home.social

#eerstebriefaandekorintiers — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #eerstebriefaandekorintiers, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Joodse en christelijke spijswetten

    Herders slachten een ram (Archeologisch museum, Split)

    De Dode Zee-rollen zijn een van de allerbelangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de afgelopen eeuw, en binnen deze verzameling van bijna duizend boekrollen springt één tekst er echt uit: Enige Werken der Wet, ook wel bekend als 4QMMT. Niet alleen wordt hier duidelijk wat “werken der Wet” zijn – niet de “goede werken”, zoals Luther dacht, maar een ethnic marker voor wie joods is – maar ook toont deze tekst dat een schisma in de joodse wereld zich voltrok over de wijze waarop iemand zich aan de Wet van Mozes moest houden, de halacha. Anders gezegd: hoe ga je om met de diverse reinheidsvoorschriften, sabbatsregels en spijswetten?

    Integratie van de joden in de grotere wereld

    Rond het begin van onze jaartelling was de algemene tendens in het jodendom er een naar grotere openheid. Dat is al te vinden in de jongere delen van Jesaja, waar de tempel in Jeruzalem een “huis voor alle volken” heet.noot Jesaja 56.7. De vroege hellenistische tijd zag verdere integratie van de Joden in de grotere wereld. Dat veranderde enigszins rond 100 v.Chr., toen de Makkabeeënopstand, die ruim een halve eeuw eerder had plaatsgevonden, werd uitgelegd als verzet tegen de hellenisering – een perspectief dat eerder eigenlijk wat marginaal was geweest en ook na 100 v.Chr. bepaald niet het enige was. Toen koning Herodes de Grote de tempel herbouwde, was er ook ruimte voor niet-joden, al was het op enige afstand.

    De wereld van het Nieuwe Testament kent echter wel spanning tussen joods en niet-joods. Ik vind het zelf heel significant dat in het Evangelie van Marcus een legioen kwade geesten zich van een geesteszieke verplaatst naar een toom varkens, die zichzelf vervolgens in een meer verdrinkt.noot Marcus 5.1-13. Het is moeilijk dit niet als anti-Romeins te lezen, maar het is tegelijk wel de stille spot van mensen die de zaken niet op het spits willen of kunnen drijven. Daarnaast is er in ditzelfde evangelie de vriendelijke conversatie tussen Jezus en een vrouw uit de Fenicische havenstad Tyrus.noot Marcus 7.24-30.

    De in 66 na Chr. uitgebroken oorlog tussen Joden en Romeinen heeft het perspectief geplaatst op de tegenstelling tussen de twee vijanden, wat natuurlijk logisch is. Er waren echter volop andere stemmen. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus zag geen onoverbrugbare tegenstelling, zijn politieke leider Herodes Agrippa II vond samenwerking ook ideaal. Maar assimilatie was voortaan moeilijker, al zie je het in de Mishna terugkeren: de collectie rabbijnse wijsheid is te lezen als een handboek over de wijze waarop joods leven mogelijk was in een wereld zonder Joods politiek gezag.

    Paulus

    Het is in deze context dat we Paulus moeten plaatsen. En hij heeft de Wet van Mozes óf compleet afgeschaft (als we de Brief aan de Galaten het belangrijkste vinden) óf het belang ervan sterk genuanceerd (volgens de Handelingen van de Apostelennoot Handelingen 15.20.). De Eerste Brief aan de Korintiërs bevat een heel duidelijke passage over het eten van vlees dat niet is geslacht volgens de joodse spijswetten, die hij dus minder belangrijk vond:

    U mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht; u hoeft niet omwille van uw geweten na te gaan waar het vandaan komt. Immers: “Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft.” Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt.noot 1 Korintiërs 10.25-27; NBV21.

    Met deze relativering, of opschorting, of abrogatie, of beëindiging van de joodse spijswetten neemt Paulus bepaald geen ongebruikelijk standpunt in. De Babylonische Talmoed bevat bijvoorbeeld een discussie over het eten van niet-ritueel-geslacht vlees, waarin de vroeg vierde-eeuwse rabbi Abba ben Joseph bar Hama (kortweg Raba) verdedigt dat een jood alle vlees mag eten. De rabbijnen bespreken vervolgens hoe de Joodse koning Josafat had gedineerd bij de afvallige koning van Israël, Achab, en bediscussiëren vervolgens de mogelijkheden dat Josafat wel aanzat maar niet at, of dat hij wel at maar het vlees liet staan. Ze stellen echter vast dat Josafat zich het onreine vlees niet ontzegde, en daarmee is de zaak beklonken.noot Babylonische Talmoed, Chullin 4b; 2 Kronieken 18.2.

    Kortom, Paulus zegt weinig opzienbarends: het relativeren van de Wet past in zijn tijd en past ook in het latere jodendom. Maar, zegt hij, wees tactvol.

    Wanneer iemand u er dan op wijst dat u vlees eet dat aan zijn goden is gewijd, laat het dan staan omwille van hem.noot 1 Korintiërs 10.28.

    Dit gaat dus om iemand die meer waarde hecht aan de spijswetten. Je kunt je afvragen, vanuit ons eigen tijdgewricht, of je wel concessies moet doen aan mensen die van anderen verlangen dat ze rekening houden met religieuze voorschriften die de hunne niet zijn. Feit is in elk geval

    • dat Paulus rekening wilde houden met mensen die de spijswetten wilden blijven volgen,
    • dat zowel de Handelingen van de Apostelen als de Romeinse auteur Plinius de Jongere documenteren dat er nog ruim een halve eeuw christenen waren die de spijswetten serieus namen,noot Handelingen 15.20; Plinius de Jongere, Brief 10.96.
    • dat uiteindelijk de spijswetten uit het christendom zijn verdwenen,
    • dat in de vierde eeuw rabbijnen discussieerden over de vraag bij welke slager een jood z’n vlees mocht halen.

    Een schisma voltrok zich in de joodse wereld over de wijze waarop mensen zich aan de Wet van Mozes moesten houden, maar de discussies konden lang duren.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    #4QMMT #AbbaBenJosephBarHama #Achab #BabylonischeTalmoed #EersteBriefAanDeKorintiërs #EnigeWerkenDerWet #ethnicMarker #Josafat #Mishna #NieuweTestament #Paulus #PliniusDeJongere #slager #spijswetten #vlees #WetVanMozes
  2. Glossolalie

    Armeense miniatuur van Pinksteren (Noravank)

    Hoe groot de afstand is die ons scheidt van de oude wereld, merken we onder meer als we kijken naar het vroegste christendom. In de Eerste Brief aan de Korintiërs laat de apostel Paulus ons zien wie er zoal deel uitmaakten van een gemeente:

    In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.noot 1 Korintiërs 12.7-11; NBV21.

    Paulus gaat er dus van uit dat zijn lezers, net als hijzelf, erkenden dat sommigen ten behoeve van de gemeente wonderen konden verrichten, konden profeteren of “klanktaal” konden spreken. Dit laatste wil zeggen dat mensen in trance klanken uitstootten die werden uitgelegd als openbaring. De jargonterm is glossolalie, “in tongen spreken”. Het klassieke voorbeeld is de pythia in Delfi, die in een soort extase verkeerde en bepaalde kreten slaakte, die door tempelfunctionarissen in dichtvorm werden gegoten en golden als goddelijk advies. Elders speelden rituele dansen een rol, waarbij mensen in trance visioenen kregen. Dat lijkt een vorm van sjamanisme.

    Een gangbare praktijk

    Paulus noemt glossolalie vakernoot 1 Thessalonicenzen 5.19. en wist in Efese enkele mensen in extase te brengen.noot Handelingen 19.6.  Ook het verhaal over de neerdaling van de Heilige Geest in de Handelingen van de Apostelen lijkt naar glossolalie te verwijzen.noot Handelingen 2.4. Ik schrijf “lijkt”, want degenen die dan de geest krijgen, stoten geen vreemde klanken uit, maar zijn voor iedereen begrijpelijk. Pinksteren, dat wil zeggen het joodse Wekenfeest (Sjavoeot), is immers, zoals ik al eens vertelde, een omkering van de Babylonische spraakverwarring.

    De meest uitgebreide beschrijving vinden we in, opnieuw, de Eerste Brief aan de Korintiërs: het complete veertiende hoofdstuk is aan glossolalie gewijd. Paulus maakt daarin diverse dingen duidelijk, namelijk dat de betrokkenen vreemde, ongecontroleerde klanken uitstootten, die de indruk wekten van een soort heilige razernij.noot 1 Korintiërs 14.23, 14.27. Paulus is bang dat het verkeerd zal worden uitgelegd, wat opmerkelijk is, omdat zulke razernij ook bij andere culten voorkwam (Adonis, Dionysos…). Om de misverstanden niet nodeloos op te roepen adviseert Paulus (Paulus zijnde Paulus) dat het beter was als vrouwen zich van glossolalie onthieldennoot 1 Korintiërs 14.34. en dat een professional uitlegde wat de kreten betekenden.noot 1 Korintiërs 14.27-28. Dit is dus net zoals in Delfi.

    Anders dan in Delfi, waar glossolalie diende om advies te geven, kon christelijke glossolalie een gebed zijn of een dankzegging.noot 1 Korintiërs 14.14-17. Het was daarom ook niet gericht op het menselijke publiek, maar tot God. Daarom mocht iemand die in extase raakte, ook niet worden gehinderd.noot 1 Korintiërs 14.39.

    Toen en nu

    Kortom, deze vorm van vroege christelijke eredienst lijkt hooguit op de Pinkstergemeenten in onze tijd, maar niet op een katholieke of protestantse viering. De verschillen tussen toen en nu zijn dus groot en vragen om een verklaring.

    In de late tweede eeuw begonnen christelijke groepen zich te organiseren. Er waren altijd informele leiders geweest, maar nu kwam er wat systeem in de benoeming. Er was een groep, de aanhangers van de zogeheten proto-orthodoxie, die de leer langzaam maar zeker begon vast te leggen: wie Christus vereerde, kon niet ook andere goden aanbidden, en de verering moest gebeuren op een bepaalde manier. De leer werd gefundeerd in de gewijde literatuur, en ook over de omvang van de canon kwamen afspraken. Wat in deze tijd feitelijk gebeurde, was dat de oorspronkelijke, charismatische kerk werd vervangen door een geïnstitutionaliseerde kerk, die bestaat tot op de huidige dag, en weinig ruimte laat voor glossolalie.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De joden van Rome

    maart 9, 2023
    Het Tiende Legioen Gemina

    mei 3, 2020
    Spiegelbeeld en Judaskus

    oktober 24, 2020 Deel dit: #Delfi #EersteBriefAanDeKorintiërs #Efese #glossolalie #Korinthe #Paulus #Pinksteren #protoOrthodoxie #pythia #sjamanisme #Sjavoeot #Wekenfeest
  3. De hoofddoek (2)

    Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

    Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden doorgaans met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

    Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt wel uit de teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

    Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)

    Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)

    Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:

    Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.

    Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze de details bespraken, adviseert Paulus de mensen om zich aan de norm te houden. Anders gezegd: het was in Korinthe niet langer vanzelfsprekend. Het advies staat bovendien niet op zichzelf. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, aan niet-getrouwde vrouwen.

    Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.

    [Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]

    In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    II Parthica, Romes strategische reserve

    juli 9, 2025
    Simon de Magiër

    maart 10, 2024
    Moord op de Nijl

    februari 16, 2020 Deel dit: #canoniekRecht #EersteBriefAanDeKorintiërs #hoofddoek #huwelijk #KalifaatVanDamascus #Mishna #NieuweTestament #Paulus #prostituees #rabbijnseLiteratuur #Tertullianus #traditie #vrouwenportretten #vrouwenrechten
  4. Apollos

    Een Egyptenaar (Staatliches Museum Ägyptischer Kunst, München)

    Ik stipte gisteren aan dat het een raadsel is hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Een van de allergrootste kenners van de materie, Adolf von Harnack, typeerde ons vrijwel volledige gebrek aan informatie als de ergste lacune in onze kennis van het vroege christendom. De kwestie is belangrijk omdat Egypte in de tweede eeuw een ware fabriek van nieuwe ideeën was. Grappig genoeg weten we wél dat er al heel vroeg volgelingen van Jezus leefden in Alexandrië: we kennen er een bij naam, hij heette Apollos en dat is een naam die vooral in Egypte is gedocumenteerd.

    Apollos van Alexandrië

    De auteur van de Handelingen van de apostelen vertelt:

    Intussen arriveerde er in Efese een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had [in zijn vaderland] onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren.noot Handelingen 18.24-26a; NBV21.

    We kennen deze Apollos ook uit de door Paulus geschreven Eerste Brief aan de Korintiërs en weten daarom dat Apollos rond 50 aankwam in Efese. Dus hier ontmoeten we een Egyptische Jood die niet alleen de relevante literatuur kende, maar ook het zelfvertrouwen had om op pad te gaan om in de synagogen van Klein-Azië onderricht te gaan geven.

    Waar hij zijn kennis had opgedaan, is onduidelijk; de in het citaat hierboven tussen […] geplaatste woorden “in zijn vaderland” staan niet in alle handschriften. Maar we hebben hier wel een christen uit Alexandrië, heel erg vroeg. Overigens waren er op dat moment ook al christenen in Antiochië, dus zó vreemd is het nou ook weer niet.

    Handelingen

    We lezen in de Handelingen verder dat Paulus’ Efesische leerlingen bedenkingen hadden bij Apollos’ verkondiging, en hem terzijde namen om hem bij te praten.noot Handelingen 18.26b. Vervolgens reisde Apollos door naar Korinthe, waar hij opnieuw kennis maakte met een door Paulus gestichte gemeente.

    Hij slaagde erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op grond van de Schriften aan te tonen dat Jezus de messias is.noot Handelingen 18.28.

    Terwijl Apollos dus in Korinthe was, arriveerde Paulus in Efese, waar hij Apollos’ leerlingen opnieuw doopte, omdat die van Apollos de doop hadden ontvangen zoals Johannes die had toegediend. Dat was vooral een manier om ritueel rein aan een nieuw leven te beginnen, en ze hadden niet meegekregen dat ze (althans volgens Paulus) ook nog moesten geloven in de Heilige Geest en in Jezus. Je zou dit laatste de Paulinische verschuiving kunnen noemen: het gaat hem niet om het geloof van Jezus, maar om het geloof in Jezus.

    1 Korintiërs

    Uit het bovenstaande valt af te leiden dat Apollos mensen doopte en geloofde dat Jezus de messias was, maar dat hij met Paulus van mening verschilde over de vraag wat dit laatste betekende. De auteur van Handelingen noemt verder geen conflicten of ruzies. Dat die er wel waren, blijkt uit Paulus’ eigen woorden.

    Door Chloë’s huisgenoten is mij verteld dat er verdeeldheid onder u heerst. Ik bedoel dat de een zegt: “Ik ben van Paulus,” een ander: “Ik van Apollos,” een derde: “Ik van Kefas,” en een vierde: “Ik van Christus.” Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?noot 1 Korintiërs 1.11-13.

    Even verderop bakent Paulus zijn eigen positie af:

    De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. Er staat namelijk geschreven: “Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.”noot 1 Korintiërs 1.18-19, met citaat uit Jesaja 29.14.

    In de vertaling valt een woordspeling weg: het werkwoord “vernietigen” (apollynai in de Septuaginta) lijkt als twee druppels op de naam Apollos. Paulus lijkt geërgerd te zijn. Dat blijkt ook uit de metaforen die hij even verderop gebruikt, waarin hij zich presenteert als belangrijker dan Apollos.

    Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven…noot 1 Korintiërs 3.6.

    Ik heb als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort…noot 1 Korintiërs 3.10.

    Paulus zijnde Paulus vallen deze verwijten eigenlijk wel mee. Over Petrus oordeelt hij veel giftiger.noot “Zijn gedrag was verwerpelijk”: Galaten 2.12. Paulus lijkt niet te hebben willen toestaan dat een meningsverschil de eenheid verstoorde. Zo keek ook de auteur van de Brief aan Titus er tegenaan, die aan de geadresseerde vraagt om Apollos te voorzien van reisbenodigdheden.noot Titus 3.13. Apollos was en bleef dus aanvaard in de Paulinische gemeenschappen, maar er is wel iets aan de hand.

    Egyptisch christendom?

    Wat was het verschilpunt? Handelingen noemt de doop, de Heilige Geest en het geloof in Jezus, maar 1 Korintiërs noemt die zaken niet. Ik speculeer dat het ging om “de boodschap over het kruis” die een dwaasheid was “voor wie verloren gaan” en die “de kracht van God” was voor degenen die op de Jongste Dag zouden worden gered. Dit is vertrouwd Paulus-materiaal: volgens hem verzoende de kruisdood de zondige mensheid met God.noot Romeinen 5.6-11; Galaten 1.4, 3.13.

    Het is goed mogelijk dat Apollos, die immers niet Paulus was, hier anders over dacht. Misschien was in zijn visie Jezus wel een wijsheidsleraar, ongeveer zoals ook Josephus hem typeert, en is Paulus’ opmerking dat “de wijsheid van de wijzen zal worden vernietigd” meer dan een woordspeling. Paulus plaatst dan de wereldse wijsheid van Apollos tegenover zijn eigen, paradoxale dwaasheid. Ik noem dit punt omdat in het latere Egyptische christendom de door Jezus gepredikte wijsheid/inzicht/kennis centraal staat. Dat wordt weleens aangeduid als gnostisch en in navolging van latere orthodoxe auteurs als Eusebios gelden de gnostici als valse christenen. Zo hebben ze dat zelf niet gezien.

    Enfin. Ik was aan het speculeren over een niet-Paulinische joodse christen. Er is echter geen bewijs, zelfs geen aanwijzing, dat Apollos een proto-gnosticus was. Het laatste woord moet echt dat zijn van Von Harnack: hoe het christendom in Egypte is gekomen, is de ergste lacune in onze kennis van de geschiedenis van het nieuwe geloof. Maar we weten dus wél dat het er al is geweest vóór 50.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Bataafse Opstand (7)

    mei 6, 2016
    De Joodse Opstand (2)

    juli 24, 2019
    VIII Augusta op de Balkan

    juli 6, 2024 Deel dit:

    #AdolfVonHarnack #Alexandrië #Apollos #BriefAanTitus #EersteBriefAanDeKorintiërs #Efese #HandelingenVanDeApostelen #JohannesDeDoper #Korinthe #NieuweTestament #Paulus

  5. Echte en onechte brieven van Paulus

    Paulus (Rome, Santa Prassede)

    Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

    Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

    Waarom discussie?

    Eén van de redenen om te debatteren is dat antieke brieven met een levensbeschouwelijke inslag sowieso verdacht zijn. Classici voeren een vrolijke discussie over de brieven van de Atheense filosoof Plato en voeren geen discussie over de brieven van Apollonios van Tyana (allemaal vals). De Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos citeert in zijn Leven van Alexander uit een fictieve correspondentie tussen Alexander en Aristoteles.noot Ik noem dit omdat het bewijs dat Alexander de leerling is geweest van Aristoteles minder sterk is dan wel wordt aangenomen. Dat geleerden vraagtekens plaatsen bij het auteurschap van Paulus, is dus heel normaal: het genre schreeuwt erom.

    De aanleiding tot de vraag zit soms ook in de brief. Hebreeën vermeldt geen afzender en heeft sowieso een beetje de vorm van een essay. De authenticiteitsvraag dringt zich dan vanzelf op.

    De complicaties

    Het probleem is nu: we hebben eigenlijk wat weinig context. We hebben een algemeen verhaal over Paulus’ reizen, de Handelingen van de apostelen, maar dat is meer een roman dan een biografie. En hoewel het te ver zou gaan de tekst als historisch volslagen onbetrouwbaar neer te zetten, zijn er toch wel heel gekke discrepanties tussen de Paulus van de Handelingen en de Paulus van de authentieke brieven.

    Volgens de brieven-Paulus konden niet-Joden toetreden tot het Verbond zonder dat er eisen werden gesteld, terwijl de Handelingen-Paulus akkoord gaat met de Noachitische geboden. In de brieven noemt Paulus zich te pas en te onpas “apostel”, Handelingen duidt hem één keer zo aan.noot Handelingen 14.4. Ook de biografie van de twee Paulussen is anders. Samenvattend: de auteur van de Handelingen schetst geen reële Paulus maar een ideale christen. Of beter: de auteur herkende allerlei spanningen tussen de diverse soorten christenen en paste zijn Paulus zó aan dat consensus mogelijk was. Dat is een duidelijk doel, maar maakt het lastig om de authenticiteit van de brieven te toetsen aan de hand van Handelingen.

    Criteria

    Theologie dan? Er zijn tussen de authentieke en bediscussieerde teksten overeenkomsten en verschillen. Er liggen nu twee problemen. Het eerste is: niet-authenticiteit is altijd makkelijker te beredeneren. Het is vrij simpel verschillen te benoemen die overtuigend ogen, terwijl het aanwijzen van overeenkomsten neerkomt op het opsommen van platitudes. Dat Paulus en iemand die deed alsof ’ie Paulus was, allebei geloofden in één god en aan Christus een speciale plek toewijzen: dat is allemaal zo logisch dat het niet overtuigt.

    Het tweede probleem is dat denkende mensen van mening veranderen. Zoiets geldt zeker voor Paulus, die begon als farizee en zich ontwikkelde tot christen. We weten dus dat deze man niet over alles altijd hetzelfde dacht.

    Nog iets: voor wie schreef iemand? Een Paulus die zich richtte tot mensen die hem al kenden zou hun andere dingen vertellen dan aan mensen die hem niet kenden. Elke auteur past zijn vorm aan zijn doelgroep aan: de Max Havelaar die zich richt tot de hoofden van Lebak hanteert islamitisch jargon, de Max Havelaar van “Over de verhouding der europesche ambtenaren tot de Regenten op Java” niet. Verschillen in vorm en stijl zijn dus te verwachten.

    Woordkeuze is ook weleens genoemd. De auteur van de omstreden Brief aan de Efesiërs hanteert woorden die overeenkomen met de Eerste brief van Clemens, die een halve eeuw na Paulus geschreven moet zijn. Van diezelfde brief aan de Efesiërs is weleens opgemerkt dat ze een kerk-in-wording veronderstelt, die er in Paulus’ eigen tijd zeker nog niet was.

    Tot slot: stylometrie? Helaas zijn de brieven wat kort, maar er is wel onderzoek gedaan. Logischerwijs nemen onderzoekers de zeven authentieke teksten als norm en vergelijken de andere teksten daarmee. Dan lijken de omstreden Efeziërs en Kolossenzen authentieker te zijn dan de twee brieven aan Timotheüs.

    Ik komt tot een soort conclusie. Toen ik me voornam dit eens uit te zoeken, meende ik te weten dat zeven brieven echt waren en de rest omstreden. Dat is nog steeds mijn conclusie, want de consensus van de wetenschappers is zwaarwegend. Maar nu ik me er wat in verdiep, begrijp ik wel beter waarom geleerden verdeeld zijn over de andere brieven: het is heel lastig om authenticiteit en gebrek aan authenticiteit aan te tonen.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. En een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect van de oudheidkunde vindt u daar.]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #ApolloniosVanTyana #Aristoteles #authenticiteitscriteria #BriefAanDeEfesiërs #BriefAanDeFilippenzen #BriefAanDeGalaten #BriefAanDeHebreeën #BriefAanDeKolossenzen #BriefAanDeRomeinen #BriefAanFilemon #briefliteratuur #EersteBriefAanDeKorintiërs #EersteBriefAanDeThessalonicenzen #EersteBriefAanTimotheüs #EersteBriefVanClemens #HandelingenVanDeApostelen #MaxHavelaar #NieuweTestament #Paulus #Plato #Ploutarchos #stylometrie #TweedeBriefAanDeKorintiërs #TweedeBriefAanTimotheüs

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.