#kalifaat-van-damascus — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #kalifaat-van-damascus, aggregated by home.social.
-
De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding
Sint-MaronDit is het eerste van tien blogjes over de onlangs ontdekte Maronitische Wereldkroniek. Ik zal daarin een becommentarieerde vertaling geven van het interessantste deel. En ik zeg meteen: die vertaling heeft geen enkele pretentie. Daarover straks meer. Maar eerst: wat is de Maronitische Wereldkroniek?
Het belang
Zoals de naam al aangeeft, is het een overzicht van de geschiedenis van de wereld, die volgens de samensteller al ruim zes millennia oud was. Het eerste deel is voor ons niet bijster interessant: het is vooral een overzicht van de bijbelse geschiedenis, dat we uit andere bronnen beter kennen. (Geestig is het synchronisme van de krachtpatsers Simson en Herakles.) Na de tijd van de twee koninkrijken en de Babylonische Ballingschap lezen we over Alexander de Grote en het hellenisme. De auteur schrijft dat keizer Augustus koningin Kleopatra liet vermoorden, iets wat vermoedelijk waar is, maar niet staat in andere bronnen.
Uiteraard is er een verwijzing naar het leven van Christus, en daarop volgt een combinatie van kerkgeschiedenis en informatie over het Romeinse Rijk. Leuk detail: de legende van de vorst die niet zou zijn overleden maar is heengegaan (zoals koning Arthur), zou door christenen zijn toegepast op Philippus Arabs.
Het wordt echter pas echt leuk als we nieuwe informatie krijgen over de vijfde, zesde en zevende eeuw. Dan gaat het over de problemen die een einde maakten aan wat ik maar even de “klassieke cultuur” zal noemen, over de Grote Arabische Veroveringen en over het ontstaan van het Kalifaat van Damascus. Toen, in de zevende eeuw, werden de contouren zichtbaar van een nieuw tijdperk, dat we meestal “Middeleeuwen” noemen. Over het Kalifaat hebben we aanzienlijk meer bronnen, maar de overgangsfase is slecht gedocumenteerd, dus elke bron is winst.
Maronitisch?
Het leuke is: deze rond 700 na Chr. samengestelde wereldkroniek is vrijwel contemporain. Hoewel de laatst genoemde gebeurtenis dateert uit 693 na Chr., lijkt de tekst twintig jaar later samengesteld te zijn, in “het jaar 1024” (in de Seleukidische Era). De tekst schijnt oorspronkelijk te zijn geschreven in Syrisch Aramees en is daarna vertaald in het Arabisch. In die versie kennen we haar; ze is gevonden in het Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn.
Het is een christelijke tekst, maar we kunnen specifieker zijn. Er is aandacht voor Sint-Maron, voor het naar deze Syrische heilige vernoemde klooster, en voor de discussie over het monotheletisme, d.w.z. het idee dat Christus twee naturen maar één wil zou hebben gehad. Daarom denken de onderzoekers dat deze wereldkroniek is geschreven door een maronitische christen.
De maronieten woonden, op het moment dat de kroniek werd samengesteld, echter binnen de grenzen van het Kalifaat. De tekst komt dus wél uit het Kalifaat maar is niet islamitisch; en we hebben wél een christelijk perspectief, maar het is niet Byzantijns. De auteur is opmerkelijk positief over Mohammed en lijkt niet te hebben herkend dat de islam een wezenlijk andere godsdienst was dan het christendom. De oorlogen van de Rechtgeleide Kaliefen, waarvan hij de ellendige gevolgen voor de burgers niet ontkent, ziet hij als een straf voor zondige christenen.
Ik heb weinig reden om te twijfelen aan de typering van de bron als maronitisch. Een kanttekening die ik wél wil plaatsen is dat je van zo’n bron zou hebben verwacht dat Johannes Maron zou zijn genoemd, de eerste maronitische patriarch. Hoewel de gebeurtenis die de aanleiding was tot zijn verheffing, het Derde Concilie van Constantinopel in 680/681, wél wordt genoemd, wordt hij zelf niet vermeld. Dat is ronduit opmerkelijk. Ik vraag me af of dit niet is omdat Johannes Maron de auteur is.
Chronologie
Chronologische precisie heeft merkbaar de belangstelling van de samensteller. Een voorbeeld uit de voorgeschiedenis:
Toen Noach zeshonderd jaar oud was, kwam de Vloed over de aarde; het derde [door mij geconsulteerde] handschrift bevestigt dit. In Noachs 344e levensjaar liep het tweede millennium ten einde.
Hij heeft dus diverse bronnen gebruikt en probeert die te combineren. In het voor ons relevante deel dateert hij aan de hand van de regeringsjaren van vorsten, aan de hand van de islamitische jaartelling, aan de hand van een jaartelling sinds de schepping van de wereld en aan de hand van de zojuist genoemde Seleukidische Era: een jaartelling die begint in het jaar dat wij 311 v.Chr. noemen, waarin meestal een nieuwjaarsdag werd aangehouden 1 oktober. Hierop bestonden varianten en in Antiochië, een stad die de belangstelling heeft van onze chroniqueur, heeft men de nieuwjaarsdatum eens aangepast. Je snapt waardoor de kroniek een aardbeving in 458 vermeldt in de verkeerde maand.
Andere vergissingen hebben te maken met het inclusief of exclusief tellen van de regeringsjaren of verschillende manieren om te schrikkelen. Zo kan de samensteller de zonsverduistering van 418 in de verkeerde maand plaatsen. Soms zijn er doubletten: de aardbeving die in 526 Antiochië compleet verwoeste, krijgt niet alleen een verkeerde datum, maar lijkt ook tweemaal te zijn vermeld. Maar al met al snappen we het, en de onregelmatigheden bewijzen dat de auteur een kritische geest was, die geen genoegen nam met één enkele bron.
De vertaling
De Maronitische Wereldkroniek is, zoals gezegd, geschreven in het Syrische Aramees en later vertaald in het Arabisch. Alex Hourani heeft de tekst vorig jaar geheel vertaald in het Engels. En ik heb dat weer vertaald in het Nederlands. Aannemend dat bij elke vertaling 97% van de informatie correct is, zal de in de volgende blogjes geboden vertaling voor ongeveer negen tiende in orde zijn. Misschien ben ik daarmee iets te pessimistisch, want ik heb de indruk dat de tekst, waar controleerbaar, correspondeert met wat al bekend is; dat mogen we wellicht beschouwen als een soort externe controle. Toch noem ik dit even, want u kunt de hierna gegeven vertaling beter niet citeren.
Tot slot: ik heb de stof verdeeld over de negen hierop volgende blogjes, die ik in de loop van vijf of zes dagen online wil plaatsen. Mijns inziens wordt het interessanter naarmate de tekst vordert. Laat u zich niet afschrikken door de twee of drie eerstvolgende stukjes, die inderdaad wat saai zijn. Verderop wordt het spannender, als we aankomen bij de regering van Justinianus.
Literatuur
- Alex Hourani, “The chronicle of the year 693 in Sinaitic Arabic 597” (online gedeelde Engelse vertaling van het geheel, 2025)
- Adrian Pirtea, “A Hitherto Unknown Universal History of the Early Eighth Century: Preliminary Notes on the Maronite Chronicle of 713”, in: Medieval Worlds 23 ( 2025/2026) 155-167
- Alex Hourani, “The chronicle of the year 693” (geactualiseerde Engelse vertaling van het slot, 2026)
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Qasr el-Azraq
augustus 29, 2023
Het Rijk van Toledo (2)
juli 22, 2025
Waardeloze museumstukken?
februari 6, 2021 Deel dit: #AdrianPirtea #AlexHourani #ArabischeVeroveringen #bronnenuitgave #Catharinaklooster #chronologie #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesMaron #KalifaatVanDamascus #maronieten #MaronitischeWereldkroniek #monotheletisme #SeleukidischeEra #SintMaron -
De hoofddoek (2)
Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden doorgaans met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.
Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt wel uit de teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.
Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)
Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:
Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.
Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze de details bespraken, adviseert Paulus de mensen om zich aan de norm te houden. Anders gezegd: het was in Korinthe niet langer vanzelfsprekend. Het advies staat bovendien niet op zichzelf. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, aan niet-getrouwde vrouwen.
Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.
[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
II Parthica, Romes strategische reserve
juli 9, 2025
Simon de Magiër
maart 10, 2024
Moord op de Nijl
februari 16, 2020 Deel dit: #canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten -
De Maghreb in de Middeleeuwen
Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.
Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.
Wat ik wel en niet snap
Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.
Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.
Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)Eenheid en versplintering, deel één
Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.
Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.
Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)Eenheid en versplintering, deel twee
Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.
En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.
Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)Eenheid en versplintering, deel drie
De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.
Ibn Khaldun
Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.
Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Jozef
maart 19, 2018
De Zeven Wonderen van België
juli 3, 2025
Lodewijk de Heilige in Karthago
april 8, 2025 Deel dit:#Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden
-
Koningin Kahina
Moskee in Annaba[Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.
Kahina
Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.
Wat we zeker weten is dat ze zich baseerde op de Berbers van de Aurès, de bergachtige regio waar anderhalve eeuw eerder Masties dux en imperator van de Romeinen en Mauri was geweest. De regio was cruciaal: wie van Kairouan naar de vruchtbare Hautes Plaines reisde, zou er altijd doorheen komen. Het lukte de Arabische generaal Hassan ibn al-Nu‘man, de leider van de vijfde Arabische aanval op de gebieden in het westen, niet om haar daar te verdrijven – sterker nog, hij zou volgens Arabische auteurs zijn teruggedreven naar de Cyrenaica. Dit klinkt als een overdrijving, die geen ander doel dient dan te verklaren waarom daar een paar forten waren die “de kastelen van Hassan” werden genoemd. Vermoedelijk ging Hassan niet verder terug dan de Tripolitana, het noordwesten van Libië.
De zesde Arabische aanval
Hoe dit ook zij en waar waarhen hij zich ook had teruggetrokken: kalief Abd al-Mailik stuurde hem versterkingen voor een hernieuwde opmars naar het westen. Een eerste veldslag vond plaats bij Gabès, waarna Hassans troepen konden terugkeren naar Kairouan en de rest van Ifriqiya. Vervolgens trok hij opnieuw de Aurès-bergen in. De beslissende veldslag zou bij Tabuda hebben plaatsgevonden, de plek waar Uqba ibn Nafi al-Fihri was gesneuveld. Dit keer overwonnen de Arabieren de Berbers; Kahina kwam om het leven.
In de komende jaren – we hebben het vermoedelijk over de jaren 701-703 – reorganiseerde Hassan Ifriqiya en nam hij Tunis in gebruik als vlootbasis voor aanvallen op Byzantijns Sicilië. Het was duidelijk dat de regio permanent zou behoren bij het Kalifaat van Damascus. En aangezien Hassan ibn al-Nu‘man succes had gehad, werd hij in 704 van zijn functie ontheven – zoals gezegd een standaardpraktijk in de Arabische wereld. Geen kalief kon een al te succesvolle generaal accepteren.
Het door de Romeinen gebouwde bronheiligdom in ZaghouanHet slotoffensief
Hassans opvolger als gouverneur van Ifriqiya was Musa ibn Nusayr. Die naam bent u op deze blog eerder tegengekomen, want hij zou het Rijk van Toledo in 711 onderwerpen. In 705 beperkte hij zich tot maatregelen om het Arabische gezag te consolideren, met gevechten in de omgeving van Zaghouan, maar zijn ambitie was om verder naar het westen zoveel mogelijk Berber-slaven te bemachtigen en op transport te zetten naar Damascus.
En dus herhaalde hij de laatste operatie van Uqba ibn Nafi al-Fihri: hij marcheerde over de Hautes Plaines naar Tanger. Anders dan Uqba, die Tanger in handen van exarch Julianus had gelaten, nam Musa de stad in en legerde hij er een garnizoen. Ook elders was duidelijk dat hij er wilde blijven. Musa ontdeed het gebied eerst van een deel van de bewoners, exporteerde die als slaven, en behandelde de overblijvers als onderdanen. Berbers die zich hadden onderworpen, werden geacht zich te bekeren. Bij de bouw van moskeeën (overigens een aanwijzing voor een sedentaire bevolking) werden allerlei oude tempels en kerken gesloopt om het materiaal te recyclen.
Als er nog een Berber-koninkrijk rond Altava bestond, kwam dat nu voorgoed ten einde. Daarmee zou deze reeks blogjes kunnen eindigen: in 708 voltooide Musa de verovering van de Maghreb, en drie jaar later begon de oorlog in Andalusië. Maar er ligt nog een slotvraag. Daarover gaat het laatste blogje.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
De Franken van Nebisgast tot Elegast
november 30, 2024
Adalbert
juni 25, 2017
Qasr el-Azraq
augustus 29, 2023 Deel dit:#Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #exarch #Gabès #HassanIbnAlNuMan #IbnKhaldun #JulianusExarch_ #Kahina #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Marokko #Masties #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #StraatVanGibraltar #Tabuda #Tanger #Tunesië #Tunis #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Zaghouan
-
Het einde van Karthago
De haven van Karthago[Vijfde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Terwijl de Arabische legers oprukten naar Marokko, overleed kalief Yazid I, en gedurende anderhalf jaar was onduidelijk wie de macht zou overnemen. In 685 trad Abd al-Malik aan, die u kunt kennen als de bouwer van de Rotskoepel in Jeruzalem. Pas in 688 kon een nieuw Arabisch leger naar Ifriqiya komen, gecommandeerd door de stokoude Zuhayr ibn Qays, een van de metgezellen van de profeet Mohammed. Kusayla realiseerde zich dat het nog niet ommuurde Kairouan niet te verdedigen was en trok zich terug naar de westelijke bergen, maar werd verslagen en gedood.
Zuhayr kreeg de kans niet om zijn gezag in Ifriqiya afdoende te consolideren, want kort na de overwinning kreeg hij het bericht dat de Byzantijnen in de tegenaanval waren gegaan en de Cyrenaica hadden aangevallen. Zijn aanvoerlijnen waren afgesneden. Hij haastte zich terug en kwam om het leven in een gevecht met de Byzantijnse soldaten.
De vijfde Arabische aanval
Pas in 695 had Abd al-Malik zijn macht voldoende gevestigd om de situatie in het westen definitief te regelen. De generaal die hij aanwees, was Hassan ibn al-Nu‘man. Ik heb tot nu toe zelden de familierelaties van de diverse legeraanvoerders vermeld, omdat de stammen en clans de Nederlandstalige lezer weinig zeggen, maar in dit geval is misschien interessant dat hij behoorde tot de Ghassaniden, de groep die ooit de oostgrens van het Romeinse Rijk had bewaakt. Dit was oude Arabische adel.
Hassans eerste doelwit was Karthago. De stad was geen schim meer van wat ze geweest: de bevolking was door allerlei oorzaken sterk afgenomen, de handel was ingestort, de exarch regeerde over nauwelijks meer dan een paar dorpen in de omgeving, en de Byzantijnse vloten opereerden liever vanaf Sicilië. Daar waren ook de meeste Karthagers al heen gevlucht. Hassan kon de stad zonder problemen overmeesteren. Het even verderop gelegen Bizerte volgde. De Berbers die met de Byzantijnen verbonden waren, trokken zich terug naar de havenstad Annaba.
Maalga, de cisternen van KarthagoDe Byzantijnen waren echter nog niet voorgoed uit Ifriqiya verdreven. Een vloot heroverde Karthago, waarop Hassan de stad voor de tweede keer innam. Ditmaal maakte hij de stad voorgoed onbewoonbaar: hij sloopte de muren, hij vernietigde de Maalga-cisterne en hij blokkeerde de twee havenbekkens. Deze tweede, grondige verovering van Karthago betekende dat de stad nog eeuwenlang militair geen betekenis meer zou hebben. De Byzantijnen keerden nooit meer terug.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Redbad (bis)
augustus 16, 2018
Tussen Oudheid en Middeleeuwen
februari 4, 2012
Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen
april 14, 2021 Deel dit:#AbdAlMalik #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #Cyrenaïca #Ghassaniden #HassanIbnAlNuMan #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Karthago #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #YazidI #ZuhayrIbnQays
-
Het Emiraat van Córdoba (1)
Puerta de Sevilla, Carmona[Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]
Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.
Abd al-Rahman
Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.
De nieuwkomer was voor veel partijen aanvaardbaar. Voor de Berbers gold hij als verwant omdat zijn moeder één van hen was; voor de Qays-Arabieren was hij een partijgenoot; voor de Yaman-Arabieren was hij een Syriër. Hij trouwde met een jodin, wat hem opnieuw steun opleverde. En iedereen zal blij zijn geweest dat hij een einde wist te maken aan de conflicten die het Iberische Schiereiland al sinds 742 teisterden.
In het noorden streed Abd al-Rahman met succes tegen Asturië, een christelijk koninkrijkje waarover ik nog eens zal bloggen. Vanaf 759 betaalde het tribuut, nadat (vermoedelijk) een verdrag was gesloten zoals dat met de Theodomir over wie ik het al eerder heb gehad. Eén van de bepalingen van een dergelijk verdrag was dat de vazalstaat geen steun mocht verlenen aan de vijanden van zijn Arabische verdragspartner en inderdaad heeft Asturië geen steun verleend aan de Frankische legers die in 778 actief waren bezuiden de Pyreneeën. Daarover zo meteen meer.
Abd al-Rahman en de Abbasiden
Abd al-Rahman erkende de Abbasiden half wel en half niet. Hij was natuurlijk onafhankelijk en in die zin erkende hij het gezag van de kalief, die sinds 762 resideerde in Bagdad, niet. Tegelijkertijd erkende Abd al-Rahman dat hij niet heerste in Mekka, Medina en Jeruzalem, zodat hij zich niet, zoals eerdere Ummayadische vorsten, kon presenteren als kalief. Er kon maar één heerser der gelovigen zijn, en dat was niet de emir van Córdoba.
Munt van Abd al-Rahman (Neues Museum, Berlijn)In 763 arriveerde een Abbasidisch leger, dat de Umayyadische opstandeling uit de weg moest ruimen. Na een reis naar Marokko en een overtocht naar wat nu Portugal is, rukte het op in de richting van Córdoba. Abd al-Rahman wachtte zijn tegenstanders op in Carmona, waar hij zich gedurende twee maanden liet belegeren. Toen brak hij uit met een verrassend klein leger van 700 man, waarmee hij het Abbasidische leger wist te verslaan. Ik ben nota bene door de stadspoort gewandeld waar het is gebeurd, de Puerta de Sevilla, maar realiseer me dit pas nu ik deze woorden schrijf.
Abd al-Rahmen liet de hoofden van de verslagenen inpekelen en naar Mekka sturen, waar de Abbasidische kalief, die daar voor de pelgrimage aanwezig was, alleen maar kon verzuchten dat hij blij was dat God tussen hem en El-Andalus de Middellandse Zee had gelegd.
Karel de Grote
Zoals ik al zei, breidde Abd al-Rahman zijn macht stapsgewijs uit naar het noorden. De lokale heersers in het gebied langs de Ebro hadden zich onafhankelijk gemaakt en Yusuf al-Fihri, Abd al-Rahmans voorganger, had ze nog niet onderworpen toen Abd al-Rahman in 755 was aangekomen. Omdat de heerser in Barcelona vreesde dat hij het volgende doelwit van Abd al-Rahmans expansionistische beleid zou zijn, onderwierp deze Suleyman ibn al-Arabi zich in Paderborn aan Karel de Grote – en of die dus maar naar het zuiden wilde komen om Barcelona te beschermen. De Frankische vorst had daar wel oren naar, want de zoons van Yusuf al-Fihri waren eveneens aan zijn hof en hadden hem gevraagd hen te herstellen op de troon van hun vader.
RoncevallesKarel de Grote zag een buitenkans om Barcelona te verwerven en bevriende heersers aan de macht te helpen in Córdoba. Zonder moeilijkheden bereikte het Frankische leger in 778 Barcelona, maar toen ging het mis. De heerser in Barcelona had hem gezegd dat ook de Banu Qasi, een Arabische stam van tot de islam bekeerde christenen rond Zaragoza, steun zou verlenen, maar Karels leger was zó groot dat iedereen begreep dat hij gebieden kwam annexeren. Het beleg van Zaragoza liep uit op een mislukking, de Asturiërs verleenden ook al geen hulp en op de terugweg over de Pyreneeën werd de Frankische achterhoede bij Roncevalles door de Basken overvallen. (De gebeurtenis werd bezongen in het Roelandslied.) Nu de poging van de noordelijke staatjes Karel uit te spelen tegen Abd al-Rahman was mislukt, weerhield niets de emir nog: hij kon zijn macht naar het noorden uitbreiden. Als heerser van vrijwel geheel Iberië overleed hij in 788.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Precolumbiaanse culturen
november 2, 2024
Het einde van de Avaren
november 16, 2019
De Karolingische Renaissance (1)
augustus 19, 2024 Deel dit:#Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Barcelona #Berbers #Carmona #Córdoba #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #KarelDeGrote #Qays #RijkVanToledo #Roelandslied #Roncevalles #Spanje #SuleymanIbnAlArabi #Theodomir #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri #Zaragoza
-
De Arabische verovering van Andalusië (3)
De Pyreneeën[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]
In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.
De slag bij Poitiers
Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.
De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.
Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.
Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij PoitiersSpanningen
Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.
Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.
Burgeroorlog
De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.
Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.
Nieuwe leiders
De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.
Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was vooral bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.
Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Berbers en Arabieren
juni 14, 2017
De keizers van het Byzantijnse Rijk
oktober 27, 2012
Sjamanisme
juli 5, 2025 Deel dit:#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri
-
Faits divers (38)
Grafsteen waarop de naam “Wittiza” voorkomt. (© Pau Marimon Ribas & Jordi Pérez González)Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer Spanje, de joodse Bijbel, archeatrie en een nuttige webpagina van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Spanje
Mocht u ooit nog eens besluiten een koninkrijk te annexeren, dan is het slim om te wachten tot het moment waarop de opvolging ter discussie staat. Alexander onderwierp een verdeeld Perzië, Saladin profiteerde van een verdeeld Koninkrijk Jeruzalem en de Arabische commandant Tariq had, toen hij in 711 overstak van de Maghreb naar het Iberische Schiereiland, de mazzel dat de dynastie in het Rijk van Toledo verdeeld was. Koning Wittiza was dood en Roderik (Rodrigo) had zijn macht nog niet werkelijk gevestigd toen Tariq hem ergens in de regio van Cádiz versloeg en het hele Iberische Schiereiland opeiste voor het Umayyadische Kalifaat van Damascus.
Bij deze belangrijke gebeurtenis zijn heel veel zaken onduidelijk. Is Wittiza vermoord? Wanneer overleed Wittiza? Hoe lang regeerde hij? Wie waren Roderiks tegenstanders vóór hij het opnam tegen Tarik? Het zijn geen wereldschokkende kwesties, want het enige relevante feit is dat Tarik Roderik overwon, maar in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigrafik is zojuist een nieuw puzzelstukje gepubliceerd. Het gaat om een niet heel spectaculaire Latijnse inscriptie, die bewijst dat Wittiza in maart 709, zijn negende regeringsjaar, nog in leven was. Dit is in lijn met de enige andere inscriptie van deze vorst, die in de zeventiende eeuw was te zien in een klooster in Madrid maar sindsdien zoek is; deze vermeldt Wittiza als koning in 700. We weten nu dus met iets meer zekerheid wanneer de laatste koning van post-Romeins Spanje regeerde, niet meer en niet minder. Het is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers.
De joodse Bijbel
De joodse Bijbel bestaat uit ruwweg drie delen: de Wet (Genesis tot en met Deuteronium), het tussen 620 en 585 v.Chr. samengestelde Deuteronomistisch Geschiedwerk (Jozua tot en met 2 Koningen) en de rest. De twee eerste delen gaan terug op eerdere bronnen, die verloren zijn gegaan maar die geleerden al sinds de achttiende eeuw proberen te identificeren. Nog altijd kun je veelkleurige “regenboogbijbels” kopen waarin elke kleur een andere redacteur identificeert.
Aan de stilistische, linguïstische, theologische, historische en archeologische argumenten is nu de artificiële intelligentie toegevoegd – feitelijk een specifieke vorm van stilistisch en linguïstisch onderzoek. De weinig verrassende conclusie is dat de oudste delen van Deuteronomium en het Deuteronomistisch Geschiedwerk nauwer met elkaar verwant zijn dan met de delen van de Wet die eerdere onderzoekers rekenen tot de zogeheten priesterlijke redactie.
We weten iets dat we al wisten dus iets beter. Dat is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers. En nu de methode blijkt te werken, kun je verwachten dat ze wordt losgelaten op andere delen waarvan onderzoekers zich afvragen welke delen door welke auteur zijn geschreven.
Archeatrie
Een psycholoog bestudeert de menselijke ziel en een psychiater geneest de ziel. Zou het niet logisch zijn, opperde mijn zakenpartner ooit, als er naast archeologen ook archeaters waren – mensen die een opgraving herstelden naar de oorspronkelijke staat? Dat was, een grap, vanzelfsprekend, en ik denk eraan terug omdat de grap op een satirische site opnieuw is gemaakt.
Er is echter een serieus aspect: wat is de oorspronkelijke staat? Een voorbeeld: toen het Parthenon in Athene werd teruggebracht naar de oorspronkelijke staat, werden Byzantijnse aanslibsels verwijderd, die ook een zekere waarde hebben. Deze thematiek is voer voor erfgoedspecialisten en boeiend.
Tot slot
Ik brom vaak over het feit dat archeologen zichzelf vaak presenteren met vondsten en nooit met archeologie. Afgaand op de publieke media, concludeer je dat archeologen louter trivia produceren en geen bijdrage leveren aan de (sociale) wetenschappen. Graag erken ik dat het ook weleens goed gaat: dit is een nuttige pagina.
Tot zover deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks Faits divers.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#artificiëleIntelligentie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Deuteronomium #erfgoed #FaitsDivers #inscriptie #KalifaatVanDamascus #RijkVanToledo #Roderik #stylometrie #TariqIbnZiyad #Wittiza
-
Islamitisch recht (6) de kalief
Geleerden reizen van keizer Theofilos (r) naar kalief Al-Ma’mun (l)[Dit is het zesde van acht blogjes over het ontstaan van de islam. Het eerste was hier.]
In de voorgaande vijf blogjes heb ik verteld hoe binnen het Kalifaat behoefte groeide aan een islamitisch rechtsstelsel en hoe de rechtsgeleerden, de ulama, iets volkomen nieuws ontwierpen, dat noch op het joodse, noch op het christelijke, noch op het Romeinse Recht leek. In het islamitische recht was een duidelijke hiërarchie van rechtsbronnen, maar één bron was opvallend afwezig: de kalief.
De visie van de kalief
Hadiths over de eerste vier kaliefen, de “rechtgeleide kaliefen”, werden in overweging genomen. Zij hadden de Profeet nog gekend. De beslissingen van de Umayyadische kaliefen hadden in de tijd van de Abbasidische kaliefen echter geen groot gezag. Althans voor de rechtsgeleerden. De heerser der gelovigen zelf zag dat anders. Een kalief was een plaatsbekleder – en niet van Mohammed, zoals je weleens leest. Inscripties, munten en vroege islamitische teksten maken duidelijk dat de kalief zichzelf zag als de plaatsbekleder van God op aarde.
De visies van de rechtsgeleerden en de kalief botsen op een wezenlijk punt. De eersten dachten egalitair en benadrukten dat ieder mens een persoonlijke relatie had tot God; de tweede ging uit van de hiërarchie. Omdat de twee partijen niet allebei gelijk konden hebben, groeiden er spanningen. De Abbasidische heersers, die aanvankelijk sympathiseerden met de juristen, kwamen daar dan ook van terug. En uiteraard was deze volte-face in de ogen van elke rechtsgeleerde niets minder dan ketterij, zodat de ergernis wederzijds was.
Toch viel er wel iets voor de Abbasidische politiek te zeggen. Terwijl de Umayyaden de niet-Arabische moslims hadden beschouwd als tweederangs burgers, stonden de Abbasiden meer open voor andere culturen dan de Arabische. Op hun manier dachten ook zij egalitair. De neiging het ene volk niet boven het ander te zetten, leidde tot de opbloei van de wetenschappen. Welke implicaties dat had voor de relatie tussen kalief en rechtsgeleerden, zal ik in het volgende blogje tonen.
De Arabische wetenschap
Hoewel het Arabisch de geprivilegieerde hoftaal bleef, werden in Bagdad alle talen van de islamitische wereld gesproken en bestudeerd. De geleerden benutten daarbij uit het Grieks vertaalde inleidingen tot de taalkunde. Al snel werden ook de werken van Griekse artsen en andere praktische geleerden in het Arabisch omgezet, want de Abbasiden, die door een staatsgreep aan de macht waren gekomen, wilden tonen dat hun heerschappij het leven van de moslims verbeterde.
Ook meer theoretische teksten werden vertaald en zo kwam het dat de Arabieren omstreeks 800 beschikten over vertalingen van Aristoteles’ Organon en zijn Poëtica, een handvol dialogen van Plato en enkele neoplatoonse werken. Eenkennig was men overigens niet: al eerder waren Syrische, Indische en Perzische teksten vertaald.
Met name kalief Al-Ma’mun heeft de bestudering van het Griekse materiaal bevorderd. In 830 stichtte hij in Bagdad het Huis der Wijsheid, waar zo’n honderd vertalers werkten.
Men zegt dat Al-Ma’mun een droom had waarin het hem toescheen dat een statige oude man, gezeten op een lessenaar, een lezing hield en zei: “Ik ben Aristoteles.” Toen hij ontwaakte uit zijn droom vroeg hij wie Aristoteles was. Men zei tegen hem: “Dat is een wijsgeer van de Grieken.”
Hij liet Hunayn ibn Ishaq halen, omdat hij niemand kon vinden die hem evenaarde in het vertalen van de boeken van de Griekse wijsgeren in het Arabisch, en hij schonk hem zeer veel geld en cadeaus en zei hem: “Ik zag in mijn droom dat er een man zat op de zetel in mijn raadzaal waar ik zelf altijd op zit. Ik werd vervuld van respect voor hem en vroeg wie hij was. Men zei dat het Aristoteles was en ik zei dat ik hem eens wat zou vragen. Dus vroeg ik hem: ‘Wat is het goede?’ Hij zei: ‘Wat het verstand als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Wat de massa als goed beschouwt.’ Daarop zei ik: ‘En verder?’ Hij zei: ‘Verder niets.’
Deze droom was de belangrijkste aanleiding om boeken op te halen. Al-Ma’mun was in schriftelijk contact gekomen met de koning van de Byzantijnen [Theofilos], over wie hij de overhand had gekregen. Hij vroeg hem om toestemming voor de overdracht van de klassieke wetenschappen, die bewaard werden in het land van de Byzantijnen. Na een aanvankelijke weigering stemde de koning daarmee in. Al-Ma’mun stuurde voor dat doel een groep mensen, die meenamen wat ze wilden, en toen ze het gebracht hadden, gaf hij hun opdracht het te vertalen en dat deden zij. noot Overgeleverd in de collectie geleerdenbiografieën van Ibn Abi Usaybia; vert. Versteegh.Zoals na een visioen over Aristoteles wellicht viel te verwachten, legde Hunayn ibn Ishaq, een jonge christelijke geleerde, zich bij zijn vertaalwerkzaamheden vooral toe op de medische traktaten. Maar er werden ook andere teksten vertaald, zoals de publicaties van wiskundigen, filosofen en astronomen. Sommige teksten werden meer dan eens vertaald, en het is aardig te zien dat jongere vertalingen een zelfverzekerder Arabisch tonen: waar het Griekse woord diabetes – dat dat zoiets als “doorstroming” betekent – aanvankelijk nog werd weergegeven met het leenwoord diyabita, koos men later voor een eigen woord, da’ al-sukkar, waarvan ons “suikerziekte” de letterlijke vertaling is.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Verdeeld en herenigd China
mei 3, 2025
Precolumbiaanse culturen
november 2, 2024
De sji’ieten van Irak (3)
oktober 30, 2021 Deel dit:#Abbasiden #AlMaMun #ArabischeTalen #Aristoteles #hadith #HuisDerWijsheid #islamisering #islamitischRecht #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Mohammed #Plato #TheofilosKeizer_ #ulama #Umayyaden