#inscriptie — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #inscriptie, aggregated by home.social.
-
Pontius Pilatus (6) Besluit
Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]
Prefect
Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.
De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:
. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.
Vroegchristelijke bronnen
En dan is er de vroegchristelijke literatuur. De auteur Tertullianus beweert in zijn Apologeticum dat Pontius Pilatus in zijn hart eigenlijk een christen was geweest. De kerkhistoricus Eusebios van Caesarea “weet” dat Pilatus zelfmoord pleegde uit berouw over de executie van Jezus.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 2.7.1. Augustinus, de invloedrijke bisschop van Hippo, rangschikt Pilatus in een van zijn preken onder de profeten.noot Preek 201.
Het zogenaamde graf van Pilatus in VienneNog latere bronnen beweren dat Pilatus is verbannen naar Gallië, waar men in Vienne zelfs een graf aanwijst. In het gebied van de westelijke Alpen was in de Middeleeuwen een soort verering van de Romeinse magistraat, zodat we ook een berg kennen die Pilatus heet.
In de Dom van Spiers heeft Pilatus de trekken van NapoleonZo zijn er meer legendes. Die bevatten geen van alle informatie die relevant is voor de reconstructie van Pilatus’ leven. Ze documenteren vooral hoe christelijke schrijvers de Romeinse gezagdrager benutten als getuige dat de christenen geen gekruisigde crimineel aanbaden. Pilatus’ aarzeling, ooit, in Jeruzalem, moest bewijzen dat christenen geen bedreiging vormden voor de Romeinse samenleving.
De Handelingen van Pilatus
Ten slotte is er de tekst die bekendstaat als de Handelingen van Pilatus, een soort verslag van de dood van Jezus, waarin Pontius Pilatus sympathie betoont voor degenen die niet willen dat Jezus wordt gekruisigd. De tekst dateert uit de Late Oudheid, vermoedelijk de vijfde eeuw. Maar er is iets raars mee aan de hand: ze wordt geciteerd in de tweede eeuw. De christelijke auteur Justinus de Martelaar verwijst er tweemaal naar in zijn Eerste Apologie. Hij vertelt dat Pilatus in zijn Handelingen bevestigt dat soldaten hebben gedobbeld om Jezus’ kleed en dat Jezus de lammen had doen lopen, de stommen had doen spreken, de blinden had laten zien, de melaatsen had genezen en de doden had laten herleven.
De genoemde wonderen behoren tot het antieke standaardrepertoire – ook keizer Vespasianus zou een lamme hebben laten lopen en een blinde hebben laten zien. Ik zou vreemd opkijken als de door Justinus aangehaalde tekst werkelijk het rapport was dat een zelfingenomen Pontius Pilatus naar keizer Tiberius heeft verzonden. Zo’n brief is er vast en zeker geweest, en daarin kan heus hebben gestaan dat aan de “koning der Joden” wonderbaarlijke genezingen werden toegeschreven, maar het is moeilijk voorstelbaar dat Justinus dat ambtsbericht in de Romeinse rijksarchieven zou hebben weten terug te vinden. Maar hij kan een oerversie van de vijfde-eeuwse Handelingen van Pilatus hebben gelezen, en dan hebben we een mooie aanwijzing voor het ontstaan van de christelijke literatuur – meer precies, voor een heel vroege christelijke briefroman.
Tot slot
Pontius Pilatus is een mooi voorbeeld van wat we eigenlijk weten over de Oudheid. Als hij niet iemand had laten kruisigen die later door honderden miljoenen als een godheid zou worden vereerd, zou hij volstrekt vergeten zijn. Voor de lezers van Filon van Alexandrië en Flavius Josephus was hij een Romeinse bestuurder waarvan er dertien gingen in een Romeins dozijn, met een aantal historiografische complicaties (mandaat? speelruimte?) waarvan er ook dertien gaan in een oudheidkundig dozijn.
Combineer de vooringenomenheid van de bronnen met het betrekkelijke toeval waarmee die bronnen tot ons zijn gekomen. De conclusie moet zijn: de informatie die we hebben over de Oudheid is nogal willekeurig. We weten simpelweg niet of we documentatie hebben over de belangrijkste gebeurtenissen, personen en ideeën.
Dit probleem staat bekend als de positivistische misvatting: het idee dat je er als geschiedkundige wel bent als je een verhaal baseert op bronnen. Maar dat is naïef positivisme. De impliciete aanname is dat de tot ons gekomen bronnen niet alleen representatief zijn, maar ook onbevooroordeeld. En zo is het dus niet. Voor elke Pilatus zijn tientallen bestuurders die niet van de vergetelheid zijn gered door een opvallend doodvonnis.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Hercules van Magusa?
juli 17, 2025
Slavernij
juli 12, 2018
Vijf broden, twee vissen
januari 18, 2026 Deel dit: #Augustinus #CaesareaMaritima #EusebiosVanCaesarea #inscriptie #Judea #JustinusDeMartelaar #naïefPositivisme #PontiusPilatus #positivistischeMisvatting #prefect #procurator #Tertullianus #Vienne -
Bronnen
De brand van de HindenburgIk nodigde u onlangs uit om vragen te stellen in mijn reeks “vragen rond de jaarwisseling” en ik heb de vier blogjes met antwoorden inmiddels geschreven. Morgen de eerste aflevering. Eén vraag was echter meer complex. Ze betrof de bronnen en het antwoord vergde een apart stukje, dus bij dezen.
Kan je nog eens de definities herhalen/bevestigen van een primaire en een secundaire bron?
Een primaire bron is een tekst die rechtstreeks verslag doet van een gebeurtenis. Denk aan de notulen van een vergadering of een staatsverdrag, maar ook aan een ooggetuigenverslag – en dat kan een brief zijn, een foto, een krantenartikel, een inscriptie of een filmpje van een brandende zeppelin. Doorgaans vindt de historicus primaire bronnen in archieven of in een bronnenuitgave; voor Romeinse inscripties is er bijvoorbeeld de EDCS.
Een secundaire bron is op te vatten als een narratief, gebaseerd op primaire bronnen. Dat kan een biografie zijn, of een monografie over een klein onderwerp of een synthese. Als een secundaire bron conflicteert met een primaire bron, is er meestal iets niet in de haak.
Voor de oudheidkundige is dit onderscheid overigens wat lastig. Er zijn antieke secundaire bronnen, maar die zijn minimaal ten dele gebaseerd op geruchten en andere mondelinge informatie, terwijl we niet kunnen controleren welke primaire bronnen zijn gebruikt, zo dat überhaupt al het geval is. Maar deze secundaire bronnen vormen dus de basis van onze eigen geschiedschrijving over de Oudheid – die we dus eigenlijk tertiair zouden moeten noemen.
Zijn er namen voor bronnen waarvan het origineel fysiek bewaard is gebleven en bronnen die we alleen indirect kennen?
In de eerste categorie vallen (voor de oudheidkundige) de papyri, de kleitabletten en inscripties, waarbij ik aanteken dat de naam “papyri” ook wordt gebruikt voor teksten op perkament of leer. Een echte verzamelnaam voor authentieke teksten ken ik niet. Literaire teksten die we alleen indirect kennen, kunnen worden aangeduid als kopieën.
Maar gekopieerde literaire teksten kunnen natuurlijk ook weer verwijzen naar eerdere, indirect gekende teksten: nogal wat secundaire bronnen zijn alleen bekend als middeleeuwse kopie en citeren primaire bronnen. De moderne lezer zit dus met een internetuitgave van een moderne tekstuitgave van een gereconstrueerde tekst, gebaseerd op middeleeuwse kopieën van een antieke secundaire bron die een primaire bron citeert.
Waar worden fysieke kopieën bewaard?
Inscripties kunnen nog in situ zijn, of in lapidaria, of in musea. Papyri liggen meestal in museale depots.
Wordt er intussen gewerkt aan digitalisering?
Volop. Voor papyri is er bijvoorbeeld Trismegistos, voor Latijnse inscripties de al genoemde EDCS. Veel middeleeuwse manuscripten zijn inmiddels gefotografeerd. Dat geldt ook voor de belangrijkste papyri en daarbij worden diverse lichtsoorten en diverse soorten software gebruikt, waardoor nog weleens iets zichtbaar wordt dat eerst niet zichtbaar was. Anders gezegd: gebruik nooit een oude tekstuitgave, al is er niet altijd een recente.
Zijn er vermoedens van geschreven bronnen die ergens opgeslagen liggen maar niet bekend zijn?
In Oxford liggen een half miljoen papyri op uitgave te wachten. In Londen zo’n 100.000 kleitabletten. We kunnen nog wel even vooruit.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.
Deel dit: #inscriptie #papyri #primaireBron #secundaireBron #vragenRondDeJaarwisseling -
Faits divers (46): oosterse data
Een inscriptie in Arabische letters zonder puntjes (Wadi Rum)Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de uitbreiding van het databestand in Mesopotamië en Arabië, waarbij ook allerlei Grieken en Romeinen opduiken.
Spijkerschrift
Ik heb weleens geblogd over de omvang van het overgeleverde corpus van de diverse oude talen, want wetenschappers hebben een jaar of twintig geleden eens uitgeknobbeld hoeveel woorden er over zijn. Over het belang en de methode van zo’n exercitie valt een boom op te zetten, en er is ook wel kritiek op, maar sommige conclusies zijn duidelijk: van de oude talen vóór 300 na Chr. is het Grieks, gemeten aan het overgeleverde aantal woorden, met afstand het grootst. Op een gedeelde tweede plaats stonden het Latijn en het Akkadisch, de spreektaal van de Babyloniërs en Assyriërs en de taal van de internationale diplomatie in de Bronstijd. Het Akkadische corpus blijft groeien: elk jaar worden meer kleitabletten opgegraven dan gepubliceerd.
Dankzij moderne scanners kunnen kleitabletten vrij snel worden ingelezen en de ingekraste tekens zijn met moderne computertechnieken te lezen. Het is niet zo dat het transcriberen van een Akkadische tekst nu appeltje-eitje is, maar er zit schot in de zaak. De volgende stap is de vertaling, ongeveer zoals u DeepL of Google Translate kunt gebruiken. De flessenhals is dat de artificiële intelligentie een digitale kennisbasis (knowledge base) nodig heeft. De tienduizenden teksten die al in digitale vorm bestaan, zijn daarvoor eigenlijk te weinig. Maar opnieuw: er komt schot in de zaak, de grootste filologische data-explosie aller tijden komt binnen handbereik en hier is een initiatief waaraan u kunt meewerken.
U moet natuurlijk wel Akkadisch kunnen lezen. En wat zo aardig is: Ex Oriente Lux biedt net een cursus aan.
Het vroege Arabië
Meer geschreven data: dat geldt niet alleen voor Akkadische teksten uit Mesopotamië, maar ook voor de talen van het oudste Arabië. Dus zeg maar Syrië, Jordanië en het noorden van Saoedi-Arabië; later ook noordelijk en westelijk Irak en zuidelijk Saoedi-Arabië, en uiteraard nog meer na het ontstaan van het Kalifaat. Ik beschrijf deze korte geschiedenis omdat het misverstand dat het Arabisch zich langs de Wierookroute van zuid naar noord verspreidde, blijft terugkeren, waarbij de aanname dan is dat het Arabische Schiereiland een cultuurcentrum was dat de Arabische cultuur “uitzond”.
Dat ligt dus anders en dat inzicht danken we aan de duizenden en duizenden Arabische inscripties die de afgelopen kwart eeuw zijn gepubliceerd. Onze kennis van de antieke Zuid-Semitische talen, zoals het Safaïtisch, is spectaculair gegroeid. U vindt de inscripties, kort en lang, op de website OCIANIA. De webmasters hebben een leuk overzicht gemaakt van de intrigerendste ontdekkingen van 2025. Zoals:
- Een vermelding van de koning van Babylon;
- Een man met een Griekse naam en Joodse vrienden;
- Een Safaïtisch ABC met de letters in de volgorde van het Griekse alfabet;
- Een Romein die door de stam Thamud is verdreven.
Het interessantst is een slaaf die zijn stamboom geeft, wat extreem zeldzaam is in de oude wereld, en die zijn meesters aanduidt met de Aramese/Hebreeuwse naam Ismaëlieten. Dit illustreert dat de naam “Arabieren” lang niet altijd gangbaar is geweest. In de oudste, voor-Arabische talen van Jemen was het zelfs een verwijt iemand aan te duiden als Arabier. Het voornaamste punt is hier dat we de complexiteit van dit deel van de oude wereld steeds scherper in zicht krijgen.
Ik rond dit blogje belerend af met een waarschuwing: ook al groeit de omvang van ons databestand, dat is op zich geen wetenschap. De verwerving van data is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Het feitelijke werk is de interpretatie; het belang is de vergelijking met het heden, waardoor we onszelf beter leren kennen; en nieuws is het alleen als er nieuwe soorten inzicht zijn. Dit blogje was dan ook alleen geschreven voor u, oudheidliefhebber.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.
Deel dit: #Akkadisch #ArabischeTalen #artificiëleIntelligentie #bronnenuitgave #DeepL #FaitsDivers #Google #inscriptie #kleitablet #Safaïtisch -
Hoe dateer je een rotstekening of graffito?
Safaïtische inscriptie (Wadi Rum)Een van de beroemdste blunders van de ooit onvermijdelijke egyptoloog Zahi Hawass was dat hij eens zei dat hij een koolstofdatering had gedaan van een inscriptie op een steen. Elke student weet dat zoiets niet mogelijk is. Alleen organisch materiaal ademt, alleen organisch materiaal neemt radioactieve koolstof op, alleen organisch materiaal sterft en stopt dan met koolstof opnemen, en daarom kan de mate van radioactiviteit alleen bij organisch materiaal dienen voor een datering. Hoe minder hoe ouder.
Maar als het niet met koolstof kan, hoe bepalen wetenschappers de ouderdom van inscripties, graffiti en rotstekeningen dan wel? Dit is een heel belangrijke vraag, aangezien het oudheidkundig databestand de afgelopen kwart eeuw is uitgebreid met tienduizenden Arabische graffiti. Ik overdrijf niet; u kunt ze bekijken op de website OCIANA. Die teksten kunnen kort en lang zijn, en ze vertegenwoordigen alle talen en dialecten van de Arabische taalfamilie, maar om deze schat aan informatie te kunnen benutten, moet je het materiaal kunnen dateren. Gelukkig zijn er verschillende methoden.
Relatieve datering
Om te beginnen kunnen archeologen, als er diverse tekeningen en letters zijn gekrast in een rots, kijken naar de kleur van de verwering. Het oppervlak van een rots in de woestijn is vaak wat donkerbruin, wat duidt op mangaan en ijzer – of eigenlijk: roest. Als je een kras maakt, krijg je een groef die lichter van kleur is. De verwering begint na het maken van de groef echter opnieuw, en in de loop der eeuwen wordt zo’n groef steeds donkerder, tot uiteindelijk de kleur niet meer van de omgeving is te onderscheiden. Hieruit volgt dat de inscripties die licht van kleur zijn, jonger zijn dan donkere. Anders gezegd: de mate van verwering helpt de relatieve chronologie vaststellen – we weten (min of meer) in welke volgorde de inscripties zijn vervaardigd.
Drie niveaus van verwering: het jongst is de beschadiging rechts, het oudst zijn de giraffen, en het mannetje links zit daar tussenin.De relatieve chronologie kan vanzelfsprekend ook worden vastgesteld wanneer iemand een nieuwe graffito, rotstekening of inscriptie heeft geplaatst over een oudere. Met deze twee methoden kan de ontwikkeling van de rotskunst en de ontwikkeling van het schrift worden bepaald, en wordt een stilistische datering mogelijk. We weten bijvoorbeeld dat de oudste rotstekeningen in Libië bestonden uit afbeeldingen van heel grote wilde dieren, waar jagers opvallend klein bij stonden. Dit heet de “Periode van de Wilde Fauna”.
Een heel klein mannetje en een heel grote olifant uit de Wilde Fauna-periode (Wadi Mathendous)In Saoedi-Arabië gaat daaraan nog de tijd van de zogeheten “curvy women” vooraf. In beide regio’s verschijnen later afbeeldingen van vee en worden de mensen afgebeeld met afmetingen die realistischer zijn in verhouding tot de dieren. Schrift komt nog later.
Absolute datering
Uiteraard willen we niet alleen weten wat vroeger en later was. We willen de dingen koppelen aan onze eigen jaartelling: een absolute datering. Ik heb al eens verteld dat de Libische rotstekeningen zijn gedateerd aan de hand van wat is afgebeeld: het eerste vee werd in Libië gedomesticeerd rond 4000 v.Chr., het paard maakte rond 400 v.Chr. zijn opwachting en de dromedaris pas rond 200 v.Chr. Zien we dus een paard, dan is de afbeelding vervaardigd ná 400 v.Chr. In Saoedi-Arabië bestaat een soortgelijk lijstje uit de dadelpalm (3000 v.Chr.), de dromedaris rond 1100 v.Chr. en het paard omstreeks 500 v.Chr.
Op dat moment zijn er al diverse schriftsoorten, zoals het Zuid- en Noord-Arabisch en het Aramees. Het Nabatees en het klassieke Arabische schrift volgen later. In het westen zijn er de Berber-alfabetten. Ze hebben allemaal hun eigen ontwikkeling, en paleografen kunnen een tekst aan de hand daarvan enigszins dateren. De inhoud zelf helpt natuurlijk ook. Er kunnen bijvoorbeeld koningen worden genoemd die we ook van elders kennen. Nog een meevaller: al vóór de islamitische kalender begon, waren er kalenders op het Arabische Schiereiland.
Dedanitische inscriptiesTot slot zijn er laboratoriumtechnieken, zoals optisch gestimuleerde luminescentie (OSL). Deze methode lijkt wat op thermoluminescentie, al wordt bij de laatstgenoemde aanpak het monster verhit en bij OSL belicht. De Saoedische archeologische dienst onderzoekt momenteel of de dikte van een verweringslaag iets zegt over de ouderdom, maar dat is nog experimenteel. Experimenteel is ook een methode om de micro-erosie van kwartskorreltjes in de groeven te meten en die te ijken aan de hand van gedateerde inscripties.
Kortom: in Saoedi-Arabië wordt niet alleen het databestand snel uitgebreid, maar worden ook nieuwe methoden ontwikkeld. We mogen nieuwe soorten inzicht verwachten – en gewone inzichten zijn er al volop. Een recente synthese over de geschiedenis van het Romeinse Rijk, geschreven door Greg Fisher, heette The Roman World from Romulus to Muhammad, want het is steeds duidelijker dat het ontstaan van het Kalifaat en de opkomst van de islam niet zozeer middeleeuwse geschiedenis zijn, als wel la grande finale van de Oudheid.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#absoluteDatering #ArabischSchrift #ArabischeTalen #chronologie #dromedaris #GregFisher #inscriptie #koolstofdatering #Libië #OCIANA #optischGestimuleerdeLuminescentie #paard #palmboom #PeriodeVanDeWildeFauna #relatieveDatering #SaoediArabië #thermoluminescentie #WadiMathendous #ZahiHawass
-
Faits divers (38)
Grafsteen waarop de naam “Wittiza” voorkomt. (© Pau Marimon Ribas & Jordi Pérez González)Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer Spanje, de joodse Bijbel, archeatrie en een nuttige webpagina van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Spanje
Mocht u ooit nog eens besluiten een koninkrijk te annexeren, dan is het slim om te wachten tot het moment waarop de opvolging ter discussie staat. Alexander onderwierp een verdeeld Perzië, Saladin profiteerde van een verdeeld Koninkrijk Jeruzalem en de Arabische commandant Tariq had, toen hij in 711 overstak van de Maghreb naar het Iberische Schiereiland, de mazzel dat de dynastie in het Rijk van Toledo verdeeld was. Koning Wittiza was dood en Roderik (Rodrigo) had zijn macht nog niet werkelijk gevestigd toen Tariq hem ergens in de regio van Cádiz versloeg en het hele Iberische Schiereiland opeiste voor het Umayyadische Kalifaat van Damascus.
Bij deze belangrijke gebeurtenis zijn heel veel zaken onduidelijk. Is Wittiza vermoord? Wanneer overleed Wittiza? Hoe lang regeerde hij? Wie waren Roderiks tegenstanders vóór hij het opnam tegen Tarik? Het zijn geen wereldschokkende kwesties, want het enige relevante feit is dat Tarik Roderik overwon, maar in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigrafik is zojuist een nieuw puzzelstukje gepubliceerd. Het gaat om een niet heel spectaculaire Latijnse inscriptie, die bewijst dat Wittiza in maart 709, zijn negende regeringsjaar, nog in leven was. Dit is in lijn met de enige andere inscriptie van deze vorst, die in de zeventiende eeuw was te zien in een klooster in Madrid maar sindsdien zoek is; deze vermeldt Wittiza als koning in 700. We weten nu dus met iets meer zekerheid wanneer de laatste koning van post-Romeins Spanje regeerde, niet meer en niet minder. Het is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers.
De joodse Bijbel
De joodse Bijbel bestaat uit ruwweg drie delen: de Wet (Genesis tot en met Deuteronium), het tussen 620 en 585 v.Chr. samengestelde Deuteronomistisch Geschiedwerk (Jozua tot en met 2 Koningen) en de rest. De twee eerste delen gaan terug op eerdere bronnen, die verloren zijn gegaan maar die geleerden al sinds de achttiende eeuw proberen te identificeren. Nog altijd kun je veelkleurige “regenboogbijbels” kopen waarin elke kleur een andere redacteur identificeert.
Aan de stilistische, linguïstische, theologische, historische en archeologische argumenten is nu de artificiële intelligentie toegevoegd – feitelijk een specifieke vorm van stilistisch en linguïstisch onderzoek. De weinig verrassende conclusie is dat de oudste delen van Deuteronomium en het Deuteronomistisch Geschiedwerk nauwer met elkaar verwant zijn dan met de delen van de Wet die eerdere onderzoekers rekenen tot de zogeheten priesterlijke redactie.
We weten iets dat we al wisten dus iets beter. Dat is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers. En nu de methode blijkt te werken, kun je verwachten dat ze wordt losgelaten op andere delen waarvan onderzoekers zich afvragen welke delen door welke auteur zijn geschreven.
Archeatrie
Een psycholoog bestudeert de menselijke ziel en een psychiater geneest de ziel. Zou het niet logisch zijn, opperde mijn zakenpartner ooit, als er naast archeologen ook archeaters waren – mensen die een opgraving herstelden naar de oorspronkelijke staat? Dat was, een grap, vanzelfsprekend, en ik denk eraan terug omdat de grap op een satirische site opnieuw is gemaakt.
Er is echter een serieus aspect: wat is de oorspronkelijke staat? Een voorbeeld: toen het Parthenon in Athene werd teruggebracht naar de oorspronkelijke staat, werden Byzantijnse aanslibsels verwijderd, die ook een zekere waarde hebben. Deze thematiek is voer voor erfgoedspecialisten en boeiend.
Tot slot
Ik brom vaak over het feit dat archeologen zichzelf vaak presenteren met vondsten en nooit met archeologie. Afgaand op de publieke media, concludeer je dat archeologen louter trivia produceren en geen bijdrage leveren aan de (sociale) wetenschappen. Graag erken ik dat het ook weleens goed gaat: dit is een nuttige pagina.
Tot zover deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks Faits divers.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#artificiëleIntelligentie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Deuteronomium #erfgoed #FaitsDivers #inscriptie #KalifaatVanDamascus #RijkVanToledo #Roderik #stylometrie #TariqIbnZiyad #Wittiza
-
Lysanias van Abila
Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:
In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.
Tweemaal Lysanias
De evangelist Lukas doet zijn best het optreden van Johannes de Doper exact te dateren en geef en passant een schets van de Joodse wereld: Kajafas hogepriester, Ananos als de machtige patriarch van Kajafas’ familie, in het zuiden de Romeinse provincie Judea, en verder de herodiaanse vorsten Herodes Antipas en Filippos in de wat noorderlijker gebieden. En Lysanias was dus tetrarch in Abilene, dat wil zeggen in een stukje van het Antilibanon-gebergte aan weerszijden van de weg van de Bekaavallei naar Damascus. De titel van tetrarch werd gegeven aan heersers die regeerden over een gedeelte van een ouder, groter rijk. Later zou de tetrarchie van Abilene worden toegewezen aan Herodes Agrippa I.
En dit, beste lezers, is alles wat we over Lysanias weten. Hij was tetrarch van Abilene in het vijftiende regeringsjaar van Tiberius, zo rond 28 na Chr. We kunnen verder nog wat speculeren: een ruime halve eeuw eerder, rond 40 v.Chr., was een andere Lysanias hier aan de macht. Dat kan zijn opa of een oudoom zijn geweest.
Inscriptie
En dan is er nog de hierboven afgebeelde inscriptie. Die is in 1912 bestudeerd door de Franse archeoloog Raphaël Savignac en bleek letterlijk dezelfde tekst te bevatten als een eerder ontdekte inscriptie, die echter op dat moment al verloren was.
Voor het welzijn van Heren Augusti en hun gehele huis heeft Nymfaios, zoon van Abimmes, vrijgelatene van de tetrach Lysanias, de weg laten aanleggen, de tempel laten bouwen en de gehele beplanting verzorgd, op eigen kosten, voor heerser Kronos en zijn vaderland, uit vroomheid.noot Revue biblique 1912, 536; vertaling Gert Knepper.
Kronos is de Griekse naam van de oud-oosterse god El. Het vervelende is nu dat (voor zover ik weet) niemand de herontdekte inscriptie ooit nog heeft gezien; we hebben dus alleen deze afbeelding uit 1912. Savignac meende dat de inscriptie alleen kon slaan op “onze” Lysanias, omdat Abilene later was toegewezen aan Herodes Agrippa. De verwijzing naar de heren Augusti, meervoud, suggereert echter een veel latere datering, toen er meer dan één keizer was. Het is helemaal niet uitgesloten dat Nymfaios de vrijgelatene is geweest van een nog latere, derde Lysanias.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#AnanosI #Antilibanon #El #EvangelieVanLukas #FilipposHerodiaan_ #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #inscriptie #JohannesDeDoper #Kajafas #Kronos #LysaniasVanAbila #NieuweTestament #PontiusPilatus #RaphaëlSavignac #Syrië