home.social

#herodesantipas — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #herodesantipas, aggregated by home.social.

  1. Jezus en de centurio

    Een centurio (British Museum, Londen)

    Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.

    Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.noot Lukas 7.2; NBV21.

    De vraag die onmiddellijk opkomt: wat doet een Romeinse officier in het rijk van Herodes Antipas? Er zijn volgens mij maar drie mogelijkheden. Eén, de goede man is met pensioen en heeft een leuk huis gekocht met uitzicht op het meer. Twee, deze centurio dient als liaison tussen het hof van keizer Tiberius en het hof van Antipas. Drie, Lukas heeft zijn informatie, die in een andere vorm ook bekend was aan de evangelist Johannes,noot Johannes 4.46-54. niet heel handig bewerkt.

    Een ander detail dat opvalt is dat de relatie tussen de centurio en de slaaf hartelijk is. Dat is een nuttige contrapunt bij het doorgaans negatieve beeld dat we hebben van de antieke slavernij. Een slaaf die een goede meester had, mocht rekenen op een oprechte vriendschap. Ik stel me voor dat de centurio tijdens de Saturnalia, medio december, kookte voor zijn bediende, zoals de gewoonte was.

    Toen de centurio over Jezus hoorde, zond hij enkele oudsten van de Joden naar hem toe om hem te vragen bij hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden. Toen ze bij Jezus waren gekomen, smeekten ze hem dringend mee te gaan. Ze zeiden: “De man die u dit verzoekt, is het waard dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.”noot Lukas 7.3-5.

    Een Romeins officier had doorgaans geen behoefte aan tussenpersonen. Hij belichaamde het gezag en kon zich overal aandienen zonder zijn komst zelfs maar aan te kondigen. Alleen als hij zich tot de goden richtte, kon hij een priester om advies vragen. Dat de door Lukas beschreven centurio zich niet waardig acht zich rechtstreeks tot Jezus te richten, maar bevriende Joden inschakelt om een goed woordje voor hem te doen, suggereert een opvallend groot respect. Een respect dat natuurlijk ook blijkt uit de synagoge die de man heeft laten bouwen.

    Dat is geen unicum: er waren volop Romeinse soldaten die sympathiseerden met lokale religieuze gebruiken. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vertelt ergens dat tijdens een burgeroorlog soldaten van een Syrisch legioen na een nachtelijk gevecht de opkomende zon begroetten, zoals ze zich in Syrië hadden aangeleerd. Hij vertelt het omdat hun tegenstanders de kreet uitlegden als teken dat versterkingen arriveerden, maar tussen neus en lippen door heeft Tacitus erkend dat de in Syrië gestationeerde soldaten een plaatselijke cultus hadden overgenomen. We hebben ook inscripties die dit documenteren voor de joodse religie, inclusief patronage voor een synagoge.

    Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar hem toe stuurde met de mededeling: “Heer, spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar u toe te gaan. Spreek slechts een enkel woord en mijn knecht zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: ‘Ga!’, dan gaat hij, en tegen een andere: ‘Kom!’, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: ‘Doe dit!’, dan doet hij het.”

    Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich over hem; hij keerde zich om naar de menigte die hem volgde en zei: “Ik zeg jullie: zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!”

    Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.noot Lukas 7.6-10.

    Hier maakt Lukas’ centurio duidelijk wat de lezer vermoedelijk al had begrepen: de officier benaderde Jezus vanuit een gevoel dat deze zijn meerdere was.

    Nog een laatste opmerking: deze anekdote toont de vriendelijke relatie die tussen Joden en Romeinen kon bestaan. Zo’n anekdote kon in de aanloop van de Joodse Oorlog, die uitbrak rond 66, niet meer worden bedacht. Vanaf pakweg 41, toen keizer Caligula had geëist dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem zou worden opgericht, stonden de verhoudingen tussen de Romeinse overheid en de Joden op scherp. Het is niet onaannemelijk dat de anekdote over de centurio, die zulke vriendelijke verhoudingen veronderstelt, dateert uit het oudste stratum van de historische traditie. Ook het omgekeerde is natuurlijk denkbaar: dat Lukas, die in de Handelingen van de Apostelen beschreef hoe het Joodse verbondsvolk werd uitgebreid met andere volken, het verhaal heeft bedacht.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Herodes Agrippa II

    september 17, 2023
    Romeins Tunesië en Algerije

    maart 20, 2020
    Wee de overwonnenen (2)

    februari 17, 2020 Deel dit:

    #centurio #EvangelieVanLukas #HerodesAntipas #JoodseOorlog #Kafarnaüm #NieuweTestament #slavernij #synagoge

  2. Jezus en de centurio

    Een centurio (British Museum, Londen)

    Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.

    Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.noot Lukas 7.2; NBV21.

    De vraag die onmiddellijk opkomt: wat doet een Romeinse officier in het rijk van Herodes Antipas? Er zijn volgens mij maar drie mogelijkheden. Eén, de goede man is met pensioen en heeft een leuk huis gekocht met uitzicht op het meer. Twee, deze centurio dient als liaison tussen het hof van keizer Tiberius en het hof van Antipas. Drie, Lukas heeft zijn informatie, die in een andere vorm ook bekend was aan de evangelist Johannes,noot Johannes 4.46-54. niet heel handig bewerkt.

    Een ander detail dat opvalt is dat de relatie tussen de centurio en de slaaf hartelijk is. Dat is een nuttige contrapunt bij het doorgaans negatieve beeld dat we hebben van de antieke slavernij. Een slaaf die een goede meester had, mocht rekenen op een oprechte vriendschap. Ik stel me voor dat de centurio tijdens de Saturnalia, medio december, kookte voor zijn bediende, zoals de gewoonte was.

    Toen de centurio over Jezus hoorde, zond hij enkele oudsten van de Joden naar hem toe om hem te vragen bij hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden. Toen ze bij Jezus waren gekomen, smeekten ze hem dringend mee te gaan. Ze zeiden: “De man die u dit verzoekt, is het waard dat u hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.”noot Lukas 7.3-5.

    Een Romeins officier had doorgaans geen behoefte aan tussenpersonen. Hij belichaamde het gezag en kon zich overal aandienen zonder zijn komst zelfs maar aan te kondigen. Alleen als hij zich tot de goden richtte, kon hij een priester om advies vragen. Dat de door Lukas beschreven centurio zich niet waardig acht zich rechtstreeks tot Jezus te richten, maar bevriende Joden inschakelt om een goed woordje voor hem te doen, suggereert een opvallend groot respect. Een respect dat natuurlijk ook blijkt uit de synagoge die de man heeft laten bouwen.

    Dat is geen unicum: er waren volop Romeinse soldaten die sympathiseerden met lokale religieuze gebruiken. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vertelt ergens dat tijdens een burgeroorlog soldaten van een Syrisch legioen na een nachtelijk gevecht de opkomende zon begroetten, zoals ze zich in Syrië hadden aangeleerd. Hij vertelt het omdat hun tegenstanders de kreet uitlegden als teken dat versterkingen arriveerden, maar tussen neus en lippen door heeft Tacitus erkend dat de in Syrië gestationeerde soldaten een plaatselijke cultus hadden overgenomen. We hebben ook inscripties die dit documenteren voor de joodse religie, inclusief patronage voor een synagoge.

    Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar hem toe stuurde met de mededeling: “Heer, spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar u toe te gaan. Spreek slechts een enkel woord en mijn knecht zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: ‘Ga!’, dan gaat hij, en tegen een andere: ‘Kom!’, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: ‘Doe dit!’, dan doet hij het.”

    Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich over hem; hij keerde zich om naar de menigte die hem volgde en zei: “Ik zeg jullie: zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!”

    Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.noot Lukas 7.6-10.

    Hier maakt Lukas’ centurio duidelijk wat de lezer vermoedelijk al had begrepen: de officier benaderde Jezus vanuit een gevoel dat deze zijn meerdere was.

    Nog een laatste opmerking: deze anekdote toont de vriendelijke relatie die tussen Joden en Romeinen kon bestaan. Zo’n anekdote kon in de aanloop van de Joodse Oorlog, die uitbrak rond 66, niet meer worden bedacht. Vanaf pakweg 41, toen keizer Caligula had geëist dat zijn standbeeld in de Tempel in Jeruzalem zou worden opgericht, stonden de verhoudingen tussen de Romeinse overheid en de Joden op scherp. Het is niet onaannemelijk dat de anekdote over de centurio, die zulke vriendelijke verhoudingen veronderstelt, dateert uit het oudste stratum van de historische traditie. Ook het omgekeerde is natuurlijk denkbaar: dat Lukas, die in de Handelingen van de Apostelen beschreef hoe het Joodse verbondsvolk werd uitgebreid met andere volken, het verhaal heeft bedacht.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    De gelijkenis van de slechte pachters

    april 2, 2023
    De meertaligheid der Romeinen

    mei 29, 2014
    De Dode-Zee-rollen: een perfect boek

    juli 31, 2013 Deel dit:

    #centurio #EvangelieVanLukas #HerodesAntipas #JoodseOorlog #Kafarnaüm #NieuweTestament #slavernij #synagoge

  3. De familie van Jezus

    Nazaret

    Vorige week schreef ik dat het feit een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

    Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

    Waar is Jozef?

    C’est ça: een moeder, vier broers en minimaal twee zussen. Moeilijker is het niet. Wat opvallender is, is de afwezigheid van Jozef. We weten niet waarom; hij zal op de sabbat niet op zijn werkplaats zijn geweest. Maar enig hoofdrekenwerk en de informatie uit andere evangeliën kunnen helpen. Matteüs geeft duidelijk aan dat Jezus is geboren rond 5 v.Chr., vóór de dood van koning Herodes de Grote, en die traditie wordt bevestigd door Lukas, die aangeeft dat Jezus rond het jaar 28 na Chr. zo’n dertig jaar oud was. (Ik weet dat het rekensommetje niet perfect klopt, maar leeftijdsbewustzijn was destijds niet heel precies: lees maar hier.) Lukas kent ook een andere traditie, dat Jezus pas in 6 na Chr. is geboren, maar dat lijkt gebaseerd op een misverstand dat ik hier behandelde.

    Een man trouwde destijds rond zijn twintigste, vijfentwintigste. Als Jezus Jozefs oudste zoon was, was Jozef dus geboren rond 30 of 25 v.Chr. En dan zou hij, op het moment dat Jezus’ optreden begon, dus in 28, al behoorlijk op leeftijd zijn geweest. Anders gezegd: er is niets onwaarschijnlijks aan de aanname dat Jezus’ vader al was overleden.

    Wat is een adelfos?

    Er is een eindeloze – en mijns inziens overbodige – discussie geweest over de relatie tussen Jezus en zijn broers en zussen. Al in de tweede eeuw na Chr. bestond het idee dat Maria altijd maagd is gebleven, en de auteur van het Proto-evangelie van Jakobus opperde daarom dat Jakobus, Joses, Judas, Simon en de zussen dus halfbroers en halfzussen waren uit Jozefs eerdere huwelijk. (Wat hem nog ouder maakt en de kans op overlijden dus verder vergroot.) Onmogelijk is dit zeker niet, want Marcus gebruikt het woord adelfos, “broer”, ook om de relatie tussen Herodes Antipas en zijn halfbroer Filippos te typeren. Anders gezegd: Marcus’ taaleigen sluit dus niet uit dat Jezus het kind is uit Jozefs tweede huwelijk.

    In de late vierde eeuw na Chr. stelde Hieronymus, een van de meest geleerde vroegchristelijke auteurs, dat het feitelijk neven en nichten waren. Ook Luther en Calvijn zagen het zo; pas met de Verlichting kwam het idee op dat het gewone broers en zussen waren. En dat is logisch, want geen enkele auteur van het Nieuwe Testament gebruikt adelfos in de betekenis van “neef”, en ook hun tijdgenoot Flavius Josephus kent die betekenis niet.

    Er is ook een argument vóór de interpretatie dat Jakobus, Joses, Judas, Simon en de zussen echte broers en zussen waren, namelijk dat ze vaak worden genoemd in verband met Maria. Dat suggereert dat zij hun moeder was. Los daarvan kan worden gewezen op Flavius Josephus, die geen theologische bijbedoelingen had en Jakobus aanduidt als de broer van Jezus. Kortom, de meest logische lezing is dat Jezus kwam uit een groot gezin en dat rond 28 zijn moeder nog in leven was, dat zijn vader was overleden, en dat hij vier broers en minstens twee zussen had. In het Romeinse Rijk een heel gewoon gezin.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Wee de overwonnenen (2)

    februari 17, 2020
    Lysanias van Abila

    februari 23, 2025
    Muggenziften

    april 27, 2025 Deel dit:

    #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #FilipposHerodiaan_ #FlaviusJosephus #HerodesAntipas #Hieronymus #JakobusDeRechtvaardige #JezusVanNazaret #Jozef #Maria #NieuweTestament #ProtoEvangelieVanJakobus

  4. Lysanias van Abila

    Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

    Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

    In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

    Tweemaal Lysanias

    De evangelist Lukas doet zijn best het optreden van Johannes de Doper exact te dateren en geef en passant een schets van de Joodse wereld: Kajafas hogepriester, Ananos als de machtige patriarch van Kajafas’ familie, in het zuiden de Romeinse provincie Judea, en verder de herodiaanse vorsten Herodes Antipas en Filippos in de wat noorderlijker gebieden. En Lysanias was dus tetrarch in Abilene, dat wil zeggen in een stukje van het Antilibanon-gebergte aan weerszijden van de weg van de Bekaavallei naar Damascus. De titel van tetrarch werd gegeven aan heersers die regeerden over een gedeelte van een ouder, groter rijk. Later zou de tetrarchie van Abilene worden toegewezen aan Herodes Agrippa I.

    En dit, beste lezers, is alles wat we over Lysanias weten. Hij was tetrarch van Abilene in het vijftiende regeringsjaar van Tiberius, zo rond 28 na Chr. We kunnen verder nog wat speculeren: een ruime halve eeuw eerder, rond 40 v.Chr., was een andere Lysanias hier aan de macht. Dat kan zijn opa of een oudoom zijn geweest.

    Inscriptie

    En dan is er nog de hierboven afgebeelde inscriptie. Die is in 1912 bestudeerd door de Franse archeoloog Raphaël Savignac en bleek letterlijk dezelfde tekst te bevatten als een eerder ontdekte inscriptie, die echter op dat moment al verloren was.

    Voor het welzijn van Heren Augusti en hun gehele huis heeft Nymfaios, zoon van Abimmes, vrijgelatene van de tetrach Lysanias, de weg laten aanleggen, de tempel laten bouwen en de gehele beplanting verzorgd, op eigen kosten, voor heerser Kronos en zijn vaderland, uit vroomheid.noot Revue biblique 1912, 536; vertaling Gert Knepper.

    Kronos is de Griekse naam van de oud-oosterse god El. Het vervelende is nu dat (voor zover ik weet) niemand de herontdekte inscriptie ooit nog heeft gezien; we hebben dus alleen deze afbeelding uit 1912. Savignac meende dat de inscriptie alleen kon slaan op “onze” Lysanias, omdat Abilene later was toegewezen aan Herodes Agrippa. De verwijzing naar de heren Augusti, meervoud, suggereert echter een veel latere datering, toen er meer dan één keizer was. Het is helemaal niet uitgesloten dat Nymfaios de vrijgelatene is geweest van een nog latere, derde Lysanias.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AnanosI #Antilibanon #El #EvangelieVanLukas #FilipposHerodiaan_ #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #inscriptie #JohannesDeDoper #Kajafas #Kronos #LysaniasVanAbila #NieuweTestament #PontiusPilatus #RaphaëlSavignac #Syrië

  5. Aretas IV, koning in Petra

    De Bab Kisan in Damascus

    Het leuke van schrijven over het Nieuwe Testament, zoals ik op zondag doe, is dat altijd wel iemand het oneens met je is. Als je schrijft dat Matteüs’ verhaal over de geboorte van Jezus tjokvol zit met verwijzingen naar de joodse religieuze literatuur, zijn er mensen die zeggen dat dat niet wil zeggen dat het historisch onbetrouwbaar is. Daar zit wat in. Als je schrijft dat een verhaal dat tjokvol literaire verwijzingen zit, daarom nog niet volledig verzonnen hoeft te zijn, zijn er weer andere mensen die het daarmee oneens zijn. Ook daar zit wat in. De een neemt de Bijbel letterlijk, de ander denkt dat alles een literair spel is, en daartussen ligt het veld waar een historicus hypothesen formuleert.

    Paulus in Damascus

    Vandaag echter een stukje waar vermoedelijk niemand bezwaar tegen kan maken: ik heb het over Aretas IV Filopatris. Die wordt één keer in het Nieuwe Testament genoemd, namelijk in de Tweede Brief aan de Korinthiërs. De apostel Paulus heeft zich weer eens in een wespennest gestoken en vertelt:

    Toen ik in Damascus was, liet de etnarch van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.noot 2 Korinthiërs 11.32-33.

    De Damascener stadspoort hierboven, de Bab Kisan, wordt tegenwoordig aangewezen als de plek waar Paulus de stad verliet, maar de mezekouw bewijst vanzelfsprekend dat het feitelijk een middeleeuwse constructie is. Ik ga snel verder met koning Aretas, die dus een functionaris in dienst had die het had gemunt op Paulus.

    Aretas IV

    Aretas – een Griekse weergave van de Arabische naam Harid – regeerde van 9 v.Chr. tot en met 40 na Chr. over de Nabateeërs, en had als hoofdstad Petra. Hij was dus de buurman van koning Herodes en aangezien burenruzie in de Oudheid vrij gewoon was, is het niet zo vreemd dat hij zich aansloot bij het Romeinse leger waarmee Publius Quinctilius Varus in 4 v.Chr. enkele Joodse opstanden onderdrukte.

    Koning Aretas is vermoedelijk het beroemdste om zijn dochter Fasaelis, die was getrouwd met Herodes Antipas – en werd verstoten. Antipas wilde namelijk trouwen met Herodias, de moeder van het meisje Salome. Ik blogde daar al eens over en laat die materie nu rusten. Vandaag noem ik slechts dat Aretas des duivels was om de echtscheiding en met leger en al oprukte tegen Antipas, bijgestaan door wat hulptroepen. Dat kunnen de soldaten geweest van Antipas’ broer Filippos, maar de Armeense geschiedschrijver Mozes van Chorene identificeert ze als het leger van koning Abgar V van Edessa. Dat is allerminst uitgesloten.

    Herodes Antipas riep nu de hulp in van de gouverneur van Syrië, Lucius Vitellius (vader van de latere keizer), die inderdaad oprukte naar het zuiden. De operatie werd voortijdig afgebroken en het gebied van de Nabateeërs werd nooit aangevallen.

    Damascus?

    Hoe Aretas ooit de macht kan hebben uitgeoefend in Damascus, zoals op het eerste gezicht verondersteld in het verhaal over de ontsnapping van de apostel Paulus, is een onopgelost mysterie. Maar feitelijk staat in de tekst alleen dat een Nabatese functionaris verbleef in Damascus. Nergens staat dat de stad in handen van Aretas was. Misschien was die gezagdrager wel op bezoek. We weten het weer eens niet.

    En o ja: het zou zomaar eens kunnen zijn dat het Schathuis in Petra feitelijk het graf is van koning Aretas IV.

    Het Schathuis in Petra

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AbgarV #AretasIV #Damascus #FilipposHerodiaan_ #HerodesAntipas #Herodias #Jordanië #LuciusVitellius #MozesVanChorene #Nabateeërs #NieuweTestament #Paulus #Petra #PubliusQuinctiliusVarus #Salome #TweedeBriefAanDeKorintiërs