#deuteronomistischgeschiedwerk — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #deuteronomistischgeschiedwerk, aggregated by home.social.
-
Bijbelse en Griekse insecten
Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.
Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.
De grens tussen vliegen en muggen en vlooien is in oude teksten niet altijd even duidelijk, dus ik vervolg met ander vliegend ongedierte. Een van de tien plagen van Egypte bestond uit vliegen of muggennoot Exodus 8.12. en de auteur van Prediker weet dat een beetje dwaasheid de beste wijsheid ranzig maakt, “zoals één dode vlieg een kostbare zalf bederft”.noot Prediker 10.1.
De Joden waren niet de enigen met een hekel aan insecten. De Griekse fabeldichter Aisopos voelde er ook weinig sympathie voor. Nu zijn de fabels van Aisopos wat verdacht: er is nogal wat op zijn naam overgeleverd dat niet hijzelf heeft bedacht en classici hebben weinig illusies over de authenticiteit van het corpus. Maar als zo’n vertelsel is overgeleverd door Aristoteles, hebben we in elk geval te maken met een Griekse anekdote die behoorlijk oud is.
Aisopos, die voor de volksvergadering van Samos een alleenheerser verdedigde die ter dood veroordeeld was, vertelde dit verhaal:
“Een vos die een rivier overstak, werd meegevoerd door de stroming en kwam terecht in een hol in de rotsen. Omdat hij er niet uit kon komen, leed hij lange tijd onder een zwerm muggen die zich aan hem vastklampte. Een egel die daar ook rondzwierf, zag de vos en kreeg medelijden. Hij vroeg of hij de muggen mocht verwijderen. De vos wees het aanbod echter af. Toen de egel vroeg waarom, antwoordde hij: ‘Deze muggen zitten inmiddels vol met mijn bloed en zuigen niet veel meer. Als je ze weghaalt, komen er andere met een frisse eetlust die al mijn bloed zullen opdrinken.’
“En zo,” rondde Aisopos af, “zal mijn cliënt jullie geen kwaad meer doen. Hij is al rijk. Maar als jullie hem ter dood brengen, zullen er anderen komen die niet rijk zijn, en hun verduisteringen zullen jullie schatkist volledig leegmaken.” noot Aristoteles, Rhetorika 1393b-1394a.De overlast van de muggen wordt door Aisopos niet uitgelegd maar simpelweg verondersteld, en Aristoteles spreekt het niet tegen. Ook Grieken hadden dus een hekel aan muggen. Kortom, als u behoort tot degenen die de Oudheid om een of andere reden normatief vinden, dan heeft u dus zowel klassieke als bijbelse toestemming om een vlieg of een mug dood te meppen. Maar u kunt natuurlijk ook wat minder bloeddorstig zijn, zoals de dame op het plaatje hierboven, die er vrede lijkt te hebben met wat anderen ongedierte noemen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Deel dit: #Aisopos #Aristoteles #Beëlzebul #DeuteronomistischGeschiedwerk #duivel #egel #insect #mug #NieuweTestament #vlieg #vos -
Hekataios van Milete
Wereldkaart van HekataiosOp deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.
Een nieuwe tijd
De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.
Zij hadden andere, nieuwe ideeën. Die waren niet gebaseerd op een oude traditie, maar op rationeel denken en empirisme. Vroege filosofen als de Milesiërs Thales, Anaximandros en Anaximenes en de Efesiër Herakleitos waren weliswaar niet helemaal origineel in hun denkbeelden – sommige ideeën hebben Babylonische parallellen – maar hun kritische houding was voor de Griekse wereld nieuw. Dit was de intellectuele wereld van Hekataios.
Biografie
Hekataios moet rond 550 v.Chr. in Milete zijn geboren, kort voordat de Perzische koning Cyrus de Grote het Lydische Rijk en de bijbehorende Griekse havensteden veroverde. Eeuwen later schreef de Griekse geograaf Strabon dat Hekataios een student was geweest van Anaximandros. Dat is chronologisch gezien vrijwel onmogelijk, maar van de andere kant: de filosoof lijkt Hekataios’ ideeën over het ontstaan van het universum en de vorm van de wereld te hebben beïnvloed.
We weten verder nauwelijks iets over Hekataios’ leven, hoewel hij een bezoek lijkt te hebben gebracht aan Egypte. Misschien kwam hij mee met de Perzische koning Kambyses, die in 525 het aloude land van de Nijl veroverde.
Herodotos vertelt dat Hekataios de omvang en macht van het Perzische Rijk had begrepen en in 499 zijn landgenoten adviseerde niet in opstand te komen tegen koning Darius I de Grote. Ze luisterden niet. De Ionische Opstand, zoals de revolte van de Griekse steden in het Perzische Rijk wordt genoemd, liep uit op een nederlaag en in 495 of 494 werd Milete verwoest.
Een heel late traditie, te vinden bij Diodoros van Sicilië, wil dat Hekataios namens de Milesiërs onderhandelde met de Perzen, en zowaar een gunstige behandeling wist te verwerven. Misschien is het waar, en dan was Hekataios in 495 nog in leven. Misschien is het niet waar en dan weten we op z’n best dat hij in 499 nog in leven was. Voor de beoordeling van zijn werk maakt het weinig uit.
Geografie
Hekataios’ bekendste werk is zijn wereldkaart, die weer was gebaseerd op een ontwerp van Anaximandros. Herodotos geeft een beschrijving:
Ik kan mijn lachen niet houden omdat van al die wereldkaartenmakers nog niemand erin is geslaagd een redelijke beschrijving te geven. Ze tekenen een Oceaan rondom een wereldschijf die met behulp van een passer als een cirkel is getrokken, en bij hen is Azië net zo groot als Europa.noot Herodotos, Historiën 4.36.
Hoewel Herodotos zijn voorganger niet expliciet noemt, zijn de meeste classici het erover eens dat hij zijn voorganger uitlacht – en niet ten onrechte, want Herodotos’ eigen wereldkaart is beter. Hekataios verdeelde de wereld in drieën (Europa, Azië, Afrika), die werden gescheiden door de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Tegelijkertijd bestond de wereld uit vier kwadranten: West-Afrika werd door de Nijl gescheiden van Oost-Afrika en het Nabije Oosten; het Nabije Oosten werd door de Zwarte Zee gescheiden van Europa; en Europa is in een oostelijke en westelijke helft verdeeld door de rivier de Don. Er zijn meer aanwijzingen dat de kaart van Hekataios extreem schematisch was; het was Hekataios’ voornaamste verdienste dat hij de relatieve posities begreep van de werelddelen.
De kaart hoorde bij Hekataios’ Beschrijving van de aarde. In twee boeken, gewijd aan enerzijds Europa en anderzijds Voor-Azië en de Maghreb, beschreef hij de kusten van de Middellandse Zee. Soms verliet Hekataios de kust en ging hij stroomopwaarts langs deze of gene rivier. De overgebleven fragmenten – het zijn er ruim 300 – laten zien dat hij een sobere schrijfstijl had en dat hij steden, afstanden, rivieren, bergen, volken en grenzen vermeldde. Gewoontes, dieren, planten, landschappen, mythologie en stichtingssagen kwamen eveneens aan bod, maar er zijn geen aanwijzingen dat hij ook historische informatie gaf.
Het tweede boek bevatte een verwijzing naar Melitta in het westen van Marokko. Deze verwijzing is uiterst belangrijk, omdat ze bewijst dat Hekataios toegang had tot het reisverslag van Hanno de Zeevaarder, die in de zesde eeuw v.Chr. de westkust van Afrika verkende. Helaas hebben we geen idee van Hekataios’ andere bronnen.
Het langste citaat is een door Herodotos geplagieerde tekst over Egyptische dieren (nijlpaard, krokodil, feniks). Helaas suggereert de beschrijving van het nijlpaard niet bepaald dat Hekataios dit dier werkelijk heeft gezien, want er klopt weinig van. Een ander verhaal dat Herodotos overschreef is een zeer schematische beschrijving van de Sahara.
Geschiedschrijver
Hekataios publiceerde ook de Genealogieën, een overzicht van de stamboom van de diverse Griekse helden. Ongeveer veertig fragmenten hebben het overleefd. De eerste lijn is beroemd geworden:
Hekataios van Milete zegt: Ik schrijf op wat ik denk dat waar is, want de verhalen van de Grieken zijn naar mijn mening belachelijk en talrijk.
Zelf probeerde hij de onafhankelijk van elkaar doorgegeven en elkaar regelmatig tegensprekende (en daarom belachelijke) verhalen van zijn landgenoten te systematiseren. Daartoe ontwierp hij een chronologisch systeem, waarin zowel de goden als de helden van weleer waren opgenomen. Het was niet de eerste poging om Griekse mythen en sagen te systematiseren, maar het was wel een van de invloedrijkste. De meeste latere geleerden, te beginnen met Herodotos, accepteerden de chronologie van Hekataios.
Wij kunnen denken dat Hekataios kritisch nadacht over verhalen die zó fantasierijk waren dat er eigenlijk geen reden was om er kritisch over na te denken. Het verre Griekse verleden ligt voorgoed verborgen in de mist der tijden. Van de andere kant: Hekataios van Milete was een van de eersten die de sagen niet voor zoete koek slikte en kritisch nadacht over het verleden. Hij was niet de vader van welk historisch of journalistiek specialisme ook, maar wel een van de reuzen op wier schouders de latere geschiedvorsers stonden.
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.
Zelfde tijdvak
De Edomieten
augustus 24, 2024
De Nok-beschaving
december 2, 2024
Wadi Awis
mei 21, 2018 Deel dit: #aardrijkskunde #Afrika #Anaximandros #antiekeGeschiedschrijving #Azië #DeuteronomistischGeschiedwerk #DiodorosVanSicilië #Europa #HekataiosVanMilete #HerodotosVanHalikarnassos #IonischeOpstand #MiddellandseZee #Milete #nijlpaard #wereldkaart -
Wie was Mozes? (2)
“De woestijn waar de kinderen van Abraham veertig jaar zwierven onder leiding van Mozes” (Peutinger-kaart)Wat bij de totstandkoming van de traditie over Mozes lijkt te zijn gebeurd, is dat mondeling doorvertelde verhalen ergens in de Late IJzertijd zijn opgeschreven door iemand die er een datering 480 jaar voor koning Salomo aan toevoegde. Het lijkt mij op dit punt valide om te zeggen: we laten die chronologie wat ze is, want daarmee heeft een auteur ooit een voor hem belangrijk punt willen toevoegen dat losstaat van de voor hem liggende, oudere tradities. En die waren dus mondeling.
Nu is die mondelinge traditie, om eerlijk te zijn, eigenlijk de oudheidkundige jokerkaart. We schuiven er Mozes mee naar de verhalenvertellers, wier vertellingen niet langer reconstrueerbaar en controleerbaar zijn. Je zegt feitelijk iets als “ja, Mozes heeft vermoedelijk bestaan, maar nee, we kunnen er niet dichterbij komen”. Zo kun je ook het bestaan beredeneren van koning Arthur en Siegfried, die vermoedelijk wel hebben bestaan, of van Herakles en Berend Botje, waarvan het bestaan veel dubieuzer is. Eigenlijk is de constatering, hoe waar ook, dat Mozes aan de samenstellers van de Bijbel bekend was uit de mondelinge traditie, een verlegenheidsoplossing.
Toetsing van een sage
Gelukkig is de geloofwaardigheid van de mondelinge tradities wel een beetje toetsbaar, zij het niet via de bronkritiek. Ik begin met de simpele constatering dat er natuurwetten zijn, die grenzen stellen aan de mogelijkheden. Wandelstokken veranderen niet in slangen, water verandert niet in bloed en zeeën splijten niet in tweeën. Zulke verhalen zijn simpelweg onmogelijk en dat wisten de mensen vroeger ook.
Daarmee komen we bij het feitelijke toetsingsinstrument: het formalisme ofwel de vormkritiek. We kennen uit de oude wereld honderden verhalen die strijdig zijn met de natuurwetten, zoals dat over de twee kinderen die geofferd dreigen te worden maar op het moment sûpreme worden opgehaald door een vliegende ram met een gouden vacht. In zo’n verhaal is er altijd een noodsituatie die normaliter niet te verhelpen is, vervolgens is er een wonder en daarna loopt alles goed af. De crux is niet dat men destijds dacht dat dit soort dingen werkelijk waren gebeurd: de crux van dit verhaaltype is een waarschuwing voor het type probleem – in ons voorbeeld een waarschuwing voor het brengen van kinderoffers, wat de goden niet appreciëren.
Zo bezien verandert het verhaal van de Uittocht in een verhaal over onderdrukking en de goddelijke bestraffing van de onderdrukkers. Het verhaal biedt daarnaast – of in de eerste plaats – wat hoop aan degenen die de onderdrukking ondergaan.
Kortom
Ik schreef al dat de datering van Exodus een punt is van discussie. Een van de mogelijke dateringen is ten tijde van de Babylonische Ballingschap (586-539 v.Chr.), die door veel Joden zal zijn ervaren als onderdrukking. Het kan, misschien is het wel zo, maar we weten het niet omdat we het niet weten kunnen.
Hoe zou het verhaal zijn gegroeid? We komen niet verder dan dat er in de IJzertijd verhalen circuleerden over een leider genaamd Mozes, dat er verhalen waren over een Intocht (niet per se vanuit Egypte), dat er herinneringen waren van nomaden die door de Sinaï trokken en dat dit alles op zeker moment is gecombineerd met een onmogelijke chronologie. Verder is een indrukwekkend verhaal geschapen over de Uittocht, waarin mogelijk echo’s klinken van werkelijke rampen en epidemieën. Misschien is een Egyptische mythe over de bloeddorstige godin Hathor omgewerkt tot het verhaal over de dood van de eerstgeborenen, dat in Exodus een theologische dubbele bodem heeft over eerstelingenoffers.
Meer valt er niet van te maken. Ik weet dat er allerlei speculaties zijn van het type “de naam Mozes is niet Hebreeuws en ziet er Egyptisch uit” (maar wat bewijst dat?), of “als de Nijl in bloed verandert, is dat eigenlijk een algenplaag” of “de lichtende zuil die de Hebreeën door de woestijn loodste, was de uitbarstende Thera”. Los van het feit dat dit laatste zou betekenen dat de Hebreeën regelrecht de Middellandse Zee in werden geloodst, zijn zulke speculaties uitsluitend bedacht om iets dat oudheidkundigen niet wetenschappelijk en overtuigend kunnen bewijzen, alsnog te geloofwaardig te doen lijken. Andere speculaties, zoals dat er herinneringen zijn aan de Hyksos-tijd, verdampen in het licht van wat inmiddels bekend is over die periode.
Dit is, volgens mij, tot waar de oudheidkundige kennis reikt. Een joodse of christelijke gelovige, die naast het oudheidkundige bewijs de openbaring erkent als bron van informatie, kan en mag vanzelfsprekend méér aannemen voor waar. Dat zal ik de gelovige niet kwalijk nemen. Maar voor anderen geldt: oudheidkundigen weten weinig over Mozes, en de zojuist genoemde speculaties, die dienen om een niet wetenschappelijk bewijsbaar verhaal alsnog te onderbouwen, zijn uitingen van pseudowetenschap.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Myceense religie
december 4, 2014
Wadi Awis
mei 21, 2018
Egyptische make-up
juni 14, 2024 Deel dit:#1Koningen #BabylonischeBallingschap #bronkritiek #chronologie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Exodus #formalisme #Hathor #Intocht #mondelingeLiteratuur #mondelingeTradities #Uittocht
-
Wie was Mozes? (1)
Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.
De bronnen
Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.
We zouden meer willen weten over de wijze waarop die verhalen circuleerden. Micha leefde in de late achtste eeuw v.Chr., al is het betreffende vers wellicht een jongere toevoeging. Exodus lijkt nog jonger, al is hierover een eindeloze discussie. Het staat verder vast dat er weliswaar een schrijfcultuur was in Juda en Israël, maar dat die niet heel breed was. De meeste informatie werd destijds mondeling doorgegeven, en daarmee verschuift onze vraag: wat circuleerde mondeling? Nogmaals, de geloofwaardigheid is een andere kwestie.
De mondelinge traditie
Mondelinge literatuur kán een historische kern hebben, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat motieven makkelijk van de ene naar de andere held overspringen. Het verhaal van Mozes’ biezen mandje is bijvoorbeeld eveneens gedocumenteerd in Mesopotamië, waar het werd verteld over koning Sargon, en het is tevens bekend van de Griekse baby Perseus, van de Romeinse Romulus en Remus, van de Indische Karna en van het Nederlandse verhaal over het wiegje dat aanspoelde op de Kinderdijk. “Baby ontkomt in mandje aan dreiging” is dus een standaardmotief uit de mondelinge literatuur.noot Dit is een subvariant van het thema van de bedreigde jeugd van de held. Ik heb vergeefs geprobeerd het ATU-nummer te vinden. Dat Mozes’ zus het mandje waterdicht maakt met pek en teer suggereert overigens dat de auteur van Exodus het verhaal heeft opgepikt in Mesopotamië, waar pek en teer, anders dan in Egypte, wel voorkomen.
Mondelinge tradities lijken ook ten grondslag te liggen aan andere delen van Exodus. De route van de Uittocht lijkt twee reisverhalen te combineren, en er zijn bovendien verhalen die elkaar tegenspreken. Voor sceptici die tot elke prijs normale literaire kritiek vermijden om de Bijbel te kunnen typeren als sprookjesboek, zijn die tegenspraken prijsschieten, maar voor oudheidkundigen bewijzen ze vooral dat er eerdere tradities zijn geweest. En waar die overeenstemmen, komen we verder. Dat wil niet zeggen dat overeenstemming bewijst dat iets echt is gebeurd, maar wél dat degene die een verhaal vol tegenspraken maakt, het niet verzonnen heeft; er waren al verhalen, die de verteller niet overtuigend harmoniseert. Er zal dus weleens iemand genaamd Mozes hebben geleefd (de Traditionskern), maar diens leven ligt besloten in de mist der mondelinge overlevering.
Chronologie
De verhalen over Mozes en de Uittocht zijn op schrift gesteld en de auteur van 1 Koningen, een deel van het Deuteronomistische Geschiedwerk, biedt een intrigerende opmerking: volgens hem bouwde koning Salomo de tempel van Jeruzalem 480 jaar na de Uittocht uit Egypte. Deze tempel wordt rond 930 gedateerd, dus we plaatsen Mozes rond 1410 v.Chr. Dat zou zijn geweest ten tijde van koning Amenhotep II, of eventueel zijn voorganger Toetmoses III, want de chronologie is veel minder zeker dan vaak wordt aangenomen. In elk geval: de Uittocht vond, volgens de bijbelse chronologie, plaats ten tijde van de goed gedocumenteerde Achttiende Dynastie, en een deel van het probleem is dat geen enkele Egyptische bron het vertrek van Hebreeuwse slaven vermeldt.
Er zijn wetenschappelijke en minder wetenschappelijke pogingen gedaan om te sleutelen aan de tekst. De aanname is dan bijvoorbeeld dat het niet ging om het vertrek van honderdduizenden slaven, die een krach zonder weerga zou hebben veroorzaakt, maar om kleinere aantallen. Of men neemt aan dat de datering niet klopt. Zo is wel geopperd dat de naamloze farao van de Uittocht Ramses II was of zijn zoon Merenptah, twee eeuwen na de bijbelse datering. Deze herdatering creëert een nieuw probleem, want in die tijd viel Kanaän onder Egyptisch gezag, terwijl we in het verhaal over de Intocht niets lezen over Egyptische garnizoenen. Dus hebben geleerden de datering van de Intocht verschoven naar het moment waarop er geen garnizoenen meer waren. Maar naarmate er meer archeologisch bewijs kwam, bleek de Egyptische aanwezigheid langer te hebben geduurd. Nu kunnen we de Intocht nog verder verschuiven, maar dan zijn we dus feitelijk begonnen de gebeurtenissen te verplaatsen naar een moment waarop er geen informatie meer is om het tegen te spreken. Tja.
Los daarvan: het is wat raar om een en dezelfde bron, in dit geval Exodus, te gebruiken om én de historiciteit van zekere gebeurtenissen en personen te bewijzen, én te beweren dat die bron niet klopt. Historici doen dat wel vaker, zoals wanneer ze de Dode-Zee-rollen toeschrijven aan de essenen, maar het moge duidelijk zijn dat er risico’s aan zijn verbonden.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Antiek glas
oktober 26, 2015
Pamfylië
augustus 27, 2024
Het oudste Jeruzalem
augustus 6, 2023 Deel dit:#1Koningen #AchttiendeDynastie #AmenhotepII #bronkritiek #chronologie #DeuteronomistischGeschiedwerk #DouraEuropos #Exodus #Intocht #Karna #Kinderdijk #koningSalomo #Merenptah #Micha #mondelingeLiteratuur #mondelingeTradities #RamsesII #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #ToetmosesIII #Traditionskern #Uittocht
-
Faits divers (38)
Grafsteen waarop de naam “Wittiza” voorkomt. (© Pau Marimon Ribas & Jordi Pérez González)Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer Spanje, de joodse Bijbel, archeatrie en een nuttige webpagina van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Spanje
Mocht u ooit nog eens besluiten een koninkrijk te annexeren, dan is het slim om te wachten tot het moment waarop de opvolging ter discussie staat. Alexander onderwierp een verdeeld Perzië, Saladin profiteerde van een verdeeld Koninkrijk Jeruzalem en de Arabische commandant Tariq had, toen hij in 711 overstak van de Maghreb naar het Iberische Schiereiland, de mazzel dat de dynastie in het Rijk van Toledo verdeeld was. Koning Wittiza was dood en Roderik (Rodrigo) had zijn macht nog niet werkelijk gevestigd toen Tariq hem ergens in de regio van Cádiz versloeg en het hele Iberische Schiereiland opeiste voor het Umayyadische Kalifaat van Damascus.
Bij deze belangrijke gebeurtenis zijn heel veel zaken onduidelijk. Is Wittiza vermoord? Wanneer overleed Wittiza? Hoe lang regeerde hij? Wie waren Roderiks tegenstanders vóór hij het opnam tegen Tarik? Het zijn geen wereldschokkende kwesties, want het enige relevante feit is dat Tarik Roderik overwon, maar in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigrafik is zojuist een nieuw puzzelstukje gepubliceerd. Het gaat om een niet heel spectaculaire Latijnse inscriptie, die bewijst dat Wittiza in maart 709, zijn negende regeringsjaar, nog in leven was. Dit is in lijn met de enige andere inscriptie van deze vorst, die in de zeventiende eeuw was te zien in een klooster in Madrid maar sindsdien zoek is; deze vermeldt Wittiza als koning in 700. We weten nu dus met iets meer zekerheid wanneer de laatste koning van post-Romeins Spanje regeerde, niet meer en niet minder. Het is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers.
De joodse Bijbel
De joodse Bijbel bestaat uit ruwweg drie delen: de Wet (Genesis tot en met Deuteronium), het tussen 620 en 585 v.Chr. samengestelde Deuteronomistisch Geschiedwerk (Jozua tot en met 2 Koningen) en de rest. De twee eerste delen gaan terug op eerdere bronnen, die verloren zijn gegaan maar die geleerden al sinds de achttiende eeuw proberen te identificeren. Nog altijd kun je veelkleurige “regenboogbijbels” kopen waarin elke kleur een andere redacteur identificeert.
Aan de stilistische, linguïstische, theologische, historische en archeologische argumenten is nu de artificiële intelligentie toegevoegd – feitelijk een specifieke vorm van stilistisch en linguïstisch onderzoek. De weinig verrassende conclusie is dat de oudste delen van Deuteronomium en het Deuteronomistisch Geschiedwerk nauwer met elkaar verwant zijn dan met de delen van de Wet die eerdere onderzoekers rekenen tot de zogeheten priesterlijke redactie.
We weten iets dat we al wisten dus iets beter. Dat is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers. En nu de methode blijkt te werken, kun je verwachten dat ze wordt losgelaten op andere delen waarvan onderzoekers zich afvragen welke delen door welke auteur zijn geschreven.
Archeatrie
Een psycholoog bestudeert de menselijke ziel en een psychiater geneest de ziel. Zou het niet logisch zijn, opperde mijn zakenpartner ooit, als er naast archeologen ook archeaters waren – mensen die een opgraving herstelden naar de oorspronkelijke staat? Dat was, een grap, vanzelfsprekend, en ik denk eraan terug omdat de grap op een satirische site opnieuw is gemaakt.
Er is echter een serieus aspect: wat is de oorspronkelijke staat? Een voorbeeld: toen het Parthenon in Athene werd teruggebracht naar de oorspronkelijke staat, werden Byzantijnse aanslibsels verwijderd, die ook een zekere waarde hebben. Deze thematiek is voer voor erfgoedspecialisten en boeiend.
Tot slot
Ik brom vaak over het feit dat archeologen zichzelf vaak presenteren met vondsten en nooit met archeologie. Afgaand op de publieke media, concludeer je dat archeologen louter trivia produceren en geen bijdrage leveren aan de (sociale) wetenschappen. Graag erken ik dat het ook weleens goed gaat: dit is een nuttige pagina.
Tot zover deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks Faits divers.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#artificiëleIntelligentie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Deuteronomium #erfgoed #FaitsDivers #inscriptie #KalifaatVanDamascus #RijkVanToledo #Roderik #stylometrie #TariqIbnZiyad #Wittiza