home.social

#samaritaanse-geloofsgemeenschap — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #samaritaanse-geloofsgemeenschap, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Pontius Pilatus (5) Pensioen

    De berg Gerizim

    [Dit is het vijfde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

    De samaritaanse geloofsgemeenschap vond haar oorsprong in een conflict dat speelde in het Jeruzalem van de vierde eeuw v.Chr. Eén groep priesters heeft toen de stad verlaten en is opnieuw begonnen in de stad Samaria, bij het huidige Nablus, waar al eerder een belangrijke tempel had gestaan. De samaritanen geloofden dat er ooit een profeet “zoals Mozes” zou zijn, een messiaans figuur die zijn volgelingen zou leiden naar een beter bestaan.

    De samaritaanse profeet

    In 36 na Chr. beweerde iemand dat hij die “profeet als Mozes” was. Hij beloofde dat hij enkele heilige voorwerpen, begraven op de berg Gerizim, zou tonen, die zouden bewijzen dat hij inderdaad was wie hij zei te zijn. Zijn aanhangers kwamen bewapend naar de berg en Pontius Pilatus greep onmiddellijk in met zo’n duizend soldaten. Hij verspreidde de menigte en beperkte zich ertoe de leiders te executeren. Niettemin beschouwden de samaritanen zijn geweld als buitensporig. Daarom deden ze een beroep op de Syrische gouverneur, Lucius Vitellius, de vader van de latere keizer. Onze enige bron, de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, vertelt wat er daarna gebeurde:

    Vitellius beval Pilatus om naar Rome terug te keren om de keizer verslag te doen over de zaken waarvan hij door de samaritanen was beschuldigd. En dus, gehoorzaam aan het bevel van Vitellius dat hij niet kon weigeren, haastte Pilatus zich naar Rome, nadat hij tien jaar in Judea was geweest. Maar voordat hij Rome bereikte, was Tiberius al overleden.noot Flavius Josephus, Joodse Oudheden 18.89.

    Pensioen

    Als de menigte werkelijk bewapend naar de berg was gekomen, is moeilijk te begrijpen wat Pilatus verkeerd heeft gedaan. In tegendeel. Met een minimum aan bloedvergieten had hij een hoop problemen weten te voorkómen.

    Het kan heel goed zijn dat de feiten anders zijn: de man mocht na tien jaar met pensioen, en in steden als Samaria werd zijn vertrek uitgelegd alsof hij werd bestraft. Net zoals in de eerder door Josephus beschreven incidenten lijkt Pilatus het slachtoffer te zijn van de agenda van de auteur, die zelden een goed woord over heeft voor de Romeinse gouverneurs, omdat hij zo wil tonen dat de heerschappij behoorde bij een eigen, Joodse koning – in casu Herodes Agrippa II.

    Op de achtergrond speelt een tweede probleem, dat ik in mijn eerste blogje al aanstipte. Als Pontius Pilatus gouverneur was, had hij een zelfstandig mandaat, en kon de gouverneur van Syrië hem simpelweg niet wegsturen. Als Pilatus wel kon worden weggestuurd, was hij geen gouverneur en komt de vraag op waarom hij rechtszaken leidde. We weten dat hij zichzelf aanduidde als prefect – zie het volgende blogje – en kunnen deze militaire titel niet matchen met zijn eerdere optreden in Jeruzalem.

    Kortom: we begrijpen het allemaal weer eens niet. Het is en blijft oudheidkunde, de wetenschap van de dataschaarste, de wetenschap van het tastend zoeken en de wetenschap van het nadenken over de eigen onwetendheid. Wie dingen over de Oudheid weet, heeft het vak gewoon niet begrepen.

    [wordt vervolgd]

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Messias (3)

    november 29, 2020
    “Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

    juni 1, 2019
    Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)

    juli 28, 2024 Deel dit: #FlaviusJosephus #Gerizim #Judea #LuciusVitellius #PontiusPilatus #prefect #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen
  2. Alexander de Grote in de Levant

    Syriërs (Apadana, Persepolis)

    In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

    De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

    Harnas (Historisch Museum, Kazanluk)

    Griekse aangelegenheden

    Korte tijd later bereikte Alexander Tyrus, dat inmiddels werd bewoond door Macedonische veteranen en loyale Feniciërs. Hier offerde hij opnieuw aan Melqart en organiseerde hij sportwedstrijden en een theaterfestival. Nu Alexander beschikte over de schatten uit allerlei Perzische provinciehoofdsteden, kon hij gigantische honoraria betalen en kocht hij acteurs weg die al in Griekenland onder contract stonden.

    Andere Griekse gasten waren gezanten die vroegen om de vrijlating van de soldaten die bij de Granikos gevangen waren genomen. Omdat koning Agis III van Sparta inmiddels een bevrijdingsoorlog was begonnen met een overwinning op een Macedonisch contingent, maar nog niet alle Griekse steden zich aan zijn zijde hadden geschaard, willigde Alexander het verzoek in, wat tot resultaat had dat bijvoorbeeld in Athene voldoende sympathie voor de Macedonische zaak werd gewekt om niet over te lopen naar de Spartanen. Tegelijk stuurde Alexander honderd Fenicische en Cypriotische schepen naar Kreta en de Peloponnesos om Agis te bestrijden.

    Inscriptie over Alexanders spelen in Tyrus (Archeologisch museum, Amfipolis)

    Zenuwenoorlog

    Ondertussen beidde Alexander zijn tijd. Hij had verwacht dat Darius hem zou aanvallen, maar die was daarvoor veel te verstandig. Liever liet hij Alexander oprukken naar het oosten, waarover de Macedoniërs vrijwel niets wisten. Alexander had nog een andere reden om zich te verbijten, want hij verwachtte 15.000 nieuwe soldaten uit Europa, die almaar niet aankwamen. Misschien had Antipatros, zijn gouverneur in Macedonië, deze mannen nodig in zijn strijd tegen Agis. Uiteindelijk besloot Alexander maar op weg te gaan naar het Tweestromenland, in de hoop dat de versterkingen hem zouden inhalen vóór hij stuitte op het leger van Darius.

    Darius legde zijn vijand geen strobreed in de weg. Zeventig jaar eerder was een leger van Griekse huurlingen, aangevoerd door de rebelse Perzische prins Cyrus de Jongere, onder de rook van Babylon tegengehouden en verslagen, en vervolgens op de terugweg grotendeels vernietigd. (Een van de deelnemers was Xenofon geweest.) Het Perzische opperbevel had dus reden tot optimisme nu een nieuw westers leger in de val liep.

    De Eufraat

    Darius liet de Macedoniërs dan ook ongestoord oprukken in de richting van de rivier de Eufraat, naar een plaats die in onze bronnen Thapsakos, “voorde”, wordt genoemd en die we moeten zoeken in het grensgebied van Turkije en Syrië. De stroom is daar ongeveer even breed als de Nederlandse Waal. Alexanders vriend Hefaistion was al bezig twee schipbruggen te bouwen toen Mazaios, de satraap van Babylon, met een klein leger verscheen op de oostelijke oever.

    [Wordt morgen vervolgd; een overzicht van alle blogjes over Alexander de Grote is hier.]

    #AgisIII #AlexanderDeGrote #Antipatros #Athene #DariusIIICodomannus #Eufraat #Hefaistion #Mazaios #Melqart #messias #Samaria #samaritaanseGeloofsgemeenschap #Sparta #Tyrus #WadiDaliyeh
  3. V Macedonica aan de Donau

    Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

    Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

    V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

    Macedonië

    Misschien heeft het even V Scythica geheten, wat suggereert dat het heeft gestreden tegen de nomaden van de Pontische steppe, die zo nu en dan de Donau overstaken. Wellicht heeft het Vijfde, samen met het Vierde, deze stammen verslagen, maar we kunnen deze overwinning niet dateren. Een mogelijke kandidaat is de oorlog van 29-27 v.Chr., waarin de Romeinse commandant Marcus Licinius Crassus (een kleinzoon van de beroemde Crassus) eigenhandig een vijandelijke leider doodde. Het legioen was vrijwel zeker betrokken bij de campagne van Tiberius, de toekomstige keizer, naar het Parthische Rijk die in 20 v.Chr. een diplomatiek einde kreeg.

    Vechten was vanzelfsprekend niet de enige bezigheid van de legionairs. Verschillende inscripties documenteren de aanleg van wegen en andere kunstwerken in het Donaugebied. Het nieuw veroverde land, Moesia, moest nog worden ontwikkeld. Het is goed denkbaar dat een van de officieren in deze jaren Velleius Paterculus was, die schrijft dat hij de delta van de Donau heeft gezien.noot Velleius Paterculus, Romeinse geschiedenis 2.101.

    Moesia en Armenië

    In 6 na Chr. werd V Macedonica overgeplaatst naar Oescus (het huidige Gigen) in Moesia, waar het zou blijven tot 61. Op dit punt bewaakte het de weg langs de zijrivier de Olt naar het zuiden tegen invallen vanuit het koninkrijk Dacië. Het vocht ook aan een ander front: het Vijfde was actief toen keizer Claudius in 45/46 besloot Thracië aan het Romeinse Rijk toe te voegen. De details van deze annexatie zijn vrijwel onbekend.

    In 62 werd het Vijfde overgeplaatst naar het oosten, waar het gestationeerd was in Pontus, ten zuiden van de Zwarte Zee. Nero’s generaal Lucius Caesennius Paetus, de gouverneur van Cappadocië, had XII Fulminata en IIII Scythica (dat eerder was overgeplaatst) en een onderafdeling van V Macedonica een rampzalige campagne gevoerd in Armenië. Bij Rhandeia was dit leger gedwongen geweest zich over te geven en het was aan de gouverneur van Syrië, Gnaeus Domitius Corbulo, om een ​​vergeldingscampagne te lanceren met de legioenen III Gallica, VI Ferrata en X Fretensis. Corbulo lijkt V Macedonica aan zijn hoofdmacht te hebben toegevoegd en wist een compromisvrede te bereiken. Ik blogde er al eerder over.

    Joodse Opstand

    V Macedonica was waarschijnlijk nog in het oosten toen in 66 de Joden in opstand kwamen. Het legioen kwam nu onder bevel van Titus Flavius ​​Vespasianus (de toekomstige keizer). Samen met X Fretensis en XV Apollinaris was het actief in Galilea, waar Sepforis in 67 werd bevrijd. In de daaropvolgende jaren trokken de Romeinen langzaam naar het zuiden. Een van de meest heldendaden van het Vijfde was de bestorming van de berg Gerizim, het belangrijkste heiligdom van de samaritaanse geloofsgemeenschap.

    In 68 werd de oorlog onderbroken omdat keizer Nero zelfmoord had gepleegd en de opvolging onduidelijk was. Het legioen bleef enige tijd wachten, met een kamp in Emmaüs. De aanwezigheid van verschillende grafstenen duidt op zware gevechten.

    Tijdens de volgende zomer werd Vespasianus tot keizer uitgeroepen en ging hij naar Alexandrië, waar hij de graanaanvoer van Rome afsneed en waarvandaan hij leiding gaf aan de oorlog in Italië. Toen het “vierkeizerjaar” 69 voorbij was, wees Vespasianus zijn zoon Titus aan om de oorlog af te ronden met de inname van Jeruzalem. Na de Romeinse overwinning escorteerde het Vijfde Titus naar Alexandrië. Vervolgens keerde het terug naar Moesia, naar Oescus. Het was bijna tien jaar van huis geweest.

    Een inscriptie in de Capitolijnse Musea in Rome

    Opnieuw Moesia

    Halverwege de jaren tachtig reorganiseerde keizer Domitianus de grenzen van de Rijn en de Donau. Moesia werd verdeeld in twee provincies: Moesia Superior en Moesia Inferior. V Macedonica behoorde met I Italica en XI Claudia tot de laatstgenoemde provincie. Het was een moeilijke tijd, want aan de overzijde van de Donau was het koninkrijk Dacië steeds agressiever. De door Domitianus aangewezen commandanten waren redelijk succesvol, maar de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, in 89 belette volledig succes. Een van de officieren in deze tijd was de toekomstige keizer Hadrianus.

    Het was pas later dat de Romeinen afrekende met de Daciërs: in twee grote oorlogen tussen 101 en 106 annexeerde keizer Trajanus het gebied benoorden de Donau. Na gedane arbeid werd V Macedonica overgeplaatst naar het noordoosten, naar Troesmis (het huidige Iglita), vlakbij de delta van de Donau. Hier held het legioen de Roxolani in de gaten, een stam die soms onrustig was (onder andere in 118). Het staat vast dat Trajanus ook soldaten van V Macedonica meenam op zijn onsuccesvolle campagne tegen het Parthische Rijk (115-117). De onderdrukking van de opstand van de messiaanse leider Bar Kochba volgde vijftien jaar later. Dit was een van de zwaarste oorlogen die Rome ooit heeft moeten voeren.

    Er is het een en ander bekend over de niet-militaire taken die de legionairs van V Macedonica in deze jaren uitvoerden. Sommigen dienden in het hoofdkwartier van de gouverneur van Moesia Inferior, in Tomis aan de Zwarte Zee (het huidige Constanța). Met de mannen van XI Claudia bouwden ze het fort van Draschna in het zuidoosten van de Karpaten. Van tijd tot tijd dienden soldaten van V Macedonica op de Krim, waar enkele Griekse steden moesten worden beschermd tegen de nomaden van de Pontische Vlakte. De legioenen van Moesia Inferior waren om beurten verantwoordelijk voor deze buitenpost. Behalve V Macedonica, dienden hier dus ook onderafdelingen van I Italica en XI Claudia.

    [Wordt vervolgd]

    #BarKochba #Claudius #Constanța #Dacië #Emmaüs #GaiusVibiusPansa #Gerizim #GnaeusDomitiusCorbulo #Hadrianus #IItalica #IIIGallica #IIIIScythica #Jeruzalem #JoodseOpstand #Krim #legioen #LuciusAntoniusSaturninus #LuciusCaesenniusPaetus #Moesia #Nero #Oescus #ParthischeRijk #RomeinsLeger #RomeinsParthischeOorlog #Roxolani #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen #Sepforis #slagBijRhandeia #Tiberius #Titus #Tomis #Trajanus #Troesmis #VMacedonica #Vespasianus #VIFerrata #Vierkeizerjaar #VIIIAugusta #XFretensis #XIClaudia #XIIFulminata #XVApollinaris
  4. De barmhartige samaritaan

    Barmhartige samaritaan (Rossano-codex)

    Dat je zorg draagt voor mensen die in de problemen zijn geraakt, is elementair fatsoen. En omdat dat fatsoen weleens ontbreekt, hebben we een en ander tevens vastgelegd in wetten en verdragen. Zo simpel is het. Je hebt geen antieke tekst nodig om medemenselijkheid te begrijpen. Desondanks komt, sinds de Nederlandse Tweede Kamer besloot hulp aan illegaal in ons land verblijvende mensen strafbaar te stellen, de parabel van de barmhartige samaritaannoot Ik spel natuurlijk samaritaan, want de samaritanen waren (en zijn) een antieke geloofsgemeenschap en de namen van religieuze groepen spellen we in onderkast. De burger wordt geacht de wet te kennen, dus u schudt moeiteloos Spellingsbesluit 1995, artikel 16.7, onder S uit uw mouw, en u schrijft ook jood, christen en moslim. tot vervelens toe langs.

    Ik houd er niet van de antieke literatuur te leggen in het procrustesbed der actualiteit. De Oudheid is in zichzelf voldoende interessant. Maar nu de barmhartige samaritaan ineens overal wordt geciteerd, bied ik toch wat losse aantekeningen, die ik baseer op het onvolprezen The Jewish Annotated New Testament, waarover ik al eerder schreef. (Er is een uitgebreide Nederlandse vertaling, maar die heb ik even niet bij de hand.)

    Medemenselijkheid

    De evangelist Lukas leidt het verhaal in met twee aan Jezus gestelde vragen. De eerste luidt wat iemand moet doen om het eeuwig leven te verwerven. Het antwoord is simpel:

    Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.noot Lukas 10.27; NBV21.

    Dit is een combinatie van Deuteronium 6.5 en Leviticus 19.18b en is een standaardantwoord. We vinden het eveneens in Lukas’ bron Marcus; de argumentatie is gebaseerd op een farizese redenatiefiguur die bekendstaat als Gezerah Shavah; we kennen deze conclusie ook uit de rabbijnse literatuur; de Romeinse auteur Plinius de Oudere zag het eveneens zo. Kortom, tot hier is er niets bijzonders aan de hand.

    Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: “Wie is mijn naaste?”

    Toen vertelde Jezus hem het volgende: “Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.”noot Lukas 10.29-32.

    Je hoort regelmatig dat deze mensen geen EHBO verleenden omdat ze hun rituele reinheid moesten bewaren: het waren immers mensen die werkten in de tempel, en rituele reinheid was belangrijk. Dan raak je geen stervende aan. Alleen: het staat er simpelweg niet.

    Op en neer naar Jeruzalem

    Nu staan er wel meer dingen niet in het Nieuwe Testament. Je kunt zeggen dat onuitgesproken kon blijven wat elke toehoorder begreep. Maar het Grieks bevat een duidelijke tegenaanwijzing. In die taal, afkomstig uit een land met nogal wat bergen en dalen, loop je zelden zomaar van A naar B, maar je klimt of daalt van A naar B. En in de parabel is echt sprake van afdalen, κατέβαινεν. Het werk in de tempel zit erop en de rituele reinheid doet er dus niet langer toe.

    Waar komt dat idee van de rituele reinheid vandaan? Ik vermoed dat het samenhangt met het christelijke vooroordeel dat joden geen genadige god hadden, maar een god die hen dwong “punten te scoren” om een plaats te verwerven in de wereld die nog zou komen. Daarom, zo wilde het vooroordeel, hadden de joden eindeloos veel regeltjes. En dus een obsessie met rituele reinheid. Die veronderstelde obsessie hebben christelijke lezers in dit verhaal gelezen.

    Aäron, Levi, Israël

    De reden waarom de priester en de leviet de ongelukkige negeren, vernemen we dus niet, en is voor het verhaal ook niet belangrijk. Het priesterschap was erfelijk en een joodse priester stamde af van Mozes’ broer Aäron. Het levietschap was eveneens erfelijk: de levieten stamden af van Levi, een van de twaalf zonen van de aartsvader Jakob. De rest van de bevolking (de afstammelingen van de andere zonen van Jakob dus) staat bekend onder de verzamelnaam Israël. Na Aäron en Levi zou Israël moeten komen: de toehoorder verwachtte dat de derde passant een gewone jood zou zijn die deed wat gods grondpersoneel naliet. De schok in de parabel is dat degene die de zaken netjes afhandelt, niet de verwachte gewone jood is, maar iemand die geen deel uitmaakt van het verbondsvolk.

    Wie zich werkelijk wil verdiepen in de materie, moet ook nog even kijken naar 2 Kronieken 28.15, maar ik ga snel verder naar het einde van de vertelling. Jezus vervolgt:

    “Een samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: ‘Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.’ Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?”

    De wetgeleerde zei: “De man die medelijden met hem heeft getoond.”

    Toen zei Jezus tegen hem: “Doet u dan voortaan net zo.”noot Lukas 10.33-37.

    Het antwoord van de wetgeleerde is ronduit grappig: “de man die medelijden heeft getoond”. De wetgeleerde kan het woord “samaritaan” niet eens over z’n lippen krijgen.

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Didache

    juli 17, 2014
    Nogmaals de Zijderoute

    juni 24, 2022
    Het antieke Jemen

    februari 22, 2025 Deel dit:

    #barmhartigeSamaritaan #EvangelieVanLukas #GezerahShavah #Jeruzalem #leviet #NieuweTestament #priesterschap #ritueleReinheid #samaritaanseGeloofsgemeenschap

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.