home.social

#ziriden — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #ziriden, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Fatimiden

    Fatimidisch reliëf (Monastir)

    Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

    De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

    Ivoorsnijwerk uit Cairo (Louvre, Parijs)

    Ontstaan van het Fatimidische kalifaat

    Begin tiende eeuw was het zo ver. In het westen van het Kalifaat van Bagdad, in wat nu Tunesië en Algerije is, was de macht in handen van de Aghlabiden, die de kalief in naam erkenden en verder hun eigen gang gingen. Helemaal in het westen, in wat nu Kabylië heet, leefden sji’itische Berbers die binnen het half-onafhankelijke Aghlabidische emiraat ook nogal onafhankelijk waren. Profiterend van een Aghlabidische troonswisselingcrisis, wisten de Berbers vanaf 902 hun positie te versterken. In 904 namen ze Sétif; Aghlabidische tegenaanvallen werden afgeslagen; in 909 viel Kairouan.

    De Berbers namen het bestuursapparaat van de Aghlabiden over en in het volgende jaar riep hun leider zich uit tot kalief. Eigenlijk heel opmerkelijk, want het kalifaat gold als bij uitstek soennitisch, en deze Berbers waren sji’ieten. Hun leider beweerde via Imam Ali en Fatima af te stammen van Mohammed, presenteerde zich als de uit verborgenheid teruggekeerde imam, liet zich Mahdi noemen en kondigde meteen aan dat mensen zich vergisten als ze dachten dat met de verschijning van de verborgen imam ook de Eindtijd aanbrak. Het was, al met al, een revolutie: een sji’itische kalief, een teruggekeerde imam zonder Eindtijd, sji’ieten met macht en een familie die afstamming van de Profeet claimde.

    Ingang van de Fatimidische moskee te Mahdia

    Zo ontstond het Fatimidische Kalifaat, dat al snel een nieuwe hoofdstad bouwde: ontevreden met Kairouan kozen ze voor een stad aan de kust, waarvandaan men naar het oosten wilde uitvaren, richting Egypte en Syrië, en daar voorbij naar Bagdad, om de hele islamitische wereld te verenigen onder één kalief die tevens imam was. De nieuwe hoofdstad heette naar haar stichter Mahdia.

    Expansie

    Ik ga hier niet alle conflicten beschrijven, maar noem wel dat de claim op het kalifaat als een schok door de islamitische wereld ging. Er was altijd maar één kalief geweest, de soennitische heerser in Bagdad. Nu er een tweede kalief was, konden de leiders van het Emiraat van Córdoba niet achterblijven: Abd al-Rahman III van Córdoba riep zich in 929 uit tot de derde kalief, en bouwde Madinat al-Zahra om ook in architectonisch opzicht niet achter te blijven bij Bagdad en Mahdia (en Constantinopel en andere hoofdsteden). Het kalifaat van Córdoba en het Fatimidische kalifaat van Mahdia vochten in de tiende eeuw met wisselende krijgskansen een Stellvertreterkrieg uit in Marokko.

    Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

    Tegelijkertijd rondden de Fatimiden de Arabische verovering van Sicilië af, om daarna hun eigenlijke doelen weer centraal te stellen: de verovering van Egypte en Syrië, om daarvandaan op te rukken naar Bagdad. Eerdere pogingen waren mislukt, maar in 969 konden de Fatimiden hun residentie verplaatsen naar een nieuwe hoofdstad: Cairo, wat zoiets betekent als “overwinningsstad”. De Al-Azhar-moskee dateert uit deze jaren.

    Met Egypte viel ook het westen van het Arabische Schiereiland in Fatimidische handen, inclusief de heilige steden Mekka en Medina. De verovering van de Levant verliep minder voorspoedig: weliswaar wisten de Fatimidische legers al in 970 Damascus te nemen, maar ze werden teruggeslagen en uiteindelijk was alleen het huidige Palestina Fatimidisch, inclusief de heilige stad Jeruzalem. Hiermee kwam de expansie ten einde. Met de Byzantijnen, die in deze periode hun macht in Syrië uitbreidden, kwam men overeen dat de Nahr al-Kabir (de noordgrens van het huidige Libanon) de grens tussen beide invloedssferen zou vormen.

    Fatimidische munt (Residenzschloss, Dresden)

    Elfde en twaalfde eeuw

    Rond het jaar 1000 strekte het Fatimidische Rijk zich uit van Algerije tot Jordanië. Aan het hoofd stond de kalief Al-Hakim over wie ik het al eerder heb gehad – een van de meest fascinerende personages uit de Arabische geschiedenis. Inmiddels begon de geschiedenis zich te herhalen. Zoals de Fatimiden hun macht hadden kunnen uitbreiden vanuit de westelijke periferie, waar de kalief van Bagdad alleen indirect gezag uitoefende, zo breidden nu in de westelijke periferie de Ziriden hun macht uit. Officieel namens de Fatimidische kalief heersten zij over grote delen van de Maghreb, en in de elfde eeuw werden ze feitelijk onafhankelijk.

    De afspraak met de Byzantijnen over de afbakening van de wederzijdse invloedssferen garandeerde een eeuw lang een regelmatig onderbroken rust, maar dat veranderde tegen het einde van de elfde eeuw. Een in Anatolië en Syrië opererend huurlingenleger in dienst van keizer Alexios I Komnenos verbrak zijn eed van trouw, stak de Nahr al-Kabir over en rukte op naar Jeruzalem. Het Fatimidische garnizoen wist de aanvallen enige tijd af te slaan, maar de vijanden wisten de stad stormenderhand te veroveren en versloegen even later een Fatimidisch ontzettingsleger. Dat was 1099 en u had al begrepen dat dit huurlingenleger bekendstaat als de Eerste Kruistocht.

    Een Fatimidische bokaal uit de Kerkschat van Oignies (Musée des arts anciens, Namen)

    In de loop van de twaalfde eeuw raakte de dynastie steeds verder verzwakt, deels door interne fricties, deels vanwege het verlies aan prestige. Zwakke kaliefen kregen nogal eens te maken met machtige adviseurs, die zeker niet altijd sji’itisch of zelfs maar islamitisch waren. Uiteindelijk nam een van die adviseurs, de soenniet Saladin, in 1171 de macht over. Met die gebeurtenis raakten Syrië en Egypte voor het eerst in lange tijd in één hand verenigd en raakte het lot van de Kruisvaarders bezegeld. Het betekende ook dat de sji’a voorgoed de kleinere was van de twee hoofdstromingen in de islam.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Koepelbouw in Isfahan

    februari 3, 2013
    Raymond III van Tripoli (3)

    augustus 2, 2023
    Lanceloet en het hert met de witte voet

    maart 29, 2024 Deel dit: #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakim #AlexiosIKomnenos #Berbers #Cairo #EersteKruistocht #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #imamAli #Jeruzalem #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #Kerbala #MadinatAlZahra #mahdi #Mahdia #NahrAlKabir #Saladin #sjiieten #soennieten #Ziriden
  2. De Fatimiden

    Fatimidisch reliëf (Monastir)

    Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

    De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

    Ivoorsnijwerk uit Cairo (Louvre, Parijs)

    Ontstaan van het Fatimidische kalifaat

    Begin tiende eeuw was het zo ver. In het westen van het Kalifaat van Bagdad, in wat nu Tunesië en Algerije is, was de macht in handen van de Aghlabiden, die de kalief in naam erkenden en verder hun eigen gang gingen. Helemaal in het westen, in wat nu Kabylië heet, leefden sji’itische Berbers die binnen het half-onafhankelijke Aghlabidische emiraat ook nogal onafhankelijk waren. Profiterend van een Aghlabidische troonswisselingcrisis, wisten de Berbers vanaf 902 hun positie te versterken. In 904 namen ze Sétif; Aghlabidische tegenaanvallen werden afgeslagen; in 909 viel Kairouan.

    De Berbers namen het bestuursapparaat van de Aghlabiden over en in het volgende jaar riep hun leider zich uit tot kalief. Eigenlijk heel opmerkelijk, want het kalifaat gold als bij uitstek soennitisch, en deze Berbers waren sji’ieten. Hun leider beweerde via Imam Ali en Fatima af te stammen van Mohammed, presenteerde zich als de uit verborgenheid teruggekeerde imam, liet zich Mahdi noemen en kondigde meteen aan dat mensen zich vergisten als ze dachten dat met de verschijning van de verborgen imam ook de Eindtijd aanbrak. Het was, al met al, een revolutie: een sji’itische kalief, een teruggekeerde imam zonder Eindtijd, sji’ieten met macht en een familie die afstamming van de Profeet claimde.

    Ingang van de Fatimidische moskee te Mahdia

    Zo ontstond het Fatimidische Kalifaat, dat al snel een nieuwe hoofdstad bouwde: ontevreden met Kairouan kozen ze voor een stad aan de kust, waarvandaan men naar het oosten wilde uitvaren, richting Egypte en Syrië, en daar voorbij naar Bagdad, om de hele islamitische wereld te verenigen onder één kalief die tevens imam was. De nieuwe hoofdstad heette naar haar stichter Mahdia.

    Expansie

    Ik ga hier niet alle conflicten beschrijven, maar noem wel dat de claim op het kalifaat als een schok door de islamitische wereld ging. Er was altijd maar één kalief geweest, de soennitische heerser in Bagdad. Nu er een tweede kalief was, konden de leiders van het Emiraat van Córdoba niet achterblijven: Abd al-Rahman III van Córdoba riep zich in 929 uit tot de derde kalief, en bouwde Madinat al-Zahra om ook in architectonisch opzicht niet achter te blijven bij Bagdad en Mahdia (en Constantinopel en andere hoofdsteden). Het kalifaat van Córdoba en het Fatimidische kalifaat van Mahdia vochten in de tiende eeuw met wisselende krijgskansen een Stellvertreterkrieg uit in Marokko.

    Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

    Tegelijkertijd rondden de Fatimiden de Arabische verovering van Sicilië af, om daarna hun eigenlijke doelen weer centraal te stellen: de verovering van Egypte en Syrië, om daarvandaan op te rukken naar Bagdad. Eerdere pogingen waren mislukt, maar in 969 konden de Fatimiden hun residentie verplaatsen naar een nieuwe hoofdstad: Cairo, wat zoiets betekent als “overwinningsstad”. De Al-Azhar-moskee dateert uit deze jaren.

    Met Egypte viel ook het westen van het Arabische Schiereiland in Fatimidische handen, inclusief de heilige steden Mekka en Medina. De verovering van de Levant verliep minder voorspoedig: weliswaar wisten de Fatimidische legers al in 970 Damascus te nemen, maar ze werden teruggeslagen en uiteindelijk was alleen het huidige Palestina Fatimidisch, inclusief de heilige stad Jeruzalem. Hiermee kwam de expansie ten einde. Met de Byzantijnen, die in deze periode hun macht in Syrië uitbreidden, kwam men overeen dat de Nahr al-Kabir (de noordgrens van het huidige Libanon) de grens tussen beide invloedssferen zou vormen.

    Fatimidische munt (Residenzschloss, Dresden)

    Elfde en twaalfde eeuw

    Rond het jaar 1000 strekte het Fatimidische Rijk zich uit van Algerije tot Jordanië. Aan het hoofd stond de kalief Al-Hakim over wie ik het al eerder heb gehad – een van de meest fascinerende personages uit de Arabische geschiedenis. Inmiddels begon de geschiedenis zich te herhalen. Zoals de Fatimiden hun macht hadden kunnen uitbreiden vanuit de westelijke periferie, waar de kalief van Bagdad alleen indirect gezag uitoefende, zo breidden nu in de westelijke periferie de Ziriden hun macht uit. Officieel namens de Fatimidische kalief heersten zij over grote delen van de Maghreb, en in de elfde eeuw werden ze feitelijk onafhankelijk.

    De afspraak met de Byzantijnen over de afbakening van de wederzijdse invloedssferen garandeerde een eeuw lang een regelmatig onderbroken rust, maar dat veranderde tegen het einde van de elfde eeuw. Een in Anatolië en Syrië opererend huurlingenleger in dienst van keizer Alexios I Komnenos verbrak zijn eed van trouw, stak de Nahr al-Kabir over en rukte op naar Jeruzalem. Het Fatimidische garnizoen wist de aanvallen enige tijd af te slaan, maar de vijanden wisten de stad stormenderhand te veroveren en versloegen even later een Fatimidisch ontzettingsleger. Dat was 1099 en u had al begrepen dat dit huurlingenleger bekendstaat als de Eerste Kruistocht.

    Een Fatimidische bokaal uit de Kerkschat van Oignies (Musée des arts anciens, Namen)

    In de loop van de twaalfde eeuw raakte de dynastie steeds verder verzwakt, deels door interne fricties, deels vanwege het verlies aan prestige. Zwakke kaliefen kregen nogal eens te maken met machtige adviseurs, die zeker niet altijd sji’itisch of zelfs maar islamitisch waren. Uiteindelijk nam een van die adviseurs, de soenniet Saladin, in 1171 de macht over. Met die gebeurtenis raakten Syrië en Egypte voor het eerst in lange tijd in één hand verenigd en raakte het lot van de Kruisvaarders bezegeld. Het betekende ook dat de sji’a voorgoed de kleinere was van de twee hoofdstromingen in de islam.

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakim #AlexiosIKomnenos #Berbers #Cairo #EersteKruistocht #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #imamAli #Jeruzalem #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #Kerbala #MadinatAlZahra #mahdi #Mahdia #NahrAlKabir #Saladin #sjiieten #soennieten #Ziriden
  3. De Maghreb in de Middeleeuwen

    Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

    Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

    Wat ik wel en niet snap

    Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

    Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

    Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

    Eenheid en versplintering, deel één

    Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

    Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

    Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Eenheid en versplintering, deel twee

    Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

    En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

    Eenheid en versplintering, deel drie

    De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

    Ibn Khaldun

    Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

    Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Jozef

    maart 19, 2018
    De Zeven Wonderen van België

    juli 3, 2025
    Lodewijk de Heilige in Karthago

    april 8, 2025 Deel dit:

    #Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

  4. De Maghreb in de Middeleeuwen

    Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

    Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

    Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

    Wat ik wel en niet snap

    Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en werd bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Om het plaatje nog complexer te maken, waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, waarvan wel wordt gezegd dat de Baranis binnen de grenzen van het voormalige Romeinse Rijk hadden gewoond en/of sedentair waren, terwijl de Butr buiten het imperium hadden gewoond en/of nomadisch leefden. Er waren natuurlijk Arabieren, verdeeld over degenen met voorouders in Syrië en degenen met voorouders op het Arabische Schiereiland. Rond het midden van de achtste eeuw zouden al deze tegenstellingen een rol spelen bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

    Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik hieronder zal beschrijven vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en nog niet geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

    Rostamidische inscriptie (Museum voor islamitische kunst, Algiers)

    Eenheid en versplintering, deel één en twee

    Zoals ik het dynastieke deel begrijp, hebben we feitelijk te maken met een cyclus van integratie en desintegratie: steeds is er eerst een sterke dynastie die de hele Maghreb beheerst, en daarna valt het gebied in delen uiteen, waarna de cyclus opnieuw begint. Zo behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad.

    Hier eindigde de eerste cyclus. De situatie in de Maghreb was gedurende een halve eeuw instabiel, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen. Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, werd dus rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die door kalief Harun ar-Rashid, werd erkend als emir. Dat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. En zo was er een basis voor nieuwe versnippering, want de Aghlabiden gingen zich steeds zelfstandiger gedragen.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

    Dat gebeurde ook in het westen. In het noordwesten van het huidige Algerije was een Emiraat van Tlemcen, dat doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, al waren rond 800 de eerste emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw dus steeds meer hun eigen weg.

    Eenheid en versplintering, deel drie

    De tweede cyclus van desintegratie eindigde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd nadien niet meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

    De minaret in Qal’at Bani Hammad

    En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze ook El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, aan de rand van de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

    Eenheid en versplintering, deel vier

    De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen: de vierde cyclus begon. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het nieuw ingestelde centrale gezag verloor vervolgens weer de controle. Lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

    Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ibn Khaldun

    Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Cyclus numero vijf. En we kennen inmiddels het patroon:

    • er is eerst een machtige dynastie die de regio beheerst,
    • die delegeert de macht aan lokale heersers
    • die worden vervolgens zelfstandig,
    • waarna een nieuwe machtige dynastie opstaat en de cyclus opnieuw begint.
    Ottomaans aardewerk (Museum voor islamitische kunst, Algiers)

    Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

    Ik organiseer volgend voorjaar een reis naar Bulgarije. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Robert de Fries en Sint-Nikolaas

    december 7, 2021
    Irak kort (5): Bahlul

    oktober 16, 2021
    Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī

    augustus 24, 2024 Deel dit: #Abbasiden #Aghlabiden #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden