home.social

#algerije — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #algerije, aggregated by home.social.

  1. 📰 Zeven aanhoudingen na mishandeling Algerijnse voetbalfans voor WK-uitwaaiwedstrijd

    nieuwsjunkies.nl/artikel/1L5k

    🕡 18:16 | NOS Nieuws
    🔸 #Mishandeling #Arrestatie #Verbod #Algerije #Verdachte

  2. 📰 Zeven aanhoudingen na mishandeling Algerijnse voetbalfans voor WK-uitwaaiwedstrijd

    nieuwsjunkies.nl/artikel/1L5k

    🕡 18:16 | NOS Nieuws
    🔸 #Mishandeling #Arrestatie #Verbod #Algerije #Verdachte

  3. 📰 Zeven aanhoudingen na mishandeling Algerijnse voetbalfans voor WK-uitwaaiwedstrijd

    nieuwsjunkies.nl/artikel/1L5k

    🕡 18:16 | NOS Nieuws
    🔸 #Mishandeling #Arrestatie #Verbod #Algerije #Verdachte

  4. 𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲 𝗻𝗲𝗲𝗺𝘁 𝗼𝗽 𝗪𝗞 𝗶𝗻 𝘀𝗹𝗼𝘁𝗳𝗮𝘀𝗲 𝗮𝗳𝘀𝘁𝗮𝗻𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗝𝗼𝗿𝗱𝗮𝗻𝗶ë

    Algerije heeft op het wereldkampioenschap voetbal een belangrijke zege geboekt op Jordanië. Het elftal van bondscoach Vladimir Petković won in San Francisco met 2-1.

    rtl.nl/nieuws/sport/artikel/56

    #Algerije #WK #Jordanië

  5. 𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲 𝗻𝗲𝗲𝗺𝘁 𝗼𝗽 𝗪𝗞 𝗶𝗻 𝘀𝗹𝗼𝘁𝗳𝗮𝘀𝗲 𝗮𝗳𝘀𝘁𝗮𝗻𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗝𝗼𝗿𝗱𝗮𝗻𝗶ë

    Algerije heeft op het wereldkampioenschap voetbal een belangrijke zege geboekt op Jordanië. Het elftal van bondscoach Vladimir Petković won in San Francisco met 2-1.

    rtl.nl/nieuws/sport/artikel/56

    #Algerije #WK #Jordanië

  6. 📰 Oranje verliest in De Kuip uitzwaaiwedstrijd WK van Algerije, Hadj Moussa matchwinner

    nieuwsjunkies.nl/artikel/1Hdw

    🕥 22:40 | NOS Sport
    🔸 #DeKuip #Oranje #Algerije #WK

  7. 𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲 𝗺𝗲𝘁 𝗛𝗮𝗱𝗷 𝗠𝗼𝘂𝘀𝘀𝗮 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝗸𝘄𝗮𝗿𝘁𝗳𝗶𝗻𝗮𝗹𝗲𝘀 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗔𝗳𝗿𝗶𝗸𝗮 𝗖𝘂𝗽

    Feyenoord begint zondag zonder Anis Hadj Moussa aan de hervatting van de Eredivisie. De Algerijn plaatste zich dinsdagavond samen met Ramiz Zerrouki van FC Twente voor de kwartfinales van de Afrika Cup. Algerije won in Rabat na verlenging met 1-0 van de Democratische Republiek Congo en treft...

    rtl.nl/nieuws/sport/artikel/55

    #Algerije #HadjMoussa #kwartfinales

  8. 𝗔𝗹𝗴𝗲𝗿𝗶𝗷𝗲 𝗺𝗲𝘁 𝗛𝗮𝗱𝗷 𝗠𝗼𝘂𝘀𝘀𝗮 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝗸𝘄𝗮𝗿𝘁𝗳𝗶𝗻𝗮𝗹𝗲𝘀 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗔𝗳𝗿𝗶𝗸𝗮 𝗖𝘂𝗽

    Feyenoord begint zondag zonder Anis Hadj Moussa aan de hervatting van de Eredivisie. De Algerijn plaatste zich dinsdagavond samen met Ramiz Zerrouki van FC Twente voor de kwartfinales van de Afrika Cup. Algerije won in Rabat na verlenging met 1-0 van de Democratische Republiek Congo en treft...

    rtl.nl/nieuws/sport/artikel/55

    #Algerije #HadjMoussa #kwartfinales

  9. Asinus nica

    Asinus Nica (Huis van de ezel, Djemila)

    Het bovenstaande Romeinse mozaïek, dat dateert uit de late vierde of vroege vijfde eeuw na Chr., is te zien in het museum van Djemila in Algerije, de antieke stad Cuicul. Het opschriftnoot EDCS-23600210. combineert het Latijnse woord voor ezel, asinus, met de in Latijnse letters geschreven Griekse strijdkreet nika, “win!” Het woord kan ook verwijzen naar de personificatie van de overwinning. De ezel moet dus winnen, of heeft gewonnen, of zal winnen, of overwint – de strekking is duidelijk. De zegevierende ezel was duidelijk iets dat de eigenaar in wiens huis dit is gevonden, en dat de opgravers heel origineel “maison de l’âne” hebben genoemd, na aan het hart lag, want het motief is herhaald. Dus wat betekent het?

    Zoals eigenlijk altijd weten we het niet, maar niets weerhoudt ons ervan beredeneerd te gokken. Het is antichristelijke polemiek.

    Dat mag op het eerste gezicht wat boud klinken, en om eerlijk te zijn ben ik zelf niet ten diepste overtuigd, maar er valt wel iets voor te zeggen. Het sterkste argument is de zogeheten spotcrucifex die in Rome is gevonden op de helling tussen de Palatijn en het Circus Maximus. Daarop is een gekruisigde ezel te zien met een graffito dat een zekere Alexamenos zijn god aanbidt. De gangbare interpretatie is dat we daar te maken hebben met antichristelijke polemiek, al zijn er geleerden die zeggen dat niet zeker is of de graffito hoort bij de tekening, en dat de gekruisigde ezel misschien gewoon een gekruisigde ezel is.

    Wellicht klopt die kritiek, maar we weten dat in de antijoodse polemiek zéker werd beweerd dat de ene god die de joden aanbaden, feitelijk een ezel was. Het lijkt mij alleszins mogelijk dat deze beschuldiging van de joden naar de christenen is doorgeplaatst. Dat pleit niet alleen voor de antichristelijke interpretatie van de spotcrucifex, maar ook voor een antichristelijke interpretatie van de zegevierende ezel.

    Nog een overwinnende ezel uit hetzelfde huis

    Er is nog iets om te overwegen. De ezel, ofschoon het liefste dier in de schepping, gold als het symbool van mensen – niet per se christenen – met verkeerde religieuze opvattingen. In Lucianus’ boek De gouden ezel, een van de leukste teksten uit de Oudheid, is de hoofdpersoon dankzij een betovering een ezel totdat hij het geloof in Isis aanvaardt.

    Spotkruis, antijoodse polemiek en de ezel als symbool: al met al is het niet veel bewijs, maar helemaal verwaarloosbaar is het niet. Het wezenlijke probleem is dat deze interpretatie feitelijk bestaat uit twee hypothesen:

    • Men gebruikte destijds mozaïeken voor religieuze polemiek;
    • Deze ezel is antichristelijk bedoeld.

    Als we voor het eerste nu volop bewijs zouden hebben, zou het tweede plausibeler zijn. Tot ik echter iets beters hoor, wil ik overwegen dat Asinus Nica antichristelijk is bedoeld. Maar ik denk dat er betere interpretaties zijn.

    [Dit was het 514e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Mocht het u boeien: ik organiseer in september een reis naar Algerije.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Saturnus Africanus (1)

    augustus 8, 2025
    Hoezo Grote Volksverhuizingen?

    april 11, 2024
    Limes en scepsis (3)

    september 30, 2016 Deel dit:

    #Algerije #Cuicul #Djemila #ezel #LucianusVanSamosata #mozaïek #Nikè

  10. Naar de dokter

    Bezoek aan de dokter (Musée national des antiquités, Algiers)

    Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.

    Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.

    Cornelia Urbanilla is afgebeeld op het mozaïek, maar niet als portret, zoals we zouden verwachten, maar als lijk. Helemaal bovenaan zien we haar mummie, waaronder afgekort staat

    MC Urbanillae
    Memoriae Corneliae Urbanillae
    Aandenken aan Cornelia Urbanilla

    Dit is in Latijnse letters, net zoals het daaronder afgebeelde Griekse woord Euterpius, wat zoiets betekent als “veel blijdschap brengend”. Verder zien we vier slangpotige reuzen die een cirkelvormige afbeelding dragen van een arts die een mannelijke patiënt onderzoekt. De dokter draagt een Grieks kledingstuk, wat suggereert dat de mozaïeklegger een voorbeeldenboek gebruikte, en niet probeerde een arts af te beelden zoals je die in Romeins Numidië zou hebben kunnen ontmoeten.

    Ook hier is een tekst, dit keer in het Grieks:

    οὐκ ἤμην
    ἐγενόμην
    οὐκ εἰμί
    οὐ μέλει μοι

    Ik was niet
    Ik was er
    Ik ben niet
    Het deert me niet

    Je krijgt, ondanks de onbegrijpelijke eenden, de indruk dat Cornelia Urbanilla heeft willen zeggen blij te zijn dat ze is verlost van de ziekte die leven heet. Ik moest denken aan de woorden van de stervende Sokrates, geciteerd in de dialoog Faidon van Plato, dat zijn vrienden een offer verschuldigd waren aan de god van de geneeskunst. De interpretatie dat Sokrates dacht dat de dood zag als een soort genezing, staat al heel lang ter discussie omdat er niet zoveel bewijs is dat de Atheners het leven zagen als ziekte. (En bovendien, de proloog van de Faidon noemt iemand die moet genezen, en u zoekt zelf maar op aan wiens genezing de stervende Sokrates, althans volgens Plato, heeft gedacht.) Misschien hebben we met dit mozaïek echter toch een aanwijzing dat er in de Oudheid een traditie heeft bestaan dat het leven een ziekte was.

    De kwaliteit van het mozaïek is overigens niet geweldig: het palet is nogal vlak, hoewel steentjes met allerlei kleuren in de omgeving van Batna betrekkelijk gemakkelijk te krijgen zijn. Het oogt als haastwerk en misschien moeten we het eindresultaat wel heel anders uitleggen: dit mozaïek is onnadenkend tot stand gekomen, er is geen diepere betekenis, het is gewoon een allegaartje.

    [Dit was het 513e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Antieke migraties en migranten (1)

    augustus 24, 2020
    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Misverstand: Romeins burgerrecht

    mei 8, 2020 Deel dit:

    #Algerije #eend #Faidon #geneeskunde #horoscoop #mozaïek #mummie #Numidië #pauw #Plato #Sokrates #symboliek

  11. De Maghreb in de Middeleeuwen

    Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

    Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

    Wat ik wel en niet snap

    Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

    Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

    Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

    Eenheid en versplintering, deel één

    Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

    Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

    Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Eenheid en versplintering, deel twee

    Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

    En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

    Eenheid en versplintering, deel drie

    De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

    Ibn Khaldun

    Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

    Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Jozef

    maart 19, 2018
    De Zeven Wonderen van België

    juli 3, 2025
    Lodewijk de Heilige in Karthago

    april 8, 2025 Deel dit:

    #Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

  12. De snelle arabisering van de Maghreb

    Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

    [Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

    Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

    Steden en nomaden

    Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

    Maar nomaden waren er overal. In beide regio’s, oost en west, trokken nomaden met kuddes tussen zomer- en winterweiden heen en weer. Ik heb me afgevraagd of er een verschil in nomadisme was dat de laatantieke de-romanisering in de Maghreb kon verklaren, maar kon niets vinden. Een factor als taal is zelfs contra-intuïtief. De Syrische nomaden spraken Aramees en Arabisch, de Egyptische spraken Egyptische of een Nubische taal, en die in de Maghreb spraken Berbertalen. Als je van één groep snelle arabisering zou verwachten, was het Syrië, maar juist daar verliep het proces het langzaamst.

    De Vandalen

    Een verschil was de Vandaalse aanwezigheid. In 429 staken de Vandalen over van Andalusië naar de Maghreb, waar ze in 439 Karthago veroverden en een eigen koninkrijk begonnen. Een eeuw later heroverden de Byzantijnen dat weer. Als we zouden beschikken over aanwijzingen dat de Vandalen de Maghrebijnse samenleving grondig hadden veranderd, zouden we kunnen zeggen dat dat de laatantieke traditie had verzwakt en de mensen ontvankelijk hadden gemaakt voor de arabisering. Maar zulke aanwijzingen zijn er niet.

    Niet dat alles in de Vandaalse tijd peis en vree was. Er waren kerkelijke conflicten: de officiële, door de keizer gesteunde kerk verloor haar privileges ten gunste van de ariaanse geestelijkheid, die de steun had van de Vandaalse koningen. Maar bij nader inzien blijkt dit conflict niet zó heel ingrijpend, ja zelfs minder ingrijpend dan de discussies over het monofysitisme in Syrië en Egypte. Stedelijke en politieke conflicten zijn ook overal gedocumenteerd, dus ook die maken geen verschil.

    Kloosterleven

    Er is wel een ander verschil, en eigenlijk is dat wat paradoxaal. Een van de allerberoemdste christelijke auteurs – en ik heb het nu natuurlijk weer over Augustinus van Hippo – leefde in een klooster in Hippo Regius (het huidige Annaba). Hij stichtte niet alleen een eigen kloostergemeenschap, maar schreef ook een kloosterregel die nog altijd wordt gebruikt.noot De huidige paus is augustijn. Maar het gekke is: het kloosterleven sloeg in de Maghreb niet aan. We kennen er nauwelijks kloosters.

    Hippo Regius, de basiliek van Augustinus

    Vergeleken met Egypte en Syrië (en opnieuw het Iberische Schiereiland) is dat wezenlijk anders. Daar waren juist heel veel kloosters. Daar werden teksten gekopieerd en geschreven. En daar kwamen mensen naartoe met hun levensbeschouwelijke vragen. Een voorbeeld dat ik al eens noemde, is dat het klooster van Sint-Maron bij de bronnen van de Orontes het spiritueel gezag in Syrië overnam toen de Arabieren de macht overnamen en de patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel.

    Zoiets ontbrak in de Maghreb. Je zou, met een man als Augustinus, al snel anders hebben verwacht, maar dat hij opvallend is, wil niet zeggen dat hij ook representatief is. (Dit is de Everest Fallacy.) Ik ben dus geneigd de afwezigheid van monniken te beschouwen als de sleutelvariabele die het verschil verklaart tussen de langzame arabisering/islamisering in de Levant en Egypte en de snelle veranderingen in de Maghreb. En dat roept natuurlijk de vraag op waarom het kloosterleven in het diocees Africa niet aansloeg. Ik heb geen idee.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De mantelspeld van Wijnaldum

    juli 16, 2019
    XIII Gemina (2)

    maart 13, 2024
    Cuijk: de weg is weg (2)

    december 12, 2022 Deel dit:

    #Algerije #ArabischeTalen #ArabischeVeroveringen #arabisering #arianisme #Augustinus #Berbertalen #EverestFallacy #HippoRegius #Marokko #monofysieten #nomadisme #Tunesië #Vandalen #verstedelijking

  13. Koningin Kahina

    Moskee in Annaba

    [Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

    Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.

    Kahina

    Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.

    Wat we zeker weten is dat ze zich baseerde op de Berbers van de Aurès, de bergachtige regio waar anderhalve eeuw eerder Masties dux en imperator van de Romeinen en Mauri was geweest. De regio was cruciaal: wie van Kairouan naar de vruchtbare Hautes Plaines reisde, zou er altijd doorheen komen. Het lukte de Arabische generaal Hassan ibn al-Nu‘man, de leider van de vijfde Arabische aanval op de gebieden in het westen, niet om haar daar te verdrijven – sterker nog, hij zou volgens Arabische auteurs zijn teruggedreven naar de Cyrenaica. Dit klinkt als een overdrijving, die geen ander doel dient dan te verklaren waarom daar een paar forten waren die “de kastelen van Hassan” werden genoemd. Vermoedelijk ging Hassan niet verder terug dan de Tripolitana, het noordwesten van Libië.

    De zesde Arabische aanval

    Hoe dit ook zij en waar waarhen hij zich ook had teruggetrokken: kalief Abd al-Mailik stuurde hem versterkingen voor een hernieuwde opmars naar het westen. Een eerste veldslag vond plaats bij Gabès, waarna Hassans troepen konden terugkeren naar Kairouan en de rest van Ifriqiya. Vervolgens trok hij opnieuw de Aurès-bergen in. De beslissende veldslag zou bij Tabuda hebben plaatsgevonden, de plek waar Uqba ibn Nafi al-Fihri was gesneuveld. Dit keer overwonnen de Arabieren de Berbers; Kahina kwam om het leven.

    In de komende jaren – we hebben het vermoedelijk over de jaren 701-703 – reorganiseerde Hassan Ifriqiya en nam hij Tunis in gebruik als vlootbasis voor aanvallen op Byzantijns Sicilië. Het was duidelijk dat de regio permanent zou behoren bij het Kalifaat van Damascus. En aangezien Hassan ibn al-Nu‘man succes had gehad, werd hij in 704 van zijn functie ontheven – zoals gezegd een standaardpraktijk in de Arabische wereld. Geen kalief kon een al te succesvolle generaal accepteren.

    Het door de Romeinen gebouwde bronheiligdom in Zaghouan

    Het slotoffensief

    Hassans opvolger als gouverneur van Ifriqiya was Musa ibn Nusayr. Die naam bent u op deze blog eerder tegengekomen, want hij zou het Rijk van Toledo in 711 onderwerpen. In 705 beperkte hij zich tot maatregelen om het Arabische gezag te consolideren, met gevechten in de omgeving van Zaghouan, maar zijn ambitie was om verder naar het westen zoveel mogelijk Berber-slaven te bemachtigen en op transport te zetten naar Damascus.

    En dus herhaalde hij de laatste operatie van Uqba ibn Nafi al-Fihri: hij marcheerde over de Hautes Plaines naar Tanger. Anders dan Uqba, die Tanger in handen van exarch Julianus had gelaten, nam Musa de stad in en legerde hij er een garnizoen. Ook elders was duidelijk dat hij er wilde blijven. Musa ontdeed het gebied eerst van een deel van de bewoners, exporteerde die als slaven, en behandelde de overblijvers als onderdanen. Berbers die zich hadden onderworpen, werden geacht zich te bekeren. Bij de bouw van moskeeën (overigens een aanwijzing voor een sedentaire bevolking) werden allerlei oude tempels en kerken gesloopt om het materiaal te recyclen.

    Als er nog een Berber-koninkrijk rond Altava bestond, kwam dat nu voorgoed ten einde. Daarmee zou deze reeks blogjes kunnen eindigen: in 708 voltooide Musa de verovering van de Maghreb, en drie jaar later begon de oorlog in Andalusië. Maar er ligt nog een slotvraag. Daarover gaat het laatste blogje.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De Franken van Nebisgast tot Elegast

    november 30, 2024
    Adalbert

    juni 25, 2017
    Qasr el-Azraq

    augustus 29, 2023 Deel dit:

    #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #exarch #Gabès #HassanIbnAlNuMan #IbnKhaldun #JulianusExarch_ #Kahina #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Marokko #Masties #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #StraatVanGibraltar #Tabuda #Tanger #Tunesië #Tunis #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Zaghouan

  14. Het einde van Karthago

    De haven van Karthago

    [Vijfde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

    Terwijl de Arabische legers oprukten naar Marokko, overleed kalief Yazid I, en gedurende anderhalf jaar was onduidelijk wie de macht zou overnemen. In 685 trad Abd al-Malik aan, die u kunt kennen als de bouwer van de Rotskoepel in Jeruzalem. Pas in 688 kon een nieuw Arabisch leger naar Ifriqiya komen, gecommandeerd door de stokoude Zuhayr ibn Qays, een van de metgezellen van de profeet Mohammed. Kusayla realiseerde zich dat het nog niet ommuurde Kairouan niet te verdedigen was en trok zich terug naar de westelijke bergen, maar werd verslagen en gedood.

    Zuhayr kreeg de kans niet om zijn gezag in Ifriqiya afdoende te consolideren, want kort na de overwinning kreeg hij het bericht dat de Byzantijnen in de tegenaanval waren gegaan en de Cyrenaica hadden aangevallen. Zijn aanvoerlijnen waren afgesneden. Hij haastte zich terug en kwam om het leven in een gevecht met de Byzantijnse soldaten.

    De vijfde Arabische aanval

    Pas in 695 had Abd al-Malik zijn macht voldoende gevestigd om de situatie in het westen definitief te regelen. De generaal die hij aanwees, was Hassan ibn al-Nu‘man. Ik heb tot nu toe zelden de familierelaties van de diverse legeraanvoerders vermeld, omdat de stammen en clans de Nederlandstalige lezer weinig zeggen, maar in dit geval is misschien interessant dat hij behoorde tot de Ghassaniden, de groep die ooit de oostgrens van het Romeinse Rijk had bewaakt. Dit was oude Arabische adel.

    Hassans eerste doelwit was Karthago. De stad was geen schim meer van wat ze geweest: de bevolking was door allerlei oorzaken sterk afgenomen, de handel was ingestort, de exarch regeerde over nauwelijks meer dan een paar dorpen in de omgeving, en de Byzantijnse vloten opereerden liever vanaf Sicilië. Daar waren ook de meeste Karthagers al heen gevlucht. Hassan kon de stad zonder problemen overmeesteren. Het even verderop gelegen Bizerte volgde. De Berbers die met de Byzantijnen verbonden waren, trokken zich terug naar de havenstad Annaba.

    Maalga, de cisternen van Karthago

    De Byzantijnen waren echter nog niet voorgoed uit Ifriqiya verdreven. Een vloot heroverde Karthago, waarop Hassan de stad voor de tweede keer innam. Ditmaal maakte hij de stad voorgoed onbewoonbaar: hij sloopte de muren, hij vernietigde de Maalga-cisterne en hij blokkeerde de twee havenbekkens. Deze tweede, grondige verovering van Karthago betekende dat de stad nog eeuwenlang militair geen betekenis meer zou hebben. De Byzantijnen keerden nooit meer terug.

    [wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Redbad (bis)

    augustus 16, 2018
    Tussen Oudheid en Middeleeuwen

    februari 4, 2012
    Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

    april 14, 2021 Deel dit:

    #AbdAlMalik #Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #Cyrenaïca #Ghassaniden #HassanIbnAlNuMan #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Karthago #Tunesië #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #YazidI #ZuhayrIbnQays

  15. De Maghreb in de Late Oudheid (2)

    Het Byzantijnse fort van Madauros

    [Tweede van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

    Ik eindigde mijn vorige blogje over de Maghreb in de Late Oudheid met de onderwerping van het Vandaalse koninkrijk door de Byzantijnse generaal Belisarius in het jaar 533. Hij sloot een verdrag met een Berber-koning genaamd Massonas, die lijkt te hebben geheerst vanuit Altava in het noordwesten van het huidige Algerije. De twee partijen werkten in de volgende jaren samen, onder meer tegen andere groepen Berbers. De Byzantijnen bouwden een reeks forten. In Tunesië is te denken aan Sufetula (Sbeitla), Mactaris (Makhtar) en Ammaedara (Haïdra). In Algerije gaat het om Theveste (Tebessa), Madauros (M’daourouch), Lambaesis (Tazoult), Thamugadi (Timgad), Sitifis (Sétif) en Tipasa. Meer naar het westen ontbreken de forten, omdat het gebied in handen was van de bevriende Berbers van Altava.

    Demografische neergang

    Wie die forten ziet, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn ook grotendeels gebouwd uit gerecycled ouder bouwmateriaal, vaak de enorme stukken natuursteen waarop inscripties hadden gestaan. (De Byzantijnse forten zijn een paradijs voor epigrafen.) Omvang en bouwmateriaal zullen wel samenhangen met de demografische neergang in Late Oudheid. Het meest opvallende aspect daarvan is de pest-epidemie die uitbrak in 541, maar de neergang had al eerder ingezet.

    Eén van de gevolgen is de afname van de vraag naar producten uit de Maghreb, zoals olijfolie en wijn en graan. Dat had ter plekke weer economische en sociale gevolgen. De sedentaire boeren rond de steden hadden redenen om over te schakelen op veeteelt en dus nomadisme.

    Garmul

    De samenwerking tussen de Byzantijnen en Berbers was niet voor eeuwig. Er is wel beweerd dat het Byzantijnse Rijk steeds Griekstaliger werd, waardoor de Berbers (die naast hun eigen taal vooral Latijn spraken) afstand begonnen te voelen, maar ik weet niet zeker of dit waar is.  Feit is dat we lezen over conflicten, zoals dat met een zekere Garmul. De door de Spaanse chroniqueur Johannes van Biclaro gegeven informatie is beknopt:

    Generaal Gennadius verpletterde in Africa de Mauri, en overwon in de strijd de levensgevaarlijke koning Garmul, die al een leger van drie eerdere Romeinse aanvoerders (duces) had verslagen, en doodde die koning met het zwaard.noot Johannes van Biclaro, Kroniek, jaar 578.

    Die eerdere generaals waren verslagen in 570 en 571, Gennadius’ repressie dateert van 578 en leidde tot de onderwerping van de Mauri, maar er zijn geen aanwijzingen voor hernieuwde Byzantijnse fortenbouw. Vermoedelijk werd het koninkrijk Altava opnieuw een bondgenoot, en wel op voor Constantinopel gunstige voorwerpen.

    Het Exarchaat van Karthago

    Gennadius bleef in de Maghreb achter als exarch, wat zoiets betekent als “bestuurder van een buitengewest”. Vanuit Karthago regeerde hij over de Byzantijnse bezittingen en controleerde hij de Berber-bondgenoten. Dat waren er meer dan alleen het koninkrijkje rond Altava. In mijn vorige blogje noemde ik een dux en imperator Masties die in de Vandaalse tijd in het noordoosten van Algerije regeerde over Romeinen en Mauri, en misschien heeft zijn staatje op een of andere wijze overleefd. Ook elders is het bestaan van post-Romeinse heersers gedocumenteerd, maar vaak gaat het om de vermelding van één leider met een Berber-naam die dan door de Byzantijnse legers wordt verslagen. Feit is: we hebben weinig informatie.

    Zoals ik het zie, verbleven er rond het Byzantijnse Exarchaat diverse groepen Berbers, die op verschillende manieren een nomadisch leven leidden, en die op variërende manieren waren verbonden met (en zich zo nu en dan keerden tegen) de exarch in Karthago. Zo was het al eeuwen, en de voornaamste verschillen waren dat de Latijnsprekende Romeinse overheid inmiddels een Griekssprekende Byzantijnse overheid was, dat de steden door de demografische neergang kleiner waren geworden en dat het handelsvolume was afgenomen. Evengoed functioneerde de samenleving nog altijd en waren er nieuwbouwprojecten, zoals het gebouw in Sfax waarover ik een paar jaar geleden blogde.

    Migraties

    Ik voeg nog toe dat de Berbergroepen, zoals alle nomadische groepen, fluïde waren. De naam Laguatan, die we rond 400 na Chr. aantreffen in het oosten van het huidige Libië, duikt anderhalve eeuw later veel westelijker op. Er lijkt onder de nomaden een soort beweging te zijn geweest vanuit Tunesië naar de vruchtbare Hautes Plaines van Algerije, vanuit westelijk Libië naar de vrijgekomen gebieden in Tunesië en vanuit oostelijk Libië naar de vrijgekomen gebieden in westelijk Libië.

    Anders gezegd: de Arabieren volgden gebaande wegen toen ze naar de Maghreb kwamen. Daarover gaat het volgende blogje.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Gouden Vrouwen in Rhenen

    april 14, 2024
    Kreupelhout in de Koran

    januari 4, 2025
    Oude koran, jonge islam

    juli 28, 2015 Deel dit:

    #Algerije #Altava #Ammaedara #Belisarius #Berbers #epidemie #ExarchaatVanKarthago #Garmul #Gennadius #JohannesVanBiclaro #JustiniaanseEpidemie #Laguatan #Lambaesis #Mactaris #Madauros #Massonas #Masties #Mauri #nomadisme #Pest #Sétif #Sbeitla #Sfax #Tébessa #Thamugadi #Timgad #Tipasa #Tunesië #Vandalen

  16. De Maghreb in de Late Oudheid (1)

    Latijnse ostrakon uit Timgad, waarin iemand met een Berbernaam een transactie dateert aan de hand van een Vandaalse koning

    Toen Augustinus in 430 in Hippo Regius overleed, belegerden de Vandalen zijn stad, die ze kort daarna bezetten. Karthago volgde in 439. Onder leiding van Geiserik stichtten de Vandalen een eigen koninkrijk binnen de grenzen van het aloude Romeinse imperium. De tijden waren aan het veranderen.

    Eén van de redenen waardoor het zo ver had kunnen komen, is dat het keizerlijk hof in Ravenna en Constantinopel lang weinig belangstelling had gehad voor de Maghreb. De Duitse oudhistoricus Mischa Meier typeert het als een proces van terugtrekking.

    De tijden mochten dan veranderen, veel dingen bleven hetzelfde. Er waren steden, men produceerde olijfolie, men bouwde kerken, men schreef Latijn en men werkte samen met de nomaden. Die waren er – en dat al eeuwenlang – in allerlei soorten. Sommigen bewogen over betrekkelijk korte afstanden tussen winter- en zomerweiden, waar ze winter- en zomerdorpen hadden. Toearegs bewogen over enorme afstanden en handelden met de Sao-cultuur. Weer anderen wisselden een bestaan als sedentaire landbouwers af met nomadische veeteelt. Hun relatie met de Romeinse overheid was al even variabel: nu eens erkenden ze het gezag van de keizer en regelmatig dienden ze als grenstroepen, dan weer onttrokken ze zich aan de keizerlijke regering.

    Berbers

    In dat laatste geval noemden de Romeinen hen “barbaren”, waarvan ons woord “Berbers” is afgeleid. Zelf duidden en duiden ze zich aan met andere namen. Ze spraken en spreken verschillende talen, die noch bij de Indo-Europese taalfamilie behoren (zoals het Latijn), noch bij de Semitische talen (zoals het Fenicisch en het Arabisch). Wat ze deelden, is vooral een levenswijze, die complementair was aan de Romeinse stedelijke levenswijze.

    Nu de Romeinse overheid zich terugtrok en de Vandalen de macht overnamen, lezen we voor het eerst over werkelijk autonome groepen Berbers. Volgens Prokopios gebeurde dat pas na de dood van de Vandaalse koning Hunerik (r.477-484), maar vrijwel zeker was dit proces al eerder gaande en verwijst de Byzantijnse geschiedschrijver naar het moment waarop er gewelddadige conflicten kwamen tussen het Vandaalse koninkrijk en de Berbers.

    Berber-koningen

    Ik aarzel of ik moet spreken van een Berber-staat, of Berber-staatjes, of dat ik het woord “staat” moet vervangen door “stam” of “stamfederatie”. Zoals zo vaak weten we het niet goed. Twee Berber-leiders, een zekere Masties en een zekere Masuna, hebben echter Latijnse inscripties nagelaten. Daarin duiden ze hun onderdanen niet aan als barbaren of Berbers, maar met de oeroude naam Mauri.

    De eerste is het grafschrift van Masties, gevonden in de Aurès in het noordoosten van Algerije en ondateerbaar, en identificeert hem met de Romeinse titels dux en imperator. Hij schrijft:

    Aan de geesten van de overledenen.
    Ik, Masties, dux gedurende zevenenzestig jaar, imperator gedurende tien jaar, ☩ heb nooit verraad gepleegd, noch het vertrouwen geschonden, noch bij de Romeinen, noch bij de Mauri, en ik ben in oorlog en vrede gehoorzaam geweest. God heeft mij vanwege mijn gedrag Zijn genade geschonken.
    Ik, Vartaia, heb samen met mijn broers dit monument opgericht, waarvoor ik honderd solidi heb betaald.noot EDCS-15500070.

    We weten niet goed wat de Romeinse titels hier betekenen. Dux kan een Romeinse militaire term zijn, maar ook de aanduiding van een Berber-stamhoofd, terwijl imperator kan verwijzen naar vrijwel elke militaire gezagdrager. Het is echter duidelijk dat de man zich niet presenteert als onderdaan van de Vandalen, wat ook wordt bevestigd door een terloopse opmerking van Prokopios, die schrijft dat de Berbers Timgad hadden verwoest om te verhinderen dat de Vandalen ooit hun kant op zouden komen.noot Prokopios, Oorlogen 4.13.26. Dat Masties christen is, spreekt ruim een eeuw na de regering van Constantijn voor elke gezagdrager vanzelf.

    Wie in deze inscriptie de Romeinen zijn, is onduidelijk: het kan gaan om onderdanen van Masties of de keizer in Ravenna. De tweede inscriptie, die van Masuna, helpt ons echter bij het vinden van een mogelijke interpretatie. Deze tekst is gevonden in Altava in het noordwesten van Algerije,noot EDCS-25601625. en bewijst dat Masuna rond 508 magistraten kon aanwijzen en zich beschouwde als een Romeinse gezaghebber. Hij identificeert zichzelf als rex gentium Maurorum et Romanorum, “koning van de Mauri en Romeinen”, en dat betekent dat we te maken hebben twee groepen onderdanen. “Romeinen” zal in beide inscripties verwijzen naar geromaniseerde stedelingen. En beide mannen regeerden dus over én Romeinse stedelingen én Mauri.

    Jidars

    Wat we, ondanks alle onduidelijkheid, kunnen weten is dat er rond 500 na Chr. post-Romeinse machthebbers waren met Berber-namen, die zich onafhankelijk hadden gemaakt van de Vandalen en zich presenteerden als loyaal aan de Romeinen. Ze gebruikten vergelijkbare militaire en bestuurlijke titels, deelden in de christelijke religie, schreven Latijn – kortom, ze bleven binnen de Romeinse wereld.

    Dat zulke leiders niet (of niet alleen) met kuddes heen en weer trokken, maar (tevens) sedentair waren, blijkt uit de zogeheten jidars, monumentale grafmonumenten uit de Late Oudheid, die zijn gevonden in het noordwesten van Algerije. Het gaat vrijwel zeker om koninklijke mausolea en ze veronderstellen een sedentaire bevolking.

    En tot slot: in 533 arriveerde de Byzantijnse generaal Belisarius in het huidige Tunesië, en onderwierp de Vandalen. Korte tijd later sloot hij een alliantie met een Berber-leider die door Prokopios Massonas wordt genoemd. We weten niet of dit dezelfde is als de zojuist genoemde Masuna, maar het bevestigt dat de Berbers rond Altava in het noordwesten van Algerije een mogendheid waren om rekening mee te houden.

    [Dit is het eerste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb en dit blogje wordt zo meteen dus vervolgd.]

    PS

    Op deze blog zijn ruim 57.000 reacties geplaatst en 99,9% daarvan was ter zake of prettige malligheid. Eergisteren heb ik voor de derde keer in veertien jaar iemand een blok moeten geven. Ten overvloede herinner ik aan onze fascinerende huisregels.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Tigranokerta

    mei 18, 2019
    De Cypriotische stad Salamis

    juli 9, 2024
    Achaimenidisch Perzië (2)

    oktober 14, 2023 Deel dit:

    #Algerije #Altava #Aurès #Belisarius #Berbers #Berbertalen #Geiserik #Hunerik #jidar #Massonas #Masties #Masuna #Mauri #MischaMeier #nomadisme #Prokopios #SaoCultuur #Timgad #Toeareg #Tunesië #Vandalen

  17. Circumcelliones

    Timgad, Donatistisch complex

    Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

    Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

    Circumcelliones

    En ze verwierf op zeker moment de steun van de circumcelliones, die voor het eerst rond 320 worden vermeld. Het lijkt te zijn gegaan om arme plattelandsbewoners, meestal dagloners zonder veel bestaanszekerheid, die de ambitie hadden opgegeven normaal werk te vinden. Verder lijken onder de circumcelliones keuterboeren te zijn geweest met schulden die ze niet langer konden aflossen. Augustinus schrijft dat ze werden behandeld als beesten, wat wel verklaart waarom ze zich uit de stads- en dorpsgemeenschappen terugtrokken en zich overgaven aan banditisme. Zouden het Galliërs zijn geweest, ze zouden Bagaudae genoemd zijn geweest, en als het in de Middeleeuwen was geweest, dan was er sprake van een jacquerie.

    Het lijkt erop dat toen Constantijns zoon Constans (r.337-350) maatregelen nam tegen de donatisten, dezen antwoordden door de circumcelliones te instrueren om terreurdaden te verrichten tegen de officiële kerk. We kennen twee leiders bij hun (Berber)naam: Axido en Fasir. Hun opstand, die rond 340 plaatsvond, liep volledig uit de hand, want ze richtten zich vooral op de landhuizen van de grootgrondbezitters, waar ze de schuldregisters vernietigden en de bewoners – dat ging in een moeite door – dwongen hun slaven vrij te laten. De Romeinse generaal Taurinus onderdrukte deze opstand.

    Ik schreef zojuist “lijkt erop” omdat we geen geschriften hebben van de circumcelliones zelf. Niet alleen waren ze merendeels ongeletterd, maar zelfs al zouden ze teksten hebben geschreven, dan nog zouden ze niet zijn gekopieerd toen de keizerlijke kerk eenmaal het pleit had gewonnen.

    Het huis van Optatus in Timgad

    Zelfmoordaanslagen

    Enkele jaren later, tussen 345 en 347, was er een tweede revolte, die door generaal Silvester werd onderdrukt. Hierna lijken (lijken!) de circumcelliones hun modus operandi te hebben gewijzigd, want we vernemen dat ze heel riskante overvallen deden, waarbij ze zouden hebben gehoopt te sneuvelen, zodat ze als martelaren meteen naar de hemel zouden gaan. Hun aanvalskreet zou Deo laudes! zijn geweest, “Prijs God!” Dit moet rond 390 zijn geweest, en de regie zou in handen zijn geweest van de donatistische bisschop Optatus, wiens huis is opgegraven in Timgad. Een laatste geweldsgolf vond plaats rond 411.

    Dat die zelfmoordaanslagen geen fictie zijn, wordt bewezen door vijfenzestig grafstenen die zijn gevonden bij de Jebel Nif en-Nser, niet ver van het Algerijnse stadje Ain M’lila: het gaat om circumcelliones die zich in een kloof hebben geworpen, mogelijk toen ze geen slachtoffers konden vinden om te vermoorden. We lezen ook over ongewapende circumcelliones die bewapende konvooien aanvielen. Wij zouden het suicide by cop noemen. Genadeloos als Romeinse gouverneurs waren, lieten ze de aanvallers vrij.

    Jebel Nif en-Nser

    Twijfel

    Zoals gezegd: we weten het allemaal niet zo zeker. Hun eigen opvattingen kennen we eigenlijk niet en een auteur als Augustinus was vooringenomen. Weliswaar herkende hij de sociale oorzaak, maar hij maakte zich zó grote zorgen om het donatisme dat hij bereid was de overheid te vragen desnoods met geweld op te treden. Augustinus voelde sympathie voor de ontrechten, maar niet voor bondgenoten van de donatistische concurrentie.

    Nog iets: het Latijnse woord cella kan ook “graanopslag” betekenen, wat prima past bij een plattelandsbeweging. Je zou de nomaden die bij de oogst kwamen helpen, kunnen aanduiden als degenen die zich bij de silo’s ophouden. Maar deze interpretatie van de naam maakt het lastiger – hoewel zeker niet onmogelijk – de circumcelliones te presenteren als donatistische terroristen.

    “Eeuwig vrede voor de katholieke kerk”: anti-donatistische polemiek (Nationaal Museum, Algiers)

    In elk geval: ze waren gevaarlijk. Reizigers, en zekere geestelijken in dienst van de keizerlijke kerk, vormden bewapende karavanen alvorens op pad te gaan. Dat zegt echt wel iets. Augustinus kan overdrijven als hij zegt dat de kreet Deo laudes gevreesder was dan het brullen van een leeuw, maar zijn angst was wel degelijk reëel.

    Kortom: er zijn wat problemen in de bewijsvoering, maar we mogen de circumcelliones beschouwen als plattelandsrebellen die steeds meer veranderden in de gewapende tak van de donatistische kerk.

    PS

    De circumcelliones spelen een belangrijke rol in de historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas (2020; bespreking).

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    C16 | De visioenen van Constantijn

    maart 6, 2024
    De mysteriën van Mithras

    februari 15, 2022
    Sinterklaas is jarig

    juli 29, 2017 Deel dit:

    #Algerije #Augustinus #Bagaudae #banditisme #Circumcelliones #Constans #ConstantijnDeGrote #donatisme #FransWillemVerbaas #Licinius #Numidië #OptatusVanTimgad #terrorisme #Timgad #zelfmoord

  18. De opstand van Tacfarinas (1)

    Ruiter uit een nomadenvolk (Museum Bani Walid)

    Het simpele verhaal eerst: Tacfarinas was een Numidische plattelandsrebel die het tijdens de regering van keizer Tiberius opnam tegen de Romeinse legers. Zulke opstanden zijn overal gedocumenteerd waar de Romeinen de macht overnamen. Dat was het simpele verhaal. Nu de iets complexere betekenis. Je kunt zulke gebeurtenissen op verschillende manieren interpreteren, bijvoorbeeld als een vorm van verzet tegen een vreemde overweldiger, of als protest tegen een te geringe mogelijkheid om te profiteren van de kansen die de Romeinse wereld bood, of een combinatie van deze twee motieven, of nog anders.

    Perspectiefwisselingen

    Het kan nog iets complexer. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog veranderde de westerse visie op Griekenland en Rome. Tot dan toe had men de verspreiding van de klassieke cultuur beschouwd als iets goeds. Een veroveraar als Alexander de Grote of een imperialistische mogendheid als Rome bracht de verslagen bevolking naar een hoger cultureel plan. Na de Dekolonisatie keerde het perspectief om: Alexander gold als een massamoordenaar en de Romeinen stonden vijandig tegenover de lokale culturen.

    Het eerstgenoemde perspectief is niet automatisch onjuist. Wie welvaart brengt – en dat deed Rome meer dan Alexander – maakt ethische keuzes mogelijk die voordien niet bestonden. Dat noemen we vooruitgang. Ook het tegengestelde perspectief is niet automatisch onjuist: Alexanders oorlogen waren ronduit genocidaal. Wat in beide perspectieven wél automatisch onjuist is, is de aanname dat er twee groepen waren. Maar een antieke imperialistische mogendheid kon haar gezag niet zomaar opleggen. Daarvoor had ze domweg de middelen niet. Alexander moest samenwerken met Perzische bestuurders, Rome bestuurde via de plaatselijke elites. En daarmee wordt het beeld ineens een stuk complexer en interessanter.

    We kunnen Tacfarinas’ opstand natuurlijk nog steeds typeren als reactie op te beperkte mogelijkheden om mee te doen aan wat Rome had te bieden: een protest tegen discriminatie. En we kunnen Tacfarinas’ opstand bezien als uiting van anti-Romeins verzet. In Algerije, dat pas na een buitengewoon bloedige oorlog onafhankelijk werd van Frankrijk, bestaan beide interpretaties. Maar ze schieten allebei te kort.

    De dadeloogst was typische seizoensarbeid (Museum Bani Walid)

    Romeins gezag

    Het Romeinse gezag was uitgebouwd vanuit de provincie Africa (Tunesië), waaraan Julius Caesar na de slag bij Thapsus het noordoosten van Algerije aan had toegevoegd. Hier lagen allerlei steden, en meer naar het zuiden ging het landschap over in een steppe waar herders met kuddes heen en weer trokken. Deze groep staat bekend als de Musulamii; onze Latijnse bronnen typeren hen als een stam of een stamfederatie. In de oogsttijd waren ze vlakbij de steden, waar ze bijverdienden als seizoenarbeiders; daarna trokken ze weer naar de steppe, waar ze contact hadden met andere nomaden, met wie ze producten ruilden, die ze in de oogsttijd weer vervoerden naar de steden. Zo speelden de Musulamii een rol bij de handel door de Sahara.

    Deze gang van zaken was voor alle betrokkenen profijtelijk en er moeten vriendelijke contacten hebben bestaan tussen de leiders van de Musulamii en de Romeinse bestuurders. Rome oefende zijn macht indirect uit, zoals zo vaak.

    En zoals even vaak: als Rome te maken had met seizoensmigratie, ging het verkeerd. De soldaten van III Augusta, gestationeerd in Ammaedara (het huidige Haidra), legden een weg aan, bouwden nieuwe dorpen met vaste weilanden en akkers, en sneden zo een belangrijke route af waarlangs de nomaden hun kuddes verweidden. Dat kon alleen maar leiden tot protest.

    [wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De slag in het Teutoburgerwoud (4)

    maart 21, 2019
    De zeven regels van rabbi Hillel

    april 3, 2022
    Wat zijn Romeinen?

    mei 2, 2015 Deel dit:

    #AfricaProconsularis #Algerije #Ammaedara #Dekolonisatie #Haïdra #IIIAugusta #JuliusCaesar #Musulamii #nomadisme #Numidië #Tacfarinas #Tiberius #Tunesië

  19. Médracen (Madghacen)

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

    Modernisering

    Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

    Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.

    Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.

    Médracen (Madghacen)

    Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot De Franse vorm komt doordat de Franse taal een huig-r heeft, zodat je makelijk van de R van Médracen komt naar Madghacen. Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.

    Een bazina (Tiddis)

    Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.

    Dorische pilasters

    Omdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.

    Koningsgraf

    Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Honderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.

    Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

    augustus 15, 2017
    Aristoteles (7): Materie en geest

    oktober 13, 2022
    Alexander in Cilicië

    november 3, 2022 Deel dit:

    #Algerije #bazina #Berbertalen #brons #Cirta #Constantine #lood #Madghacen #Massinissa #Medracen #Naravas #Numidië #Polybios #StéphaneGsell #wijn

  20. Faits divers (33): archeologie

    Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

    Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

    ***

    De eerste steden

    Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

    De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

    Een recent artikel in Nature gaat over de Cucuteni-Tripolje-cultuur, zeg maar 4500-3000 v.Chr. in Roemenië, Moldavië en Oekraïne. U kunt die kennen van de Racines-expositie in Luik. Het artikel legt voorbeeldig uit welke complicaties er zijn bij het onderzoek naar de egalitaire samenlevingen van de vroegste Europese steden, even oud als pakweg Uruk.

    De Maghreb

    De Maghreb kom er in de oudheidkundige literatuur beroerd vanaf. Toen ik schreef over het handboek van De Blois en Van der Spek, viel me op dat de Numidiërs niet of nauwelijks werden vermeld, hoewel ze een beslissende rol speelden in zowel de Eerste als de Tweede Punische Oorlog. De Maghreb was echter een van de welvarendste gebieden in de Oudheid, met in de Romeinse tijd 600 steden (ter vergelijking: Gallië had er zestig). De verklaring voor de welvaart is dat op de Hautes Plaines van Algerije de regenval voorspelbaar was. Je wist als boer precies wat je kon verwachten, wat in Italië en Griekenland niet het geval was.

    De vallei van de rivier de Baht in het noordwesten van Marokko is iets anders dan Algerije. Het is geen hoogvlakte maar een riviervlakte. Evengoed is het een vruchtbaar gebied, waar de Karthagers al ten tijde van Hanno de Zeevaarder factorijen bouwden. Er viel wat te halen. Recent onderzoek toont dat de landbouw hier al heel vroeg ontstond: “the most extensive and earliest agricultural complex known in north Africa outside the Nile Valley”.

    Byblos

    U herinnert zich misschien – vooringenomen als ik ben, hoop ik het – de expositie over Byblos in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dan herinnert u zich misschien ook dat het onderzoek is hernomen. Daarover is een erg mooie documentaire te zien op Arte. Voor wie bang is voor Frans: het is prettig rustig uitgesproken.

    Koolstof

    Koolstofdateringen zijn nooit simpel. Om te beginnen is het resultaat geen datering maar een kans op een datering. Verder is kalibratie nodig. En de kalibratiecurve loopt soms steil en is soms horizontaal – dat laatste heet een plateau. Dat is ergerlijk, want het betekent dat een op zich smalle marge in de meting, laten we zeggen ±50, zich kan vertalen in een brede historische marge, laten we zeggen ±150. Eén zo’n plateau correspondeert ruwweg met de Europese Hallstatt-periode: tussen pakweg 770 en 420 v.Chr. zijn de historische marges wel erg wijd.

    Deze kwestie speelt hoog op in Israël, waar op veel plaatsen monumentale gebouwen zijn gevonden op plekken waar je ook volgens de Bijbel monumentale gebouwen zou verwachten. Bijvoorbeeld een grote structuur in Jeruzalem, op de plek waar je het paleis van een David of Salomo verwacht. Alleen zijn die structuren lastig te dateren. De eerste archeologen dateerden het daar gevonden aardewerk aan de hand van de bijbelse chronologie van een David of een Salomo, dus toen klopte alles; maar toen archeologen het aardewerk begonnen te dateren aan de hand van andere aardewerkchronologieën en aan de hand van koolstof, bleken de gebouwen te jong.

    Een poging om het probleem op te lossen met een speciaal op het verwerven van organisch, dateerbaar materiaal gerichte opgraving in Megiddo, leverde niks op. Nu hebben archeologen het opnieuw geprobeerd in Jeruzalem, met een combinatie van koolstofdatering en wiggle matching. Er is vooruitgang, met scherpere dateringen, en er is de opvallende conclusie dat de westelijke uitbreiding vroeger begon dan tot nu toe aangenomen. Over Salomo zwijgt men, maar dit oogt veelbelovend.

    Familie

    In de jaren zeventig was er veel aandacht voor de vraag waar vrouwen en mannen na hun huwelijk gingen wonen. Als bijvoorbeeld in een samenleving alleen vrouwen aardewerk maakten, zo luidde een van de redeneringen, vormde de verspreiding van keramische motieven een aanwijzing voor hun verblijfplaatsen. Nu stellen archeologen dezelfde vraag, maar met bioarcheologisch bewijs: in voor-Romeins Brittannië trokken de mannen in bij de vrouwen. Een leuke conclusie, niet meer, niet minder.

    Zijderoute

    Komend vanuit het westen leidde de Zijderoute vanuit het huidige Oezbekistan over de Pamir en dan langs de Taklamakan-woestijn, door de Hexicorridor naar China. Een leuk onderzoekje toont dat daar, in het westen van het antieke China, een laatantieke mevrouw met Chinese voorouders is begraven naast een laatantieke meneer met Centraal-Aziatische voorouders. Het bevestigt wat we al wisten: mensen waren mobiel.

    Volksverhuizingen

    En nog even iets uit dezelfde periode om af te ronden: een overzicht van alle DNA-bewijs voor migratie in het eerste millennium voor West-Europa. De conclusies zijn weinig verrassend: eerst een beweging van noordelijk Europa naar zuidelijk Europa, zeg maar de verspreiding van Germaanssprekenden, en daarna een omgekeerde beweging, zeg maar mensen die door Noormannen werden meegenomen, vermoedelijk als slaven. Niet verrassend dus, maar handig om het bij elkaar te hebben.

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Algerije #bioarcheologie #Byblos #China #CucuteniTripoljeCultuur #DNAOnderzoek #FaitsDivers #GroteVolksverhuizingen #Hallstatt #Hexicorridor #Israël #Jeruzalem #kalibratie #koningDavid #koningSalomo #koolstofdatering #Libanon #LIDAR #Marokko #Moldavië #Oekraïne #Roemenië #socialeStratificatie #Taklamakan #vikingen #wiggleMatching #Zijderoute