Joodse en christelijke spijswetten
Herders slachten een ram (Archeologisch museum, Split)De Dode Zee-rollen zijn een van de allerbelangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de afgelopen eeuw, en binnen deze verzameling van bijna duizend boekrollen springt één tekst er echt uit: Enige Werken der Wet, ook wel bekend als 4QMMT. Niet alleen wordt hier duidelijk wat “werken der Wet” zijn – niet de “goede werken”, zoals Luther dacht, maar een ethnic marker voor wie joods is – maar ook toont deze tekst dat een schisma in de joodse wereld zich voltrok over de wijze waarop iemand zich aan de Wet van Mozes moest houden, de halacha. Anders gezegd: hoe ga je om met de diverse reinheidsvoorschriften, sabbatsregels en spijswetten?
Integratie van de joden in de grotere wereld
Rond het begin van onze jaartelling was de algemene tendens in het jodendom er een naar grotere openheid. Dat is al te vinden in de jongere delen van Jesaja, waar de tempel in Jeruzalem een “huis voor alle volken” heet.noot Jesaja 56.7. De vroege hellenistische tijd zag verdere integratie van de Joden in de grotere wereld. Dat veranderde enigszins rond 100 v.Chr., toen de Makkabeeënopstand, die ruim een halve eeuw eerder had plaatsgevonden, werd uitgelegd als verzet tegen de hellenisering – een perspectief dat eerder eigenlijk wat marginaal was geweest en ook na 100 v.Chr. bepaald niet het enige was. Toen koning Herodes de Grote de tempel herbouwde, was er ook ruimte voor niet-joden, al was het op enige afstand.
De wereld van het Nieuwe Testament kent echter wel spanning tussen joods en niet-joods. Ik vind het zelf heel significant dat in het Evangelie van Marcus een legioen kwade geesten zich van een geesteszieke verplaatst naar een toom varkens, die zichzelf vervolgens in een meer verdrinkt.noot Marcus 5.1-13. Het is moeilijk dit niet als anti-Romeins te lezen, maar het is tegelijk wel de stille spot van mensen die de zaken niet op het spits willen of kunnen drijven. Daarnaast is er in ditzelfde evangelie de vriendelijke conversatie tussen Jezus en een vrouw uit de Fenicische havenstad Tyrus.noot Marcus 7.24-30.
De in 66 na Chr. uitgebroken oorlog tussen Joden en Romeinen heeft het perspectief geplaatst op de tegenstelling tussen de twee vijanden, wat natuurlijk logisch is. Er waren echter volop andere stemmen. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus zag geen onoverbrugbare tegenstelling, zijn politieke leider Herodes Agrippa II vond samenwerking ook ideaal. Maar assimilatie was voortaan moeilijker, al zie je het in de Mishna terugkeren: de collectie rabbijnse wijsheid is te lezen als een handboek over de wijze waarop joods leven mogelijk was in een wereld zonder Joods politiek gezag.
Paulus
Het is in deze context dat we Paulus moeten plaatsen. En hij heeft de Wet van Mozes óf compleet afgeschaft (als we de Brief aan de Galaten het belangrijkste vinden) óf het belang ervan sterk genuanceerd (volgens de Handelingen van de Apostelennoot Handelingen 15.20.). De Eerste Brief aan de Korintiërs bevat een heel duidelijke passage over het eten van vlees dat niet is geslacht volgens de joodse spijswetten, die hij dus minder belangrijk vond:
U mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht; u hoeft niet omwille van uw geweten na te gaan waar het vandaan komt. Immers: “Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft.” Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt.noot 1 Korintiërs 10.25-27; NBV21.
Met deze relativering, of opschorting, of abrogatie, of beëindiging van de joodse spijswetten neemt Paulus bepaald geen ongebruikelijk standpunt in. De Babylonische Talmoed bevat bijvoorbeeld een discussie over het eten van niet-ritueel-geslacht vlees, waarin de vroeg vierde-eeuwse rabbi Abba ben Joseph bar Hama (kortweg Raba) verdedigt dat een jood alle vlees mag eten. De rabbijnen bespreken vervolgens hoe de Joodse koning Josafat had gedineerd bij de afvallige koning van Israël, Achab, en bediscussiëren vervolgens de mogelijkheden dat Josafat wel aanzat maar niet at, of dat hij wel at maar het vlees liet staan. Ze stellen echter vast dat Josafat zich het onreine vlees niet ontzegde, en daarmee is de zaak beklonken.noot Babylonische Talmoed, Chullin 4b; 2 Kronieken 18.2.
Kortom, Paulus zegt weinig opzienbarends: het relativeren van de Wet past in zijn tijd en past ook in het latere jodendom. Maar, zegt hij, wees tactvol.
Wanneer iemand u er dan op wijst dat u vlees eet dat aan zijn goden is gewijd, laat het dan staan omwille van hem.noot 1 Korintiërs 10.28.
Dit gaat dus om iemand die meer waarde hecht aan de spijswetten. Je kunt je afvragen, vanuit ons eigen tijdgewricht, of je wel concessies moet doen aan mensen die van anderen verlangen dat ze rekening houden met religieuze voorschriften die de hunne niet zijn. Feit is in elk geval
- dat Paulus rekening wilde houden met mensen die de spijswetten wilden blijven volgen,
- dat zowel de Handelingen van de Apostelen als de Romeinse auteur Plinius de Jongere documenteren dat er nog ruim een halve eeuw christenen waren die de spijswetten serieus namen,noot Handelingen 15.20; Plinius de Jongere, Brief 10.96.
- dat uiteindelijk de spijswetten uit het christendom zijn verdwenen,
- dat in de vierde eeuw rabbijnen discussieerden over de vraag bij welke slager een jood z’n vlees mocht halen.
Een schisma voltrok zich in de joodse wereld over de wijze waarop mensen zich aan de Wet van Mozes moesten houden, maar de discussies konden lang duren.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
#4QMMT #AbbaBenJosephBarHama #Achab #BabylonischeTalmoed #EersteBriefAanDeKorintiërs #EnigeWerkenDerWet #ethnicMarker #Josafat #Mishna #NieuweTestament #Paulus #PliniusDeJongere #slager #spijswetten #vlees #WetVanMozes