home.social

#polybios — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #polybios, aggregated by home.social.

  1. Ekbatana

    Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

    Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

    Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

    Bronzen potje om vuur te verplaatsen (Nationaal Museum, Teheran)

    Geen stad maar een landstreek

    Tot op heden is dit paleis niet gevonden, al heeft het niet ontbroken aan pogingen. Ik heb ooit een Hamadaanse familie gekend die op elke ruïneheuvel in de omgeving was wezen picknicken in de hoop aan de praat te raken met mensen die weleens iets hadden gevonden. Ik denk echter dat het vergeefs zoeken is, want een stad met zeven muren is een sprookjesmotief. (In onze eigen literatuur duikt het op in de Walewein.) De cirkelvorm is vermoedelijk wél authentiek: het is de vorm waarin nomadische groepen hun kampen bouwen. En het Medische koninkrijk was ontstaan doordat Iraanse nomadengroepen zich aaneensloten. De huidige cirkelvorm van Hamadan is overigens een gevolg van moderne stadsplanning.

    Dat Ekbatana aanvankelijk geen stad in onze zin van het woord is geweest, blijkt ook uit de woordkeuze van de zesde-eeuwse Naboniduskroniek. Die vermeldt A-gam-ta-nu als residentie van de laatste Medische koning Ištumegu (Astyages), en voorziet de plaatsnaam van een extra teken dat aangeeft dat het een landstreek is, een KUR. Als het een stad zou zijn geweest, had er URU gestaan.

    Een speelgoedram (Archeologisch Museum, Hamadan)

    Ik stel me voor dat er ergens een paleis is geweest; het zal hebben geleken op een tent, net zoals de paleizen die de eerste Perzische koningen bouwden. Bij verschillende gelegenheden kwamen de Medische stammen samen en plaatsten ze hun tenten eromheen. We mogen hopen dat archeologen dat paleis nog eens identificeren. Maar zeven muren? Nee, daar geloof ik niet in.

    Residentie

    Hoe dit alles ook zij, ook nadat de Perzische koning Cyrus de Grote de Meden rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. had onderworpen, bleef Ekbatana een belangrijke nederzetting. Ze lag immers gunstig aan de grote weg van de Iraanse hoogvlakte naar Mesopotamië.

    De massieve huizen van Ekbatana

    Volgens de Griekse geschiedschrijver Xenofon was Ekbatana de zomerresidentie van de Perzische koningen.noot Xenofon, Anabasis, 3.5.15. Een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, beschrijft het paleis dat er in zijn tijd stond.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.27.3-13. De stad zou ooit rijker en mooier zijn geweest dan alle andere steden in de wereld; hoewel er geen stadsmuur was – Polybios polemiseert tegen Herodotos! – was het paleis gebouwd op een kunstmatig terras. Dat zou ongeveer 1¼ kilometer omtrek hebben gehad, en dat is vergelijkbaar met de terrassen waarop de paleizen van Persepolis en Sousa zijn gebouwd. Een in 2000 ontdekte inscriptie vermeldt werkzaamheden ten tijde van koning Artaxerxes II Mnemon (r.404-358).

    Polybios voegt toe dat ooit de dakpannen en zuilen bekleed waren geweest met zilver en goud, maar dat Alexander de Grote dat had laten verwijderen. Die is hier zeker geweest: zijn geliefde Hefaistion is er in 324 overleden.

    De leeuw van Hamadan

    De Parthen

    Ter plekke zal men u vertellen dat een stenen leeuw behoorde bij het grafmonument dat Alexander voor Hefaistion oprichtte. Dit is flauwekul: de leeuw is gevonden op een grafveld uit de tijd van het Parthische Rijk. En de Parthen namen de macht in deze regio pas een à twee eeuwen later over. Ook zij benutten Ekbatana als een van hun residenties.noot Strabon, Geografie 11.13.5.]

    Deze periode begrijpen we het beste. Een deel van een ruim negen meter hoge terrasmuur, een ondergronds aquaduct en diverse huizen met ongelooflijk zware muren zijn geïdentificeerd. Die huizen, ruim zeventien bij zeventien meter groot, zijn te massief gebouwd om gewone woonhuizen te zijn, maar wat het wel kan zijn geweest is onduidelijk. Ze bewijzen echter dat Ekbatana inmiddels van een tentenkamp was geëvolueerd tot een echte stad met monumentale architectuur.

    Sasanidische schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

    Puzzel

    En zo is Ekbatana eigenlijk vooral een puzzel. We hebben mooie verhalen, er is wat archeologische informatie, maar het komt niet samen. Het bewijs is asymmetrisch, om er eens een jargonterm tegenaan te smijten. Ik blijf hopen dat we nog eens een krantenbericht krijgen dat archeologen het “mystery” oplossen van “the lost city”.

    En nu we toch archeoclichés slaken: archeologen identificeren nooit wetenschappelijke data, maar vinden altijd “schatten”. En ja, gouden voorwerpen zijn uit Ekbatana bekend, zie het bovenste plaatje, maar de vindplaatsen zijn dat niet. Zulke voorwerpen spreken tot de verbeelding en bevestigen dat Ekbatana ooit een rijke nederzetting was, maar feitelijk bieden ze geen aanvullende informatie.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Griekse politicologie

    mei 12, 2022
    De Meden (1): een fictief koninkrijk

    oktober 2, 2023 Deel dit: #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Astyages #CyrusDeGrote #Deïokes #Ekbatana #Hefaistion #HerodotosVanHalikarnassos #Meden #Naboniduskroniek #ParthischeRijk #Polybios #Walewein #Xenofon
  2. Toerist in Cartagena (1)

    Op weg naar Cartagena: de lagune bij Santa Pola

    Ik wilde al heel lang naar Cartagena, of Carthago Nova, zoals de Romeinen het noemden, of Qart Hadašt, op z’n Karthaags. Het was de hoofdstad van de Karthaagse bezittingen in Iberië en onlangs identificeerden archeologen de resten van het paleis van de bestuurders. Hier woonde Hasdrubal de Schone, hier groeide Hannibal Barka op. Ik zal nog bloggen over de spectaculaire manier waarop de Romeinen de stad veroverden.

    De stad bestond in de Oudheid uit een schiereiland waarop vijf heuvels waren te herkennen. De Griekse geschiedschrijver Polybios noteert dat “op de westelijke heuvel een paleis oprijst, door Hasdrubal gebouwd in grootse stijl, omdat hij streefde naar het aanzien van alleenheerser”.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.10. Van dat paleis is niets meer te herkennen, want het is voor een groot deel in de rotsen ingehouwen en er liggen Romeinse resten over de heuvel heen. Daarover zo meteen meer.

    Mazarrón 2

    Onderwaterarcheologie

    De bus waarmee wij vanuit Alicante kwamen, arriveerde rond het middaguur, zodat we in Cartagena weinig tijd hadden. Morgen is het immers maandag en dan is veel gesloten, en vandaag is het zondag en hebben nogal wat instellingen geen opening na de siësta. We gingen snel naar het Museum voor Onderwaterarcheologie, waar enkele Fenicische wrakken liggen. Om precies te zijn ligt de helft van alle Fenicische wrakken hier, en dat heeft een reden. Het onderzeese reliëf heeft even ten noordoosten van Cartagena namelijk enkele toppen die nu eens de vorm hebben van een heel laag eiland, dan weer de vorm van een onzichtbare ondiepte: “een val”, zoals het museum het scheepskerkhof aanduidt.

    En dus ligt hier het Fenicische wrak dat bekendstaat als Mazarrón 2, inclusief de lading loodbaren en alle andere handelswaren en gebruiksvoorwerpen. Het schip dateert uit de zevende eeuw v.Chr. Mazarrón 1 ligt even verderop, is iets jonger, en is veel minder goed bewaard. Het derde wrak, Bajo de la Campana, is het onderwerp van de tijdelijke expositie, “Feniciërs, handelaren ter zee”.

    Hippos

    Heel bijzonder vond ik een beeldje van een Fenicisch scheepstype dat bekendstaat als hippos, “paard”, en dat was vervaardigd van de onderkaak van een paard. De expositie stond echter in een te kleine ruimte en bovendien was er geen gebruik gemaakt van ontspiegeld glas, dus het viel al met al wat tegen, ook al was de uitleg zeker goed.

    Dat geldt ook voor de vaste opstelling, waarvan Mazarrón 2 het hoogtepunt is. In diverse vitrines lagen handelsproducten en andere voorwerpen, variërend van de Bronstijd tot de Nieuwe Tijd. Er was uitleg van de ontwikkeling in het scheepsontwerp, geïllustreerd met doorsnedes van een Fenicisch, een Grieks, een Romeins en een middeleeuws schip. Maar het beste is de uitleg van wat onderwaterarcheologie eigenlijk is en wat de professionaliteitseisen zijn. Niemand kan het museum verlaten met het idee dat onderwaterarcheologie een hobby is en slechts een zee aan informatie ontsluit.

    En dat is belangrijk. Als een museum toont hoe archeologie een wetenschap is, stelt de overheid geld beschikbaar, ook als het wat minder bezoekers trekt. En als dat eens mis gaat, komen betrokken burgers, die begrijpen wat op het spel staat, voor de wetenschap in het geweer.

    De paleisheuvel

    Paleis

    Terug naar het door Hasdrubal op de westelijke heuvel in grootse stijl gebouwde paleis. Er is heel weinig van over omdat de Romeinen hier later het een en ander bouwden. Dat is keurig geconserveerd aan de zuidelijke voet van de heuvel, waar het Forum; op de heuvel zelf is het archeologisch park Cerro del Molinete aangelegd. Daar is nogal wat protest tegen geweest, want in die heuvel zaten dus, onzichtbaar maar wel aanwezig, de resten van het Karthaagse paleis.

    Die zijn ingemeten en ook al was er weinig van te zien, het was mogelijk het paleis te reconstrueren. Het was enorm, bestond uit enkele terrassen en had de vorm van een driehoek met de afmetingen van ongeveer 137 bij 176 bij 245 meter. Dat is een pythagorese driehoek en die vorm is voldoende om het paleis van Hasdrubal, sowieso al het enig bekende Fenicische of Karthaagse paleis, te maken tot een werkelijk uniek monument.

    Karthaagse cisterne

    Tot in de jaren negentig waren enkele Karthaagse resten te herkennen aan de westkant van de heuvel, maar de gemeente heeft de grond verkocht om er appartementen te laten bouwen. Erop geattendeerd dat dit in strijd was met de Spaanse erfgoedwetgeving, verklaarde de gemeente dat Polybios’ vermelding van het paleis te onduidelijk was, hoewel er toch echt slechts één “westelijke heuvel” is. Ook oordeelde de gemeente dat de tekst van Polybios weinig gezag had omdat ze slechts bekend is uit middeleeuwse kopieën. Met andere woorden: de gemeente had alleen slechte argumenten.

    Journalisten prikten er dan ook gelijk doorheen. Dat krijg je, als je als archeoloog zorgt dat mensen kunnen ontdekken hoe de archeologische wetenschap werkt. Dan komen burgers je te hulp als de overheid het eens een keer laat afweten, en dan leggen zij de politiek uit dat ook niet zichtbare resten belangrijk zijn, en dat Karthago even belangrijk is als Rome. Hoewel het archeologische park, met vooral aandacht voor Rome, is aangelegd, is de bouw aan de westkant nog niet begonnen. Wie weet wat nog te redden valt van het erfgoed van Karthaags Cartagena.

    Romeinse fresco van de muze Terpsichore

    Tot slot

    We bezochten ook het stuk Punische stadsmuur, maar de tijd ontbrak voor een bezoek aan de tempel voor Augustus en het gemeentelijk archeologisch museum. Ze zijn morgen gesloten, dus het zal er ook niet van komen. Het Romeinse theater sla ik sowieso over, want ik heb al zo veel schouwburgen gezien dat eentje minder me niet kan schelen. Het amfitheater – rond, niet elliptisch – wordt momenteel gerestaureerd. We hopen morgen wel naar het Alcazaba la Concepción en de kathedraal te gaan, en te genieten van de mooie Art Nouveau-huizen die we vandaag al zagen.

    O ja. Dit is een narcistisch winterfeuilleton. Ik voeg nog toe dat ik ooit foto’s cadeau deed aan het Museum voor Onderwaterarcheologie en dat het leuk was die in een van de filmpjes terug te zien.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Deel dit: #Cartagena #erfgoed #HasdrubalDeSchone #Mazarrón #Polybios #vanitasVanitatum
  3. De Maghreb in de Middeleeuwen

    Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

    Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

    Wat ik wel en niet snap

    Wat ik wel weet: de regio die de Arabieren rond 710 in hun macht hadden, kende nomaden, dorpsbewoners en stedelingen, was meertalig en was bewoond door minimaal twee soorten christenen, door joden en door de eerste moslims. De regio zou, zoals ik in een eerder blogje al schreef, vrij snel verder islamiseren. Verder waren de Berbers verdeeld in twee hoofdgroepen, de Baranis en de Butr, waarvan ik nooit heb kunnen achterhalen wat daar nou precies achter schuil gaat. Er waren Arabieren, afkomstig uit diverse gebieden. Rond het midden van de achtste eeuw speelden deze tegenstellingen een rol bij de burgeroorlog op het Iberische Schiereiland waarover ik al eerder blogde. De definitie van Arabier en Berber sla ik gemakshalve over.

    Het stoort me een beetje dat ik de complexiteit niet goed doorgrond, want voor mij is de geschiedenis van de middeleeuws Maghreb nu iets dat ik beschrijf vanuit het perspectief van de heersende dynastieën. Daarbij vormen “de” Berbers dan een ongedefinieerd substraat van mensen die nog niet gearabiseerd en geïslamiseerd waren, maar verder geen eigen rol van betekenis speelden. Zo was het natuurlijk niet.

    Een blad uit de “blauwe Koran” (Raqqada, Kairouan)

    Eenheid en versplintering, deel één

    Zoals ik het dynastieke deel begrijp, behoorde de Maghreb eerst tot het Umayyadische kalifaat van Damascus en ging het na het jaar 750 over in handen van de Abbasiden, die de residentie verplaatsten naar Bagdad. De situatie in de Maghreb schijnt gedurende een halve eeuw instabiel te zijn geweest, met allerlei lokale machthebbers die redelijk zelfstandig konden zijn zolang het kalifaat zwak stond, maar ook weer in het gareel konden worden gedwongen.

    Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette, is rond 800 gepacificeerd door Ibrahim ibn al-Aghlab, die als emir werd erkend door kalief Harun ar-Rashid, wat betekende dat Ibrahim zich kon laten opvolgen door zijn afstammelingen, de Aghlabiden waarover ik al eerder blogde. Anders gezegd: een lokale dynastie verving het roulerend gouverneurschap. In het noordwesten van het huidige Algerije was verder een Emiraat van Tlemcen, dat me doet denken aan een voortzetting van het Berber-rijk Altava, maar rond 800 waren die emirs alweer vervangen door de dynastie van de Rostamiden, die ergens nog wat Perzisch bloed hadden. En helemaal in het westen, in het huidige Marokko, heersten de Idrisiden, een sji’itische dynastie met banden met het Emiraat van Córdoba. Deze groepen – en andere – hadden er weinig moeite mee de kalief in Bagdad te erkennen als de heerser der gelovigen, maar gingen in de loop van de negende eeuw steeds meer hun eigen weg.

    Muntschat uit Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

    Eenheid en versplintering, deel twee

    Dat veranderde in de jaren na 900, toen een nieuwe, sji’itische dynastie de macht in Ifriqiya overnam: de Fatimiden. De heersers claimden het kalifaat en onderwierpen heel noordelijk Afrika. Hun hoofdstad was eerst Raqqada (naast Kairouan) en later het door hen gestichte Caïro. Van de Aghlabiden en de Rostamiden werd niets meer vernomen, de Idrisiden betaalden schatting.

    En vervolgens gebeurde hetzelfde als in de negende eeuw: omdat de kalief ver weg was, konden de lokale heersers zich steeds zelfstandiger gaan gedragen. In Ifriqiya namen de Ziriden de macht over en in het huidige Algerije werden de Hammadiden steeds onafhankelijker. Hun hoofdstad was Qal’at Bani Hammad, momenteel werelderfgoed. In Marokko heersten eerst de Maghrawaden en daarna de Almoraviden. Over die laatste dynastie blogde ik al eens, omdat ze El-Andalus onderwierpen: op het Iberische Schiereiland, buiten de wereld van de islam, kon een dynastie laten zien dat ze streed voor de goede zaak.

    Elfde-eeuws houtsnijwerk (Raqqada)

    Eenheid en versplintering, deel drie

    De Almoraviden werden rond 1147 in Marokko en Andalusië weer afgelost door de Almohaden, die de gehele Maghreb in handen kregen. En zoals het al eerder was gegaan, ging het opnieuw: het centrale gezag verloor de controle en lokale dynastieën namen de macht over. Meer specifiek: de Hafsiden in Ifriqiya en de Ziyaniden in Algerije, tot de verzwakte Almohaden in Marokko werden afgelost door de Meriniden.

    Ibn Khaldun

    Uiteindelijk vielen al deze gebieden in handen van weer een nieuwe groep heersers: de Ottomanen. Maar tot die tijd valt een patroon te ontwaren: er is een machtige dynastie die de regio beheerst, die delegeert de macht aan lokale heersers en vervolgens worden die zelfstandig, tot een nieuwe machtige dynastie opstaat. Er zit iets cyclisch in.

    Pas toen ik dit blogje schreef, realiseerde ik me: dit is de wereld waarover de geleerde Ibn Khaldun (1332-1406) schrijft dat geen dynastie het langer uithoudt dan een paar generaties, omdat de groepssolidariteit (ʿasabiyyah) die hielp om het gezag te vestigen, al snel zou afnemen. Fascinerend.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Jozef

    maart 19, 2018
    De Zeven Wonderen van België

    juli 3, 2025
    Lodewijk de Heilige in Karthago

    april 8, 2025 Deel dit:

    #Abbasiden #Aghlabiden #Algerije #Almohaden #Almoraviden #Altava #Baranis #Butr #Cairo #ElAndalus #emiraatVanCórdoba #Fatimiden #Hafsiden #Hammadiden #HarunArRashid #HerodotosVanHalikarnassos #IbnKhaldun #IbrahimIbnAlAghlab #Idrisiden #Ifriqiya #Kairouan #KalifaatVanBagdad #KalifaatVanDamascus #Marokko #Massinissa #Meriniden #nomadisme #Numidië #OttomaanseRijk #Polybios #QalAtBaniHammad #Raqqada #Rostamiden #seizoensmigratie #Tlemcen #Tunesië #Umayyaden #Ziriden #Ziyaniden

  4. Médracen (Madghacen)

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

    Modernisering

    Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

    Tegelijk is Polybios’ claim dat Numidiës modernisering – om die term even te gebruiken – begon ten tijde van Massinissa, wel wat overdreven. Je kunt alleen wijn exporteren als je al weet hoe je wijnstokken moet behandelen. Dat hadden de Numidiërs al geleerd van de Fenicische kolonisten op de noordkust. Er waren al grote nederzettingen, die nog steeds herkenbaar zijn aan het feit dat de namen beginnen met een /t/, zoals Tipasa, Tazoult, Thagaste, Tiddis, Tebessa, Thubursicum Numidarum en Thamugadi.

    Vermeldenswaard is ook de militaire kracht van Numidië. Na de Eerste Punische Oorlog, die voor Karthago was geëindigd in een catastrofe, kwamen de Karthaagse huurlingen in opstand en het zag er heel slecht uit voor de net door de Romeinen verslagen mogendheid. Het was alleen maar de interventie van de Numidische vorst Naravas die Karthago behoedde voor de ondergang.

    Médracen (Madghacen)

    Gaan we nog iets verder terug, dan is er het mausoleum waarvan u plaatjes ziet bij dit blogje. De plek heet in de Franse literatuur Madghacen en in andere talen Médracen.noot De Franse vorm komt doordat de Franse taal een huig-r heeft, zodat je makelijk van de R van Médracen komt naar Madghacen. Het is eigenlijk een enorme bazina, zoals de traditionele, ronde graven heten die we kennen uit heel Noord-Afrika en het noorden van het Arabische Schiereiland (bijv. Al-‘Ula). In zo’n rond graf ligt de overledene middenin en Médracen is geen uitzondering: er is een grafkamer.

    Een bazina (Tiddis)

    Een traditionele bouwvorm dus, maar wel van royale proporties: de doorsnede is negenenvijftig meter en de hoogte bedraagt bijna negentien meter. Het mausoleum is omringd door zestig pilasters met Dorische kapitelen. Die steunen een opvallend ver naar voren uitstekende kroonlijst.

    Dorische pilasters

    Omdat die kapitelen Griekse inspiratie veronderstellen, en omdat Polybios zich had geconcentreerd op Massinissa, werd het mausoleum aanvankelijk gedateerd in de tweede eeuw. Misschien was het wel het graf van koning Massinissa zelf, of anders toch van een van zijn opvolgers. Doordat het hout in de gang naar de grafkamer zich leende voor een koolstofdatering, weten we inmiddels dat het mausoleum dateert uit de late vierde eeuw v.Chr. De bouwheer is echter onbekend.

    Koningsgraf

    Het is echt heel indrukwekkend om te zien. Helemaal compleet is het echter niet. Bovenop heeft vermoedelijk een standbeeld gestaan, maar dat is weg. De loden klampen die ooit de enorme blokken natuursteen hebben verbonden, zijn in recenter tijden verwijderd, maar we weten dus dat de bouwers aan dit metaal konden komen en het konden bewerken. Ook het koper en tin, gebruikt bij de vervaardiging van hun bronzen werktuigen, moeten zijn geïmporteerd.

    Het Numidische koningsgraf van Médracen

    Honderden mensen moeten hebben meegewerkt aan dit project en de conclusie is simpel: wie toegang heeft tot deze metalen en zulke grote groepen mensen voor zich kan laten werken, mag met recht een koning heten. Koning Ptolemaios in Egypte zou zich niet hebben geschaamd als hij een soortgelijk mausoleum had kunnen bouwen. Dit werpt toch wel een ander licht op het Numidië vóór Massinissa.

    Tot slot: in de lokale Berbertaal heet de plek Médracen, wat zoiets betekent als “de graven”. Er zijn inderdaad enkele bazina’s in de omgeving. Voor wie er heen wil: neem een taxi vanuit Constantine naar Batna, wat vermoedelijk uw bestemming is als u Lambaesis en Timgad wil bezoeken.

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

    augustus 15, 2017
    Aristoteles (7): Materie en geest

    oktober 13, 2022
    Alexander in Cilicië

    november 3, 2022 Deel dit:

    #Algerije #bazina #Berbertalen #brons #Cirta #Constantine #lood #Madghacen #Massinissa #Medracen #Naravas #Numidië #Polybios #StéphaneGsell #wijn

  5. Titus Livius (6): bronnen

    Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

    [Zesde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

    Livius pochte dat hij alle relevante Griekse en Romeinse geschiedenisboeken had gelezen en eigenlijk is er geen reden om daaraan te twijfelen. Dat wil niet zeggen dat gegarandeerd waar is wat hij schrijft. Niet omdat hij niet waarheidlievend zou zijn. Hij is erop gespitst de waarheid te vertellen en onderbreekt zijn verhaal regelmatig voor opmerkingen die een kritische houding verraden:

    Van de vijanden kwamen 2500 man om en velen bezweken later aan hun verwondingen. Door [sommige eerdere geschiedschrijvers] wordt een veelvoud van verliezen aan weerszijden overgeleverd. Ikzelf houd om te beginnen niet van ongegronde overdrijving – een veel voorkomende neiging van geschiedschrijvers – en bovendien beschouw ik Fabius, een tijdgenoot van deze oorlog, als de beste bron.noot Livius 22.7.4; vert. Hetty van Rooijen.

    Dit verhaal is meer geschikt voor een theatervoorstelling, waar wonderbaarlijke gebeurtenissen in trek zijn, dan om er geloof aan te hechten, en het is de moeite niet waard het te bevestigen of te weerleggen.noot Livius 5.21.8.

    Moderne auteurs klagen over de topografische fouten van Livius, maar hij deed zijn best. Uit de aard der zaak is een juiste verbetering niet te herkennen en een verschlimmbesserung wel (voorbeeld), zodat het beeld van Livius als topograaf een tikje te zwart is. Dat correcte informatie hem interesseerde, blijkt bijvoorbeeld uit de terloopse vermelding dat hij in Liternum (bij Napels) een monument inspecteerde dat was gewijd aan Publius Cornelius Scipio Africanus.noot Livius 38.56.3. Het probleem is niet Livius’ gebrek aan kritische houding, maar de kwaliteit van zijn bronnen.

    Geschiedvorsing en geschiedschrijving

    Er zijn in wezen twee soorten auteurs die zich bezighouden met het verleden:

    • de geschiedvorser die archieven bestudeert en een kritische monografie schrijft over een klein onderwerp,
    • de geschiedschrijver, die zijn lezers door middel van een synthese bijpraat over een belangrijk thema.

    Titus Livius behoort tot de laatste categorie. Zijn doel was een tot goed Romeins gedrag inspirerende synthese van het hele Romeinse verleden, en daarbij moest hij vertrouwen op eerdere bronnen. Als hij wilde slagen in zijn opzet, was er gewoon geen tijd om te controleren wat in zijn bronnen stond. Als die met elkaar in overeenstemming waren, presenteerde hij het als feit, en hij gaf aan als een auteur van de consensus afweek. Het is de methode die ook een Arrianus zou volgen. Gegeven de omvang van Livius’ project, was het onmogelijk het beter te doen.

    Livius en Polybios

    Hoewel Livius’ aanpak voor zijn gestelde doel goed was, is ze dat niet voor wat wij willen weten. Dat maakt de vraag relevant hoe hij zijn bronnen behandelde. Gelukkig kunnen we die vraag beantwoorden, omdat we de boeken 21-33 van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad kunnen vergelijken met een andere bron, de boeken 3-18 van de Wereldgeschiedenis van de Griekse auteur Polybios van Megalopolis (c.200-c.118). Livius  prijst zijn oudere collega als “een auteur die geenszins moet worden veracht” en “een betrouwbare autoriteit voor de gehele Romeinse geschiedenis”.noot Livius 30.45.5 en 33.10.10. Soms herkennen we letterlijke overeenkomsten.

    Het is aantrekkelijk te denken dat Livius in eigen woorden navertelt wat hij bij Polybios had gelezen; zo bezien zou Livius’ geschiedwerk in wezen een compilatie zijn van oudere bronnen. Als je echter in detail gaat vergelijken, zoals ik heb gedaan voor het verhaal van Hannibals tocht over de Alpen, ontdek je dat Polybios en Livius dezelfde bron navertellen. Dat verklaart niet alleen de letterlijke overeenkomsten, maar verklaart bovendien waarom Livius informatie biedt die niet aan Polybios kan zijn ontleend maar wel correct is.

    Livius en de Annalisten

    We weten dat Livius ook andere schrijvers benutte. In de eerste pentade maakte hij gebruik van Quintus Fabius Pictor (rond 200 v.Chr.) en Lucius Calpurnius Piso Frugi (rond 150 v.Chr.). Zij waren de eerste geschiedschrijvers van Rome geweest en behoorden tot de Annales-traditie, waarin de stof jaar voor jaar werd gepresenteerd. Livius gebruikte ook jongere annalisten: de optimaat Quintus Valerius Antias (rond 80 v.Chr.) en de popularis Gaius Licinius Macer (rond 70 v.Chr.).

    Ook verwijst Livius naar Quintus Aelius Tubero (rond 50 v.Chr.), maar zeer terughoudend, en het lijkt erop dat Livius deze auteur is gaan wantrouwen en er uiteindelijk geen waarde meer aan hechtte. Ik noemde Tubero vorig jaar al eens op deze blog als de aanklager van Quintus Ligarius.

    In de tweede pentade kon Livius ook Quintus Claudius Quadrigarius gebruiken. Als hij de oorlog tegen Hannibal beschrijft, zijn Lucius Coelius Antipater (rond 110 v.Chr.) en Polybios de belangrijkste bronnen, terwijl Livius nog steeds Valerius Antias gebruikt voor de beschrijvingen van de gebeurtenissen in de stad. In de boeken 31-45 zijn Polybios, Antias en Quadrigarius de bronnen van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad. Al die eerdere bronnen zijn gaan verloren – en dat zegt veel over de hoge waardering die men in de Oudheid had voor Livius.

    Vertaalfouten

    Livius’ verslag is dus zo goed als zijn bronnen: waar ze overeenstemden, presenteerde hij dat als feit, terwijl hij aangaf wat afweek. Dat sluit vanzelfsprekend blunders niet uit. Livius’ Grieks was niet fantastisch en soms begrijpt hij Polybios verkeerd. In een beschrijving van een belegering waarin mineurs en contramineurs in een tunnel slaags raken, vermeldt Polybios dat sommige soldaten vierkante schilden droegen, de zogeheten thyreous. Livius begreep dat als thyras, en vertaalde het als zodanig. Zodat er nu staat dat de soldaten met deuren door de tunnels liepen…noot Polybios 21.28.11 en Livius 38.7.10.

    [wordt morgen afgerond]

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Migratie in de Arabische wereld

    maart 11, 2023
    Arm en straatarm in Rome (2)

    oktober 17, 2023
    Misverstand: Kleopatra

    maart 30, 2020 Deel dit:

    #annalistiek #antiekeGeschiedschrijving #Arrianus #GaiusLiciniusMacer #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCalpurniusPisoFrugi #LuciusCoeliusAntipater #Polybios #QuintusAeliusTubero #QuintusClaudiusQuadrigarius #QuintusFabiusPictor #QuintusValeriusAntias #TitusLivius

  6. wer den vollen Text von #polybios und dem "Verfassungskreislauf" sucht, wird hier fündig:

    penelope.uchicago.edu/Thayer/E

    [..] who experienced the evils of oligarchical [..], they [..] set a high value on equality and freedom of speech. But when a new generation [..] have become so accustomed to freedom [..] that they no longer value them, [..] they begin to lust for power and [when they] cannot attain it through [..] their own good qualities, they [..] corrupting the people in every possible way.

  7. wer den vollen Text von #polybios und dem "Verfassungskreislauf" sucht, wird hier fündig:

    penelope.uchicago.edu/Thayer/E

    [..] who experienced the evils of oligarchical [..], they [..] set a high value on equality and freedom of speech. But when a new generation [..] have become so accustomed to freedom [..] that they no longer value them, [..] they begin to lust for power and [when they] cannot attain it through [..] their own good qualities, they [..] corrupting the people in every possible way.

  8. wer den vollen Text von #polybios und dem "Verfassungskreislauf" sucht, wird hier fündig:

    penelope.uchicago.edu/Thayer/E

    [..] who experienced the evils of oligarchical [..], they [..] set a high value on equality and freedom of speech. But when a new generation [..] have become so accustomed to freedom [..] that they no longer value them, [..] they begin to lust for power and [when they] cannot attain it through [..] their own good qualities, they [..] corrupting the people in every possible way.

  9. wer den vollen Text von #polybios und dem "Verfassungskreislauf" sucht, wird hier fündig:

    penelope.uchicago.edu/Thayer/E

    [..] who experienced the evils of oligarchical [..], they [..] set a high value on equality and freedom of speech. But when a new generation [..] have become so accustomed to freedom [..] that they no longer value them, [..] they begin to lust for power and [when they] cannot attain it through [..] their own good qualities, they [..] corrupting the people in every possible way.

  10. wer den vollen Text von #polybios und dem "Verfassungskreislauf" sucht, wird hier fündig:

    penelope.uchicago.edu/Thayer/E

    [..] who experienced the evils of oligarchical [..], they [..] set a high value on equality and freedom of speech. But when a new generation [..] have become so accustomed to freedom [..] that they no longer value them, [..] they begin to lust for power and [when they] cannot attain it through [..] their own good qualities, they [..] corrupting the people in every possible way.

  11. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Waarom is hij veel minder bekend dan andere, minder goede auteurs?

    wp.me/p1HkCZ-kuG

  12. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Waarom is hij veel minder bekend dan andere, minder goede auteurs?

    wp.me/p1HkCZ-kuG

  13. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Waarom is hij veel minder bekend dan andere, minder goede auteurs?

    wp.me/p1HkCZ-kuG

  14. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Wat was volgens hem de reden voor het succes van de Romeinen?

    wp.me/p1HkCZ-kuF

  15. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Wat was volgens hem de reden voor het succes van de Romeinen?

    wp.me/p1HkCZ-kuF

  16. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Wat was volgens hem de reden voor het succes van de Romeinen?

    wp.me/p1HkCZ-kuF

  17. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over en behandel ook de beroemde anekdote over de tranen van Scipio.

    wp.me/p1HkCZ-kuE

  18. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over en behandel ook de beroemde anekdote over de tranen van Scipio.

    wp.me/p1HkCZ-kuE

  19. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over en behandel ook de beroemde anekdote over de tranen van Scipio.

    wp.me/p1HkCZ-kuE

  20. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Bijvoorbeeld over zijn leven.

    wp.me/p1HkCZ-kuD

  21. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Bijvoorbeeld over zijn leven.

    wp.me/p1HkCZ-kuD

  22. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Bijvoorbeeld over zijn leven.

    wp.me/p1HkCZ-kuD

  23. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Eerst de centrale thematiek: Romes greep naar de wereldmacht.

    wp.me/p1HkCZ-klO

  24. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Eerst de centrale thematiek: Romes greep naar de wereldmacht.

    wp.me/p1HkCZ-klO

  25. Een van de beste geschiedschrijvers uit de Oudheid is #Polybios. Ik blog er vandaag over. Eerst de centrale thematiek: Romes greep naar de wereldmacht.

    wp.me/p1HkCZ-klO