home.social

#eerstetaifas — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #eerstetaifas, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Toerist in Zaragoza

    Aljafería, Zaragoza

    De dingen die ik te doen had in het Catalaanse stadje Lleida – zie een eerder blogje – gingen gemakkelijker dan ik had voorzien en ik had daardoor zomaar een dag vrij. Ik kon dus een dagje naar Zaragoza, voor mij een stad met een magische naam. Zeg maar zoiets als Samarkand of Buchara: je associeert het met een stoer middeleeuws verleden en exotische pracht. De hogesnelheidslijn bracht me in minder dan geen tijd van Lleida naar Zaragoza, en ik ben meteen naar het Aljafería gewandeld, dat maar een kwartier verderop ligt.

    Aljafería

    Met het Alhambra in Granada, de grote moskee van Córdoba en Madinat al-Zahra vormt het paleis van Zaragoza, om zo te zeggen, “de grote vier” van Arabisch Spanje. Chronologisch ligt het er tussenin: de moskee en Madinat al-Zahra dateren uit de Vroege Middeleeuwen, het Aljafería is gebouwd in de tijd van de Eerste Taifas, en het Alhambra vertegenwoordigt de Late Middeleeuwen. Deze relatie is ook anders te omschrijven: de architectuur van het Alhambra bouwt voort op die van het paleis in Zaragoza, dat weer voortbouwt op de bouwkunst van het Umayyadische Emiraat van Córdoba, die weer een voortzetting is van de architectuur die de Umayyaden prefereerden toen ze nog de macht hadden in het Midden-Oosten.

    Aljafería, Zaragoza

    Inderdaad deed het Aljafería me denken aan de “desert castles” die ik zag in Jordanië en Syrië en aan het Al-Ukhaidir-paleis in Irak. Van buiten oogt het als een vierkant kasteel, met ronde torens en weergangen, maar binnenin zijn rechthoekige hoven en schitterend gedecoreerde zalen. De emirs van Córdoba maakten een begin met de bouw van het Aljafería, en ongetwijfeld was de militaire heerser die hier woonde, een machtig man: Zaragoza was namelijk de hoofdstad van een van de drie grensmarken. Het garnizoen, de Banu Qasi (“stam van Cassius”), wist Karel de Grote in 778 op afstand te houden en verdedigde de regio later tegen de legers van Barcelona en Aragón.

    In de vroege elfde eeuw implodeerde het Kalifaat van Córdoba en namen de lokale militaire heersers de macht over. Dit is de tijd van de Eerste Taifas, die niet per se een tijd van verval was: het betekende dat de hofcultuur van Córdoba zich verspreidde naar een veelvoud aan regionale hoven, waar de heersers wedijverden in mecenaat. De grootste kunstenaars werkten aan dit paleis van “Abu Jaffar” ofwel de Aljafería, en dat is eraan af te zien. Ik laat de plaatjes hun werk maar doen. Ik vond het onbeschrijfelijk mooi en het is een fascinerende gedachte dat filosofen als Ibn Bayyah (Avempace) hier hebben gewandeld.

    Aljafería, Zaragoza

    In 1118 onderwierp Aragón de taifa van Zaragoza, en werd het Aljafería het koninklijk paleis. Er zijn allerlei toevoegingen uit de Late Middeleeuwen, en uit de tijd van de Reyes Católicos (Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië) dateert de indrukwekkende troonzaal. Verdi’s opera Il Trovatore, gebaseerd op een eerder Spaans muziekstuk en een nog ouder volksverhaal, speelt zich in het Aljafería af. Tegenwoordig is een groot deel van het complex in gebruik als regionaal parlement voor Aragón, en de rest is open voor het publiek. Veel is overigens moderne restauratie, maar het is sfeervol, afgezien van de lompe Nederlander die als toppunt van humor ineens “koffie” roept.

    Romeins Zaragoza

    Nog een kwartier verderop verrijzen de Romeinse stadsmuren van wat ooit Caesaraugusta heette, in 19 v.Chr. gesticht voor veteranen. In de voormalige Romeinse haven bij de Ebro zijn de tekens te zien die de steenhouwers van VI Victrix en X Gemina op de grote blokken natuursteen hebben aangebracht. Ik wist niet goed wat ik van Romeins Zaragoza mocht verwachten, want het grote museum voor de stadsgeschiedenis wordt momenteel verbouwd, maar er zijn daarnaast vier Romeinse musea: voor de haven, voor het forum, voor een badhuis en voor het theater.

    Detail van een Romeins olielampje

    Laten we een spa een spa noemen en een trog een trog: ze vielen tegen, al kost een kaartje voor het hele kwartet maar zeven euro, dus genept word je niet. Maar het havenmuseum toont alleen wat onduidelijke stenen structuren en amforen; het forummuseum toont de fundamenten van een portico, maar laat niet echt uit de verf komen dat hier diverse strata zijn gedocumenteerd; van het badhuis is één bassin te zien plus wat losse voorwerpen die je in elk museum kunt zien. Het theatermuseum is groot en heeft een ruimte voor een tijdelijke expositie (toen ik er was de stichting van de civiele stad Caesaraugusta), maar ook hier zijn weinig voorwerpen.

    Omdat de musea weinig objecten tonen – de topstukken liggen vermoedelijk in het gesloten stadsmuseum – is de uitleg vooral tekstueel, en dat is in alle vier gevallen goed gedaan. Er is duidelijk werk gemaakt van het ontsluiten van deze opgravingen, maar je hoeft niet veel te reizen om beter te hebben gezien.

    De markthal

    En verder

    Zaragoza heeft nog veel meer, zoals twee kathedralen, een mooie stenen brug, een toffe mercado voor levensmiddelen, een elegant centraal plein, een museum voor Goya waar ik niet naartoe ben gegaan, fijne parken en een snelle McDonald’s. Je komt immers niet dagelijks in zo’n mooie stad en wil er zo lang mogelijk van genieten.

    Don Quichot deed er verkeerd aan niet naar Zaragoza te gaan, al was zijn weigering gebaseerd op goede gronden. Ik had graag in een van de exposities nog een manuscript gevonden, maar soit: dit was een welbestede dag en een even aangename als onverwachte toevoeging aan mijn bezoek aan Lleida.

    #Aljafería #Aragón #BanuQasi #EersteTaifas #FerdinandIIVanAragón #IbnBayyah #IsabellaIVanCastilië #VIVictrix #XGemina #Zaragoza
  2. Een dienstreis naar Lleida

    De kathedraal van Lleida

    De Spaanse spoorwegen zijn geweldig goed, maar toen ik eenmaal op station Barcelona-Sants stond, wist ik even niet hoe ik verder moest. Ik kocht het verkeerde kaartje, wist wel dat ik in Sant Vicenç de Calders van de ene op de andere boemeltrein moest overstappen, maar had niet begrepen dat er werkzaamheden waren en dat sommige treinen helemaal niet reden. Uiteindelijk kwam ik in Lleida aan met de bus. Dat er juist op dat moment vuurwerk uitbarstte, zal niet zijn geweest om de reiziger te verwelkomen.

    Een antieke stad

    Lleida is het antieke Ilerda en ik wilde er heen omdat Julius Caesar hier in 49 v.Chr. een militaire operatie heeft uitgevoerd. Maar zoals ik destijds schreef: ik ben er nooit geweest, terwijl ik er in een boek wel over zal schrijven. En je MOET een plek echt hebben bezocht, anders ga je gegarandeerd fouten maken. In mijn blogje heb ik een Romeins kamp dat op de rechteroever van de rivier lag, op de linkeroever gelegd. Nu begrijp ik mijn fout. Ik schaam me er niet voor: een blog is slechts een blog. Maar als ik een boek maak, moet het beter zijn en daarom ben ik in Lleida.

    Ilergetisch aardewerk

    Het antieke Lleida, dat Ilerda heette, was de hoofdstad van een belangrijke staat, gelegen tussen de Pyreneeën en de Ebro, die de Griekse en Romeinse auteurs beschrijven alsof het een stam was: de Ilergeten. Zo heb ik er zelf ook weleens over geschreven, maar tijdens mijn bezoek aan het plaatselijke museum werd me wel duidelijk dat ik een vooroordeel reproduceerde. Vanaf de vijfde eeuw v.Chr. is er een duidelijke hiërarchie in de nederzettingen en er was al eerder sprake van een elite met aansluiting op de Mediterrane handelsnetwerken.

    Tweede Burgeroorlog

    Wat ik me ook nog onvoldoende realiseerde, is dat een deel van die elite al eerder was opgenomen in de Romeinse burgerstand en daarom in de Tweede Burgeroorlog koos voor de gevestigde orde, die u mag aanduiden als de republikeinen, de optimates, de Senaat of de Pompeianen. Anderen hadden het burgerrecht echter niet, vonden dat ze het wel verdienden, en kozen dus voor Caesar, die zeker sinds de Lex Roscia een reputatie had te verliezen als burgerrechtverlener. In een stad als Ilerda wist men heel goed waar de Tweede Burgeroorlog over ging.

    Dit was ik niet tegengekomen in de literatuur over Caesar, en zo zie je hoe belangrijk het is dat je plaatsen waarover je schrijft, ook werkelijk hebt bezocht, en de archeologische collecties kent. En er is meer te leren. Als je de klim naar de antieke citadel (La Suda) hebt gemaakt, begrijp je ook waarom Caesar die stad niet “gewoon” bestormde. (Er is daar niets antieks te zien omdat die citadel tot de vorige eeuw een militaire rol had; ten tijde van Francisco Franco diende het feitelijk als concentratiekamp.) Ook het kamp van Caesars tegenstanders, dat op een andere heuvel lag, was niet met een bestorming te veroveren. De Tempeliers bouwden er later een kasteel (Gardeny).

    De heuvel Gardeny met Tempelierskasteel

    Museum

    Terug naar het museum. Dat had meer verrassingen in petto. Het heeft een heel erg mooie prehistorische afdeling, beginnend bij de eerste mensachtigen, en dan via de Steentijd en Bronstijd doorlopend naar de IJzertijd, die werkelijk voorbeeldig wordt gepresenteerd. Het gaat niet om de voorwerpen maar om de samenleving waarvan die voorwerpen de neerslag vormen. Zo komt dus de staatsvorming van de Ilergeten mooi uit de verf.

    Wat ik niet wist – maar had behoren te vermoeden – is dat de Ilergetische naam van de hoofdstad bekend is. In het Latijn is dat Ilerda, een weergave van een woord dat we kennen van de opschriften van de munten die men sloeg: I.L.TI.R.DA. Deze letters moeten een naam hebben weergegeven als Iltrida. De huidige Spaanse naam is overigens Lérida, maar het beleid om het Castiliaans geforceerd op te leggen heeft veel ressentimenten opgeroepen en tegenwoordig gebruikt men ook in Spaans liever de Catalaanse naam Lleida. Althans, dat heb ik hier gehoord.

    Ilergetische munt

    Opnieuw terug naar het museum. Eerlijk is eerlijk: na de Prehistorie en de Ilergeten heb je het wel gezien. De Romeinse afdeling bezit één mooi mozaïek maar verder niets waarvoor je de trein naar Lleida moet nemen, of de bus. De Arabische afdeling is plichtmatig, zonder bijzondere stukken, wat jammer is omdat dit in de tijd van de Eerste Taifas (de elfde eeuw) de hoofdstad is geweest van een zelfstandig rijk. De Arabische muntencollectie is goed, maar de voorwerpjes liggen niet handig, zodat je ze alleen onder een scheve hoek kunt bekijken; de Ilergetische, Romeinse en middeleeuwse munten kun je daarentegen loodrecht van boven zien. Het is alsof de curator zich niet realiseerde dat bezoekers ook Arabische munten willen bestuderen. Ik had graag mijn fotocollectie uitgebreid met wat foto’s.

    Meer Lleida

    Enfin. Hier laat ik het even bij. Lleida heeft Romeinse resten die u zouden kunnen interesseren, maar die zijn alleen op bepaalde dagen van het jaar open. Via de VVV (links tegenover het spoorwegstation) kun je een wandeling langs “geheim Lleida” boeken, maar die is ook niet elke dag. Ik kwam daar niet voor. Ik kwam voor Caesars veldslag, die ik nu beter begrijp. Als je ziet hoe snel de Segre stroomt, begrijp je hoe Caesars tegenstanders aan drijvend wrakhout konden zien dat stroomopwaarts een brug was ingestort.

    De rivier Segre

    Dat was het wel zo’n beetje voor de afgelopen dagen. Dat mijn dompelaar het goed doet om koffie te maken en dat er een supermarkt naast mijn hotel is, zodat ik op mijn kamer kan dineren, zal u niet werkelijk boeien. Lleida mag dan geen Toledo zijn, het is een prettige stad, waar je in twee dagen alles wel hebt gezien. Ik rond af met het advies om bij de oude kathedraal (La Seu Vella) ook de toren te beklimmen. Die is lastiger dan die in Keulen, met een veel smallere wenteltrap zonder leuningen, maar het uitzicht is geweldig.

    Verder wil ik de Haarlemse reisagent V-incentive bedanken, die een deel van de kosten van mijn bezoek voor rekening nam.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #CaesarsLaatsteJaren #Catalonië #EersteTaifas #FranciscoFranco #Ilerda #Ilergeten #JuliusCaesar #Lleida #optimates
  3. Toerist in Almería

    Poort in de Alcazaba van Almería

    Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

    Al-Marrya

    Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

    Tuin in de Alcazaba

    Dat woord, al-qasabah in het Arabisch, verwijst naar de citadel waar de gouverneur resideerde in een stad met eigen versterkingen. Het is dus een onderdeel van een groter geheel. Het was voor mij een enorme Aha-Erlebnis toen ik me bij de voorbereiding van deze reis realiseerde dat het Spaanse alcazaba teruggaat op hetzelfde Arabische woord als het Maghrebijnse kasbah. De versterking zelf kan alcazar heten, wat is afgeleid van qasr, wat op zijn beurt weer een verbastering is van het Latijnse castrum, “kasteel”.

    Bloei en verval

    Almería profiteerde van de aanwezigheid van de zeestrijdkrachten en van de handel, en groeide. In de omgeving werd marmer gewonnen, dat onder meer werd gebruikt voor de bouw van het paleis van kalief Abd al-Rahman III van Córdoba, Madinat al-Zahra. Het werd ook gebruikt voor grafstenen, waarvan we er veel hebben gezien in het museum. De stad produceerde ook zijde.

    Nasridische graffito van een schip (Museo de Almería)

    De eigenlijke bloeiperiode lag in de tijd van de Eerste Taifas (dus na de ondergang van het Kalifaat van Córdoba) en vooral in de tijd van de Almoraviden. Het zwaartepunt van hun macht lag immers in het huidige Marokko en de haven van Almería was cruciaal voor de contacten over de Alboránzee. Groei en bloei kwamen in 1147 echter abrupt ten einde toen keizer Alfonso VII van Castilië de stad innam. De Castiliaanse heerschappij duurde niet lang, want een nieuwe Arabische dynastie nam tien jaar later de macht over: de Almohaden. Het museum toont een enorme katapultkogel die in 1147 of 1157 moet zijn gelost.

    Hoewel de stad nog steeds een rol speelde in de contacten tussen El-Andalus en de Maghreb, werd ze overvleugeld door Málaga. Ze viel in 1239 in handen van de Nasriden van Granada, had zwaar te lijden van de Pest, en viel uiteindelijk in 1489 in handen van het verenigde koninkrijk Castilië-Aragón. Toen is ook de  kathedraal gebouwd.

    Bezoek

    Bij ons bezoek aan de Alcazaba hadden we een beetje pech, want de wind wakkerde aan, en de zachte regen veranderde in zo’n mediterrane winterstorm als je weleens meemaakt wanneer je in de winter reist in deze contreien. De wind ging zelfs zo te keer dat mijn voortdurend opwaaiende poncho op een gegeven moment achterstevoren zat. Mijn vriendin heeft een paar hilarische foto’s gemaakt van de wandelende vlaggenmast die ik was geworden met mijn wapperende poncho. Minder grappig was dat grote delen van de Alczaba voor het publiek waren afgesloten, maar als je zag hoe steil sommige trappen waren, begreep je wel waarom. Het voordeel was dat de waterwerken in de tuinen ook werkelijk vol water stonden.

    Plafond van de kathedraal van Almería

    De kathedraal en het er tegenover gelegen klooster waren mooi, zeker, maar konden me niet echt boeien. Ik denk dat ik het zinnetje “mooi, maar geen Toledo” ga opnemen in mijn taaleigen, want dat vat eigenlijk wel samen hoe ik denk over de katholieke kunst in dit land. En sprekend over die mooie stad: de regenwolken vandaag deden me denken aan de donkere luchten die El Greco schilderde boven Toledo. Al kan de natuur de schilderkunst vanzelfsprekend nooit blijvend evenaren.

    Het museum

    We bezochten in de ochtend het Museo de Almería, dat alleen te typeren valt als een triomf. Het is in wezen een prehistorisch museum, dat zich concentreert op de Late Steentijd en de Bronstijd. Tot dat laatste tijdperk behoort de Argar-cultuur, die uitvoerig wordt toegelicht. En dat doet het museum heel, heel erg goed. Er wordt echt een maatschappij geschetst, met delen die functioneel samenhangen – en de uitleg is zó dat je ook begrijpt waarom ze zo samenhangen. Er is vaak een ongezonde spanning tussen de archeologische claim inzicht te geven in de menselijke samenlevingen en de feitelijke praktijk, waarin de nadruk ligt op vondsten, maar in Almería biedt het vakgebied wel waar voor zijn geld.

    Beker, Argar-cultuur

    De verdiepingen van het museum zijn van onder naar boven chronologisch geordend. Dat zie je meteen als je binnenkomt, want het trappenhuis is gebouwd rond een metershoog profiel, dat van de Steentijd omhoog loopt naar het heden. Dus op de bovenste verdieping zie je de eeuwen na Chr. Het Romeinse deel is voorspelbaar en de uitleg is minimaal. Dit heeft evident de belangstelling van de conservatoren niet. De periode nadat kalief Abd al-Rahman hier een vlootbasis had aangelegd, krijgt daarentegen alle aandacht – en dit is weer heel erg goed gedaan.

    Almería was overigens de eerste stad waar we geen Nederlands hebben horen spreken, zodat we vandaag genoten van de roes van een nimmer verstoord vakantiegevoel. En op die noot eindig ik, zittend in de bus naar Málaga, deze negende aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton.

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Alboránzee #AlfonsoVIIVanCastilië #Almería #Almohaden #Almoraviden #ArgarCultuur #EersteTaifas #Nasriden
  4. Nogmaals El-Andalus

    Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

    Die vervelende hype weer

    Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

    Het stoort me als historici zaken die al bekend zijn, brengen als innovatie. Dat versterkt het voze vooroordeel dat ze geen nieuwe ideeën hebben en subsidiënten zand in de ogen strooien. En het triestgrappige is: het is helemaal niet nodig. Het boek van Catlos, dat begint met de overbodige constatering dat El-Andalus noch een Fremdkörper in de Spaanse geschiedenis noch een verloren paradijs van tolerantie is geweest, kan uitstekend zonder hype. De auteur biedt, net als Hitchock, een overzicht van de middeleeuwse geschiedenis van Iberië. Hij presenteert weliswaar geen nieuwe vergezichten maar neemt het laatste onderzoek mee, illustreert zijn betoog met fatsoenlijk kaartmateriaal en helpt de lezer met een beredeneerd overzicht van vervolgliteratuur. Dat is wat we van een geschiedenisboek verwachten. Dat is verdienstelijk genoeg.

    Al-Mansur en de taifas

    Het boek is niet alleen zeven jaar jonger dan dat van Hichcock, het is ook eens zo dik, dus het was onvermijdelijk dat ik er veel van heb opgestoken. Catlos neemt de tijd om de diversiteit van de islam te verklaren vanuit de voorgeschiedenis, en deze pluriformiteit keert regelmatig terug. Daardoor is vooral zijn beschrijving van de elfde en twaalfde eeuw, toen de Marokkaanse Almoraviden en Almohaden zich legitimeerden met oorlogen in Iberië, heel verhelderend.

    Wat ik prettig vond, is dat Catlos de geschiedenis van de diverse deelstaten die volgden op het Kalifaat van Córdoba (de taifas) in enig detail vertelt. In de boeken die ik eerder las, bleef het verleden van de door machtige families bestuurde steden Sevilla, Toledo, Zaragoza, Badajoz en Granada wat onderbelicht. Dat het betoog door het grote aantal die Muhammads, Hishams en Abdelrahmans wat onoverzichtelijk is, neem ik bij deze rijkdom aan detail op de koop toe.

    Daarvóór heeft Catlos in even groot detail verteld over de periode van Al-Mansur, de generalissimo die rond 1000 na Chr. de laatste kaliefen van Córdoba onder curatele stelde en vervolgens de ene campagne naar de andere voerde. Hij schakelde alle andere machtscentra in El-Andalus uit, waardoor er na zijn dood eigenlijk niemand was met voldoende gezag. Dat bood in de loop van de elfde eeuw de noordelijke koninkrijkjes, bestuurd door christelijke koningen, een kans om hun gezag uit te breiden in de richting van Toledo. El Cid krijgt een mooie behandeling: een condottiere, geen proto-kruisvaarder. In deze hoofdstukken is overigens een veelvoud aan Fernando’s en Alfonso’s aanwezig.

    Kennisopbouw

    Ik noem het, omdat Catlos, zoals zo veel Engelstalige auteurs, alleen aan individuen agency toeschrijft. Geschiedenis wordt gemaakt door mensen. Maar zo eenvoudig is het niet. Klimaatverandering komt terloops langs, economische veranderingen eveneens, maar de nadruk ligt bij Catlos op “grote mannen”. Dat is een keuze. Een keuze waarover zeker te discussiëren valt, maar die in elk geval leidt tot een toegankelijk narratief.

    Aanrader? Ja, zeker. Maar misschien niet als eerste boek. Lees eerst een algemeen overzicht, zoals dat van Hitchcock. Ik denk dat Catlos dat met me eens zou zijn. Zijn boek eindigt namelijk niet met een eindeloze lijst van titels achter betaalmuren (zoals we in de oudheidkundige disciplines gewend zijn), maar met een overzicht dat de lezer werkelijk op weg helpt naar vervolgliteratuur. Het nawerk is er in een historische synthese immers niet om je tegenover professionele historici te verantwoorden, maar om de lezer te laten klimmen naar het door hem gewenste kennisniveau. Catlos begrijpt dus hoe kennisopbouw werkt en weet dat op dat laddertje de Wikipedia de eerste tree vormt, een boek als dat van Hitchcock de tweede tree en een boek als Kingdoms of Faith de derde tree, vóór je verder omhoog klimt naar de grenzen van het historisch onderzoek. Kortom, een fijn boek.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Beatrijs van Nazareth

    augustus 29, 2025
    De Oude Man van de Berg

    juli 25, 2023
    Ivoor uit Megiddo

    oktober 24, 2016 Deel dit:

    #alMansurGrootvizier #almohaden #almoraviden #brianACatlos #eersteTaifas #elAndalus #emiraatVanCordoba #granada #kalifaatVanCordoba #portugal #spanje #toledo #tweedeTaifas

  5. De Almoraviden

    Watermolen uit Córdoba

    Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

    Culturele bloei

    Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

    Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

    Toledo

    Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

    Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

    De Almoraviden

    Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

    In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

    Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

    De Kruistochtgedachte

    Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

    Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Dordrecht

    juni 6, 2020
    De Eerste Kruistocht

    februari 10, 2013
    De val van Tyrus

    oktober 14, 2024 Deel dit:

    #AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

  6. Het Kalifaat van Córdoba

    De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

    [Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

    Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

    Het Kalifaat van Córdoba

    Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

    Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

    Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

    Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

    Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

    Al-Mansur

    Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

    Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

    Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

    Crisis

    Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

    Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

    [Wordt dus vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Langs de Zijderoute (3)

    mei 15, 2015
    Abbasiden en Turken

    september 19, 2015
    Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

    april 15, 2019 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier_ #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela #Spanje

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.