#rijkvantoledo — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #rijkvantoledo, aggregated by home.social.
-
De verledens van Spanje (3)
Romeins en Arabisch Spanje bij elkaar in MálagaWat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.
Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.
Twee losse constateringen
Ik heb nog twee losse constateringen. Ten eerste: met mijn opmerking over het verweiden van kuddes verplaatste ik de aandacht van het kustgebied en Andalusië naar de Spaanse Hoogvlakte. Zoals ik in het eerste stukje al aangaf, zijn er de afgelopen halve eeuw veel data bij gekomen dankzij ruilverkaveling langs de Guadalquivir en vastgoedprojecten aan de kust. De balans is al met al nogal oneven, nogal selectief.
En dat is wel een beetje de makke van de archeologie: ze is wel heel erg gebaseerd op data – of dat nu vondsten zijn, surveys of de patronen die dankzij GIS-systemen zichtbaar worden. Archeologen zijn “hands on”, concreet. Maar de analyse van het verleden veronderstelt ook denken over data die je niet hebt. Daar zijn oudhistorici dan weer goed in. En hier speelt het beruchte probleem dat archeologen de voorkeur geven aan de correspondentietheorie van de waarheid en historici meer neigen naar de coherentietheorie. In Nederland bemoeilijkt dat samenwerking. Ik vrees dat dat in Spanje niet anders zal zijn.
Ten tweede: weinig clichés over het verleden zijn onzinniger dan de zelfs niet langer als oxymoron te presenteren claim dat het niet voorbij zou zijn. Het verleden is hartstikke voorbij en betekent helemaal niets, tot wij er betekenis aan geven. De ontstaansgeschiedenis die ik in het eerste blogje noemde is één mogelijkheid om dat te doen, het doorgronden van maatschappijtypen en wijzen van verandering, zoals beschreven in het tweede blogje, is een ander. Maar er zijn meer manieren om betekenis toe te kennen, zoals het reconstrueren van ideeën uit het verleden, die reconstructies contrasteren met je eigen opvattingen, en zo opsporen waarom zij dachten zoals zij dachten en waarom jij denkt zoals jij denkt. Dat contrast leidt tot zelfinzicht.
Tot slot
Tot zover enkele min of meer officiële rechtvaardigingen voor een liefde voor het verleden. Persoonlijk vind ik ontstaansgeschiedenis niet interessant, omdat ze continuïteiten veronderstelt die doorgaans onbewijsbaar zijn. Over contrasterende opvattingen heb ik het in deze drie blogjes niet gehad, dus die laat ik rusten. Het doorgronden van antieke maatschappijtypen is echter belangrijk: inzicht in (de ontwikkeling van) samenlevingen is een voorname reden om historici archeologen en classici oudheidkundig onderzoek te laten doen.
Maar voor u en mij, ongesubsidieerde liefhebbers, geldt dat minder. Voor ons kunnen Oudheid en Middeleeuwen gewoon leuk zijn. Iets om van te genieten. En dat is wat ik binnenkort zal gaan doen: ik ga twee weken op vakantie en ik hoef u na deze drie blogjes niet meer te vertellen naar welk land.
In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Sage, mythe, strip: 300 van Frank Miller (3)
augustus 30, 2011
Popović over de Dode-Zee-rollen
april 18, 2021
VWN dertig jaar (1)
november 21, 2015 Deel dit: #coherentietheorieVanDeWaarheid #correspondentietheorieVanDeWaarheid #DNARevolutie #emiraatVanCórdoba #RijkVanToledo #socialeWetenschappen -
De verledens van Spanje (1)
Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?
Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.
Ontstaansgeschiedenis
Eén zo’n kader, populair in de negentiende eeuw maar niet per se onzinnig, is dat van de ontstaansgeschiedenis. In deze visie wordt het verhaal over het verleden zó verteld dat het vooruit lijkt te wijzen naar het heden, dat het zodoende tegelijk legitimeert. Voor Spanje was dat lange tijd een verhaal over een eenheid die was geschapen in de Oudheid, toen de Romeinen één romaanse taal oplegden en het stedelijk landschap schiepen, en toen het Rijk van Toledo het gehele Iberische Schiereiland beheerste. Laatstgenoemde eenheidsstaat was christelijk geweest, en de herinnering hieraan was altijd aanwezig gebleven.
De Arabische invloed op Spanje was in deze visie slechts oppervlakkig geweest; niet alleen was de Spaanse islam wezenlijk anders zijn dan die in de kerngebieden, maar in het Emiraat van Córdoba zouden ook altijd vitale christelijke minderheden hebben bestaan. Tegelijk zouden het noordelijke koninkrijk Asturië en zijn opvolgerstaten altijd het Rijk van Toledo hebben willen herstellen. De eenwording van de christelijke koninkrijken Castilië en Aragón en de onderwerping van het islamitische Granada (1492) waren daarom eigenlijk onvermijdelijk geweest. Het waren simpelweg uitingen van de Spaanse nationale identiteit. Tot de meest uitgesproken verdedigers van deze visie behoorde Claudio Sánchez-Albornoz, die van 1962 tot 1971 premier was van de Spaanse republikeinse regering in ballingschap.
Een geschiedbeeld als dit beschrijft hoe de eigen groep is ontstaan. Zolang de continuïteit sociaalwetenschappelijk en overtuigend is bewezen, is daar niets mis mee, maar er is ook een nadeel: er is geen ruimte voor wat afwijkt. In dit voorbeeld is er nauwelijks ruimte voor de groepen Basken en Catalanen die zichzelf niet beschouwen als Spanjaarden. Het beschreven geschiedbeeld laat ook weinig ruimte aan joden, moslims en niet-katholieke christenen.noot Vergelijk Nederland: “wij” waren lange tijd Germaans, Nederlandssprekend en protestants. Minister-president Drees meende nog dat een katholiek eigenlijk geen secretaris-generaal van een departement kon zijn.
Aanpassing
Alle geschiedbeelden veranderen. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, waaronder nogal wat factoren die eigenlijk geen rol mogen spelen, zoals politieke wenselijkheid of selectief verworven extra data. Zo ook in Spanje. Het geschetste beeld was nationalistisch en katholiek, en hoewel het niet per se rechts was, was het wel de dood van Franco die ruimte schiep voor andere visies, waardoor het idee van “één Spanje” werd genuanceerd. Het perspectief verschoof naar convivencia, middeleeuws Spanje als verzameling samen levende culturen. Het is te lezen als een erkenning van de Baskische en Catalaanse identiteit. Deze omslag had dus iets te maken met de veranderde politieke windrichting, en dat gold eveneens voor de gegroeide aandacht voor El-Andalus.
De jaren tachtig zagen ook een uitbreiding van het archeologische databestand. Niet alleen was er ruilverkaveling in Andalusië, maar ook veranderden projectontwikkelaars de Spaanse costa’s in een vastgoedparadijs, waardoor er eindeloos veel vondsten kwamen uit het gebied langs de Guadalquivir en uit de kustregio. Zo kwam er aandacht voor de vroege verstedelijking van Spanje, vóór de komst van de Romeinen. Die is een feit, maar bedenk: heuvelforten en stedelijke nederzettingen zijn makkelijker te vinden dan herders die hun kuddes verplaatsen over de eeuwenoude cañadas. De toegevoegde data waren dus selectief: ze documenteerden grote nederzettingen, maar niet de rest van de toenmalige wereld, en het ging vooral over Andalusië en de Iberische kuststrook. (Dat is een van de redenen waarom de huidige opgraving van Turuñuelo, die ik al eens aanstipte, vlakbij de Portugese grens, zo belangrijk is.)
Anders gezegd: de perspectiefwisseling die rond 1975 inzette, is politiek of cultureel bepaald en inhoudelijk niet zo best onderbouwd.noot Dit is natuurlijk wat in Nederland is gebeurd toen de Germanen werden ingeruild voor de Romeinse limes: vaderlands verleden maakte plaats voor pan-Europees verleden, en het gegroeide Romeinse databestand was tot stand gekomen doordat Romeinse forten opvallender zijn dan Germaanse zwervende erven. In het jargon van de wetenschapsleer: de context of discovery is alleszins begrijpelijk, maar er zijn vraagtekens te plaatsen bij de justification of discovery. (U mag “perspectiefwisseling” lezen in plaats van discovery.)
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.
Zelfde tijdvak
Corona & papyri
maart 14, 2020
Maximalisme en minimalisme
april 19, 2021
Kwakgeschiedenis: de “vrede” van keizer Augustus
december 1, 2011 Deel dit: #Asturië #ClaudioSánchezAlbornoz #contextOfDiscovery #emiraatVanCórdoba #FranciscoFranco #Granada #justificationOfDiscovery #RijkVanToledo #Turuñuelo -
Koningin Kahina
Moskee in Annaba[Zesde van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Met de val en verwoesting van Karthago, waarover ik schreef in het vorige blogje, kwam een einde aan de Byzantijnse aanwezigheid in Ifriqiya. Als er al verder naar het westen al vlootsteunpunten zijn geweest, zijn die snel daarna opgegeven. Alleen rond de Straat van Gibraltar heerste nog de al genoemde exarch Julianus, die feitelijk een post-Romeins staatje voor zichzelf was begonnen tussen het Rijk van Toledo en de Berbers van het huidige Marokko. De Byzantijnen waren dus feitelijk verdwenen, maar hun Berber-bondgenoten waren er nog, en zij zetten de strijd tegen de Arabische veroveraars voort.
Kahina
Hun leider was koningin Kahina. Rond haar bestaat een hoop legendevorming: ze was een tovenares, een profetes wier voorspellingen opvallend vaak uitkwamen, een feministe, voorbeeld voor het verzet tegen koloniale mogendheden (lees: Frankrijk), heldin in het Berber-verzet tegen de Arabieren, Afrikaanse heerseres, joodse verzetsstrijder. Dat laatste gaat terug op een opmerking van de veertiende-eeuwse geleerde Ibn Khaldun, maar de meeste hedendaagse geleerden vermoeden dat ze een christelijke Berber-prinses was die haar positie tevens te danken had aan het feit dat ze getrouwd was geweest met een van de laatste Byzantijnse bestuurders.
Wat we zeker weten is dat ze zich baseerde op de Berbers van de Aurès, de bergachtige regio waar anderhalve eeuw eerder Masties dux en imperator van de Romeinen en Mauri was geweest. De regio was cruciaal: wie van Kairouan naar de vruchtbare Hautes Plaines reisde, zou er altijd doorheen komen. Het lukte de Arabische generaal Hassan ibn al-Nu‘man, de leider van de vijfde Arabische aanval op de gebieden in het westen, niet om haar daar te verdrijven – sterker nog, hij zou volgens Arabische auteurs zijn teruggedreven naar de Cyrenaica. Dit klinkt als een overdrijving, die geen ander doel dient dan te verklaren waarom daar een paar forten waren die “de kastelen van Hassan” werden genoemd. Vermoedelijk ging Hassan niet verder terug dan de Tripolitana, het noordwesten van Libië.
De zesde Arabische aanval
Hoe dit ook zij en waar waarhen hij zich ook had teruggetrokken: kalief Abd al-Mailik stuurde hem versterkingen voor een hernieuwde opmars naar het westen. Een eerste veldslag vond plaats bij Gabès, waarna Hassans troepen konden terugkeren naar Kairouan en de rest van Ifriqiya. Vervolgens trok hij opnieuw de Aurès-bergen in. De beslissende veldslag zou bij Tabuda hebben plaatsgevonden, de plek waar Uqba ibn Nafi al-Fihri was gesneuveld. Dit keer overwonnen de Arabieren de Berbers; Kahina kwam om het leven.
In de komende jaren – we hebben het vermoedelijk over de jaren 701-703 – reorganiseerde Hassan Ifriqiya en nam hij Tunis in gebruik als vlootbasis voor aanvallen op Byzantijns Sicilië. Het was duidelijk dat de regio permanent zou behoren bij het Kalifaat van Damascus. En aangezien Hassan ibn al-Nu‘man succes had gehad, werd hij in 704 van zijn functie ontheven – zoals gezegd een standaardpraktijk in de Arabische wereld. Geen kalief kon een al te succesvolle generaal accepteren.
Het door de Romeinen gebouwde bronheiligdom in ZaghouanHet slotoffensief
Hassans opvolger als gouverneur van Ifriqiya was Musa ibn Nusayr. Die naam bent u op deze blog eerder tegengekomen, want hij zou het Rijk van Toledo in 711 onderwerpen. In 705 beperkte hij zich tot maatregelen om het Arabische gezag te consolideren, met gevechten in de omgeving van Zaghouan, maar zijn ambitie was om verder naar het westen zoveel mogelijk Berber-slaven te bemachtigen en op transport te zetten naar Damascus.
En dus herhaalde hij de laatste operatie van Uqba ibn Nafi al-Fihri: hij marcheerde over de Hautes Plaines naar Tanger. Anders dan Uqba, die Tanger in handen van exarch Julianus had gelaten, nam Musa de stad in en legerde hij er een garnizoen. Ook elders was duidelijk dat hij er wilde blijven. Musa ontdeed het gebied eerst van een deel van de bewoners, exporteerde die als slaven, en behandelde de overblijvers als onderdanen. Berbers die zich hadden onderworpen, werden geacht zich te bekeren. Bij de bouw van moskeeën (overigens een aanwijzing voor een sedentaire bevolking) werden allerlei oude tempels en kerken gesloopt om het materiaal te recyclen.
Als er nog een Berber-koninkrijk rond Altava bestond, kwam dat nu voorgoed ten einde. Daarmee zou deze reeks blogjes kunnen eindigen: in 708 voltooide Musa de verovering van de Maghreb, en drie jaar later begon de oorlog in Andalusië. Maar er ligt nog een slotvraag. Daarover gaat het laatste blogje.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
De Franken van Nebisgast tot Elegast
november 30, 2024
Adalbert
juni 25, 2017
Qasr el-Azraq
augustus 29, 2023 Deel dit:#Algerije #Altava #ArabischeVeroveringen #Berbers #exarch #Gabès #HassanIbnAlNuMan #IbnKhaldun #JulianusExarch_ #Kahina #Kairouan #KalifaatVanDamascus #Marokko #Masties #MusaIbnNusayr #RijkVanToledo #StraatVanGibraltar #Tabuda #Tanger #Tunesië #Tunis #Umayyaden #UqbaIbnNafiAlFihri #Zaghouan
-
De Almoraviden
Watermolen uit CórdobaEen tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.
Culturele bloei
Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.
Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.
Toledo
Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.
Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.
De Almoraviden
Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.
In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)
Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.
De Kruistochtgedachte
Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.
Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Middeleeuws Dordrecht
juni 6, 2020
De Eerste Kruistocht
februari 10, 2013
De val van Tyrus
oktober 14, 2024 Deel dit:#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza
-
De Almoraviden
Watermolen uit CórdobaEen tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.
Culturele bloei
Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.
Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.
Toledo
Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.
Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.
De Almoraviden
Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.
In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)
Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.
De Kruistochtgedachte
Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.
Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Middeleeuws Dordrecht
juni 6, 2020
De Eerste Kruistocht
februari 10, 2013
De val van Tyrus
oktober 14, 2024 Deel dit:#AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza
-
Het Emiraat van Córdoba (1)
Puerta de Sevilla, Carmona[Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]
Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.
Abd al-Rahman
Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.
De nieuwkomer was voor veel partijen aanvaardbaar. Voor de Berbers gold hij als verwant omdat zijn moeder één van hen was; voor de Qays-Arabieren was hij een partijgenoot; voor de Yaman-Arabieren was hij een Syriër. Hij trouwde met een jodin, wat hem opnieuw steun opleverde. En iedereen zal blij zijn geweest dat hij een einde wist te maken aan de conflicten die het Iberische Schiereiland al sinds 742 teisterden.
In het noorden streed Abd al-Rahman met succes tegen Asturië, een christelijk koninkrijkje waarover ik nog eens zal bloggen. Vanaf 759 betaalde het tribuut, nadat (vermoedelijk) een verdrag was gesloten zoals dat met de Theodomir over wie ik het al eerder heb gehad. Eén van de bepalingen van een dergelijk verdrag was dat de vazalstaat geen steun mocht verlenen aan de vijanden van zijn Arabische verdragspartner en inderdaad heeft Asturië geen steun verleend aan de Frankische legers die in 778 actief waren bezuiden de Pyreneeën. Daarover zo meteen meer.
Abd al-Rahman en de Abbasiden
Abd al-Rahman erkende de Abbasiden half wel en half niet. Hij was natuurlijk onafhankelijk en in die zin erkende hij het gezag van de kalief, die sinds 762 resideerde in Bagdad, niet. Tegelijkertijd erkende Abd al-Rahman dat hij niet heerste in Mekka, Medina en Jeruzalem, zodat hij zich niet, zoals eerdere Ummayadische vorsten, kon presenteren als kalief. Er kon maar één heerser der gelovigen zijn, en dat was niet de emir van Córdoba.
Munt van Abd al-Rahman (Neues Museum, Berlijn)In 763 arriveerde een Abbasidisch leger, dat de Umayyadische opstandeling uit de weg moest ruimen. Na een reis naar Marokko en een overtocht naar wat nu Portugal is, rukte het op in de richting van Córdoba. Abd al-Rahman wachtte zijn tegenstanders op in Carmona, waar hij zich gedurende twee maanden liet belegeren. Toen brak hij uit met een verrassend klein leger van 700 man, waarmee hij het Abbasidische leger wist te verslaan. Ik ben nota bene door de stadspoort gewandeld waar het is gebeurd, de Puerta de Sevilla, maar realiseer me dit pas nu ik deze woorden schrijf.
Abd al-Rahmen liet de hoofden van de verslagenen inpekelen en naar Mekka sturen, waar de Abbasidische kalief, die daar voor de pelgrimage aanwezig was, alleen maar kon verzuchten dat hij blij was dat God tussen hem en El-Andalus de Middellandse Zee had gelegd.
Karel de Grote
Zoals ik al zei, breidde Abd al-Rahman zijn macht stapsgewijs uit naar het noorden. De lokale heersers in het gebied langs de Ebro hadden zich onafhankelijk gemaakt en Yusuf al-Fihri, Abd al-Rahmans voorganger, had ze nog niet onderworpen toen Abd al-Rahman in 755 was aangekomen. Omdat de heerser in Barcelona vreesde dat hij het volgende doelwit van Abd al-Rahmans expansionistische beleid zou zijn, onderwierp deze Suleyman ibn al-Arabi zich in Paderborn aan Karel de Grote – en of die dus maar naar het zuiden wilde komen om Barcelona te beschermen. De Frankische vorst had daar wel oren naar, want de zoons van Yusuf al-Fihri waren eveneens aan zijn hof en hadden hem gevraagd hen te herstellen op de troon van hun vader.
RoncevallesKarel de Grote zag een buitenkans om Barcelona te verwerven en bevriende heersers aan de macht te helpen in Córdoba. Zonder moeilijkheden bereikte het Frankische leger in 778 Barcelona, maar toen ging het mis. De heerser in Barcelona had hem gezegd dat ook de Banu Qasi, een Arabische stam van tot de islam bekeerde christenen rond Zaragoza, steun zou verlenen, maar Karels leger was zó groot dat iedereen begreep dat hij gebieden kwam annexeren. Het beleg van Zaragoza liep uit op een mislukking, de Asturiërs verleenden ook al geen hulp en op de terugweg over de Pyreneeën werd de Frankische achterhoede bij Roncevalles door de Basken overvallen. (De gebeurtenis werd bezongen in het Roelandslied.) Nu de poging van de noordelijke staatjes Karel uit te spelen tegen Abd al-Rahman was mislukt, weerhield niets de emir nog: hij kon zijn macht naar het noorden uitbreiden. Als heerser van vrijwel geheel Iberië overleed hij in 788.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Precolumbiaanse culturen
november 2, 2024
Het einde van de Avaren
november 16, 2019
De Karolingische Renaissance (1)
augustus 19, 2024 Deel dit:#Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Barcelona #Berbers #Carmona #Córdoba #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #KarelDeGrote #Qays #RijkVanToledo #Roelandslied #Roncevalles #Spanje #SuleymanIbnAlArabi #Theodomir #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri #Zaragoza
-
De Arabische verovering van Andalusië (3)
De Pyreneeën[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]
In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.
De slag bij Poitiers
Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.
De feiten liggen anders: in 735 veroverde Yusuf al-Fihri,noot Hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. de gouverneur van Narbonne, de stad Arles, waarmee hij de Frankische handelsroute over de Rhône naar zee afsneed. Het tegenoffensief van Karel Martel haalde niets uit. Het was dus zeker niet de slag bij Poitiers die een einde maakte aan de Arabische expansie benoorden de Pyreneeën, want de Arabische expansie ging gewoon door.
Maar wat maakte dan wel een einde aan die expansie? Het is tijd voor een meer gedetailleerde blik op de situatie op het Iberisch Schiereiland.
Laatmiddeleeuwse afbeelding van de slag bij PoitiersSpanningen
Direct na de Arabisch machtsovername was Iberië een etnische smeltkroes. Er waren christenen van Hispano-Romeinse en van Visigotische komaf. Er waren joden. Er waren tot de islam bekeerde joden en christenen. Verder waren er Arabieren en Berbers, en die twee volken kenden ook weer tegenstellingen. Het eerste volk was traditioneel verdeeld in twee groepen, de Yaman (waarvan er weinig in Iberië waren) en de Qays (in Iberië de overgrote meerderheid); de Berbers kenden de Baranis en de Butr. Wat achter deze namen schuilt gaat, is moeilijk te doorgronden, althans voor mij, maar ik heb de indruk dat het eigenlijk strijdbegrippen zijn: als er een conflict was, dan moest de een wel een Yaman zijn en moest de ander wel behoren tot de Qays. Of tot de Baranis en de Butr, als het ging om Berbers.
Al deze groepen waren met verdragen verbonden met de Arabische overheid, maar de verdragen waren snel geschreven en feitelijk crisismaatregelen. Diverse ontevredenheden waren eigenlijk niet opgelost. Zo hoefden de Arabieren en Berbers de jaarlijkse belasting (jizya) niet te betalen, en dat zette, in elk geval sinds de belastingverhoging van 721, kwaad bloed. Latere bekeerlingen die hoopten op een belastingvrijstelling, kregen te horen dat ze daarvoor niet in aanmerking meer kwamen. De situatie was dus minder stabiel dan gedacht.
Burgeroorlog
De zaken liepen uit de hand toen in 742 een generaal moest worden benoemd voor een grootschalige campagne tegen de Franken. De man heette Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri,noot Ook hij was een afstammeling van de Uqba ibn Nafi al-Fihri die Kairouan had gesticht. maar was gehaat bij de Baranis-Berbers, tegen wie hij tussen 732 en 737 had gevochten. De Baranis in Iberië kwamen in opstand en trokken vanuit hun gebied, ten noorden van de rivier de Taag, zuidwaarts. Abd al-Malik vroeg en kreeg versterkingen uit Syrië, maar dat waren Yaman-Arabieren, die tot dan toe geen grote rol hadden gespeeld. Ze versloegen de rebellen en keerden zich vervolgens tegen Abd al-Malik, die ze kruisigden met aan weerszijden een hond en een varken.
Daarmee hadden Yaman-Arabieren niet alleen een van de Qays terechtgesteld maar ook onteerd. En aangezien beide groepen aanwezig waren met een groot leger, dreigde een lang conflict. De kalief in Damascus greep meteen in door te bepalen dat het gouverneurschap in Córdoba zou rouleren tussen de twee Arabische groepen, te beginnen met Yusuf al-Fihri, de man die Arles had veroverd en tot dan toe gouverneur van Narbonne was geweest.
Nieuwe leiders
De situatie leek tot rust gebracht, maar onmiddellijk daarna raakte het Kalifaat van Damascus verdeeld door een ander conflict, dat ik onlangs al aanstipte in een van de blogjes over het ontstaan van het islamitische recht: de dynastie van de Abbasiden nam de macht over van de Umayyaden, die bij de inname van Damascus vrijwel allemaal werden gedood. Door dit conflict kon de kalief niet ingrijpen toen Yusuf al-Fihri weigerde plaats te maken voor een andere gouverneur en zichzelf uitriep tot koning.
Niet iedereen erkende dat – er waren genoeg ontevreden groepen – en Yusuf was vooral bezig met het consolideren van zijn gezag dan met strooptochten naar het noorden. De lachende was Pippijn de Korte, die zich, meteen nadat Yusuf zich had laten uitroepen tot koning, had laten zalven tot koning van de Franken. De nieuwe Frankische koning begon nu met het heroveren van de Provence en de Languedoc.
Koning Yusuf al-Fihri kon er weinig tegen doen. De Arabische expansie was tot stilstand gekomen door de verdeeldheid van de diverse bevolkingsgroepen op het Iberische Schiereiland. In 755 was Yusuf op campagne tegen een groep tot de islam bekeerde christenen aan de Ebro, de Banu Qasi (“de stam van Cassius”), toen hij vernam dat in het zuiden een Umayyadische prins was geland die blijkbaar het bloedbad in Damascus had overleefd.
Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Berbers en Arabieren
juni 14, 2017
De keizers van het Byzantijnse Rijk
oktober 27, 2012
Sjamanisme
juli 5, 2025 Deel dit:#Abbasiden #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #Andalusië #BanuQasi #Baranis #Berbers #Butr #Córdoba #clashOfCivilizations #ElAndalus #Frankrijk #jizya #KalifaatVanDamascus #KarelMartel #kruisiging #Languedoc #PippijnDeKorte #Qays #RijkVanToledo #slagBijPoitiers #Spanje #stamsamenleving #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri
-
Faits divers (38)
Grafsteen waarop de naam “Wittiza” voorkomt. (© Pau Marimon Ribas & Jordi Pérez González)Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer Spanje, de joodse Bijbel, archeatrie en een nuttige webpagina van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Spanje
Mocht u ooit nog eens besluiten een koninkrijk te annexeren, dan is het slim om te wachten tot het moment waarop de opvolging ter discussie staat. Alexander onderwierp een verdeeld Perzië, Saladin profiteerde van een verdeeld Koninkrijk Jeruzalem en de Arabische commandant Tariq had, toen hij in 711 overstak van de Maghreb naar het Iberische Schiereiland, de mazzel dat de dynastie in het Rijk van Toledo verdeeld was. Koning Wittiza was dood en Roderik (Rodrigo) had zijn macht nog niet werkelijk gevestigd toen Tariq hem ergens in de regio van Cádiz versloeg en het hele Iberische Schiereiland opeiste voor het Umayyadische Kalifaat van Damascus.
Bij deze belangrijke gebeurtenis zijn heel veel zaken onduidelijk. Is Wittiza vermoord? Wanneer overleed Wittiza? Hoe lang regeerde hij? Wie waren Roderiks tegenstanders vóór hij het opnam tegen Tarik? Het zijn geen wereldschokkende kwesties, want het enige relevante feit is dat Tarik Roderik overwon, maar in het Zeitschrift für Papyrologie und Epigrafik is zojuist een nieuw puzzelstukje gepubliceerd. Het gaat om een niet heel spectaculaire Latijnse inscriptie, die bewijst dat Wittiza in maart 709, zijn negende regeringsjaar, nog in leven was. Dit is in lijn met de enige andere inscriptie van deze vorst, die in de zeventiende eeuw was te zien in een klooster in Madrid maar sindsdien zoek is; deze vermeldt Wittiza als koning in 700. We weten nu dus met iets meer zekerheid wanneer de laatste koning van post-Romeins Spanje regeerde, niet meer en niet minder. Het is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers.
De joodse Bijbel
De joodse Bijbel bestaat uit ruwweg drie delen: de Wet (Genesis tot en met Deuteronium), het tussen 620 en 585 v.Chr. samengestelde Deuteronomistisch Geschiedwerk (Jozua tot en met 2 Koningen) en de rest. De twee eerste delen gaan terug op eerdere bronnen, die verloren zijn gegaan maar die geleerden al sinds de achttiende eeuw proberen te identificeren. Nog altijd kun je veelkleurige “regenboogbijbels” kopen waarin elke kleur een andere redacteur identificeert.
Aan de stilistische, linguïstische, theologische, historische en archeologische argumenten is nu de artificiële intelligentie toegevoegd – feitelijk een specifieke vorm van stilistisch en linguïstisch onderzoek. De weinig verrassende conclusie is dat de oudste delen van Deuteronomium en het Deuteronomistisch Geschiedwerk nauwer met elkaar verwant zijn dan met de delen van de Wet die eerdere onderzoekers rekenen tot de zogeheten priesterlijke redactie.
We weten iets dat we al wisten dus iets beter. Dat is geen krantenartikel waard, maar wel een deel van een blogje met faits divers. En nu de methode blijkt te werken, kun je verwachten dat ze wordt losgelaten op andere delen waarvan onderzoekers zich afvragen welke delen door welke auteur zijn geschreven.
Archeatrie
Een psycholoog bestudeert de menselijke ziel en een psychiater geneest de ziel. Zou het niet logisch zijn, opperde mijn zakenpartner ooit, als er naast archeologen ook archeaters waren – mensen die een opgraving herstelden naar de oorspronkelijke staat? Dat was, een grap, vanzelfsprekend, en ik denk eraan terug omdat de grap op een satirische site opnieuw is gemaakt.
Er is echter een serieus aspect: wat is de oorspronkelijke staat? Een voorbeeld: toen het Parthenon in Athene werd teruggebracht naar de oorspronkelijke staat, werden Byzantijnse aanslibsels verwijderd, die ook een zekere waarde hebben. Deze thematiek is voer voor erfgoedspecialisten en boeiend.
Tot slot
Ik brom vaak over het feit dat archeologen zichzelf vaak presenteren met vondsten en nooit met archeologie. Afgaand op de publieke media, concludeer je dat archeologen louter trivia produceren en geen bijdrage leveren aan de (sociale) wetenschappen. Graag erken ik dat het ook weleens goed gaat: dit is een nuttige pagina.
Tot zover deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks Faits divers.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#artificiëleIntelligentie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Deuteronomium #erfgoed #FaitsDivers #inscriptie #KalifaatVanDamascus #RijkVanToledo #Roderik #stylometrie #TariqIbnZiyad #Wittiza