home.social

#madinat-al-zahra — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #madinat-al-zahra, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Fatimiden

    Fatimidisch reliëf (Monastir)

    Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

    De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

    Ivoorsnijwerk uit Cairo (Louvre, Parijs)

    Ontstaan van het Fatimidische kalifaat

    Begin tiende eeuw was het zo ver. In het westen van het Kalifaat van Bagdad, in wat nu Tunesië en Algerije is, was de macht in handen van de Aghlabiden, die de kalief in naam erkenden en verder hun eigen gang gingen. Helemaal in het westen, in wat nu Kabylië heet, leefden sji’itische Berbers die binnen het half-onafhankelijke Aghlabidische emiraat ook nogal onafhankelijk waren. Profiterend van een Aghlabidische troonswisselingcrisis, wisten de Berbers vanaf 902 hun positie te versterken. In 904 namen ze Sétif; Aghlabidische tegenaanvallen werden afgeslagen; in 909 viel Kairouan.

    De Berbers namen het bestuursapparaat van de Aghlabiden over en in het volgende jaar riep hun leider zich uit tot kalief. Eigenlijk heel opmerkelijk, want het kalifaat gold als bij uitstek soennitisch, en deze Berbers waren sji’ieten. Hun leider beweerde via Imam Ali en Fatima af te stammen van Mohammed, presenteerde zich als de uit verborgenheid teruggekeerde imam, liet zich Mahdi noemen en kondigde meteen aan dat mensen zich vergisten als ze dachten dat met de verschijning van de verborgen imam ook de Eindtijd aanbrak. Het was, al met al, een revolutie: een sji’itische kalief, een teruggekeerde imam zonder Eindtijd, sji’ieten met macht en een familie die afstamming van de Profeet claimde.

    Ingang van de Fatimidische moskee te Mahdia

    Zo ontstond het Fatimidische Kalifaat, dat al snel een nieuwe hoofdstad bouwde: ontevreden met Kairouan kozen ze voor een stad aan de kust, waarvandaan men naar het oosten wilde uitvaren, richting Egypte en Syrië, en daar voorbij naar Bagdad, om de hele islamitische wereld te verenigen onder één kalief die tevens imam was. De nieuwe hoofdstad heette naar haar stichter Mahdia.

    Expansie

    Ik ga hier niet alle conflicten beschrijven, maar noem wel dat de claim op het kalifaat als een schok door de islamitische wereld ging. Er was altijd maar één kalief geweest, de soennitische heerser in Bagdad. Nu er een tweede kalief was, konden de leiders van het Emiraat van Córdoba niet achterblijven: Abd al-Rahman III van Córdoba riep zich in 929 uit tot de derde kalief, en bouwde Madinat al-Zahra om ook in architectonisch opzicht niet achter te blijven bij Bagdad en Mahdia (en Constantinopel en andere hoofdsteden). Het kalifaat van Córdoba en het Fatimidische kalifaat van Mahdia vochten in de tiende eeuw met wisselende krijgskansen een Stellvertreterkrieg uit in Marokko.

    Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

    Tegelijkertijd rondden de Fatimiden de Arabische verovering van Sicilië af, om daarna hun eigenlijke doelen weer centraal te stellen: de verovering van Egypte en Syrië, om daarvandaan op te rukken naar Bagdad. Eerdere pogingen waren mislukt, maar in 969 konden de Fatimiden hun residentie verplaatsen naar een nieuwe hoofdstad: Cairo, wat zoiets betekent als “overwinningsstad”. De Al-Azhar-moskee dateert uit deze jaren.

    Met Egypte viel ook het westen van het Arabische Schiereiland in Fatimidische handen, inclusief de heilige steden Mekka en Medina. De verovering van de Levant verliep minder voorspoedig: weliswaar wisten de Fatimidische legers al in 970 Damascus te nemen, maar ze werden teruggeslagen en uiteindelijk was alleen het huidige Palestina Fatimidisch, inclusief de heilige stad Jeruzalem. Hiermee kwam de expansie ten einde. Met de Byzantijnen, die in deze periode hun macht in Syrië uitbreidden, kwam men overeen dat de Nahr al-Kabir (de noordgrens van het huidige Libanon) de grens tussen beide invloedssferen zou vormen.

    Fatimidische munt (Residenzschloss, Dresden)

    Elfde en twaalfde eeuw

    Rond het jaar 1000 strekte het Fatimidische Rijk zich uit van Algerije tot Jordanië. Aan het hoofd stond de kalief Al-Hakim over wie ik het al eerder heb gehad – een van de meest fascinerende personages uit de Arabische geschiedenis. Inmiddels begon de geschiedenis zich te herhalen. Zoals de Fatimiden hun macht hadden kunnen uitbreiden vanuit de westelijke periferie, waar de kalief van Bagdad alleen indirect gezag uitoefende, zo breidden nu in de westelijke periferie de Ziriden hun macht uit. Officieel namens de Fatimidische kalief heersten zij over grote delen van de Maghreb, en in de elfde eeuw werden ze feitelijk onafhankelijk.

    De afspraak met de Byzantijnen over de afbakening van de wederzijdse invloedssferen garandeerde een eeuw lang een regelmatig onderbroken rust, maar dat veranderde tegen het einde van de elfde eeuw. Een in Anatolië en Syrië opererend huurlingenleger in dienst van keizer Alexios I Komnenos verbrak zijn eed van trouw, stak de Nahr al-Kabir over en rukte op naar Jeruzalem. Het Fatimidische garnizoen wist de aanvallen enige tijd af te slaan, maar de vijanden wisten de stad stormenderhand te veroveren en versloegen even later een Fatimidisch ontzettingsleger. Dat was 1099 en u had al begrepen dat dit huurlingenleger bekendstaat als de Eerste Kruistocht.

    Een Fatimidische bokaal uit de Kerkschat van Oignies (Musée des arts anciens, Namen)

    In de loop van de twaalfde eeuw raakte de dynastie steeds verder verzwakt, deels door interne fricties, deels vanwege het verlies aan prestige. Zwakke kaliefen kregen nogal eens te maken met machtige adviseurs, die zeker niet altijd sji’itisch of zelfs maar islamitisch waren. Uiteindelijk nam een van die adviseurs, de soenniet Saladin, in 1171 de macht over. Met die gebeurtenis raakten Syrië en Egypte voor het eerst in lange tijd in één hand verenigd en raakte het lot van de Kruisvaarders bezegeld. Het betekende ook dat de sji’a voorgoed de kleinere was van de twee hoofdstromingen in de islam.

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakim #AlexiosIKomnenos #Berbers #Cairo #EersteKruistocht #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #imamAli #Jeruzalem #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #Kerbala #MadinatAlZahra #mahdi #Mahdia #NahrAlKabir #Saladin #sjiieten #soennieten #Ziriden
  2. De hoofddoek (4) de interpretatierichting

    Kroonloos Arabisch vrouwenportret uit Tamna (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

    Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat uit de Koran niet zonder meer valt af te leiden dat een moslima een hoofddoek behoort te dragen. Het kan bedoeld zijn, het kanniet bedoeld zijn. We hebben in eerdere blogjes gekeken naar oud-oosterse en Mediterrane teksten en afbeeldingen. De eigenlijke vraag is volgens mij waarom latere islamitische geleerden hebben geconcludeerd dat een moslima een hoofddoek moest dragen.

    Hadith

    Eén ding staat vast: de eerste gelovigen hadden uiteenlopende meningen. Vroege anekdotes (hadith) vormen daarvoor het bewijs, want ook als die niet authentiek zijn, bieden ze een beeld van de toenmalige samenleving. Eén zo’n anekdote behandelt de vraag of een vrouw met een hoofddoek die het gehele gezicht bedekte, wel in de rechtbank mocht getuigen. Dat duidt op zeer kuise lichaamsbedekking. Een andere anekdote verhaalt dat kalief Omar (r.634-644) een slavin verbood een hoofddoek te dragen omdat dit het voorrecht zou zijn van een getrouwde vrouw. Hij deelde dus de aloude oosterse opvatting. Een afbeelding in Qusair ‘Amra (rond 690 aangelegd door de latere kalief Walid I) toont daarentegen een voorname vrouw zonder hoofddoek, zoals in het Romeinse Rijk voorkwam. In het Kalifaat waren dus diverse meningen.

    Hooffdoekloze vrouw op een wandschildering uit Qusair ‘Amra,

    Dit zal mede zijn ingegeven doordat de Arabieren in korte tijd de halve wereld onder de voet hadden gelopen. In Mesopotamië waren ze geconfronteerd met de norm dat de hoofddoek het voorrecht was van een getrouwde vrouw, in de westelijke gebieden kregen ze te maken met vrouwen zonder en met hoofdbedekking. Om zich te verhouden tot de lokale praktijken, vertelden de gelovigen uiteenlopende hadiths, waarvan sommige gingen over de echtgenotes van Mohammed of over de eerste moslima’s (getrouwd of niet) of over monotheïstische gelovigen (getrouwd of niet). Nog meer onduidelijkheid dus, nog meer discussie.

    En dan gebeurt er iets interessants: naarmate de tijd verstrijkt, denken geleerden beter te weten wat de in het vorige blogje genoemde khimar is en welk sieraad is bedoeld. Hiermee wordt de uitleg strikter. Tegelijk wordt de hoofddoek een steeds strenger voorschrift, dat gaat gelden als specifiek voor de islam en niet langer wortelt in de algemene laatantieke cultuur. In El-Andalus was het bijvoorbeeld aan christelijke en joodse vrouwen verboden een hoofddoek te dragen, omdat dat het voorrecht was een moslima. Hoe dit zich verhoudt tot afbeeldingen uit bijvoorbeeld Madinat al-Zahra (zoals hieronder) van hoofddoekloze muzikantes, weet ik niet.

    Muzikantes uit El-Andalus

    De interpretatierichting

    Dat de uitleg van een ambigue Koranpassage kwam te gelden als een voorschrift voor islamitische vrouwen, past bij een verschijnsel waarover godsdienstsociologen hebben geschreven. Het is bijna wetmatig dat degenen die verscheidenheid accepteren, de discussie verliezen van degenen die strenger zijn in de leer. Immers, zo’n liberaal – als ik deze term mag gebruiken – heeft er geen moeite mee als iemand anders wat strengere opvattingen heeft, terwijl degene die strenger is, wél moeite heeft met vrijere opvattingen. God wil het immers. Ik blogde eerder over dit mechanisme en ook mijn goede vriend Richard attendeerde er op zijn blog al eens op.

    (Ten overvloede: ook hedendaagse discussies over het christendom worden veelal gedomineerd door conservatieve stemmen, niet door liberale. Dat de interpretatie steeds specifieker wordt, is bovendien niet beperkt tot religie: zie de brandspiegels van Archimedes, de informatie over Tartessos en de regels rond het Romeinse vierkinderenrecht. Elke keer wordt de informatie specifieker.)

    Het geval dat ik nu behandel, de uitleg van een Koranpassage, is een voorbeeld van wat bekendstaat als de interpretatierichting: de uitleg voltrekt zich in een bepaalde richting. In het in deze blogjes behandelde voorbeeld is ze in de loop van de tijd conservatiever geworden en kregen de oorspronkelijk gebruikte woorden een specifiekere betekenis. Het methodische advies is daarom om bij het vertalen van een oude tekst, welke dan ook, niet zomaar in het woordenboek te kijken, maar om eerst te zien wat in de tijd van de auteur de dominante betekenis is geweest. Latere interpretaties zijn niet per se onjuist, maar de kans is aanwezig dat ze meer verdoezelen dan verhelderen.

    PS

    Ik schreef voor VersTwee een bespreking van een goed bedoeld boek over de islam in Europa. Ik had het graag aanbevolen, maar goede bedoelingen maken niet per se een goed boek. Mijn bespreking werd uiteindelijk een les over geschiedvorsing.

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Islamitisch recht (6) de kalief

    juni 16, 2025
    Berbers en Arabieren

    juni 14, 2017
    Mozes van Chorene

    juli 20, 2022 Deel dit: #hadith #hoofddoek #huwelijk #interpretatierichting #Koran #MadinatAlZahra #Omar #QusairAmra #vrouwenrechten #WalidI
  3. Madinat al-Zahra

    Huis van Jaffar, Madinat al-Zahra.

    Een tijdje geleden kondigde ik een stukje aan over Madinat al-Zahra, de paleisstad die Abd al-Rahman III van Córdoba stichtte nadat hij zich in 929 had uitgeroepen tot kalief. Al bijna twee eeuwen was die titel voorbehouden aan de Abbasidische heerser in Bagdad, en hoewel de Umayyadische heersers van het Emiraat van Córdoba behoorlijk wat eigendunk hadden, hadden ze er nooit moeite mee gehad de kalief te erkennen als de ene heerser der gelovigen. Dat was echter veranderd toen een andere dynastie, de Egyptische Fatimiden, het kalifaat eveneens had opgeëist. Nu er meer dan één kalief was, kon Abd al-Rahman niet achterblijven: ook hij moest de hoogste titel hebben. En dus kon zijn hoofdstad niet minder zijn dan Bagdad of Cairo.

    Residentie

    Abd al-Rahman stichtte de nieuwe residentie van het nieuwe Kalifaat van Córdoba in 936 en deze werd vier jaar later in gebruik genomen. De naam Madinat al-Zahra, wat misschien “de stralende stad” betekent, is weer zeven jaar later gedocumenteerd op munten, dus in 947. De stad werd na minder dan een eeuw verlaten en zelfs gesloopt: enkele zuilen zijn terecht gekomen in de Alcazar van Sevilla. Het materiaal dat archeologen hebben gevonden, is dus vrij scherp te dateren. De situatie doet wat denken aan Samarra, dat van 836 tot 892 Bagdad verving als kalifale residentie.

    De terrassen

    De nieuwe stad, een kilometer of tien ten westen van Córdoba, was geplaatst op een berghelling, zodat er diverse terrassen konden worden aangelegd, met het Dar al-Mulk (“huis des konings”) bovenaan en dan via de regeringsgebouwen naar de residentiële wijken. De hiërarchie spreekt voor zich.

    Archeologen hebben ongeveer een achtste opgegraven, maar de rest is ruwweg bekend van luchtfoto’s, LIDAR en georadar. Het blijkt dat er lege delen waren, die misschien dienden als dierentuin, militair kamp, park of botanische tuin. De woonhuizen zijn bekend, maar vooralsnog niet opgegraven, want ze zullen wel hebben geleken op die uit Córdoba: alle vertrekken gelijkvloers rond een patio met een vijvertje. Feitelijk is dat al eeuwenlang het standaardhuis in de Mediterrane wereld.

    Een versierd kistje uit Madinat al-Zahra (Louvre, Parijs)

    Madinat al-Zahra had natuurlijk water nodig, dus waren er cisternes om de regen op te vangen. Dat was echter onvoldoende, en dus lapten Abd al-Rahmans bouwmeesters het Romeinse aquaduct naar Córdoba op.

    Voorname huizen

    Op het middelste niveau, waar de regeringsgebouwen waren en de hoogste functionarissen leefden, zijn diverse huizen opgegraven, zoals dat van Jaffar, die van 961 tot 971 diende als vizier van Abd al-Rahmans zoon en opvolger Al-Hakam II. (Dit is de Jaffar die wordt genoemd in de gebedsnis van de moskee in Córdoba.) De bewoners van dit deel van de stad kwamen uit enkele voorname families, die al in de achtste eeuw vanuit het oosten naar El-Andalus waren gekomen. Verder woonden de slaven van de kalief hier. Die waren niet zelden afkomstig uit oostelijk Europa.

    Kapiteel

    Er was natuurlijk een garnizoen om de kalief te bewaken. Op het gevonden aardewerk zijn afbeeldingen te zien van diverse soldaten: voetvolk en ruiterij, uitgerust met zwaarden, bogen, schilden en maliënkolders. Sporen, paardenbitten, zwaardschedes, speer- en pijlpunten bewijzen dat de afbeeldingen de werkelijkheid correct weergeven.

    Poort van het paleis

    Innovatie

    De poorten zijn interessant omdat er boven de eigenlijke doorgang een tweede, blinde boog was, die weer was voorzien van exuberante reliëfs. Zulke constructies waren op dat moment alleen nog bekend uit de moskee van Córdoba en vormden een lokale innovatie. Abd al-Rahman III beperkte de toepassing ervan niet tot zijn oude en zijn nieuwe residentie. In Tortosa, Alcegiras en Almería stichtte hij vlootbases, en hij bouwde ook allerlei kustforten, waar hij huurlingen uit de Maghreb stationeerde. De poorten die hij had laten bouwen in Madinat al-Zahra, zijn ook in deze nieuwe vestingen te vinden.

    Aardewerk

    Centraal in de nieuwe stad, op de rand van de regeringsgebouwen en de benedenstad, lag de audiëntiezaal, waar de kalief in zorgvuldig geregisseerde plechtigheden zijn gasten uit binnen- en buitenland ontving. Ik was hier vorige maand graag wezen kijken, maar deze ruimte, omgeven door mooie tuinen, was tijdelijk afgesloten wegens heftige regen. Ik heb dus een heel goede reden om nog eens terug te gaan.

    Een zonnewijzer

    Bezoek

    Tweemaal per dag rijdt een bus vanaf de Mercado Victoria in Córdoba naar het museum van Madinat az-Zahra. Daarvandaan rijdt een shuttle naar de opgraving. Wij namen in alle vroegte een taxi vanuit de stad, waardoor we zeker twee uur lang het museum en de opgraving voor onszelf hadden. Daarna begon het drukker te worden, maar het bleef prettig.

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het gouden Byzantijnse Rijk

    september 20, 2012
    De keizers van het Byzantijnse Rijk

    oktober 27, 2012
    Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

    mei 28, 2023 Deel dit: #Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #AlHakamIIVanCórdoba #Bagdad #Cairo #Córdoba #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Samarra #Umayyaden
  4. Toerist in Córdoba

    Puerta de Sevilla

    Ik liet u in de vorige aflevering van dit narcistische winterfeuilleton gistermiddag achter op het station in Málaga, in de hoop dat we fors vertraagd om half drie zouden vertrekken naar Córdoba. Dat gebeurde inderdaad, maar na 500 meter stopte de trein, en na twee uur stilstand reed hij terug naar het station. Dat was niet naar de zin van de eveneens aanwezige Feyenoordsupporters. “Kankerland”, herhaalde een zo’n fan luidkeels, en zo klonk er meer. Niet handig, als de politie op scherp staat voor een risicowedstrijd. Toen we de trein verlieten, moesten we onze legitimatie tonen en haalde de politie supporters uit de mensenmassa. Toen een andere trein ons later naar Córdoba reed, ontbrak in onze coupé de Feyenoordaanhang.

    Een snelle wandeling

    We hadden, achteraf bezien, vijf uur langer kunnen doorbrengen in Málaga, maar goed: we zijn aangekomen in Córdoba, ooit de hoofdstad van het gelijknamige emiraat. Mijn vriendin was er al eens met haar zus geweest en ook voor mij is de stad niet nieuw – zie dit blogje.

    Casa Árabe

    We hadden de middag willen besteden aan de wereldberoemde moskee, maar omdat het al avond was, beperkten we ons tot een snelle wandeling langs een aantal kleine sites die nog open waren of geen sluitingstijd hadden, zoals de minaret van San Juan en de Kalifale Baden, die interessant bleken te zijn. Het Casa Árabe is feitelijk een cultureel centrum in een heel oud huis, maar je kon je voorstellen dat een Ibn Rushd op die plek heeft gepiekerd over de betekenis van het woord “tragedie” in het oeuvre van Aristoteles. De Puerta de Sevilla is oeroud en stamt vermoedelijk uit de Umayyadische tijd en er bleek een standbeeld te staan van de dichter Ibn Hazm, de auteur van De ring van de duif. Bij de supermarkt waar we nog snel wat te eten scoorden was een monumentje voor de musicus Ziryab, over wie later meer.

    Huis van Jaffar, Madinat al-Zahra.

    Madinat Al-Zahra

    Vandaag namen we een taxi naar de ruïnes van Madinat Al-Zahra, het paleis dat kalief Abd al-Rahman III (r.912-961) voor zichzelf liet bouwen. Ik wil daar later nog eens een wat langer stuk aan wijden, maar noem nu alleen dat het gaat om een complete stad, waarvan ongeveer een achtste is opgegraven, dat er allerlei restauraties zijn gedaan, dat je er echt wel een dagdeel voor moet uittrekken en dat wij er de enigen waren. “Het is net alsof we in Algerije zijn,” constateerde mijn vriendin en ze had gelijk, want ook daar kun je ongestoord genieten van het werelderfgoed.

    Er is een museum met goede uitleg, dat ook vergelijkingen maakte met gelijktijdige kalifale hoofdsteden, zoals Fatimidisch Cairo en Abbasidisch Bagdad en Samarra. Het is allemaal piekfijn gedaan. Als u uit dit blogje één ding onthouden wil, moet het zijn dat een bezoek aan Madinat al-Zahra een volstrekte must is.

    Torre de la Calahorra

    Córdoba

    Een taxi bracht ons terug naar Córdoba, waar we wandelden langs de Guadalquivir, die dankzij de recente regens behoorlijk breed is. Tegenover de stad staat aan het einde van de Romeinse brug de Torre de la Calahorra, waar een klein museum is. Het presenteert El-Andalus als een samenleving waarin culturen elkaar verrijkten, met mooie maquettes en leuke diorama’s. Het was een fijn bezoek, en het was fijn een vleugje utopia te ervaren, maar laten we eerlijk zijn: het idee van vreedzame convivencia was ooit een zinvolle correctie op een onhoudbaar geschiedbeeld, waarin christendom en islam als eeuwige tegenstanders tegenover elkaar stonden, maar inmiddels zijn we een ruime halve eeuw verder. Een samenleving waarin sommige groepen onvolledige rechten hebben, is het aardse paradijs niet, en dat mag je als museum gewoon benoemen.

    De Baños Árabes de Santa Maria hebben we niet kunnen vinden. Ik vermoed dat het iets is in de kelder van een restaurant.

    De moskee van Córdoba

    Uiteraard bezochten we de wereldberoemde moskee, in de achtste eeuw gebouwd door Abd al-Rahman I, die wilde tonen dat het Emiraat van Córdoba voor niemand onder hoefde doen. Sindsdien is het gebedshuis door drie islamitische heersers uitgebreid en door een christelijke heerser verbouwd. Ik was blij er weer te zijn. Een paar maanden geleden was er brand in dit gebouw en ik was daar net zo door ontdaan als door de brand in de Notre-Dame. Dat is wat werelderfgoed is: een plek waar je je emotioneel bij betrokken voelt. Nu liepen we door een gebouw waar bouwvakkers actief waren, en het ziet er naar uit dat de schade snel weer ongedaan zal zijn gemaakt.

    Morgen: Sevilla.

    PS

    Ik noemde Algerije. Ik organiseer een reis en geloof me: die is de hoge prijs dubbel en dwars waard.

    #AbdAlRahmanIVanCórdoba #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Córdoba #convivencia #emiraatVanCórdoba #Feyenoord #IbnHazm #MadinatAlZahra #werelderfgoed #Ziryab
  5. Het Kalifaat van Córdoba

    De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

    [Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

    Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

    Het Kalifaat van Córdoba

    Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

    Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

    Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

    Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

    Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

    Al-Mansur

    Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

    Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

    Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

    Crisis

    Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

    Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

    [Wordt dus vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Langs de Zijderoute (3)

    mei 15, 2015
    Abbasiden en Turken

    september 19, 2015
    Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

    april 15, 2019 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier_ #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela #Spanje

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.