home.social

#homeros — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #homeros, aggregated by home.social.

  1. Wat heet mooi? De teksten

    Een dichteres uit Pompeii, soms geïdentificeerd als Sapfo.

    Wat heb ik me op de hals gehaald, dacht ik, toen ik de ruim 230 mooie voorwerpen en tekstennoot Een tekst is natuurlijk ook een voorwerp, meer precies een werktuig, en nog preciezer een container (voor informatie). zag waarmee u reageerde op mijn oproep anderen met schoonheid te verrijken en te bevoordelen. U leverde teveel schoonheid voor één blogje, en sometimes there’s so much beauty in the world, I feel like I can’t take it. Ik begin met een lijst van mooie teksten, en heb op 11 september een blogje over architectuur, en wat daarna komt weet ik nu nog niet.

    Observatie vooraf: je zou hebben verwacht dat als mensen houden van een bepaalde cultuur en bijvoorbeeld sculptuur noemen, ze ook wel architectuur zouden noemen en teksten. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Soms kan ik verklaren waarom mensen die een bepaalde esthetiek waarderen die wel in de ene kunstcategorie kunnen benoemen maar niet in een andere. Keltische voorwerpen liggen in allerlei musea maar Keltische architectuur is feitelijk niet overgeleverd. Even vaak kan ik het verschil niet verklaren.

    Maar goed. Jalla, mes enfants, let’s go.

    Nabije Oosten

    Ik begin meteen met een verrassing: ik had niet verwacht dat het Indische Theyyam-ritueel zou worden genoemd, dat oeroude wortels schijnt te hebben. Een volgend oeroud item is de Hurritische hymne voor de godin Nikkal, de oudste wat langere melodie die is overgeleverd. De Nederlandse oudheidkundige Theo Krispijn heeft het muziekstuk weleens gespeeld. Ook genoemd: het Bijbelboek Prediker.

    Grieks

    Het kon niet missen dat van de Griekse teksten de poëzie van Homeros als eerste werd genoemd (“niet voor niets al ruim 2½ millennium een hit”). U noemde de Ilias, het verhaal over de wrok van Achilleus, drie keer, en ook de Odyssee, over de uitgestelde wraak van Odysseus, noemde u driemaal. De vroegste Griekse poëzie leverde ook het leerdicht op van Parmenides, waarin hij redeneert dat aangezien het zijnde is en het niet-zijnde niet is, verandering niet kan bestaan, een redenering waarmee hij feitelijk de hele westerse filosofie ontketende.

    Van het Atheense toneel werd Aischylos’ Smekelingen genoemd “vanwege het vooruitlopen op de twee verloren delen van de trilogie”. Uit het oeuvre van Sofokles selecteerde u de Oidipous en de Antigone. Euripides bleef onvermeld, al is hij natuurlijk wel het lijdend voorwerp van het toneelstuk van Aristofanes, De kikkers. “Ik heb meermaals luidop gelachen toen ik dit voor het eerst in vertaling las.”

    Verder de claim dat

    wie het priemgetallenbewijs van Eukleides niet noemt, de ware schoonheid nooit gezien heeft en niet begrijpt hoe anders dan spreektaal taal kan zijn.

    Dat is wel heel stellig, maar ik heb nog nooit iemand ontmoet die niet met plezier terugdacht aan de frappe waarmee de wiskundeleraar in de brugklasnoot Ik begrijp dat het inmiddels geen brugklasstof meer is. We doen onze kinderen zwaar tekort. het bewijs uitlegde. En nu ik toch persoonlijk commentaar geef: ik had Theokritos’ Tweede Idylle (“de tovenares”, over een meisje dat haar geliefde probeert terug te winnen) nooit gelezen en doe mijn voordeel van de goede raad. Het Seikiloslied is eveneens genoemd.

    Verder werden getipt: 1 Korintiërs 13, de lofzang op de liefde van de apostel Paulus en een evergreen bij bruiloften. Wie het noemde, is in gezelschap van de Cambridge-historicus G.E.M. de Ste Croix, die dit zelfs het allermooiste noemde dat hij ooit in het Grieks had gelezen. Nu we bij de Griekse literatuur van de keizertijd zijn, kan Lukas’ versie van het kerstverhaal niet ontbreken, die prachtige omkering van de keizerlijke propaganda.

    Uit de tweede eeuw na Chr.: Ploutarchos’ biografie van Julius Caesar, de poëzie van Julia Balbilla op de Memnonkolossen in Thebe en de Persoonlijke Notities van keizer Marcus Aurelius. De o zo menselijke correspondentie uit Oxyrhynchos is het jongste voorbeeld dat u noemde, en ik concludeer dat u niet houdt van de Griekse kerkvaders. (Van de Latijnse en Aramese vaderen ook niet, trouwens.)

    Latijn

    Iemand noemde het Latijn als taal en gaf enkele beklijvende voorbeelden uit de poëzie van Quintus Horatius Flaccus en Publius Vergilius Maro. Waarmee meteen de allerklassiekste klassieke Latijnse poëzie is vermeld. Lichtvoetiger is Publius Ovidius Naso’s beroemde Metamorfosen, dat driemaal werd genoemd, inclusief een mooie vertaling.

    Verder noemde u de toespraken van Cicero, zoals de eerste redevoering tegen Catilina, “omdat hij al in de eerste zinnen zijn tegenstander omver blaast en hem verder geen kans meer geeft”. Van Gaius Valerius Catullus noemde u de gedichten 5, 64 (de haarlok van Berenike), 85 en 101 (“omdat we onze tranen niet konden bedwingen”). Uit dezelfde generatie: het oeuvre van Marcus Terentius Varro en de Gallische Oorlog van Julius Caesar (“omdat ik als kind de vertaling stukgelezen heb” en “een meesterwerk in manipulatie”).

    Uit de tijd van keizer Augustus: “Titus Livius’ beschrijving van de opkomst van Rome vond ik indrukwekkend en uitermate boeiend geschreven”. Ik had niet verwacht dat iemand de interessante landbouwgeschriften van Lucius Junius Moderatus Columella zou noemen als iets dat ook mooi was, of de al even interessante graffiti uit Pompeii. Verrassend. Leuk!

    Uit de tweede eeuw noemde u de Historiën van Publius Cornelius Tacitus, met name de passage over de moord op keizer Galba, en Tacitus’ Annalen. Het jongste dat u noemde was de correspondentie uit Vindolanda. Ik had verwacht dat iemand wel Ausonius’ gedicht over de Moezel zou noemen of het christelijke Latijn. Ik voeg daarom het Te Deum toe. Let niet op de kitscherige kerkklokken die men rond 400 niet kende.noot Neutralere versies laten zich niet integreren in dit blogje.

    Tot zover voor vandaag. Veel plezier hiermee!

    #Aischylos #Aristofanes #Ausonius #Eukleides #GaiusValeriusCatullus #Homeros #Horatius #JuliaBalbilla #LuciusJuniusModeratusColumella #Lukas #MarcusAurelius #MarcusTerentiusVarro #Memnonkolossen #Oxyrhynchos #Parmenides #Ploutarchos #Prediker #PubliusCorneliusTacitus #PubliusOvidiusNaso #PubliusVergiliusMaro #schoonheid #Seikilos #Sofokles #TheoKrispijn #Theokritos #TitusLivius #Vindolanda
  2. Kävinpä minäkin katsomassa The Odysseyn 🎬

    Oli kyllä 5/5 elokuvakokemus. Nolanin tulkinta oli varsin uskollinen alkuperäiselle tarinalle mutta toi siihen myös sopivasti omaa sormenjälkeä, ml. koskettavan ja valitettavan ajankohtaisen teeman Troijan sodasta.

    Leffan inspiroimana aloin myös paikata aukkoa yleissivistyksessä ja lukea Odysseiaa. Valitsin Pentti Saarikosken suomennoksen 70-luvulta, koska se oli helposti saatavilla ja homeerinen kreikka ei ainakaan vielä ole minulla hallussa 😁

    #odyssey #odysseia #elokuva #antiikki #antiikinkreikka #homeros

  3. De Kimmeriërs

    Kimmerische of Skythische pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

    De Kimmeriërs, die zijn interessant! En dat is natuurlijk omdat het bewijsmateriaal enerzijds gevarieerd is, zodat allerlei specialisten erbij komen kijken, maar anderzijds tekortschiet, zodat er geen consensus kan ontstaan. Kortom: een fijne puzzel.

    Dode Kimmeriërs

    Eerste bewijsmateriaal: Griekse poëzie. In de Odyssee vertelt Homeros dat Odysseus, ergens in het verre verre westen, de rand bereikt van de Okeanos, waar de stad en het land van de Kimmeriërs zich bevinden. De zon schijnt er niet, de gebieden zijn eeuwig gehuld in mist en nevel, en “steeds hangt de heilloze nacht om de diep ongelukkige mensen”.noot Homeros, Odyssee 11.14ff. Als dit u doet denken aan het dodenrijk, dan zit u goed, want niet veel later brengt Odysseus inderdaad een bezoek aan die naargeestige plek.

    De Kimmeriërs zijn dus westelijke stedelingen en nogal dood, of iets dat erop lijkt. Dat is voor ons ietwat lastig, aangezien alle andere bewijs suggereert dat het gaat om noordelijke nomaden die nogal in leven zijn.

    Nomaden in Anatolië

    Het tweede bewijsmateriaal bestaat uit de teksten uit Mesopotamië. Diverse teksten uit Assyrië vermelden mobiele groepen die onrust veroorzaken in de noordelijke grensgebieden. Deze Kimmeriërs lijken in de achtste eeuw over de Kaukasus zuidwaarts te zijn getrokken, en bedreigden daar het koninkrijk Urartu (een oude naam voor Armenië). Koning Rusa I rukte tegen hen op, maar werd verslagen. Daarna trokken de Kimmeriërs Urartu binnen, dat ze plunderden tot aan het Urmia-meer.

    Later trokken de Kimmeriërs – of een groep Kimmeriërs – westwaarts, waar ze in 710/709 Frygië bedreigden. Koning Mit-ta-a, die u vermoedelijk kent onder de naam Midas,noot Mogelijk is Midas een vorstelijke titel geweest. zag zich genoodzaakt bij de Assyrische koning Sargon II hulp te vragen, maar dat belette de Kimmerische inval niet. Mit-ta-a pleegde in 696 of 695 zelfmoord na een verloren veldslag. Over Frygië horen we daarna weinig meer; de nieuwe macht in Anatolië zou het meer westelijk gelegen Lydië zijn. Wellicht vestigden groepen Kimmeriërs zich op de Frygische hoogvlakte, waar nog altijd nomaden heen en weer trekken.

    De Frygische hoogvlakte

    Kimmeriërs in Mesopotamië

    De Assyrische kronieken vermelden de Kimmeriërs nog vaker. In 679 werd een leider genaamd Teušpa samen met zijn mannen belegerd in een stad genaamd Hubušnu. Later lezen we over Kimmeriërs in de buurt van Ellipi, in Medië en in Elam, vér in het zuiden. De Assyriërs hadden blijkbaar veel tijd nodig om orde op zaken te stellen.

    Er zijn speculaties, en ze zijn niet zonder aanwijzingen in de bronnen, dat ontevreden groepen in het Assyrische Rijk samenwerkten met de Kimmeriërs, of in hun aanwezigheid kansen zagen voor het bevorderen van hun eigen agenda. Omdat de Assyrische bronnen na het midden van de zevende eeuw schaarser worden, is op dit punt meer onduidelijkheid dan we zouden willen.

    Het westen

    Terug naar de groep of groepen in Anatolië. Frygië was ten einde gekomen, Lydië was ontstaan en kreeg te maken met Kimmerische strooptochten. De Lydische koning Gyges wist de eerste aanval af te slaan, maar sneuvelde in 644. Later plunderden de Kimmeriërs ook enkele Griekse steden in Klein-Azië. Uiteindelijk wist koning Alyattes, die u moet plaatsen tussen pakweg 600 en 560 v.Chr., een einde te maken aan deze dreiging.

    Archeologie

    Archeologen hebben weer ander bewijs. Zij associëren de Kimmeriërs met de zogeheten Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur,noot Wie verzint toch zulke namen? die tussen 900 en 650 heeft bestaan op de vlakten tussen de rivieren Prut en Don. Dus zeg maar in Oekraïne, met uitlopers naar Bulgarije. Deze mensen werden vaak begraven met bogen, zwaard en speer, wat suggereert dat ze vochten als bereden boogschutters. Hun kostbaarste bezit bestond uit runderen, waarmee ze als nomaden zwierven over de vlakten.

    En nu is het interessant dat Aristeas van Prokonessos – ik noemde hem al eens omdat hij voldoet aan het profiel van een sjamaan – vertelt dat de Skythen de Kimmeriërs hebben verdreven uit Oekraïne. Als dit waar is, zouden we kunnen vermoeden dat de Kimmeriërs op drift zijn geraakt, zuidwaarts over de Kaukasus zijn gegaan en daarvandaan naar Anatolië en Mesopotamië. Het probleem met deze theorie is dat er weinig voorwerpen van de Chernogorovka-Novocherkassk-cultuur zijn gevonden bezuiden de Kaukasus.

    Maar ook dat is weer problematisch, want eigenlijk lijken al die steppenomaden nogal op elkaar. Ik zou althans niet goed weten wat het verschil is tussen een Kimmerische en een Skythische pijlpunt. Kortom, het tekstuele en archeologische bewijs is asymmetrisch. Zelf zou ik overigens sowieso liever denken aan “de steppenomaden”, zonder al te specifieke etnische etiketten te willen plakken.

    En tot slot: er zijn theorieën dat de auteur van de Odyssee kennis had genomen van een vroeg verhaal over de Argonauten, dat dit verhaal al was gelokaliseerd in Kolchis (het huidige Georgië), en dat de beschrijving van het dodenrijk is geïnspireerd door een groep Kimmeriërs in die regio. Het onvermogen te accepteren dat we inconsistente en dus onvoldoende informatie hebben, lijkt de vader van deze vader van deze gedachte. On n’a pas besoin de cette hypothèse-là.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    De opvolging in Assyrië

    september 15, 2017
    Kinalua

    juni 8, 2024
    Anatolische talen

    mei 26, 2021 Deel dit:

    #Alyattes #AristeasVanProkonessos #ChernogorovkaNovocherkasskCultuur #dodenrijk #Frygië #Gyges #Homeros #Kaukasus #Kimmeriërs #Kolchis #Lydië #Medië #nomadisme #Oekraïne #RusaI #SargonII #Skythen #Turkije #Urartu

  4. De waarde van mythen

    Afdruk van een zegel met een scène uit een van de mythen van Mesopotamië (Louvre, Parijs)

    Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Psalm 115.4-5. Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Xenofanes, fragment 16. Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot Vgl. Diogenes Laertios, Levens van de filosofen 8.21.

    Rationalisering

    Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Herodotos, Historiën 7.129. Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.

    Allegorese was een andere manier om de oude verhalen te rationaliseren. De goden in de homerische epen volgden een gedragscode die latere generaties niet deelden, maar men wilde de poëzie niet terzijde schuiven als betekenisloos. Daarom nam men aan dat er een diepere betekenis moest zijn dan de letterlijke. De beroemde scène uit de Odyssee waarin de liefdesgodin Afrodite haar man Hefaistos bedriegt met de oorlogsgod Ares, viel dan te lezen als een verhaal over de twee tegengestelde principes die het universum zouden beheersen: aantrekking en conflict.noot Homeros, Odyssee 8.266-369. Een vroegchristelijke auteur las het joodse verbod op het eten van varkensvlees als een gebod je niet als varken te gedragen.noot Brief van Barnabas 10.3-11. Het is niet moeilijk te zien dat het sprookje van Amor en Psyche, “liefde en ziel”, is ontworpen om allegorische te lezen.

    Een derde benadering was het euhemerisme waarover ik al eerder blogde. Het komt erop neer dat mythen worden uitgelegd alsof ze gaan over verdienstelijke koningen, die als weldoeners optraden voor de mensheid. Die verleende hun eerbewijzen en ging daarmee door na hun dood, en zo zou religie zijn ontstaan. In een wereld waarin men een Alexander de Grote of een Romeinse keizer goddelijke eerbewijzen toekende, was dit zo vreemd niet.

    Moet je mythen wel rationaliseren?

    Ik behandel deze materie in mijn eind januari te verschijnen boek over Filon van Byblos, Goden en halfgoden. En terwijl ik ermee bezig was, begon ik woorden te vinden voor een ergernis die ik al jaren voel bij de navertellingen van antieke mythen. Niet zelden zit daar een element van rationalisering in. Mijn punt is: waarom? Waarom moeten we de mythen, die nooit bedoeld zijn geweest om uitgelegd te worden, voorzien van een interpretatie?

    Begrijp me niet verkeerd: elke vertaling is al uitleg. In mijn stukje over Herakles heb ik het ook gedaan. Eigenlijk is heel ons kennen interpretatie. Maar waarom zou je daar verder mee gaan en bijvoorbeeld aan het verhaal over de roof van Persefone toevoegen dat het feitelijk gaat over seizoenwisseling?

    De gedachte die bij me opkwam – of beter: de woorden die ik vond voor een al eerder gevoelde ergernis – is of we zo niet het kind weggooien met het badwater. Nogal wat mythen – niet allemaal, zie Amor en Psyche – zijn helemaal niet bedoeld om te worden gerationaliseerd, noch natuurwetenschappelijk noch allegorisch noch euhemerisch noch anders. Deze verhalen zijn, om zo te zeggen, voor-rationeel. Ze documenteren een antiek proces van vrije associatie. Psychologen gebruiken dat om de denkwijzen van hun cliënten te doorgronden. En is de waarde van mythen niet dat wij, levend in een meer rationele tijd, via onuitgelegde verhalen contact maken met een vergeten, voor-rationele denkwijze?

    Ik weet niet of het zo is. Maar tijdens het schrijven aan Goden en halfgoden speelde deze gedachte meer dan eens door mijn hoofd. Ik vond een manier om een oud gevoel van onbehagen te verwoorden. Wat mij betreft is het boek dus al geslaagd en ik hoop dat u dat straks ook zo zult vinden. Maar dan moet u het wel eerste lezen en dus bestellen.

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Afrodite #allegorese #AmorEnPsyche #Ares #euhemerisme #Euhemeros #Hefaistos #HerodotosVanHalikarnassos #Hesiodos #Homeros #mythologie #Persefone #Poseidon #Pythagoras #Tempe #varken #Xenofanes