home.social

#herodes-de-grote — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #herodes-de-grote, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Wanneer is Paulus geboren?

    Een middeleeuwse afbeelding van de hebdomaden

    Twee weken geleden blogde ik over de theorie van Jerome Murphy-O’Connor en Fik Meijer dat de apostel Paulus niet afkomstig was uit Tarsos, zoals aangegeven in de Handelingen van de Apostelen, maar uit Gischala in Galilea. Dat baseren ze op een laat-vierde-eeuwse bron,  Hieronymus. De Nederlandse oudheidkundige Paul Leunissen stuurde me een artikel waarin hij uitlegde waarom dit niet plausibel was. De opmerking van Hieronymus biedt echter meer informatie dan alleen over een (niet) mogelijke geboorteplaats.

    Ze zeggen dat de ouders van de apostel Paulus afkomstig waren uit Gischala, een landstreek in Judea, en dat zij, toen de hele provincie (tota provincia) door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld, werden overgebracht naar Tarsos, een stad in Cilicië, en dat de jonge Paulus de omstandigheden van zijn ouders is gevolgd.noot Hieronymus, Commentaar op Philemon 23-24.

    Verwoeste provincie

    Als we zouden kunnen weten wanneer “de hele provincie door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld”, hadden we een aanwijzing voor de geboortedatum van Paulus. Het probleem is dat de geboden informatie in de huidige vorm onmogelijk waar kan zijn en dat we hulphypothesen moeten inroepen voordat we überhaupt met dit fragmentje aan de gang kunnen.

    Gischala lag namelijk niet in Judea maar in Galilea, waar achtereenvolgens Herodes de Grote (tot 5/4 v.Chr.), Herodes Antipas (tot 39 na Chr.) en Herodes Agrippa I (tot 44 na Chr.) regeerden. Dit was géén Romeinse provincie. De enige mogelijke hulphypothese is dat Hieronymus zich bezondigt aan zowel een topografische fout als een anachronisme, en dat werpt een zeker licht op de kwaliteit van de rest van zijn informatie. De eerste keer dat Romeinse troepen hun eigen provincie verwoestten, was tijdens de Joodse Opstand.

    Aannemend – aannemend dus, een hulphypothese inroepend – dat Hieronymus bedoelt dat de Romeinen Galilea onder de voet hebben gelopen vóór het een provincie was, komen verschillende momenten in aanmerking:

    Meijer kiest voor 4 v.Chr. en plaatst Paulus’ geboorte iets eerder. Leunissen merkt op dat daarvoor geen enkel positief argument valt aan te dragen. Zelf heeft Leunissen een ander argument om Paulus’ geboortejaar vast te stellen. Paulus noemt dat zelf.

    Een negentiende-eeuwse afbeelding van de hebdomaden

    Hebdomaden

    Even terug. In de voorindustriële wereld kende men het idee dat een mensenleven bestond uit een aantal fasen van elk zeven jaar. Ik ken het idee onder de naam hebdomadenleer (“zeventallenleer”) en u kent allemaal het plaatje van de “trap des ouderdoms” wel dat ik hierboven plaatste; het bestaat in allerlei varianten. Het denkbeeld van fasen van elk zeven jaar, is al in de vroege zesde eeuw v.Chr. te vinden bij Solonnoot Fragment 27 (ed. West) = 23 Gentili-Prato. en – zo lees ik bij Leunissen – was ook in de hellenistisch Joodse wereld bekend, bijvoorbeeld bij Filon van Alexandrië.

    Gegeven de algemene bekendheid mogen we dit gebruiken bij de analyse van het Nieuwe Testament. De evangelist Matteüs gebruikt bijvoorbeeld de eerste van die leeftijden, paidion (“kleuter”), in het verhaal over de wijzen uit het oosten; ik blogde er al eens over dat het daar genoemde kind een stuk ouder was dan de baby die Lukas’ herders zien – maximaal zeven jaar oud. Leeftijdsaanduidingen doen ertoe.

    Paulus’ leeftijden

    Voor ons relevant zijn andere termen. Om te beginnen neanias, “jonge man”. Dit is iemand tussen de eenentwintig en achtentwintig jaar. Met dit woord wordt Paulus, die toen nog Saul heette, aangeduid als hij aanwezig is bij de steniging van Stefanus, die plaatsvond in het midden van de jaren dertig.noot Handelingen 7.58.

    Een tweede woord is presbytès, wat slaat op iemand tussen de negenenveertig en zesenvijftig. Paulus gebruikt dit woord zelf in zijn Brief aan Filemon,noot Filemon 9. die hij heeft geschreven terwijl hij gevangen zat. Dat kan in de tweede helft van de jaren vijftig in Caesarea zijn geweest of eventueel in Rome, rond 60.

    Paulus’ hebdomaden (klik=groot)

    Met dateringen “in het midden van de jaren dertig”, “tweede helft van de jaren vijftig” en “rond 60” neem ik wijdere marges dan Leunissen, die bijvoorbeeld de executie van Stefanus plaatst in precies 36. Dat maakt verder niet uit: hier is een tabel zoals ook Leunissen construeert. De linkse kolom geeft jaren na Chr. aan, met in groen de jaren waarin Stefanus’ terechtstelling en de gevangenschap zijn te plaatsen; de andere kolommen geven Paulus’ ouderdom aan, gebaseerd op diverse beginjaren, met in geel steeds de jaren waarin Paulus neanias en presbytès zou zijn geweest.

    Leunissen concludeert dat Paulus ergens tussen 5 en 7 na Chr. zal zijn geboren. Ik neem wat wijdere marges en sluit daarom latere geboortejaren niet uit. Er is veel ruimte voor aarzeling en onzekerheid. Ik denk echter dat Leunissen gelijk heeft als hij concludeert dat Paulus een decennium later is geboren dan Meijer op basis van Hieronymus wil aannemen.

    Literatuur

    Paul Leunissen, “Was Paulus afkomstig uit Palestina en even oud als Jezus?”, in: Lampas 58/3 (2025) 263ff.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    #BriefAanFilemon #FikMeijer #FilonVanAlexandrië #GamaliëlI #HandelingenVanDeApostelen #hebdomaden #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #HerodesDeGrote #Hieronymus #NieuweTestament #PaulLeunissen #Paulus #PubliusQuinctiliusVarus #PubliusSulpiciusQuirinius #Solon #Stefanus
  2. Een Romein in Marokko: Juba II

    Juba II (Musée de l’histoire et des civilisations, Rabat)

    Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.

    Octavia’s tiental

    Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.

    Octavia, de pleegmoeder van Juba II (Archeologisch Museum, Korinthe)

    Om te beginnen drie kinderen uit Octavia’s eerste huwelijk: Claudia Marcella Maior, Claudia Marcella Minor en Marcus Claudius Marcellus. Verder de kinderen die ze had van Marcus Antonius: Antonia Maior en Antonia Minor, en een stiefzoon Jullus Antonius. Na de ondergang van Marcus Antonius en Kleopatra ook hun kinderen: Alexandros Helios en Kleopatra Selene. De Britse prins Tincomarus en Juba II brengen het totaal op tien.

    De dichter Sextus Propertius typeerde Octavia als “de beste van alle moeders” en dat is natuurlijk Romeinse standaardstroopsmeerderij, maar je begrijpt het wel. En met tien kinderen was deze antieke regenboogstam nog niet eens compleet, want aan de overkant van de straat groeide Octavia’s nichtje Julia op, met haar stiefbroers Drusus en Tiberius. In welk van de twee villa’s de acht kinderen van koning Herodes de Grote werden opgevoed, is onduidelijk, maar Octavia’s huishouden was feitelijk een internaat, en de docenten waren de beste van die tijd, zoals de stoïcijnse filosoof Athenodoros van Tarsos en de universeel geleerde Alexandros Polyhistor.

    Kleopatra Selene (Musée Public National, Cherchell)

    Koning Juba

    Andrew Kenrick (“PhD in Life Writing”, wat dat ook moge wezen) vraagt zich in zijn onderhoudende Rex Juba af hoe we de identiteit van de gebiografeerde moeten typeren: als Afrikaan? (geen antiek concept) als Berber? (definieer eerst het verschil tussen Numidiër en Berber) als Romeins burger? als Griek, omdat Juba in die taal schreef? De oninteressante vraag zegt, vanzelfsprekend, minder over Juba dan over de hedendaagse middenklasse-obsessie met identiteit. Het boek begint daardoor zwak, maar wordt al snel beter, ja zelfs heel goed.

    Samengevat: toen Octavia’s broer eenmaal alleenheerser was geworden – hij zou zich later Augustus gaan noemen – maakte hij Juba tot koning van het westelijk deel van Numidië (het woongebied van de Masaeisyliërs) en van Mauretanië (wat wij Marokko noemen). Juba gedroeg zich daar verder precies zoals van hem werd verwacht: hij verleende militaire steun aan Augustus’ Cantabrische Oorlog, sloot een dynastiek huwelijk (met Kleopatra Selene) dat Augustus hielp de familie van Marcus Antonius te integreren in zijn eigen bestel, hij zorgde voor de nodige bouwwerkzaamheden in Iol Caesarea (Cherchell) en hij diende weleens als hoveling, bijvoorbeeld als lid van de begeleidingscommissie van prins Gaius Caesar. Kortom: een loyale paladijn. Alleen zijn tweede huwelijk lijkt niet naar de zin van Augustus te zijn geweest en werd dan ook alweer snel ontbonden.

    Juba was ook de auteur van diverse boeken; zijn Romeinse Oudheden moet een jeugdwerk zijn geweest. Een boek over Latijnse woorden die op Griekse woorden leken, past in het Romeinse culturele klimaat als een hand in een handschoen. Hij publiceerde over schilderkunst en over de geschiedenis van het theater, en publiceerde overzichtswerken over zijn eigen koninkrijk, over Arabië en over “Assyrië” (waarmee vermoedelijk Mesopotamië was bedoeld). Ze zijn allemaal verloren gegaan, maar er zijn tientallen citaten over.

    Grafschrift van Auniga, een door Juba vrijgelaten slavin (Musée Public National, Cherchell)

    Culturele ontmoetingen

    Een deel van zijn informatie was gebaseerd op ontdekkingsreizen die hij had laten organiseren: naar de bovenloop van de Ziz, die hij (à la Herodotos van Halikarnassos) identificeerde als de Nijl, en langs de West-Afrikaanse kust, waarbij hij de Canarische Eilanden ontdekte. Die vernoemde hij naar de dieren die hij er tegenkwam: canis ofwel hond. Juba zou een commentaar op het korte reisverslag van Hanno de Zeevaarder hebben geschreven, en je zou willen weten wat hij meldde over de Nok– en de Sao-culturen waarmee zijn onderdanen handel moeten hebben gedreven.

    Het graf van Juba II en Kleopatra Selene (“Mausolée royal de Maurétanie”)

    Dat is wat ik aan Rex Juba wat ongemakkelijk vond: hoe sympathiek ik Kenricks boek ook vond, hij gaat nauwelijks in op Juba’s Maghrebijnse context. Akkoord, Juba was geparachuteerd in een gebied waar hij feitelijk een vreemde was: een Romein die plotseling koning was in Marokko. Maar de archeologie had Kenrick kunnen tonen hoe Juba’s nieuwe onderdanen daarop reageerden. Gaven ze, zoals de Joden, een voorkeur aan lokaal geproduceerd aardewerk of omhelsden ze de contacten met Rome? Hoe liep de handel door de Sahara? Was ook hier Saturnus Africanus een Romeinse aanpassing aan een Maghrebijnse god? Kenrick noemt enkele opstanden, zoals die van Tacfarinas, maar contextualiseert die niet.

    Dat is opmerkelijk, want hij is juist heel goed in het verlenen van context aan de kleine beetjes informatie waarover we beschikken. Veel bronnen hebben we niet over koning Juba en koningin Selene, maar Kenrick beent ze volledig uit en voegt van alles toe. Ik ging met opzet zo uitgebreid in op Octavia’s vorstenschool omdat Kenrick die prachtig evoceert, terwijl de bronnen alleen (terloops) melden dat Juba is opgevoed door de zus van keizer Augustus. Kenrick weet het milieu geloofwaardig te schetsen, zodat je begrijpt waarom Juba trouwde met Selene en begrijpt waar zijn geleerde belangstelling vandaan kwam.

    Ptolemaios, zoon en opvolger van Juba II en Kleopatra Selene (Metropolitan Museum, New York)

    Dat Kenrick af en toe wel heel ver afdwaalt, zij hem vergeven. Dit is een leuk boek over een interessante vorst, afkomstig uit het Huis van Massinissa. U zult Rex Juba met plezier en met vrucht lezen als u een bezoek brengt aan Volubilis in Marokko of aan de Romeinse steden van Algerije, en ook als u dat niet doet.

    #AlexandrosHelios #AlexandrosPolyhistor #AndrewKenrick #AthenodorosVanTarsos #Augustus #Cherchell #HerodesDeGrote #IolCaesarea #JubaI #JubaII #KleopatraSelene #MarcusClaudiusMarcellus #Masaeisyliërs #Mauretanië #Numidië #OctaviaMinor #SaturnusAfricanus #SextusPropertius #Tacfarinas #Volubilis
  3. De Germanen (3) Geschiedenis

     

    De Germanen (6) Religie

    Germaans edelsmeedwerk (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

    [Dit is het derde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

    Ik heb eergisteren en gisteren aangegeven dat de Germanen kort voor 100 v.Chr. hun opwachting maken in de geschiedenis, die destijds vooral door Grieken en Romeinen werd geschreven (een ergerlijk bezwaar tegen deze blogjesreeks, overigens). De Mediterrane auteurs verwijzen doorgaans naar de Jastorf-cultuur, waar de Germaanse talen vanouds werden gesproken en vermoedelijk zijn ontstaan. Ook vertelde ik dat deze cultuur en talen zich vanaf pakweg 250 v.Chr. begonnen te verspreiden. De regio van de Germaanse talen valt niet precies samen met de Jastorf-cultuur en die valt weer niet samen met de regio die de Romeinen aanduidden als Germania.

    Ik heb weleens de indruk dat archeologen en taalkundigen bij het trekken van conclusies naar elkaar kijken, wat natuurlijk alleen maar goed is, maar het gevaar met zich meebrengt dat de asymmetrie van het bewijsmateriaal wordt verwaarloosd. Desalniettemin is dat precies wat ik nu ook ga doen: de indruk wekken dat er vijf zones zijn, die zowel talig als archeologisch zijn te identificeren. Dat is ook niet helemaal onwaar, maar onwelvallige nuances vallen zo weg. Maar goed, dit is maar een blog en ik doceer geen germanistiek in Göttingen.

    Germaanse gordelhaak (Niedersächsisches Landesmuseum, Hannover)

    Vijf groepen Germanen

    Vanuit de historische taalkunde is een onderscheid bekend tussen vijf groepen talen/dialecten.

    1. De Elbe-Germanen, die door Plinius de Oudere Herminones lijken te zijn genoemd en van de Elbe richting Lippe en Donau migreerden. Zij verdreven daar andere
    2. Germanen van de Weser naar de Rijn. Deze groepen corresponderen vermoedelijk met degenen die de Romeinen aanduidden als Istvaeones, en woonden in wat Maurits Gysseling identificeerde als het gebied waar “Belgisch” werd gesproken. Hoe dat ook zij, de Weser-Rijn-Germanen leken op
    3. de Noordzee-Germanen, die de Romeinen aanduidden als de Ingvaeones; hierbij behoren “onze” Friezen en later de Saksen.
    4. De oostelijke of Oder-Germanen, zeg maar de Przeworsk-cultuur en oostelijke uitlopers, duiken pas in de Late Oudheid op.
    5. De Scandinavische Germanen zal ik pas in het laatste blogje noemen.

    Ik wil de Germaanse wereld niet vergelijken met een omvallende dominoreeks, maar het lijkt er wel op dat de Elbe-Germanen, die dus het dichtst bij het kerngebied van de Jastorf-cultuur woonden, de druk op de andere groepen hebben opgevoerd en een reeks migraties in werking stelden of hielden.

    Krijgersgraf (Archeologisch staatsmuseum, Warschau)

    Germanië in de eerste eeuw v.Chr.

    Er zit zo bezien een zekere dynamiek in de Germaanse wereld: het gebied heeft een eigen geschiedenis, met interne oorzaken. De Germanen reageerden niet passief op wat de Romeinen aan de andere kant van de Rijn en Donau deden, al is dat een indruk die je door de eenzijdigheid van het geschreven bronnenmateriaal krijgt. De Germaanse geschiedenis begint met de zuidwaartse expansie van de Jastorf-cultuur, waardoor diverse groepen richting Rijn, naar Bohemen en naar het oosten worden geduwd. De Romeinse keizer Augustus verleende hieraan medewerking door Germanen toe te laten op de westelijke Rijnoever, waar ze woonden in steden als Xanten (Cugerni), Keulen (Ubiërs) en Nijmegen (Bataven).

    Maar dat waren niet de eerste contacten met Rome. Die waren er al vanaf 55 v.Chr., toen Julius Caesar de Rijn overstak. Noch die expeditie, nog een tweede expeditie in 53, leverde veel op, maar het stond goed op Caesars curriculum vitae. Belangrijker is dat vanaf dit moment Germaanse soldaten dienst deden in de Romeinse legers: al in 55 waren er Germanen in Alexandrië gestationeerd. Later zouden de lijfwachten van Caesar, van de Romeinse keizers en van koning Herodes de Grote bestaan uit Chatten of Bataven.

    Germaans houtsnijwerk uit Hollen (Landesmuseum, Bonn)

    De Romeinen namen dus Germanen op uit het gebied tussen Rijn en Weser. Vanaf 12 v.Chr. bezetten de legionairs dat gebied, dat dus vooralsnog niet overgenomen werd door de Elbe-Germanen. De Romeinen verkenden het gebied van de Elbe wel, maar voor zover mij bekend zijn alle door archeologen gevonden Romeinse militaire en civiele nederzettingen in het Overrijnse te vinden tussen Rijn en Weser, en is er nooit een plan geweest op te rukken naar de Elbe. Dat men streefde naar grensbekorting en daarom een Elbe-Donau-grens wilde, zoals je weleens leest, is flauwekul: een grensbekorting is een defensieve maatregel en de Romeinen waren in het offensief, en los daarvan bewijst de kaart van Ptolemaios van Alexandrië dat de Romeinen niet wisten dat de Elbe korter was.

    In de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. gaven de Romeinen hun militaire posities op. Dit wordt gewoonlijk in verband gebracht met de slag in het Teutoburgerwoud (9 na Chr.), maar er is voldoende bewijs dat de Romeinen de oostelijke Rijnoever nog steeds beheersten, en het administratieve einde van Legio XVII, Legio XIIX en Legio XIX wil niet zeggen dat ze zijn vernietigd. Meer over deze materie hier.

    [Deze reeks wordt overmorgen vervolgd, en ook dan zal de nadruk liggen op de Germaans-Romeinse betrekkingen.]

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    VIII Augusta op de Balkan

    juli 6, 2024
    Lukas en de voorouders van Jezus

    april 11, 2021
    Het huis van Massinissa

    april 14, 2026 Deel dit: #Bohemen #Donau #Elbe #GermaanseTalen #HerodesDeGrote #JastorfCultuur #LegioXIX #LegioXVII #LegioXVIII #MauritsGysseling #PliniusDeOudere #PrzeworskCultuur #PtolemaiosVanAlexandrië #Rijn #slagInHetTeutoburgerwoud
  4. Een Koptische legende

    Koptisch mozaïek van de heilige familie (Hangende Kerk, Cairo)

    Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.

    Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.

    Mijn moeder vertelde dit bij een treurbeuk, en ik geloof dat de pointe was dat treurbeuken sindsdien hun takken laag laten hangen. Sindsdien kan ik geen treurbeuk meer zien zonder aan dit mooie verhaal te denken, dat ongetwijfeld een nummer heeft in de index van Aarne-Thompson-Uther of een ander overzicht van gangbare motieven uit de volksliteratuur. Er zijn allerlei verhalen over planten en bomen die vluchtelingen redden door op een opportuun moment een weg te versperren of te verbergen.

    Of mijn moeder heeft geweten dat het verhaal uit Egypte komt, kan ik haar niet meer vragen. De boom in kwestie wordt echter aangewezen in Matariyya, en was uiteraard geen treurbeuk; het was een vijgenboom. Men vertelt ook wel dat er een bron is opgeweld, zodat Maria en Jozef water hadden voor hun kind. Het is interessant dat in deze omgeving een joodse nederzetting was.

    Matariyya was en is populair bij de Kopten. Al eeuwen komen pelgrims hierheen om vijgen, stukjes schors of balsem mee te nemen, erop vertrouwend dat de boom daarmee ook hen zal beschermen tegen het kwaad. De plek is in de loop der eeuwen tevens bezocht door andere christenen en door moslims. Laatmiddeleeuwse islamitische schrijvers als Al-Maqrizi en Al-Suyuti maken er melding van. In 1656 stierf de boom, maar franciscaner monniken hadden toen al stekjes gemaakt en wisten een nieuwe boom op te kweken. Inmiddels zijn we alweer toe aan boom numero drie. Tegen het einde van de zeventiende eeuw bezocht de Hollandse tekenaar-wereldreiziger Cornelis de Bruijn de plek en in 1869 maakten de genodigden voor de opening van het Suezkanaal een tochtje naar Matariyya.

    https://mainzerbeobachter.com/wp-content/uploads/2026/07/mattariya.mp4

    Ik ben er dus nooit geweest, maar mijn Libanese vriendin Maya werkt momenteel in Cairo en was zo aardig om er eens langs te gaan. Ze maakte dit filmpje. U ziet de resten van de nieuwe boom uit 1656 en enkele bomen van de derde generatie.

    Naschrift

    Theo Meder attendeert me erop dat het in de Aarne-Thompson-Uther-index motief 750E is.

    #AarneThompsonUther #AnttiAarne #Cairo #HansJörgUther #HerodesDeGrote #KindermoordVanBetlehem #Kopten #legende #Maria #Matariyya #StithThompson #vijgen
  5. Pontius Pilatus (3) Aquaduct

    De spaarbekkens van het aquaduct van Jeruzalem in 1905

    [Dit is het derde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Het aquaduct en de tempelschat

    Een antieke generaal die een overwinning had geboekt, wijdde dankbaar een tiende van de buit aan de goden, meestal in de vorm van mooi edelsmeedwerk. Als later dan weer eens een oorlog uitbrak, kon een generaal huurlingen in dienst nemen door wat edelmetaal uit een tempel mee te nemen. Anders gezegd: het was al eeuwen staande praktijk dat tempels dienden als bank. Deposito en kasopname. Dat was in de Romeinse wereld niet anders, al gebruikten gouverneurs het kapitaal toen steeds vaker voor infrastructurele projecten. In tijden van Pax Romana waren er immers weinig vijanden meer en de goden hadden er geen bezwaar als deze of gene constructie het leven van de vrome vereerders vereenvoudigde.

    En dus liet Pontius Pilatus, gebruikmakend van het kapitaal in de tempel van Jeruzalem, een aquaduct bouwen voor de heilige stad; het is door archeologen teruggevonden. De bronnen lagen in de omgeving van Betlehem, waar ook spaarbekkens zijn geïdentificeerd. Het frisse water moet de hygiëne in het uit zijn voegen barstende Jeruzalem sterk hebben verbeterd. Het project bood bovendien werk aan allerlei mensen, wat des te urgenter was nu het meest arbeidsintensieve werk aan de Tempel van Herodes was afgerond.

    De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus verteltnoot Flavius Josephus, Joodse Oorlog 2.175-177; Joodse Oudheden 18.60-62. dat er protesten waren omdat het geld was gehaald uit dat deel van de tempelschat dat bekendstond als Korbanas, waarvan wel wordt aangenomen dat het was geoormerkt voor de ondersteuning van arme mensen. (Ik weet niet zeker of dit klopt.) Toen er een demonstratie was, zou Pilatus soldaten in burgerkleding tussen de menigte hebben geplaatst, die op een gegeven teken met de wapenstok hadden ingeslagen op de demonstranten.

    Zou het werkelijk?

    We weten niet waarop Josephus’ verslag is gebaseerd, maar mondelinge informatie is waarschijnlijk: tot en met de regering van Herodes de Grote beschikt de Joodse geschiedschrijver over geschreven bronnen, maar daarna houdt het op. In dit geval gaat het zeker om gekleurde informatie: het project had de goedkeuring van de tempelautoriteiten,noot Als dit niet zo was geweest, had Josephus immers geschreven dat Pilatus het geld had gestolen. was begonnen door koning Herodes de Grote en voltooid door koning Herodes Agrippa I (r.41-44). De credits behoorden te gaan naar de dynastie, dat vond ook Josephus (een aanhanger van Herodes Agrippa II). Dat een Romeinse bestuurder ermee van doen had gehad, was een ongemakkelijk gegeven. Pontius Pilatus diende dus zwart gemaakt te worden.

    Wat er feitelijk is gebeurd, valt niet te achterhalen, maar erg logisch is het niet dat een Romeinse magistraat zijn troepen in het geheim zou hebben ingezet. Het klinkt eerder alsof demonstranten vertrapt raakten in het gedrang en er vervolgens een schuldige moest worden aangewezen. Als er überhaupt iets waars schuilt in de beschuldiging dat er soldaten bij betrokken waren, kan het alleen maar gaan om mannen van de Ala I Sebastenorum of de Cohors I Sebastenorum, manschappen dus uit de nabijgelegen stad Samaria dus. Soldaten uit de Italische eenheden in het Judese garnizoen zouden al zijn herkend voordat ze in actie kwamen.

    Nog een laatste punt: de demonstratie lijkt te hebben plaatsgevonden tijdens een joods feest, aangezien Pontius Pilatus in Jeruzalem verbleef. Het kan de gelegenheid zijn geweest waarbij soldaten “het bloed van de Galileeërs vermengden met hun offers,”noot Lukas 13.1. maar de hyperbool kan verwijzen naar elke onregelmatigheid op het tempelplein.

    [wordt om 11:00 vervolgd met de rechtszaak tegen Jezus]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Oude talen: Latijn, Germaans, Keltisch

    december 1, 2017
    Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

    oktober 21, 2021
    Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)

    juni 30, 2023 Deel dit: #aquaduct #FlaviusJosephus #HerodesDeGrote #Jeruzalem #PontiusPilatus
  6. Nog één keer: de wijzen uit het oosten

    4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

    Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

    Magiërs

    Het gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

    Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

    De ster

    Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:

    Een ster komt op uit Jakob,
    een scepter uit Israël.
    Hij verbrijzelt Moab de slapen,
    de kinderen van Set slaat hij neer.

    verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.

    Citaten en allusies

    Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.

    Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.

    Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.

    Niet alles is fictie

    Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.

    Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.

    Heidense wijzen

    De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.

    In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.

    Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze op grond van hun beperkte wijsheid dat er een Joodse koning is geboren.

    Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie hanteerde van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.

    Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift

  7. Koptisch mozaïek van de Vlucht naar Egypte (Caïro)

    Zomaar eens een vraag die ik binnen kreeg: waarom vluchtten Jozef en Maria, toen ze hadden vernomen dat koning Herodes kwaad in zijn zin had voor de pasgeboren Jezus (en alle andere kinderen in Bethlehem), eigenlijk naar Egypte? Als je in Bethlehem bent, zijn er toch makkelijker bereikbare plekken om je aan het koninklijk gezag te onttrekken?

    Daar had ik eigenlijk nog nooit zo bij stilgestaan. En ik kan drie antwoorden verzinnen. Het eerste neemt het verhaal van de evangelist Matteüs zoals het is: omdat een engel verscheen aan Jozef, en omdat die engel zei “Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte”.noot Matteüs 2.13. Dit antwoord zal voor een moderne lezer, die niet zoveel waarde hecht aan verschijnende engelen, niet zo heel bevredigend zijn.

    Antwoord twee dus maar. Waar zouden Maria en Jozef vanuit Bethlehem eigenlijk heen kunnen? Het dichtstbijzijnde buitenland was het koninkrijk van de Nabateeërs, en er zijn maar twee wegen. De noordelijke weg zou Jozef en Maria eerst naar Jeruzalem hebben gebracht, daarvandaan over de Jordaan, en dan verder richting Chesbon. Aangezien de kindermoordenaars vanuit Jeruzalem op weg waren naar Bethlehem, zouden Maria en Jozef hun dus tegemoet zijn gereisd. Geen veilige richting dus. Dat geldt ook voor uitwijken naar de Dekapolis: ook dan moest je via Jeruzalem. De zuidelijke weg leidde via Hebron, waar Herodes een garnizoen had, vervolgens onder de Dode Zee langs, en dan over de bergen. Niet echt makkelijk, en je kwam dus soldaten tegen.

    Wat resteert is de weg naar het westen, richting Egypte: een Romeinse provincie. Ook niet makkelijk, want je moet door de Sinaï, maar er was weinig kans op ontmoetingen met soldaten. Bovendien woonden er Joden en was er in Leontopolis een joodse tempel. De Koptische kerk wijst in Matareya, twintig kilometer vanaf Leontopolis, een plek aan waar de heilige familie zou hebben gerust. Tot slot: er vluchtten wel vaker Joden die kant op, zoals de laatste sicariërs.

    Dit tweede antwoord veronderstelt dat de Maria en Jozef, toen Herodes de kindermoord beraamde, werkelijk naar Egypte zijn gegaan. Dat valt niet helemaal uit te sluiten, maar zelf ben ik daar niet zo van overtuigd. Het punt is welbekend: Jezus kwam uit Nazaret maar de messias behoorde te komen uit Bethlehem. De evangelist Lukas lost het op door Jozef en Maria wegens een volkstelling van Nazaret naar Bethlehem te laten gaan, waar een baby wordt geboren. Dit verhaal is vreemd, want geen Romeinse magistraat heeft ooit aan zijn onderdanen gevraagd zich te registreren op een andere plek dan waar ze woonden. Bij Matteüs is het echtpaar altijd al in Bethlehem, is Jezus al een kleuter, en vestigt het zich na een omweg via Egypte in Nazaret.

    Dit verhaal is ook vreemd, maar op een andere manier: het is een weefsel van een stuk of zeven citaten: voorspellingen die volgens Matteüs in vervulling zijn gegaan. De kindermoord moet de lezer doen denken aan Exodus 1.16: “Als het een jongen is, moet u hem doden”. Matteüs citeert Jeremia 31.15, over bitter geween dat klinkt uit Rama. En tot slot Hosea 11.1: “uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.”. Dat gaat weliswaar niet over de zoon van God, maar aan precies citeren deed men destijds nog niet. Mijn derde antwoord is dus: de vlucht naar Egypte vond plaats omdat Hosea zoiets had voorspeld, en voor Matteüs sprak het vanzelf dat zo’n voorspelling in vervulling was gegaan.

    Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    https://mainzerbeobachter.com/2024/10/27/de-vlucht-naar-egypte/

    #Betlehem #Chesbon #Egypte #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #HerodesDeGrote #Jozef #KindermoordVanBetlehem #Leontopolis #Maria #Matareya #messias #Nabateeërs #Nazaret #OnnozeleKinderen

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.