#menno — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #menno, aggregated by home.social.
-
#MENNO #TER #BRAAK semantic-search.headlines-world.com/advanced-sea... Semantic BACKLINKS: The Bridge between Humans and AI. AÉPIOT ( #aePiot ): INDEPENDENT SEMANTIC WEB 4.0 INFRASTRUCTURE (EST. 2009): aepiot.com
MultiSearch Tag Explorer -
#MENNO #TER #BRAAK semantic-search.headlines-world.com/advanced-sea... Semantic BACKLINKS: The Bridge between Humans and AI. AÉPIOT ( #aePiot ): INDEPENDENT SEMANTIC WEB 4.0 INFRASTRUCTURE (EST. 2009): aepiot.com
MultiSearch Tag Explorer -
Positiv denken - Positiv Handeln
Alle die hier ungefragt den Leuten ihre Abneigung gegen AI/KI unter die Tröts rotzen verurteile ich hiermit dazu für jedes mal unter zehn echten Bildern einen individuellen positiven Kommentar zu verfassen.
Bei Zuwiderhandlungen erfolgt eine 5 Tägige Katzenbildersperre.
😀 😀 😀
#PoasitivDenken #PositivHandeln #AI #KI #Katzenbilder #:) #Menno
-
Sich heute frei zu nehmen war eine gute Entscheidung.
Nicht so gut war die Entscheidung, um sieben aufzustehen und sich Dinge vorzunehmen, für die man die Wohnung verlassen muss.
Das, liebe Kinder, war dumm.
Wie wir heute wieder lernen, lernen wir es einfach nicht.
-
Sich heute frei zu nehmen war eine gute Entscheidung.
Nicht so gut war die Entscheidung, um sieben aufzustehen und sich Dinge vorzunehmen, für die man die Wohnung verlassen muss.
Das, liebe Kinder, war dumm.
Wie wir heute wieder lernen, lernen wir es einfach nicht.
-
Sich heute frei zu nehmen war eine gute Entscheidung.
Nicht so gut war die Entscheidung, um sieben aufzustehen und sich Dinge vorzunehmen, für die man die Wohnung verlassen muss.
Das, liebe Kinder, war dumm.
Wie wir heute wieder lernen, lernen wir es einfach nicht.
-
Sich heute frei zu nehmen war eine gute Entscheidung.
Nicht so gut war die Entscheidung, um sieben aufzustehen und sich Dinge vorzunehmen, für die man die Wohnung verlassen muss.
Das, liebe Kinder, war dumm.
Wie wir heute wieder lernen, lernen wir es einfach nicht.
-
IBU noch vor'm ersten Kaffee.
Das war vor 3 Stunden.Also noch eine.
- So ein Tag ist heute.
*rollt sich auf dem Drehstuhl zusammen*
-
Tier in Karton eingeschlafen
Frau gibt ihre Katze versehentlich in Paket aufMenno, 🐱 🐈 🐈⬛ 🎁
-
RIP Ace Frehley
Gestern ist Paul Daniel Frehley, aka Ace Frehley, DER Gitarrist meiner großen musikalischen Kinder- und Jugendliebe KISS, gestorben.
“We are completely devastated and heartbroken. In his last moments, we were fortunate enough to have been able to surround him with loving, caring, peaceful words, thoughts, prayers and intentions as he left this earth. We cherish all of his finest memories, his laughter, and celebrate his strengths and kindness that he bestowed upon others. The magnitude of his passing is of epic proportions, and beyond comprehension. Reflecting on all of his incredible life achievements, Ace’s memory will continue to live on forever!”
acefrehley.com74 Jahre. :( Früher dachte man, wow, das ist alt, aber heute, mit Ende Fünfzig, kommt einem das leider viel zu früh vor.
Und auch wenn mich damals Gene Simmons indirekt zu meinem ersten Bass gebracht hat (eine andere Geschichte), so war Ace doch im Rückblick der coolste der Band, Acecool, quasi. Und die Gitarrenlinien und Soli habe ich auch erst viel später würdigen können. -
RIP Ace Frehley
Gestern ist Paul Daniel Frehley, aka Ace Frehley, DER Gitarrist meiner großen musikalischen Kinder- und Jugendliebe KISS, gestorben.
“We are completely devastated and heartbroken. In his last moments, we were fortunate enough to have been able to surround him with loving, caring, peaceful words, thoughts, prayers and intentions as he left this earth. We cherish all of his finest memories, his laughter, and celebrate his strengths and kindness that he bestowed upon others. The magnitude of his passing is of epic proportions, and beyond comprehension. Reflecting on all of his incredible life achievements, Ace’s memory will continue to live on forever!”
acefrehley.com74 Jahre. :( Früher dachte man, wow, das ist alt, aber heute, mit Ende Fünfzig, kommt einem das leider viel zu früh vor.
Und auch wenn mich damals Gene Simmons indirekt zu meinem ersten Bass gebracht hat (eine andere Geschichte), so war Ace doch im Rückblick der coolste der Band, Acecool, quasi. Und die Gitarrenlinien und Soli habe ich auch erst viel später würdigen können. -
𝗕&𝗕 𝗩𝗼𝗹 𝗟𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲-𝘁𝗵𝗿𝗼𝘄𝗯𝗮𝗰𝗸: 𝗵𝗲𝘁 𝗹𝗶𝗰𝗵𝗮𝗮𝗺𝘀𝘀𝗶𝗲𝗿𝗮𝗮𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝗯𝗶𝗷 𝗡𝗮𝘁𝗮𝘀𝗷𝗮
Van hartstochtelijke zoenen tot keiharde afwijzingen: in week acht van 'B&B Vol Liefde' hakken de B&B-eigenaren knopen door. Terwijl bij sommigen de liefde opbloeit, blikt RTL Boulevard terug op het lichaamssieraad van Menno, dat het einde betekende van zijn avontuur met Natasja in...
-
CW: Rant Arbeit Vol. 2
Nicht die Mitmenschen enttäuschen mich, sondern meine Erwartungen.
Nicht die Mitmenschen enttäuschen mich, sondern meine Erwartungen.
Nicht die Mitmenschen enttäuschen mich, sondern meine Erwartungen.
Nicht die Mitmenschen enttäuschen mich, sondern meine Erwartungen.
Nicht die Mitmenschen enttäuschen mich, sondern meine Erwartungen.
Nicht die Mitmenschen enttäuschen mich, sondern meine ErWAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAARUM DU SO DOOF BIST HAB ICH GEFRAGT.
#menno
#LebenMitTrotteln -
Vormittag war viel. Demo-Besuch & anschließend Besorgungen machen. Viele Menschen also.
Hatte mir selbst versprochen, wenn ich das alles brav hinbekomme, kaufe ich mir ein paar neue Lesezeichen.
Hab alles fertig, setz mich zu Hause hin und habe was genau vergessen?
Was ist denn los mit mir. 🙄
-
𝗦𝗺𝗼𝗼𝗿𝘃𝗲𝗿𝗹𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝘂𝗶𝘁 𝗕&𝗕 𝗩𝗼𝗹 𝗟𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗱𝗲𝗲𝗹𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗸𝗼𝗺𝘀𝘁𝗽𝗹𝗮𝗻𝗻𝗲𝗻
Menno Vermeulen deed mee aan het tweede seizoen van 'B&B Vol Liefde' waar hij het hart van Natasja probeerde te veroveren. Er bloeide geen romance op tussen de twee. Na de opnames schoot Cupido wel raak. Aan RTL Boulevard vertelt Menno daar meer over.
https://www.rtl.nl/boulevard/entertainment/artikel/5518783/menno-bb-vol-liefde-over-helianne
-
𝗦𝗺𝗼𝗼𝗿𝘃𝗲𝗿𝗹𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝘂𝗶𝘁 𝗕&𝗕 𝗩𝗼𝗹 𝗟𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗱𝗲𝗲𝗹𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗸𝗼𝗺𝘀𝘁𝗽𝗹𝗮𝗻𝗻𝗲𝗻
Menno Vermeulen deed mee aan het tweede seizoen van 'B&B Vol Liefde' waar hij het hart van Natasja probeerde te veroveren. Er bloeide geen romance op tussen de twee. Na de opnames schoot Cupido wel raak. Aan RTL Boulevard vertelt Menno daar meer over.
https://www.rtl.nl/boulevard/entertainment/artikel/5518783/menno-bb-vol-liefde-over-helianne
-
𝗦𝗺𝗼𝗼𝗿𝘃𝗲𝗿𝗹𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝘂𝗶𝘁 𝗕&𝗕 𝗩𝗼𝗹 𝗟𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗱𝗲𝗲𝗹𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗸𝗼𝗺𝘀𝘁𝗽𝗹𝗮𝗻𝗻𝗲𝗻
Menno Vermeulen deed mee aan het tweede seizoen van 'B&B Vol Liefde' waar hij het hart van Natasja probeerde te veroveren. Er bloeide geen romance op tussen de twee. Na de opnames schoot Cupido wel raak. Aan RTL Boulevard vertelt Menno daar meer over.
https://www.rtl.nl/boulevard/entertainment/artikel/5518783/menno-bb-vol-liefde-over-helianne
-
𝗦𝗺𝗼𝗼𝗿𝘃𝗲𝗿𝗹𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝘂𝗶𝘁 𝗕&𝗕 𝗩𝗼𝗹 𝗟𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗱𝗲𝗲𝗹𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗸𝗼𝗺𝘀𝘁𝗽𝗹𝗮𝗻𝗻𝗲𝗻
Menno Vermeulen deed mee aan het tweede seizoen van 'B&B Vol Liefde' waar hij het hart van Natasja probeerde te veroveren. Er bloeide geen romance op tussen de twee. Na de opnames schoot Cupido wel raak. Aan RTL Boulevard vertelt Menno daar meer over.
https://www.rtl.nl/boulevard/entertainment/artikel/5518783/menno-bb-vol-liefde-over-helianne
-
𝗦𝗺𝗼𝗼𝗿𝘃𝗲𝗿𝗹𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝘂𝗶𝘁 𝗕&𝗕 𝗩𝗼𝗹 𝗟𝗶𝗲𝗳𝗱𝗲 𝗱𝗲𝗲𝗹𝘁 𝘁𝗼𝗲𝗸𝗼𝗺𝘀𝘁𝗽𝗹𝗮𝗻𝗻𝗲𝗻
Menno Vermeulen deed mee aan het tweede seizoen van 'B&B Vol Liefde' waar hij het hart van Natasja probeerde te veroveren. Er bloeide geen romance op tussen de twee. Na de opnames schoot Cupido wel raak. Aan RTL Boulevard vertelt Menno daar meer over.
https://www.rtl.nl/boulevard/entertainment/artikel/5518783/menno-bb-vol-liefde-over-helianne
-
@katzentratschen @charmingLiisa @Laszlo @falseknees
bist du wahnsinnig? ich versuche meine timeline zu verkleinern und du kommst damit?! #menno -
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Tegengehouden
Gestommel. Zachtjes gaat de deur van zijn kamer open.
“Slaap je al?” fluistert moeder.
Even overweegt Menno daar niet op te reageren, maar al snel wint zijn nieuwsgierigheid het. Hij bromt een beetje en ziet vervolgens zijn ouders tegen de achtergrond van de deuropening als donkere gedaanten naar zijn bed toekomen. Moeder gaat op de rand van zijn bed zitten. Vader pakt de stoel vanachter zijn bureautje. Menno wacht af.
“Wat ben je aan het doen?” vraagt moeder, alsof ze denkt dat hij begrijpt waar ze op doelt.
“Niets,” antwoord hij oprecht verbaasd. “Ik probeer te slapen.”
“Je moet opa laten gaan.” Er klinkt onzekerheid door in vaders stem. “Opa zegt dat hij wordt tegengehouden door kinderhandjes…,” voegt hij er met iets meer overtuiging aan toe, “en wij denken dat jij begrijpt wat hij daarmee bedoelt.”
“Waarom?” vraagt Menno.
“Daarom,” antwoordt vader zacht. “Alleen al dat je nu vraagt waarom. Je weet waar wij het over hebben.”
“Waarom?”
“Menno .” Moeders stem kan soms scherp zijn, en nu weer snijdt ze hem door de ziel. “Menno,” vervolgt ze milder van toon, “opa noemt jouw naam.”
“Ik mag toch niet bij hem op bezoek komen? Waarom moet ik hem dan laten gaan? Hoe kan ik hem tegenhouden?”
Het kan niet anders of zijn ouders horen hoe allerlei gevoelens hem de adem benemen en hem de strot dichtknijpen. Hij is ongelooflijk blij dat opa hem moet hebben gevoeld en gehoord, zoals Aya haar vader voelde en hoorde in haar slaap. Maar hij is ook boos op zijn grootvader, omdat hij hem heeft verraden aan zijn ouders, door zijn naam te noemen. Hij voelt een intens verdriet opkomen om wat er staat te gebeuren.
“Opa wil graag naar de hemel toe, maar dat kan niet, omdat jij het niet wilt.” Door de nadruk die moeder legt op het woordje ‘jij’, krimpt Menno ineen.
“Jezus wil het.” bijt hij haar toe. “Anders gebeurt er niets. Je moet als je bidt altijd zeggen dat Jezus het zo wil.”
“Dat is onzin,” antwoordt moeder fel. “Jezus is hier niet.”
“Jezus is hier wél.”
Verontwaardigt komt Menno overeind. Hij kruipt over zijn bed naar het kastje aan de muur, pakt het doosje met de hostie eruit, opent het, en neemt de hostie tussen de duim en wijsvinger van zijn rechterhand en houdt het voor haar ogen zodat ze zich ervan kan overtuigen dat het echt is: “Dit is Jezus.”
“Dat is een ouweltje,” schampert moeder. “Een dingetje van meel. Wie heeft je wijs gemaakt dat dat Jezus is?”
“Dat heeft een man gezegd. In Egmond. Ze hebben het daar zelf in de mist geconstateerd.”
“Egmond? In de mist?” Pappa kan een lachje niet onderdrukken, en doordat hij zich van zijn stuk gebracht voelt, weet Menno even niets te zeggen. Daarop trekt moeder plotseling de hostie uit zijn vingers, wrijft het stuk en schreeuwt: “Meel. Je moet niet alles geloven wat anderen zeggen.”
Vol ongeloof staart Menno naar de vallende kruimels. Dat zij dit zomaar doet. Het voelt bijna alsof zij zojuist zijn lijf tussen haar vingers fijn heeft gewreven en hij zoekt naar woorden die er niet zijn. Gekwetst kermt hij: “Toch is het zo. Als je heel erg graag wilt dat er iets gebeurt, moet je altijd bidden en tegen God zeggen dat Jezus het zo wil. En dan is hij hier, en dan gebeurt het echt.”
“Maar jij bent het, die wil dat Jezus het wil,” stoot moeder door. Geschrokken van haar eigen reactie, laat zij direct een stroom sussende woorden over haar zoon heen komen waarvan er geen één goed bij hem terecht komt. Hoelang zij daarna op hem in blijft praten interesseert hem niet. Hij luistert niet meer naar haar. Als zij eindelijk haar mond houdt, blijft het lange tijd stil.
Uiteindelijk breekt zijn vader door de stilte en Menno ’s weerstand heen. “Ik weet dat je veel van opa houdt. En ik begrijp heel goed dat je hem niet kwijt wilt en hem graag bij je wilt houden. Maar als je echt van iemand houdt, en dan bedoel ik: écht, dan laat je die iemand vrij om verder te gaan. Waarheen dan ook. Zelfs als dat betekent dat je elkaar nooit meer ziet.
Dat is houden van, Menno. Dat is liefde: dat je de ander niet voor jezelf wilt houden, maar vrijlaat.”
‘Aya…’ denkt Menno. ‘Opa zit net als Aya in een gevangenis. En ik houd hem gevangen.’ “Dan moet opa maar doodgaan, als iedereen dat zo graag wil.” schreeuwt hij.
Hij stopt zijn hoofd weer onder het kussen, zoals hij altijd doet wanneer hij zich voor alles en iedereen wil verbergen, en niets meer wil zien of horen. Huilend wacht hij tot hij voelt dat zijn ouders zijn kamer uit zijn, en gaat dan op zijn rug liggen. Uitgeput valt hij zo in een droomloze slaap. Het eerste dat zijn moeder de volgende morgen tegen hem zegt is: “Opa is overleden. Het ziekenhuis belde gisteravond laat, nog geen half uur nadat pappa en ik weer beneden waren.” Haar stem klinkt emotieloos. Zakelijk. Menno haalt zijn schouders op. Het zal wel. Hij wil het er niet meer over hebben.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Tegengehouden
Gestommel. Zachtjes gaat de deur van zijn kamer open.
“Slaap je al?” fluistert moeder.
Even overweegt Menno daar niet op te reageren, maar al snel wint zijn nieuwsgierigheid het. Hij bromt een beetje en ziet vervolgens zijn ouders tegen de achtergrond van de deuropening als donkere gedaanten naar zijn bed toekomen. Moeder gaat op de rand van zijn bed zitten. Vader pakt de stoel vanachter zijn bureautje. Menno wacht af.
“Wat ben je aan het doen?” vraagt moeder, alsof ze denkt dat hij begrijpt waar ze op doelt.
“Niets,” antwoord hij oprecht verbaasd. “Ik probeer te slapen.”
“Je moet opa laten gaan.” Er klinkt onzekerheid door in vaders stem. “Opa zegt dat hij wordt tegengehouden door kinderhandjes…,” voegt hij er met iets meer overtuiging aan toe, “en wij denken dat jij begrijpt wat hij daarmee bedoelt.”
“Waarom?” vraagt Menno.
“Daarom,” antwoordt vader zacht. “Alleen al dat je nu vraagt waarom. Je weet waar wij het over hebben.”
“Waarom?”
“Menno .” Moeders stem kan soms scherp zijn, en nu weer snijdt ze hem door de ziel. “Menno,” vervolgt ze milder van toon, “opa noemt jouw naam.”
“Ik mag toch niet bij hem op bezoek komen? Waarom moet ik hem dan laten gaan? Hoe kan ik hem tegenhouden?”
Het kan niet anders of zijn ouders horen hoe allerlei gevoelens hem de adem benemen en hem de strot dichtknijpen. Hij is ongelooflijk blij dat opa hem moet hebben gevoeld en gehoord, zoals Aya haar vader voelde en hoorde in haar slaap. Maar hij is ook boos op zijn grootvader, omdat hij hem heeft verraden aan zijn ouders, door zijn naam te noemen. Hij voelt een intens verdriet opkomen om wat er staat te gebeuren.
“Opa wil graag naar de hemel toe, maar dat kan niet, omdat jij het niet wilt.” Door de nadruk die moeder legt op het woordje ‘jij’, krimpt Menno ineen.
“Jezus wil het.” bijt hij haar toe. “Anders gebeurt er niets. Je moet als je bidt altijd zeggen dat Jezus het zo wil.”
“Dat is onzin,” antwoordt moeder fel. “Jezus is hier niet.”
“Jezus is hier wél.”
Verontwaardigt komt Menno overeind. Hij kruipt over zijn bed naar het kastje aan de muur, pakt het doosje met de hostie eruit, opent het, en neemt de hostie tussen de duim en wijsvinger van zijn rechterhand en houdt het voor haar ogen zodat ze zich ervan kan overtuigen dat het echt is: “Dit is Jezus.”
“Dat is een ouweltje,” schampert moeder. “Een dingetje van meel. Wie heeft je wijs gemaakt dat dat Jezus is?”
“Dat heeft een man gezegd. In Egmond. Ze hebben het daar zelf in de mist geconstateerd.”
“Egmond? In de mist?” Pappa kan een lachje niet onderdrukken, en doordat hij zich van zijn stuk gebracht voelt, weet Menno even niets te zeggen. Daarop trekt moeder plotseling de hostie uit zijn vingers, wrijft het stuk en schreeuwt: “Meel. Je moet niet alles geloven wat anderen zeggen.”
Vol ongeloof staart Menno naar de vallende kruimels. Dat zij dit zomaar doet. Het voelt bijna alsof zij zojuist zijn lijf tussen haar vingers fijn heeft gewreven en hij zoekt naar woorden die er niet zijn. Gekwetst kermt hij: “Toch is het zo. Als je heel erg graag wilt dat er iets gebeurt, moet je altijd bidden en tegen God zeggen dat Jezus het zo wil. En dan is hij hier, en dan gebeurt het echt.”
“Maar jij bent het, die wil dat Jezus het wil,” stoot moeder door. Geschrokken van haar eigen reactie, laat zij direct een stroom sussende woorden over haar zoon heen komen waarvan er geen één goed bij hem terecht komt. Hoelang zij daarna op hem in blijft praten interesseert hem niet. Hij luistert niet meer naar haar. Als zij eindelijk haar mond houdt, blijft het lange tijd stil.
Uiteindelijk breekt zijn vader door de stilte en Menno ’s weerstand heen. “Ik weet dat je veel van opa houdt. En ik begrijp heel goed dat je hem niet kwijt wilt en hem graag bij je wilt houden. Maar als je echt van iemand houdt, en dan bedoel ik: écht, dan laat je die iemand vrij om verder te gaan. Waarheen dan ook. Zelfs als dat betekent dat je elkaar nooit meer ziet.
Dat is houden van, Menno. Dat is liefde: dat je de ander niet voor jezelf wilt houden, maar vrijlaat.”
‘Aya…’ denkt Menno. ‘Opa zit net als Aya in een gevangenis. En ik houd hem gevangen.’ “Dan moet opa maar doodgaan, als iedereen dat zo graag wil.” schreeuwt hij.
Hij stopt zijn hoofd weer onder het kussen, zoals hij altijd doet wanneer hij zich voor alles en iedereen wil verbergen, en niets meer wil zien of horen. Huilend wacht hij tot hij voelt dat zijn ouders zijn kamer uit zijn, en gaat dan op zijn rug liggen. Uitgeput valt hij zo in een droomloze slaap. Het eerste dat zijn moeder de volgende morgen tegen hem zegt is: “Opa is overleden. Het ziekenhuis belde gisteravond laat, nog geen half uur nadat pappa en ik weer beneden waren.” Haar stem klinkt emotieloos. Zakelijk. Menno haalt zijn schouders op. Het zal wel. Hij wil het er niet meer over hebben.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Uitgetreden
Zes keer in de week fietst Menno naar zijn school in de Oranje Nassaulaan, deels door het bos. ‘Van een beetje fietsen word je alleen maar sterker,’ hebben zijn ouders gezegd. Vandaag lijkt het fietspad door het bos steeds breder en eindelozer te worden alsof er geen einde aan komt. De bomen links en rechts wijken terug, worden hoger en bovendien bijna doorschijnend. Menno stapt af, laat zijn fiets in de berm vallen en gaat ernaast zitten. Op de weg – een meter of vier verderop parallel aan het fietspad – rijden auto’s voorbij, steeds langzamer, steeds langzamer, tot ze stilstaan als vage schaduwen tussen stralende bomen.
Er hangt een onbeschrijfelijke sfeer om hem heen, die hem meer verwondert dan beangstigt. Het is stil, maar de stilte klinkt als tere muziek zonder begin of einde. Menno ervaart dat zijn lichaam vreemd en zwaar aanvoelt, en hij geeft een poging om op te staan al spoedig op wanneer hij merkt dat zelfs het verzetten van een voet zijn krachten te boven gaat. Alle gevoel in zijn lijf verzamelt zich in zijn nek en achterhoofd tot het zich tintelend van zijn kruin losmaakt. Hij ziet zichzelf zitten , en kan om zich heen kijken, zonder zijn te hoofd te bewegen. Hij kan zelfs van zijn lichaam wegzweven, tussen de bomen door en omhoog als een ademwolkje. Verwonderd ziet hij niet alleen dat de auto’s op de weg stil staan, maar ook de fietsers verderop, zonder om te vallen. Hun voeten staan nog op de pedalen. Zelfs vogels hangen roerloos in de windstille lucht.
Met een lichte schok realiseert Menno zich dat hij uit zijn lichaam is gestapt, en om zich ervan te overtuigen dat hij niet dood is, werpt hij een blik op zijn lichaam dat als een standbeeld in het gras naast zijn fiets zit. Intuïtief voelt hij aan dat hij onmiddellijk in de zittende figuur terug kan keren, als hij dat wil. Maar nu nog niet. Nu wil hij op bezoek bij opa.
Blijkbaar is het voldoende om alleen maar aan opa Prins te denken, om op hetzelfde moment bij hem te komen. Alles en iedereen in de ziekenhuiskamer staat stil, als op een foto. Alles is transparant en de mensen geven licht alsof zij met ontelbare twinkelende vonkjes gevuld zijn. Menno ziet drie mensen. Naast zijn opa staat een man met een witte jas aan. Hij trekt een ernstig gezicht en houdt de pols van opa vast. Aan de andere kant van opa staat een vrouw in een blauwe jurk met een wit schort voor. Ze draagt een raar wit mutsje op haar hoofd, waar een grijs plukje haar onder vandaan krult. De man en de vrouw glimlachen naar opa. Enigszins verbaasd maar gerustgesteld stelt Menno vast dat niemand hem ziet.
Zal opa hem horen, als hij iets in zijn oor fluistert? Zal opa het merken wanneer hij hem een kus op zijn voorhoofd geeft?
“Ik hou van u,” fluistert Menno. “Ik hou van u.” schreeuwt hij, zonder dat iemand hem hoort.
Maar dan ontdekt hij dat zijn woorden als ijle rimpelingen richting opa gaan en dwars door zijn nu transparante lichaam, om daar héél even aan twinkellichtjes een extra flikkering te ontlokken.
“Ik hou van u, ik hou van u, ik hou van u.”
Opnieuw en opnieuw flikkeren de lichtjes, flauw, kort, maar onmiskenbaar.
“U mag niet doodgaan,” bezweert Menno nu. “Hoort u mij? U mag niet doodgaan.”.
Ineens voelt Menno een schok. Hij is weer terug in zijn lichaam, in Zeist, naast het fietspad op het gras. Hij heeft er geen idee van hoe lang hij daar al zit. Bang om te laat op school te komen grijpt hij zijn fiets, springt erop, en racet weg, om te ontdekken dat hij ruimschoots op tijd is. Heeft hij dan alles gedroomd? Hij besluit met niemand over deze ervaring te spreken. Waarschijnlijk gelooft toch niemand hem.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Uitgetreden
Zes keer in de week fietst Menno naar zijn school in de Oranje Nassaulaan, deels door het bos. ‘Van een beetje fietsen word je alleen maar sterker,’ hebben zijn ouders gezegd. Vandaag lijkt het fietspad door het bos steeds breder en eindelozer te worden alsof er geen einde aan komt. De bomen links en rechts wijken terug, worden hoger en bovendien bijna doorschijnend. Menno stapt af, laat zijn fiets in de berm vallen en gaat ernaast zitten. Op de weg – een meter of vier verderop parallel aan het fietspad – rijden auto’s voorbij, steeds langzamer, steeds langzamer, tot ze stilstaan als vage schaduwen tussen stralende bomen.
Er hangt een onbeschrijfelijke sfeer om hem heen, die hem meer verwondert dan beangstigt. Het is stil, maar de stilte klinkt als tere muziek zonder begin of einde. Menno ervaart dat zijn lichaam vreemd en zwaar aanvoelt, en hij geeft een poging om op te staan al spoedig op wanneer hij merkt dat zelfs het verzetten van een voet zijn krachten te boven gaat. Alle gevoel in zijn lijf verzamelt zich in zijn nek en achterhoofd tot het zich tintelend van zijn kruin losmaakt. Hij ziet zichzelf zitten , en kan om zich heen kijken, zonder zijn te hoofd te bewegen. Hij kan zelfs van zijn lichaam wegzweven, tussen de bomen door en omhoog als een ademwolkje. Verwonderd ziet hij niet alleen dat de auto’s op de weg stil staan, maar ook de fietsers verderop, zonder om te vallen. Hun voeten staan nog op de pedalen. Zelfs vogels hangen roerloos in de windstille lucht.
Met een lichte schok realiseert Menno zich dat hij uit zijn lichaam is gestapt, en om zich ervan te overtuigen dat hij niet dood is, werpt hij een blik op zijn lichaam dat als een standbeeld in het gras naast zijn fiets zit. Intuïtief voelt hij aan dat hij onmiddellijk in de zittende figuur terug kan keren, als hij dat wil. Maar nu nog niet. Nu wil hij op bezoek bij opa.
Blijkbaar is het voldoende om alleen maar aan opa Prins te denken, om op hetzelfde moment bij hem te komen. Alles en iedereen in de ziekenhuiskamer staat stil, als op een foto. Alles is transparant en de mensen geven licht alsof zij met ontelbare twinkelende vonkjes gevuld zijn. Menno ziet drie mensen. Naast zijn opa staat een man met een witte jas aan. Hij trekt een ernstig gezicht en houdt de pols van opa vast. Aan de andere kant van opa staat een vrouw in een blauwe jurk met een wit schort voor. Ze draagt een raar wit mutsje op haar hoofd, waar een grijs plukje haar onder vandaan krult. De man en de vrouw glimlachen naar opa. Enigszins verbaasd maar gerustgesteld stelt Menno vast dat niemand hem ziet.
Zal opa hem horen, als hij iets in zijn oor fluistert? Zal opa het merken wanneer hij hem een kus op zijn voorhoofd geeft?
“Ik hou van u,” fluistert Menno. “Ik hou van u.” schreeuwt hij, zonder dat iemand hem hoort.
Maar dan ontdekt hij dat zijn woorden als ijle rimpelingen richting opa gaan en dwars door zijn nu transparante lichaam, om daar héél even aan twinkellichtjes een extra flikkering te ontlokken.
“Ik hou van u, ik hou van u, ik hou van u.”
Opnieuw en opnieuw flikkeren de lichtjes, flauw, kort, maar onmiskenbaar.
“U mag niet doodgaan,” bezweert Menno nu. “Hoort u mij? U mag niet doodgaan.”.
Ineens voelt Menno een schok. Hij is weer terug in zijn lichaam, in Zeist, naast het fietspad op het gras. Hij heeft er geen idee van hoe lang hij daar al zit. Bang om te laat op school te komen grijpt hij zijn fiets, springt erop, en racet weg, om te ontdekken dat hij ruimschoots op tijd is. Heeft hij dan alles gedroomd? Hij besluit met niemand over deze ervaring te spreken. Waarschijnlijk gelooft toch niemand hem.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Sterven (1)
(Zeist) Zonder zich te wassen of tanden te poetsen, kleedt Menno zich om voor de nacht, en staart even later met een hoofd vol vragen naar de enigszins schuin aflopende wand tegenover zich. Het wit geschilderde rauhfaserbehang licht flauw op door het schijnsel van het groenige nachtlampje, dat in het stopcontact naast de kamerdeur onder de lichtschakelaar zit. Als je maar lang genoeg naar hetzelfde punt blijft turen, verdwijnt de omgeving en verschijnen er vanzelf allemaal figuren, weet hij uit ervaring. Gezichten. Soms lijken ze zelfs te bewegen.
“Geloof jij dat opa doodgaat?” vraagt Menno luid genoeg om Jos door de betengeling heen te bereiken.
“Vast wel,” antwoordt Jos vanachter de dunne wand die hun kamers scheidt. “Ik weet het zeker. We gaan allemaal een keer dood. Opa dus ook”
Menno denkt na. Uiteraard heeft zijn broer gelijk, zoals altijd. Honden en katten gaan dood, net als vogels, koeien en paarden. Alles wat leeft, gaat vroeg of laat een keer dood. En alles wat niet leeft, gaat op den duur stuk. Het is alleen niet eerlijk dat opa juist nu doodgaat. Hij wil het niet.
“Ik bedoel, denk je dat opa VANNACHT doodgaat?” stelt Menno een nieuwe vraag, “of morgen?”
“Dat weet ik toch niet,” moppert Jos. “Misschien wel. Misschien niet. Misschien is er helemaal niets aan de hand.”
“Denk je dat opa in de hemel komt?”
Omdat het stil blijft aan de andere kant, stelt Menno zijn vraag opnieuw: “Denk je dat opa in de hemel komt?”
“Als ik antwoord geef, houd je je dan verder stil? Ik probeer een boek te lezen.”
Menno zwijgt, maar weet helemaal niets meer te zeggen, nadat hij Jos hoort mompelen: “Ik denk dat ie gewoon in de grond terecht komt.”
Pas na een week vernemen de jongens wat er met hun opa aan de hand is. Iets met een bloeding in zijn hoofd. Terwijl mamma achter het stenen aanrecht gekookte bietjes in dunne plakjes snijdt, vertelt zij dat opa naar de poepdoos achter het huis is gegaan en dat oma erg ongerust werd toen hij wel erg lang wegbleef. Oma ging tenslotte maar eens kijken, en vond opa op de grond, met zijn broek op de knieën. Volgens de dokters heeft hij veel te hard zitten persen, en daardoor is er een adertje in zijn hoofd geknapt. Nu ligt hij in het ziekenhuis, met slangetjes in zijn neus en in zijn armen.
“En opa heeft de hik,” voegt moeder er nog aan toe.
“De hik?” Menno is oprecht verbaasd.
“Dat heb ik ook wel eens, dat is toch niet zo erg?”
“De hik die opa heeft, is geen gewone hik.
Zijn hele lijf schudt ervan,” zegt moeder. “Opa wordt niet meer beter. En daarom komt pappa nog niet thuis. Hij blijft bij oma in Zaandam,” voegt ze er zonder opkijken aan toe.
Menno weet genoeg. Hij gaat naar zijn kamer, loopt naar het houten kastje aan de muur, pakt het doosje met het ‘lichaam van Christus’ en haalt het ouweltje er voorzichtig uit. Hij kruipt onder de dekens, houdt de hostie tussen de handpalmen, en sluit de ogen.
“Opa Prins mag niet doodgaan,” fluistert hij tegen de hostie, zodat alleen God hem kan horen. “Opa Prins mag niet doodgaan, omdat Jezus het niet wil.”
Zo blijft hij lange tijd liggen, in diepe concentratie, terwijl hij zich opa Prins voor de geest probeert te halen, liggend in een groot bed.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Sterven (1)
(Zeist) Zonder zich te wassen of tanden te poetsen, kleedt Menno zich om voor de nacht, en staart even later met een hoofd vol vragen naar de enigszins schuin aflopende wand tegenover zich. Het wit geschilderde rauhfaserbehang licht flauw op door het schijnsel van het groenige nachtlampje, dat in het stopcontact naast de kamerdeur onder de lichtschakelaar zit. Als je maar lang genoeg naar hetzelfde punt blijft turen, verdwijnt de omgeving en verschijnen er vanzelf allemaal figuren, weet hij uit ervaring. Gezichten. Soms lijken ze zelfs te bewegen.
“Geloof jij dat opa doodgaat?” vraagt Menno luid genoeg om Jos door de betengeling heen te bereiken.
“Vast wel,” antwoordt Jos vanachter de dunne wand die hun kamers scheidt. “Ik weet het zeker. We gaan allemaal een keer dood. Opa dus ook”
Menno denkt na. Uiteraard heeft zijn broer gelijk, zoals altijd. Honden en katten gaan dood, net als vogels, koeien en paarden. Alles wat leeft, gaat vroeg of laat een keer dood. En alles wat niet leeft, gaat op den duur stuk. Het is alleen niet eerlijk dat opa juist nu doodgaat. Hij wil het niet.
“Ik bedoel, denk je dat opa VANNACHT doodgaat?” stelt Menno een nieuwe vraag, “of morgen?”
“Dat weet ik toch niet,” moppert Jos. “Misschien wel. Misschien niet. Misschien is er helemaal niets aan de hand.”
“Denk je dat opa in de hemel komt?”
Omdat het stil blijft aan de andere kant, stelt Menno zijn vraag opnieuw: “Denk je dat opa in de hemel komt?”
“Als ik antwoord geef, houd je je dan verder stil? Ik probeer een boek te lezen.”
Menno zwijgt, maar weet helemaal niets meer te zeggen, nadat hij Jos hoort mompelen: “Ik denk dat ie gewoon in de grond terecht komt.”
Pas na een week vernemen de jongens wat er met hun opa aan de hand is. Iets met een bloeding in zijn hoofd. Terwijl mamma achter het stenen aanrecht gekookte bietjes in dunne plakjes snijdt, vertelt zij dat opa naar de poepdoos achter het huis is gegaan en dat oma erg ongerust werd toen hij wel erg lang wegbleef. Oma ging tenslotte maar eens kijken, en vond opa op de grond, met zijn broek op de knieën. Volgens de dokters heeft hij veel te hard zitten persen, en daardoor is er een adertje in zijn hoofd geknapt. Nu ligt hij in het ziekenhuis, met slangetjes in zijn neus en in zijn armen.
“En opa heeft de hik,” voegt moeder er nog aan toe.
“De hik?” Menno is oprecht verbaasd.
“Dat heb ik ook wel eens, dat is toch niet zo erg?”
“De hik die opa heeft, is geen gewone hik.
Zijn hele lijf schudt ervan,” zegt moeder. “Opa wordt niet meer beter. En daarom komt pappa nog niet thuis. Hij blijft bij oma in Zaandam,” voegt ze er zonder opkijken aan toe.
Menno weet genoeg. Hij gaat naar zijn kamer, loopt naar het houten kastje aan de muur, pakt het doosje met het ‘lichaam van Christus’ en haalt het ouweltje er voorzichtig uit. Hij kruipt onder de dekens, houdt de hostie tussen de handpalmen, en sluit de ogen.
“Opa Prins mag niet doodgaan,” fluistert hij tegen de hostie, zodat alleen God hem kan horen. “Opa Prins mag niet doodgaan, omdat Jezus het niet wil.”
Zo blijft hij lange tijd liggen, in diepe concentratie, terwijl hij zich opa Prins voor de geest probeert te halen, liggend in een groot bed.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Guna–guna
(Zeist) Menno komt graag en vaak bij mevrouw Musegaas en zij vindt het fijn om hem verhalen te vertellen over het Nederlands–Indië van vóór de oorlog, over de Jappenkampen en over guna–guna, de stille kracht.
“Met de guna–guna valt niet te spotten.” benadrukt ze meerdere malen. “En je doet er verstandig aan je nooit met zwarte magie in te laten, want het kan als een boemerang werken en jezelf treffen wanneer je niet oppast.”
Menno gelooft haar direct als ze beweert dat de onzichtbare wereld veel groter is dan de zichtbare. Het bovennatuurlijke lijkt voor mevrouw Musegaas net zo vanzelfsprekend als de dagelijkse werkelijkheid.
“Zoals van een ijsberg maar tien procent boven water uitsteekt, zo steekt de wereld maar voor tien procent boven de veel ijlere wereld van de geest uit. Misschien zelfs nog wel voor een veel geringer deel. Er is zoveel meer dan wat je kunt zien, Menno. En er is zoveel meer dan je kunt horen. Ik zal je het verhaal vertellen van Ramelan, de broer van de lurah:
Ramelan was een jaar of elf, twaalf toen hij op een dag zomaar verdween. Hij was echt spoorloos. De hele desa zocht hem, dagen-, weken- en zelfs maandenlang. Tot uiteindelijk iedereen ervan overtuigd was dat Ramelan opgegeten moest zijn door een tijger. Er gingen jaren voorbij, en de ouders van Ramelan stierven van verdriet. Tenslotte werd zijn broer een oude man, toen, op een dag, ineens Ramelan weer in de desa verscheen, geen dag ouder geworden. Hij was nog steeds twaalf jaar, en droeg nog steeds dezelfde kleren als op de dag dat hij verdween.”
“Hoe …?” Menno ’s mond zakt open van ongeloof.
“Ja, hoe dat kon? Dat weet niemand. Ramelan werd naar de nieuwe lurah gebracht, die hem onmiddellijk herkende. Daarna moest Ramelan zijn verhaal aan de politie vertellen, aan de dokter, het oude schoolhoofd en niet te vergeten de priester en tenslotte aan de dukun santet.”
Mevrouw Musegaas zwijgt weer een paar minuten, alsof ze diep nadenkt of ze wel verder kan vertellen en welke woorden ze daarvoor zal gebruiken. Menno zit op het puntje van zijn stoel.
“Was u erbij? Heeft u Ramelan gezien?”
Mevrouw Musegaas schudt het hoofd. “Nee, Menno. Sajang. Ik was nog maar een heel klein meisje toen het gebeurde, maar ik herinner me nog wel de consternatie.”
“Wat was er gebeurd?”
“Ramelan had de geestenwereld betreden, omdat hij zo graag met de grote steen wil spreken.”
“Waarom wilde Ramelan met die steen spreken?” Menno vindt het maar raar.
Mevrouw Musegaas maakt een verontschuldigend gebaar. “Natuurlijk, natuurlijk … dat ben ik vergeten te vertellen. Iemand uit de desa had diep in het bos, bij een grote rots, een heel mooie steen gevonden. Een edelsteen. Die steen bleek veel geld waard en maakte de vinder rijk. Omdat de ouders van Ramelan arm waren, wilde hij ook zo’n kostbare steen vinden, en toen dat nooit gebeurde, hoe ijverig hij ook zocht, wilde hij aan de rots vragen hem te helpen. Nee Menno, dat is geen grapje. Er zijn meer mensen die contact hebben met de geestenwereld dan jij denkt. Maar die wereld betreden… er binnengaan en er verblijven, dat gebeurt zelden, en, zoals je nu weet, het is gevaarlijk. Terwijl Ramelan het gevoel had dat hij maar een paar minuten met de stenengeest sprak, gingen er in zijn eigen wereld ondertussen tientallen jaren voorbij.”
Menno zucht van spanning, en probeert zich voor te stellen hoe het zal zijn, om met een steen te praten en daarna weer terug te komen, tientallen jaren later.
“Het verhaal is nog niet afgelopen,” onderbreekt de oude vrouw zijn mijmeren. “Nadat Ramelan weer in de desa teruggekomen was, duurde het niet lang of hij werd ziek. Meer dan vijftig jaar heeft hij in het tempo van de stenengeest geleefd en hij kon zich niet meer aanpassen. De drukte om hem heen werd hem te veel, en hij besloot weer naar de stenengeest terug te gaan. Voor altijd. Niemand heeft Ramelan ooit nog weer gezien.”
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 978946512802. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#autobiografieVanDharmapelgrim #gunaGuna #Menno #Ramelan #stilleKracht
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 13 jaar.Guna–guna
(Zeist) Menno komt graag en vaak bij mevrouw Musegaas en zij vindt het fijn om hem verhalen te vertellen over het Nederlands–Indië van vóór de oorlog, over de Jappenkampen en over guna–guna, de stille kracht.
“Met de guna–guna valt niet te spotten.” benadrukt ze meerdere malen. “En je doet er verstandig aan je nooit met zwarte magie in te laten, want het kan als een boemerang werken en jezelf treffen wanneer je niet oppast.”
Menno gelooft haar direct als ze beweert dat de onzichtbare wereld veel groter is dan de zichtbare. Het bovennatuurlijke lijkt voor mevrouw Musegaas net zo vanzelfsprekend als de dagelijkse werkelijkheid.
“Zoals van een ijsberg maar tien procent boven water uitsteekt, zo steekt de wereld maar voor tien procent boven de veel ijlere wereld van de geest uit. Misschien zelfs nog wel voor een veel geringer deel. Er is zoveel meer dan wat je kunt zien, Menno. En er is zoveel meer dan je kunt horen. Ik zal je het verhaal vertellen van Ramelan, de broer van de lurah:
Ramelan was een jaar of elf, twaalf toen hij op een dag zomaar verdween. Hij was echt spoorloos. De hele desa zocht hem, dagen-, weken- en zelfs maandenlang. Tot uiteindelijk iedereen ervan overtuigd was dat Ramelan opgegeten moest zijn door een tijger. Er gingen jaren voorbij, en de ouders van Ramelan stierven van verdriet. Tenslotte werd zijn broer een oude man, toen, op een dag, ineens Ramelan weer in de desa verscheen, geen dag ouder geworden. Hij was nog steeds twaalf jaar, en droeg nog steeds dezelfde kleren als op de dag dat hij verdween.”
“Hoe …?” Menno ’s mond zakt open van ongeloof.
“Ja, hoe dat kon? Dat weet niemand. Ramelan werd naar de nieuwe lurah gebracht, die hem onmiddellijk herkende. Daarna moest Ramelan zijn verhaal aan de politie vertellen, aan de dokter, het oude schoolhoofd en niet te vergeten de priester en tenslotte aan de dukun santet.”
Mevrouw Musegaas zwijgt weer een paar minuten, alsof ze diep nadenkt of ze wel verder kan vertellen en welke woorden ze daarvoor zal gebruiken. Menno zit op het puntje van zijn stoel.
“Was u erbij? Heeft u Ramelan gezien?”
Mevrouw Musegaas schudt het hoofd. “Nee, Menno. Sajang. Ik was nog maar een heel klein meisje toen het gebeurde, maar ik herinner me nog wel de consternatie.”
“Wat was er gebeurd?”
“Ramelan had de geestenwereld betreden, omdat hij zo graag met de grote steen wil spreken.”
“Waarom wilde Ramelan met die steen spreken?” Menno vindt het maar raar.
Mevrouw Musegaas maakt een verontschuldigend gebaar. “Natuurlijk, natuurlijk … dat ben ik vergeten te vertellen. Iemand uit de desa had diep in het bos, bij een grote rots, een heel mooie steen gevonden. Een edelsteen. Die steen bleek veel geld waard en maakte de vinder rijk. Omdat de ouders van Ramelan arm waren, wilde hij ook zo’n kostbare steen vinden, en toen dat nooit gebeurde, hoe ijverig hij ook zocht, wilde hij aan de rots vragen hem te helpen. Nee Menno, dat is geen grapje. Er zijn meer mensen die contact hebben met de geestenwereld dan jij denkt. Maar die wereld betreden… er binnengaan en er verblijven, dat gebeurt zelden, en, zoals je nu weet, het is gevaarlijk. Terwijl Ramelan het gevoel had dat hij maar een paar minuten met de stenengeest sprak, gingen er in zijn eigen wereld ondertussen tientallen jaren voorbij.”
Menno zucht van spanning, en probeert zich voor te stellen hoe het zal zijn, om met een steen te praten en daarna weer terug te komen, tientallen jaren later.
“Het verhaal is nog niet afgelopen,” onderbreekt de oude vrouw zijn mijmeren. “Nadat Ramelan weer in de desa teruggekomen was, duurde het niet lang of hij werd ziek. Meer dan vijftig jaar heeft hij in het tempo van de stenengeest geleefd en hij kon zich niet meer aanpassen. De drukte om hem heen werd hem te veel, en hij besloot weer naar de stenengeest terug te gaan. Voor altijd. Niemand heeft Ramelan ooit nog weer gezien.”
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 978946512802. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#autobiografieVanDharmapelgrim #gunaGuna #Menno #Ramelan #stilleKracht
-
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 12 jaar.Geen idee.
(Alkmaar) Menno wil weten waarom niemand thuis iets over God zegt en waarom ze niet bidden voor het eten.
“God bestaat niet,” zegt moeder. “God is een verzinsel. En ik ga een bedenksel niet bedanken voor ons eten. Ik kook de dankbaarheid dat we te eten hebben wel gewoon met de piepers mee.”
“Oma Dekker denkt daar toch anders over,” werpt Menno tegen.
“Zij is hervormd,” moppert mam.
“Wij zijn in een keer goed gevormd,” stelt pa. “Hervormden blijkbaar niet, anders hoefde het niet over. En gereformeerden al helemaal niet, want die waren zelfs na een hervorming nog steeds niet zoals het moest en waren nog een keer aan de beurt.” Hij lacht.
“Even serieus,” moppert Menno.
“Ik heb mijn moeder nooit voor het eten horen bidden,” zegt mamma.
“Bij ons thuis waren we alleen stil onder het eten wanneer we aan het kauwen waren,” verklaart pa. “En over God hadden we het nooit, omdat … omdat wij het er nooit over hadden. Godsdienst is opium voor het volk,”
“Marx,” weet Jos.
“Wij zijn geen communisten.” werpt moeder tegen.
“Marx heeft niks met communisten te maken,” corrigeert pa haar. “De communisten hebben hem gewoon gekaapt. Wij zijn socialisten.”
“Maar jullie geloven niet in God,” concludeert Menno.
Pa wrijft even over zijn kin, schraapt zijn keel en verkondigt plechtig: “God is door mensen bedacht zodat ze hun ellende een plaats konden geven. Er zit nergens een mannetje met een lange witte baard op een wolk deze wereld te bestieren.”
“En Jezus dan?”
“Jezus was gewoon een mens,” poneert moeder stellig. “En net zoals ze altijd en overal doen met mensen die het goed met anderen voorhebben, hebben ze hem om zeep geholpen.”
Pa knikt en zucht. “De Romeinen spijkerden hem aan een kruis. Als hij in de middeleeuwen had geleefd, of in de tijd van de Franse revolutie, zouden mensen nu met een galgje of mini–guillotine aan een gouden kettinkje om hun hals rondlopen. En als ie in Amerika was geboren, zouden ze nu met een gouden elektrisch stoeltje rondlopen” Hij moet er zelf hard om lachen.
Menno denkt aan zijn grootmoeders. Zouden zij hun dankbaarheid ook meekoken? En hij denkt aan de zondagsschool, de godsdienstlessen op school, de abdij in Egmond en aan allerlei andere zaken die iets met ‘geloven’ te maken zouden kunnen hebben.
“Wie heeft de wereld dan gemaakt?” vraagt hij tenslotte.
“Niemand.” stelt moeder. “De wereld is er al miljoenen jaren, en niet zoals sommigen beweren pas een paar duizend jaar. Dat God de wereld heeft geschapen, is een sprookje.”
“De aarde is een planeet,” legt pappa uit. “En hoe die precies is ontstaan, zoeken geleerden maar uit. Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat de aarde niet uit hemelse klei is geboetseerd en dat er niet vanaf dag zes ineens mensen op rondliepen. Veel mensen willen graag weten waar ze vandaan komen en waar ze heen gaan. Ze vinden het onverdraaglijk wanneer je hun vragen beantwoordt met ‘geen idee.’ Van ‘geen idee’ worden ze bang.”
“Bent u niet bang?”
“Nee, het heeft namelijk geen enkele zin bang te zijn voor iets dat je niet kunt weten. Je moet bang zijn voor wat je denkt zeker te weten. Mensen die menen van alles zeker te weten, maken dingen, elkaar en de natuur kapot. Zeker weten is desastreus “
“Wat is desastreus?”
“Rampzalig.”
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 978946512802. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#angst #autobiografie #geenIdee #Jezus #Marx #Menno #Opium #schepping
#angst #autobiografie #geenIdee #Jezus #Marx #Menno #Opium #schepping -
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het na-oorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 12 jaar.Geen idee.
(Alkmaar) Menno wil weten waarom niemand thuis iets over God zegt en waarom ze niet bidden voor het eten.
“God bestaat niet,” zegt moeder. “God is een verzinsel. En ik ga een bedenksel niet bedanken voor ons eten. Ik kook de dankbaarheid dat we te eten hebben wel gewoon met de piepers mee.”
“Oma Dekker denkt daar toch anders over,” werpt Menno tegen.
“Zij is hervormd,” moppert mam.
“Wij zijn in een keer goed gevormd,” stelt pa. “Hervormden blijkbaar niet, anders hoefde het niet over. En gereformeerden al helemaal niet, want die waren zelfs na een hervorming nog steeds niet zoals het moest en waren nog een keer aan de beurt.” Hij lacht.
“Even serieus,” moppert Menno.
“Ik heb mijn moeder nooit voor het eten horen bidden,” zegt mamma.
“Bij ons thuis waren we alleen stil onder het eten wanneer we aan het kauwen waren,” verklaart pa. “En over God hadden we het nooit, omdat … omdat wij het er nooit over hadden. Godsdienst is opium voor het volk,”
“Marx,” weet Jos.
“Wij zijn geen communisten.” werpt moeder tegen.
“Marx heeft niks met communisten te maken,” corrigeert pa haar. “De communisten hebben hem gewoon gekaapt. Wij zijn socialisten.”
“Maar jullie geloven niet in God,” concludeert Menno.
Pa wrijft even over zijn kin, schraapt zijn keel en verkondigt plechtig: “God is door mensen bedacht zodat ze hun ellende een plaats konden geven. Er zit nergens een mannetje met een lange witte baard op een wolk deze wereld te bestieren.”
“En Jezus dan?”
“Jezus was gewoon een mens,” poneert moeder stellig. “En net zoals ze altijd en overal doen met mensen die het goed met anderen voorhebben, hebben ze hem om zeep geholpen.”
Pa knikt en zucht. “De Romeinen spijkerden hem aan een kruis. Als hij in de middeleeuwen had geleefd, of in de tijd van de Franse revolutie, zouden mensen nu met een galgje of mini–guillotine aan een gouden kettinkje om hun hals rondlopen. En als ie in Amerika was geboren, zouden ze nu met een gouden elektrisch stoeltje rondlopen” Hij moet er zelf hard om lachen.
Menno denkt aan zijn grootmoeders. Zouden zij hun dankbaarheid ook meekoken? En hij denkt aan de zondagsschool, de godsdienstlessen op school, de abdij in Egmond en aan allerlei andere zaken die iets met ‘geloven’ te maken zouden kunnen hebben.
“Wie heeft de wereld dan gemaakt?” vraagt hij tenslotte.
“Niemand.” stelt moeder. “De wereld is er al miljoenen jaren, en niet zoals sommigen beweren pas een paar duizend jaar. Dat God de wereld heeft geschapen, is een sprookje.”
“De aarde is een planeet,” legt pappa uit. “En hoe die precies is ontstaan, zoeken geleerden maar uit. Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat de aarde niet uit hemelse klei is geboetseerd en dat er niet vanaf dag zes ineens mensen op rondliepen. Veel mensen willen graag weten waar ze vandaan komen en waar ze heen gaan. Ze vinden het onverdraaglijk wanneer je hun vragen beantwoordt met ‘geen idee.’ Van ‘geen idee’ worden ze bang.”
“Bent u niet bang?”
“Nee, het heeft namelijk geen enkele zin bang te zijn voor iets dat je niet kunt weten. Je moet bang zijn voor wat je denkt zeker te weten. Mensen die menen van alles zeker te weten, maken dingen, elkaar en de natuur kapot. Zeker weten is desastreus “
“Wat is desastreus?”
“Rampzalig.”
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 978946512802. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#angst #autobiografie #geenIdee #Jezus #Marx #Menno #Opium #schepping
#angst #autobiografie #geenIdee #Jezus #Marx #Menno #Opium #schepping -
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het naoorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 7 jaar.Ze leven nog
(Zaandam) Zeker één keer in de week loopt of fietst Menno naar zijn opa en oma op de Zuiddijk. Dan koopt hij eerst voor vijf cent een zak koekkruimels bij de bakkerszaak aan het einde van de smalle Vinkenstraat, zodat hij onderweg iets te snaaien heeft. Na de bioscoop aan het einde van de Vinkenstraat komt hij langs de bioscoop op de Dam. Hij bekijkt daar alle plaatjes van de films die er draaien.
Na de Wilhelminabrug gaat het helemaal via de Prins Hendrikkade naar het fietspontje dat eindeloos rondjes vaart op de Zaan: Prins Hendrikkade, eiland, Havenstraat, Bleekerstraat – zijn bestemming – en dan weer terug naar de Prins Hendrikkade. Menno geniet iedere keer opnieuw van het tochtje, en daarom gaat hij regelmatig een extra rondje mee. Via de Bleekerstraat loopt Menno naar de zaak van opa. Hij herkent de zaak aan de rood–witte stok aan de gevel en de fors uitgevallen betonnen opstap voor de deur. Achter de twee kappersstoelen langs loopt hij naar woonhuis achterin. Omdat de woning tegen de dijk aan is gebouwd, bevindt de woonkamer zich hoog boven de tuin.
Oma zit achter de tafel aardappels te schillen. Verrast haar kleinzoon te zien, steekt ze een arm uit en trekt hem naar zich toe, voor de gebruikelijke natte zoen.
“Blijf je eten?” vraagt ze.
“Wat eten we dan?” is Menno’s wedervraag, want eerlijk is eerlijk, niet alles uit de keuken van oma Prins vindt hij even lekker.
“Aal,” antwoordt ze. “Arie is langs geweest, en hij heeft er meer dan genoeg gebracht. Ga maar kijken… ze staan beneden.”
Oom Arie, de oudste halfbroer van zijn vader heeft een vishandel, en schuift zijn stiefmoeder regelmatig wat toe, vooral op zaterdagmiddag.
In een teil met water kronkelen lange, dunne, slijmerige alen als een witgrijze massa door en over elkaar. Ze leven nog, daar bestaat geen enkele twijfel over. Gebiologeerd staart Menno naar het geheel, om vervolgens zijn hand in de teil te steken. De kluwen vis voelt koud en glad aan.
Dan komt oma. Ze pakt de teil op, en gaat ermee de trap op, naar de keuken boven. Menno volgt haar. Een voor één haalt oma de alen uit de teil, legt de vissen op een houten snijplank en snijdt ze de kop af. Tot Menno ’s stomme verbazing lijken de van elkaar losgesneden koppen en lijven afzonderlijk voort te leven. De bekjes blijven open en dicht gaan, net als de kieuwen, en de lange lijven kronkelen gewoon door.
“Ze leven nog.” roept hij vol afgrijzen en medelijden.
“Ze zijn hartstikke dood.” beweert oma stellig. “Ze voelen niks meer. Wat je ziet zijn stuipen ….Blijf je nou eten of niet?”
“Ja…,” antwoordt Menno aarzelend, omdat hij eigenlijk geen ‘nee’ durft zeggen, uit vrees dat oma hem dan kinderachtig vindt.
Bovendien mogen onthoofde alen best zielig zijn, ze zijn ook erg lekker.
“Weten ze dat in de Vinkenstraat?”
“Ik moet voor donker thuis zijn …,” antwoordt Menno naar waarheid.
Oma Prins kijkt hem aan terwijl ze gewoon doorgaat met alen onthoofden. “Dan moet je hier om zeven uur weg.”
Oma snijdt de dieren helemaal open en haalt de ingewanden eruit. De hartjes kloppen nog. De verminkte lijven blijven zelfs kronkelen terwijl de pan al op het vuur staat. Zouden ze echt niets voelen? Het water dampt al wanneer er eindelijk geen bewegingen meer te zien zijn.
Menno concludeert dat alle vissen in ieder geval halfdood moeten zijn geweest toen ze de pan in gingen en dus ook half levend zijn gekookt. Maar eenmaal helemaal dood smaken ze verrukkelijk bij de kruimige aardappels, de worteltjes met snippers peterselie en de romige, zachtzure saus die oma op tafel zet.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 978946512802. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#alen #autobiografieVanDharmapelgrim #dood #leven #Menno #oma #onthoofden
#alen #autobiografieVanDharmapelgrim #dood #leven #Menno #oma #onthoofden -
De volgende enigszins voor het BD bewerkte tekst is een passage uit de autobiografie van Dharmapelgrim. De eerste kinderjaren slaan we nu even over, hoewel ook deze jaren in het naoorlogse Duitsland (moffenjong!) van invloed zijn geweest op zijn ontwikkeling. In deze bijdrage is de hoofdpersoon 7 jaar.Ze leven nog
(Zaandam) Zeker één keer in de week loopt of fietst Menno naar zijn opa en oma op de Zuiddijk. Dan koopt hij eerst voor vijf cent een zak koekkruimels bij de bakkerszaak aan het einde van de smalle Vinkenstraat, zodat hij onderweg iets te snaaien heeft. Na de bioscoop aan het einde van de Vinkenstraat komt hij langs de bioscoop op de Dam. Hij bekijkt daar alle plaatjes van de films die er draaien.
Na de Wilhelminabrug gaat het helemaal via de Prins Hendrikkade naar het fietspontje dat eindeloos rondjes vaart op de Zaan: Prins Hendrikkade, eiland, Havenstraat, Bleekerstraat – zijn bestemming – en dan weer terug naar de Prins Hendrikkade. Menno geniet iedere keer opnieuw van het tochtje, en daarom gaat hij regelmatig een extra rondje mee. Via de Bleekerstraat loopt Menno naar de zaak van opa. Hij herkent de zaak aan de rood–witte stok aan de gevel en de fors uitgevallen betonnen opstap voor de deur. Achter de twee kappersstoelen langs loopt hij naar woonhuis achterin. Omdat de woning tegen de dijk aan is gebouwd, bevindt de woonkamer zich hoog boven de tuin.
Oma zit achter de tafel aardappels te schillen. Verrast haar kleinzoon te zien, steekt ze een arm uit en trekt hem naar zich toe, voor de gebruikelijke natte zoen.
“Blijf je eten?” vraagt ze.
“Wat eten we dan?” is Menno’s wedervraag, want eerlijk is eerlijk, niet alles uit de keuken van oma Prins vindt hij even lekker.
“Aal,” antwoordt ze. “Arie is langs geweest, en hij heeft er meer dan genoeg gebracht. Ga maar kijken… ze staan beneden.”
Oom Arie, de oudste halfbroer van zijn vader heeft een vishandel, en schuift zijn stiefmoeder regelmatig wat toe, vooral op zaterdagmiddag.
In een teil met water kronkelen lange, dunne, slijmerige alen als een witgrijze massa door en over elkaar. Ze leven nog, daar bestaat geen enkele twijfel over. Gebiologeerd staart Menno naar het geheel, om vervolgens zijn hand in de teil te steken. De kluwen vis voelt koud en glad aan.
Dan komt oma. Ze pakt de teil op, en gaat ermee de trap op, naar de keuken boven. Menno volgt haar. Een voor één haalt oma de alen uit de teil, legt de vissen op een houten snijplank en snijdt ze de kop af. Tot Menno ’s stomme verbazing lijken de van elkaar losgesneden koppen en lijven afzonderlijk voort te leven. De bekjes blijven open en dicht gaan, net als de kieuwen, en de lange lijven kronkelen gewoon door.
“Ze leven nog.” roept hij vol afgrijzen en medelijden.
“Ze zijn hartstikke dood.” beweert oma stellig. “Ze voelen niks meer. Wat je ziet zijn stuipen ….Blijf je nou eten of niet?”
“Ja…,” antwoordt Menno aarzelend, omdat hij eigenlijk geen ‘nee’ durft zeggen, uit vrees dat oma hem dan kinderachtig vindt.
Bovendien mogen onthoofde alen best zielig zijn, ze zijn ook erg lekker.
“Weten ze dat in de Vinkenstraat?”
“Ik moet voor donker thuis zijn …,” antwoordt Menno naar waarheid.
Oma Prins kijkt hem aan terwijl ze gewoon doorgaat met alen onthoofden. “Dan moet je hier om zeven uur weg.”
Oma snijdt de dieren helemaal open en haalt de ingewanden eruit. De hartjes kloppen nog. De verminkte lijven blijven zelfs kronkelen terwijl de pan al op het vuur staat. Zouden ze echt niets voelen? Het water dampt al wanneer er eindelijk geen bewegingen meer te zien zijn.
Menno concludeert dat alle vissen in ieder geval halfdood moeten zijn geweest toen ze de pan in gingen en dus ook half levend zijn gekookt. Maar eenmaal helemaal dood smaken ze verrukkelijk bij de kruimige aardappels, de worteltjes met snippers peterselie en de romige, zachtzure saus die oma op tafel zet.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 978946512802. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#alen #autobiografieVanDharmapelgrim #dood #leven #Menno #oma #onthoofden
#alen #autobiografieVanDharmapelgrim #dood #leven #Menno #oma #onthoofden -
@weirdmustard Du hättest jetzt schreiben sollen: 'Ja, du bist aber nicht arrogant.'
-
𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝗹𝗶𝗲𝗽 𝗱𝘄𝗮𝗿𝘀𝗹𝗲𝗮𝘀𝗶𝗲 𝗼𝗽 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘀𝗸𝗶-𝗼𝗻𝗴𝗲𝘃𝗮𝗹: '𝗘𝗿 𝗯𝗲𝘄𝗼𝗼𝗴 𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲𝗺𝗮𝗮𝗹 𝗻𝗶𝗸𝘀'
De skipakken kunnen weer van zolder worden gehaald nu er in Oostenrijk vorige week de eerste vlokken sneeuw zijn gevallen. Waar de skihelm inmiddels vast onderdeel uitmaakt van de wintersportuitrusting, zou ook de rugbeschermer daar aan toegevoegd moeten worden. Daar pleit...
#Menno #dwarsleasie #ski-ongeval
-
𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝗹𝗶𝗲𝗽 𝗱𝘄𝗮𝗿𝘀𝗹𝗲𝗮𝘀𝗶𝗲 𝗼𝗽 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘀𝗸𝗶-𝗼𝗻𝗴𝗲𝘃𝗮𝗹: '𝗘𝗿 𝗯𝗲𝘄𝗼𝗼𝗴 𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲𝗺𝗮𝗮𝗹 𝗻𝗶𝗸𝘀'
De skipakken kunnen weer van zolder worden gehaald nu er in Oostenrijk vorige week de eerste vlokken sneeuw zijn gevallen. Waar de skihelm inmiddels vast onderdeel uitmaakt van de wintersportuitrusting, zou ook de rugbeschermer daar aan toegevoegd moeten worden. Daar pleit...
#Menno #dwarsleasie #ski-ongeval
-
𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝗹𝗶𝗲𝗽 𝗱𝘄𝗮𝗿𝘀𝗹𝗲𝗮𝘀𝗶𝗲 𝗼𝗽 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘀𝗸𝗶-𝗼𝗻𝗴𝗲𝘃𝗮𝗹: '𝗘𝗿 𝗯𝗲𝘄𝗼𝗼𝗴 𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲𝗺𝗮𝗮𝗹 𝗻𝗶𝗸𝘀'
De skipakken kunnen weer van zolder worden gehaald nu er in Oostenrijk vorige week de eerste vlokken sneeuw zijn gevallen. Waar de skihelm inmiddels vast onderdeel uitmaakt van de wintersportuitrusting, zou ook de rugbeschermer daar aan toegevoegd moeten worden. Daar pleit...
#Menno #dwarsleasie #ski-ongeval
-
𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝗹𝗶𝗲𝗽 𝗱𝘄𝗮𝗿𝘀𝗹𝗲𝗮𝘀𝗶𝗲 𝗼𝗽 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘀𝗸𝗶-𝗼𝗻𝗴𝗲𝘃𝗮𝗹: '𝗘𝗿 𝗯𝗲𝘄𝗼𝗼𝗴 𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲𝗺𝗮𝗮𝗹 𝗻𝗶𝗸𝘀'
De skipakken kunnen weer van zolder worden gehaald nu er in Oostenrijk vorige week de eerste vlokken sneeuw zijn gevallen. Waar de skihelm inmiddels vast onderdeel uitmaakt van de wintersportuitrusting, zou ook de rugbeschermer daar aan toegevoegd moeten worden. Daar pleit...
#Menno #dwarsleasie #ski-ongeval
-
𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 𝗹𝗶𝗲𝗽 𝗱𝘄𝗮𝗿𝘀𝗹𝗲𝗮𝘀𝗶𝗲 𝗼𝗽 𝗱𝗼𝗼𝗿 𝘀𝗸𝗶-𝗼𝗻𝗴𝗲𝘃𝗮𝗹: '𝗘𝗿 𝗯𝗲𝘄𝗼𝗼𝗴 𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗵𝗲𝗹𝗲𝗺𝗮𝗮𝗹 𝗻𝗶𝗸𝘀'
De skipakken kunnen weer van zolder worden gehaald nu er in Oostenrijk vorige week de eerste vlokken sneeuw zijn gevallen. Waar de skihelm inmiddels vast onderdeel uitmaakt van de wintersportuitrusting, zou ook de rugbeschermer daar aan toegevoegd moeten worden. Daar pleit...
#Menno #dwarsleasie #ski-ongeval
-
"Video zeigt Sprengung ..." Liebes SPON-Team. Wenn in Baltimore Teile einer Brücke mit Schneidladungen punktgenau zerlegt werden sollen, könnt ihr davon ausgehen, daß das aus Dutzenden Perspektiven gefilmt wird. Bis hin zu Hubschraubern. So eine dümmliche Überschrift suggeriert einen zufälligen Mitschnitt, wie bei einer Naturkatastrophe über dessen Existenz wir glücklich seien können. #menno
-
De bekendste wiskundeleraar van Nederland - Math with Menno - naar de Schuur
Menno heeft jarenlang als wiskunde docent gewerkt op het Ichthus Lyceum in Driehuis. Tijdens zijn lessen merkte hij dat leerlingen moeite hadden om het hoge tempo bij de houden en dus besloot hij in 2016 om te beginnen met het maken van...
-
@a_siebel Ja, tut mir leid, dass ich diese Studie gepostet habe. Hätte wissen müssen, dass da gleich wieder vor dem aufmerksamen Lesen formuliert wird, was für eine Studie besser gewesen wäre. Statt erstmal den verfügbaren Erkenntnisgewinn nicht nur durch scannen zu überprüfen, gleich Defizitorientierung. #menno
-
@leuchtturm #menno, ihr seid soooooo streng!
-
-
Kaum hat man endlich alles für den Winter beisammen (Winterreifen, neue Schaufel, Sand und Splitt, Salz...), schmilzt der weiße Bröckelkram schon wieder! Was ist das denn für eine Planung? Wozu hab ich denn jetzt so viel Geld ausgegeben?
#menno -
𝗠𝗲𝗻𝗻𝗼 (28) 𝗹𝗮𝗴 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝘀𝗻𝗲𝗲𝘂𝘄 𝗲𝗻 𝗸𝗼𝗻 𝗻𝗶𝗲𝘁 𝗺𝗲𝗲𝗿 𝗯𝗲𝘄𝗲𝗴𝗲𝗻, 𝘁𝗼𝗰𝗵 𝘄𝗶𝘀𝘁 𝗵𝗶𝗷: 𝗱𝗶𝘁 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝗴𝗼𝗲𝗱
Een inschattingsfout op de ski-piste, een harde val, een gebroken rug. Liggend in de sneeuw belde Menno Streefland uit Utrecht (28) in januari dit jaar zijn skimaatjes op en zei: 'Mijn onderlichaam doet het niet meer'. Of hij ooit weer zou lopen, kon niemand hem...
-
@ADFC_Hamburg #Menno, wieso wusste ich davon nichts?
-
-
Und dann hab ich doch mal kurz vergessen, dem @Lapizistik heute nichts zu glauben! #Mist #Menno #reingefallen #AusGründen
-