home.social

#evangelievanmatteus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #evangelievanmatteus, aggregated by home.social.

  1. Nog één keer: de wijzen uit het oosten

    4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

    Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

    Magiërs

    Het gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

    Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

    De ster

    Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:

    Een ster komt op uit Jakob,
    een scepter uit Israël.
    Hij verbrijzelt Moab de slapen,
    de kinderen van Set slaat hij neer.

    verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.

    Citaten en allusies

    Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.

    Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.

    Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.

    Niet alles is fictie

    Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.

    Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.

    Heidense wijzen

    De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.

    In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.

    Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze op grond van hun beperkte wijsheid dat er een Joodse koning is geboren.

    Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie hanteerde van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.

    Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift

  2. Nog één keer: de wijzen uit het oosten

    4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

    Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

    Magiërs

    Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

    Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

    De ster

    Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het beeldmerk van de messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:

    Een ster komt op uit Jakob,
    een scepter uit Israël.
    Hij verbrijzelt Moab de slapen,
    de kinderen van Set slaat hij neer.

    verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.

    Citaten en allusies

    Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.

    Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.

    Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.

    Niet alles is fictie

    Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.

    Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.

    Heidense wijzen

    De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.

    In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.

    Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs in Daniël het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze echter op grond van hun beperkte wijsheid correct dat er een Joodse koning is geboren.

    Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie was gaan definiëren van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.

    Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift

  3. Nog één keer: de wijzen uit het oosten

    4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

    Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

    Magiërs

    Het gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

    Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

    De ster

    Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:

    Een ster komt op uit Jakob,
    een scepter uit Israël.
    Hij verbrijzelt Moab de slapen,
    de kinderen van Set slaat hij neer.

    verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.

    Citaten en allusies

    Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.

    Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.

    Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.

    Niet alles is fictie

    Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.

    Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.

    Heidense wijzen

    De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.

    In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.

    Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze op grond van hun beperkte wijsheid dat er een Joodse koning is geboren.

    Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie hanteerde van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.

    Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift

  4. Judas Iskariot

    Dertig Tyrische sjekels (Bibelhaus, Frankfurt)

    Ik denk dat er, met de mogelijke uitzondering van Maria Magdalena, geen nieuwtestamentische bijrolspeler is die meer de aandacht heeft getrokken dan Judas Iskariot. Een deel van de verklaring is natuurlijk dat zo weinig over hem bekend is. Je kunt er van alles bij verzinnen.  En dat is in de afgelopen eeuwen dan ook gedaan. We weten echter weinig met voldoende zekerheid. Hij behoorde tot Jezus’ inner circle, De Twaalf. De evangelist Johannes weet dat Judas de gemeenschappelijke kas beheerde (12.6 en 13.29). Verder weten we dat Judas Jezus uitleverde aan de autoriteiten en dat hij kort na Jezus’ marteldood ook zelf dood was.

    Iskariot

    En o ja, zijn bijnaam was Iskariot. Maar we weten niet wat het betekent. Eén verklaring is in elk geval weinig plausibel: dat het zou zijn afgeleid van sicarius, “dolkdrager”. Er zijn namelijk maar heel weinig Latijnse leenwoorden in het Aramees en Hebreeuws. Je moet dan ook nog verklaren waarom de twee eerste letters zijn verwisseld. Zoiets komt wel voor maar is ongebruikelijk.

    Ik hecht iets meer waarde aan de theorie dat Iskariot komt van een Semitische vorm als sgr, verwijzend naar iemand die een ander uitlevert: “Judas de Uitleveraar” dus. Voordeel van deze theorie is dat we er geen Latijn bij hoeven halen maar blijven in de sfeer van het Aramees. Ook hier is echter wat filologisch goochelwerk nodig.

    Optie drie: het gaat om een plaatsaanduiding. Hij kwam uit het dorpje Keriot-Chesron dat wordt genoemd in Jozua 15.25. Het is niet onmogelijk maar het is onzeker of dit dorpje nog bestond. Er waren zeven eeuwen verstreken sinds de compositie van Jozua, eeuwen waarin de topografie veranderde door de Babylonische Ballingschap. Waar Chesron is gebleven, is weer een andere vraag.

    Misschien het aantrekkelijkst is dat de naam is afgeleid van škr, wat Iskariot zoiets zou laten betekenen als “man van de leugen”. Het past goed bij de wijze waarop Joden elkaar destijds uitscholden. Ook in de Dode-Zee-rollen is sprake van een “man van de leugen” ofwel “leugenspuier”. Dit is dus aantrekkelijk, plausibel zelfs, maar bewezen is het echter allerminst.

    Uitlevering

    Waarom Judas zijn meester aangaf bij de tempelautoriteiten, we weten het niet.  Het Evangelie van Marcus kent geen motief. Pas als Judas het aanbod heeft gedaan, komen de beruchte dertig zilverlingen ter sprake (14.10-11). Matteüs draait de volgorde om als Judas zijn meester als bij opbod verkoopt (26.15). Hebzucht is een eigenschap die ook Johannes in Judas’ schoenen schuift. Lukas ziet het anders: zijn Judas is door de duivel bezeten (22.3).

    Ik attendeer erop dat Judas zijn meester uitleverde. Hij was behulpzaam bij een arrestatie die de autoriteiten met het oog op de openbare orde noodzakelijk achtten. Uit niets valt op te maken dat Judas wilde dat Jezus zou worden gedood.

    Dan nog even de prijs: dertig zilverstukken. Het Griekse woord is ἀργύρια, wat vrijwel zeker slaat op de Tyrische sjekels die in de Tempel gangbaar waren. Die hadden een waarde van vier drachme, wat de totale prijs dus brengt op 120 drachmen. Dat is ongeveer viermaal het maandloon van een soldaat of een geschoolde arbeider. Een fors bedrag, maar de tempelautoriteiten zullen het een kleine prijs hebben gevonden om te beletten dat Jezus zijn programma zou uitvoeren: een revolutionaire opstand waarin de laatsten de eersten zouden zijn.

    Dood

    Matteüs schrijft dat Judas, toen Jezus niet alleen was gearresteerd maar ook werd geëxecuteerd …

    … zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.” Maar zij zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!” Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich. (27.3-5)

    De Handelingen van de Apostelen vertellen iets anders.

    Bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. (1.8)

    Het kan niet allebei waar zijn, maar in de middeleeuwse iconografie werden de twee tradities gecombineerd. Dat levert vrij gruwelijke plaatjes op van gehangenen wier darmen uit de buik barsten. Historische waarde hebben die vanzelfsprekend niet.

    Speculaties

    We zijn met die plaatjes beland in het rijk van de speculatie, waarop ik aan het begin van dit blogje al attendeerde. We hoeven het er niet lang over te hebben, maar ik noem er twee.

    • Dat Judas Jezus zou hebben aangegeven omdat de situatie uit de hand liep (zoals gesuggereerd in Jesus Christ Superstar) is natuurlijk vriendelijk: het is een aardiger motief dan geldzucht. Maar het bronnenmateriaal geeft geen aanleiding tot deze speculatie.
    • Dat Judas Jezus geheel niet zou hebben verraden, zoals ooit met veel fanfare naar buiten gebracht door het zogeheten Jesus Seminar, betekent eveneens dat je terzijde schuift wat in de bronnen staat.

    Het enige wat we weten is dat de bronnen zeggen dat Judas Jezus uitleverde en dat jongere bronnen hebzucht noemen als motief. Dat is alles. Meer willen weten is, zoals de Fransen zeggen, hannibalisme.

    [Wordt vervolgd. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Cypriotische stad Salamis

    juli 9, 2024
    De opstand van Tacfarinas (3)

    augustus 5, 2025
    Machaerus

    juni 13, 2020 Deel dit: #apostel #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #HandelingenVanDeApostelen #hogepriesterschap #JesusChristSuperstar #JesusSeminar #JezusVanNazaret #JudasIskariot #NieuweTestament #zilverstuk