home.social

#el-andalus — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #el-andalus, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Toerist in Valencia (2)

    Standbeeld van El Cid, Valencia

    Het was toeval dat wij in Valencia waren op de feestdag van de Romeinse heilige Vincentius. Bij leven was hij in Zaragoza diaken, wat betekent dat hij verantwoordelijk was voor de uitdeling van aalmoezen en het beheer van kerkelijke goederen. In 304, tijdens de vervolging door keizer Diocletianus, werd hij gearresteerd en terechtgesteld in Valencia. Dat is eigenlijk alles wat met zekerheid bekend is, maar dat heeft vanzelfsprekend niet verhinderd dat er allerlei verhalen kwamen.

    Vincentius

    Een eeuw na zijn marteldood vertelde de Spaanse christelijke auteur Prudentius in zijn Kransrede welke martelingen Vincentius onderging. De arme diaken zou op de pijnbank zijn gelegd en met gloeiende haken zou zijn vlees van zijn botten gerukt. Hij was levend verbrand op een rooster, maar niet helemaal, want daarna was hij in een gevangeniscel gelegd op een bed van gebroken scherven. Daar gaf hij de geest. Zoals te doen gebruikelijk was de beul zó onder de indruk van de sereniteit waarmee de aspirant-heilige zijn martelingen verdroeg, dat hij zich bekeerde. De Kransrede is dus een voorspelbare, brave, kortom stomvervelende tekst.

    Dat Prudentius drie verschillende doodsoorzaken noemt, suggereert evenveel tradities en betekent dat de christenen in zijn tijd ook al niet zeker wisten hoe een einde was gekomen aan het aardse bestaan van Vincentius. Die pijnbank had bovendien de vorm van het Andreaskruis waarmee hij wordt afgebeeld, terwijl het verhaal van de geroosterde geloofsheld eigenlijk ging over Sint-Laurentius van Rome, eveneens diaken. Wat we wel zeker weten is dat Vincentius rond 400 een bekende heilige was en dat Valencia in de Late Oudheid al een kerkje aan hem had gewijd. Ik noemde het gisteren.

    Het beeld van Vincentius was gisteren nog niet met rozen versierd.

    In de kathedraal bewaart men (afgezien van de zogenaamde Graal, een van Judas’ zilverlingen, een doorn van de doornenkroon en een pluk van de sluier die Maria verloor bij haar tenhemelopneming) ook een natuurlijk gemummificeerde arm, die vanzelfsprekend niet anders dan die van de heilige kon zijn. Vandaag werd het beeld van de heilige in processie door de stad rondgedragen. Ik heb gelezen dat er laurierblaadjes worden gestrooid, maar ik heb alleen groene blaadjes (geen laurier) zien liggen op het plein voor de kathedraal. De draagbaar van het beeld was versierd met een scheepslading rode rozen, erg mooi.

    Het wetenschapsmuseum

    In het oosten van de stad is de kazerne waarvandaan generaal Jaime Milans del Bosch de stad bezette tijdens de mislukte staatsgreep van februari 1981. Het is moeilijk voor te stellen dat destijds tientallen tanks door Valencia hebben gereden. Dat was het oude Spanje. Even verderop ligt het nieuwe Spanje: de Ciudad de las Artes y las Ciencias, waar we een deel van de dag hebben doorgebracht.

    Palau de Les Arts Reina Sofía

    Het futuristisch ogende complex is ontworpen door de architect Santiago Calatrava, die ook de bruggen in de Haarlemmermeerpolder en het station van Luik ontwierp. Van noordwest naar zuidoost gaat het om een operagebouw dat nog het meest lijkt op een ruimteschip uit Star Trek, een brug, een Imax-bioscoop, een wetenschapsmuseum met daarnaast een botanische tuin, nog een brug, een multifunctionele hal en een verzameling aquaria. Wij bezochten het wetenschapsmuseum, maar om eerlijk te zijn vond ik het gebodene nogal voorspelbaar, en zo nu en dan zelfs verouderd. De nadruk op individuele geleerden (Leonardo da Vinci, Nobelprijswinnaars) vind ik zelfs onwetenschappelijk. Het Deutsches Museum in München is beter. Er is duidelijk geld aan het museum in Valencia gestoken, en gemakzuchtig is het heus niet, maar het kon inhoudelijk beter.

    Sint-Nikolaas

    Ik had vroeger de gewoonte om, als ik voor het eerst in een stad was, naar de stadsrand te wandelen. Zo krijg je, denk ik, een redelijk idee van het geheel. Dat deden we ook dit keer, en de stadsrand van Valencia is natuurlijk het strand. Het was een fijne wandeling.

    De tenhemelopneming van Sint-Nikolaas (mooie legende hier)

    We rondden de dag (en deze aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton) af met een bezoek aan de kerk van Sint-Nikolaas van Bari en  Sint-Petrus van Verona. Ze is bekend om de laat-zeventiende-eeuwse plafondschildering, die wel wordt vergeleken met de Sixtijnse Kapel in Rome. Dat is in zoverre correct dat in beide gebedsplaatsen veel toeristen zijn, maar verder zijn de kunstwerken onvergelijkbaar. Ik noteer nog dat de kerk teruggaat op een tempel uit de tweede eeuw na Chr., die hier stond aan een van de hoofdstraten van Valencia, en dat daar later een kerk kwam, die weer werd vervangen door een moskee, die in de dertiende eeuw weer in gebruik werd genomen als kerk. Een soort samenvatting van de Spaanse Oudheid en Middeleeuwen dus, eigenlijk.

    Ik lees net dat jullie in Nederland moeten uitkijken voor ijzel. Dat maakt onze zonnige vakantie natuurlijk alleen maar beter.😉

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Deel dit: #christenvervolging #Diocletianus #ElAndalus #JaimeMilansDelBosch #Laurentius #Prudentius #SantiagoCalatrava #SintNikolaas #SintVincentius #Valencia #vanitasVanitatum
  2. Nogmaals El-Andalus

    Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

    Die vervelende hype weer

    Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

    Het stoort me als historici zaken die al bekend zijn, brengen als innovatie. Dat versterkt het voze vooroordeel dat ze geen nieuwe ideeën hebben en subsidiënten zand in de ogen strooien. En het triestgrappige is: het is helemaal niet nodig. Het boek van Catlos, dat begint met de overbodige constatering dat El-Andalus noch een Fremdkörper in de Spaanse geschiedenis noch een verloren paradijs van tolerantie is geweest, kan uitstekend zonder hype. De auteur biedt, net als Hitchock, een overzicht van de middeleeuwse geschiedenis van Iberië. Hij presenteert weliswaar geen nieuwe vergezichten maar neemt het laatste onderzoek mee, illustreert zijn betoog met fatsoenlijk kaartmateriaal en helpt de lezer met een beredeneerd overzicht van vervolgliteratuur. Dat is wat we van een geschiedenisboek verwachten. Dat is verdienstelijk genoeg.

    Al-Mansur en de taifas

    Het boek is niet alleen zeven jaar jonger dan dat van Hichcock, het is ook eens zo dik, dus het was onvermijdelijk dat ik er veel van heb opgestoken. Catlos neemt de tijd om de diversiteit van de islam te verklaren vanuit de voorgeschiedenis, en deze pluriformiteit keert regelmatig terug. Daardoor is vooral zijn beschrijving van de elfde en twaalfde eeuw, toen de Marokkaanse Almoraviden en Almohaden zich legitimeerden met oorlogen in Iberië, heel verhelderend.

    Wat ik prettig vond, is dat Catlos de geschiedenis van de diverse deelstaten die volgden op het Kalifaat van Córdoba (de taifas) in enig detail vertelt. In de boeken die ik eerder las, bleef het verleden van de door machtige families bestuurde steden Sevilla, Toledo, Zaragoza, Badajoz en Granada wat onderbelicht. Dat het betoog door het grote aantal die Muhammads, Hishams en Abdelrahmans wat onoverzichtelijk is, neem ik bij deze rijkdom aan detail op de koop toe.

    Daarvóór heeft Catlos in even groot detail verteld over de periode van Al-Mansur, de generalissimo die rond 1000 na Chr. de laatste kaliefen van Córdoba onder curatele stelde en vervolgens de ene campagne naar de andere voerde. Hij schakelde alle andere machtscentra in El-Andalus uit, waardoor er na zijn dood eigenlijk niemand was met voldoende gezag. Dat bood in de loop van de elfde eeuw de noordelijke koninkrijkjes, bestuurd door christelijke koningen, een kans om hun gezag uit te breiden in de richting van Toledo. El Cid krijgt een mooie behandeling: een condottiere, geen proto-kruisvaarder. In deze hoofdstukken is overigens een veelvoud aan Fernando’s en Alfonso’s aanwezig.

    Kennisopbouw

    Ik noem het, omdat Catlos, zoals zo veel Engelstalige auteurs, alleen aan individuen agency toeschrijft. Geschiedenis wordt gemaakt door mensen. Maar zo eenvoudig is het niet. Klimaatverandering komt terloops langs, economische veranderingen eveneens, maar de nadruk ligt bij Catlos op “grote mannen”. Dat is een keuze. Een keuze waarover zeker te discussiëren valt, maar die in elk geval leidt tot een toegankelijk narratief.

    Aanrader? Ja, zeker. Maar misschien niet als eerste boek. Lees eerst een algemeen overzicht, zoals dat van Hitchcock. Ik denk dat Catlos dat met me eens zou zijn. Zijn boek eindigt namelijk niet met een eindeloze lijst van titels achter betaalmuren (zoals we in de oudheidkundige disciplines gewend zijn), maar met een overzicht dat de lezer werkelijk op weg helpt naar vervolgliteratuur. Het nawerk is er in een historische synthese immers niet om je tegenover professionele historici te verantwoorden, maar om de lezer te laten klimmen naar het door hem gewenste kennisniveau. Catlos begrijpt dus hoe kennisopbouw werkt en weet dat op dat laddertje de Wikipedia de eerste tree vormt, een boek als dat van Hitchcock de tweede tree en een boek als Kingdoms of Faith de derde tree, vóór je verder omhoog klimt naar de grenzen van het historisch onderzoek. Kortom, een fijn boek.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Beatrijs van Nazareth

    augustus 29, 2025
    De Oude Man van de Berg

    juli 25, 2023
    Ivoor uit Megiddo

    oktober 24, 2016 Deel dit:

    #alMansurGrootvizier #almohaden #almoraviden #brianACatlos #eersteTaifas #elAndalus #emiraatVanCordoba #granada #kalifaatVanCordoba #portugal #spanje #toledo #tweedeTaifas

  3. De Almohaden

    Almohadische ruiters

    In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

    Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

    Almohadische kunst: een fluitiste (Archeologisch museum, Córdoba)

    Het Almoravidische gezag op het Iberische Schiereiland, dat toch al enigszins onder druk stond, leed onder het wegvallen van de Afrikaanse gebieden. Lokale heersers zochten de onafhankelijkheid weer op en men spreekt wel van de Tweede Taifas. Het hielp niet dat de deelnemers aan de Tweede Kruistocht ter voorbereiding op het echte werk Lissabon innamen en schonken aan het jonge koninkrijk Portugal. Bovendien was in Castilië Alfonso VII aan de macht gekomen, die grootse plannen had en de ene strooptocht na de ander ondernam. Toen de Duitse koning Koenraad III er niet in slaagde de keizerskroon te bemachtigen, nam Alfonso VII de snoeverige titel aan van “keizer der beide religies”.

    De Almohaden in El-Andalus

    Inmiddels hadden de Almohaden belangstelling gekregen voor El-Andalus, en ze namen zowel de Almoravidische gebieden als de zelfstandig geworden emiraten over; de verovering was voltooid in 1172. De christelijke staten in het noorden werden in diverse veldslagen gedwongen tribuut te betalen, dat onder meer werd benut om de nieuwe hoofdstad Sevilla te verfraaien. Kalief Abu Yusuf Yaqub al-Mansur (r.1184-1199) is de geschiedenis in gegaan door de enorme buit die hij verwierf toen hij in 1195 de gecombineerde legers van Portugal, Castilië, Navarra en Aragón en Navarra versloeg bij Alarcos (1195). Dit was kort nadat Saladin in het Heilig Land Jeruzalem had heroverd – dit waren deprimerende jaren voor christelijke middeleeuwers die de geschiedenis lazen als conflict tussen islam en christendom.

    Modern standbeeld van Ibn Rushd, tijdgenoot van Abu Yusuf Yaqub al-Mansur (Córdoba)

    Het Kalifaat van Sevilla leek op het toppunt van zijn macht toen Muhammad an-Nasir in 1199 kalief werd en strooptochten ondernam tot aan de Golf van Biskaye. In 1212 leed hij echter bij Las Navas de Tolosa een ernstige nederlaag tegen de verbonden legers van Castilië, Navarra en Aragón, en het was alleen doordat de overwinnaars ruzie kregen dat er niet in dat jaar een einde kwam aan de Arabische aanwezigheid op het Iberische Schiereiland. Het hielp dat de Arabieren zich konden verenigen rond de persoon van Ibn Hud, maar die bleek geen partij toen in 1231 de christenen zich herenigden en onder leiding van Ferdinand III van Castilië weer in het offensief gingen. In de tussentijd hadden soldaten van de Vijfde Kruistocht, op weg naar het Heilig Land, de grens van het koninkrijk Portugal alweer wat verder naar het zuiden verlegd. Ik noem het omdat er Nederlanders bij betrokken waren, zoals graaf Willem I van Holland.

    Granada

    Lauren van Zoonen heeft op deze blog al eens verteld hoe Ibn Hud in 1233 een vredesverdrag sloot met de Castilianen, hoe dat leidde tot protesten en hoe dat een kans bood aan zijn tegenstander Mohammed ibn Nasr, die zich uitriep tot sultan en een staatje voor zichzelf begon: Granada. Hij erkende de leenhoogheid van Ferdinand III en werd, na betaling van tribuut, met rust gelaten.

    Het Alhambra (Granada)

    Al snel was Granada het enige Arabische staatje op het Iberische Schiereiland, want in 1236 viel Córdoba en in 1248 Sevilla. Granada was de eerste staat die een bewuste islamiseringspolitiek voerde: mozaraben waren er niet en het Arabisch was de enige taal die er gesproken werd. Moslims die zich hier wilden vestigen, waren welkom. Zoals Lauren al vertelde, eindigde de onafhankelijkheid van Granada in 1492. De Arabieren bleven nog even in Andalusië wonen, vaak als christenen gedoopt, maar na enkele jaren kwam een migratiegolf op gang: tot 1520 verhuisden ongeveer 40.000 Arabieren naar Tunis.

    [Slot volgt]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het Alhambra: een hemels paradijs (slot)

    november 19, 2023
    De Friese vrijheid

    februari 4, 2023
    Het Alhambra: een hemels paradijs (1)

    november 17, 2023 Deel dit:

    #AbuYusufYaqubAlMansur #Alarcos #AlfonsoVIIVanCastilië #Alhambra #Almohaden #Almoraviden #Aragón #Castilië #ElAndalus #FerdinandIIIDeHeiligeVanCastilië #Granada #IbnHud #IbnTumart #KoenraadIII #LasNavasDeTolosa #Lissabon #mahdi #Marrakesh #MohammedIIbnNasrVanGranada #MuhammadAnNasir #Nasriden #Navarra #Portugal #Reconquista #Saladin #Sevilla #Spanje #TweedeKruistocht #TweedeTaifas #VijfdeKruistocht #WillemIVanHolland

  4. De Almoraviden

    Watermolen uit Córdoba

    Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

    Culturele bloei

    Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

    Bij wijze van voorbeeld noem ik Abu Amr al-Dani (981-1053). Geboren in Córdoba, opgeleid in Kairouan en Caïro, pelgrim naar Mekka en daar geschoold als Koran-geleerde. Toen hij in 1009 terugkeerde, was El-Andalus verdeeld aan het raken, en hij verbleef in allerlei noordelijke taifas. Dat weerhield hem er niet van wetenschappelijke publicaties te doen over de teksttraditie van de Koran. Uitleg van de reciteerwijzen ligt buiten het bestek van deze blogreeks, maar we hebben hier te maken met eersteklas wetenschappelijk onderzoek, vol erkende onzekerheden en goed onderbouwde redenaties. De man moet altijd de beschikking hebben gehad over een fabelachtige bibliotheek, taifa-oorlogen of niet.

    Toledo

    Die taifa’s, deelrijkjes, maakten nooit één front tegen de noordelijke, christelijke staatjes: het graafschap Barcelona en de koninkrijkjes Aragón, Navarra, Castilië en Léon. Portugal was aanvankelijk niet meer dan een strook land tussen Léon en de taifa Badajoz. Die christelijke staatjes waren al even verdeeld als de taifa’s. In het Iberische Schiereiland werd in de eerste drie eeuwen na de Arabische verovering bepaald geen clash of civilizations uitgevochten. In 1085 veranderde de situatie echter drastisch. Koning Alfonso VI van Léon en Castilië (r.1072-1109) was bezig de taifa Toledo te brandschatten, toen een factie in die stad de poorten voor hem opende.

    Het veroveren van de Castilische Hoogvlakte was nooit Alfonso’s opzet geweest, maar nu hij de kans kreeg, greep hij haar aan om zijn grens te verleggen tot aan de Taag en het nieuwe land te geven aan eenieder die er een boerderij wilde beginnen. De kolonisten kregen hun landerijen tegen zeer gunstige voorwaarden, die waren vastgelegd in fueros (privilege-contracten), waarin geen sprake meer was van horigheid. Militair stelde de inname van Toledo weinig voor – het was een kleine nederzetting met een te wijde muur – maar de inname van de aloude Visigotische hoofdstad vormde een propagandistische coup van jewelste. Dit schreeuwde om een reactie.

    De Almoraviden

    Het verbaasde dus niemand dat na de val van Toledo de resterende taifas op zoek gingen naar hulp. In de Maghreb was juist een machtig koninkrijk ontstaan, dat het al genoemde Emiraat van de Idrisiden in Marokko had afgelost en zich inmiddels had uitgebreid vanaf de Atlantische kust tot Algiers en Timbuktu. De hoofdstad was Marrakesh. De leiders worden aangeduid als Almoraviden, Al-Murabitun. Dat betekent zoiets als “ribat-bewoners”, waarbij een ribat de verblijfplaats is van een soort religieuze ridderorde, die in dit geval een gnostische interpretatie gaf van de islam. Toen de hulpvraag kwam uit El-Andalus, stond emir Yusuf ibn-Tashfin aan het hoofd van de Almoraviden.

    In 1086 stak hij ter bescherming van zijn Arabische geloofsgenoten over naar Andalusië, waar hij Alfonso VI versloeg. In de volgende jaren leerde hij echter dat de onderlinge weerzin van de emirs in de taifas zó groot was dat ze zich nooit eensgezind zouden verdedigen tegen het agressieve Castilië. Tegen wil en dank bleef Yusuf ibn-Tashfin in Spanje, waar hij de taifas één voor één aan zich onderdanig maakte. (De oorlog rond Valencia zou worden vereeuwigd in het gedicht over El Cid.)

    Toen hij in 1106 overleed, had hij alleen de taifa Zaragoza nog niet in handen, maar dat gebeurde vier jaar later. Voor het eerst sinds een eeuw waren de gebieden die ooit hadden behoord tot het Kalifaat van Córdoba, weer verenigd in één rijk. Niet voor lang echter: in 1118 overmeesterde Aragón Zaragoza. In de komende jaren verloren de Almoraviden overal terrein.

    De Kruistochtgedachte

    Voor El-Andalus betekende de Almoravidische heerschappij de invoering van een strenger religieus recht dan men was gewend. Maar er was meer aan de hand. In deze jaren ontstond bij de bewoners van Iberië voor het eerst het bewustzijn dat ze niet een stuk of veertig staatjes op een gedeeld schiereiland waren, maar dat ze moslims en christenen waren. Yusuf ibn-Tashfin kwam op voor geloofsgenoten; vanaf nu lezen we steeds vaker dat de christelijke koningen gezamenlijk opereren.

    Wat meespeelde was dat aan de andere kant van de Middellandse Zee de Eerste Kruistocht met succes Jeruzalem had ingenomen. De verhouding tussen de twee wereldreligies werd in deze jaren op scherp gezet en hoewel er er ook daarna nog lange perioden van co-existentie zijn geweest, ontstaat in de twee decennia na 1085 een Iberische kruisvaardersideologie: de Reconquista. Wie onlangs in de krant las dat rechtse Spaanse politici islamitische feestdagen willen verbieden, herkent de erfenis.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Dordrecht

    juni 6, 2020
    De Eerste Kruistocht

    februari 10, 2013
    De val van Tyrus

    oktober 14, 2024 Deel dit:

    #AbuAmrAlDani #AlfonsoVIVanLéonEnCastilië #Almoraviden #Aragón #Barcelona #Castilië #clashOfCivilizations #EersteKruistocht #EersteTaifas #ElCid #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Idrisiden #KalifaatVanCórdoba #Léon #Marrakesh #Navarra #Portugal #Reconquista #ribat #RijkVanToledo #Spanje #Toledo #YusufIbnTashfin #Zaragoza

  5. Asturië

    Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

    In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

    Reconquista

    Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

    Helemáál onwaar is het niet. Het herstel van het Visigotische Rijk van Toledo speelde een rol in de koningsideologie van de christelijke staatjes in het noorden van het Iberische Schiereiland. Er waren momenten waarop de bewapende conflicten het karakter hadden van een clash of civilizations tussen christendom en islam. Dat Sint-Jakobus de Meerdere de bijnaam Matamoros kreeg, “Morendoder”, is natuurlijk niet niks. Maar het grootste deel van de periode tussen 711 en 1492 was er sprake van co-existentie, onderbroken door strooptochten waarbij het meer ging om buit dan godsdienst.

    Ik denk dat de meeste mediëvisten de term “Reconquista” alleen nog gebruiken in het bewustzijn dat het eigenlijk een draak van een concept is – maar ja, ze is nu eenmaal ingeburgerd en helpt je je publiek te bereiken. Het is niet anders dan de bioloog die de mosasaurus maar een dinosaurus noemt, hoewel hij weet dat het feitelijk een schubreptiel is.

    Asturië

    Asturië is, heel simpel, de noordelijke kustregio van Spanje: een bergachtig gebied, dat de veroveraars bestuurden zoals de rest van het Iberische Schiereiland, dus door middel van een verdrag met een plaatselijk heerser zoals de Theodomir die we al tegenkwamen. Toen de diverse legeronderdelen hun jund kregen, kregen de Baranis-Berbers gebieden benoorden de Taag, maar er waren weinig troepen in het hoogste noorden, waar een garnizoen in de havenstad Gijón volstond. De lokale heerser met wie de veroveraars zaken deden was vrijwel zeker een comes genaamd Pelagius.

    In 722, meteen na de belastingverhoging van het voorafgaande jaar, kwam hij in opstand. De Berbers trokken hem vanuit Gijón tegemoet maar werden verslagen in de buurt van het klooster van Covadonga (Cova Domnica, “Onze Lieve Vrouwe-grot”). Latere, Asturische bronnen beweren dat Pelagius’ tegenstander Uthman ibn Naissa om het leven kwam, maar uit contemporaine Arabische bronnen is bekend dat hij actief is geweest in de oostelijke Pyreneeën.

    Het gevecht bij Covadonga en de overwinning stelden op zich niet veel voor, maar waren voldoende voor Pelagius om vanuit zijn nabijgelegen villa bij Cangas als vorst te gaan regeren. Zijn schoonzoon Alfonso I kwam in 739 aan de macht en is de feitelijke grondlegger van het koninkrijkje Asturië. Hij profiteerde ervan dat aan het begin van zijn regering de Baranis-Berbers, zoals ik in een eerder blogje heb aangegeven, in opstand kwamen tegen generaal Abd al-Malik ibn Qatan al-Fihri. Ze ontruimden Gijón en trokken zuidwaarts. Dat schaadde de Asturische onafhankelijkheid bepaald niet. Verder was deze Alfonso de zoon van een voorname edelman die zou stammen uit het Visigotische koninklijk huis. De waarheid van die claim is minder belangrijk dan het feit dat de Asturische dynastie zich voortaan legitimeerde als opvolger van het Rijk van Toledo.

    Tussen emiraat en keizerrijk

    Had Alfonso geprofiteerd van de interne conflicten in El-Andalus, zijn zoon en opvolger Fruela I (r.757-768) ondervond de nadelen van het herenigd Emiraat: vanaf 759 namen de Arabieren, verenigd onder Abd al-Rahman I, weer de moeite tribuut te vorderen. Asturië was nu een kleine vazalstaat naast een machtige zuiderbuur en daaraan konden Fruela’s opvolgers weinig veranderen. De Asturiërs bleven afzijdig toen Karel de Grote in 778 over de Pyreneeën kwam.

    Alfonso II in een handschrift uit Santiago de Compostela

    Ik noem nog de lange regering van koning Alfonso II de Kuise (r.791-842), die te maken kreeg met zó veel Arabische strooptochten dat hij hulp zocht bij de paus en bij de door zijn voorgangers gefnuikte Karel de Grote. Die erkende hem en kreeg in ruil Asturische hulp bij het instellen van de Spaanse Mark.

    Asturië kwam zo onder invloed van het christendom zoals het bestond ten noorden van de Pyreneeën en in Italië. Weliswaar wilde het Spaanse koninkrijkje lijken op het Rijk van Toledo, maar een eigen staatskerk met eigen synodes was er niet langer. De banden met het Karolingische Rijk werden versterkt toen Alfonso in 814 het heiligdom van Santiago de Compostela stichtte, waardoor een gestage stroom pelgrims naar Asturië kwam. Dat Asturië nu naar het noorden keek, wil overigens niet zeggen dat men nooit keek naar het zuiden: bij bouwprojecten in Santiago en de nieuwe hoofdstad Oviedo waren kunstenaars werkzaam uit het Emiraat.

    Asturië verdeeld

    Onder Alfonso III de Grote (r.866-910) werd het koninkrijk naar het oosten uitgebreid (ten koste van het markgraafschap Pamplona). Profiterend van de revolte van de in het vorige blogje genoemde Umar ibn Hafsun, wist Alfonso ook naar het zuiden op te rukken, in de richting van de Duero. Léon werd de nieuwe hoofdstad.

    Bij zijn dood verdeelde hij zijn koninkrijk over zijn zonen, waardoor nieuwe koninkrijken ontstonden. Het is hier niet nodig in detail de geschiedenis daarvan te herhalen, maar het komt erop neer dat in het noordwesten het koninkrijk Léon lag, in het centrum Castilië, daarnaast Navarra (rond Pamplona), gevolgd door het vooralsnog kleine Aragón en helemaal in het oosten het graafschap Barcelona. Deze staatjes streden even vaak tegen elkaar als tegen hun zuiderburen. Van een Reconquista was eeuwenlang geen sprake. Pas na 1085 begon dat te veranderen, maar het was pas toen in 1492 Granada viel, dat het kon lijken alsof de herovering van het Iberische Schiereiland altijd als een rode draad door de Spaanse geschiedenis had gelopen.

    [wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Het Emiraat van Córdoba (2)

    augustus 1, 2025
    Abbasiden en Turken

    september 19, 2015
    B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

    juni 9, 2024 Deel dit:

    #AbdAlMalikIbnQatanAlFihri #AlfonsoIVanAsturië #AlfonsoIIDeKuiseVanAsturië #Aragón #Asturië #Baranis #Barcelona #Castilië #Catalonië #clashOfCivilizations #comes #Covadonga #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #FruelaIVanAsturië #Gijón #JakobusDeMeerdere #Léon #mosasaurus #Navarra #Oviedo #Pamplona #PelagiusVanAsturië #Reconquista #RijkVanToledo #SantiagoDeCompostela #SantiagoMatamoros #SpaanseMark #Spanje #Theodomir #UthmanIbnNaissa

  6. De martelaren van Córdoba

    Campo Santo de los Mártires, Córdoba

    [Laatste van vier blogjes over het Emiraat/Kalifaat van Córdoba. Het eerste was hier.]

    Ik heb al eerder aangegeven dat het beeld van het Arabische Andalusië als model van religieuze tolerantie, onvolledig is. Dhimmi’s werden getolereerd maar waren geen volwaardige ingezetenen die in aanmerking kwamen voor hoge ambten. De mozaraben, zoals de Iberische christenen heten, moesten de jizya opbrengen en hadden te maken met discriminerende bepalingen, zoals een verbod op het bouwen van kerktorens.

    Er waren wel wat geitenpaadjes. Officieel mocht een christelijke man niet trouwen met een moslima, maar hier viel met een betaling een mouw aan te passen. Het leven kon erger. Desondanks is significant dat we zelden horen van mensen die zich kwamen vestigen in El-Andalus, en wel over mensen die vertrokken. En er zijn twee gebeurtenissen die bewijzen dat de mozaraben zich in de negende eeuw bedreigd voelden.

    De martelaren van Córdoba

    Het eerste voorval kennen we uit de tekst die bekendstaat als Memoriale Sanctorum (“gedenkschrift van de heiligen”), geschreven door Eulogius, een priester uit Córdoba. Daarnaast is er het heiligenleven van deze Eulogius, die de biechtvader was van de meeste martelaren.

    Het schijnt dat de verdwijning van de christelijke cultuur voor Eulogius en zijn biechtelingen aanleiding was tot diepe bezorgdheid, en het staat min of meer vast dat deze groep actief het martelaarschap opzocht. De eerste was een zekere Izaak, die in de zomer van 851 aangaf zich te willen bekeren tot de islam en aan de qadi, religieuze rechter, vroeg hem uit te leggen wat de islam inhield. Halverwege onderbrak hij zijn docent met de mededeling dat Mohammed een antichrist was. De qadi dacht wat elk weldenkend mens zou denken, namelijk dat zijn gast dronken was. Izaak werd dus ter ontnuchtering in een cel vastgezet, maar herhaalde de volgende dag zijn bewering. Uiteindelijk werd hij op last van emir Abd al-Rahman II onthoofd. In de loop van de zomer volgden nog twaalf anderen, waaronder biechtelingen en collega’s van Eulogius.

    Mozarabische grafsteen (Archeologisch museum, Córdoba)

    In het voorjaar van 852 vond een kerkelijke synode plaats, waarin de mozarabische bisschoppen het zelfgezochte martelaarschap veroordeelden als zelfmoord en doodzonde. De geestelijken lieten Eulogius gevangen zetten, maar dat nam het probleem niet weg. In de zomer werden nog eens dertien mensen terechtgesteld, en uit de volgende vier zomers zijn nog zeventien executies bekend. De laatste martelaar was Eulogius, die in 859 werd onthoofd. Ook in Huesca zijn nog mensen geëxecuteerd.

    Het Campo Santo de los Mártires was de laatste rustplaats van de martelaren van Córdoba. Een christenvervolging was dit niet: eerder lijkt het te gaan om een groep mensen die collectief verblind was geraakt. Het voorval bewijst echter wel dat er mozarabische christenen waren die de beperkende maatregelen die hun waren opgelegd, beschouwden als een bedreiging van wie ze ten diepste waren. En er waren meer mensen die er zo over dachten.

    Umar ibn Hafsun

    Dat blijkt uit de steun voor Umar ibn Hafsun, een bandietenleider die zijn basis had in het oude Romeinse bergfort Bobastro. Door te appelleren aan de ressentimenten van de mozaraben wist hij ze voor zich te winnen en verschillende kastelen en versterkte boerderijen te veroveren. Vanaf 885 beheerste hij de belangrijke weg van Córdoba naar Málaga en later, in 899, bekeerde hij zich tot het christendom. In Bobastro zijn nog de ruïnes van een door hem in de rotsen uitgehouwen kerk te zien. Als Umars geloofsovergang diende om steun te krijgen van koning Alfonso III van Asturië, mislukte het plan, maar het leverde hem wel de steun op van nog meer mozaraben.

    De rotskerk van Bobastro

    Er is veel gemaakt van deze gebeurtenis omdat ze zou betekenen dat de mozaraben zich altijd tegen hun islamitische overheersers zouden hebben verzet. In deze visie werd benadrukt dat Spanje al sinds de Romeinse tijd een rooms-katholiek land was dat de Visigotische immigranten had geassimileerd, en vervolgens nooit werkelijk zou zijn geïslamiseerd. Spanje was, zo bezien, eigenlijk al vanaf 711 een land vol kruisvaarders die zich verzetten tegen de islam.

    Hierbij wordt echter, zo lijkt het, teveel betekenis gegeven aan wat voor de meeste betrokkenen een belastingoproer was. Ook het feit dat Umar, als het hem uitkwam, zij aan zij met emir Abd al-Rahman III streed tegen de noordelijke christenen, wordt wat makkelijk weggemoffeld. Umar ibn Hafsun was een opportunistische bandietenkoning, niet méér, en de gebeurtenissen vormen zeker niet de algehele “mozarabische opstand” die ervan is gemaakt. Wat de gebeurtenissen echter wél veronderstellen is de door de christenen ervaren repressie.

    Kortom

    Meer incidenten zijn er niet – of beter: ik ken ze niet. De mozaraben waren, net als de joden, een gedoogde groep, die zichzelf onderdrukt voelde. Dat was niet ten onrechte, maar wie bereid was extra belasting te betalen en zich wat in te schikken, had in Córdoba een voor die tijd redelijk grote religieuze vrijheid. Maar het schuurde. Niet elke ingezetene van het Emiraat van Córdoba meende dat hij leefde in een religieus tolerante samenleving.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Al-Masudi in Baalbek

    oktober 9, 2024
    Pingjum

    juni 14, 2018
    Vikingen in Assen

    juli 7, 2012 Deel dit:

    #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #AlfonsoIIIVanAsturië #Andalusië #Bobastro #Córdoba #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Eulogius #jizya #KalifaatVanCórdoba #martelaarschap #martelarenVanCórdoba #mozaraben #Spanje #UmarIbnHafsun

  7. Het Kalifaat van Córdoba

    De door Al-Hakam II gebouwde mihrab in de moskee van Córdoba

    [Derde van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba, dat zo meteen verandert in een kalifaat. Het eerste blogje was hier.]

    Ik heb al eens geschreven over de geschiedenis van Ifriqiya, het gebied tussen zeg maar Tripoli in Libië en Algiers in Algerije, met als hoofdstad het Tunesische Kairouan. Het gold, zoals in het vorige blogje aangegeven, als bufferstaat tussen het Emiraat van Córdoba en het Kalifaat van Bagdad, en werd bestuurd door de Aghlabiden. Dat veranderde in 910, toen de macht in Ifriqiya in handen kwam van een nieuwe dynastie, de Fatimiden, die in de loop der tijd haar gezag zou doen gelden in heel noordelijk Afrika en Palestina, en bovendien het kalifaat opeiste.

    Het Kalifaat van Córdoba

    Dit laatste kon de emir van Córdoba niet over zijn kant laten gaan. Als er dan toch meer dan één kalief moest zijn, dan was hij niet de mindere van de Abbasidische heerser in Bagdad en de Fatimidische kalief in Caïro. Vanaf 929 presenteerde Abd al-Rahman III (r.912-961) zich dus ook als “heerser der gelovigen”. Hij had enig recht van spreken, want zijn staat was machtiger dan ooit. In het noorden was Asturië uiteengevallen, de diverse opvolgersstaatjes en de ooit door Karel de Grote ingestelde markgraafschappen betaalden tribuut aan Córdoba en erkenden de emir/kalief als leenheer. Abd al-Rahmans zoon Al-Hakam II (r.961-976) vergrootte zijn macht nog in de richting van Marokko.

    Kapiteel uit Madinat al-Zahra (Archeologisch museum, Córdoba)

    Het was, zo wil het cliché, een gouden eeuw. Terugblikkend op die bloeitijd noteerde de dertiende-eeuwse auteur Ibn Sa’id al-Maghribi in zijn Boek met veelkleurige bladzijden over de monumenten van El-Andalus dat de hoofdstad destijds 200.077 gewone huizen en 60.300 dure huizen had gehad, dat er straatverlichting en aquaducten waren geweest, en verder 8455 winkels, 490 moskeeën en 300 grote en kleine badhuizen. De bibliotheek zou met 400.000 titels een van de grootste ter wereld zijn geweest.

    Ongetwijfeld zijn deze cijfers overdreven, maar het paleis van de kalief, Madinat al-Zahra, is opgegraven en was inderdaad prachtig, en inscripties bewijzen de enorme talige rijkdom van de stad: Arabisch, Latijn, een vroege vorm van Spaans, Berbertalen en Hebreeuws.

    Bouwinscriptie van Al-Hakam II in de grote moskee van Córdoba

    Al-Mansur

    Tijdgenoten meenden dat de sleutel tot het succes van de heersers in Córdoba was gelegen in het feit dat er steeds een competente troonopvolger was geweest, en zoiets speelde natuurlijk inderdaad een rol. Deze prettige situatie veranderde echter toen in 976 de elfjarige Hisham II aantrad. De grootvizier, Ibn Abi ‘Amir, trad op als regent, maar voerde feitelijk een staatsgreep uit. Voor de jonge kalief was Madinat al-Zahra een gouden kooi.

    Niet heel anders dan de Frankische hofmeier Karel Martel twee eeuwen eerder legitimeerde de grootvizier zich met successen in de oorlog, en hij tooide zich al snel met de eretitel Al-Mansur, “de overwinnaar”. Hij leidde niet minder dan zevenenvijftig campagnes, annexeerde het graafschap Barcelona, plunderde Léon en verwoestte Santiago de Compostela. In het binnenland brak hij de laatste resten van de aloude stamverbanden. Hadden de bewoners van een militaire nederzetting, een jund, ooit behoord tot een enkele stam, Al-Mansur dwong de bevolking zich te vermengen, zodat het onderscheid tussen Arabieren, Berbers en bekeerlingen verdween.

    Andalusisch juwelenkistje (Louvre, Parijs)

    Crisis

    Al-Mansur werd in 1002 als grootvizier en generaal opgevolgd door zijn zoon Abd al-Malik, die echter enkele jaren later werd vergiftigd door zijn broer Abd al-Rahman, die meestal Sanchuelo wordt genoemd.noot Zijn moeder Abda was de dochter van koning Sancho II van Navarra. Deze wist kalief Hisham II, inmiddels een goede veertiger maar blijkbaar niet in staat te regeren, ervan te overtuigen hem aan te wijzen als opvolger. Daarmee leek de macht in handen te komen van degene die haar ook uitoefende, maar toen Sanchuelo gebruik wilde maken van zijn recht, werd hij gedood door een woedende menigte.

    Zonder erkende kalief of erkende grootvizier kon El-Andalus niet anders dan in een crisis belanden. Diverse familieleden van de laatste kalief streden om de macht, de bibliotheek brandde af, de graaf van Barcelona was de eerste die zich onafhankelijk maakte, en uiteindelijk spatte het Kalifaat van Córdoba uiteen in een verzameling van een stuk of dertig deelrijkjes. Ze staan bekend als de taifas. Ik kom daar over een tijdje op terug, maar wijd nu eerst een blogje aan de martelaren van Córdoba, want zoals ik al zei, is het beeld van een tolerante El-Andalus niet helemaal conform de waarheid. Na een intermezzo over Asturië kom ik dan terug terug bij de taifas.

    [Wordt dus vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Langs de Zijderoute (3)

    mei 15, 2015
    Abbasiden en Turken

    september 19, 2015
    Byzantium, een onbegrepen wereldrijk

    april 15, 2019 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIIIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIIVanCórdoba #AlMansurGrootvizier_ #Andalusië #Asturië #Barcelona #Berbers #Córdoba #EersteTaifas #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #FatimidischeKalifaat #HishamIIVanCórdoba #IbnSaIdAlMaghribi #Ifriqiya #Kairouan #Kalifaat #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanCórdoba #MadinatAlZahra #moskeeVanCórdoba #Sanchuelo #SantiagoDeCompostela #Spanje

  8. Het Emiraat van Córdoba (2)

    De beroemde moskee van Córdoba

    [Tweede van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. Het eerste was hier.]

    Emir Abd al-Rahman, de stichter van het Emiraat van Córdoba, overleed rond 788 en werd opgevolgd door zijn zoon Hisham I. Die erfde, behalve een staat-in-wording, ook de conflicten met het Abbasidische Kalifaat van Bagdad en met Karel de Grote. In de eerste oorlog boekte hij al snel succes door in het huidige Marokko een vazalstaat in het leven te roepen, geleid door de Idrisiden. Vanaf nu controleerden de vloten van de emir van Córdoba en zijn bondgenoot de Straat van Gibraltar.

    De wijde wereld

    De Abbasidische kalief Harun ar-Rashid (r. 786-809) liet het gebeuren. Hij versterkte echter wel zijn greep op Ifriqiya, waar Ibrahim ibn al-Aghlab het Aghlabidische emiraat stichtte. Ik blogde er al eens over. Aanvankelijk loyaal aan de kalief in Bagdad, begon dit emiraat zich steeds zelfstandiger te gedragen. De hoofdstad was Kairouan, dat eeuwenlang een grote aantrekkingskracht heeft gehad op Andalusiërs. De stad groeide snel, van 15.000 mensen in 830 tot 50.000 in 1050. Ik blogde al eens over de watervoorziening.

    In het noorden hadden de emirs van Córdoba gemengde successen. Karel de Grote legde zich niet neer bij de vernederende uitkomst van de expeditie van 778 – zie ook het vorige blogje – en stuurde daarom van tijd tot tijd nieuwe legers. Er kwamen Frankische garnizoenen in steden als Barcelona en Pamplona; de tussenliggende regio kwam bekend te staan als de Spaanse Mark.noot Een mark is een graafschap aan de grens. De soldaten van de markgraven en de legers van het Emiraat van Córdoba raakten regelmatig slaags, meestal door plundertochten over en weer. Asturië, dat in 778 had geweigerd Karel te steunen, koos tegen het einde van de achtste eeuw niet zozeer partij voor de Frankische vorst, als wel tegen de emir in Córdoba: in 798 stroopten de Asturiërs diens land af tot bij Lissabon.

    Inscriptie uit Mérida

    Consolidatie

    Aan het begin van de negende eeuw tekende zich in het noorden een modus vivendi af, die erop neerkwam dat het Emiraat van Córdoba de noordelijke staatjes niet zou annexeren zolang die niet zouden streven naar gebiedsuitbreiding. Toen de markgraaf van Pamplona in 803 de afspraak negeerde, liet emir Al-Hakam I (r.796-822) de stad verwoesten, waarbij hij gebruik kon maken van zijn eigen troepen en de Banu Qasi uit Zaragoza. Barcelona onderging hetzelfde lot in 828.

    Feitelijk was het Emiraat van Córdoba aan alle kanten omringd door bufferstaten. Tegen de Abbasiden verdedigde het zich via de Idrisiden en de Aghlabiden in de Maghreb; in het noorden was het Emiraat van de Spaanse Mark gescheiden door vazalstaatjes als Banu Qasi (rond Zaragoza) en Baskenland. Asturië vormde de buffer tegen de Noormannen. Deze noordelijke staatjes waren door diplomatieke huwelijken verbonden met het Emiraat, waarbij ik aanteken dat “diplomatiek huwelijk” ook is te lezen als verwijzing naar in de harem gegijzelde prinsessen.

    De consolidatie van de grenzen liep parallel aan de consolidatie van het binnenland. Hadden de emirs Abd al-Rahman en Hisham nog moeite moeten doen om de diverse groepen voor zich te winnen, Al-Hakam kon zijn onderdanen commando’s geven. Belangrijk was daarbij dat hij slaven bewapende, de zogeheten mammelukken. Zij stonden buiten de stamstructuren en waren alleen aan de emir verantwoording schuldig.

    Joodse grafsteen van Yehuda bar Akon (Archeologisch museum, Córdoba)

    Dhimmi’s en moslims

    Aan het Emiraat van Córdoba wordt een beleid van religieuze tolerantie toegeschreven. We zullen nog zien dat daarbij kanttekeningen zijn te plaatsen en we hebben al geconstateerd dat niet-moslims de jizya moesten opbrengen. Joden en christenen waren dhimmi’s, getolereerde monotheïsten.

    In de loop van de tijd bekeerde menigeen zich: ik noemde de Banu Qasi al, die afstamde van een zekere Cassius, een edelman uit het Rijk van Toledo die na de Arabische verovering een verdrag sloot (vergelijk de al genoemde Theodomir). De islamisering van El-Andalus verliep echter langzaam en in elke stad was nog altijd een comes, wiens takenpakket inmiddels bestond uit het bestuur van de christelijke gemeenschap: hij sprak recht aan de hand van het Liber Iudiciorum en stond in voor de afdracht van de jizya-belasting. In de Arabische bronnen heet hij qumis of sahib al-medina.

    Bij de benoeming van de bisschop maakte de emir een keuze uit een door de gelovigen samengestelde kandidatenlijst. De emir stond de bisschoppen ook toe om synodes te organiseren, zoals ze in het Rijk van Toledo hadden kunnen doen. Het enige verschil is dat ze nu samenkwamen in Córdoba. Het effect was dat de Iberische christenen, die doorgaans mozaraben (“gearabiseerden”) worden genoemd, een zelfstandige kerk vormden, steeds losser van de West-Europese christenen en steeds meer in contact met de christenen uit het Midden-Oosten.

    Voor moslims waren andere bestuurders relevanter, de zogenaamde wali ofwel provinciegouverneur en de qadi ofwel rechter. Naarmate het Emiraat evolueerde tot een staat met bufferstaten, kon plundering geen bron meer zijn van inkomsten, zodat de bodembelasting belangrijk werd – en die gold ook voor moslims. Desondanks waren de belastingen betrekkelijk laag. De emir beschikte over enorme domeinen, die hij had overgenomen van de koning van Toledo, had uitgebreid met de landerijen van de aristocraten die waren gesneuveld tijdens de Arabische verovering van Iberië, en vervolgens verder had uitgebreid met de bezittingen van verslagen tegenstanders. Al met al was er genoeg geld om Córdoba te voorzien van de mooiste moskee ter wereld, zoals het plaatje bovenaan dit stukje toont.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Friese vikingen

    oktober 29, 2019
    De madrasa volgens George Makdisi

    juli 14, 2011
    Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

    mei 28, 2023 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Aghlabiden #AlHakamIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Basken #belastingen #Córdoba #comes #dhimmi #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #HarunArRashid #HishamIVanCórdoba #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KarelDeGrote #LiberIudiciorum #mammelukkenSoldaten_ #Marokko #moskeeVanCórdoba #mozaraben #Pamplona #SpaanseMark #Spanje #stamsamenleving #Theodomir #vikingen

  9. Het Emiraat van Córdoba (1)

    Puerta de Sevilla, Carmona

    [Eerste van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. De vestiging van de Arabische macht op het Iberische Schiereiland beschreef ik hier.]

    Ik eindigde mijn vorige blogje op het moment waarop Yusuf al-Fihri zich had uitgeroepen tot koning en bezig was zijn macht op het Iberische Schiereiland te consolideren. Hij had geprofiteerd van het conflict waarmee de Abbasiden een einde hadden gemaakt aan het Kalifaat van Damascus. De leden van de zittende dynastie, de Umayyaden, waren allemaal vermoord. De cliffhanger van het blogje van gisteren was dat desondanks in september 755 een overlevende in Andalusië arriveerde: Abd al-Rahman.

    Abd al-Rahman

    Alle berichten over Abd al-Rahmans ontsnapping uit Damascus en zijn zwerftocht gaan terug op hemzelf, en we kunnen niet zonder meer aannemen dat de man werkelijk de prins was die hij voorgaf te zijn. Ik heb die materie al eens behandeld, dus ik laat het nu rusten. Het wezenlijke punt is dat de Andalusiërs hem erkenden als lid van het Umayyadische huis en dus als legitieme heerser. Met hun steun wist Abd al-Rahman af te rekenen met Yusuf en zijn macht stapsgewijs naar het noorden uit te breiden.

    De nieuwkomer was voor veel partijen aanvaardbaar. Voor de Berbers gold hij als verwant omdat zijn moeder één van hen was; voor de Qays-Arabieren was hij een partijgenoot; voor de Yaman-Arabieren was hij een Syriër. Hij trouwde met een jodin, wat hem opnieuw steun opleverde. En iedereen zal blij zijn geweest dat hij een einde wist te maken aan de conflicten die het Iberische Schiereiland al sinds 742 teisterden.

    In het noorden streed Abd al-Rahman met succes tegen Asturië, een christelijk koninkrijkje waarover ik nog eens zal bloggen. Vanaf 759 betaalde het tribuut, nadat (vermoedelijk) een verdrag was gesloten zoals dat met de Theodomir over wie ik het al eerder heb gehad. Eén van de bepalingen van een dergelijk verdrag was dat de vazalstaat geen steun mocht verlenen aan de vijanden van zijn Arabische verdragspartner en inderdaad heeft Asturië geen steun verleend aan de Frankische legers die in 778 actief waren bezuiden de Pyreneeën. Daarover zo meteen meer.

    Abd al-Rahman en de Abbasiden

    Abd al-Rahman erkende de Abbasiden half wel en half niet. Hij was natuurlijk onafhankelijk en in die zin erkende hij het gezag van de kalief, die sinds 762 resideerde in Bagdad, niet. Tegelijkertijd erkende Abd al-Rahman dat hij niet heerste in Mekka, Medina en Jeruzalem, zodat hij zich niet, zoals eerdere Ummayadische vorsten, kon presenteren als kalief. Er kon maar één heerser der gelovigen zijn, en dat was niet de emir van Córdoba.

    Munt van Abd al-Rahman (Neues Museum, Berlijn)

    In 763 arriveerde een Abbasidisch leger, dat de Umayyadische opstandeling uit de weg moest ruimen. Na een reis naar Marokko en een overtocht naar wat nu Portugal is, rukte het op in de richting van Córdoba. Abd al-Rahman wachtte zijn tegenstanders op in Carmona, waar hij zich gedurende twee maanden liet belegeren. Toen brak hij uit met een verrassend klein leger van 700 man, waarmee hij het Abbasidische leger wist te verslaan. Ik ben nota bene door de stadspoort gewandeld waar het is gebeurd, de Puerta de Sevilla, maar realiseer me dit pas nu ik deze woorden schrijf.

    Abd al-Rahmen liet de hoofden van de verslagenen inpekelen en naar Mekka sturen, waar de Abbasidische kalief, die daar voor de pelgrimage aanwezig was, alleen maar kon verzuchten dat hij blij was dat God tussen hem en El-Andalus de Middellandse Zee had gelegd.

    Karel de Grote

    Zoals ik al zei, breidde Abd al-Rahman zijn macht stapsgewijs uit naar het noorden. De lokale heersers in het gebied langs de Ebro hadden zich onafhankelijk gemaakt en Yusuf al-Fihri, Abd al-Rahmans voorganger, had ze nog niet onderworpen toen Abd al-Rahman in 755 was aangekomen. Omdat de heerser in Barcelona vreesde dat hij het volgende doelwit van Abd al-Rahmans expansionistische beleid zou zijn, onderwierp deze Suleyman ibn al-Arabi zich in Paderborn aan Karel de Grote – en of die dus maar naar het zuiden wilde komen om Barcelona te beschermen. De Frankische vorst had daar wel oren naar, want de zoons van Yusuf al-Fihri waren eveneens aan zijn hof en hadden hem gevraagd hen te herstellen op de troon van hun vader.

    Roncevalles

    Karel de Grote zag een buitenkans om Barcelona te verwerven en bevriende heersers aan de macht te helpen in Córdoba. Zonder moeilijkheden bereikte het Frankische leger in 778 Barcelona, maar toen ging het mis. De heerser in Barcelona had hem gezegd dat ook de Banu Qasi, een Arabische stam van tot de islam bekeerde christenen rond Zaragoza, steun zou verlenen, maar Karels leger was zó groot dat iedereen begreep dat hij gebieden kwam annexeren. Het beleg van Zaragoza liep uit op een mislukking, de Asturiërs verleenden ook al geen hulp en op de terugweg over de Pyreneeën werd de Frankische achterhoede bij Roncevalles door de Basken overvallen. (De gebeurtenis werd bezongen in het Roelandslied.) Nu de poging van de noordelijke staatjes Karel uit te spelen tegen Abd al-Rahman was mislukt, weerhield niets de emir nog: hij kon zijn macht naar het noorden uitbreiden. Als heerser van vrijwel geheel Iberië overleed hij in 788.

    [Wordt vervolgd]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Islamitisch recht (7) mu’tazilieten

    juni 17, 2025
    De Kopten (1)

    februari 14, 2023
    Islamitisch Centraal-Azië

    september 15, 2015 Deel dit:

    #Abbasiden #AbdAlRahmanIVanCórdoba #Andalusië #Asturië #BanuQasi #Barcelona #Berbers #Carmona #Córdoba #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #KalifaatVanDamascus #KarelDeGrote #Qays #RijkVanToledo #Roelandslied #Roncevalles #Spanje #SuleymanIbnAlArabi #Theodomir #Umayyaden #Yaman #YusufAlFihri #Zaragoza

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.