Search
170 results for “VerneMQ”
-
Opgesodemieterd, en deze ook. Dat we maar nooit meer iets van haar mogen vernemen.
-
𝗗𝗲𝗻𝗻𝗶𝘀 𝗦𝗰𝗵𝗼𝘂𝘁𝗲𝗻 '𝗱𝗼𝗼𝗱𝗴𝗲𝘀𝗰𝗵𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻' 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝗮𝗮𝗻𝗵𝗼𝘂𝗱𝗶𝗻𝗴 𝗝𝗮𝗻 𝗥𝗼𝗼𝘀
Dennis Schouten is zich "doodgeschrokken" door het nieuws dat zijn RoddelPraat-collega Jan Roos is aangehouden. Schouten zelf en de partner van Roos hebben dat nieuws via de media moeten vernemen, zegt hij tegen het ANP. Het Openbaar Ministerie (OM) Noord-Nederland meldde vrijdag de 47-jarige Roos...
-
Gouvernement flamand : quand la droite passe, le climat trépasse...
#Flandre #Belgique #climat #vlareg
https://www.rtbf.be/article/le-nouveau-gouvernement-flamand-freine-ses-ambitions-climatiques-11442379 -
Gouvernement flamand : quand la droite passe, le climat trépasse...
#Flandre #Belgique #climat #vlareg
https://www.rtbf.be/article/le-nouveau-gouvernement-flamand-freine-ses-ambitions-climatiques-11442379 -
Gouvernement flamand : quand la droite passe, le climat trépasse...
#Flandre #Belgique #climat #vlareg
https://www.rtbf.be/article/le-nouveau-gouvernement-flamand-freine-ses-ambitions-climatiques-11442379 -
Gouvernement flamand : quand la droite passe, le climat trépasse...
#Flandre #Belgique #climat #vlareg
https://www.rtbf.be/article/le-nouveau-gouvernement-flamand-freine-ses-ambitions-climatiques-11442379 -
Aujourd'hui l’Assemblée Nationale a voté les dérogations accordées pour l'utilisation des #néonicotinoïdes 🐝
"Merci" à ce gouvernement de continuer sa politique irresponsable en matière d'environnement et de reculer sur bon nombre de sujets 😡
#DangerPublic
https://reporterre.net/Loi-Asap-le-gouvernement-continue-a-defaire-le-droit-de-l-environnement[1/2]
-
Le gouvernement a-t-il expliqué que la réforme des retraites permettra de baisser les impôts des entreprises ?
Travailler plus longtemps pour offrir des cadeaux aux entreprises, le rêve de tout salarié.
#retraites #cvae
https://www.liberation.fr/checknews/le-gouvernement-a-t-il-explique-que-la-reforme-des-retraites-permettra-de-baisser-les-impots-des-entreprises-20230120_NXFITZVDARFYDDAWF5N5SOHWFM/ -
Romulus en Remus & co
Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?
Verzonnen dateringen
Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.
Ook van het stichtingsjaar, dat wij 753 v.Chr. noemen, weten we hoe het is verzonnen. De eerste Romeinse geschiedschrijvers kenden voldoende magistraten om de stichting van de republiek te dateren in 505 v.Chr., en daar voegden ze voor elk van de zeven koningen vijfendertig jaar aan toe, plus één jaar voor een zogeheten interrex. Het oudste berekende stichtingsjaar was dus 751. Volgens een andere berekening 749. Toen Julius Caesar en Augustus de monarchie stichtten, lasten stroopsmeerders jaren in waarin Rome door volkomen fictieve alleenheersers zou zijn bestuurd. Zo verzon men het stichtingsjaar 753. Antieke geschiedschrijvers als Titus Livius en Velleius Paterculus waren professioneel genoeg om aan deze flauwekul niet mee te doen: volgens deze auteurs is Rome gesticht in 751.
Niet dat dat jaartal accuraat is, overigens. Vanzelfsprekend is er noch één dag noch één jaar aan te wijzen voor het aaneengroeien van enkele op heuveltoppen gelegen boerendorpjes. Rome is niet op één dag gebouwd. Het verhaal over de stadstichting is pas ontstaan toen de Romeinen zelf steden stichtten en zich begonnen af te vragen wie hun eigen stad had gesticht. Het is dus een vrij jong, bewust in elkaar geflanst verhaal.
Romulus en Remus
De hoofdpersonen Romulus en Remus zijn ook al niet heel speciaal. Om te beginnen zijn ze de kinderen van de god Mars. Dit is een standaardmotief in de Indo-Europese literatuur: zie de helden die zijn verwekt door de Griekse oppergod Zeus (Herakles, Perseus…). Uit het Indische gedicht Mahabharata vernemen we hoe de zonnegod Surya bij Kunti de vijf Pandava’s verwekte. In de Ierse mythologie was de held Cú Chulainn de zoon van de god Lugh. De Griekse oorlogsgod Ares is de vader van Parrhasios en Leukastos, over wie zo meteen meer.
De moeder van Romulus en Remus, Rhea Silvia, is zo’n meisje dat geen man mag hebben omdat er een of andere onheilsvoorspelling is, en die dus door haar vader wordt opgesloten. Voor de goden uit de vorige alinea is dat doorgaans geen werkelijk beletsel – de verkrachting van een gevangen vrouw was in de oude wereld, of althans in het mythische deel daarvan, blijkbaar geen onoverkomelijk probleem. De Griekse Danaë en de al genoemde Indische Kunti zijn lotgenoten van Rhea Silvia. Een bijzonder nauwe parallel is die met de gevangen Germaanse prinses Hiltburg, dochter van koning Waldigund, die de moeder wordt van Wolfdietrich.
Vervolgens belanden Romulus en Remus in een mandje in de rivier. Perseus en dat meisje op de Kinderdijk bedienden zich van hetzelfde transportmiddel. Dit motief is overigens vanuit het oosten gekomen, waar de Mesopotamische koning Sargon van Akkad en de joodse leider Mozes in biezen mandjes de rivier bevoeren. Ook een van de kinderen van de Indische Kunti, Karna, drijft in een mandje weg.
Tot slot wordt de Romeinse tweeling gevoed door een wolvin. Wolfdietrich dankt zijn naam aan zijn dierlijke min, de Ierse koning Cormac mac Airt is een ander wolfskind. Wolvinnen dragen ook zorg voor de Griekse tweeling Parrhasios en Leukastos en de Poolse tweeling Waligóra en Wyrwidab.
Over the top
Kortom, de Romeinen waren niet bijster origineel toen ze Romulus en Remus verzonnen. Het verhaal is een mix van traditionele Indo-Europese elementen. Als er al iets bijzonders aan is, is het dat het zo véél elementen combineert. Het is alsof de Romeinen dachten: “we hebben geen stichtingsverhaal, we moeten iets verzinnen, laten we maar alle bestaande verhalen combineren en iets maken dat volkomen over the top is”.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Hallstatt
november 22, 2019
Artemis van Efese
april 14, 2023
De Gallische boerderij
maart 17, 2023 Deel dit: #Ares #CúChulainn #CormacMacAirt #Herakles #herders #IndoEuropeanistiek #Kinderdijk #Lugh #Mahabharata #MarcusVelleiusPaterculus #Mozes #mythologie #Parilia #Perseus #RheaSilvia #Rome #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #TitusLivius #Wolfdietrich -
Romulus en Remus & co
Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?
Verzonnen dateringen
Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.
Ook van het stichtingsjaar, dat wij 753 v.Chr. noemen, weten we hoe het is verzonnen. De eerste Romeinse geschiedschrijvers kenden voldoende magistraten om de stichting van de republiek te dateren in 505 v.Chr., en daar voegden ze voor elk van de zeven koningen vijfendertig jaar aan toe, plus één jaar voor een zogeheten interrex. Het oudste berekende stichtingsjaar was dus 751. Volgens een andere berekening 749. Toen Julius Caesar en Augustus de monarchie stichtten, lasten stroopsmeerders jaren in waarin Rome door volkomen fictieve alleenheersers zou zijn bestuurd. Zo verzon men het stichtingsjaar 753. Antieke geschiedschrijvers als Titus Livius en Velleius Paterculus waren professioneel genoeg om aan deze flauwekul niet mee te doen: volgens deze auteurs is Rome gesticht in 751.
Niet dat dat jaartal accuraat is, overigens. Vanzelfsprekend is er noch één dag noch één jaar aan te wijzen voor het aaneengroeien van enkele op heuveltoppen gelegen boerendorpjes. Rome is niet op één dag gebouwd. Het verhaal over de stadstichting is pas ontstaan toen de Romeinen zelf steden stichtten en zich begonnen af te vragen wie hun eigen stad had gesticht. Het is dus een vrij jong, bewust in elkaar geflanst verhaal.
Romulus en Remus
De hoofdpersonen Romulus en Remus zijn ook al niet heel speciaal. Om te beginnen zijn ze de kinderen van de god Mars. Dit is een standaardmotief in de Indo-Europese literatuur: zie de helden die zijn verwekt door de Griekse oppergod Zeus (Herakles, Perseus…). Uit het Indische gedicht Mahabharata vernemen we hoe de zonnegod Surya bij Kunti de vijf Pandava’s verwekte. In de Ierse mythologie was de held Cú Chulainn de zoon van de god Lugh. De Griekse oorlogsgod Ares is de vader van Parrhasios en Leukastos, over wie zo meteen meer.
De moeder van Romulus en Remus, Rhea Silvia, is zo’n meisje dat geen man mag hebben omdat er een of andere onheilsvoorspelling is, en die dus door haar vader wordt opgesloten. Voor de goden uit de vorige alinea is dat doorgaans geen werkelijk beletsel – de verkrachting van een gevangen vrouw was in de oude wereld, of althans in het mythische deel daarvan, blijkbaar geen onoverkomelijk probleem. De Griekse Danaë en de al genoemde Indische Kunti zijn lotgenoten van Rhea Silvia. Een bijzonder nauwe parallel is die met de gevangen Germaanse prinses Hiltburg, dochter van koning Waldigund, die de moeder wordt van Wolfdietrich.
Vervolgens belanden Romulus en Remus in een mandje in de rivier. Perseus en dat meisje op de Kinderdijk bedienden zich van hetzelfde transportmiddel. Dit motief is overigens vanuit het oosten gekomen, waar de Mesopotamische koning Sargon van Akkad en de joodse leider Mozes in biezen mandjes de rivier bevoeren. Ook een van de kinderen van de Indische Kunti, Karna, drijft in een mandje weg.
Tot slot wordt de Romeinse tweeling gevoed door een wolvin. Wolfdietrich dankt zijn naam aan zijn dierlijke min, de Ierse koning Cormac mac Airt is een ander wolfskind. Wolvinnen dragen ook zorg voor de Griekse tweeling Parrhasios en Leukastos en de Poolse tweeling Waligóra en Wyrwidab.
Over the top
Kortom, de Romeinen waren niet bijster origineel toen ze Romulus en Remus verzonnen. Het verhaal is een mix van traditionele Indo-Europese elementen. Als er al iets bijzonders aan is, is het dat het zo véél elementen combineert. Het is alsof de Romeinen dachten: “we hebben geen stichtingsverhaal, we moeten iets verzinnen, laten we maar alle bestaande verhalen combineren en iets maken dat volkomen over the top is”.
Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De Ammonieten
januari 10, 2024
De Kimmeriërs
oktober 15, 2025
De duivel en zijn voorgangers
maart 31, 2023 Deel dit: #Ares #CúChulainn #CormacMacAirt #Herakles #herders #IndoEuropeanistiek #Kinderdijk #Lugh #Mahabharata #MarcusVelleiusPaterculus #Mozes #mythologie #Parilia #Perseus #RheaSilvia #Rome #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #TitusLivius #Wolfdietrich -
Een detectiveroman die geen detectiveroman is
Ik stond op de luchthaven van Parijs, het was nog een paar uur tot mijn vliegtuig naar Tunis zou vertrekken, en ik had geen boek om te lezen, dus ik kocht maar een detective van de soort die je kunt kopen op een vliegveld: The Waiting van Michael Connelly. Op de achterflap stonden wat aanprijzingen, zoals er altijd staan, maar aangezien ook Stephen King iets aardigs over de auteur zei, meende ik dat het wel zou helpen om de tijd te doden. Inhoudelijk, zo verwachtte ik, zou het weinig om het lijf hebben, maar het zou zó zijn geschreven dat ik door bleef lezen. Kortom, een detectiveromannetje waarvan er dertien in een dozijn gaan.
Hoewel. Er waren toch wel wat verrassingen, wat vermoedelijk bewijst dat ik te weinig in het genre lees. Toen ik het uit had, wist ik namelijk van de drie onderzochte zaken hoe de vork in de steel stak, maar gaf de heldin, detective Renée Ballard, óók toe dat ze niet wist hoe een van de daders zijn laatste slachtoffer had gevonden. Van een detectiveroman verwacht je dat je op de laatste pagina’s tot in de puntjes de oplossing verneemt van het gepresenteerde raadsel, maar Connelly zorgt ervoor dat de lezers van The Waiting het zelf kunnen bedenken.
Dat beviel me eigenlijk wel. Het is niet dat ik de zwakke punten van het boek niet herken. Eén van de drie zaken begint doordat Ballard wordt bestolen, op zoek gaat naar de gestolen spullen en zo iets groters op het spoor komt; een tweede zaak wordt opgelost door een toevallige vondst in een gehuurde opslagruimte; alleen de derde zaak ontstaat niet bij toeval. Die is het normale werk van de afdeling cold cases waar Ballard voor werkt. De toevalligheden deden wat afbreuk aan het verhaal.
Ook de personages bleven nogal vlak. Ze zijn de volmaakte tegenpolen van de personages uit Scandinavische thrillers, die altijd in een echtscheiding liggen, worstelen met hun alcoholisme of een persoonlijk trauma moeten overwinnen. Ballard piekert zo nu en dan over haar moeder, gaat graag naar het strand en weet de ergernis over een collega goed te verbergen, maar meer diepgang krijgt ze niet. Ik had iets méér willen vernemen.
Maar daar staat veel tegenover. Het boek gaat voor een groot deel over het actuele thema van geweld tegen vrouwen. (The Waiting verscheen in 2024.) Ik geloof ongezien dat politieteams die zich bezighouden met cold cases werken zoals beschreven, en ik vond het leuk het een en ander over verschillende politietechnieken te vernemen. Connelly noemt bijvoorbeeld ergens dat het mogelijk is de identiteit van mensen vast te stellen aan de hand van hun oren, waarvan de vorm even persoonlijk is als een vingerafdruk. De politieke spelletjes bij de Amerikaanse politie – de roman speelt in Los Angeles – en het lekken naar de pers kwamen op mij ook heel realistisch over. Er is een running gag dat Ballard op vrijwel alle afspraken te laat komt.
Helemaal aan het einde begreep ik ineens dat het boek eigenlijk helemaal geen detectiveroman was. Zeker, aan het einde begrijpt de lezer drie misdrijven. Maar ik verraad niet te veel van de plot als ik zeg dat Ballard op een persconferentie kritiek op zich afroept als ze erkent niet te weten hoe een van de misdadigers zijn laatste slachtoffer vond. En dat terwijl er mensen zijn die haar uit haar functie willen ontheffen. Ineens begreep ik: dit boek gaat over leiderschap en teamwork. Een baas neemt verantwoordelijkheid voor gemaakte fouten, ook als ze zichzelf daarmee kwetsbaar maakt. En Ballard is het hele boek bezig haar team bij elkaar te houden.
Een team dat gedreven wordt door passie voor de goede zaak: het oplossen van cold cases, zodat de nabestaanden van de slachtoffers eindelijk antwoorden hebben. Het trof me. Er is in de organisatieleer een onderscheid tussen organisaties die worden gedreven door een ideaal en organisaties die money driven zijn. Het team van Ballard is een prachtig voorbeeld van het eerste. Eigenlijk is The Waiting, in de zin dat het toont wat traditioneel leiderschap is in een altruïstische wereld, een hoogst unzeitgemäße roman. Ik weet niet of ik het boek moet aanraden, maar ik heb het met plezier gelezen.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.
Deel dit: -
Faits divers (44): de wetenschap in het nieuws
Een kat in het archeologisch museum van SousseEen nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, een reeks waarin ik het liefst leuke nieuwtjes zou doorgeven, maar waarin ik vaker dan ik wil moet wijzen op slechte uitleg. Vandaag kan ik het zelfs thematisch presenteren:
- opgewarmde kliekjes,
- gratuit gespeculeer,
- jezelf voor joker neerzetten,
- data in plaats van inzicht.
Deze slechte nieuwsvoorziening komt niet alleen door de wetenschappers. Journalisten mogen ook weleens wat kritischer zijn.
Begrijp dit blogje niet verkeerd. Ik wil dit helemaal niet schrijven. Ik wil graag nieuws met u delen, ik wil tonen dat de oudheidkunde innoveert. Er zijn nieuwe methoden, er zijn nieuwe soorten inzicht. Die halen de media echter niet, zodat een mens zich mag afvragen – en menigeen zich afvraagt – wat nou het intellectuele avontuur is.
Opgewarmde kliekjes
U kent het oudheidkundige spreekwoord: “Breng nooit eenmaal iets naar buiten als je ook tweemaal naar fondsen kunt hengelen”. Een voorbeeld is de verspreiding van de huiskat, waar de NOS en de NUnl over berichtten. Niet alleen is al acht jaar bekend dat de huiskat een betrekkelijke nieuwkomer is, maar vooral: er zijn al verbanden gelegd met de historische taalkunde, lees maar in dit blogje van anderhalf jaar geleden. De wetenschap is al verder.
Een ander voorbeeld ontleen ik aan de nomaden die ooit zwierven door Kazachstan en Oezbekistan. Zij vormen een belangrijk thema: hun steppe is wat centraal is in Centraal-Eurazië. Een van de fascinerendste ontwikkelingen is dat hier een vroege bronstechnologie is uitgevonden, waarbij er vrijwel zeker een wisselwerking is geweest met de Indo-Iraanse migratie. Kortom, het valt moeilijk te presenteren als iets dat nog ononderzocht en nieuw is, maar desondanks krijgen we dit bericht.
Waar het op neerkomt is dat archeologen zaken presenteren als bijzonder, terwijl ze eigenlijk vrij gewoon zijn, en dat journalisten het niet doorprikken.
Antinous (Limburgs Museum, Venlo)Gratuit gespeculeer
Antinoüs was de geliefde van Hadrianus; hij verdronk onder onduidelijke omstandigheden in de Nijl. Seks en keizers doen het in de publiciteit altijd goed, seks met keizers nog beter, en dit artikel is een opstapeling van speculaties en overbodige herhaling (u wist natuurlijk nog niet dat Champollion de hiëroglyfen ontcijferde). Het stuk trekt de aandacht tot precies niets. Oudheidkunde is geen wetenschap, concludeert de lezer, maar is o-la-la en gratuit gefantaseer.
Jezelf voor joker zetten
Jeff Bezos vernoemde een bedrijf dat zich met artificiële intelligentie zal bezighouden naar Prometheus. In de Griekse mythologie was dat degene die vooruit dacht, de mensen schiep en hun het vuur schonk. Zeus strafte hem voor de vuurdiefstal door hem vast te kluisteren aan een berg, waar elke dag een adelaar langs kwam om zijn lever op te eten. Classici werden niet moe om aan te geven hoe het met Prometheus afliep.
Ik ben niet zo humorloos dat ik niet zou begrijpen waarom het onhandig is een bedrijf Prometheus te noemen. Odysseus Travel, Pegasus Air en Cyclops-lenzen zijn ook onhandige namen, net als de schoenenzaak Oidipous die ooit bestond in Antwerpen. Deze week twitterde ik nog dit.
Maar het zou echt beter zijn als oudheidkundigen wat vaker in het nieuws kwamen met de wetenschappelijke innovatie waar we óók over kunnen spreken. Voor een vakgebied waar mensen toch al zelden van vernemen wat op het spel staat, is betweterij de verkeerde publiciteit. Trivialiteit is niet verboden, maar moeten we benutten om te verder te loodsen naar wezenlijker zaken. En bedenk: een kwart van de publieksvraag is hoe classici, archeologen en geschiedwetenschappers weten wat ze weten.
Prometheus schept de mensheid (Capitolijnse Musea, Rome)Data in plaats van inzicht
Het gangbare archeologische persbericht is: we hebben X gevonden en het betekent Y. Dat wordt meestal naar buiten gebracht vóór het wetenschappelijke rapport waarin het verband tussen X en Y minder eenvoudig is. Archeologische persberichten informeren niet, maar trekken de aandacht (niet tot iets diepers, zie boven), dienen om naar fondsen te hengelen (zie boven) en schepen het publiek af met een simplistisch beeld van het verleden.
Een voorbeeld:
- X: we hebben een sarcofaag,
- Y: die is zeldzaam,
- als er een rapport is, zal die zeldzaamheid niet worden genoemd.
Wat eveneens voorkomt: conclusie Y is een open deur, zoals hier, waar we lezen dat legionairs verslagen vijanden onthoofdden en een schedel als afschrikwekkend voorbeeld op een opvallende plek bevestigden . Iets wat soldaten in alle tijden en in alle culturen hebben gedaan – denk aan de slag om Arnhem. Bovendien iets wat we van de Romeinen allang weten. Ze lieten gekruisigden wekenlang rotten als afschrikwekkend voorbeeld, om eens iets te noemen wat algemeen bekend is. Kortom: het bericht bevestigt het vooroordeel dat oudheidkunde leuk is als bladvulling, maar geen serieuze intellectuele activiteit.
Journalistieke kritiekloosheid
En dan is er nog die Romeinse wegenkaart waarover onlangs wat te doen was. Het is een grotere en betere versie van soortgelijke kaarten. Er zijn echter geen 100.000 kilometers antieke wegen ontdekt, zoals geclaimd. Journalisten hadden door de hype behoren te prikken, bijvoorbeeld met de vraag of de onderliggende database (Pleiades) accuraat is. Daarover valt namelijk best een boom op te zetten.
Romeinse weg (Karthago)Tot slot
Ik schrijf, zoals gezegd, mopperblogjes niet voor mijn plezier. Ik zou willen dat ik in de rubriek Faits Divers positief kon schrijven, want er gebeuren nieuwswaardige zaken – ik schreef daarover Oudheidkunde is een wetenschap. Maar dat inhoudelijke nieuws haalt de media niet.
Journalisten kunnen beter geen archeologische en andere oudheidkundige berichten overnemen. De kans dat ze ten onrechte iets negeren dat wél nieuws zou zijn geweest, is een fractie van de huidige praktijk, dat ze ten onrechte wel aandacht besteden aan zaken die geen nieuws zijn.
Wetenschappers kunnen beter vertellen over de wetenschappelijke vernieuwing en de nieuwe soorten inzicht die het echte nieuws vormen. Want die zijn er. En die moet je noemen. Zo bewijs je dat oudheidkunde een zinvolle activiteit is.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.
Deel dit:#antinous #artificieleIntelligentie #faitsDivers #indoIraanseTalen #jeffBezos #nieuws #nieuwsselectie #prometheus
-
Circumcelliones
Timgad, Donatistisch complexAls we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.
Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.
Circumcelliones
En ze verwierf op zeker moment de steun van de circumcelliones, die voor het eerst rond 320 worden vermeld. Het lijkt te zijn gegaan om arme plattelandsbewoners, meestal dagloners zonder veel bestaanszekerheid, die de ambitie hadden opgegeven normaal werk te vinden. Verder lijken onder de circumcelliones keuterboeren te zijn geweest met schulden die ze niet langer konden aflossen. Augustinus schrijft dat ze werden behandeld als beesten, wat wel verklaart waarom ze zich uit de stads- en dorpsgemeenschappen terugtrokken en zich overgaven aan banditisme. Zouden het Galliërs zijn geweest, ze zouden Bagaudae genoemd zijn geweest, en als het in de Middeleeuwen was geweest, dan was er sprake van een jacquerie.
Het lijkt erop dat toen Constantijns zoon Constans (r.337-350) maatregelen nam tegen de donatisten, dezen antwoordden door de circumcelliones te instrueren om terreurdaden te verrichten tegen de officiële kerk. We kennen twee leiders bij hun (Berber)naam: Axido en Fasir. Hun opstand, die rond 340 plaatsvond, liep volledig uit de hand, want ze richtten zich vooral op de landhuizen van de grootgrondbezitters, waar ze de schuldregisters vernietigden en de bewoners – dat ging in een moeite door – dwongen hun slaven vrij te laten. De Romeinse generaal Taurinus onderdrukte deze opstand.
Ik schreef zojuist “lijkt erop” omdat we geen geschriften hebben van de circumcelliones zelf. Niet alleen waren ze merendeels ongeletterd, maar zelfs al zouden ze teksten hebben geschreven, dan nog zouden ze niet zijn gekopieerd toen de keizerlijke kerk eenmaal het pleit had gewonnen.
Het huis van Optatus in TimgadZelfmoordaanslagen
Enkele jaren later, tussen 345 en 347, was er een tweede revolte, die door generaal Silvester werd onderdrukt. Hierna lijken (lijken!) de circumcelliones hun modus operandi te hebben gewijzigd, want we vernemen dat ze heel riskante overvallen deden, waarbij ze zouden hebben gehoopt te sneuvelen, zodat ze als martelaren meteen naar de hemel zouden gaan. Hun aanvalskreet zou Deo laudes! zijn geweest, “Prijs God!” Dit moet rond 390 zijn geweest, en de regie zou in handen zijn geweest van de donatistische bisschop Optatus, wiens huis is opgegraven in Timgad. Een laatste geweldsgolf vond plaats rond 411.
Dat die zelfmoordaanslagen geen fictie zijn, wordt bewezen door vijfenzestig grafstenen die zijn gevonden bij de Jebel Nif en-Nser, niet ver van het Algerijnse stadje Ain M’lila: het gaat om circumcelliones die zich in een kloof hebben geworpen, mogelijk toen ze geen slachtoffers konden vinden om te vermoorden. We lezen ook over ongewapende circumcelliones die bewapende konvooien aanvielen. Wij zouden het suicide by cop noemen. Genadeloos als Romeinse gouverneurs waren, lieten ze de aanvallers vrij.
Jebel Nif en-NserTwijfel
Zoals gezegd: we weten het allemaal niet zo zeker. Hun eigen opvattingen kennen we eigenlijk niet en een auteur als Augustinus was vooringenomen. Weliswaar herkende hij de sociale oorzaak, maar hij maakte zich zó grote zorgen om het donatisme dat hij bereid was de overheid te vragen desnoods met geweld op te treden. Augustinus voelde sympathie voor de ontrechten, maar niet voor bondgenoten van de donatistische concurrentie.
Nog iets: het Latijnse woord cella kan ook “graanopslag” betekenen, wat prima past bij een plattelandsbeweging. Je zou de nomaden die bij de oogst kwamen helpen, kunnen aanduiden als degenen die zich bij de silo’s ophouden. Maar deze interpretatie van de naam maakt het lastiger – hoewel zeker niet onmogelijk – de circumcelliones te presenteren als donatistische terroristen.
“Eeuwig vrede voor de katholieke kerk”: anti-donatistische polemiek (Nationaal Museum, Algiers)In elk geval: ze waren gevaarlijk. Reizigers, en zekere geestelijken in dienst van de keizerlijke kerk, vormden bewapende karavanen alvorens op pad te gaan. Dat zegt echt wel iets. Augustinus kan overdrijven als hij zegt dat de kreet Deo laudes gevreesder was dan het brullen van een leeuw, maar zijn angst was wel degelijk reëel.
Kortom: er zijn wat problemen in de bewijsvoering, maar we mogen de circumcelliones beschouwen als plattelandsrebellen die steeds meer veranderden in de gewapende tak van de donatistische kerk.
PS
De circumcelliones spelen een belangrijke rol in de historische roman De ketter van Carthago van Frans Willem Verbaas (2020; bespreking).
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
C16 | De visioenen van Constantijn
maart 6, 2024
De mysteriën van Mithras
februari 15, 2022
Sinterklaas is jarig
juli 29, 2017 Deel dit:#Algerije #Augustinus #Bagaudae #banditisme #Circumcelliones #Constans #ConstantijnDeGrote #donatisme #FransWillemVerbaas #Licinius #Numidië #OptatusVanTimgad #terrorisme #Timgad #zelfmoord
-
Titus Livius (4): inhoud
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Avaritia & crudelitas
Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse ze voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.
Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.
De ondergang van de Republiek
De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over. Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.
De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.
Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.
Augustus
Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.
Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.
De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.
Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.
Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:
Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.
Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.
[wordt morgenochtend vervolgd]
PS
Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De “Keizerlevens” van Suetonius
november 14, 2024
Groot huis
oktober 30, 2018
Karanovo
september 14, 2014 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap
-
Mattias, een van de Twaalf
Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.
Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.
De apostelen en de Twaalf
Het is vandaag Pinksteren. Daarover heb ik al eens geblogd en ik laat het nu rusten. Interessanter vind ik vandaag het verhaal dat in de Handelingen van de Apostelen voorafgaat aan het Pinksterverhaal: de keuze van een nieuw lid van de Twaalf. Judas Iskariot was immers dood, er dus werd een vervanger gezocht.
Ze stelden twee mannen voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. … Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.noot Handelingen 1.23, 26.
Eerst een kleine kanttekening: rond Jezus bestonden diverse groepen, zoals de leerlingen, de (tweeën)zeventig apostelen en de Twaalf. Om hem moverende redenen stelt de auteur van het Evangelie van Lukas en de Handelingen van de Apostelen die Twaalf gelijk aan de apostelen. Ik heb geen idee waar die gelijkstelling vandaan komt, maar het is een relevant punt, want het betekent dat toen Lukas schreef, ergens rond 80 na Chr., het onderscheid tussen deze groepen niet meer duidelijk was.
Maar goed. De laatste zin zou dus ook kunnen luiden dat Mattias “aan de Elf werd toegevoegd”. En mijn simpele vraag is: is dat werkelijk gebeurd?
Argumenten
Zekerheid is er niet. Maar er zijn wel argumenten. Eén daarvan veronderstelt het zogeheten “criterium van de discontinuïteit” en de redenering is als volgt. Als in de jonge kerk de Twaalf een rol zouden hebben gespeeld, was het op dat moment belangrijk te vernemen hoe de Elf waren aangevuld. Maar de Twaalf spelen in het vroege christendom geen rol.
- De Handelingen gaan over mensen als Petrus (wel een van de Twaalf), over de diakens zoals Stefanos en Filippos, en over Barnabas en Paulus, die zich in zijn eigen brieven apostel noemt maar nooit bij de Twaalf heeft gehoord.
- De nieuwtestamentische brieven en vroegchristelijke auteurs noemen de Twaalf ook al niet bijster vaak.
- Uit Lukas’ begripsverwarring blijkt dat hij ook niet meer precies wist wat de Twaalf waren.
De Twaalf kunnen, zo luidt de redenering, dus niet zijn verzonnen om een praktijk uit de vroege kerk te voorzien van een antecedent. Er is een discontinuïteit tussen de aanwezigheid van de Twaalf ten tijde van Jezus’ leven en de afwezigheid in de tijd erna.
Dit is natuurlijk niet het enige argument. Ook het “criterium van de gêne” is relevant. Dat Jezus door een lid van de Twaalf is verraden, is wel wat beschamend. Als de Twaalf zouden zijn verzonnen, zou dit niet zijn bedacht.
We hebben zo bezien twee aanwijzingen dat er een groep heeft bestaan die de Twaalf heet. En als die er is geweest, maar als die geen rol meer speelde toen Lukas eenmaal aan het schrijven was, dan zal de anekdote over de aanvulling van de Elf ook wel niet zijn verzonnen.
Complexiteit
Daar is ook een meer positieve aanwijzing voor: de complexiteit. Als Lukas alleen maar hoefde verzinnen dat de Elf een extra lid aantrokken, zou je iets hebben verwacht als “Mattias blonk uit in vroomheid en werd daarom gecoöpteerd”. De auteur heeft geen reden om het verhaal complexer te maken. Dat dit wel is gebeurd, suggereert dat de kandidatuur van Josef Barsabbas algemeen bekend was. Dat duidt minimaal op een heel oude traditie.
Wat we bij deze simpele vraag steeds zien, is dat we aannames doen over de vroege kerk en aan de hand daarvan redeneren of de Twaalf en de benoeming van Mattias eind eerst eeuw kunnen zijn verzonnen. Persoonlijk denk ik dat de aannames correct zijn en dat we dus kunnen concluderen dat ook het bestaan van de Twaalf en Mattias’ benoeming wel historische feiten zijn. Maar u merkt ook: hoe simpel de vraag ook is, er is aanzienlijke ruimte voor twijfel.
Meer valt er niet van te maken. Dat Mattias met een bijl zou zijn onthoofd, is middeleeuwse legendevorming. Romeinse bijlen waren daarvoor bovendien niet geschikt, daarvoor waren ze veel te klein, zoals het plaatje bovenaan dit blogje toont. Mattias is, net als Josef Barsabbas, een naam, niet méér.
Mijn boek over Libanon verschijnt donderdag 12 juni, maar u kunt het al bestellen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon. U bent welkom bij de presentatie.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Domitianus (19): Domitia Longina
januari 13, 2022
Gesprekken van alledag
mei 29, 2022
Taxila
oktober 17, 2013 Deel dit:#criteriumVanDeDiscontinuïteit #criteriumVanDeGêne #deTwaalf #EvangelieVanLukas #HandelingenVanDeApostelen #Lukas #Mattias #NieuweTestament
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Sterven (1)
(Zeist) Zonder zich te wassen of tanden te poetsen, kleedt Menno zich om voor de nacht, en staart even later met een hoofd vol vragen naar de enigszins schuin aflopende wand tegenover zich. Het wit geschilderde rauhfaserbehang licht flauw op door het schijnsel van het groenige nachtlampje, dat in het stopcontact naast de kamerdeur onder de lichtschakelaar zit. Als je maar lang genoeg naar hetzelfde punt blijft turen, verdwijnt de omgeving en verschijnen er vanzelf allemaal figuren, weet hij uit ervaring. Gezichten. Soms lijken ze zelfs te bewegen.
“Geloof jij dat opa doodgaat?” vraagt Menno luid genoeg om Jos door de betengeling heen te bereiken.
“Vast wel,” antwoordt Jos vanachter de dunne wand die hun kamers scheidt. “Ik weet het zeker. We gaan allemaal een keer dood. Opa dus ook”
Menno denkt na. Uiteraard heeft zijn broer gelijk, zoals altijd. Honden en katten gaan dood, net als vogels, koeien en paarden. Alles wat leeft, gaat vroeg of laat een keer dood. En alles wat niet leeft, gaat op den duur stuk. Het is alleen niet eerlijk dat opa juist nu doodgaat. Hij wil het niet.
“Ik bedoel, denk je dat opa VANNACHT doodgaat?” stelt Menno een nieuwe vraag, “of morgen?”
“Dat weet ik toch niet,” moppert Jos. “Misschien wel. Misschien niet. Misschien is er helemaal niets aan de hand.”
“Denk je dat opa in de hemel komt?”
Omdat het stil blijft aan de andere kant, stelt Menno zijn vraag opnieuw: “Denk je dat opa in de hemel komt?”
“Als ik antwoord geef, houd je je dan verder stil? Ik probeer een boek te lezen.”
Menno zwijgt, maar weet helemaal niets meer te zeggen, nadat hij Jos hoort mompelen: “Ik denk dat ie gewoon in de grond terecht komt.”
Pas na een week vernemen de jongens wat er met hun opa aan de hand is. Iets met een bloeding in zijn hoofd. Terwijl mamma achter het stenen aanrecht gekookte bietjes in dunne plakjes snijdt, vertelt zij dat opa naar de poepdoos achter het huis is gegaan en dat oma erg ongerust werd toen hij wel erg lang wegbleef. Oma ging tenslotte maar eens kijken, en vond opa op de grond, met zijn broek op de knieën. Volgens de dokters heeft hij veel te hard zitten persen, en daardoor is er een adertje in zijn hoofd geknapt. Nu ligt hij in het ziekenhuis, met slangetjes in zijn neus en in zijn armen.
“En opa heeft de hik,” voegt moeder er nog aan toe.
“De hik?” Menno is oprecht verbaasd.
“Dat heb ik ook wel eens, dat is toch niet zo erg?”
“De hik die opa heeft, is geen gewone hik.
Zijn hele lijf schudt ervan,” zegt moeder. “Opa wordt niet meer beter. En daarom komt pappa nog niet thuis. Hij blijft bij oma in Zaandam,” voegt ze er zonder opkijken aan toe.
Menno weet genoeg. Hij gaat naar zijn kamer, loopt naar het houten kastje aan de muur, pakt het doosje met het ‘lichaam van Christus’ en haalt het ouweltje er voorzichtig uit. Hij kruipt onder de dekens, houdt de hostie tussen de handpalmen, en sluit de ogen.
“Opa Prins mag niet doodgaan,” fluistert hij tegen de hostie, zodat alleen God hem kan horen. “Opa Prins mag niet doodgaan, omdat Jezus het niet wil.”
Zo blijft hij lange tijd liggen, in diepe concentratie, terwijl hij zich opa Prins voor de geest probeert te halen, liggend in een groot bed.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Sterven (1)
(Zeist) Zonder zich te wassen of tanden te poetsen, kleedt Menno zich om voor de nacht, en staart even later met een hoofd vol vragen naar de enigszins schuin aflopende wand tegenover zich. Het wit geschilderde rauhfaserbehang licht flauw op door het schijnsel van het groenige nachtlampje, dat in het stopcontact naast de kamerdeur onder de lichtschakelaar zit. Als je maar lang genoeg naar hetzelfde punt blijft turen, verdwijnt de omgeving en verschijnen er vanzelf allemaal figuren, weet hij uit ervaring. Gezichten. Soms lijken ze zelfs te bewegen.
“Geloof jij dat opa doodgaat?” vraagt Menno luid genoeg om Jos door de betengeling heen te bereiken.
“Vast wel,” antwoordt Jos vanachter de dunne wand die hun kamers scheidt. “Ik weet het zeker. We gaan allemaal een keer dood. Opa dus ook”
Menno denkt na. Uiteraard heeft zijn broer gelijk, zoals altijd. Honden en katten gaan dood, net als vogels, koeien en paarden. Alles wat leeft, gaat vroeg of laat een keer dood. En alles wat niet leeft, gaat op den duur stuk. Het is alleen niet eerlijk dat opa juist nu doodgaat. Hij wil het niet.
“Ik bedoel, denk je dat opa VANNACHT doodgaat?” stelt Menno een nieuwe vraag, “of morgen?”
“Dat weet ik toch niet,” moppert Jos. “Misschien wel. Misschien niet. Misschien is er helemaal niets aan de hand.”
“Denk je dat opa in de hemel komt?”
Omdat het stil blijft aan de andere kant, stelt Menno zijn vraag opnieuw: “Denk je dat opa in de hemel komt?”
“Als ik antwoord geef, houd je je dan verder stil? Ik probeer een boek te lezen.”
Menno zwijgt, maar weet helemaal niets meer te zeggen, nadat hij Jos hoort mompelen: “Ik denk dat ie gewoon in de grond terecht komt.”
Pas na een week vernemen de jongens wat er met hun opa aan de hand is. Iets met een bloeding in zijn hoofd. Terwijl mamma achter het stenen aanrecht gekookte bietjes in dunne plakjes snijdt, vertelt zij dat opa naar de poepdoos achter het huis is gegaan en dat oma erg ongerust werd toen hij wel erg lang wegbleef. Oma ging tenslotte maar eens kijken, en vond opa op de grond, met zijn broek op de knieën. Volgens de dokters heeft hij veel te hard zitten persen, en daardoor is er een adertje in zijn hoofd geknapt. Nu ligt hij in het ziekenhuis, met slangetjes in zijn neus en in zijn armen.
“En opa heeft de hik,” voegt moeder er nog aan toe.
“De hik?” Menno is oprecht verbaasd.
“Dat heb ik ook wel eens, dat is toch niet zo erg?”
“De hik die opa heeft, is geen gewone hik.
Zijn hele lijf schudt ervan,” zegt moeder. “Opa wordt niet meer beter. En daarom komt pappa nog niet thuis. Hij blijft bij oma in Zaandam,” voegt ze er zonder opkijken aan toe.
Menno weet genoeg. Hij gaat naar zijn kamer, loopt naar het houten kastje aan de muur, pakt het doosje met het ‘lichaam van Christus’ en haalt het ouweltje er voorzichtig uit. Hij kruipt onder de dekens, houdt de hostie tussen de handpalmen, en sluit de ogen.
“Opa Prins mag niet doodgaan,” fluistert hij tegen de hostie, zodat alleen God hem kan horen. “Opa Prins mag niet doodgaan, omdat Jezus het niet wil.”
Zo blijft hij lange tijd liggen, in diepe concentratie, terwijl hij zich opa Prins voor de geest probeert te halen, liggend in een groot bed.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
Interview over #Reinbertbio op Muziekvan.nu
De lovende reacties op mijn biografie Reinbert de Leeuw: mens of melodie blijven binnenstromen. Ontroerend vond ik de tweet van de bas Martijn de Graaf Bierbrauwer:
Martijn de GB @MartijnGB 1 mei“@tdrks Geweldige bio van RdL. Afgelopen 2 dagen tijdens reis naar Weimar met NBV gelezen. Zo consciëntieus en met zoveel liefde geschreven!”
Nu maar hopen dat ook Reinbert de Leeuw zelf waardering gaat krijgen voor mijn boek.
Zo mogelijk nog ontroerender was het telefoontje van Albert Heringa, die tot zijn verbazing zijn vader tegenkwam in mijn biografie, als onderduiker in Reinberts gezin. Reinbert en zijn broer spraken hem aan als ‘Oom Karel’. Ik kon nog net op tijd in de proefversie van de tweede druk het woordje ‘waarschijnlijk’ weghalen uit de betreffende voetnoot Die luidt voortaan: ‘Dit betreft professor Gerard Carel Heringa, hoogleraar histologie aan de UvA van 1926 tot 1960.’
Op zijn verzoek heb ik Albert Heringa in contact gebracht met Kees de Leeuw, de oudste broer van Reinbert, van wie hij nadere details hoopt te vernemen over de onderduikperiode van zijn vader. Mooi dat mijn boek zulke onverwachte neveneffecten heeft.
Op maandag 28 april had ik een interview met Marianne de Feijter van Muziekvan.nu. Zij gaat nader in op de ontstaansgeschiedenis van het boek en op lastige periode rond de publicatie en de verspreiding ervan. Helaas is haar mooie artikel niet meer te lezen, want Muziekvan.nu ging per 1-1-2017 offline.
Marianne de Feijter + Thea Derks 28-4-2014
Donderdag had ik een fijn gesprek met met Hans Visser van het Noordhollands Dagblad, die zijn artikel waarschijnlijk eind mei zal publiceren. Ondertussen werd ik gevraagd door Adriaan Meij om in juni een lezing te komen geven over mijn boek in cultuurcentrum Zael te Meppel.
Morgenavond 4 mei ben ik van 20.00-21.00 uur te gast bij Aad de Been in ‘Klassiek op West’. Dinsdag 6 mei is er een benefietconcert voor de Concertzender in de Amstelkerk. Ik schreef erover voor Cultuurpers en zal die avond mijn boek te koop aanbieden. – Van elk verkocht exemplaar gaat € 2,50 naar de CZ. Er zijn nog enkele kaartjes beschikbaar. Directeur Sem de Jongh bood me bovendien aan een programma rond mijn boek voor de Concertzender te maken. We spreken binnenkort over het hoe en wat.
Volgende week vrijdag heb ik een interview met René de Cocq van De Stentor en maandag 12 mei volgt een gesprek met Peter Gielissen van BijlageTV. Kortom: het leven lacht mij toe!
#0084b4 #292f33 #66b5d2 #8899a6 #AdriaanMeij #AlbertHeringa #Amstelkerk #b1bbc3 #BijlageTV #Concertzender #CultuurcentrumZael #deLeeuw #GerardCarelHeringa #HansVisser #Kees #MarianneDeFeijter #MuziekvanNu #NoordhollandsDagblad #PeterGielissen #ReinbertDeLeeuw #TheaDerks
-
De barmhartige samaritaan
Barmhartige samaritaan (Rossano-codex)Dat je zorg draagt voor mensen die in de problemen zijn geraakt, is elementair fatsoen. En omdat dat fatsoen weleens ontbreekt, hebben we een en ander tevens vastgelegd in wetten en verdragen. Zo simpel is het. Je hebt geen antieke tekst nodig om medemenselijkheid te begrijpen. Desondanks komt, sinds de Nederlandse Tweede Kamer besloot hulp aan illegaal in ons land verblijvende mensen strafbaar te stellen, de parabel van de barmhartige samaritaannoot Ik spel natuurlijk samaritaan, want de samaritanen waren (en zijn) een antieke geloofsgemeenschap en de namen van religieuze groepen spellen we in onderkast. De burger wordt geacht de wet te kennen, dus u schudt moeiteloos Spellingsbesluit 1995, artikel 16.7, onder S uit uw mouw, en u schrijft ook jood, christen en moslim. tot vervelens toe langs.
Ik houd er niet van de antieke literatuur te leggen in het procrustesbed der actualiteit. De Oudheid is in zichzelf voldoende interessant. Maar nu de barmhartige samaritaan ineens overal wordt geciteerd, bied ik toch wat losse aantekeningen, die ik baseer op het onvolprezen The Jewish Annotated New Testament, waarover ik al eerder schreef. (Er is een uitgebreide Nederlandse vertaling, maar die heb ik even niet bij de hand.)
Medemenselijkheid
De evangelist Lukas leidt het verhaal in met twee aan Jezus gestelde vragen. De eerste luidt wat iemand moet doen om het eeuwig leven te verwerven. Het antwoord is simpel:
Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.noot Lukas 10.27; NBV21.
Dit is een combinatie van Deuteronium 6.5 en Leviticus 19.18b en is een standaardantwoord. We vinden het eveneens in Lukas’ bron Marcus; de argumentatie is gebaseerd op een farizese redenatiefiguur die bekendstaat als Gezerah Shavah; we kennen deze conclusie ook uit de rabbijnse literatuur; de Romeinse auteur Plinius de Oudere zag het eveneens zo. Kortom, tot hier is er niets bijzonders aan de hand.
Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: “Wie is mijn naaste?”
Toen vertelde Jezus hem het volgende: “Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.”noot Lukas 10.29-32.
Je hoort regelmatig dat deze mensen geen EHBO verleenden omdat ze hun rituele reinheid moesten bewaren: het waren immers mensen die werkten in de tempel, en rituele reinheid was belangrijk. Dan raak je geen stervende aan. Alleen: het staat er simpelweg niet.
Op en neer naar Jeruzalem
Nu staan er wel meer dingen niet in het Nieuwe Testament. Je kunt zeggen dat onuitgesproken kon blijven wat elke toehoorder begreep. Maar het Grieks bevat een duidelijke tegenaanwijzing. In die taal, afkomstig uit een land met nogal wat bergen en dalen, loop je zelden zomaar van A naar B, maar je klimt of daalt van A naar B. En in de parabel is echt sprake van afdalen, κατέβαινεν. Het werk in de tempel zit erop en de rituele reinheid doet er dus niet langer toe.
Waar komt dat idee van de rituele reinheid vandaan? Ik vermoed dat het samenhangt met het christelijke vooroordeel dat joden geen genadige god hadden, maar een god die hen dwong “punten te scoren” om een plaats te verwerven in de wereld die nog zou komen. Daarom, zo wilde het vooroordeel, hadden de joden eindeloos veel regeltjes. En dus een obsessie met rituele reinheid. Die veronderstelde obsessie hebben christelijke lezers in dit verhaal gelezen.
Aäron, Levi, Israël
De reden waarom de priester en de leviet de ongelukkige negeren, vernemen we dus niet, en is voor het verhaal ook niet belangrijk. Het priesterschap was erfelijk en een joodse priester stamde af van Mozes’ broer Aäron. Het levietschap was eveneens erfelijk: de levieten stamden af van Levi, een van de twaalf zonen van de aartsvader Jakob. De rest van de bevolking (de afstammelingen van de andere zonen van Jakob dus) staat bekend onder de verzamelnaam Israël. Na Aäron en Levi zou Israël moeten komen: de toehoorder verwachtte dat de derde passant een gewone jood zou zijn die deed wat gods grondpersoneel naliet. De schok in de parabel is dat degene die de zaken netjes afhandelt, niet de verwachte gewone jood is, maar iemand die geen deel uitmaakt van het verbondsvolk.
Wie zich werkelijk wil verdiepen in de materie, moet ook nog even kijken naar 2 Kronieken 28.15, maar ik ga snel verder naar het einde van de vertelling. Jezus vervolgt:
“Een samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: ‘Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.’ Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?”
De wetgeleerde zei: “De man die medelijden met hem heeft getoond.”
Toen zei Jezus tegen hem: “Doet u dan voortaan net zo.”noot Lukas 10.33-37.
Het antwoord van de wetgeleerde is ronduit grappig: “de man die medelijden heeft getoond”. De wetgeleerde kan het woord “samaritaan” niet eens over z’n lippen krijgen.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Plinius’ landhuizen
augustus 8, 2017
De Bergrede (7): christenvervolging
september 19, 2021
Domitianus (39): Dood van een tiran
februari 26, 2022 Deel dit:#barmhartigeSamaritaan #EvangelieVanLukas #GezerahShavah #Jeruzalem #leviet #NieuweTestament #priesterschap #ritueleReinheid #samaritaanseGeloofsgemeenschap
-
De barmhartige samaritaan
Barmhartige samaritaan (Rossano-codex)Dat je zorg draagt voor mensen die in de problemen zijn geraakt, is elementair fatsoen. En omdat dat fatsoen weleens ontbreekt, hebben we een en ander tevens vastgelegd in wetten en verdragen. Zo simpel is het. Je hebt geen antieke tekst nodig om medemenselijkheid te begrijpen. Desondanks komt, sinds de Nederlandse Tweede Kamer besloot hulp aan illegaal in ons land verblijvende mensen strafbaar te stellen, de parabel van de barmhartige samaritaannoot Ik spel natuurlijk samaritaan, want de samaritanen waren (en zijn) een antieke geloofsgemeenschap en de namen van religieuze groepen spellen we in onderkast. De burger wordt geacht de wet te kennen, dus u schudt moeiteloos Spellingsbesluit 1995, artikel 16.7, onder S uit uw mouw, en u schrijft ook jood, christen en moslim. tot vervelens toe langs.
Ik houd er niet van de antieke literatuur te leggen in het procrustesbed der actualiteit. De Oudheid is in zichzelf voldoende interessant. Maar nu de barmhartige samaritaan ineens overal wordt geciteerd, bied ik toch wat losse aantekeningen, die ik baseer op het onvolprezen The Jewish Annotated New Testament, waarover ik al eerder schreef. (Er is een uitgebreide Nederlandse vertaling, maar die heb ik even niet bij de hand.)
Medemenselijkheid
De evangelist Lukas leidt het verhaal in met twee aan Jezus gestelde vragen. De eerste luidt wat iemand moet doen om het eeuwig leven te verwerven. Het antwoord is simpel:
Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.noot Lukas 10.27; NBV21.
Dit is een combinatie van Deuteronium 6.5 en Leviticus 19.18b en is een standaardantwoord. We vinden het eveneens in Lukas’ bron Marcus; de argumentatie is gebaseerd op een farizese redenatiefiguur die bekendstaat als Gezerah Shavah; we kennen deze conclusie ook uit de rabbijnse literatuur; de Romeinse auteur Plinius de Oudere zag het eveneens zo. Kortom, tot hier is er niets bijzonders aan de hand.
Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: “Wie is mijn naaste?”
Toen vertelde Jezus hem het volgende: “Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen.”noot Lukas 10.29-32.
Je hoort regelmatig dat deze mensen geen EHBO verleenden omdat ze hun rituele reinheid moesten bewaren: het waren immers mensen die werkten in de tempel, en rituele reinheid was belangrijk. Dan raak je geen stervende aan. Alleen: het staat er simpelweg niet.
Op en neer naar Jeruzalem
Nu staan er wel meer dingen niet in het Nieuwe Testament. Je kunt zeggen dat onuitgesproken kon blijven wat elke toehoorder begreep. Maar het Grieks bevat een duidelijke tegenaanwijzing. In die taal, afkomstig uit een land met nogal wat bergen en dalen, loop je zelden zomaar van A naar B, maar je klimt of daalt van A naar B. En in de parabel is echt sprake van afdalen, κατέβαινεν. Het werk in de tempel zit erop en de rituele reinheid doet er dus niet langer toe.
Waar komt dat idee van de rituele reinheid vandaan? Ik vermoed dat het samenhangt met het christelijke vooroordeel dat joden geen genadige god hadden, maar een god die hen dwong “punten te scoren” om een plaats te verwerven in de wereld die nog zou komen. Daarom, zo wilde het vooroordeel, hadden de joden eindeloos veel regeltjes. En dus een obsessie met rituele reinheid. Die veronderstelde obsessie hebben christelijke lezers in dit verhaal gelezen.
Aäron, Levi, Israël
De reden waarom de priester en de leviet de ongelukkige negeren, vernemen we dus niet, en is voor het verhaal ook niet belangrijk. Het priesterschap was erfelijk en een joodse priester stamde af van Mozes’ broer Aäron. Het levietschap was eveneens erfelijk: de levieten stamden af van Levi, een van de twaalf zonen van de aartsvader Jakob. De rest van de bevolking (de afstammelingen van de andere zonen van Jakob dus) staat bekend onder de verzamelnaam Israël. Na Aäron en Levi zou Israël moeten komen: de toehoorder verwachtte dat de derde passant een gewone jood zou zijn die deed wat gods grondpersoneel naliet. De schok in de parabel is dat degene die de zaken netjes afhandelt, niet de verwachte gewone jood is, maar iemand die geen deel uitmaakt van het verbondsvolk.
Wie zich werkelijk wil verdiepen in de materie, moet ook nog even kijken naar 2 Kronieken 28.15, maar ik ga snel verder naar het einde van de vertelling. Jezus vervolgt:
“Een samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: ‘Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.’ Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?”
De wetgeleerde zei: “De man die medelijden met hem heeft getoond.”
Toen zei Jezus tegen hem: “Doet u dan voortaan net zo.”noot Lukas 10.33-37.
Het antwoord van de wetgeleerde is ronduit grappig: “de man die medelijden heeft getoond”. De wetgeleerde kan het woord “samaritaan” niet eens over z’n lippen krijgen.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De Didache
juli 17, 2014
Nogmaals de Zijderoute
juni 24, 2022
Het antieke Jemen
februari 22, 2025 Deel dit:#barmhartigeSamaritaan #EvangelieVanLukas #GezerahShavah #Jeruzalem #leviet #NieuweTestament #priesterschap #ritueleReinheid #samaritaanseGeloofsgemeenschap