home.social

#henochitische-literatuur — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #henochitische-literatuur, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Commodianus

    Een van de populairste Romeinse goden was Apollo. We kennen hem onder allerlei namen: Apollo Delius was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het eiland Delos, Hercules Didymaeus was de Apollo zoals hij werd vereerd met de rituelen van het heiligdom in Didyma, Apollo Delphinius verwees naar de Apollo zoals die werd vereerd in het orakel van Delfi, en keizer Augustus vereerde Apollo met de rituelen van Aktion en in die vorm heet de god Apollo Actiacus. Zo ging dat met antieke goden: in veelvoud één.

    Zo ook Christus. De Christus die werd vereerd in Antiochië was, zoals Romeinse goden betaamde, eender met én anders dan die in Alexandrië, om eens twee steden te noemen die hun naam gaven aan eigen theologische richtingen. Zoveel steden, zoveel christelijke gemeenschappen, zoveel opvattingen. De betekenis van het Concilie van Nikaia (325) is dat er één gedeelde doctrine kwam. Een eerste kenmerk daarvan was dat christenen niet ook andere goden mochten vereren – een aspect waarvan de meeste Romeinen met verbazing kennis zullen hebben genomen. Een tweede kenmerk was dat er maar één juiste manier was om te denken over Christus. In combinatie heten deze twee vernieuwingen “orthodoxie”.

    Commodianus

    Het staat vast dat de dominant geworden visie een voorloper heeft gehad. Minder zeker is hoe dominant die “proto-orthodoxie” was. Latere kopiisten hebben hun vingers niet gebrand aan materiaal dat ze onvoldoende orthodox vonden. Juist dat maakt teksten als die uit Nag Hammadi, die een onorthodoxe Christusverering documenteren, zo boeiend. Dat geldt ook voor de Romeinse auteur Commodianus, wiens christelijke gedichten onlangs voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald door Vincent Hunink. En om meteen de full disclosure te geven: hij gaf me onlangs een exemplaar van dat boek terwijl we een glas bier dronken op een zonnig Nijmeegs terras.

    Commodianus leefde (vermoedelijk) rond het midden van de derde eeuw in (vermoedelijk) de Maghreb en was, vóór hij zijn gedichten schreef (vermoedelijk) soldaat. Dit laatste is gebaseerd op een verwijzing naar Elagabal Ammudates, dus de zonnegod zoals die werd vereerd met de rituelen van (vermoedelijk) Amida. Deze naam is uitsluitend bekend uit een militaire inscriptie uit Hongarije, gedateerd in 249. Vandaar het idee dat Commodianus weleens soldaat kan zijn geweest. Bewezen is het allerminst, maar wie een beter idee heeft, mag het zeggen. In elk geval: de man kwam vermoedelijk rond het midden van de derde eeuw in Africa, wat betekent dat hij, als hij er kwam door een landtoewijzing aan een veteraan, ergens op de Algerijnse Hautes Plaines zal hebben gewoond. Vermoedelijk.

    Commodianus’ poëzie

    Hunink typeert Commodianus’ tachtig gedichten als “woeste verzen in een raar soort Latijn”, met een vreemde spelling en “bizarre afwijkingen van de klassieke normen”. En het gaat dus om christelijke poëzie, vol vermaningen, vol verwijzingen naar het Laatste Oordeel en de bijbehorende zwavel & pek. De man heeft iets maniakaals, wat niet zo vreemd is als je bedenkt dat rond het midden van de derde eeuw een ebola-achtige epidemie woedde, de samenleving wankelde en keizer Decius eden van trouw eiste. Sommige christelijke groepen ervoeren dat als vervolging, en je verbeeldt je het trauma te herkennen in Commodianus’ poëzie.

    In zijn inleiding wijst Hunink op het gekke Latijn, en een gymnasiast begrijpt wel dat “de accusativus voor het onderwerp” iets raars is, net als “een nominativus absolutus”. De meeste gedichten zijn acrosticha, waarin de eerste letters van de versregels een reeks woorden vormen, zoals wij kennen uit het Wilhelmus, maar wat in de klassieke poëzie zeldzaam is. (Het enige mij bekende voorbeeld is een inscriptie uit Timgad – jawel, op de Hautes Plaines.) Commodianus’ laatste gedicht is, net als onze Reynaert, gesigneerd met een acrostichon: achterstevoren gelezen staat er Commodianus mendicus Christi, “Commodianus, de bedelaar van Christus”.

    Een inscriptie met een acrostichon uit Timgad (EDCS-13600415)

    Het moge duidelijk zijn dat wie zo een gedicht in elkaar kan schroeven, een verrekte handige dichter moet zijn geweest. De onklassieke vormen kunnen niet anders dan opzettelijk zijn geweest. Alles was door Christus omgekeerd, dus ook de poëzie en de Latijnse grammatica. Dit was experimentele poëzie.

    Huninks nawoord is wat dit betreft interessant. Hij behandelt daarin alle complicaties van de tekstuitgave, zoals filologen die de tekst aanpassen aan wat zij vinden dat er eigenlijk had moeten staan. En daarmee dus miskennen wat Commodianus feitelijk doet: oude vormen en gedachten laten sterven, ruimte geven aan nieuwe krachten.

    Christendom in meervoud

    Commodianus is christen, maar geen christen zoals wij kennen. Ja, hij citeert de heilige schrift, maar niet de Bijbel met een voor ons herkenbare canon. Voor Commodianus gold de Henochitische literatuur als geïnspireerd (Gedicht 1.3) en ik was verbluft te zien dat hij verwijst naar de joodse legende van de negen-en-een-halve stam (2.1), die we tot voor kort alleen kenden uit het apocriefe boek 4 Ezra en de Ethiopische Handelingen van Matteüs. Het gaat feitelijk om de tien stammen van het joodse koninkrijk Israël, die in de achtste eeuw v.Chr. door de Assyriërs zijn gedeporteerd en die ooit nog eens zouden worden hersteld. In 2013 werd een wat langere tekst gepubliceerd, die eveneens is toegeschreven aan Commodianus. Dit is dus joods materiaal dat door het christendom is toegeëigend. Wij zouden het culturele appropriatie noemen.

    De grens met het jodendom is bij Commodianus dus niet scherp te trekken: er is eveneens discussie over de spijswetten (1.23) en vanzelfsprekend zijn er verwijten aan christenen die de synagoge bezochten (1.24). Dat was trouwens volstrekt normaal: het is in de derde eeuw ook gedocumenteerd voor Rome en nog rond 400 predikten bisschoppen nog altijd tegen deze perverse heresie. Deze polemieken, misschien onaangenaam om te lezen, documenteren de veelkleurigheid van het derde-eeuwse christendom.

    De bundel kent een zekere ordening. Ze richt zich eerst tegen de heidenen, en voor de Maghreb is Saturnus Africanus relevant (1.4). Zoals wel meer christelijke auteurs accepteert Commodianus de heidense mythen maar interpreteert hij ze in euhemeristische zin, d.w.z. hij presenteert de aloude goden alsof het feitelijk mensen waren geweest. Vervolgens focust Commodianus op joden, op joods-christenen en op christenen, en daarna richt de dichter zich tot christenen die niet aan door hem gestelde normen voldoen. Daarbij veegt hij ook de overachievers de mantel uit, degenen die actief zoeken naar het martelaarschap.

    Het is wonderlijke, fascinerende lectuur. Absoluut fascinerend.

    Het boek is vanaf aanstaande dinsdag in de boekhandel verkrijgbaar.

    #4Ezra #Commodianus #Decius #HenochitischeLiteratuur #SaturnusAfricanus #VincentHunink
  2. Het joodse tweegodendom

    Als een Perzische koning een vizier had en als een Romeinse keizer een praetoriaanse prefect had, dan was het alleen maar logisch dat God zelf eveneens beschikte over een rechterhand. Het antieke jodendom kende dus een tweede, jongere of lagere godheid. Dat denkbeeld past niet goed bij het moderne idee dat de joden monotheïsten waren, maar het tweegodendom is goed gedocumenteerd: in het land van Israël en daarbuiten, bij diverse joodse stromingen, vanaf de tweede eeuw v.Chr. tot in de Vroege Middeleeuwen. Tweegodendom was destijds zeker niet verwaarloosbaar.

    Over dit onderwerp publiceerde de Duitse godsdiensthistoricus Peter Schäfer in 2017 Zwei Götter im Himmel. Ik las vorige maand de drie jaar later verschenen Engelse vertaling, Two Gods in Heaven, waarin hij ook ingaat op kritiek op het oorspronkelijke boek. Schäfer biedt een overzicht van het tweegodendom, waarbij hij zich beperkt tot de joodse receptie vanaf het Bijbelboek Daniël tot en met de laatantieke mystiek en de Babylonische Talmoed. De christelijke receptie, dat Jezus van Nazaret die tweede godheid was, behandelt hij slechts zijdelings.

    Wie is de Mensenzoon?

    De cruciale passage is te vinden in Daniël, die in een visioen eerst allerlei vreemde dieren ziet en daarna ziet

    dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. Een rivier van vuur welde op en stroomde voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem.

    Dit is God zelf. Er volgt een beschrijving van de beoordeling en dood van een van de dieren.

    In mijn nachtelijk visioen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor Hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij, die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. noot Daniël 7.9-14; NBV21.

    Over de identiteit van deze Mensenzoon, die naast God zetelt, wordt al eeuwen gediscussieerd. Schäfer meent dat het de engel Michaël is, de vertegenwoordiger van het joodse volk, maar er zijn ook andere mogelijkheden. In de Dode-Zee-rollen wordt deze Mensenzoon voorzien van meer goddelijke attributen, het duidelijkst in de Zelfverheerlijkingshymne, waarin een mens wordt verheven naar de hemel en troont boven de engelen. In een andere tekst wordt de Mensenzoon voorzien van eretitels als “zoon van God” en “zoon van de allerhoogste”. In de henochitische literatuur ontdekt Henoch, de spreekwoordelijke visionair uit de joodse letteren, dat hij zelf de Mensenzoon is die het Laatste Oordeel zal vellen.

    Ook behandelt Schäfer hoe in de wijsheidsliteratuur (Spreuken, Jezus Sirach, Wijsheid) de wijsheid gepersonifieerd kon worden als een kind van God en dat dit verder gepreciseerd kon worden als de Wet van Mozes of de logos, d.w.z. de scheppende kracht van God. In teksten als het Gebed van Jozef wordt dit weer gelijkgesteld aan de aartsvader Jakob, die dan weer de engel Israël is, en ontstaan vóór de schepping.

    Jezus als tweede god

    Dat er vroeg of laat een groep joden zou zijn die een charismatische wijsheidsleraar zou identificeren met de tweede godheid, lag eigenlijk voor de hand. De Zelfverheerlijkingshymne is ook wel zo gelezen: de Leraar der Gerechtigheid zou al zijn gelijkgesteld aan de tweede godheid, of een zeer hoge engel, of de Mensenzoon, of hoe we het ook mogen noemen. Dat de Qumran-sekte zijn stichter zo eerde, is niet zeker, maar dat (een deel van) de volgelingen van Jezus hun leraar beschouwden als goddelijk, staat daarentegen zeker niet ter discussie. Ik zie geen reden om te betwijfelen dat men Jezus beschouwde als die tweede god. Later breidden de christenen dit uit met de derde persoon van de Drie-eenheid, de Heilige Geest.

    Metatron

    Schäfer laat deze stof rusten. Het is immers al veel vaker verteld (en ik heb er ook al over geblogd). Hij vervolgt met de joodse mystiek en de rabbijnse literatuur. Het boeiende is dat de Mensenzoon en de Zoon van God als tweede godheid volkomen ontbreken in de literatuur uit het land van Israël; Schäfer behandelt één mogelijke uitzondering en toont aan dat er niet staat wat er wel in gelezen is geweest. De verklaring is simpel: nu de christenen Jezus interpreteerden als een god, konden de rabbijnen er niets meer mee.

    Dat lag anders in Babylonië, waar de joden minder concurrentie hadden van de christenen. Oude tradities werden hier voortgezet. De literatuur bevat scherpe veroordelingen van de leer dat er twee machten in de hemel waren, wat bewijst dat tweegodendom dus weerlegd moest worden – en dus een serieuze rol speelde. In deze hoofdstukken noemt Schäfer ook het fascinerende personage van Metatron, Gods troongenoot, die door de rabbijnen wordt gereduceerd tot een engel, hoewel hij dat vermoedelijk niet was voor degenen tegen wie ze polemiseerden.

    3 Henoch stelt de godgemaakte Metatron gelijk aan de mens Henoch. Ook de naam Kleine JHWH is hier relevant. Schäfer dateert deze tekst heel laat; ik weet niet zeker of dat correct is, maar het doet niet veel ter zake.

    Conclusies

    Het boek eindigt met enkele voor de hand liggende conclusies: dat het antieke jodendom monotheïstisch zou zijn geweest, blijkt niet uit de bronnen; in de Middeleeuwen streefden joodse filosofen naar monotheïsme maar bleef het tweegodendom bestaan bij kabbalisten; pas in de negentiende eeuw werd monotheïsme de eenduidige norm; de eerste échte monotheïsten waren de moslims.  De overeenkomst tussen de joodse en christelijke opvattingen is dat er ruimte is voor een tweede god die tegelijk à la Henoch mens is, en het verschil is dat die menselijke natuur voor christenen cruciaal is om de redding van de mensen te bewerkstelligen, terwijl ze in de joodse traditie geen rol van betekenis speelt.

    Wat ontbreekt aan het boek is een verklaring voor het ontstaan van het idee van een tweede godheid. Ik kan zelf alleen maar denken aan de opvattingen van Aristoteles: als de hoogste god zich richt op de hoogste activiteit, namelijk denken, en dan dankt aan het hoogste, namelijk zichzelf, speelt hij geen rol in de schepping, en moet er voor het dagelijks bestuur van de wereld een tweede godheid zijn. Dit is het enige dat ik kan verzinnen en ik weet niet of dit werkelijk zo is; Schäfer biedt geen betere verklaring en daarom is Two Gods in Heaven net niet helemaal bevredigend, maar wel boeiend.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

    Zelfde tijdvak


    M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen

    december 15, 2022
    Bataven in Straubing

    februari 24, 2023
    Arm en straatarm in Rome (4)

    oktober 19, 2023 Deel dit: #3Henoch #BabylonischeTalmoed #Daniël7 #DodeZeeRollen #Henoch #HenochitischeLiteratuur #KleineJahweh #LaatsteOordeel #LeraarDerGerechtigheid #Mensenzoon #Metatron #PeterSchäfer #tweegodendom #Zelfverheerlijkingshymne
  3. De zevende hemel

    De tien manichese hemels

    Zoals gebruikelijk blog ik op zondag over de Grieks-Romeins-Joodse wereld van het Nieuwe Testament, en vandaag moet dat maar eens gaan over het wonderlijke idee dat er boven de aarde diverse hemels zijn. Zo schrijft de apostel Paulus in zijn Tweede Brief aan de Korintiërs:

    Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man …   werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die geen mens kan en mag uitspreken.noot 2 Korintiërs 12.2-4; NBV21.

    Omdat deze brief rond 56 is geschreven, hebben we te maken met een gebeurtenis aan het begin van de jaren veertig; de “volgeling van Christus” is vrijwel zeker Paulus zelf, zoals blijkt uit het vervolg.noot 2 Korintiërs 12.7-9. Dit soort omschrijvingen waren in de antieke literatuur niet ongebruikelijk, denk maar aan het gebruik van de derde persoon door Julius Caesar in zijn boek over de Gallische Oorlog. Dus dat is allemaal niet zo bijzonder.

    Drie hemels

    Dat is ook de formulering “tot in de derde hemel” niet. In het antieke wereldbeeld lag meteen boven de aarde de lucht, waarin de wolken dreven, en was daarboven nog een hogere hemel. Filosofen maakten onderscheid tussen het element lucht en het kosmische element ether. In de hogere hemel was alles volmaakt: de planeten waren perfect bolvormig, hun banen perfect cirkelvormig. De maan, met vlekken, vormde de grens. Daar onder bestond imperfectie en verandering. Boven de hoge hemel lag dan nog een tijdloze transcendente hemel. In zijn dialoog Faidros vertelt Plato dat de goden/planeten soms de kosmische reidans (de omwenteling van de planeten om de zon) achter zich laten en door een gat in de hoge hemel naar buiten gaan en de wereld van de ideeën aanschouwen.noot Plato, Faidros 247. Het Pantheon in Rome is een illustratie van dit wereldbeeld.

    Kortom, minimaal drie hemels: de atmosfeer, de hoge hemel en de transcendente hemel. Ook in de Henochitische literatuur vinden we deze verdeling. In het Boek der Wachters lezen we hoe Henoch door de wind wordt opgenomen naar een hemels paleis en dat hij daarvandaan nog wat hoger komt, in een nog mooier paleis, waarin hij God aanschouwt.noot 1 Henoch 14. Deze tekst dateert uit de derde eeuw v.Chr.

    De zevende hemel

    In jongere teksten wordt het aantal hemels vergroot. Eind eerste eeuw kent de joodse apocalyptische tekst die bekendstaat als 4 Ezra er al zeven,noot 4 Ezra 7.92-98. en dat is ook volgens vroegchristelijke auteurs als Eirenaios van Lyon het aantal hemels. Volgens de derde-eeuwse gnostische tekst De oorsprong van de wereld maakte de schepper Yaldabaoth een hemel voor elk van zijn zeven kinderen.noot Oorsprong van de wereld 102. Ook de islam kent zeven hemels.noot Koran 41.12.

    Dantes hemel heeft zelfs tien lagen, en tien is ook het aantal hemels dat de manicheeërs kenden, zoals het plaatje hierboven toont. Kortom, het idee van een meervoudige hemel was buitengewoon gangbaar – al was een mystieke hemelreis dat natuurlijk niet.

    [Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De keizer in de Romeinse wereld

    september 30, 2023
    De Bergrede (13): Heb je vijanden lief

    december 12, 2021
    Nogmaals de Zijderoute

    juni 24, 2022 Deel dit:

    #4Ezra #BoekDerWachters #DanteAlighieri #DeOorsprongVanDeWereld #EirenaiosVanLyon #hemel #HenochitischeLiteratuur #manicheïsme #Paulus #Plato #transcendentaliteit #TweedeBriefAanDeKorintiërs #Yaldabaoth #zevendeHemel

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.