home.social

#berbertalen — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #berbertalen, aggregated by home.social.

  1. De snelle arabisering van de Maghreb

    Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

    [Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

    Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

    Steden en nomaden

    Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

    Maar nomaden waren er overal. In beide regio’s, oost en west, trokken nomaden met kuddes tussen zomer- en winterweiden heen en weer. Ik heb me afgevraagd of er een verschil in nomadisme was dat de laatantieke de-romanisering in de Maghreb kon verklaren, maar kon niets vinden. Een factor als taal is zelfs contra-intuïtief. De Syrische nomaden spraken Aramees en Arabisch, de Egyptische spraken Egyptische of een Nubische taal, en die in de Maghreb spraken Berbertalen. Als je van één groep snelle arabisering zou verwachten, was het Syrië, maar juist daar verliep het proces het langzaamst.

    De Vandalen

    Een verschil was de Vandaalse aanwezigheid. In 429 staken de Vandalen over van Andalusië naar de Maghreb, waar ze in 439 Karthago veroverden en een eigen koninkrijk begonnen. Een eeuw later heroverden de Byzantijnen dat weer. Als we zouden beschikken over aanwijzingen dat de Vandalen de Maghrebijnse samenleving grondig hadden veranderd, zouden we kunnen zeggen dat dat de laatantieke traditie had verzwakt en de mensen ontvankelijk hadden gemaakt voor de arabisering. Maar zulke aanwijzingen zijn er niet.

    Niet dat alles in de Vandaalse tijd peis en vree was. Er waren kerkelijke conflicten: de officiële, door de keizer gesteunde kerk verloor haar privileges ten gunste van de ariaanse geestelijkheid, die de steun had van de Vandaalse koningen. Maar bij nader inzien blijkt dit conflict niet zó heel ingrijpend, ja zelfs minder ingrijpend dan de discussies over het monofysitisme in Syrië en Egypte. Stedelijke en politieke conflicten zijn ook overal gedocumenteerd, dus ook die maken geen verschil.

    Kloosterleven

    Er is wel een ander verschil, en eigenlijk is dat wat paradoxaal. Een van de allerberoemdste christelijke auteurs – en ik heb het nu natuurlijk weer over Augustinus van Hippo – leefde in een klooster in Hippo Regius (het huidige Annaba). Hij stichtte niet alleen een eigen kloostergemeenschap, maar schreef ook een kloosterregel die nog altijd wordt gebruikt.noot De huidige paus is augustijn. Maar het gekke is: het kloosterleven sloeg in de Maghreb niet aan. We kennen er nauwelijks kloosters.

    Hippo Regius, de basiliek van Augustinus

    Vergeleken met Egypte en Syrië (en opnieuw het Iberische Schiereiland) is dat wezenlijk anders. Daar waren juist heel veel kloosters. Daar werden teksten gekopieerd en geschreven. En daar kwamen mensen naartoe met hun levensbeschouwelijke vragen. Een voorbeeld dat ik al eens noemde, is dat het klooster van Sint-Maron bij de bronnen van de Orontes het spiritueel gezag in Syrië overnam toen de Arabieren de macht overnamen en de patriarch van Antiochië vluchtte naar Constantinopel.

    Zoiets ontbrak in de Maghreb. Je zou, met een man als Augustinus, al snel anders hebben verwacht, maar dat hij opvallend is, wil niet zeggen dat hij ook representatief is. (Dit is de Everest Fallacy.) Ik ben dus geneigd de afwezigheid van monniken te beschouwen als de sleutelvariabele die het verschil verklaart tussen de langzame arabisering/islamisering in de Levant en Egypte en de snelle veranderingen in de Maghreb. En dat roept natuurlijk de vraag op waarom het kloosterleven in het diocees Africa niet aansloeg. Ik heb geen idee.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De mantelspeld van Wijnaldum

    juli 16, 2019
    XIII Gemina (2)

    maart 13, 2024
    Cuijk: de weg is weg (2)

    december 12, 2022 Deel dit:

    #Algerije #ArabischeTalen #ArabischeVeroveringen #arabisering #arianisme #Augustinus #Berbertalen #EverestFallacy #HippoRegius #Marokko #monofysieten #nomadisme #Tunesië #Vandalen #verstedelijking

  2. De Maghreb in de Late Oudheid (1)

    Latijnse ostrakon uit Timgad, waarin iemand met een Berbernaam een transactie dateert aan de hand van een Vandaalse koning

    Toen Augustinus in 430 in Hippo Regius overleed, belegerden de Vandalen zijn stad, die ze kort daarna bezetten. Karthago volgde in 439. Onder leiding van Geiserik stichtten de Vandalen een eigen koninkrijk binnen de grenzen van het aloude Romeinse imperium. De tijden waren aan het veranderen.

    Eén van de redenen waardoor het zo ver had kunnen komen, is dat het keizerlijk hof in Ravenna en Constantinopel lang weinig belangstelling had gehad voor de Maghreb. De Duitse oudhistoricus Mischa Meier typeert het als een proces van terugtrekking.

    De tijden mochten dan veranderen, veel dingen bleven hetzelfde. Er waren steden, men produceerde olijfolie, men bouwde kerken, men schreef Latijn en men werkte samen met de nomaden. Die waren er – en dat al eeuwenlang – in allerlei soorten. Sommigen bewogen over betrekkelijk korte afstanden tussen winter- en zomerweiden, waar ze winter- en zomerdorpen hadden. Toearegs bewogen over enorme afstanden en handelden met de Sao-cultuur. Weer anderen wisselden een bestaan als sedentaire landbouwers af met nomadische veeteelt. Hun relatie met de Romeinse overheid was al even variabel: nu eens erkenden ze het gezag van de keizer en regelmatig dienden ze als grenstroepen, dan weer onttrokken ze zich aan de keizerlijke regering.

    Berbers

    In dat laatste geval noemden de Romeinen hen “barbaren”, waarvan ons woord “Berbers” is afgeleid. Zelf duidden en duiden ze zich aan met andere namen. Ze spraken en spreken verschillende talen, die noch bij de Indo-Europese taalfamilie behoren (zoals het Latijn), noch bij de Semitische talen (zoals het Fenicisch en het Arabisch). Wat ze deelden, is vooral een levenswijze, die complementair was aan de Romeinse stedelijke levenswijze.

    Nu de Romeinse overheid zich terugtrok en de Vandalen de macht overnamen, lezen we voor het eerst over werkelijk autonome groepen Berbers. Volgens Prokopios gebeurde dat pas na de dood van de Vandaalse koning Hunerik (r.477-484), maar vrijwel zeker was dit proces al eerder gaande en verwijst de Byzantijnse geschiedschrijver naar het moment waarop er gewelddadige conflicten kwamen tussen het Vandaalse koninkrijk en de Berbers.

    Berber-koningen

    Ik aarzel of ik moet spreken van een Berber-staat, of Berber-staatjes, of dat ik het woord “staat” moet vervangen door “stam” of “stamfederatie”. Zoals zo vaak weten we het niet goed. Twee Berber-leiders, een zekere Masties en een zekere Masuna, hebben echter Latijnse inscripties nagelaten. Daarin duiden ze hun onderdanen niet aan als barbaren of Berbers, maar met de oeroude naam Mauri.

    De eerste is het grafschrift van Masties, gevonden in de Aurès in het noordoosten van Algerije en ondateerbaar, en identificeert hem met de Romeinse titels dux en imperator. Hij schrijft:

    Aan de geesten van de overledenen.
    Ik, Masties, dux gedurende zevenenzestig jaar, imperator gedurende tien jaar, ☩ heb nooit verraad gepleegd, noch het vertrouwen geschonden, noch bij de Romeinen, noch bij de Mauri, en ik ben in oorlog en vrede gehoorzaam geweest. God heeft mij vanwege mijn gedrag Zijn genade geschonken.
    Ik, Vartaia, heb samen met mijn broers dit monument opgericht, waarvoor ik honderd solidi heb betaald.noot EDCS-15500070.

    We weten niet goed wat de Romeinse titels hier betekenen. Dux kan een Romeinse militaire term zijn, maar ook de aanduiding van een Berber-stamhoofd, terwijl imperator kan verwijzen naar vrijwel elke militaire gezagdrager. Het is echter duidelijk dat de man zich niet presenteert als onderdaan van de Vandalen, wat ook wordt bevestigd door een terloopse opmerking van Prokopios, die schrijft dat de Berbers Timgad hadden verwoest om te verhinderen dat de Vandalen ooit hun kant op zouden komen.noot Prokopios, Oorlogen 4.13.26. Dat Masties christen is, spreekt ruim een eeuw na de regering van Constantijn voor elke gezagdrager vanzelf.

    Wie in deze inscriptie de Romeinen zijn, is onduidelijk: het kan gaan om onderdanen van Masties of de keizer in Ravenna. De tweede inscriptie, die van Masuna, helpt ons echter bij het vinden van een mogelijke interpretatie. Deze tekst is gevonden in Altava in het noordwesten van Algerije,noot EDCS-25601625. en bewijst dat Masuna rond 508 magistraten kon aanwijzen en zich beschouwde als een Romeinse gezaghebber. Hij identificeert zichzelf als rex gentium Maurorum et Romanorum, “koning van de Mauri en Romeinen”, en dat betekent dat we te maken hebben twee groepen onderdanen. “Romeinen” zal in beide inscripties verwijzen naar geromaniseerde stedelingen. En beide mannen regeerden dus over én Romeinse stedelingen én Mauri.

    Jidars

    Wat we, ondanks alle onduidelijkheid, kunnen weten is dat er rond 500 na Chr. post-Romeinse machthebbers waren met Berber-namen, die zich onafhankelijk hadden gemaakt van de Vandalen en zich presenteerden als loyaal aan de Romeinen. Ze gebruikten vergelijkbare militaire en bestuurlijke titels, deelden in de christelijke religie, schreven Latijn – kortom, ze bleven binnen de Romeinse wereld.

    Dat zulke leiders niet (of niet alleen) met kuddes heen en weer trokken, maar (tevens) sedentair waren, blijkt uit de zogeheten jidars, monumentale grafmonumenten uit de Late Oudheid, die zijn gevonden in het noordwesten van Algerije. Het gaat vrijwel zeker om koninklijke mausolea en ze veronderstellen een sedentaire bevolking.

    En tot slot: in 533 arriveerde de Byzantijnse generaal Belisarius in het huidige Tunesië, en onderwierp de Vandalen. Korte tijd later sloot hij een alliantie met een Berber-leider die door Prokopios Massonas wordt genoemd. We weten niet of dit dezelfde is als de zojuist genoemde Masuna, maar het bevestigt dat de Berbers rond Altava in het noordwesten van Algerije een mogendheid waren om rekening mee te houden.

    [Dit is het eerste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb en dit blogje wordt zo meteen dus vervolgd.]

    PS

    Op deze blog zijn ruim 57.000 reacties geplaatst en 99,9% daarvan was ter zake of prettige malligheid. Eergisteren heb ik voor de derde keer in veertien jaar iemand een blok moeten geven. Ten overvloede herinner ik aan onze fascinerende huisregels.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Tigranokerta

    mei 18, 2019
    De Cypriotische stad Salamis

    juli 9, 2024
    Achaimenidisch Perzië (2)

    oktober 14, 2023 Deel dit:

    #Algerije #Altava #Aurès #Belisarius #Berbers #Berbertalen #Geiserik #Hunerik #jidar #Massonas #Masties #Masuna #Mauri #MischaMeier #nomadisme #Prokopios #SaoCultuur #Timgad #Toeareg #Tunesië #Vandalen

  3. Médracen (Madghacen)

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

    Modernisering

    Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

    Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.

    Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.

    Médracen (Madghacen)

    Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot De Franse vorm komt doordat de Franse taal een huig-r heeft, zodat je makelijk van de R van Médracen komt naar Madghacen. Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.

    Een bazina (Tiddis)

    Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.

    Dorische pilasters

    Omdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.

    Koningsgraf

    Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Honderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.

    Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

    augustus 15, 2017
    Aristoteles (7): Materie en geest

    oktober 13, 2022
    Alexander in Cilicië

    november 3, 2022 Deel dit:

    #Algerije #bazina #Berbertalen #brons #Cirta #Constantine #lood #Madghacen #Massinissa #Medracen #Naravas #Numidië #Polybios #StéphaneGsell #wijn