home.social

#emiraat-van-cordoba — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #emiraat-van-cordoba, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Ziryab

    Monumentje voor Ziryab, Córdoba

    Toen ik eens keek naar een documentaire over het Apolloproject viel me op dat de geleerden die ervoor zorgden dat de mensheid de maan bereikte, meest mannen overigens, allemaal witte overhemden droegen. Toen ben ook ik witte overhemden gaan dragen. Wat ik maar zeggen wil: je hebt smaakmakers en smaakvolgers. En dat was vroeger ook zo. Neem Abu al-Hasan ‘Ali ibn Nafi (789-857), bijgenaamd Ziryab, wat een zangvogel is.

    Ziryab speelde de oud (een luit zonder fretten) aan het hof van de Abbasidische kalief Harun ar-Rashid. Op zeker moment – wellicht nadat het Kalifaat van Bagdad in 806 te maken kreeg met een opstand die overging in een conflict tussen Haruns opvolgers – reisde Ziryab af naar het westen. Via het hof van de Aghlabidische emir van Kairouan (in Tunesië) bereikte hij in 822 Córdoba, waar hij in dienst trad van emir Abd ar-Rahman II (r.822-852). Daar gold hij niet alleen als de grootmeester op de oud, maar ook als arbiter elegantiae: hij zette de toon op velerlei gebied.

    Muzikale vernieuwing

    Om te beginnen de muziek: hij introduceerde in het westen een nieuw model plectrum én de oud met een extra paar snaren. De vier gangbare paren kregen elk een andere kleur, die de vier lichaamssappen moesten symboliseren, waarbij het vijfde snarenpaar stond voor de ziel. Het was niet voor het eerst en het zou niet voor het laatst zijn dat iemand muziek presenteerde als iets dat groter was dan melodisch en ritmisch geluid.

    Maar het ging verder. Ziryab richtte een muziekschool op, een van de eerste in het Emiraat van Córdoba, waar hij zijn leerlingen de laatste (Abbasidische) nieuwigheden bijbracht op het gebied van de muziek. Hij kwam immers uit Bagdad en was via Kairouan gekomen naar Córdoba. Hij nam niet alleen mannelijke, maar ook vrouwelijke leerlingen aan. Daar zat overigens geen feministische agenda achter: vrouwenstemmen waren populair, dus je kon maar het beste zorgen voor goed onderricht.

    Cultureel advies

    En omdat een musicus er toch een beetje netjes uit moest zien, gaf Ziryab ook advies voor elegante kleding: in de winter anders dan in de zomer, en een onderscheid tussen dagelijks tenue en avondkleding. Hij suggereerde combinaties van heldere kleuren en om er zeker van te zijn dat die de lichaamsgeur niet opnamen, introduceerde hij ook de deodorant. De tandpasta ook, trouwens, en shampoo. Niet langer wasten aristocraten het haar met rozenwater, maar ze benutten zout water vol geurstoffen. Ik begrijp dat dit inderdaad beter is.

    Ziryab suggereerde dat de oude kapsels, waarbij de scheiding middenin lag en het haar in twee vlechten over de slapen afhing, werden vervangen door een pony met op het achterhoofd een matje – zoals hij in Bagdad had gezien.

    Al deze adviezen hadden overigens een parallel in het culturele programma van de oude Grieken en Romeinen. Wie in het openbaar optrad, moest ervoor zorgen dat hij zich geloofwaardig presenteerde. En dus moest zo iemand er verzorgd uitzien.

    Een oud-speler

    Ziryab wist veel over de laatste ontwikkelingen in de Arabische poëzie, over geschiedenis, over wetenschap. En over haute cuisine. Hij adviseerde om niet alle gerechten in één keer op tafel te plaatsen, maar in gangen, zodat je voor elk gerecht de tijd kon nemen: eerst een lichte soep, dan een hoofdgerecht, tot slot een zoet toetje. Een en ander diende gegeten te worden van aardewerk, niet van zilveren of gouden borden, en kon worden geserveerd op een tafelkleed – nog iets nieuws. Tot de nieuwe gerechten behoorden de asperge, maar ook combinaties van ingrediënten die in West-Europa nog nooit waren beproefd. (Dit was belangrijker dan je zou denken, want men meende dat gezondheid samenhing met de balans tussen de vier lichaamssappen.)

    Ik zou haast het schaak- en het polospel nog vergeten: een invloed uit het verre Perzië. Maar eigenlijk draait het niet om die eindeloze lijst culturele veranderingen. Wat feitelijk gebeurde, was de groei van een hofcultuur, die door Ziryabs leerlingen werd verspreid over de Maghreb en de rest van het Iberische Schiereiland. En vanuit Asturië gingen deze innovaties naar de rest van West-Europa.

    Kwam het allemaal door één man? Zeker niet. Wat vermoedelijk speelde was dat de bewoners van het Emiraat van Córdoba gebruiken en gewoontes overnamen uit het Abbasidische kalifaat van Bagdad, en Ziryab zal een van de velen zijn geweest die de mensen in het westen vertelden over wat gangbaar was in het oosten.

    De ulama

    Dát het gebeurde, staat vast. We weten bijvoorbeeld dat aan de aristocratische hoven wijn voortaan werd geschonken in bekers van glas of kristal, die de oude bekers van zilver en goud vervingen: het archeologisch bewijs is duidelijk. Iets minder duidelijk is welke wijn de mensen dronken: de Koran verbiedt druivenwijn, maar zegt niets over dadelwijn, die dus was toegestaan. Later waren er schriftgeleerden die ook dadelwijn niet acceptabel vonden. De interpretatierichting van de tekst is naar grotere strengheid.

    En daarmee kom ik op een ander aspect van de invloed die het Abbasiedenkalifaat uitoefende op de westelijke landen: er kwamen ook schriftgeleerden, ulama. De druk op christenen in het Emiraat van Córdoba nam toe, want er kwamen meer en striktere regels voor de “volken van het boek” (dhimmis). Processies en klokgebeier werden aan banden gelegd en er kwamen beperkingen: christenen mochten bepaalde wapens niet meer dragen en konden niet elk rijdier meer benutten – regels die toonden dat ze tweederangsburgers waren. Vervolgens werden de nieuwe regels niet toegepast, maar de sfeer was aan het veranderen: het Emiraat werd in de loop van de negende eeuw hoofser, zelfverzekerder, islamitischer en minder tolerant.

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het Franse Roelandslied

    juli 31, 2015
    De sji’ieten van Irak (2)

    oktober 30, 2021
    Kunst uit Xinjiang

    augustus 28, 2023 Deel dit: #Abbasiden #AbdAlRahmanIIVanCórdoba #Aghlabiden #dhimmi #emiraatVanCórdoba #hofcultuur #interpretatierichting #Kairouan #KalifaatVanBagdad #lichaamssappen #muziek #schaken #ulama #wijn #Ziryab
  2. De verledens van Spanje (3)

    Romeins en Arabisch Spanje bij elkaar in Málaga

    Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.

    Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.

    Twee losse constateringen

    Ik heb nog twee losse constateringen. Ten eerste: met mijn opmerking over het verweiden van kuddes verplaatste ik de aandacht van het kustgebied en Andalusië naar de Spaanse Hoogvlakte. Zoals ik in het eerste stukje al aangaf, zijn er de afgelopen halve eeuw veel data bij gekomen dankzij ruilverkaveling langs de Guadalquivir en vastgoedprojecten aan de kust. De balans is al met al nogal oneven, nogal selectief.

    En dat is wel een beetje de makke van de archeologie: ze is wel heel erg gebaseerd op data – of dat nu vondsten zijn, surveys of de patronen die dankzij GIS-systemen zichtbaar worden. Archeologen zijn “hands on”, concreet. Maar de analyse van het verleden veronderstelt ook denken over data die je niet hebt. Daar zijn oudhistorici dan weer goed in. En hier speelt het beruchte probleem dat archeologen de voorkeur geven aan de correspondentietheorie van de waarheid en historici meer neigen naar de coherentietheorie. In Nederland bemoeilijkt dat samenwerking. Ik vrees dat dat in Spanje niet anders zal zijn.

    Ten tweede: weinig clichés over het verleden zijn onzinniger dan de zelfs niet langer als oxymoron te presenteren claim dat het niet voorbij zou zijn. Het verleden is hartstikke voorbij en betekent helemaal niets, tot wij er betekenis aan geven. De ontstaansgeschiedenis die ik in het eerste blogje noemde is één mogelijkheid om dat te doen, het doorgronden van maatschappijtypen en wijzen van verandering, zoals beschreven in het tweede blogje, is een ander. Maar er zijn meer manieren om betekenis toe te kennen, zoals het reconstrueren van ideeën uit het verleden, die reconstructies contrasteren met je eigen opvattingen, en zo opsporen waarom zij dachten zoals zij dachten en waarom jij denkt zoals jij denkt. Dat contrast leidt tot zelfinzicht.

    Tot slot

    Tot zover enkele min of meer officiële rechtvaardigingen voor een liefde voor het verleden. Persoonlijk vind ik ontstaansgeschiedenis niet interessant, omdat ze continuïteiten veronderstelt die doorgaans onbewijsbaar zijn. Over contrasterende opvattingen heb ik het in deze drie blogjes niet gehad, dus die laat ik rusten. Het doorgronden van antieke maatschappijtypen is echter belangrijk: inzicht in (de ontwikkeling van) samenlevingen is een voorname reden om historici archeologen en classici oudheidkundig onderzoek te laten doen.

    Maar voor u en mij, ongesubsidieerde liefhebbers, geldt dat minder. Voor ons kunnen Oudheid en Middeleeuwen gewoon leuk zijn. Iets om van te genieten. En dat is wat ik binnenkort zal gaan doen: ik ga twee weken op vakantie en ik hoef u na deze drie blogjes niet meer te vertellen naar welk land.

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Sage, mythe, strip: 300 van Frank Miller (3)

    augustus 30, 2011
    Popović over de Dode-Zee-rollen

    april 18, 2021
    VWN dertig jaar (1)

    november 21, 2015 Deel dit: #coherentietheorieVanDeWaarheid #correspondentietheorieVanDeWaarheid #DNARevolutie #emiraatVanCórdoba #RijkVanToledo #socialeWetenschappen
  3. De verledens van Spanje (1)

    Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

    Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

    Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

    Ontstaansgeschiedenis

    Eén zo’n kader, populair in de negentiende eeuw maar niet per se onzinnig, is dat van de ontstaansgeschiedenis. In deze visie wordt het verhaal over het verleden zó verteld dat het vooruit lijkt te wijzen naar het heden, dat het zodoende tegelijk legitimeert. Voor Spanje was dat lange tijd een verhaal over een eenheid die was geschapen in de Oudheid, toen de Romeinen één romaanse taal oplegden en het stedelijk landschap schiepen, en toen het Rijk van Toledo het gehele Iberische Schiereiland beheerste. Laatstgenoemde eenheidsstaat was christelijk geweest, en de herinnering hieraan was altijd aanwezig gebleven.

    De Arabische invloed op Spanje was in deze visie slechts oppervlakkig geweest; niet alleen was de Spaanse islam wezenlijk anders zijn dan die in de kerngebieden, maar in het Emiraat van Córdoba zouden ook altijd vitale christelijke minderheden hebben bestaan. Tegelijk zouden het noordelijke koninkrijk Asturië en zijn opvolgerstaten altijd het Rijk van Toledo hebben willen herstellen. De eenwording van de christelijke koninkrijken Castilië en Aragón en de onderwerping van het islamitische Granada (1492) waren daarom eigenlijk onvermijdelijk geweest. Het waren simpelweg uitingen van de Spaanse nationale identiteit. Tot de meest uitgesproken verdedigers van deze visie behoorde Claudio Sánchez-Albornoz, die van 1962 tot 1971 premier was van de Spaanse republikeinse regering in ballingschap.

    Een geschiedbeeld als dit beschrijft hoe de eigen groep is ontstaan. Zolang de continuïteit sociaalwetenschappelijk en overtuigend is bewezen, is daar niets mis mee, maar er is ook een nadeel: er is geen ruimte voor wat afwijkt. In dit voorbeeld is er nauwelijks ruimte voor de groepen Basken en Catalanen die zichzelf niet beschouwen als Spanjaarden. Het beschreven geschiedbeeld laat ook weinig ruimte aan joden, moslims en niet-katholieke christenen.noot Vergelijk Nederland: “wij” waren lange tijd Germaans, Nederlandssprekend en protestants. Minister-president Drees meende nog dat een katholiek eigenlijk geen secretaris-generaal van een departement kon zijn.

    Aanpassing

    Alle geschiedbeelden veranderen. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, waaronder nogal wat factoren die eigenlijk geen rol mogen spelen, zoals politieke wenselijkheid of selectief verworven extra data. Zo ook in Spanje. Het geschetste beeld was nationalistisch en katholiek, en hoewel het niet per se rechts was, was het wel de dood van Franco die ruimte schiep voor andere visies, waardoor het idee van “één Spanje” werd genuanceerd. Het perspectief verschoof naar convivencia, middeleeuws Spanje als verzameling samen levende culturen. Het is te lezen als een erkenning van de Baskische en Catalaanse identiteit. Deze omslag had dus iets te maken met de veranderde politieke windrichting, en dat gold eveneens voor de gegroeide aandacht voor El-Andalus.

    De jaren tachtig zagen ook een uitbreiding van het archeologische databestand. Niet alleen was er ruilverkaveling in Andalusië, maar ook veranderden projectontwikkelaars de Spaanse costa’s in een vastgoedparadijs, waardoor er eindeloos veel vondsten kwamen uit het gebied langs de Guadalquivir en uit de kustregio. Zo kwam er aandacht voor de vroege verstedelijking van Spanje, vóór de komst van de Romeinen. Die is een feit, maar bedenk: heuvelforten en stedelijke nederzettingen zijn makkelijker te vinden dan herders die hun kuddes verplaatsen over de eeuwenoude cañadas. De toegevoegde data waren dus selectief: ze documenteerden grote nederzettingen, maar niet de rest van de toenmalige wereld, en het ging vooral over Andalusië en de Iberische kuststrook. (Dat is een van de redenen waarom de huidige opgraving van Turuñuelo, die ik al eens aanstipte, vlakbij de Portugese grens, zo belangrijk is.)

    Anders gezegd: de perspectiefwisseling die rond 1975 inzette, is politiek of cultureel bepaald en inhoudelijk niet zo best onderbouwd.noot Dit is natuurlijk wat in Nederland is gebeurd toen de Germanen werden ingeruild voor de Romeinse limes: vaderlands verleden maakte plaats voor pan-Europees verleden, en het gegroeide Romeinse databestand was tot stand gekomen doordat Romeinse forten opvallender zijn dan Germaanse zwervende erven. In het jargon van de wetenschapsleer: de context of discovery is alleszins begrijpelijk, maar er zijn vraagtekens te plaatsen bij de justification of discovery. (U mag “perspectiefwisseling” lezen in plaats van discovery.)

    [Wordt vervolgd]

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Zelfde tijdvak


    Corona & papyri

    maart 14, 2020
    Maximalisme en minimalisme

    april 19, 2021
    Kwakgeschiedenis: de “vrede” van keizer Augustus

    december 1, 2011 Deel dit: #Asturië #ClaudioSánchezAlbornoz #contextOfDiscovery #emiraatVanCórdoba #FranciscoFranco #Granada #justificationOfDiscovery #RijkVanToledo #Turuñuelo
  4. Nogmaals El-Andalus

    Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

    Die vervelende hype weer

    Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

    Het stoort me als historici zaken die al bekend zijn, brengen als innovatie. Dat versterkt het voze vooroordeel dat ze geen nieuwe ideeën hebben en subsidiënten zand in de ogen strooien. En het triestgrappige is: het is helemaal niet nodig. Het boek van Catlos, dat begint met de overbodige constatering dat El-Andalus noch een Fremdkörper in de Spaanse geschiedenis noch een verloren paradijs van tolerantie is geweest, kan uitstekend zonder hype. De auteur biedt, net als Hitchock, een overzicht van de middeleeuwse geschiedenis van Iberië. Hij presenteert weliswaar geen nieuwe vergezichten maar neemt het laatste onderzoek mee, illustreert zijn betoog met fatsoenlijk kaartmateriaal en helpt de lezer met een beredeneerd overzicht van vervolgliteratuur. Dat is wat we van een geschiedenisboek verwachten. Dat is verdienstelijk genoeg.

    Al-Mansur en de taifas

    Het boek is niet alleen zeven jaar jonger dan dat van Hichcock, het is ook eens zo dik, dus het was onvermijdelijk dat ik er veel van heb opgestoken. Catlos neemt de tijd om de diversiteit van de islam te verklaren vanuit de voorgeschiedenis, en deze pluriformiteit keert regelmatig terug. Daardoor is vooral zijn beschrijving van de elfde en twaalfde eeuw, toen de Marokkaanse Almoraviden en Almohaden zich legitimeerden met oorlogen in Iberië, heel verhelderend.

    Wat ik prettig vond, is dat Catlos de geschiedenis van de diverse deelstaten die volgden op het Kalifaat van Córdoba (de taifas) in enig detail vertelt. In de boeken die ik eerder las, bleef het verleden van de door machtige families bestuurde steden Sevilla, Toledo, Zaragoza, Badajoz en Granada wat onderbelicht. Dat het betoog door het grote aantal die Muhammads, Hishams en Abdelrahmans wat onoverzichtelijk is, neem ik bij deze rijkdom aan detail op de koop toe.

    Daarvóór heeft Catlos in even groot detail verteld over de periode van Al-Mansur, de generalissimo die rond 1000 na Chr. de laatste kaliefen van Córdoba onder curatele stelde en vervolgens de ene campagne naar de andere voerde. Hij schakelde alle andere machtscentra in El-Andalus uit, waardoor er na zijn dood eigenlijk niemand was met voldoende gezag. Dat bood in de loop van de elfde eeuw de noordelijke koninkrijkjes, bestuurd door christelijke koningen, een kans om hun gezag uit te breiden in de richting van Toledo. El Cid krijgt een mooie behandeling: een condottiere, geen proto-kruisvaarder. In deze hoofdstukken is overigens een veelvoud aan Fernando’s en Alfonso’s aanwezig.

    Kennisopbouw

    Ik noem het, omdat Catlos, zoals zo veel Engelstalige auteurs, alleen aan individuen agency toeschrijft. Geschiedenis wordt gemaakt door mensen. Maar zo eenvoudig is het niet. Klimaatverandering komt terloops langs, economische veranderingen eveneens, maar de nadruk ligt bij Catlos op “grote mannen”. Dat is een keuze. Een keuze waarover zeker te discussiëren valt, maar die in elk geval leidt tot een toegankelijk narratief.

    Aanrader? Ja, zeker. Maar misschien niet als eerste boek. Lees eerst een algemeen overzicht, zoals dat van Hitchcock. Ik denk dat Catlos dat met me eens zou zijn. Zijn boek eindigt namelijk niet met een eindeloze lijst van titels achter betaalmuren (zoals we in de oudheidkundige disciplines gewend zijn), maar met een overzicht dat de lezer werkelijk op weg helpt naar vervolgliteratuur. Het nawerk is er in een historische synthese immers niet om je tegenover professionele historici te verantwoorden, maar om de lezer te laten klimmen naar het door hem gewenste kennisniveau. Catlos begrijpt dus hoe kennisopbouw werkt en weet dat op dat laddertje de Wikipedia de eerste tree vormt, een boek als dat van Hitchcock de tweede tree en een boek als Kingdoms of Faith de derde tree, vóór je verder omhoog klimt naar de grenzen van het historisch onderzoek. Kortom, een fijn boek.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

    mei 28, 2023
    Ivoor uit Megiddo

    oktober 24, 2016
    Abbasiden en Turken

    september 19, 2015 Deel dit:

    #alMansurGrootvizier #almohaden #almoraviden #brianACatlos #eersteTaifas #elAndalus #emiraatVanCordoba #granada #kalifaatVanCordoba #portugal #spanje #toledo #tweedeTaifas

  5. Een geschiedenis van El-Andalus (1)

    Deze zomer blogde ik enkele keren over de geschiedenis van El-Andalus, zoals ik het zuidelijke deel van het Iberische Schiereiland in de Middeleeuwen noem. Dat je het niet Spanje kunt noemen, is logisch: er is immers ook Portugal. Dat je het niet Arabisch Iberië kunt noemen, is ook logisch, want ook al was Arabisch de kanselarijtaal, er leefden ook Berbers en mensen die ik maar even “post-Romeins” zal noemen. Daaronder waren mensen die zichzelf identificeerden als Visigoten en Byzantijnen.

    Islamitisch Spanje?

    Je kunt El-Andalus ook aanduiden als “islamitisch Spanje”, maar ik heb nooit veel gezien in die naam. Toen ik begin jaren negentig mijn scriptie schreef over de romanisering en arabisering van Iberië, had ik niet het idee dat de islam erg belangrijk was. Eén reden is dat onze bronnen de Arabische verovering van El-Andalus nergens typeren als een overwinning voor het geloof. Het was een extreem succesvolle plundercampagne, niet méér.

    Een andere reden was dat religie, als aspect van de menselijke identiteit, precies dat is: een aspect. Het is minstens even belangrijk of je rijk of arm bent, of je leeft in een stad of op het platteland, en of je woonplaats homogeen is of heterogeen. Daarmee bedoel ik de mate waarin de bewoners contact maken met andere soorten mensen. Religie is maar één aspect van wie je bent, en daaruit volgt dat de tegenstelling tussen christendom en islam maar één factor was in de reeks middeleeuwse oorlogen in Iberië. En inderdaad: christenen en moslims leefden vaker in vrede dan dat ze elkaar bestreden; christelijke vorsten vochten vaker tegen andere christelijke vorsten dan tegen islamitische; en wie gebied veroverde, liet vrijwel altijd de bewoners met rust. Oorlog was kostbaar, je verjoeg je meest waardevolle buit natuurlijk niet: nieuwe belastingbetalers.

    Religie heeft nauwelijks agency

    En er is nog iets: religie heeft vrijwel geen agency. Anders gezegd: godsdiensten worden meer gevormd door de samenleving waarin ze belanden dan dat ze die samenleving vormen. Natuurlijk zijn op die stelling nuanceringen aan te brengen; als ik nog eens een opsomming maak van wat iedereen over de geschiedwetenschap moet weten (analoog aan wat de Neerlandici hebben), staat Webers Protestantische Ethik op dat lijstje. Uiteraard hebben levensbeschouwingen enige invloed op de ordening van de samenleving, maar zeker in het geval van de islam is het omgekeerde méér het geval.

    De islam ontstond in een hiërarchische stamsamenleving en de profeet Mohammed bood een nieuwe visie, waarin alle mensen als gelijken zouden opgaan in één groep (de umma). Als godsdienst veel agency zou hebben, zouden we in het Kalifaat en latere staten met islamitische heersers dus een egalitaire samenleving moeten aantreffen, maar het tegendeel is waar: de oude stamstructuren bleven bestaan en de Arabische legers namen die mee op hun veroveringen. De Iberische burgeroorlog rond het midden van de achtste eeuw was een soort stammenoorlog.

    Muslim Spain Reconsidered

    Ik noem dit omdat ik net Muslim Spain Reconsidered (2014) van de Britse mediëvist Richard Hitchcock heb gelezen, en omdat ik niet herken wat er nu reconsidered is als hij beweert dat er lange tijd te veel aandacht is geweest voor het religieuze aspect. Dat was rond 1990 voor een student in Nederland geen nieuws meer.noot Dat zeg ik niet omdat ik zo slim was. Ik haalde aan de VU in Amsterdam gemiddeld een 8 voor mijn tentamens; in Leiden was dat ineens een 9, en omdat in Leiden destijds is gefraudeerd, houd ik het erop dat ik een redelijke 8 ben, en geen 9.

    Het reconsidered in de titel doet een beetje denken aan die malle claims van historici dat ze “het” westen nu minder centraal stellen dan vroeger: iets wat al gebeurde in de jaren zeventig. Als je historicus bent, houd dan op met je onderzoek te meten aan wat lang geleden eens het geval is geweest, en vertel wat er de afgelopen drie, vier jaar aan vakinhoudelijke innovatie is geweest. Je bent een wetenschapper hoor.

    [wordt vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Het Roelandslied

    augustus 1, 2015
    Mozes van Chorene

    juli 20, 2022
    Het Rijk van Toledo (4)

    juli 23, 2025 Deel dit:

    #agency #boek #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #RichardHitchcock #Spanje #vormendeWerking

  6. De Maghreb in de Middeleeuwen

    Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

    Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

    Wat ik wel en niet snap

    Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

    Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

    Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

    Eenheid en versplintering, deel één

    Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

    Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

    Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Eenheid en versplintering, deel twee

    Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

    En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

    Eenheid en versplintering, deel drie

    De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

    Ibn Khaldun

    Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

    Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Jozef

    maart 19, 2018
    De Zeven Wonderen van België

    juli 3, 2025
    Lodewijk de Heilige in Karthago

    april 8, 2025 Deel dit:

    #Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

  7. De Almoraviden

    Watermolen uit Córdoba

    Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

    Culturele bloei

    Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

    Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

    Toledo

    Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

    Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

    De Almoraviden

    Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

    In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

    Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

    De Kruistochtgedachte

    Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

    Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Dordrecht

    juni 6, 2020
    De Eerste Kruistocht

    februari 10, 2013
    De val van Tyrus

    oktober 14, 2024 Deel dit:

    #AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

  8. De Almoraviden

    Watermolen uit Córdoba

    Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

    Culturele bloei

    Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

    Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

    Toledo

    Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

    Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

    De Almoraviden

    Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

    In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

    Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

    De Kruistochtgedachte

    Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

    Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Dordrecht

    juni 6, 2020
    De Eerste Kruistocht

    februari 10, 2013
    De val van Tyrus

    oktober 14, 2024 Deel dit:

    #AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

  9. De martelaren van Córdoba

    Campo Santo de los Mártires, Córdoba

    [Laatste van vier blogjes over het Emiraat/Kalifaat van Córdoba. Het eerste was hier.]

    Ik heb al eerder aangegeven dat het beeld van het Arabische Andalusië als model van religieuze tolerantie, onvolledig is. Dhimmi’s werden getolereerd maar waren geen volwaardige ingezetenen die in aanmerking kwamen voor hoge ambten. De mozaraben, zoals de Iberische christenen heten, moesten de jizya opbrengen en hadden te maken met discriminerende bepalingen, zoals een verbod op het bouwen van kerktorens.

    Er waren wel wat geitenpaadjes. Officieel mocht een christelijke man niet trouwen met een moslima, maar hier viel met een betaling een mouw aan te passen. Het leven kon erger. Desondanks is significant dat we zelden horen van mensen die zich kwamen vestigen in El-Andalus, en wel over mensen die vertrokken. En er zijn twee gebeurtenissen die bewijzen dat de mozaraben zich in de negende eeuw bedreigd voelden.

    De martelaren van Córdoba

    Het eerste voorval kennen we uit de tekst die bekendstaat als Memoriale Sanctorum (“gedenkschrift van de heiligen”), geschreven door Eulogius, een priester uit Córdoba. Daarnaast is er het heiligenleven van deze Eulogius, die de biechtvader was van de meeste martelaren.

    Het schijnt dat de verdwijning van de christelijke cultuur voor Eulogius en zijn biechtelingen aanleiding was tot diepe bezorgdheid, en het staat min of meer vast dat deze groep actief het martelaarschap opzocht. De eerste was een zekere Izaak, die in de zomer van 851 aangaf zich te willen bekeren tot de islam en aan de qadi, religieuze rechter, vroeg hem uit te leggen wat de islam inhield. Halverwege onderbrak hij zijn docent met de mededeling dat Mohammed een antichrist was. De qadi dacht wat elk weldenkend mens zou denken, namelijk dat zijn gast dronken was. Izaak werd dus ter ontnuchtering in een cel vastgezet, maar herhaalde de volgende dag zijn bewering. Uiteindelijk werd hij op last van emir Abd al-Rahman II onthoofd. In de loop van de zomer volgden nog twaalf anderen, waaronder biechtelingen en collega’s van Eulogius.

    Mozarabische grafsteen (Archeologisch museum, Córdoba)

    In het voorjaar van 852 vond een kerkelijke synode plaats, waarin de mozarabische bisschoppen het zelfgezochte martelaarschap veroordeelden als zelfmoord en doodzonde. De geestelijken lieten Eulogius gevangen zetten, maar dat nam het probleem niet weg. In de zomer werden nog eens dertien mensen terechtgesteld, en uit de volgende vier zomers zijn nog zeventien executies bekend. De laatste martelaar was Eulogius, die in 859 werd onthoofd. Ook in Huesca zijn nog mensen geëxecuteerd.

    Het Campo Santo de los Mártires was de laatste rustplaats van de martelaren van Córdoba. Een christenvervolging was dit niet: eerder lijkt het te gaan om een groep mensen die collectief verblind was geraakt. Het voorval bewijst echter wel dat er mozarabische christenen waren die de beperkende maatregelen die hun waren opgelegd, beschouwden als een bedreiging van wie ze ten diepste waren. En er waren meer mensen die er zo over dachten.

    Umar ibn Hafsun

    Dat blijkt uit de steun voor Umar ibn Hafsun, een bandietenleider die zijn basis had in het oude Romeinse bergfort Bobastro. Door te appelleren aan de ressentimenten van de mozaraben wist hij ze voor zich te winnen en verschillende kastelen en versterkte boerderijen te veroveren. Vanaf 885 beheerste hij de belangrijke weg van Córdoba naar Málaga en later, in 899, bekeerde hij zich tot het christendom. In Bobastro zijn nog de ruïnes van een door hem in de rotsen uitgehouwen kerk te zien. Als Umars geloofsovergang diende om steun te krijgen van koning Alfonso III van Asturië, mislukte het plan, maar het leverde hem wel de steun op van nog meer mozaraben.

    De rotskerk van Bobastro

    Er is veel gemaakt van deze gebeurtenis omdat ze zou betekenen dat de mozaraben zich altijd tegen hun islamitische overheersers zouden hebben verzet. In deze visie werd benadrukt dat Spanje al sinds de Romeinse tijd een rooms-katholiek land was dat de Visigotische immigranten had geassimileerd, en vervolgens nooit werkelijk zou zijn geïslamiseerd. Spanje was, zo bezien, eigenlijk al vanaf 711 een land vol kruisvaarders die zich verzetten tegen de islam.

    Hierbij wordt echter, zo lijkt het, teveel betekenis gegeven aan wat voor de meeste betrokkenen een belastingoproer was. Ook het feit dat Umar, als het hem uitkwam, zij aan zij met emir Abd al-Rahman III streed tegen de noordelijke christenen, wordt wat makkelijk weggemoffeld. Umar ibn Hafsun was een opportunistische bandietenkoning, niet méér, en de gebeurtenissen vormen zeker niet de algehele “mozarabische opstand” die ervan is gemaakt. Wat de gebeurtenissen echter wél veronderstellen is de door de christenen ervaren repressie.

    Kortom

    Meer incidenten zijn er niet – of beter: ik ken ze niet. De mozaraben waren, net als de joden, een gedoogde groep, die zichzelf onderdrukt voelde. Dat was niet ten onrechte, maar wie bereid was extra belasting te betalen en zich wat in te schikken, had in Córdoba een voor die tijd redelijk grote religieuze vrijheid. Maar het schuurde. Niet elke ingezetene van het Emiraat van Córdoba meende dat hij leefde in een religieus tolerante samenleving.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Geliefd boek: River Kings

    november 3, 2023
    Vikingen in Assen

    juli 7, 2012
    Gravin Judith in Gent

    november 9, 2024 Deel dit:

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #AlfonsoIIIVanAsturië #Andalusië #Bobastro #Córdoba #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Eulogius #jizya #KalifaatVanCórdoba #martelaarschap #martelarenVanCórdoba #mozaraben #Spanje #UmarIbnHafsun

  10. Het Kalifaat van Córdoba

    De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

    [Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

    Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

    Het Kalifaat van Córdoba

    Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

    Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

    Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

    Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

    Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

    Al-Mansur

    Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

    Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

    Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

    Crisis

    Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

    Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

    [Wordt dus vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

    april 15, 2019
    3500 jaar Sint-Joris (1)

    december 2, 2023
    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier_ #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela #Spanje

  11. Het Emiraat van Córdoba (2)

    De beroemde moskee van Córdoba

    [Tweede van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. Het eerste was hier.]

    Emir Abd al-Rahman, de stichter van het Emiraat van Córdoba, overleed rond 788 en werd opgevolgd door zijn zoon Hisham I. Die erfde, behalve een staat-in-wording, ook de conflicten met het Abbasidische Kalifaat van Bagdad en met Karel de Grote. In de eerste oorlog boekte hij al snel succes door in het huidige Marokko een vazalstaat in het leven te roepen, geleid door de Idrisiden. Vanaf nu controleerden de vloten van de emir van Córdoba en zijn bondgenoot de Straat van Gibraltar.

    De wijde wereld

    De Abbasidische kalief Harun ar-Rashid (r. 786-809) liet het gebeuren. Hij versterkte echter wel zijn greep op Ifriqiya, waar Ibrahim ibn al-Aghlab het Aghlabidische emiraat stichtte. Ik blogde er al eens over. Aanvankelijk loyaal aan de kalief in Bagdad, begon dit emiraat zich steeds zelfstandiger te gedragen. De hoofdstad was Kairouan, dat eeuwenlang een grote aantrekkingskracht heeft gehad op Andalusiërs. De stad groeide snel, van 15.000 mensen in 830 tot 50.000 in 1050. Ik blogde al eens over de watervoorziening.

    In het noorden hadden de emirs van Córdoba gemengde successen. Karel de Grote legde zich niet neer bij de vernederende uitkomst van de expeditie van 778 – zie ook het vorige blogje – en stuurde daarom van tijd tot tijd nieuwe legers. Er kwamen Frankische garnizoenen in steden als Barcelona en Pamplona; de tussenliggende regio kwam bekend te staan als de Spaanse Mark.noot Een mark is een graafschap aan de grens. De soldaten van de markgraven en de legers van het Emiraat van Córdoba raakten regelmatig slaags, meestal door plundertochten over en weer. Asturië, dat in 778 had geweigerd Karel te steunen, koos tegen het einde van de achtste eeuw niet zozeer partij voor de Frankische vorst, als wel tegen de emir in Córdoba: in 798 stroopten de Asturiërs diens land af tot bij Lissabon.

    Inscriptie uit Mérida

    Consolidatie

    Aan het begin van de negende eeuw tekende zich in het noorden een modus vivendi af, die erop neerkwam dat het Emiraat van Córdoba de noordelijke staatjes niet zou annexeren zolang die niet zouden streven naar gebiedsuitbreiding. Toen de markgraaf van Pamplona in 803 de afspraak negeerde, liet emir Al-Hakam I (r.796-822) de stad verwoesten, waarbij hij gebruik kon maken van zijn eigen troepen en de Banu Qasi uit Zaragoza. Barcelona onderging hetzelfde lot in 828.

    Feitelijk was het Emiraat van Córdoba aan alle kanten omringd door bufferstaten. Tegen de Abbasiden verdedigde het zich via de Idrisiden en de Aghlabiden in de Maghreb; in het noorden was het Emiraat van de Spaanse Mark gescheiden door vazalstaatjes als Banu Qasi (rond Zaragoza) en Baskenland. Asturië vormde de buffer tegen de Noormannen. Deze noordelijke staatjes waren door diplomatieke huwelijken verbonden met het Emiraat, waarbij ik aanteken dat “diplomatiek huwelijk” ook is te lezen als verwijzing naar in de harem gegijzelde prinsessen.

    De consolidatie van de grenzen liep parallel aan de consolidatie van het binnenland. Hadden de emirs Abd al-Rahman en Hisham nog moeite moeten doen om de diverse groepen voor zich te winnen, Al-Hakam kon zijn onderdanen commando’s geven. Belangrijk was daarbij dat hij slaven bewapende, de zogeheten mammelukken. Zij stonden buiten de stamstructuren en waren alleen aan de emir verantwoording schuldig.

    Joodse grafsteen van Yehuda bar Akon (Archeologisch museum, Córdoba)

    Dhimmi’s en moslims

    Aan het Emiraat van Córdoba wordt een beleid van religieuze tolerantie toegeschreven. We zullen nog zien dat daarbij kanttekeningen zijn te plaatsen en we hebben al geconstateerd dat niet-moslims de jizya moesten opbrengen. Joden en christenen waren dhimmi’s, getolereerde monotheïsten.

    In de loop van de tijd bekeerde menigeen zich: ik noemde de Banu Qasi al, die afstamde van een zekere Cassius, een edelman uit het Rijk van Toledo die na de Arabische verovering een verdrag sloot (vergelijk de al genoemde Theodomir). De islamisering van El-Andalus verliep echter langzaam en in elke stad was nog altijd een comes, wiens takenpakket inmiddels bestond uit het bestuur van de christelijke gemeenschap: hij sprak recht aan de hand van het Liber Iudiciorum en stond in voor de afdracht van de jizya-belasting. In de Arabische bronnen heet hij qumis of sahib al-medina.

    Bij de benoeming van de bisschop maakte de emir een keuze uit een door de gelovigen samengestelde kandidatenlijst. De emir stond de bisschoppen ook toe om synodes te organiseren, zoals ze in het Rijk van Toledo hadden kunnen doen. Het enige verschil is dat ze nu samenkwamen in Córdoba. Het effect was dat de Iberische christenen, die doorgaans mozaraben (“gearabiseerden”) worden genoemd, een zelfstandige kerk vormden, steeds losser van de West-Europese christenen en steeds meer in contact met de christenen uit het Midden-Oosten.

    Voor moslims waren andere bestuurders relevanter, de zogenaamde wali ofwel provinciegouverneur en de qadi ofwel rechter. Naarmate het Emiraat evolueerde tot een staat met bufferstaten, kon plundering geen bron meer zijn van inkomsten, zodat de bodembelasting belangrijk werd – en die gold ook voor moslims. Desondanks waren de belastingen betrekkelijk laag. De emir beschikte over enorme domeinen, die hij had overgenomen van de koning van Toledo, had uitgebreid met de landerijen van de aristocraten die waren gesneuveld tijdens de Arabische verovering van Iberië, en vervolgens verder had uitgebreid met de bezittingen van verslagen tegenstanders. Al met al was er genoeg geld om Córdoba te voorzien van de mooiste moskee ter wereld, zoals het plaatje bovenaan dit stukje toont.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Een godsbewijs van Ǧibrīl ibn Nūḥ

    augustus 25, 2024
    De Franken

    november 6, 2015
    Tunesië onder de Aghlabiden

    februari 16, 2024 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Basken #belastingen #Córdoba #comes #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #HarunArRashid #HishamIVanCórdoba #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KarelDeGrote #LiberIudiciorum #mammelukkenSoldaten_ #Marokko #moskeeVanCórdoba #mozaraben #Pamplona #SpaanseMark #Spanje #stamsamenleving #Theodomir #vikingen

  12. Het Emiraat van Córdoba (1)

    Puerta de Sevilla, Carmona

    [Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]

    Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.

    Abd al-Rahman

    Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.

    De nieuwkomer was voor veel partijen aanvaardbaar. Voor de Berbers gold hij als verwant omdat zijn moeder één van hen was; voor de Qays-Arabieren was hij een partijgenoot; voor de Yaman-Arabieren was hij een Syriër. Hij trouwde met een jodin, wat hem opnieuw steun opleverde. En iedereen zal blij zijn geweest dat hij een einde wist te maken aan de conflicten die het Iberische Schiereiland al sinds 742 teisterden.

    In het noorden streed Abd al-Rahman met succes tegen Asturië, een christelijk koninkrijkje waarover ik nog eens zal bloggen. Vanaf 759 betaalde het tribuut, nadat (vermoedelijk) een verdrag was gesloten zoals dat met de Theodomir over wie ik het al eerder heb gehad. Eén van de bepalingen van een dergelijk verdrag was dat de vazalstaat geen steun mocht verlenen aan de vijanden van zijn Arabische verdragspartner en inderdaad heeft Asturië geen steun verleend aan de Frankische legers die in 778 actief waren bezuiden de Pyreneeën. Daarover zo meteen meer.

    Abd al-Rahman en de Abbasiden

    Abd al-Rahman erkende de Abbasiden half wel en half niet. Hij was natuurlijk onafhankelijk en in die zin erkende hij het gezag van de kalief, die sinds 762 resideerde in Bagdad, niet. Tegelijkertijd erkende Abd al-Rahman dat hij niet heerste in Mekka, Medina en Jeruzalem, zodat hij zich niet, zoals eerdere Ummayadische vorsten, kon presenteren als kalief. Er kon maar één heerser der gelovigen zijn, en dat was niet de emir van Córdoba.

    Munt van Abd al-Rahman (Neues Museum, Berlijn)

    In 763 arriveerde een Abbasidisch leger, dat de Umayyadische opstandeling uit de weg moest ruimen. Na een reis naar Marokko en een overtocht naar wat nu Portugal is, rukte het op in de richting van Córdoba. Abd al-Rahman wachtte zijn tegenstanders op in Carmona, waar hij zich gedurende twee maanden liet belegeren. Toen brak hij uit met een verrassend klein leger van 700 man, waarmee hij het Abbasidische leger wist te verslaan. Ik ben nota bene door de stadspoort gewandeld waar het is gebeurd, de Puerta de Sevilla, maar realiseer me dit pas nu ik deze woorden schrijf.

    Abd al-Rahmen liet de hoofden van de verslagenen inpekelen en naar Mekka sturen, waar de Abbasidische kalief, die daar voor de pelgrimage aanwezig was, alleen maar kon verzuchten dat hij blij was dat God tussen hem en El-Andalus de Middellandse Zee had gelegd.

    Karel de Grote

    Zoals ik al zei, breidde Abd al-Rahman zijn macht stapsgewijs uit naar het noorden. De lokale heersers in het gebied langs de Ebro hadden zich onafhankelijk gemaakt en Yusuf al-Fihri, Abd al-Rahmans voorganger, had ze nog niet onderworpen toen Abd al-Rahman in 755 was aangekomen. Omdat de heerser in Barcelona vreesde dat hij het volgende doelwit van Abd al-Rahmans expansionistische beleid zou zijn, onderwierp deze Suleyman ibn al-Arabi zich in Paderborn aan Karel de Grote – en of die dus maar naar het zuiden wilde komen om Barcelona te beschermen. De Frankische vorst had daar wel oren naar, want de zoons van Yusuf al-Fihri waren eveneens aan zijn hof en hadden hem gevraagd hen te herstellen op de troon van hun vader.

    Roncevalles

    Karel de Grote zag een buitenkans om Barcelona te verwerven en bevriende heersers aan de macht te helpen in Córdoba. Zonder moeilijkheden bereikte het Frankische leger in 778 Barcelona, maar toen ging het mis. De heerser in Barcelona had hem gezegd dat ook de Banu Qasi, een Arabische stam van tot de islam bekeerde christenen rond Zaragoza, steun zou verlenen, maar Karels leger was zó groot dat iedereen begreep dat hij gebieden kwam annexeren. Het beleg van Zaragoza liep uit op een mislukking, de Asturiërs verleenden ook al geen hulp en op de terugweg over de Pyreneeën werd de Frankische achterhoede bij Roncevalles door de Basken overvallen. (De gebeurtenis werd bezongen in het Roelandslied.) Nu de poging van de noordelijke staatjes Karel uit te spelen tegen Abd al-Rahman was mislukt, weerhield niets de emir nog: hij kon zijn macht naar het noorden uitbreiden. Als heerser van vrijwel geheel Iberië overleed hij in 788.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Het einde van de Avaren

    november 16, 2019
    De Karolingische Renaissance (1)

    augustus 19, 2024 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Barcelona #Berbers #Carmona #Córdoba #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #KarelDeGrote #Qays #RijkVanToledo #Roelandslied #Roncevalles #Spanje #SuleymanIbnAlArabi #Theodomir #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri #Zaragoza