#juba-i — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #juba-i, aggregated by home.social.
-
Een Romein in Marokko: Juba II
Juba II (Musée de l’histoire et des civilisations, Rabat)Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.
Octavia’s tiental
Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.
Octavia, de pleegmoeder van Juba II (Archeologisch Museum, Korinthe)Om te beginnen drie kinderen uit Octavia’s eerste huwelijk: Claudia Marcella Maior, Claudia Marcella Minor en Marcus Claudius Marcellus. Verder de kinderen die ze had van Marcus Antonius: Antonia Maior en Antonia Minor, en een stiefzoon Jullus Antonius. Na de ondergang van Marcus Antonius en Kleopatra ook hun kinderen: Alexandros Helios en Kleopatra Selene. De Britse prins Tincomarus en Juba II brengen het totaal op tien.
De dichter Sextus Propertius typeerde Octavia als “de beste van alle moeders” en dat is natuurlijk Romeinse standaardstroopsmeerderij, maar je begrijpt het wel. En met tien kinderen was deze antieke regenboogstam nog niet eens compleet, want aan de overkant van de straat groeide Octavia’s nichtje Julia op, met haar stiefbroers Drusus en Tiberius. In welk van de twee villa’s de acht kinderen van koning Herodes de Grote werden opgevoed, is onduidelijk, maar Octavia’s huishouden was feitelijk een internaat, en de docenten waren de beste van die tijd, zoals de stoïcijnse filosoof Athenodoros van Tarsos en de universeel geleerde Alexandros Polyhistor.
Kleopatra Selene (Musée Public National, Cherchell)Koning Juba
Andrew Kenrick (“PhD in Life Writing”, wat dat ook moge wezen) vraagt zich in zijn onderhoudende Rex Juba af hoe we de identiteit van de gebiografeerde moeten typeren: als Afrikaan? (geen antiek concept) als Berber? (definieer eerst het verschil tussen Numidiër en Berber) als Romeins burger? als Griek, omdat Juba in die taal schreef? De oninteressante vraag zegt, vanzelfsprekend, minder over Juba dan over de hedendaagse middenklasse-obsessie met identiteit. Het boek begint daardoor zwak, maar wordt al snel beter, ja zelfs heel goed.
Samengevat: toen Octavia’s broer eenmaal alleenheerser was geworden – hij zou zich later Augustus gaan noemen – maakte hij Juba tot koning van het westelijk deel van Numidië (het woongebied van de Masaeisyliërs) en van Mauretanië (wat wij Marokko noemen). Juba gedroeg zich daar verder precies zoals van hem werd verwacht: hij verleende militaire steun aan Augustus’ Cantabrische Oorlog, sloot een dynastiek huwelijk (met Kleopatra Selene) dat Augustus hielp de familie van Marcus Antonius te integreren in zijn eigen bestel, hij zorgde voor de nodige bouwwerkzaamheden in Iol Caesarea (Cherchell) en hij diende weleens als hoveling, bijvoorbeeld als lid van de begeleidingscommissie van prins Gaius Caesar. Kortom: een loyale paladijn. Alleen zijn tweede huwelijk lijkt niet naar de zin van Augustus te zijn geweest en werd dan ook alweer snel ontbonden.
Juba was ook de auteur van diverse boeken; zijn Romeinse Oudheden moet een jeugdwerk zijn geweest. Een boek over Latijnse woorden die op Griekse woorden leken, past in het Romeinse culturele klimaat als een hand in een handschoen. Hij publiceerde over schilderkunst en over de geschiedenis van het theater, en publiceerde overzichtswerken over zijn eigen koninkrijk, over Arabië en over “Assyrië” (waarmee vermoedelijk Mesopotamië was bedoeld). Ze zijn allemaal verloren gegaan, maar er zijn tientallen citaten over.
Grafschrift van Auniga, een door Juba vrijgelaten slavin (Musée Public National, Cherchell)Culturele ontmoetingen
Een deel van zijn informatie was gebaseerd op ontdekkingsreizen die hij had laten organiseren: naar de bovenloop van de Ziz, die hij (à la Herodotos van Halikarnassos) identificeerde als de Nijl, en langs de West-Afrikaanse kust, waarbij hij de Canarische Eilanden ontdekte. Die vernoemde hij naar de dieren die hij er tegenkwam: canis ofwel hond. Juba zou een commentaar op het korte reisverslag van Hanno de Zeevaarder hebben geschreven, en je zou willen weten wat hij meldde over de Nok– en de Sao-culturen waarmee zijn onderdanen handel moeten hebben gedreven.
Het graf van Juba II en Kleopatra Selene (“Mausolée royal de Maurétanie”)Dat is wat ik aan Rex Juba wat ongemakkelijk vond: hoe sympathiek ik Kenricks boek ook vond, hij gaat nauwelijks in op Juba’s Maghrebijnse context. Akkoord, Juba was geparachuteerd in een gebied waar hij feitelijk een vreemde was: een Romein die plotseling koning was in Marokko. Maar de archeologie had Kenrick kunnen tonen hoe Juba’s nieuwe onderdanen daarop reageerden. Gaven ze, zoals de Joden, een voorkeur aan lokaal geproduceerd aardewerk of omhelsden ze de contacten met Rome? Hoe liep de handel door de Sahara? Was ook hier Saturnus Africanus een Romeinse aanpassing aan een Maghrebijnse god? Kenrick noemt enkele opstanden, zoals die van Tacfarinas, maar contextualiseert die niet.
Dat is opmerkelijk, want hij is juist heel goed in het verlenen van context aan de kleine beetjes informatie waarover we beschikken. Veel bronnen hebben we niet over koning Juba en koningin Selene, maar Kenrick beent ze volledig uit en voegt van alles toe. Ik ging met opzet zo uitgebreid in op Octavia’s vorstenschool omdat Kenrick die prachtig evoceert, terwijl de bronnen alleen (terloops) melden dat Juba is opgevoed door de zus van keizer Augustus. Kenrick weet het milieu geloofwaardig te schetsen, zodat je begrijpt waarom Juba trouwde met Selene en begrijpt waar zijn geleerde belangstelling vandaan kwam.
Ptolemaios, zoon en opvolger van Juba II en Kleopatra Selene (Metropolitan Museum, New York)Dat Kenrick af en toe wel heel ver afdwaalt, zij hem vergeven. Dit is een leuk boek over een interessante vorst, afkomstig uit het Huis van Massinissa. U zult Rex Juba met plezier en met vrucht lezen als u een bezoek brengt aan Volubilis in Marokko of aan de Romeinse steden van Algerije, en ook als u dat niet doet.
- Andrew Kenrick, Rex Juba. Fifteen Glimpses of an African King (2026; €37,99)
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Sicariërs
september 24, 2015
Voedsel en drank
november 5, 2011
Uzitta
november 9, 2023 Deel dit: #AlexandrosHelios #AlexandrosPolyhistor #AndrewKenrick #AthenodorosVanTarsos #Augustus #Cherchell #HerodesDeGrote #IolCaesarea #JubaI #JubaII #KleopatraSelene #MarcusClaudiusMarcellus #Masaeisyliërs #Mauretanië #Numidië #OctaviaMinor #SaturnusAfricanus #SextusPropertius #Tacfarinas #Volubilis -
Een Romein in Marokko: Juba II
Juba II (Musée de l’histoire et des civilisations, Rabat)Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.
Octavia’s tiental
Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.
Octavia, de pleegmoeder van Juba II (Archeologisch Museum, Korinthe)Om te beginnen drie kinderen uit Octavia’s eerste huwelijk: Claudia Marcella Maior, Claudia Marcella Minor en Marcus Claudius Marcellus. Verder de kinderen die ze had van Marcus Antonius: Antonia Maior en Antonia Minor, en een stiefzoon Jullus Antonius. Na de ondergang van Marcus Antonius en Kleopatra ook hun kinderen: Alexandros Helios en Kleopatra Selene. De Britse prins Tincomarus en Juba II brengen het totaal op tien.
De dichter Sextus Propertius typeerde Octavia als “de beste van alle moeders” en dat is natuurlijk Romeinse standaardstroopsmeerderij, maar je begrijpt het wel. En met tien kinderen was deze antieke regenboogstam nog niet eens compleet, want aan de overkant van de straat groeide Octavia’s nichtje Julia op, met haar stiefbroers Drusus en Tiberius. In welk van de twee villa’s de acht kinderen van koning Herodes de Grote werden opgevoed, is onduidelijk, maar Octavia’s huishouden was feitelijk een internaat, en de docenten waren de beste van die tijd, zoals de stoïcijnse filosoof Athenodoros van Tarsos en de universeel geleerde Alexandros Polyhistor.
Kleopatra Selene (Musée Public National, Cherchell)Koning Juba
Andrew Kenrick (“PhD in Life Writing”, wat dat ook moge wezen) vraagt zich in zijn onderhoudende Rex Juba af hoe we de identiteit van de gebiografeerde moeten typeren: als Afrikaan? (geen antiek concept) als Berber? (definieer eerst het verschil tussen Numidiër en Berber) als Romeins burger? als Griek, omdat Juba in die taal schreef? De oninteressante vraag zegt, vanzelfsprekend, minder over Juba dan over de hedendaagse middenklasse-obsessie met identiteit. Het boek begint daardoor zwak, maar wordt al snel beter, ja zelfs heel goed.
Samengevat: toen Octavia’s broer eenmaal alleenheerser was geworden – hij zou zich later Augustus gaan noemen – maakte hij Juba tot koning van het westelijk deel van Numidië (het woongebied van de Masaeisyliërs) en van Mauretanië (wat wij Marokko noemen). Juba gedroeg zich daar verder precies zoals van hem werd verwacht: hij verleende militaire steun aan Augustus’ Cantabrische Oorlog, sloot een dynastiek huwelijk (met Kleopatra Selene) dat Augustus hielp de familie van Marcus Antonius te integreren in zijn eigen bestel, hij zorgde voor de nodige bouwwerkzaamheden in Iol Caesarea (Cherchell) en hij diende weleens als hoveling, bijvoorbeeld als lid van de begeleidingscommissie van prins Gaius Caesar. Kortom: een loyale paladijn. Alleen zijn tweede huwelijk lijkt niet naar de zin van Augustus te zijn geweest en werd dan ook alweer snel ontbonden.
Juba was ook de auteur van diverse boeken; zijn Romeinse Oudheden moet een jeugdwerk zijn geweest. Een boek over Latijnse woorden die op Griekse woorden leken, past in het Romeinse culturele klimaat als een hand in een handschoen. Hij publiceerde over schilderkunst en over de geschiedenis van het theater, en publiceerde overzichtswerken over zijn eigen koninkrijk, over Arabië en over “Assyrië” (waarmee vermoedelijk Mesopotamië was bedoeld). Ze zijn allemaal verloren gegaan, maar er zijn tientallen citaten over.
Grafschrift van Auniga, een door Juba vrijgelaten slavin (Musée Public National, Cherchell)Culturele ontmoetingen
Een deel van zijn informatie was gebaseerd op ontdekkingsreizen die hij had laten organiseren: naar de bovenloop van de Ziz, die hij (à la Herodotos van Halikarnassos) identificeerde als de Nijl, en langs de West-Afrikaanse kust, waarbij hij de Canarische Eilanden ontdekte. Die vernoemde hij naar de dieren die hij er tegenkwam: canis ofwel hond. Juba zou een commentaar op het korte reisverslag van Hanno de Zeevaarder hebben geschreven, en je zou willen weten wat hij meldde over de Nok– en de Sao-culturen waarmee zijn onderdanen handel moeten hebben gedreven.
Het graf van Juba II en Kleopatra Selene (“Mausolée royal de Maurétanie”)Dat is wat ik aan Rex Juba wat ongemakkelijk vond: hoe sympathiek ik Kenricks boek ook vond, hij gaat nauwelijks in op Juba’s Maghrebijnse context. Akkoord, Juba was geparachuteerd in een gebied waar hij feitelijk een vreemde was: een Romein die plotseling koning was in Marokko. Maar de archeologie had Kenrick kunnen tonen hoe Juba’s nieuwe onderdanen daarop reageerden. Gaven ze, zoals de Joden, een voorkeur aan lokaal geproduceerd aardewerk of omhelsden ze de contacten met Rome? Hoe liep de handel door de Sahara? Was ook hier Saturnus Africanus een Romeinse aanpassing aan een Maghrebijnse god? Kenrick noemt enkele opstanden, zoals die van Tacfarinas, maar contextualiseert die niet.
Dat is opmerkelijk, want hij is juist heel goed in het verlenen van context aan de kleine beetjes informatie waarover we beschikken. Veel bronnen hebben we niet over koning Juba en koningin Selene, maar Kenrick beent ze volledig uit en voegt van alles toe. Ik ging met opzet zo uitgebreid in op Octavia’s vorstenschool omdat Kenrick die prachtig evoceert, terwijl de bronnen alleen (terloops) melden dat Juba is opgevoed door de zus van keizer Augustus. Kenrick weet het milieu geloofwaardig te schetsen, zodat je begrijpt waarom Juba trouwde met Selene en begrijpt waar zijn geleerde belangstelling vandaan kwam.
Ptolemaios, zoon en opvolger van Juba II en Kleopatra Selene (Metropolitan Museum, New York)Dat Kenrick af en toe wel heel ver afdwaalt, zij hem vergeven. Dit is een leuk boek over een interessante vorst, afkomstig uit het Huis van Massinissa. U zult Rex Juba met plezier en met vrucht lezen als u een bezoek brengt aan Volubilis in Marokko of aan de Romeinse steden van Algerije, en ook als u dat niet doet.
- Andrew Kenrick, Rex Juba. Fifteen Glimpses of an African King (2026; €37,99)
-
Sallustius, Caesars handlanger
Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.
De vroege loopbaan van Sallustius
In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed mijn zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.
Weer twee jaar later, toen de Tweede Burgeroorlog op het punt stond uit te breken, sloot Sallustius zich aan bij Caesar en stemde hij vóór een wet waarmee Caesar in absentia kandidaat voor het consulaat kon zijn. Dat was een van de aanleidingen tot de Tweede Burgeroorlog. Als gevolg van zijn keuze ontnamen aanhangers van Pompeius Sallustius zijn positie in de Senaat.
Toen de burgeroorlog eenmaal een feit was, plaatste Caesar Sallustius aan het hoofd van een legioen in Illyricum, maar hij streed er zonder veel succes. In het jaar daarop, 48 v.Chr., was hij echter opnieuw quaestor. Rond deze tijd trouwde hij met Terentia, de ex van Cicero. In het volgende jaar, 47 v.Chr., werd hij bijna gelyncht door muitende soldaten van het Tiende Legioen, die hij namens Caesar moest vertellen dat ze nog langer moesten wachten op hun betaling. Ik vertelde er al over. En toen, na deze reeks mislukkingen, nam Sallustius’ leven ineens een positieve wending.
Praetor en propraetor
Het begon met Caesars Afrikaanse campagne. Sallustius bekleedde inmiddels het ambt van praetor en commandeerde enkele schepen. Kort na Caesar landing bij Hadrumetum (het huidige Sousse) leidde Sallustius de al genoemde foeragecampagne naar de Kerkenna-eilanden, vlak voor de Tunesische kust, waar hij de hand legde op een grote hoeveelheid graan, dat Caesars troepen hard nodig hadden. Dit was meer dan verdienstelijk, want het was winter en dan is de Middellandse Zee onrustig.
Waar Sallustius zich in de volgende weken bevond, is onduidelijk, maar hij lijkt zich opnieuw nuttig te hebben gemaakt. Na de slag bij Thapsus had koning Juba I van Numidië weten te vluchten naar het noordwesten van het huidige Tunesië, waar hij het stadje Zama bedreigde. De bewoners vroegen Caesar om bescherming en deze ijlde er naartoe, dreef Juba de dood in en annexeerde een deel van diens koninkrijk. De nieuwe provincie heette Africa Nova en de eerste gouverneur was Gaius Sallustius Crispus.
Hij resideerde in Cirta, het huidige Constantine, en (met een woord van de Oost-Duitse classicus Peter Schmidt) “die Statthalterschaft erfüllte seine finanziellen Erwartungen”. Een van de zaken die hij ter hand nam, was de vestiging van veteranen in steden als Thugga.
Een luxe Romeins huis in ThuggaProces
Eind 45 v.Chr. was Sallustius terug in Rome, en daar kwam het tot een rechtszaak. Dat is eigenlijk wel bijzonder. Aanklachten tegen provinciegouverneurs wegens corruptie waren niet ongebruikelijk, zeker als er Romeinse burgers woonden in de uitgebuite provincie. Dat die er ook in Cirta waren, staat vast, want ze lieten votiefstèles achter in het heiligdom van El-Hofra. Maar je zou van een pas onderworpen gebied hebben verwacht dat het zich wel driemaal zou bedenken voor het in Rome een klacht indiende: het zou niet voor het eerst of laatst zijn dat Rome bij wijze van antwoord de belastingsom verhoogde. En je verwacht zéker niet dat de aanklacht wordt ingediend tegen de beschermeling van een militaire potentaat die onlangs zijn laatste tegenstanders heeft verslagen.
Dat het desondanks kwam tot een rechtszaak, duidt op excessieve en onweerlegbare corruptie. Alleen door heel veel steekpenningen uit te delen en door de invloed van Julius Caesar zelf, ontkwam Sallustius aan een veroordeling.
Geschiedschrijver
Enkele maanden later was Caesar dood. Sallustius zou zich nuttig hebben kunnen maken voor een Marcus Antonius, voor een Lepidus, voor een Octavianus, of voor een andere generaal die claimde Caesar op te volgen. Maar hij bleef afzijdig. Het lijkt erop dat de rechtszaak zijn reputatie voorgoed had vernietigd. Hij trok zich terug uit de politiek en ging geschiedenisboeken schrijven. In 42 of 41, nadat de Driemannen de moordenaars van Caesar bij Filippoi hadden verslagen, publiceerde hij De samenzwering van Catilina en in het volgende jaar De oorlog tegen Jugurtha. Als oud-gouverneur van Numidië was hij over Jugurtha natuurlijk goed geïnformeerd. Later werkte hij aan zijn Historiën, waarvan alleen fragmenten over zijn die betrekking hebben op de jaren 78-67 v.Chr.
Sallustius bezat een park in het noorden van de stad, vlakbij de Via XX Settembre. Of beter: het was ooit een tuin van Caesar geweest, maar Sallustius verwierf het na de dood van de dictator. Een deel van de sculptuur is over: de Stervende Galliër in de Capitolijnse Musea, de Ludovisi-troon en een andere Stervende Galliër in de Palazzo Altemps, een Knielende Galliër in het Louvre, een beeld van een stervende Niobide in de Palazzo Massimo alle Terme en de obelisk die tegenwoordig staat bovenaan de Spaanse Trappen.
[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.
Zelfde tijdvak
De Titelberg (en andere Keltische heuvelforten)
oktober 24, 2017
Een echte Romein
juni 3, 2016
Misverstand: Dode-Zee-rollen
april 20, 2020 Deel dit:#RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Algerije #Cirta #CorneliaFausta #ElHofra #GaiusSallustiusCrispus #JubaI #JuliusCaesar #LuciusSergiusCatilina #Numidië #Terentia #Thugga #TitusAnniusMilo #Tunesië #XGemina
-
Bulla Regia
Huis van de Jacht (Bulla Regia)Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.
Huis van Baäl
Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.
Huis van de Nieuwe Jacht (Bulla Regia)We weten weer wel dat Bulla aan het einde van de derde eeuw v.Chr. deel uitmaakte van het koninkrijk van de Numidische koning Massinissa. Die verbleef er vanaf 156 v.Chr. en daarom kreeg de stad de bijnaam Regia, “koninklijk”. Later was Bulla Regia ook een residentie van koning Juba I.
Ondergronds wonen
Wat de stad zo bijzonder maakt, is dat veel mensen er onder de grond woonden. Ik heb geen cijfers over de verhouding tussen bovengrondse en ondergrondse woningen. Misschien kunnen die ook wel niet bestaan: een bovengronds huis met wat bewoners in de kelder en een ondergronds huis met een ingang op straatniveau – waar laat je die meetellen?
Het theater van Bulla Regia. Augustinus heeft hier nog eens een preek verzorgd.Feit is: je kunt hier dus ondergrondse villa’s bezoeken. Sommige, zoals het Huis van de Jacht, zijn gebouwd volgens een plattegrond zoals we ook kennen uit Italië: ze hebben dus een atrium, omringd door diverse kamers, waaronder een eetkamer. Alleen de ingang is nu een trappenhuis. Dit huis zal dus wel dateren van na de Romeinse machtsovername, al kan het natuurlijk ook gaan om een Italische officier in het huurlingenleger van een Numidische koning – pakweg Jugurtha.
Sommige onderaardse huizen hebben prachtige mozaïeken, zoals het huis dat door archeologen de naam Huis van Amfitrite is genoemd. Het is de verkeerde naam, want het mozaïek stelt feitelijk de godin Afrodite ofwel Venus voor. In het Huis van de Schat zijn op mozaïeken de emblemen aangebracht van wat vermoedelijk beroepsverenigingen zijn geweest.
Afrodite (Bulla Regia)Je vraagt je af waarom mensen onder de grond gaan wonen. Het is immers nogal lastig zo’n huis te bouwen. Een voor de hand liggend antwoord is de hitte, maar zo heet is het helemaal niet aan de leizijde van de bergen. Er is altijd wind. Ik sluit niet uit dat de werkelijke reden om op een lastige manier een huis te bouwen is dat het een lastige manier is om een huis te bouwen. Een Numidiër, een Karthager, een Romein, een Vandaal kon laten zien dat hij rijk was.
***
Ik organiseer in het najaar een reis naar Tunesië, waarbij we ook Bulla Regia aandoen. Meer informatie daar.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Baäl #BullaRegia #JubaI #Jugurtha #Massinissa #Medjerda #Numidië #Tanit #Tunesië
-
Bulla Regia
Huis van de Jacht (Bulla Regia)Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.
Huis van Baäl
Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.
Huis van de Nieuwe Jacht (Bulla Regia)We weten weer wel dat Bulla aan het einde van de derde eeuw v.Chr. deel uitmaakte van het koninkrijk van de Numidische koning Massinissa. Die verbleef er vanaf 156 v.Chr. en daarom kreeg de stad de bijnaam Regia, “koninklijk”. Later was Bulla Regia ook een residentie van koning Juba I.
Ondergronds wonen
Wat de stad zo bijzonder maakt, is dat veel mensen er onder de grond woonden. Ik heb geen cijfers over de verhouding tussen bovengrondse en ondergrondse woningen. Misschien kunnen die ook wel niet bestaan: een bovengronds huis met wat bewoners in de kelder en een ondergronds huis met een ingang op straatniveau – waar laat je die meetellen?
Het theater van Bulla Regia. Augustinus heeft hier nog eens een preek verzorgd.Feit is: je kunt hier dus ondergrondse villa’s bezoeken. Sommige, zoals het Huis van de Jacht, zijn gebouwd volgens een plattegrond zoals we ook kennen uit Italië: ze hebben dus een atrium, omringd door diverse kamers, waaronder een eetkamer. Alleen de ingang is nu een trappenhuis. Dit huis zal dus wel dateren van na de Romeinse machtsovername, al kan het natuurlijk ook gaan om een Italische officier in het huurlingenleger van een Numidische koning – pakweg Jugurtha.
Sommige onderaardse huizen hebben prachtige mozaïeken, zoals het huis dat door archeologen de naam Huis van Amfitrite is genoemd. Het is de verkeerde naam, want het mozaïek stelt feitelijk de godin Afrodite ofwel Venus voor. In het Huis van de Schat zijn op mozaïeken de emblemen aangebracht van wat vermoedelijk beroepsverenigingen zijn geweest.
Afrodite (Bulla Regia)Je vraagt je af waarom mensen onder de grond gaan wonen. Het is immers nogal lastig zo’n huis te bouwen. Een voor de hand liggend antwoord is de hitte, maar zo heet is het helemaal niet aan de leizijde van de bergen. Er is altijd wind. Ik sluit niet uit dat de werkelijke reden om op een lastige manier een huis te bouwen is dat het een lastige manier is om een huis te bouwen. Een Numidiër, een Karthager, een Romein, een Vandaal kon laten zien dat hij rijk was.
***
Ik organiseer in het najaar een reis naar Tunesië, waarbij we ook Bulla Regia aandoen. Meer informatie daar.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Baäl #BullaRegia #JubaI #Jugurtha #Massinissa #Medjerda #Numidië #Tanit #Tunesië