#timgad — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #timgad, aggregated by home.social.
-
Ruines Romaines de Timgad, c.1930 - Musée de Timgad CPSM
-
Ruines Romaines de Timgad, c.1930 - Musée de Timgad CPSM
-
Ruines Romaines de Timgad, c.1930 - Musée de Timgad CPSM
-
Ruines Romaines de Timgad, c.1930 - Musée de Timgad CPSM
-
Ruines Romaines de Timgad, c.1930 - Musée de Timgad CPSM
-
Boutiques de Marché de Sertius, Timgad, c.1930s - CAP CPSM
-
Boutiques de Marché de Sertius, Timgad, c.1930s - CAP CPSM
-
Boutiques de Marché de Sertius, Timgad, c.1930s - CAP CPSM
-
Boutiques de Marché de Sertius, Timgad, c.1930s - CAP CPSM
-
Boutiques de Marché de Sertius, Timgad, c.1930s - CAP CPSM
-
De Maghreb in de Late Oudheid (2)
Het Byzantijnse fort van Madauros[Tweede van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]
Ik eindigde mijn vorige blogje over de Maghreb in de Late Oudheid met de onderwerping van het Vandaalse koninkrijk door de Byzantijnse generaal Belisarius in het jaar 533. Hij sloot een verdrag met een Berber-koning genaamd Massonas, die lijkt te hebben geheerst vanuit Altava in het noordwesten van het huidige Algerije. De twee partijen werkten in de volgende jaren samen, onder meer tegen andere groepen Berbers. De Byzantijnen bouwden een reeks forten. In Tunesië is te denken aan Sufetula (Sbeitla), Mactaris (Makhtar) en Ammaedara (Haïdra). In Algerije gaat het om Theveste (Tebessa), Madauros (M’daourouch), Lambaesis (Tazoult), Thamugadi (Timgad), Sitifis (Sétif) en Tipasa. Meer naar het westen ontbreken de forten, omdat het gebied in handen was van de bevriende Berbers van Altava.
Demografische neergang
Wie die forten ziet, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn ook grotendeels gebouwd uit gerecycled ouder bouwmateriaal, vaak de enorme stukken natuursteen waarop inscripties hadden gestaan. (De Byzantijnse forten zijn een paradijs voor epigrafen.) Omvang en bouwmateriaal zullen wel samenhangen met de demografische neergang in Late Oudheid. Het meest opvallende aspect daarvan is de pest-epidemie die uitbrak in 541, maar de neergang had al eerder ingezet.
Eén van de gevolgen is de afname van de vraag naar producten uit de Maghreb, zoals olijfolie en wijn en graan. Dat had ter plekke weer economische en sociale gevolgen. De sedentaire boeren rond de steden hadden redenen om over te schakelen op veeteelt en dus nomadisme.
Garmul
De samenwerking tussen de Byzantijnen en Berbers was niet voor eeuwig. Er is wel beweerd dat het Byzantijnse Rijk steeds Griekstaliger werd, waardoor de Berbers (die naast hun eigen taal vooral Latijn spraken) afstand begonnen te voelen, maar ik weet niet zeker of dit waar is. Feit is dat we lezen over conflicten, zoals dat met een zekere Garmul. De door de Spaanse chroniqueur Johannes van Biclaro gegeven informatie is beknopt:
Generaal Gennadius verpletterde in Africa de Mauri, en overwon in de strijd de levensgevaarlijke koning Garmul, die al een leger van drie eerdere Romeinse aanvoerders (duces) had verslagen, en doodde die koning met het zwaard.noot Johannes van Biclaro, Kroniek, jaar 578.
Die eerdere generaals waren verslagen in 570 en 571, Gennadius’ repressie dateert van 578 en leidde tot de onderwerping van de Mauri, maar er zijn geen aanwijzingen voor hernieuwde Byzantijnse fortenbouw. Vermoedelijk werd het koninkrijk Altava opnieuw een bondgenoot, en wel op voor Constantinopel gunstige voorwerpen.
Het Exarchaat van Karthago
Gennadius bleef in de Maghreb achter als exarch, wat zoiets betekent als “bestuurder van een buitengewest”. Vanuit Karthago regeerde hij over de Byzantijnse bezittingen en controleerde hij de Berber-bondgenoten. Dat waren er meer dan alleen het koninkrijkje rond Altava. In mijn vorige blogje noemde ik een dux en imperator Masties die in de Vandaalse tijd in het noordoosten van Algerije regeerde over Romeinen en Mauri, en misschien heeft zijn staatje op een of andere wijze overleefd. Ook elders is het bestaan van post-Romeinse heersers gedocumenteerd, maar vaak gaat het om de vermelding van één leider met een Berber-naam die dan door de Byzantijnse legers wordt verslagen. Feit is: we hebben weinig informatie.
Zoals ik het zie, verbleven er rond het Byzantijnse Exarchaat diverse groepen Berbers, die op verschillende manieren een nomadisch leven leidden, en die op variërende manieren waren verbonden met (en zich zo nu en dan keerden tegen) de exarch in Karthago. Zo was het al eeuwen, en de voornaamste verschillen waren dat de Latijnsprekende Romeinse overheid inmiddels een Griekssprekende Byzantijnse overheid was, dat de steden door de demografische neergang kleiner waren geworden en dat het handelsvolume was afgenomen. Evengoed functioneerde de samenleving nog altijd en waren er nieuwbouwprojecten, zoals het gebouw in Sfax waarover ik een paar jaar geleden blogde.
Migraties
Ik voeg nog toe dat de Berbergroepen, zoals alle nomadische groepen, fluïde waren. De naam Laguatan, die we rond 400 na Chr. aantreffen in het oosten van het huidige Libië, duikt anderhalve eeuw later veel westelijker op. Er lijkt onder de nomaden een soort beweging te zijn geweest vanuit Tunesië naar de vruchtbare Hautes Plaines van Algerije, vanuit westelijk Libië naar de vrijgekomen gebieden in Tunesië en vanuit oostelijk Libië naar de vrijgekomen gebieden in westelijk Libië.
Anders gezegd: de Arabieren volgden gebaande wegen toen ze naar de Maghreb kwamen. Daarover gaat het volgende blogje.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Gouden Vrouwen in Rhenen
april 14, 2024
Kreupelhout in de Koran
januari 4, 2025
Oude koran, jonge islam
juli 28, 2015 Deel dit:#Algerije #Altava #Ammaedara #Belisarius #Berbers #epidemie #ExarchaatVanKarthago #Garmul #Gennadius #JohannesVanBiclaro #JustiniaanseEpidemie #Laguatan #Lambaesis #Mactaris #Madauros #Massonas #Masties #Mauri #nomadisme #Pest #Sétif #Sbeitla #Sfax #Tébessa #Thamugadi #Timgad #Tipasa #Tunesië #Vandalen
-
De Maghreb in de Late Oudheid (1)
Latijnse ostrakon uit Timgad, waarin iemand met een Berbernaam een transactie dateert aan de hand van een Vandaalse koningToen Augustinus in 430 in Hippo Regius overleed, belegerden de Vandalen zijn stad, die ze kort daarna bezetten. Karthago volgde in 439. Onder leiding van Geiserik stichtten de Vandalen een eigen koninkrijk binnen de grenzen van het aloude Romeinse imperium. De tijden waren aan het veranderen.
Eén van de redenen waardoor het zo ver had kunnen komen, is dat het keizerlijk hof in Ravenna en Constantinopel lang weinig belangstelling had gehad voor de Maghreb. De Duitse oudhistoricus Mischa Meier typeert het als een proces van terugtrekking.
De tijden mochten dan veranderen, veel dingen bleven hetzelfde. Er waren steden, men produceerde olijfolie, men bouwde kerken, men schreef Latijn en men werkte samen met de nomaden. Die waren er – en dat al eeuwenlang – in allerlei soorten. Sommigen bewogen over betrekkelijk korte afstanden tussen winter- en zomerweiden, waar ze winter- en zomerdorpen hadden. Toearegs bewogen over enorme afstanden en handelden met de Sao-cultuur. Weer anderen wisselden een bestaan als sedentaire landbouwers af met nomadische veeteelt. Hun relatie met de Romeinse overheid was al even variabel: nu eens erkenden ze het gezag van de keizer en regelmatig dienden ze als grenstroepen, dan weer onttrokken ze zich aan de keizerlijke regering.
Berbers
In dat laatste geval noemden de Romeinen hen “barbaren”, waarvan ons woord “Berbers” is afgeleid. Zelf duidden en duiden ze zich aan met andere namen. Ze spraken en spreken verschillende talen, die noch bij de Indo-Europese taalfamilie behoren (zoals het Latijn), noch bij de Semitische talen (zoals het Fenicisch en het Arabisch). Wat ze deelden, is vooral een levenswijze, die complementair was aan de Romeinse stedelijke levenswijze.
Nu de Romeinse overheid zich terugtrok en de Vandalen de macht overnamen, lezen we voor het eerst over werkelijk autonome groepen Berbers. Volgens Prokopios gebeurde dat pas na de dood van de Vandaalse koning Hunerik (r.477-484), maar vrijwel zeker was dit proces al eerder gaande en verwijst de Byzantijnse geschiedschrijver naar het moment waarop er gewelddadige conflicten kwamen tussen het Vandaalse koninkrijk en de Berbers.
Berber-koningen
Ik aarzel of ik moet spreken van een Berber-staat, of Berber-staatjes, of dat ik het woord “staat” moet vervangen door “stam” of “stamfederatie”. Zoals zo vaak weten we het niet goed. Twee Berber-leiders, een zekere Masties en een zekere Masuna, hebben echter Latijnse inscripties nagelaten. Daarin duiden ze hun onderdanen niet aan als barbaren of Berbers, maar met de oeroude naam Mauri.
De eerste is het grafschrift van Masties, gevonden in de Aurès in het noordoosten van Algerije en ondateerbaar, en identificeert hem met de Romeinse titels dux en imperator. Hij schrijft:
Aan de geesten van de overledenen.
Ik, Masties, dux gedurende zevenenzestig jaar, imperator gedurende tien jaar, ☩ heb nooit verraad gepleegd, noch het vertrouwen geschonden, noch bij de Romeinen, noch bij de Mauri, en ik ben in oorlog en vrede gehoorzaam geweest. God heeft mij vanwege mijn gedrag Zijn genade geschonken.
Ik, Vartaia, heb samen met mijn broers dit monument opgericht, waarvoor ik honderd solidi heb betaald.noot EDCS-15500070.We weten niet goed wat de Romeinse titels hier betekenen. Dux kan een Romeinse militaire term zijn, maar ook de aanduiding van een Berber-stamhoofd, terwijl imperator kan verwijzen naar vrijwel elke militaire gezagdrager. Het is echter duidelijk dat de man zich niet presenteert als onderdaan van de Vandalen, wat ook wordt bevestigd door een terloopse opmerking van Prokopios, die schrijft dat de Berbers Timgad hadden verwoest om te verhinderen dat de Vandalen ooit hun kant op zouden komen.noot Prokopios, Oorlogen 4.13.26. Dat Masties christen is, spreekt ruim een eeuw na de regering van Constantijn voor elke gezagdrager vanzelf.
Wie in deze inscriptie de Romeinen zijn, is onduidelijk: het kan gaan om onderdanen van Masties of de keizer in Ravenna. De tweede inscriptie, die van Masuna, helpt ons echter bij het vinden van een mogelijke interpretatie. Deze tekst is gevonden in Altava in het noordwesten van Algerije,noot EDCS-25601625. en bewijst dat Masuna rond 508 magistraten kon aanwijzen en zich beschouwde als een Romeinse gezaghebber. Hij identificeert zichzelf als rex gentium Maurorum et Romanorum, “koning van de Mauri en Romeinen”, en dat betekent dat we te maken hebben twee groepen onderdanen. “Romeinen” zal in beide inscripties verwijzen naar geromaniseerde stedelingen. En beide mannen regeerden dus over én Romeinse stedelingen én Mauri.
Jidars
Wat we, ondanks alle onduidelijkheid, kunnen weten is dat er rond 500 na Chr. post-Romeinse machthebbers waren met Berber-namen, die zich onafhankelijk hadden gemaakt van de Vandalen en zich presenteerden als loyaal aan de Romeinen. Ze gebruikten vergelijkbare militaire en bestuurlijke titels, deelden in de christelijke religie, schreven Latijn – kortom, ze bleven binnen de Romeinse wereld.
Dat zulke leiders niet (of niet alleen) met kuddes heen en weer trokken, maar (tevens) sedentair waren, blijkt uit de zogeheten jidars, monumentale grafmonumenten uit de Late Oudheid, die zijn gevonden in het noordwesten van Algerije. Het gaat vrijwel zeker om koninklijke mausolea en ze veronderstellen een sedentaire bevolking.
En tot slot: in 533 arriveerde de Byzantijnse generaal Belisarius in het huidige Tunesië, en onderwierp de Vandalen. Korte tijd later sloot hij een alliantie met een Berber-leider die door Prokopios Massonas wordt genoemd. We weten niet of dit dezelfde is als de zojuist genoemde Masuna, maar het bevestigt dat de Berbers rond Altava in het noordwesten van Algerije een mogendheid waren om rekening mee te houden.
[Dit is het eerste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb en dit blogje wordt zo meteen dus vervolgd.]
PS
Op deze blog zijn ruim 57.000 reacties geplaatst en 99,9% daarvan was ter zake of prettige malligheid. Eergisteren heb ik voor de derde keer in veertien jaar iemand een blok moeten geven. Ten overvloede herinner ik aan onze fascinerende huisregels.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Tigranokerta
mei 18, 2019
De Cypriotische stad Salamis
juli 9, 2024
Achaimenidisch Perzië (2)
oktober 14, 2023 Deel dit:#Algerije #Altava #Aurès #Belisarius #Berbers #Berbertalen #Geiserik #Hunerik #jidar #Massonas #Masties #Masuna #Mauri #MischaMeier #nomadisme #Prokopios #SaoCultuur #Timgad #Toeareg #Tunesië #Vandalen
-
Circumcelliones
Timgad, Donatistisch complexAls we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.
Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.
Circumcelliones
En ze verwierf op zeker moment de steun van de circumcelliones, die voor het eerst rond 320 worden vermeld. Het lijkt te zijn gegaan om arme plattelandsbewoners, meestal dagloners zonder veel bestaanszekerheid, die de ambitie hadden opgegeven normaal werk te vinden. Verder lijken onder de circumcelliones keuterboeren te zijn geweest met schulden die ze niet langer konden aflossen. Augustinus schrijft dat ze werden behandeld als beesten, wat wel verklaart waarom ze zich uit de stads- en dorpsgemeenschappen terugtrokken en zich overgaven aan banditisme. Zouden het Galliërs zijn geweest, ze zouden Bagaudae genoemd zijn geweest, en als het in de Middeleeuwen was geweest, dan was er sprake van een jacquerie.
Het lijkt erop dat toen Constantijns zoon Constans (r.337-350) maatregelen nam tegen de donatisten, dezen antwoordden door de circumcelliones te instrueren om terreurdaden te verrichten tegen de officiële kerk. We kennen twee leiders bij hun (Berber)naam: Axido en Fasir. Hun opstand, die rond 340 plaatsvond, liep volledig uit de hand, want ze richtten zich vooral op de landhuizen van de grootgrondbezitters, waar ze de schuldregisters vernietigden en de bewoners – dat ging in een moeite door – dwongen hun slaven vrij te laten. De Romeinse generaal Taurinus onderdrukte deze opstand.
Ik schreef zojuist “lijkt erop” omdat we geen geschriften hebben van de circumcelliones zelf. Niet alleen waren ze merendeels ongeletterd, maar zelfs al zouden ze teksten hebben geschreven, dan nog zouden ze niet zijn gekopieerd toen de keizerlijke kerk eenmaal het pleit had gewonnen.
Het huis van Optatus in TimgadZelfmoordaanslagen
Enkele jaren later, tussen 345 en 347, was er een tweede revolte, die door generaal Silvester werd onderdrukt. Hierna lijken (lijken!) de circumcelliones hun modus operandi te hebben gewijzigd, want we vernemen dat ze heel riskante overvallen deden, waarbij ze zouden hebben gehoopt te sneuvelen, zodat ze als martelaren meteen naar de hemel zouden gaan. Hun aanvalskreet zou Deo laudes! zijn geweest, “Prijs God!” Dit moet rond 390 zijn geweest, en de regie zou in handen zijn geweest van de donatistische bisschop Optatus, wiens huis is opgegraven in Timgad. Een laatste geweldsgolf vond plaats rond 411.
Dat die zelfmoordaanslagen geen fictie zijn, wordt bewezen door vijfenzestig grafstenen die zijn gevonden bij de Jebel Nif en-Nser, niet ver van het Algerijnse stadje Ain M’lila: het gaat om circumcelliones die zich in een kloof hebben geworpen, mogelijk toen ze geen slachtoffers konden vinden om te vermoorden. We lezen ook over ongewapende circumcelliones die bewapende konvooien aanvielen. Wij zouden het suicide by cop noemen. Genadeloos als Romeinse gouverneurs waren, lieten ze de aanvallers vrij.
Jebel Nif en-NserTwijfel
Zoals gezegd: we weten het allemaal niet zo zeker. Hun eigen opvattingen kennen we eigenlijk niet en een auteur als Augustinus was vooringenomen. Weliswaar herkende hij de sociale oorzaak, maar hij maakte zich zó grote zorgen om het donatisme dat hij bereid was de overheid te vragen desnoods met geweld op te treden. Augustinus voelde sympathie voor de ontrechten, maar niet voor bondgenoten van de donatistische concurrentie.
Nog iets: het Latijnse woord cella kan ook “graanopslag” betekenen, wat prima past bij een plattelandsbeweging. Je zou de nomaden die bij de oogst kwamen helpen, kunnen aanduiden als degenen die zich bij de silo’s ophouden. Maar deze interpretatie van de naam maakt het lastiger – hoewel zeker niet onmogelijk – de circumcelliones te presenteren als donatistische terroristen.
“Eeuwig vrede voor de katholieke kerk”: anti-donatistische polemiek (Nationaal Museum, Algiers)In elk geval: ze waren gevaarlijk. Reizigers, en zekere geestelijken in dienst van de keizerlijke kerk, vormden bewapende karavanen alvorens op pad te gaan. Dat zegt echt wel iets. Augustinus kan overdrijven als hij zegt dat de kreet Deo laudes gevreesder was dan het brullen van een leeuw, maar zijn angst was wel degelijk reëel.
Kortom: er zijn wat problemen in de bewijsvoering, maar we mogen de circumcelliones beschouwen als plattelandsrebellen die steeds meer veranderden in de gewapende tak van de donatistische kerk.
PS
De circumcelliones spelen een belangrijke rol in de historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas (2020; bespreking).
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
C16 | De visioenen van Constantijn
maart 6, 2024
De mysteriën van Mithras
februari 15, 2022
Sinterklaas is jarig
juli 29, 2017 Deel dit:#Algerije #Augustinus #Bagaudae #banditisme #Circumcelliones #Constans #ConstantijnDeGrote #donatisme #FransWillemVerbaas #Licinius #Numidië #OptatusVanTimgad #terrorisme #Timgad #zelfmoord
-
Marciana Traiana Thamugadi, the ancient city built by Roman Emperor Trajan in what is now northern Algeria, then also known as #Timgad , was once a Roman and then a Byzantine metropolis for most of the first millennium of the current era. After the Muslim conquest it was covered by sand for most of the second millennium. In the third millennium it is a fascinating tourist destination! 👉 https://en.wikipedia.org/wiki/Timgad
-
Marciana Traiana Thamugadi, the ancient city built by Roman Emperor Trajan in what is now northern Algeria, then also known as #Timgad , was once a Roman and then a Byzantine metropolis for most of the first millennium of the current era. After the Muslim conquest it was covered by sand for most of the second millennium. In the third millennium it is a fascinating tourist destination! 👉 https://en.wikipedia.org/wiki/Timgad
-
Marciana Traiana Thamugadi, the ancient city built by Roman Emperor Trajan in what is now northern Algeria, then also known as #Timgad , was once a Roman and then a Byzantine metropolis for most of the first millennium of the current era. After the Muslim conquest it was covered by sand for most of the second millennium. In the third millennium it is a fascinating tourist destination! 👉 https://en.wikipedia.org/wiki/Timgad