gaza

    Alexander onteert het lijk van Hektor (Nationaal Museum, Beiroet)

    Oorlog in Gaza – ik kan me voorstellen dat de lezer die toevallig vandaag op deze blog belandt, vermoedt dat het over recente gebeurtenissen gaat. Maar ik schrijf over de Oudheid, en dit is een aflevering uit een reeks over Alexander de Grote, die we in het vorige blogje hebben achtergelaten bij Tyrus. Hij had de Fenicische havenstad na een maandenlange belegering ingenomen en de verdedigers op het strand gekruisigd.

    Toen hij ook de Tyrische vrouwen en kinderen, voor zover die niet naar Karthago hadden kunnen ontkomen, als slaven had verkocht, liet hij in Tyrus een garnizoen van gewonde Macedoniërs achter, die de puinhopen maar moesten zien te veranderen in een bewoonbare stad. Vervolgens trok Alexander verder naar het zuiden.

    Strategisch overwegingen

    Hij zal tevreden zijn geweest. Nu de Fenicische havens in Macedonische handen waren, konden de Perzen de Fenicische schepen niet meer gebruiken om naar de Egeïsche wateren te varen. Macedonië was nu onbetwist heer en meester van de halve Middellandse Zee en Alexander kon met recht claimen dat hij het officiële, opzettelijk vaag geformuleerde, oorlogsdoel had bereikt: het straffen van de Perzen voor hun inval in Europa.

    Het was echter niet mogelijk de oorlog te beëindigen. Daarvoor waren in de eerste plaats militaire redenen. Zolang er geen verdedigbare oostgrens was, kon er geen sprake zijn van een vredesverdrag met de Perzen. De Perzische koning Darius III Codomannus deed echter zijn best om de Macedoniërs tegemoet te komen. Hij stuurde Alexander een brief waarin hij hem een territoriaal compromis voorstelde: voortaan zou de rivier de Halys (in Midden-Turkije) de grens zijn tussen Macedonië en Perzië. Voor Alexander was dit aanbod ontoereikend –hij was immers al in Fenicië.

    Dat Darius onderhandelingen aanknoopte, suggereert dat zijn positie na de slag bij Issos was verzwakt. Alexander begreep dat een oostelijke expeditie wel even kon wachten en dat hij eerst een bezoek aan Egypte kon brengen.

    Naar Egypte

    Een urgente militaire reden was er niet, hooguit een zijdelingse. De Atheners stelden vanouds belang in het door de Egyptenaren geproduceerde graan, zodat het bezetten van het Nijldal een middel was om de Grieken het mes op de keel te zetten. Daar was ook een aanleiding voor, want Sparta was aan het mobiliseren tegen de Macedoniërs. Het kon geen kwaad de Griekse graantoevoer te kunnen afsnijden. Bovendien viel in Egypte buit te halen, en daarna konden de Macedoniërs altijd nog de Eufraat oversteken om af te rekenen met de al eens verslagen Darius.

    Laten we een ander motief voor een bezoek aan Egypte niet onderschatten: toerisme. Het land sprak al eeuwen tot de Griekse verbeelding en er was gelegenheid voor vakantie. Na Issos en Tyrus had men die ook wel verdiend.

    En dus ging Alexander in de late zomer van 332 v.Chr. vanuit Syrië op weg naar Egypte. Aan de kust van het huidige Israël is in augustus weinig water beschikbaar – de wadi’s staan droog – en daarom bleef een deel van de Macedonische soldaten achter in Syrië, waar ze het betrekkelijk rustig aan konden doen. De opmars van Alexanders leger verliep probleemloos, want aan de kust lagen geen steden die weerstand konden bieden. In het binnenland had de belangrijke stad Samaria al steun toegezegd, zodat er geen flankaanvallen vielen te duchten. Het zuidelijker gelegen tempelstaatje Jeruzalem had zich weliswaar niet onderworpen, maar stelde militair weinig voor. Elf dagen na hun vertrek uit Tyrus bereikten de Macedoniërs Gaza, waar het Perzische garnizoen weigerde te capituleren.

    Gaza

    Alexander had geen keus: hij moest de stad veroveren. Niet alleen blokkeerde ze de weg naar Egypte, maar ze vormde ook het eindpunt van twee wegen. De ene kwam vanuit Mesopotamië door de woestijn en hoewel ze niet begaanbaar was voor grote legers, konden de Perzen haar gebruiken voor een onverwachte aanval. De ander was de wierookroute, en wie zou de lucratieve wierookhandel niet willen beheersen? Bovendien had Gaza de reputatie dat het onneembaar was en juist dat prikkelde Alexander: zijn tegenstanders zouden geïmponeerd zijn als hij de stad met succes belegerde. Maar hij zou prestigeverlies lijden als hij de stad niet kon innemen.

    Het beleg had een ander karakter dan de operaties bij Halikarnassos en Tyrus, waar we het al over hebben gehad. Daar was het mogelijk geweest belegeringsmachines in te zetten. Gaza lag echter op de rand van de woestijn en de zanderige bodem maakte het moeilijk belegeringstorens en schildpadden naar voren te rijden. Een tweede probleem was de watervoorziening. De dichtstbijzijnde wadi stond in september droog en de capaciteit van de schaarse bronnen in de omgeving was niet al te groot. Het water moest dus worden geïmporteerd en we mogen aannemen dat de Macedoniërs hiervoor de Fenicische schepen benutten.

    Onze bronnen Arrianus en Curtius Rufus geven uiteenlopende beschrijvingen van de belegering van Gaza. Allebei noemen ze een eerste, mislukte bestorming, waarbij Alexander aan de schouder een schotwond opliep. Eerstgenoemde auteur vertelt dat de Macedoniërs daarna een belegeringsdam bouwden met een geplaveid oppervlak, om te verhinderen dat de wielen van de belegeringsmachines vast zouden komen zitten. Curtius Rufus meldt echter dat de aanleg van de dam diende om het Perzische garnizoen niet te laten merken dat de Macedoniërs feitelijk een tunnel groeven om de muren te ondermijnen. Na twee maanden viel de stad.

    Marteling

    Curtius Rufus weet meer over de laatste bestorming, namelijk dat zowel Alexander als de garnizoenscommandant, een zekere Batis, gewond raakten. De Macedoniër koelde zijn woede op zijn tegenstander. Hij hield Batis voor dat die alle martelingen zou ondergaan die voor een gevangene konden worden verzonnen. De verslagen garnizoenscommandant gaf geen krimp, waarop Alexander Batis’ enkels met riemen vastbond aan zijn strijdwagen, en de ongelukkige krijgsgevangene rond de stad sleepte. Zo had in legendarische tijden, tijdens de Trojaanse Oorlog, Alexanders voorvader Achilleus het stoffelijk overschot van Hektor onteerd – maar Alexander gebruikte de methode om iemand te doden.

    Arrianus vermeldt niets van dit alles. Dat kan betekenen hij iets heeft weggeretoucheerd wat wel heeft plaatsgevonden, maar andersom kan het zijn dat Curtius een te zwart portret schetst van Alexander. Er is geen manier om een keuze te maken. Zolang er geen nieuwe bronnen bijkomen kunnen we alleen constateren dat het lastig is de waarheid te achterhalen.

    [Meer stukken over Alexander de Grote hier.]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Wat is er nieuw? Spanje

    december 10, 2020
    Menandros

    december 12, 2023
    Alexandrië in Brussel

    november 13, 2022 Deel dit:

    #Achilleus #AlexanderDeGrote #Arrianus #DariusIIICodomannus #Fenicië #Gaza #Hektor #Israël #QuintusCurtiusRufus #TrojaanseOorlog #Tyrus #Wierookroute

  35. Ook #AlexanderDeGrote maakte militaire fouten. Zoals de belegering van Halikarnassos. Hij won tactisch maar verloor het initiatief.

    mainzerbeobachter.com/2025/04/

  36. Wat is een diadeem?

    Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

    Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

    Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

    De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

    De Macedonische diademen

    Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

    Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

    Hellenistische diademen

    Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

    Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

    De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

    Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

    Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

    Romeinse diademen, kransen en kronen

    In de Romeins Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

    Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwheidskrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

    De IJzeren Kroon

    Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse

  37. Hoe #AlexanderDeGrote Sardes in handen kreeg, de belangrijkste Perzische stad in het westen van Azië.

    mainzerbeobachter.com/2025/03/

  38. Diodoros van Sicilië

    Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

    Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

    De kwaliteit van Diodoros’  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

    Inhoud

    Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros’ eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

    Diodoros’ boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

    Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

    De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

    Beoordeling

    De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

    Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

    De vertaling

    Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

    Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

    Het grote publiek

    Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

    Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

    De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

    Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon

  39. Echte en onechte brieven van Paulus

    Paulus (Rome, Santa Prassede)

    Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

    Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

    Waarom discussie?

    Eén van de redenen om te debatteren is dat antieke brieven met een levensbeschouwelijke inslag sowieso verdacht zijn. Classici voeren een vrolijke discussie over de brieven van de Atheense filosoof Plato en voeren geen discussie over de brieven van Apollonios van Tyana (allemaal vals). De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos citeert in zijn Leven van Alexander uit een fictieve correspondentie tussen Alexander en Aristoteles.noot Ik noem dit omdat het bewijs dat Alexander de leerling is geweest van Aristoteles minder sterk is dan wel wordt aangenomen. Dat geleerden vraagtekens plaatsen bij het auteurschap van Paulus, is dus heel normaal: het genre schreeuwt erom.

    De aanleiding tot de vraag zit soms ook in de brief. Hebreeën vermeldt geen afzender en heeft sowieso een beetje de vorm van een essay. De authenticiteitsvraag dringt zich dan vanzelf op.

    De complicaties

    Het probleem is nu: we hebben eigenlijk wat weinig context. We hebben een algemeen verhaal over Paulus’ reizen, de Handelingen van de apostelen, maar dat is meer een roman dan een biografie. En hoewel het te ver zou gaan de tekst als historisch volslagen onbetrouwbaar neer te zetten, zijn er toch wel heel gekke discrepanties tussen de Paulus van de Handelingen en de Paulus van de authentieke brieven.

    Volgens de brieven-Paulus konden niet-Joden toetreden tot het Verbond zonder dat er eisen werden gesteld, terwijl de Handelingen-Paulus akkoord gaat met de Noachitische geboden. In de brieven noemt Paulus zich te pas en te onpas “apostel”, Handelingen duidt hem één keer zo aan.noot Handelingen 14.4. Ook de biografie van de twee Paulussen is anders. Samenvattend: de auteur van de Handelingen schetst geen reële Paulus maar een ideale christen. Of beter: de auteur herkende allerlei spanningen tussen de diverse soorten christenen en paste zijn Paulus zó aan dat consensus mogelijk was. Dat is een duidelijk doel, maar maakt het lastig om de authenticiteit van de brieven te toetsen aan de hand van Handelingen.

    Criteria

    Theologie dan? Er zijn tussen de authentieke en bediscussieerde teksten overeenkomsten en verschillen. Er liggen nu twee problemen. Het eerste is: niet-authenticiteit is altijd makkelijker te beredeneren. Het is vrij simpel verschillen te benoemen die overtuigend ogen, terwijl het aanwijzen van overeenkomsten neerkomt op het opsommen van platitudes. Dat Paulus en iemand die deed alsof ’ie Paulus was, allebei geloofden in één god en aan Christus een speciale plek toewijzen: dat is allemaal zo logisch dat het niet overtuigt.

    Het tweede probleem is dat denkende mensen van mening veranderen. Zoiets geldt zeker voor Paulus, die begon als farizee en zich ontwikkelde tot christen. We weten dus dat deze man niet over alles altijd hetzelfde dacht.

    Nog iets: voor wie schreef iemand? Een Paulus die zich richtte tot mensen die hem al kenden zou hun andere dingen vertellen dan aan mensen die hem niet kenden. Elke auteur past zijn vorm aan zijn doelgroep aan: de Max Havelaar die zich richt tot de hoofden van Lebak hanteert islamitisch jargon, de Max Havelaar van “Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java” niet. Verschillen in vorm en stijl zijn dus te verwachten.

    Woordkeuze is ook weleens genoemd. De auteur van de omstreden Brief aan de Efesiërs hanteert woorden die overeenkomen met de Eerste brief van Clemens, die een halve eeuw na Paulus geschreven moet zijn. Van diezelfde brief aan de Efesiërs is weleens opgemerkt dat ze een kerk-in-wording veronderstelt, die er in Paulus’ eigen tijd zeker nog niet was.

    Tot slot: stylometrie? Helaas zijn de brieven wat kort, maar er is wel onderzoek gedaan. Logischerwijs nemen onderzoekers de zeven authentieke teksten als norm en vergelijken de andere teksten daarmee. Dan lijken de omstreden Efeziërs en Kolossenzen authentieker te zijn dan de twee brieven aan Timotheüs.

    Ik komt tot een soort conclusie. Toen ik me voornam dit eens uit te zoeken, meende ik te weten dat zeven brieven echt waren en de rest omstreden. Dat is nog steeds mijn conclusie, want de consensus van de wetenschappers is zwaarwegend. Maar nu ik me er wat in verdiep, begrijp ik wel beter waarom geleerden verdeeld zijn over de andere brieven: het is heel lastig om authenticiteit en gebrek aan authenticiteit aan te tonen.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. En een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect van de oudheidkunde vindt u daar.]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #Aristoteles #authenticiteitscriteria #BriefAanDeEfesiërs #BriefAanDeFilippenzen #BriefAanDeGalaten #BriefAanDeHebreeën #BriefAanDeKolossenzen #BriefAanDeRomeinen #BriefAanFilemon #briefliteratuur #EersteBriefAanDeKorintiërs #EersteBriefAanDeThessalonicenzen #EersteBriefAanTimotheüs #EersteBriefVanClemens #HandelingenVanDeApostelen #MaxHavelaar #NieuweTestament #Paulus #Plato #Ploutarchos #stylometrie #TweedeBriefAanDeKorintiërs #TweedeBriefAanTimotheüs

  40. Alexander de Grote in Troje

    De landingsplaats van Alexander de Grote in Azië: Troje

    In het voorjaar van 334 v.Chr. stak Alexander de Grote de Hellespont over van Europa naar Azië: zijn oorlog tegen het Perzische Rijk was begonnen. Of beter: zijn rol in het conflict was begonnen, want de strijd was al eerder losgebarsten en er was al een Macedonische strijdmacht in Azië aanwezig. Gecommandeerd door de oude generaal Parmenion had die aanzienlijke successen geboekt, maar de Perzische legers hadden hem teruggedreven. Met 10.000 man was zijn leger slechts een voorhoede geweest van een hoofdmacht die, door de moord op koning Filippos en de troonsbestijging van Alexander, vertraagd aankwam. Evengoed had Parmenion een bruggenhoofd geschapen, zodat Alexanders leger makkelijk kon oversteken.

    Zijn leger telde 43.000 man. Daar kwam naar schatting nog zo’n 16.000 man ondersteunend personeel bij, zodat in totaal 64.000 mensen deelnamen aan de Aziatische campagne. Ter vergelijking: het leger waarmee Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië telde ongeveer 34.000 legionairs. Veel van Alexanders manschappen zouden niet terugkeren: ze sneuvelden of bleven achter in een van de garnizoenssteden die Alexander in het oosten zou stichten.

    Alexander dankte zijn snelle troonsbestijging ten dele aan Parmenion, die Alexanders persoonlijke vijand Attalos uit de weg had geruimd. De jonge vorst moest hem terugbetalen en zo zien we Parmenions oudste zoon Filotas als commandant van de gardecavalerie, terwijl diens jongere broer Nikanor diende als aanvoerder van een elite-onderdeel van de infanterie. Een derde zoon, Hektor, had een onbekende functie in de directe omgeving van Alexander, wellicht als liaisonofficier. Een zekere Asandros, misschien Parmenions broer, kreeg een bestuursfunctie in Azië. Tot slot was de bataljoncommandant Koinos een schoonzoon van Parmenion. Voor u nu denkt dat dit allemaal nepotisme was: het gaat stuk voor stuk om competente mensen, die ook zonder patronage vroeg of laat carrière zouden hebben gemaakt. Parmenion was Alexanders beste vriend.

    Terwijl Parmenion de troepen naar Azië overzette, maakte Alexander met zijn naaste vrienden een korte omweg:

    Alexander voer met zestig oorlogsbodems naar het gebied van Troje. Daar wierp hij als eerste van de Macedoniërs vanaf het schip zijn speer en plantte die in de grond. Toen sprong hij zelf van het schip af. Zo gaf hij aan dat hij Azië uit handen van de goden in ontvangst nam als “met de speer veroverd land”.noot Diodoros van Sicilië, Wereldgeschiedenis 17.17.1.

    Deze passage suggereert dat volgens het Macedonische oorlogsrecht de inbezitneming van een stuk land gold als een geschenk van de goden aan de veroveraar, en dat diens succes de rechtvaardiging was van de agressie. Een dergelijk onverhuld imperialisme – welbeschouwd het recht van de sterkste – is zeker niet zonder parallellen en het is heel goed mogelijk dat Alexander inderdaad een claim als deze heeft gedaan. Een probleem is echter dat de homerische uitdrukking “met de speer veroverd” vóór de tijd van Alexander nooit werd gebruikt in deze betekenis. De theatrale handeling blijft zo wat mysterieus.

    Er is nog een tweede homerische parallel. Volgens de dichter had een orakel vlak voor de Trojaanse Oorlog voorspeld dat de eerste Europeaan die voet zette op Aziatische bodem, daar ook als eerste zou sneuvelen. Door op dezelfde plaats aan land te gaan, bewees Alexander dat hij bereid was de gevaren van de oorlog te delen met zijn mannen.

    Op de Trojaanse vlakte dwaalden, zo wist iedereen, de geesten van de helden uit de legendarische oorlog. Voor Alexander, die beweerde af te stammen van Achilleus, was een bezoek aan Troje niet zomaar een toeristisch uitje. Hij bracht eerst offers bij het graf van zijn voorvader.

    Vervolgens beklom hij de heuvel van Troje en bracht een offer aan de Trojaanse Athena. Zijn volledige wapenrusting hing hij als wijgeschenk op in de tempel en in ruil daarvoor nam hij uit het heiligdom enige wapens mee die daar nog bewaard waren gebleven uit de tijd van de Trojaanse Oorlog. Er wordt verteld dat men die altijd voor hem uit droeg als hij ten strijde trok.noot Arrianus, Anabasis 1.11.7.

    Het is niet uitgesloten dat het meegenomen schild inderdaad uit lang vervlogen tijden stamde. Jaren later, toen Alexander campagne voerde in de Punjab, redde hij zijn leven door te schuilen onder het Trojaanse schild, en dat kan eigenlijk alleen als het ging om wat Homeros nu eens een “torenhoog”, dan weer een “manshoog” schild noemt.

    Hoe dat laatste ook zij, de oorlog van Alexander de Grote tegen het Perzische Rijk was begonnen.

    [Alles over Alexander de Grote staat hier bij elkaar.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #Filotas #Hellespont #Koinos #Parmenion #Troje

  41. Het eerste regeringsjaar van #AlexanderDeGrote: een terugblik op de veroveraar van Azië vóór hij naar Azië overstak.

    mainzerbeobachter.com/2024/11/

  42. De relatie tussen #AlexanderDeGrote en de Griekse stadstaten was volledig verprutst toen hij een van de belangrijkste steden van Griekenland liet verwoesten, Thebe.

    mainzerbeobachter.com/2024/10/

  43. De relatie tussen #AlexanderDeGrote en de Griekse stadstaten was extreem slecht. Het begon al met de verwoesting van een van de belangrijkste steden van Griekenland, Thebe.

    mainzerbeobachter.com/2024/10/
    @

  44. We kennen #AlexanderDeGrote als een van de succesvolste generaals aller tijden. Een van zijn vroegste campagnes, die in het huidige Albanië, verliep echter niet zonder moeilijkheden.

    mainzerbeobachter.com/2024/09/

  45. Ik schreef op de #MainzerBeobachter al vaker over #AlexanderDeGrote. Dus er kan wel een blogje bij: Alexanders campagne vóór hij tegen de Perzen oprukte. Met een foto die ik nam op de Roemenië-expositie in het Drents Museum.

    mainzerbeobachter.com/2024/08/

  46. Weinig gebieden zijn zó hard door #AlexanderDeGrote te pakken genomen als de Griekse stadstaten. Zijn eerste regeringsdaad was intimidatie (en daarover schrijf ik op de #MainzerBeobachter); binnen een jaar was hij terug voor erger. Daarover later meer.

    mainzerbeobachter.com/2024/07/

  47. Voor BNR hielp ik bij het maken van een podcast over het graf van #AlexanderdeGrote. Het was superleuk om te doen en volgens mij is dat aan het resultaat te horen.

    mainzerbeobachter.com/2024/06/

  48. Een van de drie graven in de Grote Tumulus van Vergina geldt als dat van koning Filippos II van #Macedonië, de vader van #AlexanderDeGrote. Maar klopt dat wel?

    mainzerbeobachter.com/2023/11/

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.