home.social

#numidie — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #numidie, aggregated by home.social.

  1. Sallustius, Caesars handlanger

    Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)

    Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.

    De vroege loopbaan van Sallustius

    In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed mijn zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.

    Weer twee jaar later, toen de Tweede Burgeroorlog op het punt stond uit te breken, sloot Sallustius zich aan bij Caesar en stemde hij vóór een wet waarmee Caesar in absentia kandidaat voor het consulaat kon zijn. Dat was een van de aanleidingen tot de Tweede Burgeroorlog. Als gevolg van zijn keuze ontnamen aanhangers van Pompeius Sallustius zijn positie in de Senaat.

    Toen de burgeroorlog eenmaal een feit was, plaatste Caesar Sallustius aan het hoofd van een legioen in Illyricum, maar hij streed er zonder veel succes. In het jaar daarop, 48 v.Chr., was hij echter opnieuw quaestor. Rond deze tijd trouwde hij met Terentia, de ex van Cicero. In het volgende jaar, 47 v.Chr., werd hij bijna gelyncht door muitende soldaten van het Tiende Legioen, die hij namens Caesar moest vertellen dat ze nog langer moesten wachten op hun betaling. Ik vertelde er al over. En toen, na deze reeks mislukkingen, nam Sallustius’ leven ineens een positieve wending.

    Praetor en propraetor

    Het begon met Caesars Afrikaanse campagne. Sallustius bekleedde inmiddels het ambt van praetor en commandeerde enkele schepen. Kort na Caesar landing bij Hadrumetum (het huidige Sousse) leidde Sallustius de al genoemde foeragecampagne naar de Kerkenna-eilanden, vlak voor de Tunesische kust, waar hij de hand legde op een grote hoeveelheid graan, dat Caesars troepen hard nodig hadden. Dit was meer dan verdienstelijk, want het was winter en dan is de Middellandse Zee onrustig.

    Waar Sallustius zich in de volgende weken bevond, is onduidelijk, maar hij lijkt zich opnieuw nuttig te hebben gemaakt. Na de slag bij Thapsus had koning Juba I van Numidië weten te vluchten naar het noordwesten van het huidige Tunesië, waar hij het stadje Zama bedreigde. De bewoners vroegen Caesar om bescherming en deze ijlde er naartoe, dreef Juba de dood in en annexeerde een deel van diens koninkrijk. De nieuwe provincie heette Africa Nova en de eerste gouverneur was Gaius Sallustius Crispus.

    Hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine, en (met een woord van de Oost-Duitse classicus Peter Schmidt) “die Statthalterschaft erfüllte seine finanziellen Erwartungen”. Een van de zaken die hij ter hand nam, was de vestiging van veteranen in steden als Thugga.

    Een luxe Romeins huis in Thugga

    Proces

    Eind 45 v.Chr. was Sallustius terug in Rome, en daar kwam het tot een rechtszaak. Dat is eigenlijk wel bijzonder. Aanklachten tegen provinciegouverneurs wegens corruptie waren niet ongebruikelijk, zeker als er Romeinse burgers woonden in de uitgebuite provincie. Dat die er ook in Cirta waren, staat vast, want ze lieten votiefstèles achter in het heiligdom van El-Hofra. Maar je zou van een pas onderworpen gebied hebben verwacht dat het zich wel driemaal zou bedenken voor het in Rome een klacht indiende: het zou niet voor het eerst of laatst zijn dat Rome bij wijze van antwoord de belastingsom verhoogde. En je verwacht zéker niet dat de aanklacht wordt ingediend tegen de beschermeling van een militaire potentaat die onlangs zijn laatste tegenstanders heeft verslagen.

    Dat het desondanks kwam tot een rechtszaak, duidt op excessieve en onweerlegbare corruptie. Alleen door heel veel steekpenningen uit te delen en door de invloed van Julius Caesar zelf, ontkwam Sallustius aan een veroordeling.

    Geschiedschrijver

    Enkele maanden later was Caesar dood. Sallustius zou zich nuttig hebben kunnen maken voor een Marcus Antonius, voor een Lepidus, voor een Octavianus, of voor een andere generaal die claimde Caesar op te volgen. Maar hij bleef afzijdig. Het lijkt erop dat de rechtszaak zijn reputatie voorgoed had vernietigd. Hij trok zich terug uit de politiek en ging geschiedenisboeken schrijven. In 42 of 41, nadat de Driemannen de moordenaars van Caesar bij Filippoi hadden verslagen, publiceerde hij De samenzwering van Catilina en in het volgende jaar De oorlog tegen Jugurtha. Als oud-gouverneur van Numidië was hij over Jugurtha natuurlijk goed geïnformeerd. Later werkte hij aan zijn Historiën, waarvan alleen fragmenten over zijn die betrekking hebben op de jaren 78-67 v.Chr.

    Sallustius bezat een park in het noorden van de stad, vlakbij de Via XX Settembre. Of beter: het was ooit een tuin van Caesar geweest, maar Sallustius verwierf het na de dood van de dictator. Een deel van de sculptuur is over: de Stervende Galliër in de Capitolijnse Musea, de Ludovisi-troon en een andere Stervende Galliër in de Palazzo Altemps, een Knielende Galliër in het Louvre, een beeld van een stervende Niobide in de Palazzo Massimo alle Terme en de obelisk die tegenwoordig staat bovenaan de Spaanse Trappen.

    [Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    De Titelberg (en andere Keltische heuvelforten)

    oktober 24, 2017
    Een echte Romein

    juni 3, 2016
    Misverstand: Dode-Zee-rollen

    april 20, 2020 Deel dit:

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Algerije #Cirta #CorneliaFausta #ElHofra #GaiusSallustiusCrispus #JubaI #JuliusCaesar #LuciusSergiusCatilina #Numidië #Terentia #Thugga #TitusAnniusMilo #Tunesië #XGemina

  2. Imperator, Mynkd, MNKDH

    Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)

    Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.

    De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.

    Hij was de eerste Romein met die titel, maar er was een antecedent. We lezen bij Diodoros van Sicilië dat vóór Scipio de Karthaagse generaal Hasdrubal de Schone van zijn manschappen een eretitel kreeg, die de Griekstalige geschiedschrijver weergeeft als strategos autokrator,noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 25.12.1. wat de gangbare Griekse aanduiding is voor een buitengewoon bevelhebber. Ik heb er al eens over geblogd.

    Punische en Numidische titels

    Onlangs attendeerde Maarten Kossmann, die alles weet van de talen van de Maghreb, op een Punische inscriptie uit Lepcis Magna, waarop Imperator Caesar Augustus wordt vertaald met Mynkd Q‘ysr ‘Wgsṭs.noot Lepcis Magna N 14. (Het Punisch noteert geen klinkers.) Mynkd zou daarom het Karthaagse woord kunnen zijn geweest dat de soldaten van Hasdrubal gebruikten om hun generaal te eren en dat Diodoros weergaf met strategos autokrator.

    Het leuke is nu dat Mynkd helemaal geen Punisch woord is, maar Numidisch: MNKDH. Dus het is denkbaar dat het oer-Romeinse imperator via een in Iberië verleende Karthaagse eretitel teruggaat op een Numidisch woord. Dat illustreert leuk de vervlochtenheid van de antieke culturen.

    Bezwaren

    Ik zou het graag concluderen, ook omdat ik er steeds meer van overtuigd raak dat Numidië een belangrijkere rol heeft gespeeld dan de antieke auteurs ons laten geloven. Er zijn met mijn theorietje echter wel wat problemen. Om te beginnen weten we niet precies wat een MNKDH is. Het woord kan “voorganger” betekenen, maar zeker is dat niet.

    Bovendien is de geciteerde Punische inscriptie vrij jong: ze dateert uit de tijd van keizer Augustus. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar er is een aanwijzing dat voorname aanvoerders voordien een andere titel hadden. Een beroemde inscriptie uit Dougga noemt Massinissa namelijk een GLD, en de betekenis daarvan, “koning”, staat niet ter discussie.

    Het beste dat ik er van kan maken is dus dat het denkbaar is dat imperator via-via teruggaat op een Numidische aanvoerderstitel die niet die is van de legitieme vorst. Maar om eerlijk te zijn: dat vind ik zelf te complex om serieus te nemen, maar ik vraag me af waarom de maker van een Punische inscriptie niet koos voor iets als ‘MPRTR en een numidisme prefereerde. Van de andere kant: zulke verbanden moeten we wel overwegen. Waar culturen naast elkaar bestaan, nemen ze immers zaken van elkaar over.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Het lot van Henoch

    april 27, 2016
    Hellenistisch Lycië

    november 26, 2024
    De slag bij Telamon (2)

    mei 11, 2023 Deel dit:

    #dougga #hasdrubalDeSchone #imperator #lepcisMagna #maartenKossmann #massinissa #numidie #scipioAfricanus #tweedePunischeOorlog

  3. Naar de dokter

    Bezoek aan de dokter (Musée national des antiquités, Algiers)

    Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.

    Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.

    Cornelia Urbanilla is afgebeeld op het mozaïek, maar niet als portret, zoals we zouden verwachten, maar als lijk. Helemaal bovenaan zien we haar mummie, waaronder afgekort staat

    MC Urbanillae
    Memoriae Corneliae Urbanillae
    Aandenken aan Cornelia Urbanilla

    Dit is in Latijnse letters, net zoals het daaronder afgebeelde Griekse woord Euterpius, wat zoiets betekent als “veel blijdschap brengend”. Verder zien we vier slangpotige reuzen die een cirkelvormige afbeelding dragen van een arts die een mannelijke patiënt onderzoekt. De dokter draagt een Grieks kledingstuk, wat suggereert dat de mozaïeklegger een voorbeeldenboek gebruikte, en niet probeerde een arts af te beelden zoals je die in Romeins Numidië zou hebben kunnen ontmoeten.

    Ook hier is een tekst, dit keer in het Grieks:

    οὐκ ἤμην
    ἐγενόμην
    οὐκ εἰμί
    οὐ μέλει μοι

    Ik was niet
    Ik was er
    Ik ben niet
    Het deert me niet

    Je krijgt, ondanks de onbegrijpelijke eenden, de indruk dat Cornelia Urbanilla heeft willen zeggen blij te zijn dat ze is verlost van de ziekte die leven heet. Ik moest denken aan de woorden van de stervende Sokrates, geciteerd in de dialoog Faidon van Plato, dat zijn vrienden een offer verschuldigd waren aan de god van de geneeskunst. De interpretatie dat Sokrates dacht dat de dood zag als een soort genezing, staat al heel lang ter discussie omdat er niet zoveel bewijs is dat de Atheners het leven zagen als ziekte. (En bovendien, de proloog van de Faidon noemt iemand die moet genezen, en u zoekt zelf maar op aan wiens genezing de stervende Sokrates, althans volgens Plato, heeft gedacht.) Misschien hebben we met dit mozaïek echter toch een aanwijzing dat er in de Oudheid een traditie heeft bestaan dat het leven een ziekte was.

    De kwaliteit van het mozaïek is overigens niet geweldig: het palet is nogal vlak, hoewel steentjes met allerlei kleuren in de omgeving van Batna betrekkelijk gemakkelijk te krijgen zijn. Het oogt als haastwerk en misschien moeten we het eindresultaat wel heel anders uitleggen: dit mozaïek is onnadenkend tot stand gekomen, er is geen diepere betekenis, het is gewoon een allegaartje.

    [Dit was het 513e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Antieke migraties en migranten (1)

    augustus 24, 2020
    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Misverstand: Romeins burgerrecht

    mei 8, 2020 Deel dit:

    #Algerije #eend #Faidon #geneeskunde #horoscoop #mozaïek #mummie #Numidië #pauw #Plato #Sokrates #symboliek

  4. Het alfabet van Numidië

    Punisch-Numidische bilingue uit Lixus (Kasbah-museum. Tanger)

    Vorige week organiseerde het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de vierde keer de Week van het Oude Schrift. Eerlijk is eerlijk: soms gaan de lezingen minder over schrift dan over de taal of over het geschrevene, maar het is een leuk initiatief, waar ik zo veel mogelijk naar kom luisteren. Zoals afgelopen zaterdag, toen Maarten Kossmann van de Leidse universiteit kwam spreken over het Berber-schrift (“Tifinagh”) en zijn antieke voorgangers.

    Allerlei alfabetten

    Ik heb die mooie letters – altijd blokletters – in Algerije weleens gezien: bijvoorbeeld uitleg in het Frans, Arabisch en de Berbertaal Amazigh over de persoon van Augustinus, die de Algerijnen zo reapproprieren. Ik zag de karakters ook op verkiezingsaffiches en ik bezit een zwaard met een kwaadafwerende inscriptie, die overigens niemand kan lezen.

    Dat komt mede doordat er diverse soorten Tifinagh-schrift zijn, met allerlei plaatselijke varianten. Het eerste wat Kossmann uitlegde was dat het huidige schrift een nieuwschepping is uit de jaren zestig, gebaseerd op de traditionele, plaatselijke schriftsoorten die de Tuaregs gebruiken. Die gaan weer terug op een nog ouder alfabet, dat ik gemakshalve “Numidisch” zal noemen. “Libico-Berber” mag ook. Het moderne Tifinagh gebruikt weliswaar de antieke karakters, maar vormt woorden zoals ook westerse talen doen, onder andere door klinkers te noteren.

    Het Numidische schrift waarop de diverse Tuareg-alfabetten teruggaan, heeft eigenlijk ook nooit als eenheid bestaan. Net als het Grieks, dat eveneens enkele smaken kent, zijn er verschillende soorten Numidisch schrift, zoals dat van de Canarische Eilanden, in de eigenlijke Maghreb een westelijke en een oostelijke versie, en een variant uit de oase van Bu Njem. Een overzicht vindt u hier.

    Numidische inscriptie (Wadi el-Amud)

    De in deze inscripties vervatte taal, die ik maar Numidisch zal noemen, is op een of andere manier verwant met de huidige Berbertalen, al is de precieze relatie niet helemaal duidelijk. Het probleem zit hierbij in de Oudheid: zoals steeds hebben we over die periode te weinig informatie. Er zijn onvoldoende tweetalige inscripties. Verschillende Numidische woorden lijken weliswaar op moderne Amazigh-woorden, maar de gereconstrueerde klanken passen niet bij die van de huidige Berbertalen.

    Oorsprong

    Kossmann ging ook in op de vraag wanneer, hoe en waarom de Numidiërs hun alfabet hadden ontwikkeld. De enige dateerbare tekst is een inscriptie uit Dougga ter ere van de tien jaar eerder overleden koning Massinissa uit 138 v.Chr.; een andere inscriptie uit dezelfde antieke stad oogt iets ouder en lijkt een aanpassing aan een eerder alfabet. Als we als ontstaansmoment de vroege derde eeuw v.Chr. aannemen, zullen we er niet al te ver naast zitten; ik moest denken aan het enorme, precies toen gebouwde grafmonument van Médracen. De koning die dat heeft laten bouwen, zou opdracht gegeven kunnen hebben voor het ontwerpen van een eigen schrift, zoals koning Darius de Grote eveneens een eigen Perzisch schrift liet maken.

    Een neo-tifinagh-inscriptie over Augustinus (Souk Ahras)

    Er zijn overeenkomsten tussen het Numidische alfabet en de Punische karakters uit Karthago, maar het heeft duidelijk een eigen aanzien: het zijn blokletters, geen cursiefletters. De meerderheid van de karakters heeft bovendien geen Punische parallel. Hoewel oudheidkundigen het niet kunnen bewijzen, is aannemelijk dat het Numidische schrift is ontworpen om recht te doen aan de klanken van de antieke taal én te bewijzen dat men een eigen identiteit had. Opnieuw: zie Darius’ Perzische alfabet.

    Een vergeten cultuur

    Het was een leuke lezing over het schrift van een antiek volk waarvan het belang vaak wordt onderschat. De Numidiërs hielpen Rome tijdens de Eerste Punische Oorlog; het was dankzij een interventie van de Numidische vorst Naravas dat de Karthagers de Huurlingenoorlog overleefden; Scipio Africanus diende feitelijk als Massinissa’s huurling tijdens de Slag op de Grote Vlakte; nadat Scipio Hannibal had verslagen bij Zama, bleven de Numidiërs meesters van het veld; het was om te verhinderen dat Numidië een supermacht werd, dat Rome Karthago veroverde. Desondanks zijn de Numidië eigenlijk nauwelijks bekend.

    Algerijns verkiezingsaffiche.

    Numidië was weliswaar geen antieke supermacht, maar zit daar vlak onder – en wordt dus veelal genegeerd. Het is wat ironisch dat Kossmann sprak in een museum dat, als het gaat om Numidisch schrift, slechts drie afgietsels bezit van inscripties, die het museum momenteel niet toont. Ik weet ook niet goed wat hier de oplossing voor moet zijn, want ook een museum koopt niet zomaar een inscriptie in Libië, Tunesië, Algerije of Marokko, maar het is wat jammer een antieke subtopper volkomen te negeren, zeker als de verhalen boeiend zijn.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Het lot van Henoch

    april 27, 2016
    Vienne

    mei 16, 2025
    Het Ptolemaïsche Rijk

    april 24, 2024 Deel dit:

    #Algerije #Libië #MaartenKossmann #Madghacen #Marokko #Massinissa #Numidië #Tunesië

  5. De Maghreb in de Middeleeuwen

    Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

    Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

    Wat ik wel en niet snap

    Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

    Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

    Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

    Eenheid en versplintering, deel één

    Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

    Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

    Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Eenheid en versplintering, deel twee

    Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

    En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

    Eenheid en versplintering, deel drie

    De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

    Ibn Khaldun

    Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

    Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Jozef

    maart 19, 2018
    De Zeven Wonderen van België

    juli 3, 2025
    Lodewijk de Heilige in Karthago

    april 8, 2025 Deel dit:

    #Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

  6. Circumcelliones

    Timgad, Donatistisch complex

    Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

    Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

    Circumcelliones

    En ze verwierf op zeker moment de steun van de circumcelliones, die voor het eerst rond 320 worden vermeld. Het lijkt te zijn gegaan om arme plattelandsbewoners, meestal dagloners zonder veel bestaanszekerheid, die de ambitie hadden opgegeven normaal werk te vinden. Verder lijken onder de circumcelliones keuterboeren te zijn geweest met schulden die ze niet langer konden aflossen. Augustinus schrijft dat ze werden behandeld als beesten, wat wel verklaart waarom ze zich uit de stads- en dorpsgemeenschappen terugtrokken en zich overgaven aan banditisme. Zouden het Galliërs zijn geweest, ze zouden Bagaudae genoemd zijn geweest, en als het in de Middeleeuwen was geweest, dan was er sprake van een jacquerie.

    Het lijkt erop dat toen Constantijns zoon Constans (r.337-350) maatregelen nam tegen de donatisten, dezen antwoordden door de circumcelliones te instrueren om terreurdaden te verrichten tegen de officiële kerk. We kennen twee leiders bij hun (Berber)naam: Axido en Fasir. Hun opstand, die rond 340 plaatsvond, liep volledig uit de hand, want ze richtten zich vooral op de landhuizen van de grootgrondbezitters, waar ze de schuldregisters vernietigden en de bewoners – dat ging in een moeite door – dwongen hun slaven vrij te laten. De Romeinse generaal Taurinus onderdrukte deze opstand.

    Ik schreef zojuist “lijkt erop” omdat we geen geschriften hebben van de circumcelliones zelf. Niet alleen waren ze merendeels ongeletterd, maar zelfs al zouden ze teksten hebben geschreven, dan nog zouden ze niet zijn gekopieerd toen de keizerlijke kerk eenmaal het pleit had gewonnen.

    Het huis van Optatus in Timgad

    Zelfmoordaanslagen

    Enkele jaren later, tussen 345 en 347, was er een tweede revolte, die door generaal Silvester werd onderdrukt. Hierna lijken (lijken!) de circumcelliones hun modus operandi te hebben gewijzigd, want we vernemen dat ze heel riskante overvallen deden, waarbij ze zouden hebben gehoopt te sneuvelen, zodat ze als martelaren meteen naar de hemel zouden gaan. Hun aanvalskreet zou Deo laudes! zijn geweest, “Prijs God!” Dit moet rond 390 zijn geweest, en de regie zou in handen zijn geweest van de donatistische bisschop Optatus, wiens huis is opgegraven in Timgad. Een laatste geweldsgolf vond plaats rond 411.

    Dat die zelfmoordaanslagen geen fictie zijn, wordt bewezen door vijfenzestig grafstenen die zijn gevonden bij de Jebel Nif en-Nser, niet ver van het Algerijnse stadje Ain M’lila: het gaat om circumcelliones die zich in een kloof hebben geworpen, mogelijk toen ze geen slachtoffers konden vinden om te vermoorden. We lezen ook over ongewapende circumcelliones die bewapende konvooien aanvielen. Wij zouden het suicide by cop noemen. Genadeloos als Romeinse gouverneurs waren, lieten ze de aanvallers vrij.

    Jebel Nif en-Nser

    Twijfel

    Zoals gezegd: we weten het allemaal niet zo zeker. Hun eigen opvattingen kennen we eigenlijk niet en een auteur als Augustinus was vooringenomen. Weliswaar herkende hij de sociale oorzaak, maar hij maakte zich zó grote zorgen om het donatisme dat hij bereid was de overheid te vragen desnoods met geweld op te treden. Augustinus voelde sympathie voor de ontrechten, maar niet voor bondgenoten van de donatistische concurrentie.

    Nog iets: het Latijnse woord cella kan ook “graanopslag” betekenen, wat prima past bij een plattelandsbeweging. Je zou de nomaden die bij de oogst kwamen helpen, kunnen aanduiden als degenen die zich bij de silo’s ophouden. Maar deze interpretatie van de naam maakt het lastiger – hoewel zeker niet onmogelijk – de circumcelliones te presenteren als donatistische terroristen.

    “Eeuwig vrede voor de katholieke kerk”: anti-donatistische polemiek (Nationaal Museum, Algiers)

    In elk geval: ze waren gevaarlijk. Reizigers, en zekere geestelijken in dienst van de keizerlijke kerk, vormden bewapende karavanen alvorens op pad te gaan. Dat zegt echt wel iets. Augustinus kan overdrijven als hij zegt dat de kreet Deo laudes gevreesder was dan het brullen van een leeuw, maar zijn angst was wel degelijk reëel.

    Kortom: er zijn wat problemen in de bewijsvoering, maar we mogen de circumcelliones beschouwen als plattelandsrebellen die steeds meer veranderden in de gewapende tak van de donatistische kerk.

    PS

    De circumcelliones spelen een belangrijke rol in de historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas (2020; bespreking).

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    C16 | De visioenen van Constantijn

    maart 6, 2024
    De mysteriën van Mithras

    februari 15, 2022
    Sinterklaas is jarig

    juli 29, 2017 Deel dit:

    #Algerije #Augustinus #Bagaudae #banditisme #Circumcelliones #Constans #ConstantijnDeGrote #donatisme #FransWillemVerbaas #Licinius #Numidië #OptatusVanTimgad #terrorisme #Timgad #zelfmoord

  7. De opstand van Tacfarinas (1)

    Ruiter uit een nomadenvolk (Museum Bani Walid)

    Het simpele verhaal eerst: Tacfarinas was een Numidische plattelandsrebel die het tijdens de regering van keizer Tiberius opnam tegen de Romeinse legers. Zulke opstanden zijn overal gedocumenteerd waar de Romeinen de macht overnamen. Dat was het simpele verhaal. Nu de iets complexere betekenis. Je kunt zulke gebeurtenissen op verschillende manieren interpreteren, bijvoorbeeld als een vorm van verzet tegen een vreemde overweldiger, of als protest tegen een te geringe mogelijkheid om te profiteren van de kansen die de Romeinse wereld bood, of een combinatie van deze twee motieven, of nog anders.

    Perspectiefwisselingen

    Het kan nog iets complexer. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog veranderde de westerse visie op Griekenland en Rome. Tot dan toe had men de verspreiding van de klassieke cultuur beschouwd als iets goeds. Een veroveraar als Alexander de Grote of een imperialistische mogendheid als Rome bracht de verslagen bevolking naar een hoger cultureel plan. Na de Dekolonisatie keerde het perspectief om: Alexander gold als een massamoordenaar en de Romeinen stonden vijandig tegenover de lokale culturen.

    Het eerstgenoemde perspectief is niet automatisch onjuist. Wie welvaart brengt – en dat deed Rome meer dan Alexander – maakt ethische keuzes mogelijk die voordien niet bestonden. Dat noemen we vooruitgang. Ook het tegengestelde perspectief is niet automatisch onjuist: Alexanders oorlogen waren ronduit genocidaal. Wat in beide perspectieven wél automatisch onjuist is, is de aanname dat er twee groepen waren. Maar een antieke imperialistische mogendheid kon haar gezag niet zomaar opleggen. Daarvoor had ze domweg de middelen niet. Alexander moest samenwerken met Perzische bestuurders, Rome bestuurde via de plaatselijke elites. En daarmee wordt het beeld ineens een stuk complexer en interessanter.

    We kunnen Tacfarinas’ opstand natuurlijk nog steeds typeren als reactie op te beperkte mogelijkheden om mee te doen aan wat Rome had te bieden: een protest tegen discriminatie. En we kunnen Tacfarinas’ opstand bezien als uiting van anti-Romeins verzet. In Algerije, dat pas na een buitengewoon bloedige oorlog onafhankelijk werd van Frankrijk, bestaan beide interpretaties. Maar ze schieten allebei te kort.

    De dadeloogst was typische seizoensarbeid (Museum Bani Walid)

    Romeins gezag

    Het Romeinse gezag was uitgebouwd vanuit de provincie Africa (Tunesië), waaraan Julius Caesar na de slag bij Thapsus het noordoosten van Algerije aan had toegevoegd. Hier lagen allerlei steden, en meer naar het zuiden ging het landschap over in een steppe waar herders met kuddes heen en weer trokken. Deze groep staat bekend als de Musulamii; onze Latijnse bronnen typeren hen als een stam of een stamfederatie. In de oogsttijd waren ze vlakbij de steden, waar ze bijverdienden als seizoenarbeiders; daarna trokken ze weer naar de steppe, waar ze contact hadden met andere nomaden, met wie ze producten ruilden, die ze in de oogsttijd weer vervoerden naar de steden. Zo speelden de Musulamii een rol bij de handel door de Sahara.

    Deze gang van zaken was voor alle betrokkenen profijtelijk en er moeten vriendelijke contacten hebben bestaan tussen de leiders van de Musulamii en de Romeinse bestuurders. Rome oefende zijn macht indirect uit, zoals zo vaak.

    En zoals even vaak: als Rome te maken had met seizoensmigratie, ging het verkeerd. De soldaten van III Augusta, gestationeerd in Ammaedara (het huidige Haidra), legden een weg aan, bouwden nieuwe dorpen met vaste weilanden en akkers, en sneden zo een belangrijke route af waarlangs de nomaden hun kuddes verweidden. Dat kon alleen maar leiden tot protest.

    [wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De slag in het Teutoburgerwoud (4)

    maart 21, 2019
    De zeven regels van rabbi Hillel

    april 3, 2022
    Wat zijn Romeinen?

    mei 2, 2015 Deel dit:

    #AfricaProconsularis #Algerije #Ammaedara #Dekolonisatie #Haïdra #IIIAugusta #JuliusCaesar #Musulamii #nomadisme #Numidië #Tacfarinas #Tiberius #Tunesië

  8. Médracen (Madghacen)

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

    Modernisering

    Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

    Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.

    Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.

    Médracen (Madghacen)

    Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot De Franse vorm komt doordat de Franse taal een huig-r heeft, zodat je makelijk van de R van Médracen komt naar Madghacen. Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.

    Een bazina (Tiddis)

    Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.

    Dorische pilasters

    Omdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.

    Koningsgraf

    Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Honderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.

    Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

    augustus 15, 2017
    Aristoteles (7): Materie en geest

    oktober 13, 2022
    Alexander in Cilicië

    november 3, 2022 Deel dit:

    #Algerije #bazina #Berbertalen #brons #Cirta #Constantine #lood #Madghacen #Massinissa #Medracen #Naravas #Numidië #Polybios #StéphaneGsell #wijn

  9. Bulla Regia

    Huis van de Jacht (Bulla Regia)

    Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.

    Huis van Baäl

    Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.

    Huis van de Nieuwe Jacht (Bulla Regia)

    We weten weer wel dat Bulla aan het einde van de derde eeuw v.Chr. deel uitmaakte van het koninkrijk van de Numidische koning Massinissa. Die verbleef er vanaf 156 v.Chr. en daarom kreeg de stad de bijnaam Regia, “koninklijk”. Later was Bulla Regia ook een residentie van koning Juba I.

    Ondergronds wonen

    Wat de stad zo bijzonder maakt, is dat veel mensen er onder de grond woonden. Ik heb geen cijfers over de verhouding tussen bovengrondse en ondergrondse woningen. Misschien kunnen die ook wel niet bestaan: een bovengronds huis met wat bewoners in de kelder en een ondergronds huis met een ingang op straatniveau – waar laat je die meetellen?

    Het theater van Bulla Regia. Augustinus heeft hier nog eens een preek verzorgd.

    Feit is: je kunt hier dus ondergrondse villa’s bezoeken. Sommige, zoals het Huis van de Jacht, zijn gebouwd volgens een plattegrond zoals we ook kennen uit Italië: ze hebben dus een atrium, omringd door diverse kamers, waaronder een eetkamer. Alleen de ingang is nu een trappenhuis. Dit huis zal dus wel dateren van na de Romeinse machtsovername, al kan het natuurlijk ook gaan om een Italische officier in het huurlingenleger van een Numidische koning – pakweg Jugurtha.

    Sommige onderaardse huizen hebben prachtige mozaïeken, zoals het huis dat door archeologen de naam Huis van Amfitrite is genoemd. Het is de verkeerde naam, want het mozaïek stelt feitelijk de godin Afrodite ofwel Venus voor. In het Huis van de Schat zijn op mozaïeken de emblemen aangebracht van wat vermoedelijk beroepsverenigingen zijn geweest.

    Afrodite (Bulla Regia)

    Je vraagt je af waarom mensen onder de grond gaan wonen. Het is immers nogal lastig zo’n huis te bouwen. Een voor de hand liggend antwoord is de hitte, maar zo heet is het helemaal niet aan de leizijde van de bergen. Er is altijd wind. Ik sluit niet uit dat de werkelijke reden om op een lastige manier een huis te bouwen is dat het een lastige manier is om een huis te bouwen. Een Numidiër, een Karthager, een Romein, een Vandaal kon laten zien dat hij rijk was.

    ***

    Ik organiseer in het najaar een reis naar Tunesië, waarbij we ook Bulla Regia aandoen. Meer informatie daar.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Baäl #BullaRegia #JubaI #Jugurtha #Massinissa #Medjerda #Numidië #Tanit #Tunesië

  10. Bulla Regia

    Huis van de Jacht (Bulla Regia)

    Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.

    Huis van Baäl

    Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.

    Huis van de Nieuwe Jacht (Bulla Regia)

    We weten weer wel dat Bulla aan het einde van de derde eeuw v.Chr. deel uitmaakte van het koninkrijk van de Numidische koning Massinissa. Die verbleef er vanaf 156 v.Chr. en daarom kreeg de stad de bijnaam Regia, “koninklijk”. Later was Bulla Regia ook een residentie van koning Juba I.

    Ondergronds wonen

    Wat de stad zo bijzonder maakt, is dat veel mensen er onder de grond woonden. Ik heb geen cijfers over de verhouding tussen bovengrondse en ondergrondse woningen. Misschien kunnen die ook wel niet bestaan: een bovengronds huis met wat bewoners in de kelder en een ondergronds huis met een ingang op straatniveau – waar laat je die meetellen?

    Het theater van Bulla Regia. Augustinus heeft hier nog eens een preek verzorgd.

    Feit is: je kunt hier dus ondergrondse villa’s bezoeken. Sommige, zoals het Huis van de Jacht, zijn gebouwd volgens een plattegrond zoals we ook kennen uit Italië: ze hebben dus een atrium, omringd door diverse kamers, waaronder een eetkamer. Alleen de ingang is nu een trappenhuis. Dit huis zal dus wel dateren van na de Romeinse machtsovername, al kan het natuurlijk ook gaan om een Italische officier in het huurlingenleger van een Numidische koning – pakweg Jugurtha.

    Sommige onderaardse huizen hebben prachtige mozaïeken, zoals het huis dat door archeologen de naam Huis van Amfitrite is genoemd. Het is de verkeerde naam, want het mozaïek stelt feitelijk de godin Afrodite ofwel Venus voor. In het Huis van de Schat zijn op mozaïeken de emblemen aangebracht van wat vermoedelijk beroepsverenigingen zijn geweest.

    Afrodite (Bulla Regia)

    Je vraagt je af waarom mensen onder de grond gaan wonen. Het is immers nogal lastig zo’n huis te bouwen. Een voor de hand liggend antwoord is de hitte, maar zo heet is het helemaal niet aan de leizijde van de bergen. Er is altijd wind. Ik sluit niet uit dat de werkelijke reden om op een lastige manier een huis te bouwen is dat het een lastige manier is om een huis te bouwen. Een Numidiër, een Karthager, een Romein, een Vandaal kon laten zien dat hij rijk was.

    ***

    Ik organiseer in het najaar een reis naar Tunesië, waarbij we ook Bulla Regia aandoen. Meer informatie daar.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Baäl #BullaRegia #JubaI #Jugurtha #Massinissa #Medjerda #Numidië #Tanit #Tunesië