home.social

#rijk-van-toledo — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #rijk-van-toledo, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Romeinse Provence (2)

    Romeinse brug in Vaison

    [Tweede deel van een blogje over Gallia Narbonensis, ofwel de Provence in de Romeinse tijd. Het eerste deel was hier.]

    Keizertijd

    Een geschiedenis van Gallia Narbonensis in de Keizertijd is een standaardverhaal. Het Romeinse Rijk, gevestigd met Blut und Eisen, garandeerde rust. Gallia Narbonensis behoorde in deze wereld tot de “binnencirkel” van de Romeinse provincies, wat inhield dat zo’n provincie meer belastingen betaalde dan de Romeinse overheid investeerde. Het was een wingewest. In de buitencirkel, waar de kostbare grenslegers waren gestationeerd, was dat andersom: daar gaf de overheid meer uit dan het aan belastingen binnen haalde.

    Amforen (Musée d’Archéologie de Nice-Cimiez)

    Zo bezien was inname in de Romeinse wereld ongunstig voor de bewoners van deze provincie, maar de legioenen aan de Rijn en Donau garandeerden het bestaan van een enorme ruimte waarin kooplieden betrekkelijk veilig konden reizen, waarin er één standaardmunt was en waarin de zeeroutes minder dan vroeger werden bedreigd door zeerovers. Verzet tegen Rome is uit de Keizertijd niet bekend, althans niet aan mij. Steeds meer bewoners van de Provence verwierven het Romeinse burgerrecht en keizer Tiberius accepteerde hen in de Senaat. De bewoners werden niet onderdrukt, want ze waren Romeinen.

    Vanuit dit perspectief waren de belastingafdrachten een geringe prijs om te betalen en de steden bloeiden: Marseille mocht dan zijn overvleugeld door Nîmes, het bleef een prachtige stad; naast Nîmes waren er in de Rhônedelta Arles, Avignon en Orange. Wat verderop lagen Aix-en-Provence, Vaison-la-Romaine en Glanum, stroomopwaarts lagen Alba-la-Romaine en Vienne, en in het westen lag de hoofdstad Narbonne. Stuk voor stuk zijn het tegenwoordig toeristische bezienswaardigheden. De Pont du Gard, waarvan een Gallo-Romeinse observator destijds constateerde dat de Romeinen het landschap ermee verpestten, heeft tegenwoordig de werelderfgoedstatus.

    De constructie van de Pont du Gard

    Als voorbeeld van de geslaagde integratie in de groter Romeinse wereld noem ik nog de Romeinse geschiedschrijver Pompeius Trogus, die een intrigerend geschiedwerk schreef. Dat hing hij op aan twee wereldrijken: het oosterse en het westerse, en de scharnier was Macedonië. Alle volken en steden van de wereld kwamen op deze manier aan bod. Dit was geen op Jeruzalem, Athene of Rome gefocust werk, zoals er al vele waren, dit was wereldgeschiedenis – een genre dat bloeide in de Romeinse provincies. (Trogus’ geschiedwerk is in een uittreksel van Justinus bekend.)

    Late Oudheid

    De derde eeuw was overal een crisistijd: de grensverdediging haperde, bij wijze van antwoorden werden de Romeinse legers vergroot, dat werd inflatoir gefinancierd, het handelsvolume halveerde. Het klimaat verslechterde en er was een epidemie. Na het einde van deze Crisis van de Derde Eeuw waren er allerlei bestuurlijke hervormingen, en voor de Provence relevant is het ontstaan van een extra bestuurslaag: het diocees, een cluster van provincies. Die provincies zelf waren in de tussentijd verkleind: Gallia Narbonensis was bijvoorbeeld in tweeën gesplitst. Met vijf andere kleine provincies vormde die het diocees Viennensis. Het bestond uit Frankrijk ten zuiden van de Loire.

    Baden van Constantijn, Arles

    In deze tijd nam de mobiliteit van de Romeinse bevolking toe. In onder meer Marseille en Arles zijn Syrische en Joodse gemeenschappen gedocumenteerd. Deze migranten namen oosterse ideeën mee en zo won ook het christendom aan populariteit. In de kathedraal van Fréjus is nog altijd een doopkapel uit de vijfde eeuw, terwijl de abdijen van Lérins (op een eilandje bij Cannes) en Sint-Victor in Marseille even oud zijn.

    Andere migranten kwamen uit het Overrijnse en dienden veelal in de Romeinse legers. Hoewel die legers officieel de Romeinse staat dienden, waren er regelmatig problemen met de soldij, en dan kon zo’n leger in opstand komen. In de keizerlijke propaganda werden de eigen manschappen dan getypeerd als barbaren of Germanen. Zulke verhalen hebben het beeld van “grote volksverhuizingen” doen ontstaan, en hoewel dat niet volledig onjuist is, was de werkelijkheid een stuk genuanceerder.

    Sarcofaag met scènes uit het leven van Christus (Saint-Trophime, Arles)

    Visigoten en Franken

    In de loop van de vijfde eeuw nam het gezag van de Romeinse keizer af. De feitelijke macht kwam meer en meer in handen van militaire leiders. Voor de Provence relevant is Eurik, die in Toulouse resideerde. Officieel bestuurde hij de regio namens de keizer, maar die was ver weg. Na 476, toen het keizerlijk hof in Italië werd opgeheven, was de keizer nog veel verder: in Constantinopel. Uit het machtsgebied van Euric groeide toen een steeds zelfstandiger koninkrijk, het Rijk van Toulouse. Verder naar het noorden oefende de dynastie van de Merovingen het gezag uit, eveneens in een ambigue positie halverwege zelfstandigheid en dienstbaarheid aan de keizer.

    In 507 kwam het tot oorlog tussen deze twee laat-Romeinse rijken-in-wording. De afstammelingen van Eurik, die inmiddels ook heersten in grote delen van het huidige Spanje, verloren de strijd en trokken zich naar Toledo terug, maar behielden het westelijke deel van de Provence, dat destijds bekendstond als Septimania en tegenwoordig als Languedoc. Het gebied langs de Rhône zou uiteindelijk in Merovingische handen komen. Ik rond af met de constatering dat eind zesde eeuw, toen het proces van staatsvorming was voltooid, nieuwe namen in zwang kwamen: de Merovingen stonden vanaf toen aan het hoofd van een Frankisch koninkrijk, de rijken van Toulouse en Toledo worden wel aangeduid als de koninkrijken van de Visigoten.

    Laatantieke ceintuurgesp (Musée de la romanité, Nîmes)

    Voor de gewone mensen in de Provence veranderde er ondertussen minder dan je zou denken. De Laat-Romeinse cultuur, gebaseerd op een agrarische economie en overzeese handel, bleef bestaan; het christendom bleef bestaan; en het Latijn evolueerde heel, heel langzaam naar het Frans.

    #AixEnProvence #AlbaLaRomaine #Arles #Avignon #CrisisVanDeDerdeEeuw #diocees #Eurik #Franken #GalliaNarbonensis #Glanum #Justinus #Languedoc #Latijn #Lérins #Marseille #Merovingen #Narbonne #Nîmes #Orange #PompeiusTrogus #Provence #Rhône #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #Septimania #VaisonLaRomaine #Vienne #Visigoten
  2. Toerist in Málaga

    De alcazaba van Málaga

    Málaga, wat Fenicisch is voor “zoutstad”, stond eigenlijk niet op ons reisprogramma, maar toen we de reis afgelopen november voorbereidden, hadden we de indruk dat we hier, komend vanuit Almería, de overstap naar de trein naar Córdoba weleens zouden kunnen missen. Dus kozen we ervoor om in Málaga te overnachten en later in alle rust door te reizen.

    Het zou, zo dachten we, een superkort bezoek zijn. Eigenlijk wilden we gewoon niets bekijken. Ik was hier eerder geweest en het Romeinse theater wilde ik mede daarom niet nog eens zien: ik heb – zei hij blasé en niet voor het eerst – in mijn leven zó veel van die waaiervormige schouwburgen gezien dat het opnieuw bekijken ervan me niet erg aansprak. Er boven verrijst de Alcazaba die de Nasriden van Granada hier bouwden; die moesten we laten wat ze was, omdat we vreesden dan te laat op het station te zijn om de trein naar Córdoba te halen. Hetzelfde gold voor de kathedraal. We beperkten ons dus tot het museum.

    Het museum

    Het heeft diverse collecties, maar we moesten ons beperken tot de archeologie. Het is beter een museum gedeeltelijk te bezoeken dan niet te bezoeken. Zoals in Spaanse musea gebruikelijk was er goede uitleg van wat archeologen nu eigenlijk doen, dit keer niet gefocust op de technieken maar op de vragen die ze proberen te beantwoorden, waarbij het museum de antwoorden die eerdere onderzoekers hebben gegeven, eveneens behandelde. De bestudering van het verleden is immers een discussie zonder einde, en wetenschappers komen vooruit door slechte antwoorden te weerleggen en nieuwe antwoorden als hypothesen te toetsen. Van een intrigerend beeld van een everzwijn in gevecht met een ram, is bijvoorbeeld eerst geopperd dat het een voorbeeld was van Iberische kunst, al bleek het later Romeins te zijn.

    Everzwijn met ram (Museo de Málaga)

    De prehistorische afdeling was uitstekend, al zou ik van de rotstekeningen meer kleurenreproducties hebben willen zien. De dolmens die ook hier zijn geweest, worden gepresenteerd in hun West-Europese, Atlantische context. De Feniciërs passeren de revue – Málaga is immers door hen gesticht – zonder de obligate uitleg van hun Levantijnse herkomst. (Verfrissend, een museum voor mensen die de middelbare school wél hebben afgemaakt.) De kunst van de mensen die hier toen al woonden, die we wellicht Tartessisch kunnen noemen, is eenvoudiger dan wat we hadden gezien in Elche en Valencia: het aardewerk had bijvoorbeeld minder versieringen.

    Daarop volgde een Romeinse afdeling die niet opvallend spectaculair was. Dat is me de afgelopen week vaker opgevallen en het kan zijn dat de beste Romeinse stukken in Madrid zijn. Intrigerend waren de voorwerpen uit het Rijk van Toledo, want die kwamen niet uit Málaga maar uit Segovia. De verklaring is nogal cynisch: Francisco Franco wilde graag de banden aanhalen met Nazi-Duitsland en benadrukte dus het Visigotische = Germaanse karakter van het Rijk van Toledo. Dat dit volgens de Duitse archeologen van die tijd, geïnspireerd door Gustaf Kossinna, betekende dat Duitsland territoriale aanspraken kon laten gelden op het blijkbaar Germaanse gebied, lijkt Franco’s culturele adviseur zich niet te hebben gerealiseerd. In elk geval werden destijds in alle Spaanse archeologische musea voorwerpen uit de zesde en zevende eeuw neergelegd die moesten bewijzen dat heel Spanje Germaans was geweest.

    Laatantieke gesp (Museo de Málaga)

    Tot slot de afdeling Middeleeuwen, die voor Málaga niet anders kon zijn dan een overzicht van Arabische kunst. Houtsnijwerk hadden we op deze reis nog niet veel gezien, en verder was er opvallend rijk gedecoreerd aardewerk, een kleine verzameling grafinscripties en een maquette die goed toonde hoe de toenmalige stedelijke structuur voortleeft in de huidige stad – de kathedraal staat op de plek van de oude moskee. Deze afdeling was wat meer kunsthistorisch dan historisch van aard, maar beslist heel erg mooi, en het blijft natuurlijk een fascinerende gedachte dat dit deel van Spanje langer Arabisch is geweest dan Spaans.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Museo de Málaga)

    Pauze op het station

    Meer Málaga zat er voor ons niet in: de trein naar Córdoba wachtte. Door de motregen wandelden we terug en we zagen dat de bedding van de Guadalmedina zowaar water bevatte. Ze deed zo haar naam eer aan: het is de Wadi al-Medina, de wadi van de stad, en een wadi is een bedding waar nu eens wel en dan weer geen water in stroomt.

    Op het station ontdekten we dat onze trein niet reed. We hadden daar sinds het verschrikkelijke treinongeluk vorige week rekening mee gehouden, maar omdat we geen bericht hadden gehad van de spoorwegmaatschappij (die ons voor wat betreft contactgegevens het hemd van het lijf had gevraagd), waren we ervan uitgegaan dat we vervoer hadden. We hebben nieuwe kaartjes kunnen kopen en het is dus allemaal geen catastrofe.

    Ons bezoek aan Málaga werd dus langer dan superkort. Maar zo is het dus gekomen dat ik de tiende aflevering van dit narcistische winterfeuilleton zit te schrijven op een station, wachtend op de trein. Buiten vallen inmiddels diluviale regens, binnen is de koffie goed en mijn gezelschap nog beter, dus ik ben best tevreden.

    Ik verwacht dus dat ik morgen kan schrijven over een ingekort bezoek aan Córdoba.

    #FranciscoFranco #GustafKossinna #Málaga #Nasriden #RijkVanToledo #Segovia
  3. De opstand van Hermenegild (2)

    Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

    [Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

    Vierde bedrijf: Oorlog?

    Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

    Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

    De vraag is pertinent of Hermenegild zelf vond dat hij in opstand was. Hij was al koning vóór hij naar Sevilla ging en hij rukte niet op naar de residentie, wat je van een rebel zou verwachten. Nu hij door Leovigild tot rebel was gemaakt, probeerde hij zich wel te verdedigen. Bisschop Leander reisde naar Constantinopel om daar Byzantijnse steun te vragen; hij ontmoette er de latere paus Gregorius I de Grote, met wie hij vriendschap sloot, maar kreeg geen troepen toegezegd, ook niet toen hij had geopperd dat een pro-Byzantijnse koning Hermenegild de stad Córdoba weer aan Byzantium zou overdragen.

    Hermenegild was gedoemd. De enige die hem kon steunen was de Byzantijnse commandant in zuidelijk Spanje, maar Gregorius van Tours weet dat Leovigild deze man 30.000 goudstukken betaalde om zich buiten het conflict te houden. Toen Leovigilds leger aankwam bij Sevilla, trok Hermenegild zich terug naar Córdoba, waar hij onder onduidelijke omstandigheden werd gevangengenomen. We mogen de vraag stellen of dit kleinschalige conflict wel een oorlog was. In elk geval bracht Hermenegilds jongere broer Reccared hem naar Valencia en later naar Tarragona. Koningin Ingundis overleed onderweg, verdacht jong.

    Vijfde bedrijf: Reccared

    Op de avond voor Pasen 586, 13 april, kreeg de gevangen Hermenegild de gelegenheid naar de kerk te gaan, maar hij weigerde de ariaanse eredienst bij te wonen. Op koninklijk bevel werd hij uit de weg geruimd – en omdat Leovigild radeloos was na de dood van zijn zoon, is wel aangenomen dat de ariaanse koningin Goiswintha de opdracht heeft gegeven.

    De ontroostbare Leovigild overleed een paar dagen later, om te worden opgevolgd door zijn zoon Reccared. Leander van Sevilla haastte zich naar Toledo, en na een gesprek met de bisschop trok Reccared de consequenties uit de voorafgaande gebeurtenissen: zijn broer en de zuidelijke adel waren al overgegaan tot het Chalkedonische Credo, zijn vader was een eind in die richting opgeschoven, dus zijn eigen bekering was geen grote stap. Een inscriptie in de kathedraal van Toledo, gedateerd 13 april 587 (dus exact een jaar na de executie van Hermenegild) documenteert dat de kerk weer van eigenaar wisselde.

    Inscriptie van koning Reccared in de Kathedraal van Toledo

    Op de Derde Synode van Toledo (in 589) sloegen voorzitter Leander van Sevilla, koning Reccared en de Chalkedonische bisschoppen spijkers met koppen. De komende eeuw zou het Rijk van Toledo katholiek zijn – en niet in de betekenis die Leovigild aan dat woord had gegeven.

    Wat betekende dit?

    De lezer van deze blogjes mag zich afvragen waarom ik zoveel ruimte besteed aan dit conflict, dat geen opstand was, niet met een echte oorlog ten einde kwam, en feitelijk een familieruzie was, zij het een familieruzie onder gekroonde hoofden. Het punt zit in de symboliek waarmee Leander vorm gaf aan Hermenegilds bekering: niet met een doopsel maar door middel van zalving.

    Daarvoor was een antecedent, al moesten de betrokkenen er anderhalf millennium voor terug: de profeet Samuël had, toen koning Saul niet recht in de leer bleek, David tot koning gezalfd. Daarom zijn de woorden waarmee Hermenegild aangaf niet tegen zijn vader ten strijde te willen trekken zo belangrijk: ze duiden erop dat de parallellie ook door hem werd herkend. Het blijkt ook uit zijn munten, waarop hij aangeeft te regeren krachtens droit divin. Leovigild nam de claim van de weeromstuit over op enkele munten, iets wat hij nooit daarvoor had gedaan en nooit meer zou doen na de “opstand” van zijn zoon.

    Hermenegild en Leander introduceerden een nieuwe legitimatie voor de monarchie. Waar Leovigild zich nog had gepresenteerd als behorend tot de oude Visigotische adel, maar al had ervaren dat dit eigenlijk niet goed werkte omdat er allerlei belangrijke niet-Visigotische rijksgroten waren, koos zijn zoon voor een nieuwe manier om de monarchie te rechtvaardigen. In de zin dat deze legitimatie religieus was, leek ze wat op de Byzantijnse: de keizer gold als gelijke van de apostelen, isapostolos. Het verschil is dat Hermenegild teruggreep op koning David.

    Reccared had aan deze vorm van legitimatie geen behoefte. Zijn vader had hem immers al vóór de crisis met Ingundis tot koning gemaakt. Maar men herinnerde zich het nieuwe model. Toen in 633 koning Swinthila zijn zoon Sisebut tot medekoning wilde verheffen, was er protest van de rijksgroten, en daarop kwam Leanders broer en opvolger, bisschop Isidorus van Sevilla, naar Toledo om de prins tot koning te zalven. Op latere Synodes van Toledo werd de praktijk steeds verder uitgewerkt.

    Ere-inscriptie voor Hermenegild (Sevilla, Puerta de Córdoba)

    Eind zevende eeuw was zalving de normale praktijk in het Rijk van Toledo, en een halve eeuw later was het gebruik ook bekend in het Karolingische Frankenrijk. Het is sindsdien de wereld overgegaan.

    Literatuur

    R. Barroso Cabrera e.a., Hermenegildvs Rex: Prince, Usurper, and Martyr
    A Critical Study on the Rebellion of St Hermenegild (578-585) (2025)

    #arianisme #Credo #Goiswintha #GregoriusIDeGrote #GregoriusVanTours #Ingundis #IsidorusVanSevilla #katholicisme #koningDavid #LeanderVanSevilla #Leovigild #monarchie #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #Sisebut #Swinthila #SynodesVanToledo #zalving
  4. De opstand van Hermenegild (1)

    Munt van Leovigild (Visigotisch Museum, Toledo)

    U vreest wellicht een nieuwe aflevering in mijn narcistische winterfeuilleton, maar wees gerust: op maandag zijn musea en opgravingen gesloten, dus we deden het rustig aan, en ik vertel u over de opstand van Hermenegild. Dat was, alles bij elkaar, weinig anders dan een rimpeling in de grotendeels vergeten geschiedenis van het Rijk van Toledo, maar er was een interessant gevolg, dat ik aan het einde van het volgende blogje zal noemen. Los daarvan hebben we een Nibelungenachtig drama met twee ruziënde koninginnen en een gedoemde held.

    Eerste bedrijf: ruziënde koninginnen

    In 569 kwam in het Rijk van Toledo koning Leovigild aan de macht. Zijn doel was het verenigen van heel Iberië, wat betekende dat hij ambities had in het noordwesten, waar het Suebische koninkrijk lag, en in het zuidoosten, waar de Byzantijnen nog niet zo heel veel eerder enkele steden hadden ingenomen. Inderdaad zou Leovigild Córdoba heroveren. Er was hem verder veel gelegen aan vrede met de Franken in het noordoosten, waar de Merovingische koningen gelukkig verdeeld waren.

    Koning Leovigild breidde zijn machtsbasis uit door te trouwen met de weduwe van een voorganger, Goiswintha, zodat hij niet alleen kon rekenen op de adel in de hoofdstad, maar ook op de rijksgroten rond de zuidelijke stad Sevilla. Uit een eerder huwelijk had Leovigild al twee zonen: Hermenegild en Reccared. Goiswintha had uit haar eerste huwelijk een dochter: Brunhilde, die inmiddels was getrouwd met Sigebert I, een van de Merovingische koningen. Zij hadden een dochter Ingundis, die trouwde met Hermenegild. Hier hebt u het in schema:

    Diplomatieke huwelijken zijn per definitie bedoeld om de banden tussen twee staten aan te halen, en veronderstellen dat bruid en bruidegom hun eigen opvattingen ondergeschikt maken aan het staatsbelang. En daar bleek Ingundis temperamenteel niet toe geschikt: net als alle Franken volgde ze het Credo van Chalkedon, en dat bleef zo toen ze in 578 aankwam in Toledo, waar het hof sympathiseerde met het ariaanse christendom.

    Met een beetje inschikkelijkheid valt zoiets wel op te lossen, maar toevallig was koningin Goiswintha, Ingundis’ grootmoeder en schoonmoeder, even oninschikkelijk ariaans. De twee vrouwen stonden lijnrecht tegenover elkaar en we lezen bij Gregorius van Tours dat Goiswintha de nieuwkomer zelfs fysiek lastigviel. Koning Leovigild, die het religieuze conflict oninteressant vond, zocht dus een manier om Ingundis en Goiswintha uit elkaar te houden.

    Tweede bedrijf: Sevilla

    De door Leovigild gevonden oplossing bestond eruit dat hij een eerdere promotie van Hermenegild veranderde in een wegpromotie. Hij had zijn zoon al eerder tot deelgenoot in de macht gemaakt, waarvoor de oud-Romeinse term consors imperii van stal was gehaald. Nu gaf Leovigild zijn kroonprins – eigenlijk: medekoning – de stad Sevilla als residentie. Zo was de katholieke koningin Ingundis hemelsbreed 400 kilometer verwijderd van de ariaanse koningin Goiswintha, kon kroonprins-koning Hermenegild bestuurlijke ervaring opdoen en was er ook een voorname gezagdrager die de door de Byzantijnen bezette gebieden in de gaten hield. Om duidelijk te maken dat er niets oneervols aan de hand was, kreeg Leovigilds jongere broer Reccared een soortgelijke benoeming in het noordoosten.

    Het probleem leek opgelost, maar niet veel later ontving het hof in Toledo het bericht dat Hermenegild zich had bekeerd tot het katholicisme. We kunnen hier de invloed herkennen van zijn Frankische echtgenote, maar er is nog een speler die hier relevant is: bisschop Leander, een van de meest formidabele christelijke leiders van die tijd. Hoe Hermenegilds bekering precies is gegaan, weten we niet, maar het staat vast dat ze, zoals te doen gebruikelijk, niet werd gesymboliseerd door een nieuw doopsel, maar door zalving.

    Het staat ook vast dat in Toledo de stoppen volledig doorsloegen: de bekering werd uitgelegd als opstand. We mogen aannemen dat dit zal hebben samengehangen met het feit dat lokale edelen in Sevilla zich aansloten bij hun pas aangekomen koning.

    Derde bedrijf: Leovigild in actie

    Leovigild had niet om deze crisis gevraagd en kon opnieuw op zoek naar een oplossing. Die vond hij door het arianisme wat aan te passen. Hij was geen religieuze scherpslijper. (Mogelijk had hij de problemen met Ingundis niet zien aankomen omdat hij meende dat ook andere royals de kerk beschouwden als bestuurlijk instrument, niet als voertuig van diepgevoelde overtuigingen.)

    In 580 belegde Leovigild dus een ariaanse synode in Toledo, waar verschillende besluiten werden genomen. Zo werd het voor de aanhangers van het Credo van Chalkedon eenvoudiger gemaakt over te stappen naar het arianisme en werden enkele aspecten van de Chalkedonische rite overgenomen in de ariaanse eredienst. De meesterzet was dat de kerk van Toledo, die we misschien “ariaans light” kunnen noemen, zich voortaan ging aanduiden als “katholiek”. Dit was mogelijk omdat op instigatie van keizer Justinianus de kerk van Constantinopel inmiddels de zogeheten “drie kapittels” had aanvaard, wat door de westelijke bisschoppen werd beschouwd als ontrouw aan het Credo van Chalkedon. Leovigild en de zijnen profiteerden van de verwarring: zij claimden dat zij de ware katholieke, orthodoxe kerk waren.

    En daarmee hadden ze succes. De broer van de al genoemde bisschop Leander, Isidorus van Sevilla, typeerde Justinianus als ketter en we lezen over bisschoppen die nu partij kozen voor de Visigotische koning. Wie dat niet deed, moest rekening houden met inbeslagnames. Zo wisselde de kathedraal van Toledo van eigenaar. Kortom, door een combinatie van concessies en confiscaties had Leovigild zijn zoon potentiële steun ontzegd. Steun die hij blijkbaar aannemelijk achtte. We kunnen echter tevens concluderen dat Hermenegilds bekering al als gevolg had gehad dat zijn vader zijn religieuze beleid had aangepast in de richting van het Chalkedonische Credo.

    [Wordt vervolgd]

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Zelfde tijdvak


    Thermoluminescentie (en wat dat betekent)

    november 4, 2024
    Zijde

    november 17, 2015
    Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

    april 15, 2019 Deel dit: #arianisme #Brunhilde #Credo #Driekapittelstrijd #Goiswintha #Ingundis #IsidorusVanSevilla #Justinianus #katholicisme #LeanderVanSevilla #Leovigild #Reccared #RijkVanToledo #Sevilla #SigebertI #Toledo #zalving
  5. Toerist in Valencia (1)

    Iberisch beeldje van een ruiter (Prehistorisch Museum, Valencia)

    De hogesnelheidslijn die onlangs zo negatief in het nieuws was, bracht ons in twee uur vanuit Madrid naar Valencia. Ik wist weinig meer over die stad dan dat de Cid er had gewoond, dat de Heilige Graal werd bewaard in de kathedraal, dat er een wetenschapsmuseum was en dat er een paar jaar geleden een beruchte moordzaak was. Ik moest opzoeken dat het ooit de hoofdstad was geweest van een Iberisch volk, de Edetaniërs.

    De Iberiërs

    Wie meer over hen wil weten, moet absoluut naar het Prehistorisch Museum, dat een weergaloos mooie en grote collectie heeft. Die begint met de eerste mensen en loopt dan door vele millennia en langs diverse soorten homo naar de Romeinse tijd. De informatie is actueel – ik zag de Denisova-mens netjes genoemd – en wordt gepresenteerd in twee talen, in het Spaans en in het Valenciaans. Het was een prachtig museum maar het was uitgestorven. We waren letterlijk de enige bezoekers.

    De Iberische cultuur wordt er deels thematisch, deels aan de hand van opgravingen gepresenteerd. Er is dus uitleg van de metaalbewerking en van de handel, maar je ziet ook de vondsten van deze of gene site bij elkaar. Ik heb er echt van genoten, want dit is voor mij redelijk onbekend materiaal, dat ik eigenlijk alleen in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid heb gezien. Het museum in Valencia heeft veel meer.

    Iberisch aardewerk uit Tossal de Sant Miquel (Prehistorisch Museum, Valencia)

    Heel speciaal vond ik het aardewerk uit Tossal de Sant Miquel. Het gaat om grote kruiken die zijn beschilderd met jacht- of krijgersscènes. Er staan ook wel muzikanten op en bloemen en planten. Het oogt eenvoudig en straalt een zekere kracht uit. Het is echter wat moeilijk te geloven dat de cultuur die deze ietwat primitieve vazen maakte, ook de Dame van Elche voortbracht.

    Almoina

    De Romeinen herbouwden de Iberische nederzetting en herbouwden de stad nog eens na een stadsbrand. De resten van een badhuis, straten en een pakhuis zijn te zien in het Centro Arqueológico de l’Almoina, waarvan ik voor onze reis had gehoord dat het wat tegenviel. Maar ik moet zeggen: dat was niet zo. Het was zeker de moeite waard, al maakte het museum gebruik van gesproken uitleg. Het is lastig om een bordje met uitleg te lezen als er voortdurend iemand in je oor zit te tetteren – en dan heb ik het er nog niet over gehad dat het weinig gastvrij is voor mensen met hyperacusis.

    In Almoina zijn ook de resten te zien van een Visigotische kapel, gewijd aan de heilige Sint-Vincentius, een martelaar die hier ten tijde van Diocletianus om het leven is gebracht. De kapel is gebouwd op een wat onhandige plek op het oude Romeinse forum, wat suggereert dat deze plek een speciale betekenis had. Misschien herinnerde men de plek waar hij was geëxecuteerd of begraven. Er waren graven in de buurt van de kapel en later kwam er een kerk. Een steenworp verderop is de plek die bekendstaat als Vincentius’ gevangenis, maar het is feitelijk een grafkapel voor de bisschoppen van de stad.

    Visigotische kapel van Sint-Vincentius (Almoina)

    Nog even iets over de Visigotische periode: toen het Rijk van Toledo in 711 door de Arabieren was onderworpen, behoorde Valencia tot de gebieden die in handen bleven van de laatste machthebber, de Theodomir over wie ik eerder schreef. Zijn paleis lag even ten westen van Valencia, bij Pla de Nadal. Enkele vondsten zijn te zien in het Prehistorisch Museum.

    De zogenaamde Graal

    De kathedraal van Valencia is minder mooi dan die van Toledo, maar trekt duizenden bezoekers omdat hier de kelk is te zien die Jezus zou hebben gebruikt bij het Laatste Avondmaal. Tijdens de kruisiging zou hierin zijn bloed zijn opgevangen. In de Middeleeuwen kende men verhalen over een mystiek voorwerp, de verder niet gedefinieerde Graal. Er lijken Arabische en Keltische modellen te zijn geweest voor de beroemde verhalen over dolende ridders die op zoek zijn naar dit voorwerp.

    Deze Graal werd later gelijkgesteld aan de kelk van het Laatste Avondmaal. Ik benadruk dat dit een latere ontwikkeling is en dat er geen reden is om de Graalromans met Valencia in verband te brengen.

    Kapel met de zogenaamde Graal (Kathedraal, Valencia)

    Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er niet een hoop speculaties zijn, die wat doen denken aan het geneuzel over de Lijkwade van Turijn.noot Die toont een gekruisigde zoals men in de Middeleeuwen dacht dat een kruisiging in z’n werk ging en geen Romeinse kruisiging. Meer bewijs dat de Lijkwade middeleeuws is, is niet nodig, maar voor wie het nodig heeft: de koolstofdatering in de Middeleeuwen is waterdicht. De in Valencia geboden uitleg maakt gewag van archeologische studies, historische documenten, het gewicht van de Traditie (met hoofdletter), recente ontdekkingen inzake het ontwerp, vergelijkend onderzoek naar soortgelijke bekers en verwijzingen in de oude liturgie, en dit alles maakt het geheel plausibel dat dit de beker is van het Laatste Avondmaal. En trouwens, zo lees ik, er is geen bewijs tegen de authenticiteit.

    Dit is vanzelfsprekend slechts laut tönendes Nichts. Er wordt van alles aangenomen, zoals dat Petrus het voorwerp had meegenomen na het Laatste Avondmaal en naar Rome had gebracht. (Dat hij daar is geweest, is geen heel oude traditie.) Vervolgens zouden de pausen de kelk hebben gebruikt. (De aanname is dat er zo vroeg al een successie van bisschoppen was.) Vervolgens belandde de beker in Spanje, werd hij tijdens de Arabische tijd verborgen en toevallig weer gevonden. Het moge duidelijk zijn dat een historicus bij zo’n claim begint te gnuiven van ergernis.

    En dat doe ik dus ook. Aan het hoofd van de kerk van Valencia staat een aartsbisschop en zo’n kerel is niet dom. Zo iemand is naar de universiteit geweest, begrijpt wat een wetenschappelijk bewijs is en snapt dat een voorwerp ook een cultische  functie kan hebben als het onecht is. Er is geen noodzaak tot pseudowetenschappelijke claims – sterker nog, je maakt je kwetsbaar voor het verwijt dat je iets te verbergen hebt.

    Muurschildering in de San Juan del Hospital

    Tot slot

    Dat moest ik even kwijt. Ik had in dit narcistische winterfeuilleton ook nog kunnen schrijven over de beeldschone kerk van San Juan del Hospital. En ik had kunnen vertellen dat ook in Valencia het standbeeld van Cervantes een man toont met twee armen, ook al had hij er maar één. Maar ik heb nu wel genoeg geschreven voor vandaag. Als ik er tijd voor heb is er morgen meer over Valencia.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Deel dit: #Edetaniërs #graal #LijkwadeVanTurijn #PlaDeNadal #RijkVanToledo #SintVincentius #Theodomir #TossalDeSantMiquel #Valencia #vanitasVanitatum #Visigoten
  6. Toerist in Toledo

    Aankomst in Toledo

    Toledo, gelegen in het centrum van het Iberische Schiereiland, was in de Late Oudheid de hoofdstad van het Rijk van Toledo. Hier resideerden koningen die stamden uit een dynastie die ook wel Visigotisch wordt genoemd, wat nogal misleidend is omdat die naam een Germaans karakter suggereert dat deze vorsten totaal niet hadden. Ze waren in alle opzichten Romeins en de wetsoptekening van koning Recceswinth, het Liber Iudiciorum uit 654, is na het Byzantijnse Corpus Iuris de meest ambitieuze rechtscodificatie uit de Late Oudheid. Het Rijk van Toledo was simpelweg de post-Romeinse staat par excellence.

    De stad bezit het bij mijn weten enige Visigotische museum ter wereld, en dat was één reden om er naartoe te gaan. Maar er was meer. De naam “Toledo” heeft een bijna magische klank, net zoals Venetië, Constantinopel, Damascus, Isfahan of Samarkand. In die plekken is ooit geschiedenis gemaakt en de echo’s klinken nog steeds door. Toledo als plaats van talloze laatantieke synodes, die vooruitwijzen naar de middeleeuwse standenvergaderingen. Toledo als centrale stad in de middelste grensmark van het Emiraat van Córdoba. De inname van Toledo in 1085 als keerpunt in de geschiedenis van het Iberische Schiereiland. Toledo als vertaalschool. Toledo als voornaamste bisdom in Spanje. En verder: Toledo als artistiek centrum, als plaats waar drie godsdiensten elkaar al dan niet harmonieus ontmoetten, en als locatie van beroemde romans (i.c., Het vijfde zegel van Simon Vestdijk).

    Inscriptie van koning Reccared voor de Synodes van Toledo (Kathedraal van Toledo)

    De stad stond al jaren op mijn verlanglijstje en ik kan alleen zeggen: Toledo overtrof alle verwachtingen. Ik zal dit narcistische winterfeuilleton niet voorzien van een uitputtende beschrijving van alles wat er is te zien, al was het maar omdat we er maar één dag konden zijn. Ik beperk me tot het Visigotisch Museum en twee moskeeën.

    Visigotisch Museum

    Eerst het Visigotisch Museum, dat voluit Museo de los Concilios y la Cultura Visigoda heet en is gebouwd in de dertiende-eeuwse kerk van San Román. Die is zelf ook een bezoek waard, want het is een prachtig voorbeeld van de mudejar-stijl, d.w.z. christelijke kunst met invloeden uit het Arabische zuiden. Geen romaanse rondbogen of gotische spitsbogen dus, zoals je in de dertiende eeuw misschien zou verwachten, maar hoefijzerbogen, en inscripties in Arabische letters.

    Jezus geneest een blinde (El Salvador-kerk, Toledo)

    De collectie op zich is niet heel groot en bestaat vooral uit architectuurfragmenten, al zijn er ook munten te zien en inscripties, replica’s van votiefkronen, gebruiksvoorwerpen en een afgietsel van een zesde-eeuwse pijler die is te zien in de kerk van El Salvador. Die is opmerkelijk, omdat die kerk teruggaat op de Grote Moskee van Toledo, waar de christelijke reliëfs op deze pijler blijkbaar nooit aanstoot hebben gegeven.

    Het fijne zit vooral in het feit dát dit museum er is, want de zesde en zevende eeuw zijn een beetje een vergeten periode, terwijl het koningschap van Toledo een hoge symboolwaarde heeft gehad: de laatmiddeleeuwse christelijke koningen bewezen meer dan eens lippendienst aan een geïdealiseerd herstel van het door de Arabieren onderworpen koninkrijk, en die claim is blijven bestaan na de Late Middeleeuwen. In Madrid staan op de Plaza de Oriente tegenover het koninklijk paleis twintig achttiende-eeuwse standbeelden van heersers, die een verband legt tussen de bewoners van het paleis met de Visigotische koningen.

    Votiefkroon (Visigotisch Museum)

    Het museum in Toledo deelt deze visie op een continuïteit van het Rijk van Toledo via de christelijke rijkjes naar het moderne Spanje niet. Het toont het Rijk van Toledo als de laatantieke staat die het was, met laat-Romeinse trekken en vroeg-middeleeuwse trekken. Met een geestelijkheid en met een vorst. Er is weinig aandacht voor het leger: ook vooroordelen over het gewelddadige karakter van de zesde en zevende eeuw worden niet bevestigd. Ook worden geen pogingen gedaan de Visigotische heersers te presenteren als Germanen – de naam “Visigoten” is te ingeburgerd om nog te veranderen, maar is ook wat misleidend. In elk geval: het museum is de moeite van een bezoek meer dan waard.

    Moskeeën

    We bezochten ook twee voormalige moskeeën. Een daarvan is vernoemd naar een kerk die er later is ingericht en staat bekend als de Mezquita del Cristo de la Luz. Het is een beeldschoon monumentje, gebouwd in 999 na Chr., op een steenworp van een eveneens Arabische stadspoort, de Bab el-Mardum. De versieringen zijn gemaakt van baksteen, zodat deze moskee weliswaar heel sober is (want wat is nou eenvoudiger dan baksteen?) maar ook heel expressief gedecoreerd. Ik houd hiervan, zoals ik ook houd van de Amsterdamse School. Toen de moskee in gebruik was genomen als kerk, zijn fresco’s aangebracht die ook heel mooi zijn.

    Mezquita del Cristo de la Luz

    Even hoger op de heuvel ligt de Mezquita de Tornerías. Die is helemaal bijzonder. Je loopt vanaf de straat een huis binnen, en de vertrekken op de begane grond zijn al vrij monumentaal, met allerlei natuurstenen bogen. De functie is niet helemaal duidelijk. Daaronder ligt een cisterne. Deze twee niveaus waren in de Visigotische en Arabische tijd in gebruik. Er onder zijn wat resten uit de IJzertijd, en de moskee is gebouwd op de tweede verdieping. Het is prachtig ontsloten.

    Deze moskee werd gebruikt door een gezelschap dat bekendstaat als de Broederschap van Yami’ al-Wadi’a, wat weleens wordt vertaald als “bewaring”. Een document uit de vroege vijftiende eeuw bewijst niet alleen dat er toen nog moslims in Toledo woonden, maar dat de leden van de Broederschap ook nog Arabisch spraken, huwelijken inzegenden volgens islamitisch recht, aalmoezen verzorgden, uitvaarten regelden en twee winkels verhuurden. De huuropbrengst werd gebruikt voor het onderhoud van de moskee.

    El Greco, De begrafenis van de graaf van Orgaz

    Tot slot

    Ik kwam in Toledo ogen tekort. We betraden de stad over de Puente de Alcántara, we passeerden de Puerte del Sol, we bekeken de kathedraal (waar je eigenlijk een hele dag voor moet uittrekken), we bezochten het Sefardisch Museum ofwel de Sinagoga del Tránsito alsmede de even verderop gelegen Sinagoga de Santa María La Blanca. In de kerk van Santo Tomé hebben we verbluft gekeken naar El Greco’s schilderij van “De begrafenis van de graaf van Orgaz”, wiens graf daar trouwens ook werkelijk is.

    Toledo heeft veel, veel meer te bieden, maar wij hadden slechts één dag. Geen bezoek dus aan het klooster van San Juan de los Reyes, aan het Alcazar of aan het El Greco-museum. We hadden er langer moeten blijven. Drie dagen minimaal. Maar we hebben de dingen gezien die we echt het meest wilden zien, en het is beter ergens te kort te zijn geweest dan er überhaupt niet te zijn geweest.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Deel dit: #ElGreco #emiraatVanCórdoba #LiberIudiciorum #mudejarStijl #Reccared #Recceswinth #RijkVanToledo #SimonVestdijk #SynodesVanToledo #Toledo #vanitasVanitatum #Visigoten
  7. De verledens van Spanje (3)

    Romeins en Arabisch Spanje bij elkaar in Málaga

    Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.

    Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.

    Twee losse constateringen

    Ik heb nog twee losse constateringen. Ten eerste: met mijn opmerking over het verweiden van kuddes verplaatste ik de aandacht van het kustgebied en Andalusië naar de Spaanse Hoogvlakte. Zoals ik in het eerste stukje al aangaf, zijn er de afgelopen halve eeuw veel data bij gekomen dankzij ruilverkaveling langs de Guadalquivir en vastgoedprojecten aan de kust. De balans is al met al nogal oneven, nogal selectief.

    En dat is wel een beetje de makke van de archeologie: ze is wel heel erg gebaseerd op data – of dat nu vondsten zijn, surveys of de patronen die dankzij GIS-systemen zichtbaar worden. Archeologen zijn “hands on”, concreet. Maar de analyse van het verleden veronderstelt ook denken over data die je niet hebt. Daar zijn oudhistorici dan weer goed in. En hier speelt het beruchte probleem dat archeologen de voorkeur geven aan de correspondentietheorie van de waarheid en historici meer neigen naar de coherentietheorie. In Nederland bemoeilijkt dat samenwerking. Ik vrees dat dat in Spanje niet anders zal zijn.

    Ten tweede: weinig clichés over het verleden zijn onzinniger dan de zelfs niet langer als oxymoron te presenteren claim dat het niet voorbij zou zijn. Het verleden is hartstikke voorbij en betekent helemaal niets, tot wij er betekenis aan geven. De ontstaansgeschiedenis die ik in het eerste blogje noemde is één mogelijkheid om dat te doen, het doorgronden van maatschappijtypen en wijzen van verandering, zoals beschreven in het tweede blogje, is een ander. Maar er zijn meer manieren om betekenis toe te kennen, zoals het reconstrueren van ideeën uit het verleden, die reconstructies contrasteren met je eigen opvattingen, en zo opsporen waarom zij dachten zoals zij dachten en waarom jij denkt zoals jij denkt. Dat contrast leidt tot zelfinzicht.

    Tot slot

    Tot zover enkele min of meer officiële rechtvaardigingen voor een liefde voor het verleden. Persoonlijk vind ik ontstaansgeschiedenis niet interessant, omdat ze continuïteiten veronderstelt die doorgaans onbewijsbaar zijn. Over contrasterende opvattingen heb ik het in deze drie blogjes niet gehad, dus die laat ik rusten. Het doorgronden van antieke maatschappijtypen is echter belangrijk: inzicht in (de ontwikkeling van) samenlevingen is een voorname reden om historici archeologen en classici oudheidkundig onderzoek te laten doen.

    Maar voor u en mij, ongesubsidieerde liefhebbers, geldt dat minder. Voor ons kunnen Oudheid en Middeleeuwen gewoon leuk zijn. Iets om van te genieten. En dat is wat ik binnenkort zal gaan doen: ik ga twee weken op vakantie en ik hoef u na deze drie blogjes niet meer te vertellen naar welk land.

    #cañada #coherentietheorieVanDeWaarheid #correspondentietheorieVanDeWaarheid #DNARevolutie #emiraatVanCórdoba #RijkVanToledo #socialeWetenschappen
  8. De verledens van Spanje (2)

    Een Dressel-20-amfoor (Archeologisch Museum, Córdoba)

    Het is niet voor niets dat we wetenschappers en erfgoedspecialisten faciliteiten bieden. We krijgen daar als samenleving immers iets voor terug. Dat kan bijvoorbeeld ontstaansgeschiedenis zijn, zoals ik in het vorige blogje illustreerde aan de hand van de visies op het Spaanse verleden: eerst was er een frame waarin de maatschappelijke, linguïstische, religieuze en nationale eenheid centraal stond, de afgelopen halve eeuw groeide een beeld dat meer ruimte liet aan variatie. Volgden oudheidkundigen en mediëvisten aanvankelijk een door nationalistische historici bepaalde visie, ook na 1975 volgden ze andermans agenda. Weliswaar een sympathiekere agenda, maar toch: de wetenschap handelde niet autonoom.

    De sociale wetenschappen

    Er zijn ook betere manieren om betekenis toe te kennen aan het verleden, ook al is dat voorbij en betekenisloos, en ook al is het door de schaarste van de ambigue archeologische en tekstuele data slecht kenbaar. Eén van die betere manieren is vertellen hoe de samenleving zich ontwikkelde.

    Deze benadering, die tenminste uit de wetenschap zélf voortkomt, was in de jaren zeventig opnieuw populair. Wereldgeschiedenis en globalisering waren destijds in de mode, en er was discussie ontstaan over het bestaande sociaalwetenschappelijk instrumentarium. Geschiedschrijvers onderscheiden al sinds de Middeleeuwen bepaalde maatschappijtypen (zoals nomadisch, agrarisch, feodaal, kapitalistisch) en hoewel die wel degelijk nuttig zijn, bleek het zinvol nuanceringen aan te brengen, nu bleek dat er wereldwijd allerlei varianten bestaan. Voor Spanje was relevant:

    • Hoe hadden de antieke en middeleeuwse samenlevingen zich ontwikkeld?
    • Welke typeringen waren het meest verhelderend? (anders gezegd: hoe interpreteren we de schaarse en ambigue data?)
    • Hoe voltrokken de overgangen zich?

    Wanneer we verleden samenlevingen goed begrijpen, krijgen we vat op grotere ontwikkelingen en zijn we beter voorbereid op de toekomst. Zoals gezegd: het is niet voor niets dat we als samenleving faciliteiten bieden aan archeologen, geschiedkundigen, classici, erfgoedspecialisten en wat dies meer zij. Oudheidkunde en mediëvistiek zijn wetenschappen, meer precies sociale wetenschappen. En als zodanig zijn ze belangrijk.

    Baetica en El-Andalus

    De bestudering van het antieke en middeleeuwse aardewerk is te beschouwen als een autonome ontwikkeling binnen de wetenschap. Ik ben althans niet op de hoogte van politici die vroegen om een verspreidingskaart van Romeinse Dressel-20-amforen of Arabisch loza dorada-keramiek.

    Die Romeinse amforen zijn gebruikt om te bewijzen dat in de vroege keizertijd in Andalusië, dat destijds Baetica heette, op een waarlijk industriële schaal olijfolie is geproduceerd en geëxporteerd. De pottenbakkerijen waar de kruiken zijn vervaardigd, zijn geïdentificeerd en omdat elke Dressel-20-amfoor een paar stempels had, kunnen we van elke amfoor vaststellen waar de pottenbakker werkte. Beginnend aan de Beneden-Guadalquivir breidde het productiegebied zich steeds verder stroomopwaarts uit.

    Wat dit ook van samenleving was, dit was geen simpele agrarische wereld. De vraag of we de productie en handel moeten typeren als kapitalistisch, vormt het onderwerp van een bekende discussie. Het antwoord biedt een model om de samenleving als geheel te doorgronden, en dat is belangrijk. Ik weet het antwoord niet, maar in elk geval is deze vraag voor het eerst mogelijk geworden dankzij het aardewerk.

    Iets dergelijks geldt voor loza dorada, een dubbelgebakken aardewerk met een mooie metaalglans. Dit is uitgevonden in het Midden-Oosten en verspreidde zich naar het westen, waar de steden aan de Spaanse oostkust belangrijke productiecentra werden. Deze verspreiding documenteert contact tussen het centrum en de periferie van de Arabische wereld, en maakt vragen mogelijk over de mate van arabisering. Was die wel zo oppervlakkig als de historici aanvankelijk hadden aangenomen?

    Maatschappelijke verandering

    Die vraag keert terug als we kijken naar de islam. In mijn vorige blogje wees ik erop dat lange tijd gedacht is geweest dat de islam in El-Andalus een eigen karakter had gehad. Dat is een truïsme, aangezien religies zich sowieso aanpassen aan hun omgeving. Tegelijk kun je onderzoeken op welke wijze de islam zich aanpaste aan het Iberische Schiereiland, en dan is het wel zo fijn dat de afgelopen halve eeuw steeds meer Arabische bronnen zijn ontsloten. Dit gebeurde vrij aselectief, dus we hebben werkelijk de beschikking over meer data.

    Uit de twee boeken die ik onlangs las, Muslim Spain Reconsidered van Richard Hitchcock en Kingdoms of Faith van Brian Catlos, leerde ik dat de moslims aanvankelijk behoorden tot de rechtsscholen van Abu Hanifa en Malik ibn Anas, en dat die laatste stroming steeds belangrijker werd. Een deel van de verklaring is dat de Abbasidische kalief in Bagdad Hanafiet was, en dat de Umayyadische emir van Córdoba een eigen koers wilde varen. Dat duidt opnieuw op grondig contact. Het toont ook dat de Arabische invloed niet zo oppervlakkig was als eerder aangenomen, en dat het overdreven was geweest te claimen dat de Spaanse islam wezenlijk anders was dan die in de kerngebieden.

    Politiek in El-Andalus

    En dat roept weer vragen op over het karakter van de middeleeuwse samenleving. Zo is wel geopperd dat de Arabische invloed zó groot was dat Andalusië van een overwegend stedelijke samenleving veranderde in een Arabische stamsamenleving. Als dit waar is, is hier een vrij zeldzaam type maatschappijverandering gedocumenteerd. Het betekent ook dat Arabisch Spanje heel, heel anders was dan het feodale noorden, en dat de macht van de centrale overheid gering was. De archeologie van de waterwerken is op dit punt belangrijk. Ze bewijst dat als El-Andalus al een stamsamenleving was, ze in elk geval geen nomadische stammen kende. De bevolking was sedentair.

    Een andere mogelijkheid is dat zuidelijk en noordelijk Iberië allebei een feodaal karakter hadden, geërfd uit het Rijk van Toledo. Uiteraard veronderstelt dit dat ook het Rijk van Toledo zo’n feodaal karakter had, en het impliceert bovendien dat de Arabische veroveraars zich aanpasten aan degenen die ze in 711 onderwierpen. Ook hier helpt de archeologie. Je kunt immers kijken naar degenen die de kastelen bouwden: waren dat, zoals in bijvoorbeeld Italië, de lokale heren, of was dat de centrale overheid? En op welk moment?

    Nu we beschikken over GIS-systemen, blijkt dat de kastelen van de vijfde tot en met achtste eeuw vooral door plaatselijke heren zijn gebouwd, maar dat dit later veranderde. Er was toen sprake van een wisselwerking tussen de vorst en de boeren: de kastelen beheersten de plekken waar vanouds agrarische productie plaatsvond. Zo is dus gedocumenteerd dat de eerste emirs moesten samenwerken met feodale heren maar dat ze, toen ze hun macht hadden geconsolideerd, iets schiepen dat leek op een centrale staat.

    Zo blijkt dus dat het Emiraat van Córdoba in culturele zin zeker behoorde tot de grotere Arabische wereld, en dat het vorstelijk gezag in El-Andalus groter was dan in de feodale staatjes in het noorden. Misschien is voor dit laatste aspect Normandisch Sicilië de meest nabije parallel.

    [Wordt vervolgd]

    #AbuHanifa #Dressel20Amfoor #emiraatVanCórdoba #feodaleSamenleving #GISSystemen #hanafisme #MalikIbnAnas #malikisme #RijkVanToledo #socialeWetenschappen
  9. De verledens van Spanje (1)

    Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

    Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

    Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

    Ontstaansgeschiedenis

    Eén zo’n kader, populair in de negentiende eeuw maar niet per se onzinnig, is dat van de ontstaansgeschiedenis. In deze visie wordt het verhaal over het verleden zó verteld dat het vooruit lijkt te wijzen naar het heden, dat het zodoende tegelijk legitimeert. Voor Spanje was dat lange tijd een verhaal over een eenheid die was geschapen in de Oudheid, toen de Romeinen één romaanse taal oplegden en het stedelijk landschap schiepen, en toen het Rijk van Toledo het gehele Iberische Schiereiland beheerste. Laatstgenoemde eenheidsstaat was christelijk geweest, en de herinnering hieraan was altijd aanwezig gebleven.

    De Arabische invloed op Spanje was in deze visie slechts oppervlakkig geweest; niet alleen was de Spaanse islam wezenlijk anders dan die in de kerngebieden, maar in het Emiraat van Córdoba zouden ook altijd vitale christelijke minderheden hebben bestaan. Tegelijk zouden het noordelijke koninkrijk Asturië en zijn opvolgerstaten altijd het Rijk van Toledo hebben willen herstellen. De eenwording van de christelijke koninkrijken Castilië en Aragón en de onderwerping van het islamitische Granada (1492) waren daarom eigenlijk onvermijdelijk geweest. Het waren simpelweg uitingen van de Spaanse nationale identiteit. Tot de meest uitgesproken verdedigers van deze visie behoorde Claudio Sánchez-Albornoz, die van 1962 tot 1971 premier was van de Spaanse republikeinse regering in ballingschap.

    Een geschiedbeeld als dit beschrijft hoe de eigen groep is ontstaan. Zolang de continuïteit sociaalwetenschappelijk en overtuigend is bewezen, is daar niets mis mee, maar er is ook een nadeel: er is geen ruimte voor wat afwijkt. In dit voorbeeld is er nauwelijks ruimte voor de groepen Basken en Catalanen die zichzelf niet beschouwen als Spanjaarden. Het beschreven geschiedbeeld laat ook weinig ruimte aan joden, moslims en niet-katholieke christenen.noot Vergelijk Nederland: “wij” waren lange tijd Germaans, Nederlandssprekend en protestants. Minister-president Drees meende nog dat een katholiek eigenlijk geen secretaris-generaal van een departement kon zijn.

    Aanpassing

    Alle geschiedbeelden veranderen. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, waaronder nogal wat factoren die eigenlijk geen rol mogen spelen, zoals politieke wenselijkheid of selectief verworven extra data. Zo ook in Spanje. Het geschetste beeld was nationalistisch en katholiek, en hoewel het niet per se rechts was, was het wel de dood van Franco die ruimte schiep voor andere visies, waardoor het idee van “één Spanje” werd genuanceerd. Het perspectief verschoof naar convivencia, middeleeuws Spanje als verzameling samen levende culturen. Het is te lezen als een erkenning van de Baskische en Catalaanse identiteit. Deze omslag had dus iets te maken met de veranderde politieke windrichting, en dat gold eveneens voor de gegroeide aandacht voor El-Andalus.

    De jaren tachtig zagen ook een uitbreiding van het archeologische databestand. Niet alleen was er ruilverkaveling in Andalusië, maar ook veranderden projectontwikkelaars de Spaanse costa’s in een vastgoedparadijs, waardoor er eindeloos veel vondsten kwamen uit het gebied langs de Guadalquivir en uit de kustregio. Zo kwam er aandacht voor de vroege verstedelijking van Spanje, vóór de komst van de Romeinen. Die is een feit, maar bedenk: heuvelforten en stedelijke nederzettingen zijn makkelijker te vinden dan herders die hun kuddes verplaatsen over de eeuwenoude cañadas. De toegevoegde data waren dus selectief: ze documenteerden grote nederzettingen, maar niet de rest van de toenmalige wereld, en het ging vooral over Andalusië en de Iberische kuststrook. (Dat is een van de redenen waarom de huidige opgraving van Turuñuelo, die ik al eens aanstipte, vlakbij de Portugese grens, zo belangrijk is.)

    Anders gezegd: de perspectiefwisseling die rond 1975 inzette, is politiek of cultureel bepaald en inhoudelijk niet zo best onderbouwd.noot Dit is natuurlijk wat in Nederland is gebeurd toen de Germanen werden ingeruild voor de Romeinse limes: vaderlands verleden maakte plaats voor pan-Europees verleden, en het gegroeide Romeinse databestand was tot stand gekomen doordat Romeinse forten opvallender zijn dan Germaanse zwervende erven. In het jargon van de wetenschapsleer: de context of discovery is alleszins begrijpelijk, maar er zijn vraagtekens te plaatsen bij de justification of discovery. (U mag “perspectiefwisseling” lezen in plaats van discovery.)

    [Wordt vervolgd]

    #Asturië #cañada #ClaudioSánchezAlbornoz #contextOfDiscovery #convivencia #emiraatVanCórdoba #FranciscoFranco #Granada #justificationOfDiscovery #RijkVanToledo #Turuñuelo
  10. Vragen rond de jaarwisseling (2)

    De niet zo grote volksverhuizingen

    Twee weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal nu mijn best doen ze beantwoorden. Nadat we gisteren het “klassieke” deel van de oude wereld hebben bekeken, nu de fascinerende Late Oudheid.

    Maar wat kunnen we nu echt weten van de laatantieke migraties?

    We weten dat de vijfde eeuw gewelddadig is geweest, maar of dit kwam door grootschalige migratie, is niet helemaal duidelijk. Dat de bronnen erover schrijven, wil alleen maar zeggen dat de auteurs er belang in stelden, maar we lezen inmiddels wel dieper en herkennen beter wat ze niet zeggen. Veel van wat oudhistorici als migranten hebben getypeerd, waren feitelijk opstandige Romeinse legeronderdelen. Alarik was geen barbaar die de vijandelijke hoofdstad plunderde, maar een Romeinse officier met politieke eisen in de richting van zijn superieur.

    Het veel-gereproduceerde landkaartje hierboven is misleidend. Het toont wél de buitenlandse volken die op het Romeinse Rijk lijken te zijn afgekomen, over een periode van drie eeuwen, alsof dat gelijktijdig was. Dat is dus suggestief. En het verbergt de migratie uit het Romeinse Rijk weg, hoewel christelijke minderheden naar het oosten zijn getrokken.

    En er is nog iets. We kunnen met moderne bioarcheologische technieken vaststellen dat er in de Late Oudheid bevolkingsverplaatsingen zijn geweest. Dat wordt dan veelal uitgelegd als zie-je-wel-dat-er-grote-volksverhuizingen-waren. Maar hoe groot waren eerdere migraties? We kunnen dat niet meten omdat mensen toen werden gecremeerd, en er geen materiaal resteert voor chemische analyse.

    Advies: lees dit boek. Het is echt goed.

    Justinianus (Bode-Museum, Berlijn)

    Klopt het dat het beleid van keizer Justinianus, die in het westen grote gebieden wist te heroveren, destructief is geweest voor het West-Romeins staatsapparaat?

    Dit vind ik een moeilijke vraag. Het Romeinse staatsapparaat is in de loop van de vijfde eeuw al voor een deel ingestort maar – als ik een oxymoron mag gebruiken – beschaafde barbaarse koningen garandeerden ook continuïteit, die in Ostrogotisch Italië en Visigotisch Iberië aanzienlijk was. Nadat Justinianus de Maghreb en Italië had heroverd, kwamen daar bestuurders met de aloude bestuurlijke functies. Voor zover er een breuk was geweest na de verdwijning van het keizerlijk hof in Italië (476), werd die minimaal ten dele hersteld.

    De zesde eeuw bood wel het akelige schouwtoneel van de grote kladderadatsch: terwijl het klimaat verslechterde, was er eerst een enorme vulkaanuitbarsting, vervolgens hongersnood en ten slotte een uitbraak van de pest. De antieke cultuur en dus ook de laat-Romeinse instituties kwamen ten einde. Maar daar kon keizer Justinianus weinig aan doen.

    Visigotische decoratie uit Mérida

    Wat mij opviel is dat je in Visigotische (en eerdere?) kunst de abstracte vlakverdelingen al ziet die de latere islamitische kunst kenmerkt. Hoe verhouden die twee zich?

    Het antwoord weet ik niet, maar het toeval wil dat ik medio januari naar Spanje afreis, waar ik twee weken hoop rond te trekken. Daarbij staat het Visigotische Museum in Toledo op het programma, én enkele steden waar Arabische architecten hebben gewerkt. Kortom: het antwoord volgt.

    Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

    Ik ben benieuwd wat u vindt van het standpunt van Albert Delahaye dat Dorestad niet bij Wijk bij Duurstede heeft gelegen. 

    De ideeën van Albert Delahaye, dat oudheidkundigen de topografie van de Romeinse Lage Landen verkeerd hadden (en dat Dorestad niet Wijk bij Duurstede is), deden in in de jaren vijftig en zestig nogal wat stof opwaaien, mede doordat er destijds minder archeologisch materiaal was. Hij had redelijk wat aanhang. De data-explosie die volgde op de ondertekening van de Conventie van Malta heeft zó veel nieuwe vondsten opgeleverd, dat Delahayes opvattingen zelfs door zijn sympathisanten inmiddels worden beschouwd als te radicaal.

    Ik heb me er nooit in willen verdiepen, omdat ik vermoed dat andere onderwerpen me in de beschikbare tijd méér inzicht opleveren. Dat is een vooroordeel, inderdaad, maar ik denk dat ik er goed aan deed. Ik verantwoord me hier.

    [In het nieuwe jaar meer]

    (Gevelsteen, Nadorststeeg, Amsterdam)

    PS

    Vandaag is de laatste dag van het jaar. Ik wens u een mooie jaarwisseling. En mocht u een financieel goed jaar achter de rug hebben en wat geld kunnen missen: overweeg eens een donatie aan de Stichting Leergeld, aan Cordaid of aan Reporters Without Borders.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Barmhartige en andere samaritanen (1)

    september 26, 2020
    Verkoopakte van een slaaf

    december 22, 2019
    NWA: Nogmaals de kerstening

    december 22, 2016 Deel dit: #Alarik #AlbertDelahaye #Dorestad #Justinianus #RijkVanToledo #vragenRondDeJaarwisseling
  11. Theodomir

    Zomaar mooi kapiteel uit het Rijk van Toledo (Archeologisch museum, Mérida)

    Een tijdje geleden postte ik enkele blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland in 711 na Chr. Simpel samengevat stak generaal Tariq ibn Ziyad vanuit de Maghreb over naar Andalusië, waar hij Roderik versloeg, de koning van het Rijk van Toledo. Na dit eerste succes arriveerde een tweede Arabische strijdmacht, en vervolgens liepen de twee legers de regio volledig onder de voet. De verovering werd vereenvoudigd door verdragen te sluiten met lokale leiders, zoals een zekere Theodomir. Die erkende de Arabieren als gezaghebbers en kreeg in ruil erkenning als heerser van het zuidoosten van Spanje.

    Voor mijn eerdere blogjes was Theodomir niet meer dan een voorbeeld van het soort verdragen dat de Arabieren sloten om hun gezag te vestigen. Er valt echter meer over deze man, die zo mooi de overgang van Late Oudheid naar Middeleeuwen markeert, te vertellen. Maar eerst iets over de context: wat de laatste generatie zou blijken te zijn van het Rijk van Toledo. En voor we dáár aan toekomen, moet ik nog wat verder terug, namelijk naar het midden van de zesde eeuw.

    Dux Theodomir

    De adel van het Rijk van Toledo, die we weleens aanduiden als de Visigoten, was op dat moment verdeeld en dat bood de Byzantijnen een kans om zuidelijk Spanje te veroveren. Het duurde niet lang tot de Visigoten aan een tegenoffensief begonnen: onder koning Leovigild (r.572-586) wisten ze de Byzantijnse posities te reduceren tot een smalle kuststrook. In de heroverde gebieden richtten ze nieuwe bestuurlijke eenheden in, die we misschien mogen aanduiden als marken ofwel grensgewesten. Aan het hoofd stond een dux. Een zo’n mark was Orospeda en strekte zich uit van het huidige Murcia tot Valencia. Een kleine halve eeuw later werd Cartagena daaraan toegevoegd.

    Dit was het gebied waarover – weer een eeuw later – Theodomir als dux zou regeren. De in Andalusië geschreven Kroniek van 754 weet dat hij eens een vlootoverwinning heeft geboekt op de Byzantijnse zeestrijdkrachten, wat vermoedelijk betekent dat hij op een bepaald moment aan het hoofd heeft gestaan van de vloot van het Rijk van Toledo. Het is jammer dat we niet weten wat dit van operatie kan zijn geweest. Probeerden de Byzantijnen te profiteren van een hernieuwde verdeeldheid in het Rijk van Toledo?

    Rebel

    Het zou kunnen. In 692 was namelijk een zekere Suniefred in opstand gekomen tegen koning Egica. De rebel wist Toledo te nemen en kreeg daar de steun van Egica’s schoonmoeder en de aartsbisschop. Egica slaagde er echter in om, samen met zijn zoon Wittiza, de opstand te onderdrukken.

    DYNASTIEREBELLENKoning EgicaSuniefredKroonprins
    WittizaEgica’s
    schoonmoederAartsbisschopTheodomir

    De Handelingen van de Zestiende Synode van Toledo, die in het volgende jaar samenkwam om de rust te herstellen, noemt Theodomir als een van de rebellen. Hij werd officieel uitgesloten van alle kerkelijke sacramenten en moet al zijn wereldse functies en bezittingen hebben verloren.

    Evengoed was Theodomir later in staat om als dux te onderhandelen met de Arabieren, wat betekent dat hij op een of andere manier een comeback moet hebben gemaakt. Dat is heel goed mogelijk, want koning Egica overleed ergens rond 703 en zijn zoon en opvolger Wittiza zal, zoals gebruikelijk, een amnestie hebben afgekondigd.

    De Arabieren komen

    Koning Wittiza overleed in 710 of 711 en werd opgevolgd door Roderik, die mogelijk verwant was met Theodomir. Het bewijs daarvoor is overigens niet zo heel sterk: Roderiks vader heette Theodefred, en was verwant met de verslagen rebellenleider Suniefred, in wiens kamp Theodomir zich dus had bevonden. Het bewijs voor de familiebanden bestaat dus uit naamovereenkomsten. Dat is niet het allersterkste bewijs, maar het is in deze periode ook niet verwaarloosbaar. In elk geval steunde dux Theodomir de nieuwe koning Roderik toen deze de strijd aanbond tegen de Arabieren.

    Roderik sneuvelde en het was onduidelijk wat er daarna gebeurde – afgezien van het verdrag dat Theodomir in 713 sloot met de veroveraars. Daarin zegde hij een schatting toe en werd hij erkend als heerser over de mark waarover hij al heerste. Het is echter mogelijk dat Theodomir in 711, na de dood van Roderik, heeft geprobeerd zelf koning te worden, want hij bouwde een fenomenale villa, Pla de Nadal, die heel wel bedoeld kan zijn geweest als koninklijk paleis. Dat hij de bouwheer is, staat dankzij inscripties vast; dat het een koninklijke residentie was, is iets minder zeker, maar diverse architectonische aspecten kennen we alleen uit Byzantijnse en Toledaanse paleizen. De villa is echter nooit voltooid.

    Arabische vazal

    Het staat vast dat Theodomir, voordat hij zich onderwierp, heeft gestreden tegen de Arabieren, maar de gevechten verloor. Er is een mooi verhaal dat hij, toen de meeste van zijn mannen waren gesneuveld, de vrouwen in zijn stad een harnas aantrok, zodat de Arabieren dachten dat er nog een sterk garnizoen was, en Theodomir goede voorwaarden gunden. Toen de Arabieren ontdekten dat ze voor de gek waren gehouden, besloten ze zich toch aan de afspraak te houden. Misschien is dit verhaal bedacht om te verklaren waarom Theodomir een gunstig verdrag had weten te krijgen; het gaat in elk geval om een verhaalmotief dat we ook van elders kennen. Maar het kan natuurlijk ook gewoon echt zijn gebeurd.

    Het vervolg is duidelijker. Na de onderwerping van het Rijk van Toledo reisden de twee Arabische generaals naar Damascus, waar kalief Walid I hen ontving. Theodomir was in hun gezelschap en verkreeg een bevestiging van zijn gezag. De Kroniek van 754 vermeldt dat hij in 744 overleed. En we mogen ons afvragen wat hij was: een opportunist, iemand die redde wat er te redden viel, of iets van allebei.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De Zijderoute: Alle wegen leiden naar Babel

    september 20, 2023
    Arabië 700: een wrede vrouw, een zwakke man

    juli 11, 2025
    Plechelmus

    juli 15, 2025 Deel dit:

    #Egica #KroniekVanHetJaar754 #Leovigild #PlaDeNadal #RijkVanToledo #Roderik #Spanje #TariqIbnZiyad #Theodomir #Visigoten #WalidI #Wittiza

  12. De Almoraviden

    Watermolen uit Córdoba

    Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

    Culturele bloei

    Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

    Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

    Toledo

    Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

    Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

    De Almoraviden

    Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

    In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

    Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

    De Kruistochtgedachte

    Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

    Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Dordrecht

    juni 6, 2020
    De Eerste Kruistocht

    februari 10, 2013
    De val van Tyrus

    oktober 14, 2024 Deel dit:

    #AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

  13. Asturië

    Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

    In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

    Reconquista

    Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

    Helemáál onwaar is het niet. Het herstel van het Visigotische Rijk van Toledo speelde een rol in de koningsideologie van de christelijke staatjes in het noorden van het Iberische Schiereiland. Er waren momenten waarop de bewapende conflicten het karakter hadden van een clash of civilizations tussen christendom en islam. Dat Sint-Jakobus de Meerdere de bijnaam Matamoros kreeg, “Morendoder”, is natuurlijk niet niks. Maar het grootste deel van de periode tussen 711 en 1492 was er sprake van co-existentie, onderbroken door strooptochten waarbij het meer ging om buit dan godsdienst.

    Ik denk dat de meeste mediëvisten de term “Reconquista” alleen nog gebruiken in het bewustzijn dat het eigenlijk een draak van een concept is – maar ja, ze is nu eenmaal ingeburgerd en helpt je je publiek te bereiken. Het is niet anders dan de bioloog die de mosasaurus maar een dinosaurus noemt, hoewel hij weet dat het feitelijk een schubreptiel is.

    Asturië

    Asturië is, heel simpel, de noordelijke kustregio van Spanje: een bergachtig gebied, dat de veroveraars bestuurden zoals de rest van het Iberische Schiereiland, dus door middel van een verdrag met een plaatselijk heerser zoals de Theodomir die we al tegenkwamen. Toen de diverse legeronderdelen hun jund kregen, kregen de Baranis-Berbers gebieden benoorden de Taag, maar er waren weinig troepen in het hoogste noorden, waar een garnizoen in de havenstad Gijón volstond. De lokale heerser met wie de veroveraars zaken deden was vrijwel zeker een comes genaamd Pelagius.

    In 722, meteen na de belastingverhoging van het voorafgaande jaar, kwam hij in opstand. De Berbers trokken hem vanuit Gijón tegemoet maar werden verslagen in de buurt van het klooster van Covadonga (Cova Domnica, “Onze Lieve Vrouwe-grot”). Latere, Asturische bronnen beweren dat Pelagius’ tegenstander Uthman ibn Naissa om het leven kwam, maar uit contemporaine Arabische bronnen is bekend dat hij actief is geweest in de oostelijke Pyreneeën.

    Het gevecht bij Covadonga en de overwinning stelden op zich niet veel voor, maar waren voldoende voor Pelagius om vanuit zijn nabijgelegen villa bij Cangas als vorst te gaan regeren. Zijn schoonzoon Alfonso I kwam in 739 aan de macht en is de feitelijke grondlegger van het koninkrijkje Asturië. Hij profiteerde ervan dat aan het begin van zijn regering de Baranis-Berbers, zoals ik in een eerder blogje heb aangegeven, in opstand kwamen tegen generaal Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri. Ze ontruimden Gijón en trokken zuidwaarts. Dat schaadde de Asturische onafhankelijkheid bepaald niet. Verder was deze Alfonso de zoon van een voorname edelman die zou stammen uit het Visigotische koninklijk huis. De waarheid van die claim is minder belangrijk dan het feit dat de Asturische dynastie zich voortaan legitimeerde als opvolger van het Rijk van Toledo.

    Tussen emiraat en keizerrijk

    Had Alfonso geprofiteerd van de interne conflicten in El-Andalus, zijn zoon en opvolger Fruela I (r.757-768) ondervond de nadelen van het herenigd Emiraat: vanaf 759 namen de Arabieren, verenigd onder Abd al-Rahman I, weer de moeite tribuut te vorderen. Asturië was nu een kleine vazalstaat naast een machtige zuiderbuur en daaraan konden Fruela’s opvolgers weinig veranderen. De Asturiërs bleven afzijdig toen Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën kwam.

    Alfonso II in een handschrift uit Santiago de Compostela

    Ik noem nog de lange regering van koning Alfonso II de Kuise (r.791-842), die te maken kreeg met zó veel Arabische strooptochten dat hij hulp zocht bij de paus en bij de door zijn voorgangers gefnuikte Karel de Grote. Die erkende hem en kreeg in ruil Asturische hulp bij het instellen van de Spaanse Mark.

    Asturië kwam zo onder invloed van het christendom zoals het bestond ten noorden van de Pyreneeën en in Italië. Weliswaar wilde het Spaanse koninkrijkje lijken op het Rijk van Toledo, maar een eigen staatskerk met eigen synodes was er niet langer. De banden met het Karolingische Rijk werden versterkt toen Alfonso in 814 het heiligdom van Santiago de Compostela stichtte, waardoor een gestage stroom pelgrims naar Asturië kwam. Dat Asturië nu naar het noorden keek, wil overigens niet zeggen dat men nooit keek naar het zuiden: bij bouwprojecten in Santiago en de nieuwe hoofdstad Oviedo waren kunstenaars werkzaam uit het Emiraat.

    Asturië verdeeld

    Onder Alfonso III de Grote (r.866-910) werd het koninkrijk naar het oosten uitgebreid (ten koste van het markgraafschap Pamplona). Profiterend van de revolte van de in het vorige blogje genoemde Umar ibn Hafsun, wist Alfonso ook naar het zuiden op te rukken, in de richting van de Duero. Léon werd de nieuwe hoofdstad.

    Bij zijn dood verdeelde hij zijn koninkrijk over zijn zonen, waardoor nieuwe koninkrijken ontstonden. Het is hier niet nodig in detail de geschiedenis daarvan te herhalen, maar het komt erop neer dat in het noordwesten het koninkrijk Léon lag, in het centrum Castilië, daarnaast Navarra (rond Pamplona), gevolgd door het vooralsnog kleine Aragón en helemaal in het oosten het graafschap Barcelona. Deze staatjes streden even vaak tegen elkaar als tegen hun zuiderburen. Van een Reconquista was eeuwenlang geen sprake. Pas na 1085 begon dat te veranderen, maar het was pas toen in 1492 Granada viel, dat het kon lijken alsof de herovering van het Iberische Schiereiland altijd als een rode draad door de Spaanse geschiedenis had gelopen.

    [wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het Emiraat van Córdoba (2)

    augustus 1, 2025
    Abbasiden en Turken

    september 19, 2015
    B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

    juni 9, 2024 Deel dit:

    #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #AlfonsoIVanAsturië #AlfonsoIIDeKuiseVanAsturië #Aragón #Asturië #Baranis #Barcelona #Castilië #Catalonië #clashOfCivilizations #comes #Covadonga #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #FruelaIVanAsturië #Gijón #JakobusDeMeerdere #Léon #mosasaurus #Navarra #Oviedo #Pamplona #PelagiusVanAsturië #Reconquista #RijkVanToledo #SantiagoDeCompostela #SantiagoMatamoros #SpaanseMark #Spanje #Theodomir #UthmanIbnNaissa

  14. Het Emiraat van Córdoba (1)

    Puerta de Sevilla, Carmona

    [Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]

    Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.

    Abd al-Rahman

    Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.

    De nieuwkomer was voor veel partijen aanvaardbaar. Voor de Berbers gold hij als verwant omdat zijn moeder één van hen was; voor de Qays-Arabieren was hij een partijgenoot; voor de Yaman-Arabieren was hij een Syriër. Hij trouwde met een jodin, wat hem opnieuw steun opleverde. En iedereen zal blij zijn geweest dat hij een einde wist te maken aan de conflicten die het Iberische Schiereiland al sinds 742 teisterden.

    In het noorden streed Abd al-Rahman met succes tegen Asturië, een christelijk koninkrijkje waarover ik nog eens zal bloggen. Vanaf 759 betaalde het tribuut, nadat (vermoedelijk) een verdrag was gesloten zoals dat met de Theodomir over wie ik het al eerder heb gehad. Eén van de bepalingen van een dergelijk verdrag was dat de vazalstaat geen steun mocht verlenen aan de vijanden van zijn Arabische verdragspartner en inderdaad heeft Asturië geen steun verleend aan de Frankische legers die in 778 actief waren bezuiden de Pyreneeën. Daarover zo meteen meer.

    Abd al-Rahman en de Abbasiden

    Abd al-Rahman erkende de Abbasiden half wel en half niet. Hij was natuurlijk onafhankelijk en in die zin erkende hij het gezag van de kalief, die sinds 762 resideerde in Bagdad, niet. Tegelijkertijd erkende Abd al-Rahman dat hij niet heerste in Mekka, Medina en Jeruzalem, zodat hij zich niet, zoals eerdere Ummayadische vorsten, kon presenteren als kalief. Er kon maar één heerser der gelovigen zijn, en dat was niet de emir van Córdoba.

    Munt van Abd al-Rahman (Neues Museum, Berlijn)

    In 763 arriveerde een Abbasidisch leger, dat de Umayyadische opstandeling uit de weg moest ruimen. Na een reis naar Marokko en een overtocht naar wat nu Portugal is, rukte het op in de richting van Córdoba. Abd al-Rahman wachtte zijn tegenstanders op in Carmona, waar hij zich gedurende twee maanden liet belegeren. Toen brak hij uit met een verrassend klein leger van 700 man, waarmee hij het Abbasidische leger wist te verslaan. Ik ben nota bene door de stadspoort gewandeld waar het is gebeurd, de Puerta de Sevilla, maar realiseer me dit pas nu ik deze woorden schrijf.

    Abd al-Rahmen liet de hoofden van de verslagenen inpekelen en naar Mekka sturen, waar de Abbasidische kalief, die daar voor de pelgrimage aanwezig was, alleen maar kon verzuchten dat hij blij was dat God tussen hem en El-Andalus de Middellandse Zee had gelegd.

    Karel de Grote

    Zoals ik al zei, breidde Abd al-Rahman zijn macht stapsgewijs uit naar het noorden. De lokale heersers in het gebied langs de Ebro hadden zich onafhankelijk gemaakt en Yusuf al-Fihri, Abd al-Rahmans voorganger, had ze nog niet onderworpen toen Abd al-Rahman in 755 was aangekomen. Omdat de heerser in Barcelona vreesde dat hij het volgende doelwit van Abd al-Rahmans expansionistische beleid zou zijn, onderwierp deze Suleyman ibn al-Arabi zich in Paderborn aan Karel de Grote – en of die dus maar naar het zuiden wilde komen om Barcelona te beschermen. De Frankische vorst had daar wel oren naar, want de zoons van Yusuf al-Fihri waren eveneens aan zijn hof en hadden hem gevraagd hen te herstellen op de troon van hun vader.

    Roncevalles

    Karel de Grote zag een buitenkans om Barcelona te verwerven en bevriende heersers aan de macht te helpen in Córdoba. Zonder moeilijkheden bereikte het Frankische leger in 778 Barcelona, maar toen ging het mis. De heerser in Barcelona had hem gezegd dat ook de Banu Qasi, een Arabische stam van tot de islam bekeerde christenen rond Zaragoza, steun zou verlenen, maar Karels leger was zó groot dat iedereen begreep dat hij gebieden kwam annexeren. Het beleg van Zaragoza liep uit op een mislukking, de Asturiërs verleenden ook al geen hulp en op de terugweg over de Pyreneeën werd de Frankische achterhoede bij Roncevalles door de Basken overvallen. (De gebeurtenis werd bezongen in het Roelandslied.) Nu de poging van de noordelijke staatjes Karel uit te spelen tegen Abd al-Rahman was mislukt, weerhield niets de emir nog: hij kon zijn macht naar het noorden uitbreiden. Als heerser van vrijwel geheel Iberië overleed hij in 788.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Islamitisch recht (7) mu’tazilieten

    juni 17, 2025
    De Kopten (1)

    februari 14, 2023
    Islamitisch Centraal-Azië

    september 15, 2015 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Barcelona #Berbers #Carmona #Córdoba #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #KarelDeGrote #Qays #RijkVanToledo #Roelandslied #Roncevalles #Spanje #SuleymanIbnAlArabi #Theodomir #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri #Zaragoza

  15. Het Rijk van Toledo (1)

    Decoratie uit Mérida

    Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

    Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

    De grenzen van het Rijk van Toledo

    De grenzen van het Rijk van Toledo lagen min of meer vast. In het noorden vormden de Pyreneeën de grens met het rijk van de Franken, waarbij Narbonne een Visigotische exclave was in de Languedoc. In het noordwesten, in Galicië, regeerde een dynastie die we doorgaans Suebisch noemen. De rest van Iberië werd bestuurd vanuit Toledo, met één uitzondering: rond het midden van de zesde eeuw wisten de Byzantijnen, profiterend van een Visigotische opvolgingsconflict, de havensteden aan de zuidkust te veroveren.

    Het Byzantijnse gezag zou echter gestaag afbrokkelen; het laatste Byzantijnse leger is kort voor 700 geattesteerd. Maar zolang het er was, had het Rijk van Toledo een eenvoudig contact met Italië, de Maghreb en Constantinopel. We lezen ook over pelgrims naar Jeruzalem, over Spaanse bisschoppen bij kerkelijke vergaderingen, over kooplieden, over internationale huwelijken en over ballingen: allemaal personenverkeer dat documenteert dat het Rijk van Toledo volop was geïntegreerd in de Mediterrane wereld.

    Leovigild

    In 568 herstelde koning Leovigild het centrale gezag én het internationaal aanzien. Via zijn zussen Brunhilde en Galswintha, getrouwd met de Frankische vorsten Sigebert I en Chilperik I, was hij verzekerd van rust in het noorden. Hij richtte zich tegen zijn tegenstanders op het Iberische Schiereiland: hij begon met de annexatie van de Byzantijnse havensteden in Andalusië en wist in 585 de Sueben te onderwerpen.

    Leovigild (Staatliche Münzsammlung, München)

    Meer dan eerdere vorsten presenteerde hij zich als soeverein heerser, onder meer door het gebruik van keizerlijke regalia. Toch was het Rijk van Toledo geen klein Romeins Rijk. Het bestuur was vereenvoudigd en voor een deel zelfs uitbesteed: de gemeentelijke administratie kwam steeds meer in handen van de geestelijkheid.

    We lezen ook weer ’ns over de ariaanse kwestie. Om de eenheid van het Rijk van Toledo te versterken trachtte Leovigild zijn onderdanen te overtuigen van een gematigd arianisme. Soortgelijke compromissen hingen in de Late Oudheid ook elders in de lucht: er is hier al eens geblogd over het monotheletisme dat in het Byzantijnse Rijk werd voorgesteld als voor iedereen aanvaardbaar compromis. Dat strandde op weerstand van de aanhangers van het Credo van Chalkedon, en zoiets gebeurde ook in het Rijk van Toledo. De Chalkedoniërs uit het rijk van de Vandalen in Africa hadden zich met succes verzet tegen hun overheid, en dat maakte dat ook de Chalkedoniërs in Iberië geen duimbreed toegaven.

    [wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Franken

    november 6, 2015
    De vogel Feniks

    april 24, 2023
    Verdeeld en herenigd China

    mei 3, 2025 Deel dit:

    #arianisme #BreviariumAlaricianum #Brunhilde #ChilperikI #ConcilieVanChalkedon #Galswintha #hospitalitas #Languedoc #Latijn #Leovigild #monotheletisme #Narbonne #RijkVanToledo #SigebertI #Sueben #Visigoten

  16. Het Rijk van Toulouse (2)

    Gesp uit de tijd van het Rijk van Toulouse (Musée de la romanité, Nîmes)

    Het Rijk van Toulouse, waaraan ik mijn vorige blogje wijdde, was expansief. Aan de gebieden in Aquitanië die Theodorik I toegewezen had gekregen, voegden hij en zijn opvolgers het nodige toe. Ze hadden vooral belangstelling voor de Languedoc ofwel Narbonensis, waar ze toegang zouden krijgen tot de Middellandse Zee. Het was van begin af aan het beleid van de keizer (of wie er in Italië ook maar beleid maakte) om de verovering van de Languedoc te verhinderen, maar in 461 verwierf Theodorik II de voornaamste stad Narbonne desondanks toch. De Visigotische vorsten wisten bovendien de hand te leggen op andere delen van Zuidwest-Frankrijk.

    Tegelijk speelden ze een belangrijke rol in de verdediging van het Romeinse Rijk tegen minder romaniseerde volken, waarvan de Hunnen het opvallendst zijn: in 451 vochten Visigotische troepen op de Catalaunische Velden voor de Romeins generaal Aetius tegen Attila. Niet veel later steunde Theodorik II keizer Avitus (r.455-457) door op het Iberische Schiereiland te strijden tegen de Sueben, die zich moesten terugtrekken naar Galicië in het noordwesten. De les die de Visigoten leerden was dat Iberië klaar lag om te worden veroverd.

    Naar Iberië

    Dat zou dan ook gebeuren, al is onduidelijk hoe de eerste machtsuitbreiding heeft plaatsgevonden. Wellicht zagen Theodorik II en zijn opvolger Eurik erop toe dat de hoogste, officieel door de keizer in de Iberische provincies benoemde magistraten kwamen uit hun eigen netwerk. Anders gezegd, het waren Gallo-Romeinen. We mogen aannemen dat de noordoostelijke gebieden als eerste in hun handen kwamen. Pas later strekte het gezag zich uit naar Andalusië. In elk geval is de hospitalitas waarmee de Visigoten Aquitanië hadden verworven, niet gedocumenteerd.

    Hoewel dus veel onduidelijk is, was dit het begin van wat het Rijk van Toledo zou zijn. Ik benadruk dat de nieuwe machthebbers ook in Iberië niet zozeer nieuwe heersers waren, als wel werden opgenomen in een bestaande laat-Romeinse structuur. Dat Theodorik en Eurik “koningen” worden genoemd, wilde niet zeggen dat ze soeverein waren; het was een persoonlijke titel, vermoedelijk niet heel anders dan de aloude titels van onze adel. Ze zeiden de keizer te dienen en dat was niet helemaal een fictie.

    De Visigoten-met-Germaanse-voorouders spraken immers allang Latijn, minimaal als tweede taal, en ze waren al christelijk. Dat ze niet de keizerlijke orthodoxie aanhingen, is een veelbesproken maar feitelijk niet zo belangrijke kwestie. En ook over het recht heb ik het al gehad: het rechtstelsel dat de Visigotische heersers meenamen naar Iberië stond heel sterk in een Romeinse traditie. Toen ze hun eigen munten gingen slaan, stond daarop de keizer van Constantinopel.

    Het einde

    Dat neemt niet weg dat Eurik, als hij zich door de keizer geschoffeerd voelde, wel degelijk de wapens tegen hem kon opnemen. Eén zo’n moment was toen keizer Anthemius (r.467-472) trachtte zijn greep op Gallië te versterken door samen met de Britten (uit Bretagne of Engeland?) het Rijk van Toulose aan te vallen. Eurik wist met de Britten af te rekenen. In deze tijd, of iets later, stuurde hij legers over de Pyreneeën, waarvan de manschappen zich vestigden in Pamplona, Zaragoza en Tarragona. De regio staat sindsdien bekend als Gotenland ofwel Catalonië. Ook veroverde Eurik Clermont-Ferrand – ik stipte dat in het vorige blogje al aan – en Arles, het voornaamste centrum van het Romeinse bestuur.

    Euriks opvolger was Alarik II (r.484-507). Hij stuurde in 494 en 497 nieuwe groepen over de Pyreneeën, waarover we frustrerend weinig weten. Net als Eurik presenteerde hij zich als Romeins magistraat, onder andere door een uittreksel te maken van de Codex Theodosianus, het op dat moment belangrijkste Romeinse wetboek. Dit Breviarum Alaricianum was overal van kracht tussen de Loire en de Straat van Gibraltar. Bovendien wilde Alarik zich bekeren tot het christendom zoals de keizer het voorstond en daartoe organiseerde hij in Agde in 506 een synode die de theologische disputen uit de weg moest ruimen.

    Tot bekering kwam het niet. Een jaar later, vlak voordat hij zich zou laten herdopen, sneuvelde Alarik in een oorlog tegen de Franken, die onder leiding van Childerik en Clovis al grote delen van Gallië in hun macht hadden gekregen. Daarmee kwam een abrupt einde aan het Rijk van Toulouse. Clovis nam het gebied over en een deel van de Visigoto-Gallo-Romeinse bewoners trok over de Pyreneeën naar het zuiden. Het moet om tienduizenden mensen zijn gegaan, die zich beriepen op hospitalitas – dit keer wel – en op vrij grote schaal landerijen onteigenden. Van de noordelijke gebieden behielden de Visigoten alleen Narbonne en omgeving, mede dankzij hulp van de heerser in Italië, Theodorik de Grote (r.493-526). Die wilde liever geen Franken aan de Middellandse Zee.

    Munt van Amalarik (Staatliche Münzsammlung, München)

    Wat na 507 resteerde voor de Visigotische vorsten: Iberië. Hun aanwezigheid daar was al een halve eeuw oud en had daardoor inmiddels een zekere vanzelfsprekendheid. Alariks zoon en opvolger Amalarik zal niet als vreemdeling zijn ervaren, al zullen de bewoners van het schiereiland de onteigeningen natuurlijk niet hebben toegejuicht. Niettemin: de dynastie kon worden voortgezet, met een nieuwe residentie in de centraal gelegen stad Toledo.

    [volgende week meer]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Krijgersgraf

    december 24, 2014
    Het Nibelungenlied aan de IJssel

    december 4, 2020
    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024 Deel dit:

    #Aetius #AlarikII #Amalarik #Anthemius #arianisme #Arles #Attila #Avitus #BreviariumAlaricianum #CatalaunischeVelden #Catalonië #ClermontFerrand #Clovis #CodexTheodosianus #Eurik #Franken #Gallië #hospitalitas #Languedoc #Latijn #Narbonne #Pamplona #RijkVanToledo #RijkVanToulouse #RogerCollins #Sueben #SynodeVanAgde #Tarragona #TheodorikDeGrote #TheodorikI #TheodorikII #Visigoten #Zaragoza

  17. Faits divers (38)

    Grafsteen waarop de naam “Wittiza” voorkomt. (© Pau Marimon Ribas & Jordi Pérez González)

    Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer Spanje, de joodse Bijbel, archeatrie en een nuttige webpagina van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

    Spanje

    Mocht u ooit nog eens besluiten een koninkrijk te annexeren, dan is het slim om te wachten tot het moment waarop de opvolging ter discussie staat. Alexander onderwierp een verdeeld Perzië, Saladin profiteerde van een verdeeld Koninkrijk Jeruzalem en de Arabische commandant Tariq had, toen hij in 711 overstak van de Maghreb naar het Iberische Schiereiland, de mazzel dat de dynastie in het Rijk van Toledo verdeeld was. Koning Wittiza was dood en Roderik (Rodrigo) had zijn macht nog niet werkelijk gevestigd toen Tariq hem ergens in de regio van Cádiz versloeg en het hele Iberische Schiereiland opeiste voor het Umayyadische Kalifaat van Damascus.

    Bij deze belangrijke gebeurtenis zijn heel veel zaken onduidelijk. Is Wittiza vermoord? Wanneer overleed Wittiza? Hoe lang regeerde hij? Wie waren Roderiks tegenstanders vóór hij het opnam tegen Tarik? Het zijn geen wereldschokkende kwesties, want het enige relevante feit is dat Tarik Roderik overwon, maar in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigrafik is zojuist een nieuw puzzelstukje gepubliceerd. Het gaat om een niet heel spectaculaire Latijnse inscriptie, die bewijst dat Wittiza in maart 709, zijn negende regeringsjaar, nog in leven was. Dit is in lijn met de enige andere inscriptie van deze vorst, die in de zeventiende eeuw was te zien in een klooster in Madrid maar sindsdien zoek is; deze vermeldt Wittiza als koning in 700. We weten nu dus met iets meer zekerheid wanneer de laatste koning van post-Romeins Spanje regeerde, niet meer en niet minder. Het is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers.

    De joodse Bijbel

    De joodse Bijbel bestaat uit ruwweg drie delen: de Wet (Genesis tot en met Deuteronium), het tussen 620 en 585 v.Chr. samengestelde Deuteronomistisch Geschiedwerk (Jozua tot en met 2 Koningen) en de rest. De twee eerste delen gaan terug op eerdere bronnen, die verloren zijn gegaan maar die geleerden al sinds de achttiende eeuw proberen te identificeren. Nog altijd kun je veelkleurige “regenboogbijbels” kopen waarin elke kleur een andere redacteur identificeert.

    Aan de stilistische, linguïstische, theologische, historische en archeologische argumenten is nu de artificiële intelligentie toegevoegd – feitelijk een specifieke vorm van stilistisch en linguïstisch onderzoek. De weinig verrassende conclusie is dat de oudste delen van Deuteronomium en het Deuteronomistisch Geschiedwerk nauwer met elkaar verwant zijn dan met de delen van de Wet die eerdere onderzoekers rekenen tot de zogeheten priesterlijke redactie.

    We weten iets dat we al wisten dus iets beter. Dat is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers. En nu de methode blijkt te werken, kun je verwachten dat ze wordt losgelaten op andere delen waarvan onderzoekers zich afvragen welke delen door welke auteur zijn geschreven.

    Archeatrie

    Een psycholoog bestudeert de menselijke ziel en een psychiater geneest de ziel. Zou het niet logisch zijn, opperde mijn zakenpartner ooit, als er naast archeologen ook archeaters waren – mensen die een opgraving herstelden naar de oorspronkelijke staat? Dat was, een grap, vanzelfsprekend, en ik denk eraan terug omdat de grap op een satirische site opnieuw is gemaakt.

    Er is echter een serieus aspect: wat is de oorspronkelijke staat? Een voorbeeld: toen het Parthenon in Athene werd teruggebracht naar de oorspronkelijke staat, werden Byzantijnse aanslibsels verwijderd, die ook een zekere waarde hebben. Deze thematiek is voer voor erfgoedspecialisten en boeiend.

    Tot slot

    Ik brom vaak over het feit dat archeologen zichzelf vaak presenteren met vondsten en nooit met archeologie. Afgaand op de publieke media, concludeer je dat archeologen louter trivia produceren en geen bijdrage leveren aan de (sociale) wetenschappen. Graag erken ik dat het ook weleens goed gaat: dit is een nuttige pagina.

    Tot zover deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks Faits divers.

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #artificiëleIntelligentie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Deuteronomium #erfgoed #FaitsDivers #inscriptie #KalifaatVanDamascus #RijkVanToledo #Roderik #stylometrie #TariqIbnZiyad #Wittiza

  18. Segovia

    Het Romeinse aquaduct van Segovia

    De vaste lezers van deze blog kennen mijn belangstelling voor het voor-Romeinse verleden van West-Europa. Ik heb vaak genoeg geschreven over de Gallische taal en over voorwerpen als de Krater van Vix. Iberië is echter altijd wat onderbelicht gebleven, hoewel ik in mijn scriptie de processen van romanisering en arabisering heb vergeleken, en hoewel ik een zwak heb voor Spanje.

    “Keltisch” is altijd een beetje een lastig begrip. Eigenlijk komen in dat woord drie dingen samen: om te beginnen de volken die in de Oudheid Keltisch zijn genoemd (wél degenen die wij Germanen noemen, níet de Britten), verder degenen die een taal spraken die wij Keltisch noemen (wel de Britten, niet de Germanen), en tot slot de La Tène-cultuur, die weer andere grenzen heeft. De Iberische ijzertijdculturen zijn niet echt goed te typeren als La Tène, hoewel sommige groepen wel Keltische talen hebben gesproken.

    Segovia

    De Arevaci, die u ten noorden van Madrid moet zoeken, waren zo’n Keltischprekende bevolkingsgroep, en hoewel de naam van dit volk zich niet laat interpreteren, hebben we wat meer duidelijkheid over de namen van bijvoorbeeld de plaatsnaam Segovia; het eerste element betekent zoiets als “overwinning”. De plaats duikt voor het eerst op in onze bronnen in de oorlog tussen de Romeinen en Viriathus, die tussen 147 en 139 v.Chr. het verzet leidde tegen de Romeinen. Die had, zo lezen we, de vrouwen en kinderen uit Segovia gevangen genomen en dreigde ze te doden als Segovia haar bondgenootschap met Rome niet zou opgeven; de mannen, zo lezen we, “waren liever getuige van de executie van hun geliefden dan dat ze de Romeinen in de steek zouden laten”.noot Frontinus, Krijgslisten 4.5.22. Hoe dat bondgenootschap tot stand was gekomen, weten we helaas niet.

    Segovia speelde ook een rol in de oorlog tussen de Romeinse Senaat en Quintus Sertorius, een aanhanger van Marius die weigerde in te stemmen met de maatregelen van Sulla.noot Livius, fragment 22 (onderdeel van Boek 91). Toen Pompeius kort voor 70 v.Chr. de orde had hersteld, werd Centraal-Spanje rustiger, hoewel pas tijdens keizer Augustus het Iberische Schiereiland echt werd gepacificeerd.

    Aquaduct

    Archeologen hebben in Segovia verschillende gebouwen, fresco’s en inscripties gevonden. Maar het bekendste monument is natuurlijk het zeventien kilometer lange aquaduct, dat waarschijnlijk is gebouwd door keizer Trajanus (r.98-117) en midden in de stad staat.

    Romeinse aquaducten lagen, althans voor een groot deel, onder de grond, net als onze waterleidingen. Soms moest echter een deel worden gebouwd over een vallei en hoewel de Romeinen pompen maakten, moesten die worden aangedreven, en dat was nog niet zo simpel. Daarom bouwden ze bruggen, waarvan de Pont du Gard de bekendste is. Segovia is een goede tweede.

    De brug is bijna dertig meter hoog. In de centrale pijler is een kleine nis waarin sinds de Renaissance een beeld staat van Maria, maar in de Oudheid moet daar een ander beeld hebben gestaan. Aan de andere zijde stond een beeld van de halfgod Hercules, die erg populair was in Romeins Iberië.

    Latere heersers, zoals de koningen van het Rijk van Toledo en later de emirs en kaliefen van Córboba, hebben het aquaduct steeds weer gerepareerd. In 1072 kwam Segovia echter in de vuurlinie te liggen: de Castilianen rukten op vanuit het noroden en verwoestten zesendertig bogen, om zo de watertoevoer van Segovia af te snijden. De stad capituleerde inderdaad. Vier eeuwen later gelastte koningin Isabella van Castilië de reparatie van het aquaduct en het aquaduct functioneerde nog vier eeuwen. Het monument is inmiddels UNESCO Werelderfgoed.

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

    oktober 21, 2021
    De dood van de messias (5)

    maart 30, 2018
    Martialis compleet

    juni 3, 2020 Deel dit:

    #aquaduct #Arevaci #emiraatVanCórdoba #IsabellaIVanCastilië #KeltischeTalen #QuintusSertorius #RijkVanToledo #Segovia #Spanje #Trajanus #Viriathus

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.