home.social

#historische-jezus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #historische-jezus, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Het hermeneutisch vertrekpunt

    Wat oudheidkundigen doen

    Waarom zouden we belangstelling hebben voor de Oudheid? Ik heb het niet over u en mij, die gewoon genieten van kennis en straks andere dingen gaan doen. Ik heb het over beroepsoudheidkundigen, die moeilijk kunnen zeggen dat alleen zij mogen genieten. Ze moeten zich rechtvaardigen. Het grote plaatje, groter dan de vele detailstudies, is dat zo iemand

    1. het verleden (een denkbeeld, samenleving, voorwerp, proces…) reconstrueert,
    2. constateert dit anders was dan tegenwoordig,
    3. begrijpt dat het mogelijk is dingen anders te doen of denken dan zoals wij in onze tijd doen of denken,
    4. een verklaring zoekt voor de verschillen en overeenkomsten,
    5. en door die op te sporen ervoor zorgt dat de mensheid zichzelf beter  begrijpt.

    Kennis van het heden en kennis van het verleden leiden samen tot zelfkennis: het archeologisch museum waar ik bovenstaande kisten fotografeerde, vat het mooi samen. Stap twee veronderstelt echter – en dat is in dit blogje het springende punt – dat een oudheidkundige zijn eigen wereld begrijpt. Dat is, zeg maar, de nulde stap in bovenstaand lijstje.

    Hermeneutisch vertrekpunt

    Bij wijze van voorbeeld noem ik het boek over Julius Caesar waaraan ik werk. Ik herlees nu alle bronnen om te zien hoe de antieke auteurs dachten over oorzaken. Er is immers een belangrijk verschil tussen toen en nu, namelijk dat men destijds uitsluitend (groepen) individuen opvoerde als oorzaak. Dat vinden wij eenzijdig. Nu ben ik geen wetenschapper, maar ik neem er een voorbeeld aan, en dus loop ik het proces door: omdat ik wilde weten waar het verschil tussen toen en nu vandaan kwam, moest ik, al vóór ik begon met het lezen van de bronnen, weten waar ons eigen causaliteitsbegrip vandaan is gekomen. Ik neusde dus bij wat grote namen en ging zo terug tot Durkheim. Ik meen nu enigszins te begrijpen waarom ik over oorzaken denk zoals ik denk, en ik zal straks, als ik heb verkend hoe antieke auteurs dachten, proberen uit te vogelen wat de verklaring is voor dat verschil.

    Kortom: de nulde stap is je inlezen in je eigen opvattingen ofwel het vaststellen van je hermeneutisch vertrekpunt.noot Ik geloof dat theologen de term iets anders gebruiken maar ik ben geen theoloog. Concreet dient die verkenning ertoe context te geven aan wat eerdere wetenschappers hebben beweerd, maar het is natuurlijk sowieso dwaasheid iets te gaan onderzoeken als je je eigen aannames niet hebt doorzocht.

    De relevante voorgeschiedenis

    Hoe ver ga je terug? Uiteraard wil een wetenschapper alles weten, maar voor het hermeneutisch vertrekpunt is een eeuw wel genoeg. Toen ik in 2000-2003 werkte aan een boek over Alexander de Grote, was relevant dat geschiedkundigen na de Eerste Wereldoorlog een idealistisch beeld hadden gehad van Europeanen die andere volken opstootten in de vaart der volken (zie de toenmalige mandaatgebieden). De generatie die leefde na de Dekolonisatie had anders gedacht over koloniaal geweld, en rond 1980 had een nieuwe generatie het genre wereldgeschiedenis hernomen.noot Wat deze eeuw heeft gebracht, ligt achter betaalmuren. Met kennis van de twintigste eeuw begreep ik destijds voldoende om de belangrijkste archeologische en oudhistorische publicaties te kunnen plaatsen en mijn eigen denkbeelden enigszins te doorgronden.

    Iets soortgelijks valt te zeggen voor een ander onderwerp dat me boeit: de relatie tussen het Romeinse joden- en christendom. Begin vorige eeuw concludeerde men dat Jezus een jood was geweest en dat Paulus het joodse geloof van Jezus had vervangen door een nieuw geloof in Jezus. Aangezien de historische Jezus gold als onkenbaar, lag het onderzoek stil, tot na de Holocaust het inzicht doordrong dat de joods-christelijke relaties niet genegeerd mochten worden. Daarna was er de secularisering, waardoor we religie minder belangrijk vinden als identiteitsvormende factor, zodat joden en christenen meer worden beschouwd als gewone Romeinen. Dit is, volgens mij, wat je moet begrijpen om hedendaagse ideeën te vergelijken met wat je als archeoloog of nieuwtestamenticus ontdekt over Judea. Visies uit het diepere verleden zijn minder belangrijk.

    Verder terug is dus geinig maar niet doelmatig. Een oudheidkundige kan aan het werk zonder te weten hoe Joost van den Vondel zijn ideeën over joden en christenen verwerkte in Hierusalem verwoest. Ook hoeft de oudheidkundige, om zijn hermeneutisch vertrekpunt te bepalen, niet te weten wat middeleeuwers dachten over oorzaken of hoe zestiende-eeuwers dachten over oorlog. Dat wil niet zeggen dat Vondel, middeleeuws causaliteitsdenken en de iconografie rond Alexander Farnese oninteressant zijn, maar voor het bepalen van het hermeneutische vertrekpunt is het voldoende om kennis te hebben van de afgelopen eeuw, anderhalve eeuw.

    Receptiegeschiedenis

    Waarom dit blogje, zult u zich afvragen. Dat is omdat ik volgende week een interessant boek ga bespreken over receptiegeschiedenis. Ik studeerde geschiedenis en vind eigenlijk alles uit het verleden interessant, variërend van rechtspraak in Gelre via negentiende-eeuwse sji’itische geestelijken tot een gevecht tussen samoerai en Azteken. Een publicatie over receptiegeschiedenis laat ik dus niet liggen. Maar dat is omdat ik geschiedenis leuk vind, niet omdat het voor de bestudering van de Oudheid nodig is.

    Ik maak dit punt met nadruk. Te vaak claimen classici dat receptiegeschiedenis een belangrijk onderwerp zou zijn. Dat is niet waar. Een classicus kan uitstekende artikelen schrijven over laatantieke natuurbeschrijvingen (een leuk onderwerp) zonder te weten wat Byzantijnse dichters daarmee deden; je bakent je hermeneutisch vertrekpunt af door te weten hoe in de twintigste eeuw gedacht is over de natuur, en daarna kun je die gedachten vergelijken met die van antieke schrijvers, en gaan nadenken over de vraag wat er waarom is veranderd tussen toen en nu. C’est ça. Geen Byzantijn voor nodig.

    Ik heb de indruk dat classici ook wel weten dat receptiegeschiedenis niet gaat over het tijdvak dat ze bestuderen en dat het overbodig is voor het vaststellen van het hermeneutisch vertrekpunt. Hier heb ik althans een pagina waar de doelpalen worden verzet door eerstejaars-wetenschapsleer (“What counts as evidence?”) tot de receptiegeschiedenis te rekenen, zodat het specialisme alsnog noodzaak krijgt.

    Envoi

    En nu de moraal. Classici, oudhistorici en archeologen doen belangrijk werk, maar inmiddels wordt elke twee maanden een instituut bedreigd. In deze situatie is het zelfmoord naar buiten te treden met receptiegeschiedenis. Je toont je betekenis niet door te vertellen dat je vak vroeger belang had, maar door te tonen waarom het nu belangrijk is.

    Dat is doelmatiger en makkelijk. Elke oudheidkundige weet dat iedereen ademloos luistert als ’ie op een feestje vertelt over zijn werk. Mensen vinden de Oudheid namelijk interessant.

    Ik zou zo graag meemaken dat oudheidkundigen, voordat de AI ons allemaal heeft uitgeroeid, één keer vertellen hoe belangrijk hun werk is. Dus dat de archeologen een weekje vertellen welke sociaalwetenschappelijke hypothesen ze toetsen, dat de oudhistorici hun vak een paar dagen niet presenteren als rariteitenkabinet, en dat classici zich onthouden van receptiegeschiedenis. Het is noch voor kennis van de Oudheid, noch voor het hermeneutisch vertrekpunt belangrijk. Wat wél belangrijk is, ja urgent, is dat oudheidkundigen beginnen te vertellen wat ze nu, deze week doen. Althans, als het de bedoeling is dat academische bobo’s met hun poten van het vak afblijven.

    [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

    #AlexanderDeGrote #AlexanderFarnese #ÉmileDurkheim #hermeneutischVertrekpunt #historischeJezus #JoostVanDenVondel #JuliusCaesar #oorzakelijkheid #receptiegeschiedenis
  2. De jongeling van Naïn

    Jezus en de jongeling van Naïn (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

    Ik heb het punt tot vervelens toe gemaakt – op deze blog, in boeken, in lezingen en Joost mag weten waar niet meer – en ik maak het nog eens: tekstuitleg zonder kennis van de archeologie is net zo zinloos als archeologie zonder begrip van de oude teksten. En om het punt ten overvloede te illustreren, is hier, op de dag van Allerzielen, het verhaal van de jongeling van Naïn:

    Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een vrouw die ook al weduwe was. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de heer haar zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: “Weeklaag niet meer.”
    Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: “Jongeman, ik zeg je: sta op!”
    De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en: “God heeft zich over zijn volk ontfermd!”
    Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.noot Lukas 7.11-17; NBV21.

    Is dit een waar gebeurd verhaal? Om zoiets vast te stellen, gebruiken oudheidkundigen een stuk of wat criteria, zoals het criterium van de gêne: informatie die geen goed licht werpt op de over te brengen boodschap was blijkbaar te algemeen bekend om te worden onderdrukt. Ook is er het criterium van de meervoudige attestatie: iets dat in meerdere bronnen staat, is plausibeler dan als het maar in één bron staat. Dit verhaal is maar één keer gedocumenteerd, alleen bij de evangelist Lukas, dus het heeft de schijn tegen. Gênant is het ook al niet, en ook aan de andere criteria voldoet het niet. Als we de tekst als tekst bekeken, zouden we concluderen dat we niet kunnen vaststellen dat dit verhaal echt is gebeurd.

    Sterker nog, het opwekken van de dode zonen van weduwen is een literair motief. De profeet Elia wekte bijvoorbeeld het kind op van een dame uit Sarefat, een pottenbakkersdorpje halverwege Tyrus en Sidon.noot 1 Koningen 17.22. Elia’s opvolger Elisa deed hetzelfde voor een weduwe in Sunem.noot 2 Koningen 4.32-37. Voor de lezer die nog niet in de gaten mocht hebben dat Lukas zijn portret van Jezus modelleert op de grote profeten, maakt de evangelist het in de conclusie expliciet: “Een groot profeet is onder ons opgestaan.”

    Kortom, een literaire compositie zonder veel historische betrouwbaarheid. Maar er is een detail dat een ander licht werpt op de zaak: de dode wordt bij de stadspoort naar buiten gedragen. Je leest er haast overheen, want het is gewoon logisch dat de doden buiten de bebouwde kom werden begraven. Het Romeins Recht schreef dat zelfs voor. Maar het leuke is: archeologen hebben die stadspoort opgegraven, ik meen ergens begin jaren tachtig. Het was zelfs een opvallend massief verdedigingswerk.

    En nu is het leuke: stadsmuren waren in Herodiaans en Romeins Judea niet gebruikelijk. Echt grote steden, zoals Jeruzalem, hadden ze natuurlijk wel. Maar Naïn was een vlek op de landkaart. Het is ook geen detail dat Lukas, die een halve eeuw en een Joodse Opstand na de gebeurtenissen schreef, en vermoedelijk schreef in een stad als Antiochië of Efese, kan hebben geweten. (Probeer als hedendaagse Amsterdammer of Antwerpenaar eens te weten of Sint-Andries een stadspoort heeft.)

    Kortom, dankzij de archeologie herkennen we een authentiek detail in Lukas’ verhaal. Dat wil niet zeggen dat dit echt is gebeurd. Zoiets valt niet te weten. Het wil alleen zeggen dat Lukas oudere informatie benutte. We mogen aannemen dat het verhaal al tijdens Jezus’ leven de ronde deed, en dat is, gegeven het weinige dat we over de oude wereld weten kunnen, eigenlijk al heel erg veel.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Velleius Paterculus (7)

    maart 7, 2016
    Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

    februari 22, 2016
    Wie schreef de Brief van Jakobus?

    oktober 26, 2025 Deel dit:

    #Allerzielen #criteriumVanDeGêne #Elia #Elisa #EvangelieVanLukas #historischeJezus #Judea #meervoudigeAttestatie #Naïn #NieuweTestament #stadspoort

  3. Het pro-actieve Paasstukje

    De kruisiging van de historische Jezus was gruwelijker dan op deze middeleeuwse afbeelding (Keulen, St. Maria im Kapitol).

    Binnenkort is het Pasen en aangezien journalisten altijd druk zijn met andere zaken, zullen ze voor het jaarlijkse paasstukje wel terugvallen op ongecontroleerde kopij. Dat is elk jaar raak. Als u oudheidkundige kul wil verspreiden, is dit het moment om een persbericht over de historische Jezus de deur uit te doen. Voor wie daarentegen juist géén oudheidkundige kul in de media wil hebben, is dit het moment voor prebunking. Daarom heb ik wat naderende misverstanden op een rijtje gezet.

    1 Judea was politiek onrustig

    Populair gemaakt door Jesus Christ Superstar en later Fik Meijer. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van Flavius Josephus, die echter een heel eigen visie heeft op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee Josephus de groep bedoelt die we kennen als de Sicariërs. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later een kleine rol bij het uitbreken van de Joodse Oorlog. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die zitten stuk voor stuk in de periode tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin historische Jezus dus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet. De wetenschappelijke conclusie dat het wel meeviel past bij de inschatting van Tacitus, die de situatie ten tijde van keizer Tiberius (r.14-37) samenvat met één woord: quies.

    2 De historische Jezus was een zeloot

    In Nederland verdedigd door Charles Vergeer en internationaal door Reza Aslan, over wie ik meer dan eens heb geblogd. Met “zeloot” bedoelen ze dan: iemand die met georganiseerd geweld tegen de Romeinen streed. Probleem is dat het woord gewoon “fanatiekeling” betekent en niet per se duidt op geweld. Er zijn wel gewelddadige fanatieke eenlingen bekend – er was er een tijdens de Makkabeeënopstand bijvoorbeeld – maar als georganiseerde beweging zijn de zeloten niet bekend vóór de oorlog tegen de Romeinen, die uitbrak in 66 na Chr. Dat Jezus een Simon de Zeloot als leerling had, wil alleen zeggen dat de man fanatiek was.

    3 De historische Jezus was als een lammetje zo vredelievend

    Kleinchristelijke kitsch. Iemand die zijn tegenstanders toevoegt dat hun moeders seks hadden met een slang is geen onschuldig christelijk koorknaapje. Jezus’ boodschap was dan ook niet vredelievend: het naderende oordeel zou niet het begin zijn van een Utopia waarin “alle Menschen werden Brüder” maar het begin van een door God zelf geregeerde wereld waarin de rijken zouden worden bestraft. De laatsten zouden de eersten zijn en de eersten de laatsten. De toenmalige autoriteiten apprecieerden dat niet en dat kostte Jezus, nadat hij op het tempelplein een rel had veroorzaakt, uiteindelijk het leven.

    4 Judas heeft Jezus niet verraden

    Ooit naar voren gebracht door een groep onderzoekers die bekendstaat als het Jesus Seminar. De simpele waarheid is dat de evangeliën en de Handelingen zeggen van wel en dat we niet méér weten. Als het niet waar is, gaat het terug op een gerucht dat al snel na Jezus’ dood de ronde deed, want niet alleen is het in diverse onderling onafhankelijke bronnen te vinden, ook het criterium van de gêne is van toepassing. Dat Jezus is verraden door iemand uit eigen kring, was iets dat niet viel weg te moffelen.

    Overigens heeft Judas Jezus niet zozeer verraden als wel uitgeleverd, wat wezenlijk anders is. Meer daarover hier.

    5 De Joden hebben Christus gedood

    Antisemitische gouwe ouwe. Kruisiging was geen Joodse straf. Als Jezus een Joodse wet had overtreden, zou hij zijn gegeseld of misschien gestenigd. (Het “misschien” is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de Tempelautoriteiten de doodstraf mochten opleggen, wat weer afhankelijk is van de vraag of Judaea een provincie was, wat weer een antwoord veronderstelt op de vraag wat het Latijnse provincia in de vroege eerste eeuw betekende.) Jezus is veroordeeld door de Romeinse prefect Pontius Pilatus op grond van een Romeins vergrijp: Jezus zou hebben geclaimd koning van de Joden te zijn – het opschrift op het kruis.

    6 Pontius Pilatus was procurator

    Broodje aap van Karel Deurloo en Nico ter Linden, die dachten dat Tacitus het beter wist dan Pilatus zelf.

    Tja.

    7 Jezus stierf niet aan het kruis

    Gaat terug op de gnosis, is overgenomen in de Koran en wordt nu nog verdedigd door mensen die aannemen dat een kruisiging in z’n werk ging zoals op moderne afbeeldingen. Misschien houd je dat inderdaad een paar uur vol, zoals de mensen die zich op de Filipijnen aan het kruis laten slaan. De in onze tijd gangbare afbeeldingen van een kruisiging gaan echter terug op een middeleeuwse traditie – zie de Lijkwade van Turijn of het plaatje hierboven – en hebben weinig van doen met wat de Romeinen deden.

    Ik ga u de details niet uitleggen om redenen die ik al eens heb toegelicht. Voor geweldsporno kunt u terecht bij Tom Holland. Neem van mij aan: een executie door middel van kruisiging was smeriger, gemener, pijnlijker en ook effectiever dan de middeleeuwers zich konden voorstellen.

    8 De “leerling die Jezus liefhad” was wel/niet Johannes

    Zie Dan Brown c.s. De genoemde leerling, een ooggetuige bij de kruisiging en de auteur van het vierde evangelie, lijkt bekend te zijn geweest aan de lezers van dat evangelie. Dat is alles wat we weten. De identificatie van die leerling met Johannes is niet meer dan een traditie. Dat de leerling Maria Magdalena is, is te vinden bij Dan Brown en niet zwakker of sterker dan de identificatie met Johannes.

    Ik schreef in de vorige alinea dat de leerling in kwestie aan de lezers van het vierde evangelie bekend lijkt te zijn geweest. Die nuance hangt samen met een recente hype: het Johannes-evangelie zou “a forgery” zijn. Dat is het gehijg waarmee iemand eigenlijk alleen wil zeggen dat de auteur ten onrechte beweert een ooggetuigenverslag te leveren. Misschien zie ik iets over het hoofd, maar ik herken het probleem niet. De auteurs van antieke bronnen deden wel vaker alsof ze dingen hadden gezien die ze alleen van horen zeggen hadden; Herodotos’ verzinsels over Babylon en de eenhoorns van Julius Caesar zijn voorbeelden. De grens tussen feit en fictie lag destijds ergens anders en het wezen van de wetenschappelijke tekstuitleg is al een eeuw of twee dat we een route zoeken tussen de Skylla der goedgelovigheid en de Charybdis der hyperscepsis.

    Oudheidkundigen nemen ooggetuigenclaims dus met een korreltje zout en proberen vooral de eigenlijke informatie te toetsen. Een kort voor Pasen naar buiten gebrachte hype verandert de interpretatie van het Johannesevangelie niet. Kortom: het is weer bellenblazerij, business as usual.

    9 Jezus stond wel/niet op uit de dood

    Het punt waar de wetenschappelijke criteria dienen te worden verbeterd. Ik behandelde de materie hier en daar.

    10 De christenen namen het kruismotief over van anderen

    En wel de Egyptische anch, maar on n’a pas besoin de cette hypothèse. Zeker sinds de Dode Zee-rollen bekend zijn, is duidelijk dat elk aspect van het vroege christendom perfect past in het voorrabbijnse jodendom. Er is dus, om de totstandkoming van een nieuwe halachische stroming te beschrijven, geen reden om ver weg in Egypte parallellen te zoeken terwijl in Judea, dichtbij huis, parallellen zijn die meer verklaren.

    Andere paashoaxen:

    1. Jezus was eigenlijk Mithras (weerlegd maar in Nederland nieuw leven ingeblazen door Trouw);
    2. Jezus was eigenlijk Manu;
    3. De Jordaanse loden fake-codex (in Nederland in het Algemeen Dagblad, in Historia en in Trouw);
    4. Jezus heeft niet bestaan (Pasen viel in 2015 laat en misschien was dit bericht in Trouw iets te vroeg om een echte paashoax te zijn, maar Trouw vertikte het afdoende te rectificeren dus ik noem het toch even);
    5. De radioactieve straling die de Lijkwade van Turijn maakte kwam vrij bij een aardbeving (Huffington Post, Phys.org en Eurekalert);
    6. Jezus was hermafrodiet;
    7. Witte Donderdag en het Laatste Avondmaal waren op woensdag (Parool);
    8. Het graf van de familie van Jezus zou zijn geïdentificeerd (weerlegging).

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Messias en Mensenzoon

    juni 30, 2024
    Rijk in Pompeii: Terentius Neo

    november 28, 2022
    Tollenaars en zondaars

    februari 8, 2012 Deel dit: #historischeJezus #hyperscepsis #JesusChristSuperstar #JesusSeminar #JezusVanNazaret #kruisiging #LaatsteAvondmaal #Lijdensverhaal #Makkabeeënopstand #Pasen #prebunking #sicariërs #zeloten
Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.