home.social

#filonvanalexandrie — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #filonvanalexandrie, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Wanneer is Paulus geboren?

    Een middeleeuwse afbeelding van de hebdomaden

    Twee weken geleden blogde ik over de theorie van Jerome Murphy-O’Connor en Fik Meijer dat de apostel Paulus niet afkomstig was uit Tarsos, zoals aangegeven in de Handelingen van de Apostelen, maar uit Gischala in Galilea. Dat baseren ze op een laat-vierde-eeuwse bron,  Hieronymus. De Nederlandse oudheidkundige Paul Leunissen stuurde me een artikel waarin hij uitlegde waarom dit niet plausibel was. De opmerking van Hieronymus biedt echter meer informatie dan alleen over een (niet) mogelijke geboorteplaats.

    Ze zeggen dat de ouders van de apostel Paulus afkomstig waren uit Gischala, een landstreek in Judea, en dat zij, toen de hele provincie (tota provincia) door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld, werden overgebracht naar Tarsos, een stad in Cilicië, en dat de jonge Paulus de omstandigheden van zijn ouders is gevolgd.noot Hieronymus, Commentaar op Philemon 23-24.

    Verwoeste provincie

    Als we zouden kunnen weten wanneer “de hele provincie door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld”, hadden we een aanwijzing voor de geboortedatum van Paulus. Het probleem is dat de geboden informatie in de huidige vorm onmogelijk waar kan zijn en dat we hulphypothesen moeten inroepen voordat we überhaupt met dit fragmentje aan de gang kunnen.

    Gischala lag namelijk niet in Judea maar in Galilea, waar achtereenvolgens Herodes de Grote (tot 5/4 v.Chr.), Herodes Antipas (tot 39 na Chr.) en Herodes Agrippa I (tot 44 na Chr.) regeerden. Dit was géén Romeinse provincie. De enige mogelijke hulphypothese is dat Hieronymus zich bezondigt aan zowel een topografische fout als een anachronisme, en dat werpt een zeker licht op de kwaliteit van de rest van zijn informatie. De eerste keer dat Romeinse troepen hun eigen provincie verwoestten, was tijdens de Joodse Opstand.

    Aannemend – aannemend dus, een hulphypothese inroepend – dat Hieronymus bedoelt dat de Romeinen Galilea onder de voet hebben gelopen vóór het een provincie was, komen verschillende momenten in aanmerking:

    Meijer kiest voor 4 v.Chr. en plaatst Paulus’ geboorte iets eerder. Leunissen merkt op dat daarvoor geen enkel positief argument valt aan te dragen. Zelf heeft Leunissen een ander argument om Paulus’ geboortejaar vast te stellen. Paulus noemt dat zelf.

    Een negentiende-eeuwse afbeelding van de hebdomaden

    Hebdomaden

    Even terug. In de voorindustriële wereld kende men het idee dat een mensenleven bestond uit een aantal fasen van elk zeven jaar. Ik ken het idee onder de naam hebdomadenleer (“zeventallenleer”) en u kent allemaal het plaatje van de “trap des ouderdoms” wel dat ik hierboven plaatste; het bestaat in allerlei varianten. Het denkbeeld van fasen van elk zeven jaar, is al in de vroege zesde eeuw v.Chr. te vinden bij Solonnoot Fragment 27 (ed. West) = 23 Gentili-Prato. en – zo lees ik bij Leunissen – was ook in de hellenistisch Joodse wereld bekend, bijvoorbeeld bij Filon van Alexandrië.

    Gegeven de algemene bekendheid mogen we dit gebruiken bij de analyse van het Nieuwe Testament. De evangelist Matteüs gebruikt bijvoorbeeld de eerste van die leeftijden, paidion (“kleuter”), in het verhaal over de wijzen uit het oosten; ik blogde er al eens over dat het daar genoemde kind een stuk ouder was dan de baby die Lukas’ herders zien – maximaal zeven jaar oud. Leeftijdsaanduidingen doen ertoe.

    Paulus’ leeftijden

    Voor ons relevant zijn andere termen. Om te beginnen neanias, “jonge man”. Dit is iemand tussen de eenentwintig en achtentwintig jaar. Met dit woord wordt Paulus, die toen nog Saul heette, aangeduid als hij aanwezig is bij de steniging van Stefanus, die plaatsvond in het midden van de jaren dertig.noot Handelingen 7.58.

    Een tweede woord is presbytès, wat slaat op iemand tussen de negenenveertig en zesenvijftig. Paulus gebruikt dit woord zelf in zijn Brief aan Filemon,noot Filemon 9. die hij heeft geschreven terwijl hij gevangen zat. Dat kan in de tweede helft van de jaren vijftig in Caesarea zijn geweest of eventueel in Rome, rond 60.

    Paulus’ hebdomaden (klik=groot)

    Met dateringen “in het midden van de jaren dertig”, “tweede helft van de jaren vijftig” en “rond 60” neem ik wijdere marges dan Leunissen, die bijvoorbeeld de executie van Stefanus plaatst in precies 36. Dat maakt verder niet uit: hier is een tabel zoals ook Leunissen construeert. De linkse kolom geeft jaren na Chr. aan, met in groen de jaren waarin Stefanus’ terechtstelling en de gevangenschap zijn te plaatsen; de andere kolommen geven Paulus’ ouderdom aan, gebaseerd op diverse beginjaren, met in geel steeds de jaren waarin Paulus neanias en presbytès zou zijn geweest.

    Leunissen concludeert dat Paulus ergens tussen 5 en 7 na Chr. zal zijn geboren. Ik neem wat wijdere marges en sluit daarom latere geboortejaren niet uit. Er is veel ruimte voor aarzeling en onzekerheid. Ik denk echter dat Leunissen gelijk heeft als hij concludeert dat Paulus een decennium later is geboren dan Meijer op basis van Hieronymus wil aannemen.

    Literatuur

    Paul Leunissen, “Was Paulus afkomstig uit Palestina en even oud als Jezus?”, in: Lampas 58/3 (2025) 263ff.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    #BriefAanFilemon #FikMeijer #FilonVanAlexandrië #GamaliëlI #HandelingenVanDeApostelen #hebdomaden #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #HerodesDeGrote #Hieronymus #NieuweTestament #PaulLeunissen #Paulus #PubliusQuinctiliusVarus #PubliusSulpiciusQuirinius #Solon #Stefanus
  2. Pontius Pilatus (2) Het begin

    Caesarea Maritima

    [Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    Aankomst in Judea

    In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

    Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

    Zoals Filon het presenteert vernam prins Herodes Agrippa dat keizer Caligula had bevolen dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem moest komen staan. Dat zou een affront zijn, en daarom schreef Agrippa een brief, waarin hij de keizer herinnerde aan het incident ten tijde van Pontius Pilatus. Keizer Tiberius zou de gouverneur van Judea hebben teruggefloten toen die dus schilden had laten aanbrengen, en Agrippa opperde in zijn brief dat Caligula iets soortgelijks zou doen. Om Tiberius als voorbeeld te kunnen typeren, moest Agrippa echter Pilatus typeren als incompetent. Dat negatieve beeld van een gouverneur kwam Agrippa bovendien goed uit, want het zou helpen bewijzen dat een Joodse koning geschikter was om over Judea te heersen – Herodes Agrippa bijvoorbeeld. Kortom, we mogen Filons verwijzing naar Pontius Pilatus, teruggaand op een tendentieus document, niet zonder meer geloven.

    De twee andere verslagen zijn geschreven door de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus. Hij schreef zijn Joodse Oorlog in de late jaren zeventig van de eerste eeuwnoot Flavius Josephus, Joodse Oorlog 2.169-174. en herhaalde de stof nog eens in de vroege jaren negentig in zijn Joodse Oudheden.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.55-59. In zijn presentatie gaat het niet om schilden met inscripties, maar om veldtekens waaraan het portret van de keizer was bevestigd. Een jood zou zoiets inderdaad kunnen uitleggen als een overtreding van een van de Tien Geboden, namelijk het verbod op het maken van afbeeldingen. Josephus vertelt ook dat een deel van de bewoners naar Caesarea Maritima marcheerde, zich neerzette in de paardenracebaan (zie boven) en de nieuwe gouverneur smeekte om in te grijpen, wat deze ook deed.

    Interpretatie

    Er zijn nogal wat verschillen tussen deze twee verhalen. Beschreven schilden of veldtekens? Prinselijke bemiddeling of stedelijk protest? Het is mogelijk dat we te maken hebben met twee incidenten, maar het lijkt aannemelijker dat we twee visies hebben op dezelfde gebeurtenis. Filon kreeg zijn informatie van een prins, die de rol van zijn familie centraal stelde, terwijl Josephus zich baseert op mondelinge informatie.

    En beide auteurs hebben één ding gemeen: ze vertellen het verhaal niet vanuit het standpunt van Pontius Pilatus. Ze vertellen een Joods verhaal, waarin de nadruk is gelegd op een tegenstelling tussen Joden en Romeinen. Die was er natuurlijk, maar je kunt er ook teveel in lezen. Josephus plaatst het incident aan het begin van Pilatus’ gouverneurschap en het is heel goed mogelijk dat we te maken hebben met nieuwe, in Italië gerekruteerde eenheden (Cohors II Italica Civium Romanorum en de Cohors I Augusta) die de plaatselijke gevoeligheden nog niet kenden. In elk geval zorgde Pilatus ervoor dat de schilden of standaards werden weggehaald. Keizer Tiberius lijkt zijn gouverneur de ongelukkige start niet kwalijk te hebben genomen, want hij handhaafde Pilatus nog tien jaar.

    [Daarover volgende week meer]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Oude talen: Latijn, Germaans, Keltisch

    december 1, 2017
    Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

    oktober 21, 2021
    Het legioen met de leeuweriken: V Alaudae (2)

    juni 30, 2023 Deel dit: #CaesareaMaritima #Caligula #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HerodesAgrippaI #Jeruzalem #Judea #PontiusPilatus #Tiberius
  3. Het Evangelie van de Egyptenaren

    Mummieportret van een Egyptische vrouw (Louvre, Parijs)

    Ik heb weleens verteld dat de apocriefe evangeliën weinig waarde hebben voor wie wil weten in welke joodse wereld het christendom is ontstaan. De teksten zijn daarvoor veelal te laat. Ook zijn ze meestal gnostisch, wat zowel een gemakzuchtige kapstokterm is als een scheldnaam voor christelijke opvattingen die later, toen er een orthodoxie was ontstaan, niet voldeden aan de standaard der rechtzinnigheid. Ze werden steeds minder gekopieerd en zijn vaak alleen fragmentarisch bekend.

    Omdat die niet-orthodoxe vormen van christendom toch interessant zijn, trekken ze de belangstelling. Ze documenteren weliswaar niet het ontstaan van het nieuwe geloof, maar wel de tweede en derde eeuw, waarin het nieuwe geloof zijn joodse intellectuele bagage uitbreidde met Grieks-Romeins gedachtegoed. Een voorbeeld is het Evangelie van de Egyptenaren.

    Het Evangelie van de Egyptenaren

    Het wordt alleen geciteerd door de (wel orthodox genoemde) christelijke auteur Clemens van Alexandrië (ca.150-215). Het feit dat het Evangelie van de Egyptenaren heet en alleen bekend is dankzij een Egyptische auteur, suggereert dat het ook wel zal komen uit Egypte. Zoals ik al zei: een gebied dat in de tweede eeuw een ware fabriek was van nieuwe christelijke ideeën. Hieronder zijn alle bekende citaten, in de vertaling van A.F.J. Klijn; de genoemde Salome is niet het meisje dat danste voor Herodes Antipas, maar iemand die aanwezig was bij de kruisiging en graflegging.noot Marcus 15.40 en 16.1.

    1. (Jezus zei:) “Ik ben gekomen om een eind te maken aan de werken van de vrouw.”noot Clemens van Alexandrië, Stromateis 9.63.2.
    2. (Salome vroeg:) “Hoe lang zal de dood macht hebben?” (Jezus zei:) “Zolang jullie, vrouwen, kinderen baren.”noot Clemens van Alexandrië, Stromateis 6.45.3.
    3. (Salome vroeg:) “Hoe lang zullen de mensen sterven?” (Jezus zei:) “Zo lang de vrouwen kinderen baren.”noot Clemens van Alexandrië, Stromateis 9.64.1.
    4. (Salome zei:) “Dan heb ik er goed aan gedaan dat ik niet heb gebaard.” ( Jezus zei:) “Eet elk gewas, maar je moet niet eten wat bitterheid bevat.”noot Clemens van Alexandrië, Stromateis9.66.1-2.
    5. (Toen Salome wilde weten wanneer datgene waarnaar ze vroeg, gekend zou worden, zei de Heer:) “Wanneer jullie het kleed van de schaamte met voeten getreden hebt en wanneer de twee één zijn geworden en het mannelijke één met het vrouwelijke is geworden, zodat er geen mannelijk of vrouwelijk meer is.”noot Clemens van Alexandrië, Stromateis13.92.2.

    Afhankelijk van de vraag of je het tweede en derde fragment telt als dezelfde uitspraak of als twee verschillende passages, hebben we dus vier of vijf citaten. Dat is alles.

    Ziel en lichaam

    Anders dan je denken zou, heeft de auteur op zich niets tegen vrouwen; anders zou hij geen vrouwelijk ondervrager opvoeren. Wat de auteur lijkt te betreuren is lichamelijkheid, het “kleed van schaamte” van de menselijke ziel. Dat weten we natuurlijk niet helemaal zeker, want daarvoor zijn de fragmenten te kort, maar we weten dat er filosofen als Filon van Alexandrië waren die meenden dat als de ziel opsteeg ten hemel, lichaam en sekse achterbleven. En omgekeerd, als een vrouw een kind baarde, raakte een ziel opgesloten in een lichaam en kreeg de ziel een geslacht. Het is geen toeval dat in het Evangelie van de Egyptenaren de ondervrager uitgerekend Salome is, die aanwezig was bij Jezus’ dood en (dus) het moment waarop zijn ziel zich los maakte van het lichaam.

    Mogelijk was de opvatting dat de ziel bij de hemelvaart sekseloos werd, afkomstig uit de Griekse wijsbegeerte. Er zijn nogal wat filosofische stromingen die ziel en lichaam tegenover elkaar plaatsen. Dat idee deed het ook later goed. Het Marcusevangelie kent een anekdote waarin Jezus impliceert dat mensen in de hemel geen sekse meer hebben.noot Marcus 12.13-27.

    Dat het lichaam er na de dood niet meer toe deed, en eigenlijk verwaarloosbaar was, sloeg eveneens aan. De gymnosofisten en christelijke kluizenaars trokken zich terug in de woestijn, kastijdden hun lichaam en hoopten zo hun ziel sneller te kunnen verlossen.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament, waarin dit blogje een beetje een buitenbeentje is, vindt u hier.]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Judea en zijn buren: politiek

    september 15, 2024
    Het ongrijpbare antieke christendom (3)

    september 11, 2018
    Slavernij

    juli 12, 2018 Deel dit:

    #AFJKlijn #apocriefeTekst #ConstantijnDeGrote #EvangelieVanDeEgyptenaren #FilonVanAlexandrië #gnosis #orthodoxie #ziel

  4. Nog één keer: de wijzen uit het oosten

    4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

    Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

    Magiërs

    Het gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

    Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

    De ster

    Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:

    Een ster komt op uit Jakob,
    een scepter uit Israël.
    Hij verbrijzelt Moab de slapen,
    de kinderen van Set slaat hij neer.

    verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.

    Citaten en allusies

    Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.

    Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.

    Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.

    Niet alles is fictie

    Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.

    Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.

    Heidense wijzen

    De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.

    In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.

    Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze op grond van hun beperkte wijsheid dat er een Joodse koning is geboren.

    Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie hanteerde van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.

    Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift

  5. Berenike

    Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

    De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

    Paulus

    Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

    Die rechtszaak was al oud. Paulus was voorgeleid bij de vorige gouverneur, Felix, die de zaak had aangehouden en overgedragen aan zijn opvolger. Ik blogde er al eens over. Festus wilde de kwestie nu oplossen met de hoogste Joodse gezagdragers.

    De volgende dag verschenen Agrippa en Berenike in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid.noot Handelingen 25.23; NBV21.

    We lezen hoe Festus uitlegt dat hij niet weet wat hij met de zaak aan moet en we lezen Paulus’ verdedigingsrede. Daarna stond koning Agrippa op,

    evenals de procurator en Berenike en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar.noot Handelingen 26.30-31a; NBV21.

    Paulus wordt hierna feitelijk vrijgesproken, maar dat is waarom ik hierover blog. Het oordeel wordt dus gevormd door een Romeinse gouverneur, een Joodse koning, wat andere aanwezigen en Berenike. Het stond een gouverneur vrij van iedereen advies te vragen, maar dat er een vrouw bij aanwezig is, illustreert dat Berenike iemand was om rekening mee te houden. En dat was niet voor niets.

    Driemaal getrouwd

    Als je vader koning was en als je broer koning zou worden, wachtte je een prinsessenhuwelijk. En inderdaad: Berenike, dertien jaar oud, trouwde in 41 na Chr. met het hoofd van de Joodse gemeenschap in Alexandrië, Marcus Julius Alexander (een neef van de filosoof Filon van Alexandrië).noot Josephus, Joodse Oudheden 19.276-277.

    Na de dood van haar echtgenoot trouwde Berenike voor de tweede keer, nu met een oom, koning Herodes van Chalkis, die heerste over de Bekaavallei. Ze lijkt een rol te hebben gespeeld bij de promotie van Tiberius Julius Alexander, de broer van haar eerste echtgenoot, tot gouverneur van Judea. Van Herodes had ze twee zonen, over wie we verder weinig weten.noot Josephus, Joodse Oudheden 19.277, 20.104.

    Na Herodes’ dood in 48 droeg keizer Claudius diens koninkrijk over aan Agrippa. Berenike, koningin van Chalkis en op twintigjarige leeftijd tweemaal weduwe, verhuisde nu naar het hof van haar broer. Haar rang als koningin zal een deel van de verklaring zijn voor haar invloed.

    Wat ook een rol gespeeld zal hebben, was de zichtbare genegenheid tussen haar en haar broer. Bovenstaande inscriptie uit Beiroet, EDCS-15300229, noemt de twee in één adem. (Om precies te zijn: ze noemt koningin Berenike vóór koning Agrippa.) De Babylonische Talmoed bewaart een onschuldige herinnering aan een discussie die de twee voerden over de kwaliteiten van geiten- en schaapsvlees.noot Babylonische Talmoed, Pesahim 57a. Er gingen echter ook geruchten over een incestueuze relatie; de Romeinse dichter Juvenalis verwijst ernaar.noot Juvenalis, Satiren 6.155-158.

    Een derde huwelijk volgde – volgens de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus om de geruchten te bezweren.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.145-146. Haar echtgenoot was koning Polemon van Cilicië, maar dit huwelijk eindigde al snel in een echtscheiding. Omdat ze terugkeerde naar het hof van Agrippa II kregen de geruchten weer een nieuw leven. Wat de lezers van de Handelingen van die geruchten hebben gedacht, zullen we wel nooit weten, maar ze zullen hebben geweten dat de twee onafscheidelijk waren. Vandaar dat de auteur van de Handelingen bekend kan veronderstellen wie Berenike was.

    Titus

    In 66, zes jaar na de besprekingen over Paulus, brak de Joodse Opstand uit. Agrippa was de loyale bondgenoot van de Romeinse generaal Vespasianus. In deze tijd ontmoette Berenike Vespasianus’ zoon Titus, met wie ze een relatie begon. Hoewel de Romeinen niet onbekend waren met de situatie in het Nabije Oosten, was een lokale adviseur natuurlijk welkom: Berenikes rol zal niet zo groot zijn geweest als die van een Barsine of een Doña Marina, maar ze moet haar geliefde zo nu en dan suggesties hebben gedaan.

    Na de vernietiging van de Tempel in 70 ging ze met Titus mee naar Rome. De Romein schijnt een huwelijk overwogen te hebben, maar toen hij in 79 zelf keizer werd, stuurde hij haar naar huis. Invitus invitam, schrijft Suetonius, “tegen zijn zin, tegen haar zin”.noot Suetonius, Titus 7.2.

    Ze zal zijn teruggekeerd naar het hof van haar broer, maar haar verdere lot is onbekend, al zal ze invloed op Agrippa hebben gehouden. We zien echter ook een andere werkelijkheid: een vrouw kon alleen formidabel worden dankzij haar vader, haar broer en haar echtgenoot. Uiteindelijk was de Romeinse wereld een mannenwereld.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #BabylonischeTalmoed #Berenike #CaesareaMaritima #Claudius #FilonVanAlexandrië #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #HerodesAgrippaI #HerodesAgrippaII #HerodesVanChalkis #MarcusAntoniusFelix #MarcusJuliusAlexander #NieuweTestament #Paulus #PolemonVanCilicië #PorciusFestus #Suetonius #TiberiusJuliusAlexander #Titus #Vespasianus

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.