#nieuwetestament — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #nieuwetestament, aggregated by home.social.
-
De hoofddoek (2)
Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden doorgaans met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.
Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt wel uit de teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.
Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)
Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:
Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.
Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze de details bespraken, adviseert Paulus de mensen om zich aan de norm te houden. Anders gezegd: het was in Korinthe niet langer vanzelfsprekend. Het advies staat bovendien niet op zichzelf. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, aan niet-getrouwde vrouwen.
Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.
[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
II Parthica, Romes strategische reserve
juli 9, 2025
Simon de Magiër
maart 10, 2024
Moord op de Nijl
februari 16, 2020 Deel dit: #canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten -
Bijbelse en Griekse insecten
Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.
Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.
De grens tussen vliegen en muggen en vlooien is in oude teksten niet altijd even duidelijk, dus ik vervolg met ander vliegend ongedierte. Een van de tien plagen van Egypte bestond uit vliegen of muggennoot Exodus 8.12. en de auteur van Prediker weet dat een beetje dwaasheid de beste wijsheid ranzig maakt, “zoals één dode vlieg een kostbare zalf bederft”.noot Prediker 10.1.
De Joden waren niet de enigen met een hekel aan insecten. De Griekse fabeldichter Aisopos voelde er ook weinig sympathie voor. Nu zijn de fabels van Aisopos wat verdacht: er is nogal wat op zijn naam overgeleverd dat niet hijzelf heeft bedacht en classici hebben weinig illusies over de authenticiteit van het corpus. Maar als zo’n vertelsel is overgeleverd door Aristoteles, hebben we in elk geval te maken met een Griekse anekdote die behoorlijk oud is.
Aisopos, die voor de volksvergadering van Samos een alleenheerser verdedigde die ter dood veroordeeld was, vertelde dit verhaal:
“Een vos die een rivier overstak, werd meegevoerd door de stroming en kwam terecht in een hol in de rotsen. Omdat hij er niet uit kon komen, leed hij lange tijd onder een zwerm muggen die zich aan hem vastklampte. Een egel die daar ook rondzwierf, zag de vos en kreeg medelijden. Hij vroeg of hij de muggen mocht verwijderen. De vos wees het aanbod echter af. Toen de egel vroeg waarom, antwoordde hij: ‘Deze muggen zitten inmiddels vol met mijn bloed en zuigen niet veel meer. Als je ze weghaalt, komen er andere met een frisse eetlust die al mijn bloed zullen opdrinken.’
“En zo,” rondde Aisopos af, “zal mijn cliënt jullie geen kwaad meer doen. Hij is al rijk. Maar als jullie hem ter dood brengen, zullen er anderen komen die niet rijk zijn, en hun verduisteringen zullen jullie schatkist volledig leegmaken.” noot Aristoteles, Rhetorika 1393b-1394a.De overlast van de muggen wordt door Aisopos niet uitgelegd maar simpelweg verondersteld, en Aristoteles spreekt het niet tegen. Ook Grieken hadden dus een hekel aan muggen. Kortom, als u behoort tot degenen die de Oudheid om een of andere reden normatief vinden, dan heeft u dus zowel klassieke als bijbelse toestemming om een vlieg of een mug dood te meppen. Maar u kunt natuurlijk ook wat minder bloeddorstig zijn, zoals de dame op het plaatje hierboven, die er vrede lijkt te hebben met wat anderen ongedierte noemen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Deel dit: #Aisopos #Aristoteles #Beëlzebul #DeuteronomistischGeschiedwerk #duivel #egel #insect #mug #NieuweTestament #vlieg #vos -
De jongeling van Naïn
Jezus en de jongeling van Naïn (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)Ik heb het punt tot vervelens toe gemaakt – op deze blog, in boeken, in lezingen en Joost mag weten waar niet meer – en ik maak het nog eens: tekstuitleg zonder kennis van de archeologie is net zo zinloos als archeologie zonder begrip van de oude teksten. En om het punt ten overvloede te illustreren, is hier, op de dag van Allerzielen, het verhaal van de jongeling van Naïn:
Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een vrouw die ook al weduwe was. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de heer haar zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: “Weeklaag niet meer.”
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: “Jongeman, ik zeg je: sta op!”
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en: “God heeft zich over zijn volk ontfermd!”
Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.noot Lukas 7.11-17; NBV21.Is dit een waar gebeurd verhaal? Om zoiets vast te stellen, gebruiken oudheidkundigen een stuk of wat criteria, zoals het criterium van de gêne: informatie die geen goed licht werpt op de over te brengen boodschap was blijkbaar te algemeen bekend om te worden onderdrukt. Ook is er het criterium van de meervoudige attestatie: iets dat in meerdere bronnen staat, is plausibeler dan als het maar in één bron staat. Dit verhaal is maar één keer gedocumenteerd, alleen bij de evangelist Lukas, dus het heeft de schijn tegen. Gênant is het ook al niet, en ook aan de andere criteria voldoet het niet. Als we de tekst als tekst bekeken, zouden we concluderen dat we niet kunnen vaststellen dat dit verhaal echt is gebeurd.
Sterker nog, het opwekken van de dode zonen van weduwen is een literair motief. De profeet Elia wekte bijvoorbeeld het kind op van een dame uit Sarefat, een pottenbakkersdorpje halverwege Tyrus en Sidon.noot 1 Koningen 17.22. Elia’s opvolger Elisa deed hetzelfde voor een weduwe in Sunem.noot 2 Koningen 4.32-37. Voor de lezer die nog niet in de gaten mocht hebben dat Lukas zijn portret van Jezus modelleert op de grote profeten, maakt de evangelist het in de conclusie expliciet: “Een groot profeet is onder ons opgestaan.”
Kortom, een literaire compositie zonder veel historische betrouwbaarheid. Maar er is een detail dat een ander licht werpt op de zaak: de dode wordt bij de stadspoort naar buiten gedragen. Je leest er haast overheen, want het is gewoon logisch dat de doden buiten de bebouwde kom werden begraven. Het Romeins Recht schreef dat zelfs voor. Maar het leuke is: archeologen hebben die stadspoort opgegraven, ik meen ergens begin jaren tachtig. Het was zelfs een opvallend massief verdedigingswerk.
En nu is het leuke: stadsmuren waren in Herodiaans en Romeins Judea niet gebruikelijk. Echt grote steden, zoals Jeruzalem, hadden ze natuurlijk wel. Maar Naïn was een vlek op de landkaart. Het is ook geen detail dat Lukas, die een halve eeuw en een Joodse Opstand na de gebeurtenissen schreef, en vermoedelijk schreef in een stad als Antiochië of Efese, kan hebben geweten. (Probeer als hedendaagse Amsterdammer of Antwerpenaar eens te weten of Sint-Andries een stadspoort heeft.)
Kortom, dankzij de archeologie herkennen we een authentiek detail in Lukas’ verhaal. Dat wil niet zeggen dat dit echt is gebeurd. Zoiets valt niet te weten. Het wil alleen zeggen dat Lukas oudere informatie benutte. We mogen aannemen dat het verhaal al tijdens Jezus’ leven de ronde deed, en dat is, gegeven het weinige dat we over de oude wereld weten kunnen, eigenlijk al heel erg veel.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Romeins Andalusië
oktober 2, 2024
De prioriteit van Marcus
december 4, 2022
Veel geschreeuw en weinig wetenschap (2)
december 17, 2018 Deel dit:#Allerzielen #criteriumVanDeGêne #Elia #Elisa #EvangelieVanLukas #historischeJezus #Judea #meervoudigeAttestatie #Naïn #NieuweTestament #stadspoort
-
De jongeling van Naïn
Jezus en de jongeling van Naïn (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)Ik heb het punt tot vervelens toe gemaakt – op deze blog, in boeken, in lezingen en Joost mag weten waar niet meer – en ik maak het nog eens: tekstuitleg zonder kennis van de archeologie is net zo zinloos als archeologie zonder begrip van de oude teksten. En om het punt ten overvloede te illustreren, is hier, op de dag van Allerzielen, het verhaal van de jongeling van Naïn:
Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een vrouw die ook al weduwe was. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de heer haar zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: “Weeklaag niet meer.”
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: “Jongeman, ik zeg je: sta op!”
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en: “God heeft zich over zijn volk ontfermd!”
Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.noot Lukas 7.11-17; NBV21.Is dit een waar gebeurd verhaal? Om zoiets vast te stellen, gebruiken oudheidkundigen een stuk of wat criteria, zoals het criterium van de gêne: informatie die geen goed licht werpt op de over te brengen boodschap was blijkbaar te algemeen bekend om te worden onderdrukt. Ook is er het criterium van de meervoudige attestatie: iets dat in meerdere bronnen staat, is plausibeler dan als het maar in één bron staat. Dit verhaal is maar één keer gedocumenteerd, alleen bij de evangelist Lukas, dus het heeft de schijn tegen. Gênant is het ook al niet, en ook aan de andere criteria voldoet het niet. Als we de tekst als tekst bekeken, zouden we concluderen dat we niet kunnen vaststellen dat dit verhaal echt is gebeurd.
Sterker nog, het opwekken van de dode zonen van weduwen is een literair motief. De profeet Elia wekte bijvoorbeeld het kind op van een dame uit Sarefat, een pottenbakkersdorpje halverwege Tyrus en Sidon.noot 1 Koningen 17.22. Elia’s opvolger Elisa deed hetzelfde voor een weduwe in Sunem.noot 2 Koningen 4.32-37. Voor de lezer die nog niet in de gaten mocht hebben dat Lukas zijn portret van Jezus modelleert op de grote profeten, maakt de evangelist het in de conclusie expliciet: “Een groot profeet is onder ons opgestaan.”
Kortom, een literaire compositie zonder veel historische betrouwbaarheid. Maar er is een detail dat een ander licht werpt op de zaak: de dode wordt bij de stadspoort naar buiten gedragen. Je leest er haast overheen, want het is gewoon logisch dat de doden buiten de bebouwde kom werden begraven. Het Romeins Recht schreef dat zelfs voor. Maar het leuke is: archeologen hebben die stadspoort opgegraven, ik meen ergens begin jaren tachtig. Het was zelfs een opvallend massief verdedigingswerk.
En nu is het leuke: stadsmuren waren in Herodiaans en Romeins Judea niet gebruikelijk. Echt grote steden, zoals Jeruzalem, hadden ze natuurlijk wel. Maar Naïn was een vlek op de landkaart. Het is ook geen detail dat Lukas, die een halve eeuw en een Joodse Opstand na de gebeurtenissen schreef, en vermoedelijk schreef in een stad als Antiochië of Efese, kan hebben geweten. (Probeer als hedendaagse Amsterdammer of Antwerpenaar eens te weten of Sint-Andries een stadspoort heeft.)
Kortom, dankzij de archeologie herkennen we een authentiek detail in Lukas’ verhaal. Dat wil niet zeggen dat dit echt is gebeurd. Zoiets valt niet te weten. Het wil alleen zeggen dat Lukas oudere informatie benutte. We mogen aannemen dat het verhaal al tijdens Jezus’ leven de ronde deed, en dat is, gegeven het weinige dat we over de oude wereld weten kunnen, eigenlijk al heel erg veel.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.
Zelfde tijdvak
Wee de overwonnenen (2)
februari 17, 2020
Nieuwe Dode-Zee-rollen? Ja, maar niet helemaal.
maart 16, 2021
Bes, Your Friendly Neighborhood Helping God
november 5, 2019 Deel dit:#Allerzielen #criteriumVanDeGêne #Elia #Elisa #EvangelieVanLukas #historischeJezus #Judea #meervoudigeAttestatie #Naïn #NieuweTestament #stadspoort
-
Jakobus de Rechtvaardige
De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.
Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.
Deze Jakobus zou dus een leider zijn geweest van de vroege kerk, en meer in het bijzonder: in Jeruzalem. Dat is opmerkelijk, want de familie kwam uit Galilea. De verklaring zou kunnen zijn dat men op de naderende Jongste Dag in de heilige stad wilde zijn, maar dat is hypothetiscj. De apostel Paulus ontmoette Jakobus daar enkele keren. In de Brief aan de Galaten vertelt Paulus dat hij drie jaar na zijn bekering Petrus ging opzoeken en toen ook de apostel Jakobus, de broer van de Heer, ontmoette.noot Galaten 1.17. “Apostel” betekent hier niet “een van de Twaalf”, maar verwijst naar één van de velen die door Jezus waren uitgezonden om zijn leer ook elders te verkondigen. Logisch dus dat Paulus toevoegt dat hij geen van hen was tegengekomen in Jeruzalem.
Paulus noemt in dezelfde Galatenbrief Jakobus met Petrus en Johannes “de drie zuilen van de kerk”.noot Galaten 2.9. Met hen zou hij later zijn overeengekomen dat zij de leer van Jezus zouden verkondigen aan de Joden en dat Paulus en Barnabas het zouden doen bij andere volken. Dit wordt in iets andere termen bevestigd door de Handelingen van de Apostelen, waar we lezen over een vergadering van de vroege christenen, die tot dezelfde beslissing komt.noot Handelingen 15.
Dat Jakobus zeer hoog in aanzien stond bij de eerste gelovigen, blijkt ook uit het zogeheten Evangelie van de Hebreeën, waarin de opgestane Christus als eerste verschijnt aan zijn broer. Deze tekst is weliswaar vrij jong, maar documenteert de blijvende herinnering aan het leiderschap van Jakobus.
Rechtvaardiging
De Handelingen en de brieven van Paulus hebben vooral betrekking op de prediking onder de andere volken, maar we beschikken over een Brief van Jakobus die lijkt weer te geven wat Jezus’ broer dacht over precies datgene waar Paulus iets nieuws introduceerde, namelijk de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Volgens de auteur is dat onvoldoende – echt geloof blijkt uit goede werken. Daar laat ik het verder even bij, want ik heb het er al eens over gehad.
Ik leg in dat eerdere blogje trouwens ook uit dat een van de argumenten tegen authenticiteit veronderstelt dat iemand uit Galilea niet zulk goed Grieks zou kennen. Wat een onbewezen aanname is en bovendien een tikkeltje hovaardig – alsof wij de oude taal beter zouden kennen dan de mensen uit de Oudheid. Taalkundigen kunnen héél veel, en dat schrijf ik zonder ironie, maar ik zou zelf toch niet zo stellig zijn. In elk geval: er is dus discussie over de authenticiteit van de Brief van Jakobus, en volgende week kom ik daar nog eens op terug.
Dood
De Joodse geschiedschrijvers Flavius Josephus vertelt over de dood van Jakobus in het jaar 62. Josephus zijnde Josephus gaat het verhaal natuurlijk vooral over de officiële leiders van de Joodse gemeenschap, en dus over de relatie tussen gouverneur en hogepriester. De gouverneur, Lucceius Albinus, kreeg een conflict met hogepriester Ananos II.
Deze Ananos meende handig te kunnen profiteren van de situatie dat [de oude gouverneur Porcius] Festus dood was en [de nieuwe gouverneur] Albinus nog onderweg was. Hij riep een vergadering van rechters bijeen en liet daar de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt — de man heette Jakobus — alsmede enkele anderen voorleiden. Hij beschuldigde hen ervan dat ze de Wet hadden overtreden en leverde hen uit om gestenigd te worden. De groepering echter van degenen van wie iedereen in de stad vond dat ze zich precies aan de Wet hielden en die op grond daarvan zeer goed aangeschreven stonden [de farizeeën], nam de zaak hoog op. Ze stuurden in het geheim een vertegenwoordiging naar de koning [Herodes Agrippa II] om er bij hem op aan te dringen Ananos te gelasten zich voortaan van dergelijke acties te onthouden. Het was namelijk niet de eerste keer dat hij over de schreef was gegaan. … Voor koning Agrippa vormde de zaak aanleiding Ananos als hogepriester te ontslaan – hij is drie maanden in functie geweest.noot Josephus, Joodse Oudheden 20.200-203; vert. Wes/Meijer.
Een latere auteur, Clemens van Alexandrië, meende dat Jakobus van de tempelmuur af was gegooid, en daarna was gedood. Dit hoeft niet per se in strijd te zijn met wat Josephus schrijft, omdat de beulen bij een steniging willen dat het slachtoffer stil blijft liggen: de ongelukkige wordt dus ingegraven of men breekt hem de benen – door hem van een tempelmuur te werpen. Ik denk overigens dat we de latere bronnen beter allemaal kunnen negeren, al heb ik, zoals u al merkte, een zwak voor Hegesippos.
Terug naar de anekdote van Josephus. Die is waanzinnig interessant. Om te beginnen vertelt ze iets over de problemen in het dagelijks bestuur van een provincie, waarin lokale gezagdragers niet altijd deden wat Rome wou. De anekdote identificeert verder de enige sadducee die we kennen, namelijk Ananos, die tijdens de Joodse Opstand leiding zou geven aan de provisorische regering in Jeruzalem. Het is verder opvallend dat Josephus, die een hekel had aan de farizeeën, weigert hen te noemen. En tot slot: de passage bewijst dat Jakobus gold als jood en dat andere joden verontwaardigd waren over de wijze waarop hij was aangepakt. In het jaar 62 was er nog geen sprake van dat de wegen van joden en christenen uiteen zouden gaan.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
De vogel Feniks
april 24, 2023
De dood van de messias (4)
maart 30, 2018
Het Romeinse platteland
mei 5, 2017 Deel dit:#AnanosII #Barnabas #BriefAanDeGalaten #BriefVanJakobus #ClemensVanAlexandrië #EvangelieVanDeHebreeën #farizeeën #FlaviusJosephus #HandelingenVanDeApostelen #Hegesippos #HerodesAgrippaII #JakobusDeRechtvaardige #Jeruzalem #LucceiusAlbinus #NieuweTestament #Paulus #Petrus #PorciusFestus #steniging
-
Mattias, een van de Twaalf
Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.
Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.
De apostelen en de Twaalf
Het is vandaag Pinksteren. Daarover heb ik al eens geblogd en ik laat het nu rusten. Interessanter vind ik vandaag het verhaal dat in de Handelingen van de Apostelen voorafgaat aan het Pinksterverhaal: de keuze van een nieuw lid van de Twaalf. Judas Iskariot was immers dood, er dus werd een vervanger gezocht.
Ze stelden twee mannen voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. … Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.noot Handelingen 1.23, 26.
Eerst een kleine kanttekening: rond Jezus bestonden diverse groepen, zoals de leerlingen, de (tweeën)zeventig apostelen en de Twaalf. Om hem moverende redenen stelt de auteur van het Evangelie van Lukas en de Handelingen van de Apostelen die Twaalf gelijk aan de apostelen. Ik heb geen idee waar die gelijkstelling vandaan komt, maar het is een relevant punt, want het betekent dat toen Lukas schreef, ergens rond 80 na Chr., het onderscheid tussen deze groepen niet meer duidelijk was.
Maar goed. De laatste zin zou dus ook kunnen luiden dat Mattias “aan de Elf werd toegevoegd”. En mijn simpele vraag is: is dat werkelijk gebeurd?
Argumenten
Zekerheid is er niet. Maar er zijn wel argumenten. Eén daarvan veronderstelt het zogeheten “criterium van de discontinuïteit” en de redenering is als volgt. Als in de jonge kerk de Twaalf een rol zouden hebben gespeeld, was het op dat moment belangrijk te vernemen hoe de Elf waren aangevuld. Maar de Twaalf spelen in het vroege christendom geen rol.
- De Handelingen gaan over mensen als Petrus (wel een van de Twaalf), over de diakens zoals Stefanos en Filippos, en over Barnabas en Paulus, die zich in zijn eigen brieven apostel noemt maar nooit bij de Twaalf heeft gehoord.
- De nieuwtestamentische brieven en vroegchristelijke auteurs noemen de Twaalf ook al niet bijster vaak.
- Uit Lukas’ begripsverwarring blijkt dat hij ook niet meer precies wist wat de Twaalf waren.
De Twaalf kunnen, zo luidt de redenering, dus niet zijn verzonnen om een praktijk uit de vroege kerk te voorzien van een antecedent. Er is een discontinuïteit tussen de aanwezigheid van de Twaalf ten tijde van Jezus’ leven en de afwezigheid in de tijd erna.
Dit is natuurlijk niet het enige argument. Ook het “criterium van de gêne” is relevant. Dat Jezus door een lid van de Twaalf is verraden, is wel wat beschamend. Als de Twaalf zouden zijn verzonnen, zou dit niet zijn bedacht.
We hebben zo bezien twee aanwijzingen dat er een groep heeft bestaan die de Twaalf heet. En als die er is geweest, maar als die geen rol meer speelde toen Lukas eenmaal aan het schrijven was, dan zal de anekdote over de aanvulling van de Elf ook wel niet zijn verzonnen.
Complexiteit
Daar is ook een meer positieve aanwijzing voor: de complexiteit. Als Lukas alleen maar hoefde verzinnen dat de Elf een extra lid aantrokken, zou je iets hebben verwacht als “Mattias blonk uit in vroomheid en werd daarom gecoöpteerd”. De auteur heeft geen reden om het verhaal complexer te maken. Dat dit wel is gebeurd, suggereert dat de kandidatuur van Josef Barsabbas algemeen bekend was. Dat duidt minimaal op een heel oude traditie.
Wat we bij deze simpele vraag steeds zien, is dat we aannames doen over de vroege kerk en aan de hand daarvan redeneren of de Twaalf en de benoeming van Mattias eind eerst eeuw kunnen zijn verzonnen. Persoonlijk denk ik dat de aannames correct zijn en dat we dus kunnen concluderen dat ook het bestaan van de Twaalf en Mattias’ benoeming wel historische feiten zijn. Maar u merkt ook: hoe simpel de vraag ook is, er is aanzienlijke ruimte voor twijfel.
Meer valt er niet van te maken. Dat Mattias met een bijl zou zijn onthoofd, is middeleeuwse legendevorming. Romeinse bijlen waren daarvoor bovendien niet geschikt, daarvoor waren ze veel te klein, zoals het plaatje bovenaan dit blogje toont. Mattias is, net als Josef Barsabbas, een naam, niet méér.
Mijn boek over Libanon verschijnt donderdag 12 juni, maar u kunt het al bestellen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon. U bent welkom bij de presentatie.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Domitianus (19): Domitia Longina
januari 13, 2022
Gesprekken van alledag
mei 29, 2022
Taxila
oktober 17, 2013 Deel dit:#criteriumVanDeDiscontinuïteit #criteriumVanDeGêne #deTwaalf #EvangelieVanLukas #HandelingenVanDeApostelen #Lukas #Mattias #NieuweTestament
-
Het Gehenna
Het Laatste Oordeel (Catacombe van Domitilla, Rome)Die foto van de Duivelsbrug van afgelopen vrijdag, die maakte ik vorige week, toen ik in Breda moest zijn om een lezing te verzorgen over joodse eindtijdverwachtingen. Dat bleek een nogal complex thema, want in de Eindtijd velt de Mensenzoon het Laatste Oordeel. En dan herleven de doden, want het kan niet zo zijn dat martelaren hun beloning niet krijgen en slechte mensen onbestraft blijven. Daniël:
Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.noot Daniël 12.2; NBV21.
Gehenna
Anders gezegd: beloningen en straffen. En zo moest ik me in mijn Bredase lezing ook bezighouden met de hel, die in het Nieuwe Testament wordt aangeduid als Gehenna. De evangelist Marcus weet meer:
Als je hand je ten val brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven [d.w.z., het Paradijs] binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna gaan, naar het onblusbare vuur. Als je voet je ten val brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. En als je oog je ten val brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.noot Marcus 9.43-47; NBV21.
Dat het Gehenna een plaats is waar je na je dood pas terechtkomt, blijkt uit een passage bij Lukas, waarin Jezus zijn vrienden voorhoudt
niet bang [te zijn] voor degenen die wel je lichaam kunnen doden, maar daarna niets meer tegen je kunnen uitrichten. Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor Hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar daarna ook in de Gehenna te werpen.noot Lukas 12.4-5; NBV21.
Ook Matteüs noemt het Gehenna enkele keren, net als de auteur van de Brief van Jakobus, maar ze voegen weinig toe aan wat we uit Marcus en Lukas leren: na zijn dood wachten de zondaar knagende wormen en een onblusbaar vuur dat niet dooft.
Hinnomdal
En dat is nog niet zo’n gek beeld, want Gehenna is de Griekse weergave van het Hebreeuwse ge-hinnom, “Hinnomdal”, waar je dagelijks vuur en wormen kon zien. Het was namelijk de vuilnisbelt bezuiden Jeruzalem, waar afval werd verbrand. Ook de lichamen van gestenigde misdadigers werden er gedumpt als prooi voor honden, vogels en wormen.
Maar er is meer. Vanaf de vierde eeuw v.Chr. associeerden de Joodse auteurs het Hinnomdal met de plek waar koning Achaz (r.736-725) zijn zoon had geofferd aan de god Baäl.
Achaz deed niet wat goed is in de ogen van de Heer … en ging zelfs zo ver dat hij godenbeelden maakte voor de Baäls. Ook ontstak hij offers in het Hinnomdal en verbrandde hij zijn zonen als offer.noot 2 Kronieken 28.2-3; NBV21.
Dit citaat uit 2 Kronieken is een bewerking van een passage uit 2 Koningen, dat het dal van Hinnom niet vermeldt. Het is echter vrij plausibel dat de door de chroniqueur toegevoegde locatie correct is, in het licht van een passage uit Jeremia. (Een tofet is de begraafplaats voor geofferde kinderen – meer hier.)
De dag zal komen dat er niet meer gesproken wordt over Tofet of het Hinnomdal, maar over het Moorddal. Men zal de doden in Tofet begraven tot er geen plaats meer is.noot Jeremia 7.32; NBV21.
Kortom, de beelden die de auteurs van het Nieuwe Testament gebruiken voor het Gehenna, zijn ontleend aan de vuren en het ongedierte dat iedereen kende van Jeruzalems vuilnisbelt, en verwijzen ook naar de meest afschuwelijke offers die we ons kunnen voorstellen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
PS: Prebunking
Voor ik u achterlaat, nog even dit. Binnenkort is het Pasen, dus u krijgt de komende tijd de nodige flauwekul over u uitgestort. Dat is een oudheidkundige traditie die bekendstaat als de paashoax. In de aanloop naar Pasen verlangen journalisten die niets echt willen uitzoeken namelijk naar makkelijke kopij over het christendom, zodat oudheidkundigen die niet echt iets hebben te melden, hun persberichten de deur uitdoen, zodat academische bestuurders die de wetenschap niet echt begrijpen, tevreden zijn met de publiciteit, die uw inzicht dus niet echt wil verhelderen. Overzicht van paashoaxes: hier.
Ook op komst: op 21 april 753 v.Chr. is Rome gesticht, toch? Nee. Daar.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Achaz #Baäl #Eindtijd #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #Gehenna #hel #Jeruzalem #NieuweTestament #paashoax #tofet
-
Het Gehenna
Het Laatste Oordeel (Catacombe van Domitilla, Rome)Die foto van de Duivelsbrug van afgelopen vrijdag, die maakte ik vorige week, toen ik in Breda moest zijn om een lezing te verzorgen over joodse eindtijdverwachtingen. Dat bleek een nogal complex thema, want in de Eindtijd velt de Mensenzoon het Laatste Oordeel. En dan herleven de doden, want het kan niet zo zijn dat martelaren hun beloning niet krijgen en slechte mensen onbestraft blijven. Daniël:
Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.noot Daniël 12.2; NBV21.
Gehenna
Anders gezegd: beloningen en straffen. En zo moest ik me in mijn Bredase lezing ook bezighouden met de hel, die in het Nieuwe Testament wordt aangeduid als Gehenna. De evangelist Marcus weet meer:
Als je hand je ten val brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven [d.w.z., het Paradijs] binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna gaan, naar het onblusbare vuur. Als je voet je ten val brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. En als je oog je ten val brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.noot Marcus 9.43-47; NBV21.
Dat het Gehenna een plaats is waar je na je dood pas terechtkomt, blijkt uit een passage bij Lukas, waarin Jezus zijn vrienden voorhoudt
niet bang [te zijn] voor degenen die wel je lichaam kunnen doden, maar daarna niets meer tegen je kunnen uitrichten. Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor Hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar daarna ook in de Gehenna te werpen.noot Lukas 12.4-5; NBV21.
Ook Matteüs noemt het Gehenna enkele keren, net als de auteur van de Brief van Jakobus, maar ze voegen weinig toe aan wat we uit Marcus en Lukas leren: na zijn dood wachten de zondaar knagende wormen en een onblusbaar vuur dat niet dooft.
Hinnomdal
En dat is nog niet zo’n gek beeld, want Gehenna is de Griekse weergave van het Hebreeuwse ge-hinnom, “Hinnomdal”, waar je dagelijks vuur en wormen kon zien. Het was namelijk de vuilnisbelt bezuiden Jeruzalem, waar afval werd verbrand. Ook de lichamen van gestenigde misdadigers werden er gedumpt als prooi voor honden, vogels en wormen.
Maar er is meer. Vanaf de vierde eeuw v.Chr. associeerden de Joodse auteurs het Hinnomdal met de plek waar koning Achaz (r.736-725) zijn zoon had geofferd aan de god Baäl.
Achaz deed niet wat goed is in de ogen van de Heer … en ging zelfs zo ver dat hij godenbeelden maakte voor de Baäls. Ook ontstak hij offers in het Hinnomdal en verbrandde hij zijn zonen als offer.noot 2 Kronieken 28.2-3; NBV21.
Dit citaat uit 2 Kronieken is een bewerking van een passage uit 2 Koningen, dat het dal van Hinnom niet vermeldt. Het is echter vrij plausibel dat de door de chroniqueur toegevoegde locatie correct is, in het licht van een passage uit Jeremia. (Een tofet is de begraafplaats voor geofferde kinderen – meer hier.)
De dag zal komen dat er niet meer gesproken wordt over Tofet of het Hinnomdal, maar over het Moorddal. Men zal de doden in Tofet begraven tot er geen plaats meer is.noot Jeremia 7.32; NBV21.
Kortom, de beelden die de auteurs van het Nieuwe Testament gebruiken voor het Gehenna, zijn ontleend aan de vuren en het ongedierte dat iedereen kende van Jeruzalems vuilnisbelt, en verwijzen ook naar de meest afschuwelijke offers die we ons kunnen voorstellen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
PS: Prebunking
Voor ik u achterlaat, nog even dit. Binnenkort is het Pasen, dus u krijgt de komende tijd de nodige flauwekul over u uitgestort. Dat is een oudheidkundige traditie die bekendstaat als de paashoax. In de aanloop naar Pasen verlangen journalisten die niets echt willen uitzoeken namelijk naar makkelijke kopij over het christendom, zodat oudheidkundigen die niet echt iets hebben te melden, hun persberichten de deur uitdoen, zodat academische bestuurders die de wetenschap niet echt begrijpen, tevreden zijn met de publiciteit, die uw inzicht dus niet echt wil verhelderen. Overzicht van paashoaxes: hier.
Ook op komst: op 21 april 753 v.Chr. is Rome gesticht, toch? Nee. Daar.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Achaz #Baäl #Eindtijd #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #Gehenna #hel #Jeruzalem #NieuweTestament #paashoax #tofet
-
De Bijbelkennis van de duivel
Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. En ik keer terug naar een onderwerp waarover ik al eens eerder schreef, namelijk Lukas’ verhaal over de pogingen van de duivel om Jezus te verleiden. Hier is dat verhaal in de NBV21-vertaling.
De duivel zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘De mens leeft niet van brood alleen.’”Jezus antwoordt met een beroep op de Wet van Mozes, en dat is natuurlijk keurig volgens het boekje. U zult dit citaat echter vergeefs zoeken in uw bijbel, want de evangelist citeert hier een vers uit Deuteronomium in de Griekse vertaling die bekendstaat als Septuaginta.noot Lukas 4.3-4; Deuteronomium 8.3. De vertaling van dit vers is eigenlijk meer een parafrase.
Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen hem: “Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.’”noot Lukas 4.5-8; Deuteronomium 6.13Opnieuw een citaat uit (de Griekse vertaling van) Deuteronomium. Terzijde: er wordt hier impliciet commentaar gegeven op de keizer in Rome.
In elk geval verloopt de discussie tot hier zoals je zou verwachten. Op vragen volgen, bij wijze van antwoord, schriftverzen. Maar inmiddels begrijpt de duivel Jezus’ gesprekstechniek en hij besluit die te volgen. Minimaal kun je zeggen dat de tegenstrever in zijn poging Jezus te overtuigen, blijk geeft van enige empathische vermogens. Hij ondersteunt zijn vraag dus met een citaat uit de Bijbel.
De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem, zette hem op het hoogste punt van de tempel en zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij opdracht geven om over u te waken.’ En ook: ‘Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.’”
Maar Jezus antwoordde: “Er is gezegd: ‘Stel de Heer, uw God, niet op de proef.’”
Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan.noot Lukas 4.9-13; Psalm 91.11-12; Deuteronomium 6.13.Deze derde uitwisseling ontbreekt in de paralleltekst, bij Matteüs. Ik weet niet of die auteur iets uit de gedeelde bron (“Q”) van Lukas en Matteüs heeft weggelaten of dat Lukas iets heeft toegevoegd, maar erg belangrijk is die kwestie niet. Het Joodse Commentaar op het Nieuwe Testament attendeert in een voetnoot op de ironie van de passage: deze psalm, Psalm 91, wordt in de Dode-Zee-rollen en rabbijnse literatuur geciteerd als bezwering tegen uitgerekend de duivel. Die mag dan beschikken over enige empathische vermogens, zijn kennis van de joodse religieuze literatuur laat te wensen over.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#beproeving #Deuteronomium #duivel #EvangelieVanLukas #NieuweTestament #Septuaginta
-
De Bijbelkennis van de duivel
Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. En ik keer terug naar een onderwerp waarover ik al eens eerder schreef, namelijk Lukas’ verhaal over de pogingen van de duivel om Jezus te verleiden. Hier is dat verhaal in de NBV21-vertaling.
De duivel zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘De mens leeft niet van brood alleen.’”Jezus antwoordt met een beroep op de Wet van Mozes, en dat is natuurlijk keurig volgens het boekje. U zult dit citaat echter vergeefs zoeken in uw bijbel, want de evangelist citeert hier een vers uit Deuteronomium in de Griekse vertaling die bekendstaat als Septuaginta.noot Lukas 4.3-4; Deuteronomium 8.3. De vertaling van dit vers is eigenlijk meer een parafrase.
Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen hem: “Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.’”noot Lukas 4.5-8; Deuteronomium 6.13Opnieuw een citaat uit (de Griekse vertaling van) Deuteronomium. Terzijde: er wordt hier impliciet commentaar gegeven op de keizer in Rome.
In elk geval verloopt de discussie tot hier zoals je zou verwachten. Op vragen volgen, bij wijze van antwoord, schriftverzen. Maar inmiddels begrijpt de duivel Jezus’ gesprekstechniek en hij besluit die te volgen. Minimaal kun je zeggen dat de tegenstrever in zijn poging Jezus te overtuigen, blijk geeft van enige empathische vermogens. Hij ondersteunt zijn vraag dus met een citaat uit de Bijbel.
De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem, zette hem op het hoogste punt van de tempel en zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij opdracht geven om over u te waken.’ En ook: ‘Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.’”
Maar Jezus antwoordde: “Er is gezegd: ‘Stel de Heer, uw God, niet op de proef.’”
Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan.noot Lukas 4.9-13; Psalm 91.11-12; Deuteronomium 6.13.Deze derde uitwisseling ontbreekt in de paralleltekst, bij Matteüs. Ik weet niet of die auteur iets uit de gedeelde bron (“Q”) van Lukas en Matteüs heeft weggelaten of dat Lukas iets heeft toegevoegd, maar erg belangrijk is die kwestie niet. Het Joodse Commentaar op het Nieuwe Testament attendeert in een voetnoot op de ironie van de passage: deze psalm, Psalm 91, wordt in de Dode-Zee-rollen en rabbijnse literatuur geciteerd als bezwering tegen uitgerekend de duivel. Die mag dan beschikken over enige empathische vermogens, zijn kennis van de joodse religieuze literatuur laat te wensen over.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#beproeving #Deuteronomium #duivel #EvangelieVanLukas #NieuweTestament #Septuaginta
-
Lysanias van Abila
Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:
In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.
Tweemaal Lysanias
De evangelist Lukas doet zijn best het optreden van Johannes de Doper exact te dateren en geef en passant een schets van de Joodse wereld: Kajafas hogepriester, Ananos als de machtige patriarch van Kajafas’ familie, in het zuiden de Romeinse provincie Judea, en verder de herodiaanse vorsten Herodes Antipas en Filippos in de wat noorderlijker gebieden. En Lysanias was dus tetrarch in Abilene, dat wil zeggen in een stukje van het Antilibanon-gebergte aan weerszijden van de weg van de Bekaavallei naar Damascus. De titel van tetrarch werd gegeven aan heersers die regeerden over een gedeelte van een ouder, groter rijk. Later zou de tetrarchie van Abilene worden toegewezen aan Herodes Agrippa I.
En dit, beste lezers, is alles wat we over Lysanias weten. Hij was tetrarch van Abilene in het vijftiende regeringsjaar van Tiberius, zo rond 28 na Chr. We kunnen verder nog wat speculeren: een ruime halve eeuw eerder, rond 40 v.Chr., was een andere Lysanias hier aan de macht. Dat kan zijn opa of een oudoom zijn geweest.
Inscriptie
En dan is er nog de hierboven afgebeelde inscriptie. Die is in 1912 bestudeerd door de Franse archeoloog Raphaël Savignac en bleek letterlijk dezelfde tekst te bevatten als een eerder ontdekte inscriptie, die echter op dat moment al verloren was.
Voor het welzijn van Heren Augusti en hun gehele huis heeft Nymfaios, zoon van Abimmes, vrijgelatene van de tetrach Lysanias, de weg laten aanleggen, de tempel laten bouwen en de gehele beplanting verzorgd, op eigen kosten, voor heerser Kronos en zijn vaderland, uit vroomheid.noot Revue biblique 1912, 536; vertaling Gert Knepper.
Kronos is de Griekse naam van de oud-oosterse god El. Het vervelende is nu dat (voor zover ik weet) niemand de herontdekte inscriptie ooit nog heeft gezien; we hebben dus alleen deze afbeelding uit 1912. Savignac meende dat de inscriptie alleen kon slaan op “onze” Lysanias, omdat Abilene later was toegewezen aan Herodes Agrippa. De verwijzing naar de heren Augusti, meervoud, suggereert echter een veel latere datering, toen er meer dan één keizer was. Het is helemaal niet uitgesloten dat Nymfaios de vrijgelatene is geweest van een nog latere, derde Lysanias.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#AnanosI #Antilibanon #El #EvangelieVanLukas #FilipposHerodiaan_ #HerodesAgrippaI #HerodesAntipas #inscriptie #JohannesDeDoper #Kajafas #Kronos #LysaniasVanAbila #NieuweTestament #PontiusPilatus #RaphaëlSavignac #Syrië
-
Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het #NieuweTestament. Op naam van Paulus zijn zeven authentieke en zes bediscussieerde brieven overgeleverd. Waarop baseren wetenschappers hun oordeel?
https://mainzerbeobachter.com/2025/02/16/echte-en-onechte-brieven-van-paulus/
-
Echte en onechte brieven van Paulus
Paulus (Rome, Santa Prassede)Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.
Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.
Waarom discussie?
Eén van de redenen om te debatteren is dat antieke brieven met een levensbeschouwelijke inslag sowieso verdacht zijn. Classici voeren een vrolijke discussie over de brieven van de Atheense filosoof Plato en voeren geen discussie over de brieven van Apollonios van Tyana (allemaal vals). De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos citeert in zijn Leven van Alexander uit een fictieve correspondentie tussen Alexander en Aristoteles.noot Ik noem dit omdat het bewijs dat Alexander de leerling is geweest van Aristoteles minder sterk is dan wel wordt aangenomen. Dat geleerden vraagtekens plaatsen bij het auteurschap van Paulus, is dus heel normaal: het genre schreeuwt erom.
De aanleiding tot de vraag zit soms ook in de brief. Hebreeën vermeldt geen afzender en heeft sowieso een beetje de vorm van een essay. De authenticiteitsvraag dringt zich dan vanzelf op.
De complicaties
Het probleem is nu: we hebben eigenlijk wat weinig context. We hebben een algemeen verhaal over Paulus’ reizen, de Handelingen van de apostelen, maar dat is meer een roman dan een biografie. En hoewel het te ver zou gaan de tekst als historisch volslagen onbetrouwbaar neer te zetten, zijn er toch wel heel gekke discrepanties tussen de Paulus van de Handelingen en de Paulus van de authentieke brieven.
Volgens de brieven-Paulus konden niet-Joden toetreden tot het Verbond zonder dat er eisen werden gesteld, terwijl de Handelingen-Paulus akkoord gaat met de Noachitische geboden. In de brieven noemt Paulus zich te pas en te onpas “apostel”, Handelingen duidt hem één keer zo aan.noot Handelingen 14.4. Ook de biografie van de twee Paulussen is anders. Samenvattend: de auteur van de Handelingen schetst geen reële Paulus maar een ideale christen. Of beter: de auteur herkende allerlei spanningen tussen de diverse soorten christenen en paste zijn Paulus zó aan dat consensus mogelijk was. Dat is een duidelijk doel, maar maakt het lastig om de authenticiteit van de brieven te toetsen aan de hand van Handelingen.
Criteria
Theologie dan? Er zijn tussen de authentieke en bediscussieerde teksten overeenkomsten en verschillen. Er liggen nu twee problemen. Het eerste is: niet-authenticiteit is altijd makkelijker te beredeneren. Het is vrij simpel verschillen te benoemen die overtuigend ogen, terwijl het aanwijzen van overeenkomsten neerkomt op het opsommen van platitudes. Dat Paulus en iemand die deed alsof ’ie Paulus was, allebei geloofden in één god en aan Christus een speciale plek toewijzen: dat is allemaal zo logisch dat het niet overtuigt.
Het tweede probleem is dat denkende mensen van mening veranderen. Zoiets geldt zeker voor Paulus, die begon als farizee en zich ontwikkelde tot christen. We weten dus dat deze man niet over alles altijd hetzelfde dacht.
Nog iets: voor wie schreef iemand? Een Paulus die zich richtte tot mensen die hem al kenden zou hun andere dingen vertellen dan aan mensen die hem niet kenden. Elke auteur past zijn vorm aan zijn doelgroep aan: de Max Havelaar die zich richt tot de hoofden van Lebak hanteert islamitisch jargon, de Max Havelaar van “Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java” niet. Verschillen in vorm en stijl zijn dus te verwachten.
Woordkeuze is ook weleens genoemd. De auteur van de omstreden Brief aan de Efesiërs hanteert woorden die overeenkomen met de Eerste brief van Clemens, die een halve eeuw na Paulus geschreven moet zijn. Van diezelfde brief aan de Efesiërs is weleens opgemerkt dat ze een kerk-in-wording veronderstelt, die er in Paulus’ eigen tijd zeker nog niet was.
Tot slot: stylometrie? Helaas zijn de brieven wat kort, maar er is wel onderzoek gedaan. Logischerwijs nemen onderzoekers de zeven authentieke teksten als norm en vergelijken de andere teksten daarmee. Dan lijken de omstreden Efeziërs en Kolossenzen authentieker te zijn dan de twee brieven aan Timotheüs.
Ik komt tot een soort conclusie. Toen ik me voornam dit eens uit te zoeken, meende ik te weten dat zeven brieven echt waren en de rest omstreden. Dat is nog steeds mijn conclusie, want de consensus van de wetenschappers is zwaarwegend. Maar nu ik me er wat in verdiep, begrijp ik wel beter waarom geleerden verdeeld zijn over de andere brieven: het is heel lastig om authenticiteit en gebrek aan authenticiteit aan te tonen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. En een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect van de oudheidkunde vindt u daar.]
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #Aristoteles #authenticiteitscriteria #BriefAanDeEfesiërs #BriefAanDeFilippenzen #BriefAanDeGalaten #BriefAanDeHebreeën #BriefAanDeKolossenzen #BriefAanDeRomeinen #BriefAanFilemon #briefliteratuur #EersteBriefAanDeKorintiërs #EersteBriefAanDeThessalonicenzen #EersteBriefAanTimotheüs #EersteBriefVanClemens #HandelingenVanDeApostelen #MaxHavelaar #NieuweTestament #Paulus #Plato #Ploutarchos #stylometrie #TweedeBriefAanDeKorintiërs #TweedeBriefAanTimotheüs
-
Nog één keer: de wijzen uit het oosten
4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.
Magiërs
Het gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.
Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.
De ster
Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:
Een ster komt op uit Jakob,
een scepter uit Israël.
Hij verbrijzelt Moab de slapen,
de kinderen van Set slaat hij neer.verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.
Citaten en allusies
Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.
Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.
Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.
Niet alles is fictie
Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.
Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.
Heidense wijzen
De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.
In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.
Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze op grond van hun beperkte wijsheid dat er een Joodse koning is geboren.
Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie hanteerde van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.
Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift
-
Nog één keer: de wijzen uit het oosten
4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.
Magiërs
Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.
Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.
De ster
Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het beeldmerk van de messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:
Een ster komt op uit Jakob,
een scepter uit Israël.
Hij verbrijzelt Moab de slapen,
de kinderen van Set slaat hij neer.verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.
Citaten en allusies
Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.
Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.
Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.
Niet alles is fictie
Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.
Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.
Heidense wijzen
De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.
In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.
Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs in Daniël het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze echter op grond van hun beperkte wijsheid correct dat er een Joodse koning is geboren.
Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie was gaan definiëren van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.
Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift
-
Nog één keer: de wijzen uit het oosten
4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.
Magiërs
Het gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.
Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.
De ster
Dan is er die ster. Dat is, om zo te zeggen, het logo van de firma messias. Sinds de vroege eerste eeuw v.Chr. – eigenlijk zolang als het messianisme bestaat – dacht men dat het vers uit Numeri 24.17:
Een ster komt op uit Jakob,
een scepter uit Israël.
Hij verbrijzelt Moab de slapen,
de kinderen van Set slaat hij neer.verwees naar de messias. Dat Matteüs hier echt naar verwijst, blijkt uit de precieze formulering: de magiërs zeggen tegen koning Herodes “Wij hebben zijn ster zien opkomen”.noot De Statenvertaling “ster in het Oosten” gaat op dit punt de mist in. Met deze verwijzing maakt Matteüs duidelijk wat Jezus’ plaats is in de heilsgeschiedenis.
Citaten en allusies
Verder weeft hij nogal wat verzen uit de joodse religieuze literatuur door zijn betoog. Afgezien van het Numeri-citaat citeert hij letterlijk Micha 5.1, Hosea 11.1, Jeremia 31.15 (“Er klinkt een stem in Rama”) en Exodus 4.19, en alludeert hij aan Jesaja 60.6 en Exodus 1.16. Matteüs’ slotopmerking dat Jezus kwam te wonen in Nazaret om een profetie in vervulling te laten dat hij nazoreeër genoemd zal worden, verwijst naar een onbekend geschrift dat niet in de Bijbel is opgenomen. Het gaat om een woordspel: een nazoreeër is iemand uit Nazaret, is iemand die een gelofte heeft ingelost en verwijst naar netzer, “loot”, wat een ander messiaans motief is: zie Jesaja 11.1.
Ik som dit op omdat de aller-, allereerste vraag die we bij een tekstanalyse moeten stellen, die is naar het genre. Je kunt een roman niet lezen alsof het non-fictie is, een gedicht vergt een andere leeshouding dan proza, en toneel lees je hardop. In dit geval is de dichtstbijzijnde parallel de Dode Zee-rol die bekendstaat als 4QTestimonia, een bloemlezing uit de joodse literatuur die betrekking heeft op de messias. Matteüs heeft zulke citaten genomen en er een verhaal van geschapen.
Het verhaal is dus – ik vertel opnieuw wat ik al eens herhaalde – een literair spel. Het literaire vlechtwerk levert een gek verhaal op, met bijvoorbeeld een hoogst onlogische vlucht naar Egypte, die er vooral is om een Hosea-passage in vervulling te laten gaan. Het heeft dus niet zoveel zin te zoeken naar de ster van Betlehem, want dat is net zoiets als vragen wat die stem uit Rama heeft gezegd.
Niet alles is fictie
Dat Matteüs’ verslag van de geboorte van Jezus is geschreven op de wijze waarop joodse religieuze teksten destijds in elkaar zaten, wil overigens niet zeggen dat alles fictie is. Door wat citaten uit liedjes van Taylor Swift te combineren, kun je een feitelijk accuraat verslag schrijven van de ochtend in januari waarop je de kerstverlichting hebt opgeruimd. Zoals ik al eens schreef, kan de historicus een antieke tekst nooit zomaar helemaal letterlijk nemen maar is het ook verkeerd aan te nemen dat alles literaire fictie is.
Wat ik hierboven vertel, heb ik in diverse stukjes allemaal al weleens uitgelegd. Ik maakte deze samenvatting op verzoek van de onlangs overleden journalist Paul Damen, die hierover nog eens een stuk wilde schrijven en informatie bij me kwam vragen. Maar toen ik het op een druilerige zondagmorgen samenvatte, viel me iets op.
Heidense wijzen
De joodse religieuze literatuur verwijst weleens naar de magiërs, zoals in Daniël 2.2 en in Filon van Alexandriës Leven van Mozes 1.264. De magiërs zijn strijk en zet dwazen, die het eigenlijk niet snappen. Het zijn geen wijzen uit het oosten, maar onwijzen. De Griekse auteur Herodotos denkt er precies zo over. De Joodse precedenten van Matteüs zijn, als ik het goed zie, wel negatief, maar nog vér van de latere typering van magiërs als bedriegers.
In eerste instantie dacht ik dat Matteüs wilde zeggen dat de dwazen het licht zagen opkomen dat koning Herodes tot elke prijs wil doven. Dat zou, dacht ik, dezelfde omkering zijn die we bij Lukas aantreffen: herders, die spreekwoordelijke outcasts van de antieke samenleving, zijn daar de eersten die op de hoogte zijn van goed nieuws. Veel christelijker kon het niet, leek me, als de laatsten de eersten waren.
Gert Knepper, die weleens op deze blog schrijft en die ik altijd om advies kan vragen, had een betere uitleg van het curieuze gegeven dat Matteüs magoi presenteert die er in de joodse religieuze literatuur slecht vanaf komen. Hij attendeert erop dat de magiërs het niet snappen doordat hun wijsheid tekortschiet in vergelijking met de inzichten die de joodse religie biedt. In het Matteüs-evangelie concluderen ze op grond van hun beperkte wijsheid dat er een Joodse koning is geboren.
Zo’n presentatie – het zijn heidenen maar wel goede heidenen – past prima, zowel aan het einde van de eerste eeuw v.Chr. als in de eerste eeuw na Chr. In het eerste geval past het omdat het jodendom een steeds bredere definitie hanteerde van het Verbondsvolk (vgl. het blogje van 24 november); in het tweede geval omdat het christendom eind eerste eeuw na Chr. steeds meer heidense aanhangers kreeg.
Kortom, er is aan de Kerstverhalen nog een hoop te ontdekken, maar voor 2025 vind ik het wel mooi geweest.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#4QTestimonia #Daniël #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMatteüs #Exodus #FilonVanAlexandrië #HerodesDeGrote #HoseaProfeet_ #Jeremia #Jesaja #magiërs #MaryBoyce #messias #Micha #NieuweTestament #PaulDamen #SterVanBetlehem #TaylorSwift
-
Vragen rond de jaarwisseling (2)
Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.
7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?
Ik denk dat u dit stuk moet lezen.
8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?
De cultus draaide doorgaans om het offer en niet iedereen kon dat betalen. Dit betekent dat de maatschappelijke gemarginaliseerden waren uitgesloten van althans een deel van de eredienst. Een bekende anekdote gaat over Simeon, de zoon van Gamaliël, die protesteerde toen in de joodse tempel in Jeruzalem de prijs van een duif was verhoogd. Hij bereikte een normalisering van het tarief en daarmee was het heil opnieuw betaalbaar. Niet voor de bedelarmen, maar wel voor mensen die enige inkomsten hadden.
Dat de meest populaire goden zich bezighielden met autoriteit, oorlog en gecontroleerde kennis, is gezichtsbedrog. De populariteit van een god is af te meten aan inscripties en tempels en afbeeldingen, maar alle drie waren uitingen van de elite-cultuur. We weten feitelijk niet wie, maatschappijbreed, de populairste goden waren.
We kunnen wel nadenken over wat de gemarginaliseerden, zoals de herders uit het Lukas-evangelie, hebben gedacht. In voorindustriële werelden, waarin alles draaide om patronage en dus tussenpersonen, verlangen de machtelozen vooral naar rechtstreeks contact met degenen die de beslissingen nemen (“brokerless kingdom”). En de tempel, waar het offer zo duur was, was zo’n tussenpersoon tussen de gemarginaliseerde gelovige en zijn god. Acties tegen de officiële eredienst, zoals Jezus’ tempelreiniging, passen heel goed in dit beeld.
Ik focus in dit antwoord op het jodendom omdat het Nieuwe Testament zo verdraaid interessant is. Hier discussiëren vissers, prostituees en tollenaars over de zaken die zij belangrijk vonden en dat maakt het Nieuwe Testament tot een uniek sociologisch document. Ik heb het vaker geschreven, al weet ik even niet meer waar, maar alleen al om deze reden zou op de gymnasia wat meer gelezen moeten worden in het Lukasevangelie en de Handelingen van de apostelen.
9. Wat was het doel en de betekenis van de Romeinse dodecaëders?
Als ik het wist, doceerde ik nu aan de Sorbonne.
10. Ik heb weleens gehoord dat tussen ca 500 v.Chr. en 1000 na Chr. het terpengebied tot de dichtst bewoonde gebieden in Europa hoorde.
Dat lijkt me kras. Steden zijn echt dichter bevolkt dan welk platteland ook. En in een deel van de genoemde periode, tussen pakweg 250 en 450, was het kustgebied zelfs verlaten. Misschien is er een misverstand: West-Friesland was in de Bronstijd heel erg dichtbevolkt. Een mooi boek daarover is Landschap vol Leven. De archeologie van de Westfrisiaweg van Jolanda Bos en Sigrid van Roode.
11. Ik hoop op een overzicht “wijzigende inzichten van 2000 tot 2024 m.b.t. tot het tijdvak “einde Romeinse Rijk en Vroege Middeleeuwen”.
Dat is moeilijk samen te vatten, maar een paar dingen zijn wel duidelijk. Eén, we begrijpen beter dat rond het midden van de zesde eeuw er een paar verschrikkelijke dingen zijn gebeurd: drie snel op elkaar volgende vulkaanuitbarstingen, een epidemie die we nu met Pest kunnen identificeren en hongersnood. De demografische instorting was al langer bekend, maar we begrijpen nu de oorzaken beter. Dit is de feitelijke breuk tussen de laatantieke en vroegmiddeleeuwse samenleving. Het vacuüm werd gevuld door de Arabieren; hun wereld begrijpen we beter dankzij de ontdekking van duizenden en duizenden inscripties. Het ontstaan van de islam is ook beter begrepen.
Voor onze eigen contreien zou ik de muntschat van Lienden willen noemen, die bewees dat de macht van Rome zich rond 460 nog tot de Betuwe uitstrekte. Ze bewees ook dat het netwerk van het vroege Frankische Rijk is ontstaan binnen het Romeinse Rijk.
12. Wat is er waar van het verhaal over de goede grond in de Betuwe (bat ouwe) en de slechte van de Veluwe (vale ouwe)?
De beste etymologie van “Betuwe” is *bat-agwio, “het goede waterland”; u leest er hier meer over. Een moderne etymologie van “Veluwe” legt een verband met het Germaanse *felwa, dat zoiets als bleekgeel betekent; vgl. vaal en het Engelse woord fallow. Ook het Germaanse *felw- wordt wel genoemd, een woord dat zou verwijzen naar een moerasbos; vgl. ons woord wilg.
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#bedelarmoede #Betuwe #brokerlessKingdom #DodeZeeRollen #etymologie #Friezen #JolandaBos #JuliusCaesar #Lienden #NieuweTestament #patronage #SigridVanRoode #SimeonBenGamaliël #terpen #Veluwe #vikingen #vragenRondDeJaarwisseling #WestFriesland
-
Een van de joodse religieuze leiders die we zowel uit het #NieuweTestament las uit de joodse literatuur kennen, is Gamaliël. Die wist ook iets over hagedissen.
https://mainzerbeobachter.com/2024/10/20/gamaliel-i-de-jood-die-het-christendom-redde/
-
Op zondag blog ik op de #MainzerBeobachter vaak over het #NieuweTestament. Eerder vandaag schreef ik over de complexe politieke landkaart van Judea en omgeving; het andere blogje is ook de veelkleurige culturele landkaart.
https://mainzerbeobachter.com/2024/09/15/judea-en-zijn-buren-cultuur/
-
Op zondag blog ik op de #MainzerBeobachter altijd over het #NieuweTestament. Vandaag eerst maar eens een stukje over de complexe politieke landkaart van Judea en omgeving. Later vandaag de al even veelkleurige culturele landkaart.
https://mainzerbeobachter.com/2024/09/15/judea-en-zijn-buren-politiek/
-
Op zondag blog ik op de #MainzerBeobachter meestal over de joods-christelijke wereld waarin het #NieuweTestament is ontstaan. Vandaag: de hogepriester Kajafas.
-
Het is zondag en op de #MainzerBeobachter is een stukje over het #NieuweTestament. Het gaat over de ondergang van de wereld. De opvattingen van de auteur van de Tweede Brief van Petrus staan dicht bij die van de hellenistische stoïcijnen.
https://mainzerbeobachter.com/2024/06/02/het-einde-van-de-wereld/
-
Judas Iskariot
Dertig Tyrische sjekels (Bibelhaus, Frankfurt)Ik denk dat er, met de mogelijke uitzondering van Maria Magdalena, geen nieuwtestamentische bijrolspeler is die meer de aandacht heeft getrokken dan Judas Iskariot. Een deel van de verklaring is natuurlijk dat zo weinig over hem bekend is. Je kunt er van alles bij verzinnen. En dat is in de afgelopen eeuwen dan ook gedaan. We weten echter weinig met voldoende zekerheid. Hij behoorde tot Jezus’ inner circle, De Twaalf. De evangelist Johannes weet dat Judas de gemeenschappelijke kas beheerde (12.6 en 13.29). Verder weten we dat Judas Jezus uitleverde aan de autoriteiten en dat hij kort na Jezus’ marteldood ook zelf dood was.
Iskariot
En o ja, zijn bijnaam was Iskariot. Maar we weten niet wat het betekent. Eén verklaring is in elk geval weinig plausibel: dat het zou zijn afgeleid van sicarius, “dolkdrager”. Er zijn namelijk maar heel weinig Latijnse leenwoorden in het Aramees en Hebreeuws. Je moet dan ook nog verklaren waarom de twee eerste letters zijn verwisseld. Zoiets komt wel voor maar is ongebruikelijk.
Ik hecht iets meer waarde aan de theorie dat Iskariot komt van een Semitische vorm als sgr, verwijzend naar iemand die een ander uitlevert: “Judas de Uitleveraar” dus. Voordeel van deze theorie is dat we er geen Latijn bij hoeven halen maar blijven in de sfeer van het Aramees. Ook hier is echter wat filologisch goochelwerk nodig.
Optie drie: het gaat om een plaatsaanduiding. Hij kwam uit het dorpje Keriot-Chesron dat wordt genoemd in Jozua 15.25. Het is niet onmogelijk maar het is onzeker of dit dorpje nog bestond. Er waren zeven eeuwen verstreken sinds de compositie van Jozua, eeuwen waarin de topografie veranderde door de Babylonische Ballingschap. Waar Chesron is gebleven, is weer een andere vraag.
Misschien het aantrekkelijkst is dat de naam is afgeleid van škr, wat Iskariot zoiets zou laten betekenen als “man van de leugen”. Het past goed bij de wijze waarop Joden elkaar destijds uitscholden. Ook in de Dode-Zee-rollen is sprake van een “man van de leugen” ofwel “leugenspuier”. Dit is dus aantrekkelijk, plausibel zelfs, maar bewezen is het echter allerminst.
Uitlevering
Waarom Judas zijn meester aangaf bij de tempelautoriteiten, we weten het niet. Het Evangelie van Marcus kent geen motief. Pas als Judas het aanbod heeft gedaan, komen de beruchte dertig zilverlingen ter sprake (14.10-11). Matteüs draait de volgorde om als Judas zijn meester als bij opbod verkoopt (26.15). Hebzucht is een eigenschap die ook Johannes in Judas’ schoenen schuift. Lukas ziet het anders: zijn Judas is door de duivel bezeten (22.3).
Ik attendeer erop dat Judas zijn meester uitleverde. Hij was behulpzaam bij een arrestatie die de autoriteiten met het oog op de openbare orde noodzakelijk achtten. Uit niets valt op te maken dat Judas wilde dat Jezus zou worden gedood.
Dan nog even de prijs: dertig zilverstukken. Het Griekse woord is ἀργύρια, wat vrijwel zeker slaat op de Tyrische sjekels die in de Tempel gangbaar waren. Die hadden een waarde van vier drachme, wat de totale prijs dus brengt op 120 drachmen. Dat is ongeveer viermaal het maandloon van een soldaat of een geschoolde arbeider. Een fors bedrag, maar de tempelautoriteiten zullen het een kleine prijs hebben gevonden om te beletten dat Jezus zijn programma zou uitvoeren: een revolutionaire opstand waarin de laatsten de eersten zouden zijn.
Dood
Matteüs schrijft dat Judas, toen Jezus niet alleen was gearresteerd maar ook werd geëxecuteerd …
… zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug en zei: “Ik heb een zonde begaan door een onschuldige uit te leveren.” Maar zij zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Zie dat zelf maar op te lossen!” Toen smeet hij de zilverstukken de tempel in, vluchtte weg en verhing zich. (27.3-5)
De Handelingen van de Apostelen vertellen iets anders.
Bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. (1.8)
Het kan niet allebei waar zijn, maar in de middeleeuwse iconografie werden de twee tradities gecombineerd. Dat levert vrij gruwelijke plaatjes op van gehangenen wier darmen uit de buik barsten. Historische waarde hebben die vanzelfsprekend niet.
Speculaties
We zijn met die plaatjes beland in het rijk van de speculatie, waarop ik aan het begin van dit blogje al attendeerde. We hoeven het er niet lang over te hebben, maar ik noem er twee.
- Dat Judas Jezus zou hebben aangegeven omdat de situatie uit de hand liep (zoals gesuggereerd in Jesus Christ Superstar) is natuurlijk vriendelijk: het is een aardiger motief dan geldzucht. Maar het bronnenmateriaal geeft geen aanleiding tot deze speculatie.
- Dat Judas Jezus geheel niet zou hebben verraden, zoals ooit met veel fanfare naar buiten gebracht door het zogeheten Jesus Seminar, betekent eveneens dat je terzijde schuift wat in de bronnen staat.
Het enige wat we weten is dat de bronnen zeggen dat Judas Jezus uitleverde en dat jongere bronnen hebzucht noemen als motief. Dat is alles. Meer willen weten is, zoals de Fransen zeggen, hannibalisme.
[Wordt vervolgd. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De Cypriotische stad Salamis
juli 9, 2024
De opstand van Tacfarinas (3)
augustus 5, 2025
Machaerus
juni 13, 2020 Deel dit: #apostel #EvangelieVanJohannes #EvangelieVanLukas #EvangelieVanMarcus #EvangelieVanMatteüs #HandelingenVanDeApostelen #hogepriesterschap #JesusChristSuperstar #JesusSeminar #JezusVanNazaret #JudasIskariot #NieuweTestament #zilverstuk -
Op zondag is op de #MainzerBeobachter steeds een stukje over het #NieuweTestament. Vandaag: de beschrijving van de eerste christenen in de Handelingen v/d Apostelen als een antieke #utopie.
https://mainzerbeobachter.com/2024/05/19/een-christelijke-utopie/
-
Op zondag blog ik over joodse en heidense parallellen voor het #NieuweTestament, en vandaag gaat het over de godwording in 2 Petrus. Die zal de lezers en toehoorders niet heel erg hebben verbaasd.
-
Het is zondag en ik blog weer eens over een passage uit het #NieuweTestament. Over brandmerken, over zegelringen en wat dies meer zij.
https://mainzerbeobachter.com/2024/01/28/het-apocalyptisch-zegel/