#massinissa — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #massinissa, aggregated by home.social.
-
https://www.europesays.com/afrique/78876/ Le retour des ancêtres ou lorsque l’Algérie se remémore le passé #Algérie #Amazighs #IbnKhaldoun #Massinissa #Numidie
-
Imperator, Mynkd, MNKDH
Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.
De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.
Hij was de eerste Romein met die titel, maar er was een antecedent. We lezen bij Diodoros van Sicilië dat vóór Scipio de Karthaagse generaal Hasdrubal de Schone van zijn manschappen een eretitel kreeg, die de Griekstalige geschiedschrijver weergeeft als strategos autokrator,noot Diodoros, Wereldgeschiedenis 25.12.1. wat de gangbare Griekse aanduiding is voor een buitengewoon bevelhebber. Ik heb er al eens over geblogd.
Punische en Numidische titels
Onlangs attendeerde Maarten Kossmann, die alles weet van de talen van de Maghreb, op een Punische inscriptie uit Lepcis Magna, waarop Imperator Caesar Augustus wordt vertaald met Mynkd Q‘ysr ‘Wgsṭs.noot Lepcis Magna N 14. (Het Punisch noteert geen klinkers.) Mynkd zou daarom het Karthaagse woord kunnen zijn geweest dat de soldaten van Hasdrubal gebruikten om hun generaal te eren en dat Diodoros weergaf met strategos autokrator.
Het leuke is nu dat Mynkd helemaal geen Punisch woord is, maar Numidisch: MNKDH. Dus het is denkbaar dat het oer-Romeinse imperator via een in Iberië verleende Karthaagse eretitel teruggaat op een Numidisch woord. Dat illustreert leuk de vervlochtenheid van de antieke culturen.
Bezwaren
Ik zou het graag concluderen, ook omdat ik er steeds meer van overtuigd raak dat Numidië een belangrijkere rol heeft gespeeld dan de antieke auteurs ons laten geloven. Er zijn met mijn theorietje echter wel wat problemen. Om te beginnen weten we niet precies wat een MNKDH is. Het woord kan “voorganger” betekenen, maar zeker is dat niet.
Bovendien is de geciteerde Punische inscriptie vrij jong: ze dateert uit de tijd van keizer Augustus. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar er is een aanwijzing dat voorname aanvoerders voordien een andere titel hadden. Een beroemde inscriptie uit Dougga noemt Massinissa namelijk een GLD, en de betekenis daarvan, “koning”, staat niet ter discussie.
Het beste dat ik er van kan maken is dus dat het denkbaar is dat imperator via-via teruggaat op een Numidische aanvoerderstitel die niet die is van de legitieme vorst. Maar om eerlijk te zijn: dat vind ik zelf te complex om serieus te nemen, maar ik vraag me af waarom de maker van een Punische inscriptie niet koos voor iets als ‘MPRTR en een numidisme prefereerde. Van de andere kant: zulke verbanden moeten we wel overwegen. Waar culturen naast elkaar bestaan, nemen ze immers zaken van elkaar over.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Het lot van Henoch
april 27, 2016
Hellenistisch Lycië
november 26, 2024
De slag bij Telamon (2)
mei 11, 2023 Deel dit:#dougga #hasdrubalDeSchone #imperator #lepcisMagna #maartenKossmann #massinissa #numidie #scipioAfricanus #tweedePunischeOorlog
-
Het alfabet van Numidië
Punisch-Numidische bilingue uit Lixus (Kasbah-museum. Tanger)Vorige week organiseerde het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden voor de vierde keer de Week van het Oude Schrift. Eerlijk is eerlijk: soms gaan de lezingen minder over schrift dan over de taal of over het geschrevene, maar het is een leuk initiatief, waar ik zo veel mogelijk naar kom luisteren. Zoals afgelopen zaterdag, toen Maarten Kossmann van de Leidse universiteit kwam spreken over het Berber-schrift (“Tifinagh”) en zijn antieke voorgangers.
Allerlei alfabetten
Ik heb die mooie letters – altijd blokletters – in Algerije weleens gezien: bijvoorbeeld uitleg in het Frans, Arabisch en de Berbertaal Amazigh over de persoon van Augustinus, die de Algerijnen zo reapproprieren. Ik zag de karakters ook op verkiezingsaffiches en ik bezit een zwaard met een kwaadafwerende inscriptie, die overigens niemand kan lezen.
Dat komt mede doordat er diverse soorten Tifinagh-schrift zijn, met allerlei plaatselijke varianten. Het eerste wat Kossmann uitlegde was dat het huidige schrift een nieuwschepping is uit de jaren zestig, gebaseerd op de traditionele, plaatselijke schriftsoorten die de Tuaregs gebruiken. Die gaan weer terug op een nog ouder alfabet, dat ik gemakshalve “Numidisch” zal noemen. “Libico-Berber” mag ook. Het moderne Tifinagh gebruikt weliswaar de antieke karakters, maar vormt woorden zoals ook westerse talen doen, onder andere door klinkers te noteren.
Het Numidische schrift waarop de diverse Tuareg-alfabetten teruggaan, heeft eigenlijk ook nooit als eenheid bestaan. Net als het Grieks, dat eveneens enkele smaken kent, zijn er verschillende soorten Numidisch schrift, zoals dat van de Canarische Eilanden, in de eigenlijke Maghreb een westelijke en een oostelijke versie, en een variant uit de oase van Bu Njem. Een overzicht vindt u hier.
Numidische inscriptie (Wadi el-Amud)De in deze inscripties vervatte taal, die ik maar Numidisch zal noemen, is op een of andere manier verwant met de huidige Berbertalen, al is de precieze relatie niet helemaal duidelijk. Het probleem zit hierbij in de Oudheid: zoals steeds hebben we over die periode te weinig informatie. Er zijn onvoldoende tweetalige inscripties. Verschillende Numidische woorden lijken weliswaar op moderne Amazigh-woorden, maar de gereconstrueerde klanken passen niet bij die van de huidige Berbertalen.
Oorsprong
Kossmann ging ook in op de vraag wanneer, hoe en waarom de Numidiërs hun alfabet hadden ontwikkeld. De enige dateerbare tekst is een inscriptie uit Dougga ter ere van de tien jaar eerder overleden koning Massinissa uit 138 v.Chr.; een andere inscriptie uit dezelfde antieke stad oogt iets ouder en lijkt een aanpassing aan een eerder alfabet. Als we als ontstaansmoment de vroege derde eeuw v.Chr. aannemen, zullen we er niet al te ver naast zitten; ik moest denken aan het enorme, precies toen gebouwde grafmonument van Médracen. De koning die dat heeft laten bouwen, zou opdracht gegeven kunnen hebben voor het ontwerpen van een eigen schrift, zoals koning Darius de Grote eveneens een eigen Perzisch schrift liet maken.
Een neo-tifinagh-inscriptie over Augustinus (Souk Ahras)Er zijn overeenkomsten tussen het Numidische alfabet en de Punische karakters uit Karthago, maar het heeft duidelijk een eigen aanzien: het zijn blokletters, geen cursiefletters. De meerderheid van de karakters heeft bovendien geen Punische parallel. Hoewel oudheidkundigen het niet kunnen bewijzen, is aannemelijk dat het Numidische schrift is ontworpen om recht te doen aan de klanken van de antieke taal én te bewijzen dat men een eigen identiteit had. Opnieuw: zie Darius’ Perzische alfabet.
Een vergeten cultuur
Het was een leuke lezing over het schrift van een antiek volk waarvan het belang vaak wordt onderschat. De Numidiërs hielpen Rome tijdens de Eerste Punische Oorlog; het was dankzij een interventie van de Numidische vorst Naravas dat de Karthagers de Huurlingenoorlog overleefden; Scipio Africanus diende feitelijk als Massinissa’s huurling tijdens de Slag op de Grote Vlakte; nadat Scipio Hannibal had verslagen bij Zama, bleven de Numidiërs meesters van het veld; het was om te verhinderen dat Numidië een supermacht werd, dat Rome Karthago veroverde. Desondanks zijn de Numidië eigenlijk nauwelijks bekend.
Algerijns verkiezingsaffiche.Numidië was weliswaar geen antieke supermacht, maar zit daar vlak onder – en wordt dus veelal genegeerd. Het is wat ironisch dat Kossmann sprak in een museum dat, als het gaat om Numidisch schrift, slechts drie afgietsels bezit van inscripties, die het museum momenteel niet toont. Ik weet ook niet goed wat hier de oplossing voor moet zijn, want ook een museum koopt niet zomaar een inscriptie in Libië, Tunesië, Algerije of Marokko, maar het is wat jammer een antieke subtopper volkomen te negeren, zeker als de verhalen boeiend zijn.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Het lot van Henoch
april 27, 2016
Vienne
mei 16, 2025
Het Ptolemaïsche Rijk
april 24, 2024 Deel dit:#Algerije #Libië #MaartenKossmann #Madghacen #Marokko #Massinissa #Numidië #Tunesië
-
De Maghreb in de Middeleeuwen
Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.
Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.
Wat ik wel en niet snap
Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.
Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.
Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)Eenheid en versplintering, deel één
Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.
Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.
Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)Eenheid en versplintering, deel twee
Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.
En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.
Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)Eenheid en versplintering, deel drie
De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.
Ibn Khaldun
Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.
Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Jozef
maart 19, 2018
De Zeven Wonderen van België
juli 3, 2025
Lodewijk de Heilige in Karthago
april 8, 2025 Deel dit:#Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden
-
De Maghreb in de Middeleeuwen
Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.
Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.
Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)Wat ik wel en niet snap
Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en werd bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Om het plaatje nog complexer te maken, waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, waarvan wel wordt gezegd dat de Baranis binnen de grenzen van het voormalige Romeinse Rijk hadden gewoond en/of sedentair waren, terwijl de Butr buiten het imperium hadden gewoond en/of nomadisch leefden. Er waren natuurlijk Arabieren, verdeeld over degenen met voorouders in Syrië en degenen met voorouders op het Arabische Schiereiland. Rond het midden van de achtste eeuw zouden al deze tegenstellingen een rol spelen bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.
Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik hieronder zal beschrijven vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en nog niet geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.
Rostamidische inscriptie (Museum voor islamitische kunst, Algiers)Eenheid en versplintering, deel één en twee
Zoals ik het dynastieke deel begrijp, hebben we feitelijk te maken met een cyclus van integratie en desintegratie: steeds is er eerst een sterke dynastie die de hele Maghreb beheerst, en daarna valt het gebied in delen uiteen, waarna de cyclus opnieuw begint. Zo behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad.
Hier eindigde de eerste cyclus. De situatie in de Maghreb was gedurende een halve eeuw instabiel, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen. Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, werd dus rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die door kalief Harun ar-Rashid, werd erkend als emir. Dat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. En zo was er een basis voor nieuwe versnippering, want de Aghlabiden gingen zich steeds zelfstandiger gedragen.
Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)Dat gebeurde ook in het westen. In het noordwesten van het huidige Algerije was een Emiraat van Tlemcen, dat doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, al waren rond 800 de eerste emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw dus steeds meer hun eigen weg.
Eenheid en versplintering, deel drie
De tweede cyclus van desintegratie eindigde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd nadien niet meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.
De minaret in Qal’at Bani HammadEn vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze ook El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, aan de rand van de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.
Eenheid en versplintering, deel vier
De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen: de vierde cyclus begon. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het nieuw ingestelde centrale gezag verloor vervolgens weer de controle. Lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.
Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)Ibn Khaldun
Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Cyclus numero vijf. En we kennen inmiddels het patroon:
- er is eerst een machtige dynastie die de regio beheerst,
- die delegeert de macht aan lokale heersers
- die worden vervolgens zelfstandig,
- waarna een nieuwe machtige dynastie opstaat en de cyclus opnieuw begint.
Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.
Ik organiseer volgend voorjaar een reis naar Bulgarije. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Robert de Fries en Sint-Nikolaas
december 7, 2021
Irak kort (5): Bahlul
oktober 16, 2021
Ǧibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī
augustus 24, 2024 Deel dit: #Abbasiden #Aghlabiden #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden -
Médracen (Madghacen)
Het Numidische koningsgraf van MédracenAls we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.
Modernisering
Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.
Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.
Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.
Médracen (Madghacen)
Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot De Franse vorm komt doordat de Franse taal een huig-r heeft, zodat je makelijk van de R van Médracen komt naar Madghacen. Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.
Een bazina (Tiddis)Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.
Dorische pilastersOmdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.
Koningsgraf
Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.
Het Numidische koningsgraf van MédracenHonderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.
Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De tien invloedrijkste antieke teksten (3)
augustus 15, 2017
Aristoteles (7): Materie en geest
oktober 13, 2022
Alexander in Cilicië
november 3, 2022 Deel dit:#Algerije #bazina #Berbertalen #brons #Cirta #Constantine #lood #Madghacen #Massinissa #Medracen #Naravas #Numidië #Polybios #StéphaneGsell #wijn
-
Bulla Regia
Huis van de Jacht (Bulla Regia)Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.
Huis van Baäl
Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.
Huis van de Nieuwe Jacht (Bulla Regia)We weten weer wel dat Bulla aan het einde van de derde eeuw v.Chr. deel uitmaakte van het koninkrijk van de Numidische koning Massinissa. Die verbleef er vanaf 156 v.Chr. en daarom kreeg de stad de bijnaam Regia, “koninklijk”. Later was Bulla Regia ook een residentie van koning Juba I.
Ondergronds wonen
Wat de stad zo bijzonder maakt, is dat veel mensen er onder de grond woonden. Ik heb geen cijfers over de verhouding tussen bovengrondse en ondergrondse woningen. Misschien kunnen die ook wel niet bestaan: een bovengronds huis met wat bewoners in de kelder en een ondergronds huis met een ingang op straatniveau – waar laat je die meetellen?
Het theater van Bulla Regia. Augustinus heeft hier nog eens een preek verzorgd.Feit is: je kunt hier dus ondergrondse villa’s bezoeken. Sommige, zoals het Huis van de Jacht, zijn gebouwd volgens een plattegrond zoals we ook kennen uit Italië: ze hebben dus een atrium, omringd door diverse kamers, waaronder een eetkamer. Alleen de ingang is nu een trappenhuis. Dit huis zal dus wel dateren van na de Romeinse machtsovername, al kan het natuurlijk ook gaan om een Italische officier in het huurlingenleger van een Numidische koning – pakweg Jugurtha.
Sommige onderaardse huizen hebben prachtige mozaïeken, zoals het huis dat door archeologen de naam Huis van Amfitrite is genoemd. Het is de verkeerde naam, want het mozaïek stelt feitelijk de godin Afrodite ofwel Venus voor. In het Huis van de Schat zijn op mozaïeken de emblemen aangebracht van wat vermoedelijk beroepsverenigingen zijn geweest.
Afrodite (Bulla Regia)Je vraagt je af waarom mensen onder de grond gaan wonen. Het is immers nogal lastig zo’n huis te bouwen. Een voor de hand liggend antwoord is de hitte, maar zo heet is het helemaal niet aan de leizijde van de bergen. Er is altijd wind. Ik sluit niet uit dat de werkelijke reden om op een lastige manier een huis te bouwen is dat het een lastige manier is om een huis te bouwen. Een Numidiër, een Karthager, een Romein, een Vandaal kon laten zien dat hij rijk was.
***
Ik organiseer in het najaar een reis naar Tunesië, waarbij we ook Bulla Regia aandoen. Meer informatie daar.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Baäl #BullaRegia #JubaI #Jugurtha #Massinissa #Medjerda #Numidië #Tanit #Tunesië
-
Bulla Regia
Huis van de Jacht (Bulla Regia)Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.
Huis van Baäl
Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.
Huis van de Nieuwe Jacht (Bulla Regia)We weten weer wel dat Bulla aan het einde van de derde eeuw v.Chr. deel uitmaakte van het koninkrijk van de Numidische koning Massinissa. Die verbleef er vanaf 156 v.Chr. en daarom kreeg de stad de bijnaam Regia, “koninklijk”. Later was Bulla Regia ook een residentie van koning Juba I.
Ondergronds wonen
Wat de stad zo bijzonder maakt, is dat veel mensen er onder de grond woonden. Ik heb geen cijfers over de verhouding tussen bovengrondse en ondergrondse woningen. Misschien kunnen die ook wel niet bestaan: een bovengronds huis met wat bewoners in de kelder en een ondergronds huis met een ingang op straatniveau – waar laat je die meetellen?
Het theater van Bulla Regia. Augustinus heeft hier nog eens een preek verzorgd.Feit is: je kunt hier dus ondergrondse villa’s bezoeken. Sommige, zoals het Huis van de Jacht, zijn gebouwd volgens een plattegrond zoals we ook kennen uit Italië: ze hebben dus een atrium, omringd door diverse kamers, waaronder een eetkamer. Alleen de ingang is nu een trappenhuis. Dit huis zal dus wel dateren van na de Romeinse machtsovername, al kan het natuurlijk ook gaan om een Italische officier in het huurlingenleger van een Numidische koning – pakweg Jugurtha.
Sommige onderaardse huizen hebben prachtige mozaïeken, zoals het huis dat door archeologen de naam Huis van Amfitrite is genoemd. Het is de verkeerde naam, want het mozaïek stelt feitelijk de godin Afrodite ofwel Venus voor. In het Huis van de Schat zijn op mozaïeken de emblemen aangebracht van wat vermoedelijk beroepsverenigingen zijn geweest.
Afrodite (Bulla Regia)Je vraagt je af waarom mensen onder de grond gaan wonen. Het is immers nogal lastig zo’n huis te bouwen. Een voor de hand liggend antwoord is de hitte, maar zo heet is het helemaal niet aan de leizijde van de bergen. Er is altijd wind. Ik sluit niet uit dat de werkelijke reden om op een lastige manier een huis te bouwen is dat het een lastige manier is om een huis te bouwen. Een Numidiër, een Karthager, een Romein, een Vandaal kon laten zien dat hij rijk was.
***
Ik organiseer in het najaar een reis naar Tunesië, waarbij we ook Bulla Regia aandoen. Meer informatie daar.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Baäl #BullaRegia #JubaI #Jugurtha #Massinissa #Medjerda #Numidië #Tanit #Tunesië
-
Notes de lecture – M’hamed Hassine Fantar : #Massinissa et son petit-fils #Jugurtha (en arabe, #Massinissen wa hafidouhou #Youghourten)
Dans son livre, M’hamed Hassine #Fantar reconstitue le parcours des deux grandes figures du « nationalisme » #berbère en suivant leurs traces dans l’œuvre de Salluste mais en le recoupant avec d’autres écrits d’historiens de l’Antiquité, notamment #grecs
-
Notes de lecture – M’hamed Hassine Fantar : #Massinissa et son petit-fils #Jugurtha (en arabe, #Massinissen wa hafidouhou #Youghourten)
Dans son livre, M’hamed Hassine #Fantar reconstitue le parcours des deux grandes figures du « nationalisme » #berbère en suivant leurs traces dans l’œuvre de Salluste mais en le recoupant avec d’autres écrits d’historiens de l’Antiquité, notamment #grecs
-
Notes de lecture – M’hamed Hassine Fantar : #Massinissa et son petit-fils #Jugurtha (en arabe, #Massinissen wa hafidouhou #Youghourten)
Dans son livre, M’hamed Hassine #Fantar reconstitue le parcours des deux grandes figures du « nationalisme » #berbère en suivant leurs traces dans l’œuvre de Salluste mais en le recoupant avec d’autres écrits d’historiens de l’Antiquité, notamment #grecs
-
Notes de lecture – M’hamed Hassine Fantar : #Massinissa et son petit-fils #Jugurtha (en arabe, #Massinissen wa hafidouhou #Youghourten)
Dans son livre, M’hamed Hassine #Fantar reconstitue le parcours des deux grandes figures du « nationalisme » #berbère en suivant leurs traces dans l’œuvre de Salluste mais en le recoupant avec d’autres écrits d’historiens de l’Antiquité, notamment #grecs
-
Notes de lecture – M’hamed Hassine Fantar : #Massinissa et son petit-fils #Jugurtha (en arabe, #Massinissen wa hafidouhou #Youghourten)
Dans son livre, M’hamed Hassine #Fantar reconstitue le parcours des deux grandes figures du « nationalisme » #berbère en suivant leurs traces dans l’œuvre de Salluste mais en le recoupant avec d’autres écrits d’historiens de l’Antiquité, notamment #grecs