home.social

#parthische-rijk — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #parthische-rijk, aggregated by home.social.

fetched live
  1. Ekbatana

    Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

    Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

    Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

    Bronzen potje om vuur te verplaatsen (Nationaal Museum, Teheran)

    Geen stad maar een landstreek

    Tot op heden is dit paleis niet gevonden, al heeft het niet ontbroken aan pogingen. Ik heb ooit een Hamadaanse familie gekend die op elke ruïneheuvel in de omgeving was wezen picknicken in de hoop aan de praat te raken met mensen die weleens iets hadden gevonden. Ik denk echter dat het vergeefs zoeken is, want een stad met zeven muren is een sprookjesmotief. (In onze eigen literatuur duikt het op in de Walewein.) De cirkelvorm is vermoedelijk wél authentiek: het is de vorm waarin nomadische groepen hun kampen bouwen. En het Medische koninkrijk was ontstaan doordat Iraanse nomadengroepen zich aaneensloten. De huidige cirkelvorm van Hamadan is overigens een gevolg van moderne stadsplanning.

    Dat Ekbatana aanvankelijk geen stad in onze zin van het woord is geweest, blijkt ook uit de woordkeuze van de zesde-eeuwse Naboniduskroniek. Die vermeldt A-gam-ta-nu als residentie van de laatste Medische koning Ištumegu (Astyages), en voorziet de plaatsnaam van een extra teken dat aangeeft dat het een landstreek is, een KUR. Als het een stad zou zijn geweest, had er URU gestaan.

    Een speelgoedram (Archeologisch Museum, Hamadan)

    Ik stel me voor dat er ergens een paleis is geweest; het zal hebben geleken op een tent, net zoals de paleizen die de eerste Perzische koningen bouwden. Bij verschillende gelegenheden kwamen de Medische stammen samen en plaatsten ze hun tenten eromheen. We mogen hopen dat archeologen dat paleis nog eens identificeren. Maar zeven muren? Nee, daar geloof ik niet in.

    Residentie

    Hoe dit alles ook zij, ook nadat de Perzische koning Cyrus de Grote de Meden rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. had onderworpen, bleef Ekbatana een belangrijke nederzetting. Ze lag immers gunstig aan de grote weg van de Iraanse hoogvlakte naar Mesopotamië.

    De massieve huizen van Ekbatana

    Volgens de Griekse geschiedschrijver Xenofon was Ekbatana de zomerresidentie van de Perzische koningen.noot Xenofon, Anabasis, 3.5.15. Een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, beschrijft het paleis dat er in zijn tijd stond.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.27.3-13. De stad zou ooit rijker en mooier zijn geweest dan alle andere steden in de wereld; hoewel er geen stadsmuur was – Polybios polemiseert tegen Herodotos! – was het paleis gebouwd op een kunstmatig terras. Dat zou ongeveer 1¼ kilometer omtrek hebben gehad, en dat is vergelijkbaar met de terrassen waarop de paleizen van Persepolis en Sousa zijn gebouwd. Een in 2000 ontdekte inscriptie vermeldt werkzaamheden ten tijde van koning Artaxerxes II Mnemon (r.404-358).

    Polybios voegt toe dat ooit de dakpannen en zuilen bekleed waren geweest met zilver en goud, maar dat Alexander de Grote dat had laten verwijderen. Die is hier zeker geweest: zijn geliefde Hefaistion is er in 324 overleden.

    De leeuw van Hamadan

    De Parthen

    Ter plekke zal men u vertellen dat een stenen leeuw behoorde bij het grafmonument dat Alexander voor Hefaistion oprichtte. Dit is flauwekul: de leeuw is gevonden op een grafveld uit de tijd van het Parthische Rijk. En de Parthen namen de macht in deze regio pas een à twee eeuwen later over. Ook zij benutten Ekbatana als een van hun residenties.noot Strabon, Geografie 11.13.5.]

    Deze periode begrijpen we het beste. Een deel van een ruim negen meter hoge terrasmuur, een ondergronds aquaduct en diverse huizen met ongelooflijk zware muren zijn geïdentificeerd. Die huizen, ruim zeventien bij zeventien meter groot, zijn te massief gebouwd om gewone woonhuizen te zijn, maar wat het wel kan zijn geweest is onduidelijk. Ze bewijzen echter dat Ekbatana inmiddels van een tentenkamp was geëvolueerd tot een echte stad met monumentale architectuur.

    Sasanidische schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

    Puzzel

    En zo is Ekbatana eigenlijk vooral een puzzel. We hebben mooie verhalen, er is wat archeologische informatie, maar het komt niet samen. Het bewijs is asymmetrisch, om er eens een jargonterm tegenaan te smijten. Ik blijf hopen dat we nog eens een krantenbericht krijgen dat archeologen het “mystery” oplossen van “the lost city”.

    En nu we toch archeoclichés slaken: archeologen identificeren nooit wetenschappelijke data, maar vinden altijd “schatten”. En ja, gouden voorwerpen zijn uit Ekbatana bekend, zie het bovenste plaatje, maar de vindplaatsen zijn dat niet. Zulke voorwerpen spreken tot de verbeelding en bevestigen dat Ekbatana ooit een rijke nederzetting was, maar feitelijk bieden ze geen aanvullende informatie.

    Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Precolumbiaanse culturen

    november 2, 2024
    Griekse politicologie

    mei 12, 2022
    De Meden (1): een fictief koninkrijk

    oktober 2, 2023 Deel dit: #Achaimeniden #AlexanderDeGrote #Astyages #CyrusDeGrote #Deïokes #Ekbatana #Hefaistion #HerodotosVanHalikarnassos #Meden #Naboniduskroniek #ParthischeRijk #Polybios #Walewein #Xenofon
  2. V Macedonica aan de Donau

    Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

    Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

    V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

    Macedonië

    Misschien heeft het even V Scythica geheten, wat suggereert dat het heeft gestreden tegen de nomaden van de Pontische steppe, die zo nu en dan de Donau overstaken. Wellicht heeft het Vijfde, samen met het Vierde, deze stammen verslagen, maar we kunnen deze overwinning niet dateren. Een mogelijke kandidaat is de oorlog van 29-27 v.Chr., waarin de Romeinse commandant Marcus Licinius Crassus (een kleinzoon van de beroemde Crassus) eigenhandig een vijandelijke leider doodde. Het legioen was vrijwel zeker betrokken bij de campagne van Tiberius, de toekomstige keizer, naar het Parthische Rijk die in 20 v.Chr. een diplomatiek einde kreeg.

    Vechten was vanzelfsprekend niet de enige bezigheid van de legionairs. Verschillende inscripties documenteren de aanleg van wegen en andere kunstwerken in het Donaugebied. Het nieuw veroverde land, Moesia, moest nog worden ontwikkeld. Het is goed denkbaar dat een van de officieren in deze jaren Velleius Paterculus was, die schrijft dat hij de delta van de Donau heeft gezien.noot Velleius Paterculus, Romeinse geschiedenis 2.101.

    Moesia en Armenië

    In 6 na Chr. werd V Macedonica overgeplaatst naar Oescus (het huidige Gigen) in Moesia, waar het zou blijven tot 61. Op dit punt bewaakte het de weg langs de zijrivier de Olt naar het zuiden tegen invallen vanuit het koninkrijk Dacië. Het vocht ook aan een ander front: het Vijfde was actief toen keizer Claudius in 45/46 besloot Thracië aan het Romeinse Rijk toe te voegen. De details van deze annexatie zijn vrijwel onbekend.

    In 62 werd het Vijfde overgeplaatst naar het oosten, waar het gestationeerd was in Pontus, ten zuiden van de Zwarte Zee. Nero’s generaal Lucius Caesennius Paetus, de gouverneur van Cappadocië, had XII Fulminata en IIII Scythica (dat eerder was overgeplaatst) en een onderafdeling van V Macedonica een rampzalige campagne gevoerd in Armenië. Bij Rhandeia was dit leger gedwongen geweest zich over te geven en het was aan de gouverneur van Syrië, Gnaeus Domitius Corbulo, om een ​​vergeldingscampagne te lanceren met de legioenen III Gallica, VI Ferrata en X Fretensis. Corbulo lijkt V Macedonica aan zijn hoofdmacht te hebben toegevoegd en wist een compromisvrede te bereiken. Ik blogde er al eerder over.

    Joodse Opstand

    V Macedonica was waarschijnlijk nog in het oosten toen in 66 de Joden in opstand kwamen. Het legioen kwam nu onder bevel van Titus Flavius ​​Vespasianus (de toekomstige keizer). Samen met X Fretensis en XV Apollinaris was het actief in Galilea, waar Sepforis in 67 werd bevrijd. In de daaropvolgende jaren trokken de Romeinen langzaam naar het zuiden. Een van de meest heldendaden van het Vijfde was de bestorming van de berg Gerizim, het belangrijkste heiligdom van de samaritaanse geloofsgemeenschap.

    In 68 werd de oorlog onderbroken omdat keizer Nero zelfmoord had gepleegd en de opvolging onduidelijk was. Het legioen bleef enige tijd wachten, met een kamp in Emmaüs. De aanwezigheid van verschillende grafstenen duidt op zware gevechten.

    Tijdens de volgende zomer werd Vespasianus tot keizer uitgeroepen en ging hij naar Alexandrië, waar hij de graanaanvoer van Rome afsneed en waarvandaan hij leiding gaf aan de oorlog in Italië. Toen het “vierkeizerjaar” 69 voorbij was, wees Vespasianus zijn zoon Titus aan om de oorlog af te ronden met de inname van Jeruzalem. Na de Romeinse overwinning escorteerde het Vijfde Titus naar Alexandrië. Vervolgens keerde het terug naar Moesia, naar Oescus. Het was bijna tien jaar van huis geweest.

    Een inscriptie in de Capitolijnse Musea in Rome

    Opnieuw Moesia

    Halverwege de jaren tachtig reorganiseerde keizer Domitianus de grenzen van de Rijn en de Donau. Moesia werd verdeeld in twee provincies: Moesia Superior en Moesia Inferior. V Macedonica behoorde met I Italica en XI Claudia tot de laatstgenoemde provincie. Het was een moeilijke tijd, want aan de overzijde van de Donau was het koninkrijk Dacië steeds agressiever. De door Domitianus aangewezen commandanten waren redelijk succesvol, maar de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, in 89 belette volledig succes. Een van de officieren in deze tijd was de toekomstige keizer Hadrianus.

    Het was pas later dat de Romeinen afrekende met de Daciërs: in twee grote oorlogen tussen 101 en 106 annexeerde keizer Trajanus het gebied benoorden de Donau. Na gedane arbeid werd V Macedonica overgeplaatst naar het noordoosten, naar Troesmis (het huidige Iglita), vlakbij de delta van de Donau. Hier held het legioen de Roxolani in de gaten, een stam die soms onrustig was (onder andere in 118). Het staat vast dat Trajanus ook soldaten van V Macedonica meenam op zijn onsuccesvolle campagne tegen het Parthische Rijk (115-117). De onderdrukking van de opstand van de messiaanse leider Bar Kochba volgde vijftien jaar later. Dit was een van de zwaarste oorlogen die Rome ooit heeft moeten voeren.

    Er is het een en ander bekend over de niet-militaire taken die de legionairs van V Macedonica in deze jaren uitvoerden. Sommigen dienden in het hoofdkwartier van de gouverneur van Moesia Inferior, in Tomis aan de Zwarte Zee (het huidige Constanța). Met de mannen van XI Claudia bouwden ze het fort van Draschna in het zuidoosten van de Karpaten. Van tijd tot tijd dienden soldaten van V Macedonica op de Krim, waar enkele Griekse steden moesten worden beschermd tegen de nomaden van de Pontische Vlakte. De legioenen van Moesia Inferior waren om beurten verantwoordelijk voor deze buitenpost. Behalve V Macedonica, dienden hier dus ook onderafdelingen van I Italica en XI Claudia.

    [Wordt vervolgd]

    #BarKochba #Claudius #Constanța #Dacië #Emmaüs #GaiusVibiusPansa #Gerizim #GnaeusDomitiusCorbulo #Hadrianus #IItalica #IIIGallica #IIIIScythica #Jeruzalem #JoodseOpstand #Krim #legioen #LuciusAntoniusSaturninus #LuciusCaesenniusPaetus #Moesia #Nero #Oescus #ParthischeRijk #RomeinsLeger #RomeinsParthischeOorlog #Roxolani #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen #Sepforis #slagBijRhandeia #Tiberius #Titus #Tomis #Trajanus #Troesmis #VMacedonica #Vespasianus #VIFerrata #Vierkeizerjaar #VIIIAugusta #XFretensis #XIClaudia #XIIFulminata #XVApollinaris
  3. De opstand van Avidius Cassius

    Portret van een Romeinse man, dus niet per se Avidius Cassius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

    Jaren geleden maakte ik een overzicht van alle Romeinse keizers en usurpatoren – het is nog steeds hier te zien – met foto’s van portretbustes en munten en dergelijke. Ik voegde er wat linkjes bij die leidden naar pagina’s met de voornaamste biografische gegevens en bronnen. Leuk om te doen, maar soms lastig. Van een van de heersers kon ik namelijk almaar geen plaatje vinden: Avidius Cassius.

    Op zich niet zó vreemd. Hij regeerde maar een paar weken, en dan ook nog alleen in een deel van het rijk. Maar toch. Er zijn keizers geweest die korter regeerden, zoals Gordianus I en Gordianus II, en van hen zijn wel portretten bekend. Ik deed eens navraag bij het Bode-Museum in Berlijn, dat een fenomenale collectie munten én een aardige publieksdienst heeft, en die vertelden me dat er geen munten van Avidius Cassius waren. En dat, dat is interessant.

    Rector totius Orientis

    Maar eerst even dit. Avidius Cassius was een succesvolle Romeinse generaal die zich onderscheidde in de Parthische Oorlog van Lucius Verus, de medekeizer van Marcus Aurelius. Ik schreef al dat hij in 165 de Parthische hoofdsteden aan de Tigris bereikte en Seleukeia brandschatte en in Ktesifon het paleis van de Parthische koning Vologases IV vernietigde. Marcus Aurelius benoemde hem tot rector totius Orientis, wat wil zeggen dat hij toezicht moest houden op het hele oosten. Lucius Verus had een soortgelijke positie gehad. Het betekende dat Avidius Cassius instructies kon geven aan een stuk of negen legioenen, ruwweg een derde van de Romeinse landstrijdkrachten.

    Hij controleerde ook de handel met Arabië en Indië, en dat was goed voor een groot deel van de staatsinkomsten. Ook dat is weleens geschat op een derde, maar eerlijk gezegd ben ik daarvan niet overtuigd. In elk geval: hij beschikte over aanzienlijke militaire en financiële middelen. Marcus Aurelius vertrouwde hem.

    Opstand

    Des te groter was de schok toen hij begin 175 in opstand kwam. Avidius Cassius was de man van wie niemand het had verwacht en de man die het Marcus Aurelius heel moeilijk kon maken. Daarom brak de keizer de oorlog tegen de noordelijke stammen voortijdig af, om op te rukken naar het oosten vóór de situatie uit de hand liep.

    Tot op de dag van vandaag weten we niet wat Avidius Cassius bewoog. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio meent dat Marcus Aurelius zwaar ziek was, dat keizerin Faustina II vreesde voor zijn leven en daarom het initiatief nam om de op één na machtigste man in het rijk alvast ten huwelijk te vragen. Zo hoopte ze, als haar echtgenoot overleed, een burgeroorlog vóór te zijn. Zo’n burgeroorlog zou immers funest uitpakken voor haar nog veel te jonge zoon, prins Commodus.

    Als dit waar is – en ik geloof niet dat er veel oudhistorici zijn die het geloven – is Faustina wel naïef geweest. Elke keizer die zijn macht aan iemand anders te danken had, zou ervoor zorgen dat de “king maker” meteen uit de weg werd geruimd. Claudius ruimde Cassius Chaerea op, Nero vermoordde Agrippina, Vespasianus werkte Antonius Primus weg. Faustina’s initiatief zou zijn neergekomen op zelfmoord. Bovendien had Avidius Cassius zelf twee zonen en zou hij meteen Commodus hebben opgeruimd.

    Het enige dat we zeker denken te weten is dat toen Avidius Cassius het (onjuiste) gerucht vernam dat Marcus Aurelius was overleden, hij een gooi naar de macht deed. Een staatsgreep dus tegen Commodus, de legitieme, in het purper geboren troonopvolger.

    De-escalatie

    Een staatsgreep, bovendien, die eigenlijk keurig verliep. Avidius Cassius gaf meteen instructies om zijn “overleden” voorganger te vergoddelijken, zoals gebruikelijk was. Er was een nieuwe keizer, lijkt hij te hebben willen zeggen, maar er was verder geen breuk met het goede beleid van zijn voorganger. Al vrij snel vernam hij dat Marcus Aurelius nog in leven was, en dat kan verklaren waarom hij geen munten sloeg. De-escalatie.

    Marcus Aurelius formeerde niet alleen snel een leger om naar het oosten op te rukken, zoals hij wel doen moest, maar bood tevens clementie aan. De-escalatie. Avidius Cassius kon die echter niet aannemen. Alleen Julius Sabinus, de vijfde keizer uit het Vierkeizerjaar 69, had ooit het purper afgelegd en Vespasianus had hem meteen uit de weg laten ruimen. Dat zou ook het lot van Avidius Cassius zijn geweest, want Marcus Aurelius was wel spreekwoordelijk goed maar niet gek.

    Uiteindelijk maakten de soldaten een einde aan het leven van Avidius Cassius. Mede daardoor hebben we weinig informatie: hij regeerde te kort en kreeg de gelegenheid niet zijn eigen verhaal te doen.

    ***

    Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Christenvervolging? (1)

    december 26, 2017
    Zuigelingensterfte

    juli 15, 2017
    Christenvervolging? (2)

    december 26, 2017 Deel dit:

    #AvidiusCassius #CassiusDio #Commodus #FaustinaII #LuciusVerus #MarcusAurelius #ParthischeRijk #usurpator

  4. De Kushana’s

    Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

    Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Mongolië en Siberië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

    En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

    De muren van Ayaz Kala

    De Kushana’s

    Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg  30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.

    Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

    In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.

    Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)

    Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.

    Een stupa bij Mohra Moradu

    Late Oudheid

    Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)

    Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)

    De noordelijke gebieden vielen in handen van groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.

    Fayaz Tepe

    De onvermijdelijke Kushana’s

    De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.

    Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-klooster

    Ik zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Onbetaald werk

    juli 21, 2017
    Romeins portret

    december 26, 2015
    Het Colosseum (1): de bouw

    augustus 6, 2024 Deel dit:

    #Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute

  5. Lucius Verus versus de Parthen

    Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

    In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

    Crisis

    Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

    Terzijde: ik schreef weliswaar dat de Romeinen geen onoverkomelijke moeilijkheden verwachtten, maar het is aannemelijk dat ze wel iets hebben zien aankomen. Het bewijsstuk is de inscriptie die bekendstaat als EDCS-12401969: ze vermeldt iemand die door Antoninus Pius aan het hoofd van versterkingen naar Syrië is gestuurd. Van de andere kant: het duurde even voordat de Romeinen hun eigen troepenmacht gereed hadden. Een verlaging van het zilvergehalte van de Romeinse munten bewijst dat men onverwacht snel extra geld in omloop moest brengen om de oorlog te financieren.

    Lucius Verus reisde pas na een jaar af naar het oosten om persoonlijk leiding te geven aan de oorlog. Het was menens. Keizerlijke aanwezigheid aan het front was al een kwart eeuw niet meer voorgekomen. De laatste keer was Hadrianus’ oorlog tegen Bar Kochba geweest.

    The Empire Strikes Back

    Verus, die nog geen frontervaring had, bleef overigens op de achtergrond en liet de concrete leiding van de operaties over aan generaals die al wel eens hadden gevochten. Begin 163 rukten de legioenen op naar Armenië, waar ze Artaxata innamen en een nieuwe koning installeerden in een van een Romeins garnizoen voorziene nieuwe hoofdstad. Een emissie van goudstukken waarop de Romeinse keizers de eretitel Armeniacus voeren, bewijst hoe blij ze waren dat ze de schande hadden uitgewist.

    Lucius Verus Armeniacus (Valkhof, Nijmegen)

    Een tweede operatie vond in 164 plaats aan de Eufraat, waar generaal Avidius Cassius de stad Edessa innam en de pro-Romeinse koning Manu weer op de troon plaatste. De Parthische koning Vologases had dus twee recent aangestelde bondgenoten verloren, en lijkt door anderen in de steek te zijn gelaten. Avidius Cassius profiteerde ervan door op te rukken langs de Eufraat, het verzwakte Parthische leger te verslaan bij Doura Europos en het huidige Raqqa in te nemen. In het volgende jaar stootte hij door naar de Parthische hoofdsteden Seleukeia en Ktesifon, gelegen aan de Tigris. Seleukeia brandde hij plat en in Ktesifon maakte hij het koninklijk paleis met de grond gelijk. De Parthen waren verslagen en de twee Romeinse keizers vierden het door eretitels als Parthicus Maximus aan te nemen.

    In het volgende jaar, 166, opereerden de legioenen in het gebied dat de Romeinen Atropatene noemden en wij Azerbaijan. Deze operatie werd echter afgebroken. Onze voornaamste bron, een uittreksel uit het geschiedwerk van de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio, meldt dat Avidius Cassius terugkeerde met grote verliezen aan mensenlevens.noot Cassius Dio, Romeinse geschiedenis . Misschien kwam dat door de uitbraak van een epidemie, waarover ik nog zal bloggen, maar het leger kan ook een nederlaag hebben geleden. Het uittreksel is te kort en te verward om meer te weten.

    Een vredesverdrag volgde: in Armenië werd de status quo hersteld, de Parthen erkenden het Romeinse gezag in Edessa en in Doura Europos, en Lucius Verus bezat de tact om in die laatste stad geen troepen uit Italië te stationeren maar hulptroepen uit Palmyra. Evengoed was Romes invloed nu uitgebreid over de Eufraat en werden voor de overwinning overal in de Romeinse wereld monumenten opgericht. Het Parthenmonument in Efese en de ereboog in het Libische Tripoli zijn maar twee voorbeelden.

    De ereboog in Tripoli

    ***

    Tot 23 november is in het Rheinisches Landesmuseum in Trier een expositie over Marcus Aurelius.

    Mijn boek over de geschiedenis van Libanon is verschenen; de opbrengst gaat via Cordaid naar het geteisterde land.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De wierookroute (3)

    mei 4, 2018
    Het Algerijnse Xanten: Timgad

    december 10, 2019
    Het Romeins klimaatoptimum

    mei 18, 2023 Deel dit:

    #AntonijnseEpidemie #Artaxata #Atropatene #AvidiusCassius #Azerbaijan #CassiusDio #DouraEuropos #Efese #epidemie #Eufraat #Irak #Ktesifon #LuciusVerus #ManuVanEdessa #MarcusAurelius #Palmyra #Parthenmonument #ParthischeRijk #SeleukeiaAanDeTigris #Syrië #TripoliLibië_ #VologasesIV

  6. Titus Livius (4): inhoud

    Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

    [Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

    Avaritia & crudelitas

    Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse zege voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.

    Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.

    De ondergang van de Republiek

    De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over.  Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.

    De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.

    Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.

    Augustus

    Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.

    Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.

    De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.

    Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.

    Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:

    Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.

    Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.

    [wordt morgenochtend vervolgd]

    PS

    Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.

    Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.

    PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    Caesar in Lilybaion

    oktober 1, 2023
    Waarom de Oudheid zo leuk is

    november 1, 2012
    Caesar op de vlucht

    oktober 15, 2023 Deel dit:

    #antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #digressie #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap

  7. Wat is een diadeem?

    Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

    Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

    Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

    De exacte betekenis van deze diademen is onbekend, maar ze suggereren dat de dragers een soort bovenmenselijke status opeisten en het respect claimden dat ook aan de goden werd betoond. Deze uitleg wordt min of meer bevestigd door de eveneens door de Syracutaanse heersers gedragen Perzische gewaden, omdat in die tijd veel Grieken (ten onrechte) meenden dat de Perzische koning door zijn onderdanen werd beschouwd als god.

    De Macedonische diademen

    Soortgelijke diademen zijn bekend uit de koninklijke graven in Vergina (het antiek Aigai), waar de Macedonische koningen werden begraven. Het staat vast dat koning Filippos, de vader van Alexander, goddelijke eerbewijzen heeft gekregen. Hij werd zelfs isotheos genoemd, “godgelijk”. Dat is niet hetzelfde als “god”, maar het scheelt weinig.

    Nadat Alexander zijn tegenstander Darius III Codomannus had verslagen, en mogelijk eerder, droeg hij een diadeem. Het lijkt erop dat hij, als zoon van de god Ammon, hoorns had bevestigd aan zijn diadeem, zoals ook is te zien op zijn munten (zie boven). Enkele jaren later verleende hij enkele vertrouwde hovelingen het recht om eveneens een diadeem te dragen.

    Hellenistische diademen

    Vanaf nu was de diadeem, waarvan de uiteinden op de schouders vielen, een geaccepteerd symbool van koninklijke macht. We weten dat de Diadochen (de opvolgers van Alexander) zich als koning beschouwden vanaf het moment in 306 v.Chr. dat ze de diadeem aanvaardden. Andere heersers kopieerden het symbool, hoewel niet iedereen. We weten dat koning Kassandros van Macedonië en de koningen van Sparta de diadeem niet droegen, en dat op Sicilië ook koning Agathokles van Syracuse de diadeem weigerde. Niettemin was het object nu een gebruikelijk symbool van koninklijke macht, zoals te zien op Seleukische en Parthische munten en Sassanidische rotsreliëfs.

    Rotsreliëf met de investituur van de Sasanidische koning Ardašir, die van de god Ahuramazda een diadeem krijgt.

    De Ptolemaïsche heersers, die een faraonische gewoonte voortzetten, droegen een uraeus-slang op hun diadeem, boven het voorhoofd. Vanaf Ptolemaios IV Filopator (r.222-204) werd de Egyptische diadeem bovendien versierd met zonnestralen, wat lijkt te verwijzen naar het oude geloof dat de koning de beschermeling was van de zonnegod Ra.

    Ook in Judea was de diadeem bekend. We weten dat diverse messiaanse leiders zich tooiden met dit voorbeeld: Simon van Peraia en de herder Athronges bijvoorbeeld. De doornenkroon die de soldaten van Pontius Pilatus aan Jezus van Nazareth gaven, was een wrede parodie op de diadeem, al gebruiken de evangelisten niet het woord diadema maar stefanos, “krans”.

    Ptolemaios IV (Koninklijke bibliotheek, Brussel)

    Romeinse diademen, kransen en kronen

    In de Romeins Republiek, die rabiaat anti-koningschap was, was het dragen van een diadeem onacceptabel. Toen Marcus Antonius in februari 44 v.Chr. Julius Caesar een diadeem wilde ombinden, werd de bevolking boos, en de dictator beval het voorbeeld te wijden aan de oppergod Jupiter. Toen Marcus Antonius later, na zijn huwelijk met de Ptolemaïsche koningin Kleopatra VII, werd gezien met een diadeem, veroorzaakte het evenveel verontwaardiging.

    Diademen werden ook daarna vrijwel nooit gebruikt. Een keizer presenteerde zich altijd als een gewone senator, en alleen op religieuze festivals droeg hij een lauwheidskrans. Pas in de vierde eeuw, toen het keizerschap een wezenlijk ander karakter had gekregen, werden diademen met diamanten en parels symbolen van keizerlijke macht. Ze staan vanaf dan op verschillende goudstukken.

    De IJzeren Kroon

    Een allerlaatste voorbeeld is de beroemde IJzeren Kroon van de Langobarden: feitelijk een zilveren hoepel, bedekt met gouden platen die, net als de keizerlijke diadeem, waren versierd met diamanten en parels. De kronen van latere vorsten zijn deels hierdoor geïnspireerd, en deels door de Ptolemaïsche diadeem met zonnestralen.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Achaimeniden #Agathokles #AlexanderDeGrote #Ammon #Athronges #DariusIIICodomannus #diadeem #Diadochen #Diadoumenos #FilipposII #IJzerenKroon #JuliusCaesar #Kassandros #KleopatraVIIFilopator #koningschap #Langobarden #MarcusAntonius #ParthischeRijk #PolykleitosVanSikyon #PtolemaïscheRijk #PtolemaiosIVFilopator #Ra #RomeinsKeizerschap #Sassaniden #SassanidischeRotsreliëfs #SeleukidischeRijk #SeleukosINikator #SimonVanPeraia #Syracuse

  8. De triomfboog van Septimius Severus

    De triomfboog van Septiumius Severus

    Een van de liefste scenes die Hollywood ooit produceerde is die van een Amerikaanse journalist in Rome die, ’s nachts op weg naar huis wandelend, bij het Forum Romanum een jonge vrouw aantreft, die daar op een muurtje ligt te slapen. Hoe het verder gaat moet u zelf maar zien. Het is een van mijn lievelingsfilms, u zult geen spijt hebben. Mij gaat het echter om het muurtje. Of beter, om de triomfboog op de achtergrond: die van keizer Septimius Severus (r.193-211).

    De Senaat schonk de vorst dit gedenkteken nadat hij de Parthen had verslagen en de oostgrens van het imperium had verlegd van de Eufraat naar de Tigris. De plaats van het monument lag voor de hand: Severus had namelijk ooit gedroomd dat hij op deze plek door een paard zou worden opgetild en keizer zou worden. Het monument, gemaakt van wit marmer, was destijds nog imposanter dan tegenwoordig omdat bovenop een beeldengroep stond: de keizer in een zesspan, geflankeerd door voetknechten en ruiters.

    De Parthische Oorlogen

    Het verloop van de oostelijke campagnes is op tweemaal twee reliëfs afgebeeld, al weten we niet precies wat we zien. Een mogelijke interpretatie is dat het zwaarbeschadigde linkerreliëf aan de Forumzijde onderaan toont hoe het Romeinse leger in het voorjaar van 195 opbreekt voor de oorlog. In het midden was ooit een veldslag te zien en bovenaan de bevrijding van Nisibis, de hoofdstad van een bedreigd vazalstaatje. Hier is een reconstructietekening van dat beschadigde reliëf:

    Reconstructietekening, forumzijde links

    Toen Severus zich in Nisibis had geïnstalleerd, bewoog de Parthische koning de Romeinse bondgenoot Edessa ertoe om in opstand te komen. Op het iets beter bewaarde rechterreliëf is uitgebeeld hoe de Romeinen de stad met een stormram aanvallen en capitulatie afdwingen. Middenin is te zien hoe de verslagenen zich aan de keizer onderwerpen. Bovenaan zien we Severus spreken met zijn nieuwe onderdanen over de inrichting van de nieuwe provincie Mesopotamië.

    Reconstructietekening, forumzijde rechts

    Twee jaar later vond de veldtocht plaats tegen de Parthische hoofdsteden Seleukeia en Ktesifon, een eindje ten zuiden van het huidige Bagdad. Deze nieuwe militaire operatie is afgebeeld op de Capitoolzijde van de triomfboog. Het linkerreliëf toont de aanval op Seleukeia: de stad ligt middenin en de Parthen vluchten naar alle kanten: rechts naar de vlakte, links over de rivier. Bovenaan zien we hoe de stad zich overgeeft.

    Reconstructietekening, Capitoolzijde links

    Op het rechterreliëf aan de Capitoolzijde is aan de onderkant te zien hoe de Romeinen, opnieuw met een stormram, Ktesifon innemen en daarboven hoe Severus zijn manschappen toespreekt. We weten dat de veroveraar bij die gelegenheid zijn oudste zoon Caracalla uitriep tot medekeizer, augustus, en zijn jongste zoon Geta tot kroonprins, caesar.

    Reconstructietekening, Capitoolzijde rechts

    Het werd gevierd op 28 januari 198, niet toevallig de honderdste verjaardag van de troonsbestijging van Trajanus, want zo bracht Severus in herinnering dat hij was geslaagd waar zijn beroemde voorganger had gefaald: de annexatie van land ten oosten van de Eufraat. Het Romeinse Rijk bereikte in 198 zijn grootste omvang. Het Parthische heeft zich er nooit meer van hersteld.

    Geen triomftocht

    De Senaat beloofde de triomftocht al in 195, na de eerste campagne, maar Severus weigerde. Hij was toen net als overwinnaar tevoorschijn gekomen uit een burgeroorlog, het Vijfkeizerjaar, en wilde niet de indruk wekken te triomferen over landgenoten. De campagne van 197 diende deels om de burgeroorlog te doen vergeten.

    Na deze veldtocht maakte Severus een rondreis door het imperium, zodat hij pas in 203, toen hij al tien jaar aan de macht was, de voor hem gebouwde zijn triomfboog zag. De spelen bij zijn terugkeer waren groots en het goud uit Ktesifon werd kwistig uitgedeeld: iedereen in Rome kreeg tien goudstukken, een gemiddeld jaarsalaris.

    Voor de tweede maal stond de Senaat de keizer een triomftocht toe, maar opnieuw weigerde Severus de eer: ditmaal omdat hij leed aan jicht en een modderfiguur zou slaan in de zegekar. De triomfboog zelf wees hij echter niet af.

    Het opschrift

    Het opschrift is een verhaal apart. Het was kunstmatig op lengte gebracht door allerlei titels toe te voegen. De bevolking van het Romeinse Rijk was immers halfgeletterd en geletterden koketteerden graag met hun vaardigheid. Hoe langer de tekst die ze hardop konden voorlezen, hoe beter.

    De inscriptie op de triomfboog van Septimius Severus

    De tekst luidde oorspronkelijk:

    Aan Imperator Caesar Lucius Septimius, zoon van Marcus, Severus Pius Pertinax Augustus, vader des vaderlands, overwinnaar van de Arabische Parthen, overwinnaar van de Adiabenische Parthen, opperpriester, in het elfde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, elfmaal uitgeroepen tot Imperator, driemaal consul, proconsul;

    en aan Imperator Caesar Marcus Aurelius, zoon van Lucius, Antoninus Augustus Pius Felix, in het zesde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, consul, proconsul;

    en aan Publius Septimius, zoon van Lucius, Geta, de zeer hoogstaande Caesar;

    omdat zij met hun bijzondere talenten de staat intern hebben hersteld en het Rijk van het Romeinse volk naar buiten toe hebben vergroot;

    geschonken door Senaat en volk van Rome.

    De Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Augustus Pius Felix en de zeer hoogstaande Caesar Publius Septimius Geta waarvan sprake is, zijn de officiële namen van Caracalla en Geta. Toen die twee na de dood van hun vader de regering overnamen, kregen ze ruzie. De geschiedschrijver Herodianos vertelt de afloop:

    Door zijn verlangen naar de alleenheerschappij besloot Caracalla het uiterste te wagen en een beslissing te forceren door moord met het zwaard, ook als hem dat zijn leven zou kosten. Heimelijke aanslagen hadden immers geen succes en daarom voelde hij zich gedwongen tot een gevaarlijke en riskante onderneming. Toen de broers eens bij hun moeder tezamen waren – Geta uit liefde voor haar, Caracalla omdat het bezoek kans bood op een aanslag – doorstak hij zijn broer. Geta werd dodelijk getroffen en hij stierf, terwijl zijn bloed over de borst van zijn moeder stroomde.noot Herodianos, Romeinse Geschiedenis 4.4.2-3; vert. M.F.A. Brok.

    Na deze dramatische gebeurtenis werd het opschrift op de triomfboog aangepast: de woorden : en voor Publius Septimius, zoon van Lucius, Geta, de zeer hoogstaande Caesar” werden veranderd in “vader des vaderlands, de beste en sterkste vorsten”. Dat de eigenlijke bewoordingen anders waren, is echter nog te zien. In de groeven van de inscriptie lagen in de Oudheid namelijk letters van verguld brons die met pennen waren verankerd in de steen. Toen de nieuwe inscriptie werd aangebracht, bleven in de vierde regel de ankergaten van de oude letters achter, en aan de hand daarvan is de oorspronkelijke versie van de inscriptie gereconstrueerd.

    Geschiedvervalsing dus, en niemand trapte erin. Onmiddellijk na de retouchering circuleerde het grapje dat Caracalla aan zijn militaire eretitels Geticus had kunnen toevoegen, wat zowel “Overwinnaar der Geten” als “Moordenaar van Geta” betekende.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Caracalla #Edessa #ForumRomanum #Geta #Ktesifon #Mesopotamië #Nisibis #ParthischeRijk #Rome #SeleukeiaAanDeTigris #SeptimiusSeverus #triomfboog #triomfboogVanSeptimiusSeverus

  9. De ondergang van het #ParthischeRijk voltrok zich in de loop van de tweede en vroege derde eeuw na Chr. slow motion. De Romeinen speelden de rol van beul maar hadden er weinig voordeel van.

    mainzerbeobachter.com/2023/12/

  10. Het #ParthischeRijk en het Romeinse Rijk stonden drie eeuwen lang tegenover elkaar, nu eens vreedzaam, dan eens gewelddadig.

    mainzerbeobachter.com/2023/12/

  11. Het #ParthischeRijk in #Iran en #Irak was een losse federatie van deelrijken, stadstaten en stammen. Die structuur (of het gebrek daaraan) gaf het rijk een enorme veerkracht.

    mainzerbeobachter.com/2023/12/

  12. Van alle dynastieën die over #Iran hebben geregeerd, heersten de Arsakiden het langst. Vandaag een vierdelige reeks over het #ParthischeRijk. Het eerste deel gaat natuurlijk over het ontstaan.

    mainzerbeobachter.com/2023/12/

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.