#arabischeveroveringen — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #arabischeveroveringen, aggregated by home.social.
-
De Maronitische Wereldkroniek (1) Inleiding
Sint-MaronDit is het eerste van tien blogjes over de onlangs ontdekte Maronitische Wereldkroniek. Ik zal daarin een becommentarieerde vertaling geven van het interessantste deel. En ik zeg meteen: die vertaling heeft geen enkele pretentie. Daarover straks meer. Maar eerst: wat is de Maronitische Wereldkroniek?
Het belang
Zoals de naam al aangeeft, is het een overzicht van de geschiedenis van de wereld, die volgens de samensteller al ruim zes millennia oud was. Het eerste deel is voor ons niet bijster interessant: het is vooral een overzicht van de bijbelse geschiedenis, dat we uit andere bronnen beter kennen. (Geestig is het synchronisme van de krachtpatsers Simson en Herakles.) Na de tijd van de twee koninkrijken en de Babylonische Ballingschap lezen we over Alexander de Grote en het hellenisme. De auteur schrijft dat keizer Augustus koningin Kleopatra liet vermoorden, iets wat vermoedelijk waar is, maar niet staat in andere bronnen.
Uiteraard is er een verwijzing naar het leven van Christus, en daarop volgt een combinatie van kerkgeschiedenis en informatie over het Romeinse Rijk. Leuk detail: de legende van de vorst die niet zou zijn overleden maar is heengegaan (zoals koning Arthur), zou door christenen zijn toegepast op Philippus Arabs.
Het wordt echter pas echt leuk als we nieuwe informatie krijgen over de vijfde, zesde en zevende eeuw. Dan gaat het over de problemen die een einde maakten aan wat ik maar even de “klassieke cultuur” zal noemen, over de Grote Arabische Veroveringen en over het ontstaan van het Kalifaat van Damascus. Toen, in de zevende eeuw, werden de contouren zichtbaar van een nieuw tijdperk, dat we meestal “Middeleeuwen” noemen. Over het Kalifaat hebben we aanzienlijk meer bronnen, maar de overgangsfase is slecht gedocumenteerd, dus elke bron is winst.
Maronitisch?
Het leuke is: deze rond 700 na Chr. samengestelde wereldkroniek is vrijwel contemporain. Hoewel de laatst genoemde gebeurtenis dateert uit 693 na Chr., lijkt de tekst twintig jaar later samengesteld te zijn, in “het jaar 1024” (in de Seleukidische Era). De tekst schijnt oorspronkelijk te zijn geschreven in Syrisch Aramees en is daarna vertaald in het Arabisch. In die versie kennen we haar; ze is gevonden in het Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn.
Het is een christelijke tekst, maar we kunnen specifieker zijn. Er is aandacht voor Sint-Maron, voor het naar deze Syrische heilige vernoemde klooster, en voor de discussie over het monotheletisme, d.w.z. het idee dat Christus twee naturen maar één wil zou hebben gehad. Daarom denken de onderzoekers dat deze wereldkroniek is geschreven door een maronitische christen.
De maronieten woonden, op het moment dat de kroniek werd samengesteld, echter binnen de grenzen van het Kalifaat. De tekst komt dus wél uit het Kalifaat maar is niet islamitisch; en we hebben wél een christelijk perspectief, maar het is niet Byzantijns. De auteur is opmerkelijk positief over Mohammed en lijkt niet te hebben herkend dat de islam een wezenlijk andere godsdienst was dan het christendom. De oorlogen van de Rechtgeleide Kaliefen, waarvan hij de ellendige gevolgen voor de burgers niet ontkent, ziet hij als een straf voor zondige christenen.
Ik heb weinig reden om te twijfelen aan de typering van de bron als maronitisch. Een kanttekening die ik wél wil plaatsen is dat je van zo’n bron zou hebben verwacht dat Johannes Maron zou zijn genoemd, de eerste maronitische patriarch. Hoewel de gebeurtenis die de aanleiding was tot zijn verheffing, het Derde Concilie van Constantinopel in 680/681, wél wordt genoemd, wordt hij zelf niet vermeld. Dat is ronduit opmerkelijk. Ik vraag me af of dit niet is omdat Johannes Maron de auteur is.
Chronologie
Chronologische precisie heeft merkbaar de belangstelling van de samensteller. Een voorbeeld uit de voorgeschiedenis:
Toen Noach zeshonderd jaar oud was, kwam de Vloed over de aarde; het derde [door mij geconsulteerde] handschrift bevestigt dit. In Noachs 344e levensjaar liep het tweede millennium ten einde.
Hij heeft dus diverse bronnen gebruikt en probeert die te combineren. In het voor ons relevante deel dateert hij aan de hand van de regeringsjaren van vorsten, aan de hand van de islamitische jaartelling, aan de hand van een jaartelling sinds de schepping van de wereld en aan de hand van de zojuist genoemde Seleukidische Era: een jaartelling die begint in het jaar dat wij 311 v.Chr. noemen, waarin meestal een nieuwjaarsdag werd aangehouden 1 oktober. Hierop bestonden varianten en in Antiochië, een stad die de belangstelling heeft van onze chroniqueur, heeft men de nieuwjaarsdatum eens aangepast. Je snapt waardoor de kroniek een aardbeving in 458 vermeldt in de verkeerde maand.
Andere vergissingen hebben te maken met het inclusief of exclusief tellen van de regeringsjaren of verschillende manieren om te schrikkelen. Zo kan de samensteller de zonsverduistering van 418 in de verkeerde maand plaatsen. Soms zijn er doubletten: de aardbeving die in 526 Antiochië compleet verwoeste, krijgt niet alleen een verkeerde datum, maar lijkt ook tweemaal te zijn vermeld. Maar al met al snappen we het, en de onregelmatigheden bewijzen dat de auteur een kritische geest was, die geen genoegen nam met één enkele bron.
De vertaling
De Maronitische Wereldkroniek is, zoals gezegd, geschreven in het Syrische Aramees en later vertaald in het Arabisch. Alex Hourani heeft de tekst vorig jaar geheel vertaald in het Engels. En ik heb dat weer vertaald in het Nederlands. Aannemend dat bij elke vertaling 97% van de informatie correct is, zal de in de volgende blogjes geboden vertaling voor ongeveer negen tiende in orde zijn. Misschien ben ik daarmee iets te pessimistisch, want ik heb de indruk dat de tekst, waar controleerbaar, correspondeert met wat al bekend is; dat mogen we wellicht beschouwen als een soort externe controle. Toch noem ik dit even, want u kunt de hierna gegeven vertaling beter niet citeren.
Tot slot: ik heb de stof verdeeld over de negen hierop volgende blogjes, die ik in de loop van vijf of zes dagen online wil plaatsen. Mijns inziens wordt het interessanter naarmate de tekst vordert. Laat u zich niet afschrikken door de twee of drie eerstvolgende stukjes, die inderdaad wat saai zijn. Verderop wordt het spannender, als we aankomen bij de regering van Justinianus.
Literatuur
- Alex Hourani, “The chronicle of the year 693 in Sinaitic Arabic 597” (online gedeelde Engelse vertaling van het geheel, 2025)
- Adrian Pirtea, “A Hitherto Unknown Universal History of the Early Eighth Century: Preliminary Notes on the Maronite Chronicle of 713”, in: Medieval Worlds 23 ( 2025/2026) 155-167
- Alex Hourani, “The chronicle of the year 693” (geactualiseerde Engelse vertaling van het slot, 2026)
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Qasr el-Azraq
augustus 29, 2023
Het Rijk van Toledo (2)
juli 22, 2025
Waardeloze museumstukken?
februari 6, 2021 Deel dit: #AdrianPirtea #AlexHourani #ArabischeVeroveringen #bronnenuitgave #Catharinaklooster #chronologie #DerdeConcilieVanConstantinopel #JohannesMaron #KalifaatVanDamascus #maronieten #MaronitischeWereldkroniek #monotheletisme #SeleukidischeEra #SintMaron -
Koningin Kahina
Moskee in Annaba[Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.
Kahina
Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.
Wat we zeker weten is dat ze zich baseerde op de Berbers van de Aurès, de bergachtige regio waar anderhalve eeuw eerder Masties dux en imperator van de Romeinen en Mauri was geweest. De regio was cruciaal: wie van Kairouan naar de vruchtbare Hautes Plaines reisde, zou er altijd doorheen komen. Het lukte de Arabische generaal Hassan ibn al-Nu‘man, de leider van de vijfde Arabische aanval op de gebieden in het westen, niet om haar daar te verdrijven – sterker nog, hij zou volgens Arabische auteurs zijn teruggedreven naar de Cyrenaica. Dit klinkt als een overdrijving, die geen ander doel dient dan te verklaren waarom daar een paar forten waren die “de kastelen van Hassan” werden genoemd. Vermoedelijk ging Hassan niet verder terug dan de Tripolitana, het noordwesten van Libië.
De zesde Arabische aanval
Hoe dit ook zij en waar waarhen hij zich ook had teruggetrokken: kalief Abd al-Mailik stuurde hem versterkingen voor een hernieuwde opmars naar het westen. Een eerste veldslag vond plaats bij Gabès, waarna Hassans troepen konden terugkeren naar Kairouan en de rest van Ifriqiya. Vervolgens trok hij opnieuw de Aurès-bergen in. De beslissende veldslag zou bij Tabuda hebben plaatsgevonden, de plek waar Uqba ibn Nafi al-Fihri was gesneuveld. Dit keer overwonnen de Arabieren de Berbers; Kahina kwam om het leven.
In de komende jaren – we hebben het vermoedelijk over de jaren 701-703 – reorganiseerde Hassan Ifriqiya en nam hij Tunis in gebruik als vlootbasis voor aanvallen op Byzantijns Sicilië. Het was duidelijk dat de regio permanent zou behoren bij het Kalifaat van Damascus. En aangezien Hassan ibn al-Nu‘man succes had gehad, werd hij in 704 van zijn functie ontheven – zoals gezegd een standaardpraktijk in de Arabische wereld. Geen kalief kon een al te succesvolle generaal accepteren.
Het door de Romeinen gebouwde bronheiligdom in ZaghouanHet slotoffensief
Hassans opvolger als gouverneur van Ifriqiya was Musa ibn Nusayr. Die naam bent u op deze blog eerder tegengekomen, want hij zou het Rijk van Toledo in 711 onderwerpen. In 705 beperkte hij zich tot maatregelen om het Arabische gezag te consolideren, met gevechten in de omgeving van Zaghouan, maar zijn ambitie was om verder naar het westen zoveel mogelijk Berber-slaven te bemachtigen en op transport te zetten naar Damascus.
En dus herhaalde hij de laatste operatie van Uqba ibn Nafi al-Fihri: hij marcheerde over de Hautes Plaines naar Tanger. Anders dan Uqba, die Tanger in handen van exarch Julianus had gelaten, nam Musa de stad in en legerde hij er een garnizoen. Ook elders was duidelijk dat hij er wilde blijven. Musa ontdeed het gebied eerst van een deel van de bewoners, exporteerde die als slaven, en behandelde de overblijvers als onderdanen. Berbers die zich hadden onderworpen, werden geacht zich te bekeren. Bij de bouw van moskeeën (overigens een aanwijzing voor een sedentaire bevolking) werden allerlei oude tempels en kerken gesloopt om het materiaal te recyclen.
Als er nog een Berber-koninkrijk rond Altava bestond, kwam dat nu voorgoed ten einde. Daarmee zou deze reeks blogjes kunnen eindigen: in 708 voltooide Musa de verovering van de Maghreb, en drie jaar later begon de oorlog in Andalusië. Maar er ligt nog een slotvraag. Daarover gaat het laatste blogje.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
De Franken van Nebisgast tot Elegast
november 30, 2024
Adalbert
juni 25, 2017
Qasr el-Azraq
augustus 29, 2023 Deel dit:#Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #exarch #Gabès #HassanIbnAlNuMan #IbnKhaldun #JulianusExarch_ #Kahina #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Marokko #Masties #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #StraatVanGibraltar #Tabuda #Tanger #Tunesië #Tunis #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Zaghouan
-
Het einde van Karthago
De haven van Karthago[Vijfde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Terwijl de Arabische legers oprukten naar Marokko, overleed kalief Yazid I, en gedurende anderhalf jaar was onduidelijk wie de macht zou overnemen. In 685 trad Abd al-Malik aan, die u kunt kennen als de bouwer van de Rotskoepel in Jeruzalem. Pas in 688 kon een nieuw Arabisch leger naar Ifriqiya komen, gecommandeerd door de stokoude Zuhayr ibn Qays, een van de metgezellen van de profeet Mohammed. Kusayla realiseerde zich dat het nog niet ommuurde Kairouan niet te verdedigen was en trok zich terug naar de westelijke bergen, maar werd verslagen en gedood.
Zuhayr kreeg de kans niet om zijn gezag in Ifriqiya afdoende te consolideren, want kort na de overwinning kreeg hij het bericht dat de Byzantijnen in de tegenaanval waren gegaan en de Cyrenaica hadden aangevallen. Zijn aanvoerlijnen waren afgesneden. Hij haastte zich terug en kwam om het leven in een gevecht met de Byzantijnse soldaten.
De vijfde Arabische aanval
Pas in 695 had Abd al-Malik zijn macht voldoende gevestigd om de situatie in het westen definitief te regelen. De generaal die hij aanwees, was Hassan ibn al-Nu‘man. Ik heb tot nu toe zelden de familierelaties van de diverse legeraanvoerders vermeld, omdat de stammen en clans de Nederlandstalige lezer weinig zeggen, maar in dit geval is misschien interessant dat hij behoorde tot de Ghassaniden, de groep die ooit de oostgrens van het Romeinse Rijk had bewaakt. Dit was oude Arabische adel.
Hassans eerste doelwit was Karthago. De stad was geen schim meer van wat ze geweest: de bevolking was door allerlei oorzaken sterk afgenomen, de handel was ingestort, de exarch regeerde over nauwelijks meer dan een paar dorpen in de omgeving, en de Byzantijnse vloten opereerden liever vanaf Sicilië. Daar waren ook de meeste Karthagers al heen gevlucht. Hassan kon de stad zonder problemen overmeesteren. Het even verderop gelegen Bizerte volgde. De Berbers die met de Byzantijnen verbonden waren, trokken zich terug naar de havenstad Annaba.
Maalga, de cisternen van KarthagoDe Byzantijnen waren echter nog niet voorgoed uit Ifriqiya verdreven. Een vloot heroverde Karthago, waarop Hassan de stad voor de tweede keer innam. Ditmaal maakte hij de stad voorgoed onbewoonbaar: hij sloopte de muren, hij vernietigde de Maalga-cisterne en hij blokkeerde de twee havenbekkens. Deze tweede, grondige verovering van Karthago betekende dat de stad nog eeuwenlang militair geen betekenis meer zou hebben. De Byzantijnen keerden nooit meer terug.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Redbad (bis)
augustus 16, 2018
Tussen Oudheid en Middeleeuwen
februari 4, 2012
Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen
april 14, 2021 Deel dit:#AbdAlMalik #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #Cyrenaïca #Ghassaniden #HassanIbnAlNuMan #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Karthago #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #YazidI #ZuhayrIbnQays
-
Faits divers (32): wetenschapsnieuws, slecht en goed
Het slagveld bij Qadisiyya (©Antiquity Publications)Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee stukjes waarmee je de Oudheid wel in het nieuws wil hebben en twee stukjes hoe het niet moet. Eerst het slechte en dan het goede nieuws.
***
Nikolaas van Myra
Op 6 december was het een kleine 1700 jaar geleden dat Nikolaas, bisschop van Myra ontsliep. En omdat over de hele wereld mensen de heilige vereren, is dat voor archeologen in Demre, zoals Myra nu heet, een buitenkans om naar publiciteit en fondsen te hengelen. Zo komt het dat er elk jaar wel een vondst wordt gemeld die zou bewijzen dat Nikolaas’ gebeente nog in Myra rust (en niet in 1087 is overgebracht naar Bari). Zo toont het museum in Antalya botfragmenten, hadden we een paar jaar geleden deze holle claim, die daarna werd herhaald, en was er nu deze flauwekul.
Eh, soldaat?
Een wonderlijk bericht uit Heerlen ofwel Coriovallum: in een graf is wat Italiaans aardewerk gevonden, waaronder een kom met de graffito FLAC. Dat kan slaan op een Romeinse eigennaam als Flaccus of Flachilla. Alternatieven zijn flaccidus (“week”, “misbaksel”) of een Germaans of Gallisch woord. De betrokken archeologen kiezen voor Flaccus en denken dat hij de eigenaar was. Tot zover snap ik het, maar dan:
Het aardewerk, dat uit Italië afkomstig is, bevestigt dat Flaccus een Romeinse soldaat was.
Dit is een non sequitur. Er ontbreekt een stukje in de redenering. Het kan waar zijn, maar niet op grond van alleen het aardewerk. Waarom geen koopman, bouwkundige of slaaf? Elders lezen we dat de man – was het een man? – mogelijk heeft meegewerkt aan de aanleg van de heerbaan van Keulen naar de Noordzee. Die weg is een puik thema, waar Robert Nouwen recentelijk een goed boek over schreef, maar deze speculatie kun je loslaten op n’importe welk vroeg graf. Ik lees ook
Volgend jaar presenteren archeologen en andere experts de eerste resultaten van het onderzoek aan het publiek.
Ik wou dat archeologen stopten met het zoeken van publiciteit vóór er een rapport is. En ik wou dat journalisten geen aandacht besteedden aan wetenschappers die hun verhaal niet af hebben. Van de limes zijn we het junk nieuws inmiddels gewend, maar van Heerlen, als hoofdstad van Romeins Nederland, verwacht je professionaliteit.
Genoeg gemopperd
Er is ook leuk nieuws. Zoals dit.
Thule
Olivier van Renswoude is al jaren bezig met het voornaamste en meest vanzelfsprekende antieke erfgoed, onze taal. Zijn website Taaldacht is een schatkamer tjokvol informatie over Germaanse woorden, en vaak zijn er koppelingen met de archeologie mogelijk: denk aan oeroude plaatsnamen, maar denk ook aan de Bataaf Imerix, de door Ptolemaios vermelde waterlopen aan de Waddenzee, de godinnen Ahuardua en Tanfana en de god Halamardus, de namen van de pre-Romeinse stammen, een geloofwaardige etymologie van Metuonis en een beschouwing over het Kolenwoud.
En nu is er een wel heel leuke toevoeging aan al dit moois, namelijk een heel plausibele verklaring voor de plaatsnaam Thule. Deze plek is vooral bekend van Pytheas van Marseille, waarover ik al vaker schreef (hier en liever niet hier maar wel daar); Thule was het verste punt van zijn reis over de Atlantische Oceaan. We weten er weinig meer van dan dat het bij het ijs lag. Van Renswoude legt nu, na wat taalkundige plaatsbepalingen, een verband met het Oud-Germaanse woord *Tūlō, “ver weg”.
Nog beter dan dat is dat de door Pytheas gegeven beschrijving van Thule als “het oord waar de zon te ruste gaat”. Omdat u en ik denken in een West-Germaanse taal – zoals gezegd ons voornaamste en meest vanzelfsprekende erfgoed – lezen we daar overheen. De uitdrukking is echter zó ingeburgerd in alle West-Germaanse talen, dat ze oeroud moet zijn. En Pytheas, voor wie dit geen vanzelfsprekende uitdrukking was, heeft die als opmerkelijk genoteerd, samen met het Germaanse woord *Tūlō.
Je kunt Thule humoristisch vertalen als Verwegistan of Afgelegië. Maar het voornaamste is dat Pytheas zijn informatie dus heeft opgedaan in een gebied waar men Germaans of een daar sterk op lijkende taal.
Veldslag
Van tijd tot tijd worden oude luchtfoto’s openbaar gemaakt, waarop archeologen dan allerlei dingen ontdekken. De middeleeuwse versterkte boerderijen van West-Vlaanderen kennen we bijvoorbeeld van verkenningsfoto’s uit de Eerste Wereldoorlog. In de tussenliggende eeuw zijn allerlei akkers en velden overbouwd of door diepploegen of ruilverkaveling veranderd, en dan zijn foto’s uit 1914-1918 ineens heel nuttig. Hetzelfde geldt voor de foto’s die spionagesatellieten maakten tijdens de Koude Oorlog. Vroeg of laat worden die gedeclassificeerd, en ook dat is goud voor archeologen.
Een recent voorbeeld is de identificatie van Qadisiyya, waar een van de belangrijkste veldslagen op de overgang van Oudheid naar Middeleeuwen plaatsvond. Het Arabische leger, uitgezonden door kalief Omar, versloeg hier in 636 na Chr. het leger van de Sassanidische Perzen. De locatie, een Sassanidisch fort en een gracht zijn geïdentificeerd en later door ground truthing bevestigd. Zie de foto hierboven.
Dit lost verder geen belangrijke vragen op, maar het helpt wel om de operatie beter te begrijpen. Voer voor krijgshistorici dus.
Tot slot
Tot slot wens ik u een mooi 2025, met minder oudheidkundige aandachttrekkerij, en met meer écht nieuws. Dat kan best: kijk maar hoe Van Renswoude u stap voor stap meeneemt in zijn afwegingen, zonder dat het ergens jargon wordt, of kijk hoe het artikel over Qadisiyya de methode toelicht en uitlegt de conclusie pas klopte na ground truthing. De journalist heeft gewoon de publicatie afgewacht. Kortom: oudheidkundige voorlichting kan ook wel professioneel. En professioneler nieuws over de Oudheid, dat wens ik u van harte toe. Plus gezondheid en geluk en wereldvrede, maar dat vermoedde u al.
Morgen de oudejaarsvragen!
Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#ArabischeVeroveringen #Coriovallum #Demre #FaitsDivers #GermaanseTalen #groundTruthing #Heerlen #Myra #OlivierVanRenswoude #PtolemaiosVanAlexandrië #Pytheas #Sassaniden #satellietfotografie #slagBijQadisiyya #Thule