#parthische-rijk — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #parthische-rijk, aggregated by home.social.
-
Een antieke hemelsfeer
De hemelsfeer van Qusair ‘AmraIn de woestijn ten oosten van Amman liggen de zogeheten Desert Castles: een stuk of vijftien forten, meest uit de Umayyadische periode (661-750 na Chr.). Sommige zijn ouder: ik blogde al eens over het Romeinse Qasr el-Azraq, dat in 1917/1918 diende als winterkwartier van Lawrence of Arabia. In een ander blogje verwees ik al eens naar Qusair ‘Amra, waar een fresco is te zien van enkele door de Arabieren verslagen koningen. In het badhuis van Qusair ‘Amra is ook bovenstaande schildering aangebracht: een hemelkaart aan de binnenkant van de koepel boven het badhuis. Rond 730 vervaardigd voor prins (later kalief) Walid II, is dit de oudste nog zichtbare geschilderde hemelsfeer.
Het is echter niet de oudst-bekende hemelsfeer, of sfaira, zoals de Grieken het noemden. De Grieks-Romeinse auteur Filostratos, die u moet plaatsen in de eerste helft van de derde eeuw, biedt een beschrijving van zo’n met een sterrenkaart beschilderde koepel. In zijn biografie van Apollonios van Tyana (eerste eeuw na Chr.) vertelt dat hij dat de rondtrekkende Pythagorese wijsgeer met zijn leerling Damis aankomt in Babylon, een van de residenties van de Parthische koningen die destijds heersten over Mesopotamië.
Een hemelsfeer uit Babylon
Filostratos’ beschrijving van de aloude stad oogt, voorzichtig gezegd, niet al te betrouwbaar. Dat hoort bij het genre: Griekse auteurs die schreven over Babylon, behoorden de pracht en praal te beschrijven. Zulke opsommingen van fantastische zaken staan bekend als mirabilia. Wij vinden het wat vreemd, omdat we verwachten dat een biograaf de waarheid schrijft, maar in de Oudheid wilden de lezers vermaakt worden – en dus was een mooi verzinsel welkom. Daarna schrijft Filostratos:
Ze zeggen dat ze ook een zaal hebben aangetroffen waarvan het hoge dak in de vorm van een koepel was gebouwd, als een soort hemelgewelf, en dat het dak de kleur had van saffier, een diepblauwe steen met de kleur van de hemel; in de hoogte zijn afbeeldingen van de goden die zij vereren, glanzend van goud, als uit de ether afkomstig.noot Filostratos, Leven van Apollonios 1.25; vert. Simone Mooij, iets aangepast.
Deze passage is bij mijn weten uniek, en hoewel we te maken hebben met een wonderbaarlijkheid waar de lezer plezier aan zal hebben beleefd, is het vermoedelijk meer dan een verzinsel. Er zit een kern van waarheid in. Nergens in Filostratos’ oeuvre geeft hij namelijk blijk van belangstelling voor planetaria of andere astronomische instrumenten, terwijl de diverse Mesopotamische volken vanouds waren geïnteresseerd in astronomie. Plafonds, beschilderd met sterren (maar geen sterrenbeelden of planeten) waren geen zeldzaamheid.
Ik zie daarom geen reden waarom de Babyloniërs in de Parthische tijd geen afbeeldingen zouden hebben kunnen maken van de planeetgoden Nabu, Ištar, Nergal, Marduk en Ninurta (Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus). Het is niet heel anders dan de opstelling van de standbeelden van deze goden in het Pantheon in Rome, met dit verschil dat de afbeeldingen zich in Babylon in koepel bevonden en niet op grondniveau. Een verschil tussen Babylon en Qusair ‘Amra is dat op laatstgenoemde koepel een sterrenkaart staat afgebeeld terwijl in het oudere voorbeeld de nadruk ligt op de planeten.
Kosmisch recht
Filostratos weet ook waarom de bewoners van Parthisch Babylon zo’n met de kosmische goden beschilderde ruimte hadden gemaakt. In deze kamer sprak de koning recht. Om hem te herinneren aan zijn verantwoordelijkheid, waren er ook vier beeldjes van draaihalzen, de vogels die golden als spreekbuis van de godin van de gerechtigheid. De rechtspraak was dus onderdeel van de door de goden gewenste kosmische orde, waarvan de loop van de planeten en de aardse rechtvaardigheid deel uitmaakten. Dit past naadloos in het Mesopotamische denken.
Of het allemaal klopt wat Filostratos schrijft, weet ik niet. Hij wil de lezers vermaken, en bovendien begrijpt deze Grieks-Romeinse auteur niet per se goed wat hij aantreft in zijn bron. Dát hij het aantrof in een eerdere bron, blijkt uit zijn intro (ze zeggen dat…), maar wat dat van bron is geweest, is ook al wat lastig. Hoe dat ook zij: we hebben hier een antieke beschrijving van een koepel met een afbeelding van het hemelgewelf.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Het ongrijpbare antieke christendom (3)
september 11, 2018
Judas Iskariot
april 16, 2023
Bes, Your Friendly Neighborhood Helping God
november 5, 2019 Deel dit:#ApolloniosVanTyana #astronomie #Babylon #BabylonischeAstronomie #desertCastles #Filostratos #Ištar #JupiterPlaneet_ #Marduk #MarsPlaneet_ #MercuriusPlaneet_ #Nabu #Nergal #Ninurta #ParthischeRijk #QusairAmra #SaturnusPlaneet_ #sfaira #VenusPlaneet_ #WalidII
-
De Kushana’s
Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Mongolië en Siberië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.
En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.
De muren van Ayaz KalaDe Kushana’s
Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg 30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.
Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.
Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.
Een stupa bij Mohra MoraduLate Oudheid
Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)
Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)De noordelijke gebieden vielen in handen groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.
Fayaz TepeDe onvermijdelijke Kushana’s
De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.
Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-kloosterIk zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Heliogabalus (1): de bronnen
september 2, 2024
Apollonios van Tyana (10)
november 8, 2013
De colossus van Constantijn de Grote
mei 31, 2018 Deel dit:#Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute
-
Titus Livius (4): inhoud
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Avaritia & crudelitas
Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse ze voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.
Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.
De ondergang van de Republiek
De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over. Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.
De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.
Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.
Augustus
Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.
Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.
De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.
Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.
Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:
Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.
Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.
[wordt morgenochtend vervolgd]
PS
Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De “Keizerlevens” van Suetonius
november 14, 2024
Groot huis
oktober 30, 2018
Karanovo
september 14, 2014 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap
-
De triomfboog van Septimius Severus
De triomfboog van Septiumius SeverusEen van de liefste scenes die Hollywood ooit produceerde is die van een Amerikaanse journalist in Rome die, ’s nachts op weg naar huis wandelend, bij het Forum Romanum een jonge vrouw aantreft, die daar op een muurtje ligt te slapen. Hoe het verder gaat moet u zelf maar zien. Het is een van mijn lievelingsfilms, u zult geen spijt hebben. Mij gaat het echter om het muurtje. Of beter, om de triomfboog op de achtergrond: die van keizer Septimius Severus (r.193-211).
De Senaat schonk de vorst dit gedenkteken nadat hij de Parthen had verslagen en de oostgrens van het imperium had verlegd van de Eufraat naar de Tigris. De plaats van het monument lag voor de hand: Severus had namelijk ooit gedroomd dat hij op deze plek door een paard zou worden opgetild en keizer zou worden. Het monument, gemaakt van wit marmer, was destijds nog imposanter dan tegenwoordig omdat bovenop een beeldengroep stond: de keizer in een zesspan, geflankeerd door voetknechten en ruiters.
De Parthische Oorlogen
Het verloop van de oostelijke campagnes is op tweemaal twee reliëfs afgebeeld, al weten we niet precies wat we zien. Een mogelijke interpretatie is dat het zwaarbeschadigde linkerreliëf aan de Forumzijde onderaan toont hoe het Romeinse leger in het voorjaar van 195 opbreekt voor de oorlog. In het midden was ooit een veldslag te zien en bovenaan de bevrijding van Nisibis, de hoofdstad van een bedreigd vazalstaatje. Hier is een reconstructietekening van dat beschadigde reliëf:
Reconstructietekening, forumzijde linksToen Severus zich in Nisibis had geïnstalleerd, bewoog de Parthische koning de Romeinse bondgenoot Edessa ertoe om in opstand te komen. Op het iets beter bewaarde rechterreliëf is uitgebeeld hoe de Romeinen de stad met een stormram aanvallen en capitulatie afdwingen. Middenin is te zien hoe de verslagenen zich aan de keizer onderwerpen. Bovenaan zien we Severus spreken met zijn nieuwe onderdanen over de inrichting van de nieuwe provincie Mesopotamië.
Reconstructietekening, forumzijde rechtsTwee jaar later vond de veldtocht plaats tegen de Parthische hoofdsteden Seleukeia en Ktesifon, een eindje ten zuiden van het huidige Bagdad. Deze nieuwe militaire operatie is afgebeeld op de Capitoolzijde van de triomfboog. Het linkerreliëf toont de aanval op Seleukeia: de stad ligt middenin en de Parthen vluchten naar alle kanten: rechts naar de vlakte, links over de rivier. Bovenaan zien we hoe de stad zich overgeeft.
Reconstructietekening, Capitoolzijde linksOp het rechterreliëf aan de Capitoolzijde is aan de onderkant te zien hoe de Romeinen, opnieuw met een stormram, Ktesifon innemen en daarboven hoe Severus zijn manschappen toespreekt. We weten dat de veroveraar bij die gelegenheid zijn oudste zoon Caracalla uitriep tot medekeizer, augustus, en zijn jongste zoon Geta tot kroonprins, caesar.
Reconstructietekening, Capitoolzijde rechtsHet werd gevierd op 28 januari 198, niet toevallig de honderdste verjaardag van de troonsbestijging van Trajanus, want zo bracht Severus in herinnering dat hij was geslaagd waar zijn beroemde voorganger had gefaald: de annexatie van land ten oosten van de Eufraat. Het Romeinse Rijk bereikte in 198 zijn grootste omvang. Het Parthische heeft zich er nooit meer van hersteld.
Geen triomftocht
De Senaat beloofde de triomftocht al in 195, na de eerste campagne, maar Severus weigerde. Hij was toen net als overwinnaar tevoorschijn gekomen uit een burgeroorlog, het Vijfkeizerjaar, en wilde niet de indruk wekken te triomferen over landgenoten. De campagne van 197 diende deels om de burgeroorlog te doen vergeten.
Na deze veldtocht maakte Severus een rondreis door het imperium, zodat hij pas in 203, toen hij al tien jaar aan de macht was, de voor hem gebouwde zijn triomfboog zag. De spelen bij zijn terugkeer waren groots en het goud uit Ktesifon werd kwistig uitgedeeld: iedereen in Rome kreeg tien goudstukken, een gemiddeld jaarsalaris.
Voor de tweede maal stond de Senaat de keizer een triomftocht toe, maar opnieuw weigerde Severus de eer: ditmaal omdat hij leed aan jicht en een modderfiguur zou slaan in de zegekar. De triomfboog zelf wees hij echter niet af.
Het opschrift
Het opschrift is een verhaal apart. Het was kunstmatig op lengte gebracht door allerlei titels toe te voegen. De bevolking van het Romeinse Rijk was immers halfgeletterd en geletterden koketteerden graag met hun vaardigheid. Hoe langer de tekst die ze hardop konden voorlezen, hoe beter.
De inscriptie op de triomfboog van Septimius SeverusDe tekst luidde oorspronkelijk:
Aan Imperator Caesar Lucius Septimius, zoon van Marcus, Severus Pius Pertinax Augustus, vader des vaderlands, overwinnaar van de Arabische Parthen, overwinnaar van de Adiabenische Parthen, opperpriester, in het elfde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, elfmaal uitgeroepen tot Imperator, driemaal consul, proconsul;
en aan Imperator Caesar Marcus Aurelius, zoon van Lucius, Antoninus Augustus Pius Felix, in het zesde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, consul, proconsul;
en aan Publius Septimius, zoon van Lucius, Geta, de zeer hoogstaande Caesar;
omdat zij met hun bijzondere talenten de staat intern hebben hersteld en het Rijk van het Romeinse volk naar buiten toe hebben vergroot;
geschonken door Senaat en volk van Rome.
De Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Augustus Pius Felix en de zeer hoogstaande Caesar Publius Septimius Geta waarvan sprake is, zijn de officiële namen van Caracalla en Geta. Toen die twee na de dood van hun vader de regering overnamen, kregen ze ruzie. De geschiedschrijver Herodianos vertelt de afloop:
Door zijn verlangen naar de alleenheerschappij besloot Caracalla het uiterste te wagen en een beslissing te forceren door moord met het zwaard, ook als hem dat zijn leven zou kosten. Heimelijke aanslagen hadden immers geen succes en daarom voelde hij zich gedwongen tot een gevaarlijke en riskante onderneming. Toen de broers eens bij hun moeder tezamen waren – Geta uit liefde voor haar, Caracalla omdat het bezoek kans bood op een aanslag – doorstak hij zijn broer. Geta werd dodelijk getroffen en hij stierf, terwijl zijn bloed over de borst van zijn moeder stroomde.noot Herodianos, Romeinse Geschiedenis 4.4.2-3; vert. M.F.A. Brok.
Na deze dramatische gebeurtenis werd het opschrift op de triomfboog aangepast: de woorden : en voor Publius Septimius, zoon van Lucius, Geta, de zeer hoogstaande Caesar” werden veranderd in “vader des vaderlands, de beste en sterkste vorsten”. Dat de eigenlijke bewoordingen anders waren, is echter nog te zien. In de groeven van de inscriptie lagen in de Oudheid namelijk letters van verguld brons die met pennen waren verankerd in de steen. Toen de nieuwe inscriptie werd aangebracht, bleven in de vierde regel de ankergaten van de oude letters achter, en aan de hand daarvan is de oorspronkelijke versie van de inscriptie gereconstrueerd.
Geschiedvervalsing dus, en niemand trapte erin. Onmiddellijk na de retouchering circuleerde het grapje dat Caracalla aan zijn militaire eretitels Geticus had kunnen toevoegen, wat zowel “Overwinnaar der Geten” als “Moordenaar van Geta” betekende.
Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u een van mijn boeken kopen (en lezen), zoals Goden en halfgoden. Of ga mee op reis naar Tunesië! Of kom een cursus doen. Of doneer. U kunt deze blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.
Deel dit:#Caracalla #Edessa #ForumRomanum #Geta #Ktesifon #Mesopotamië #Nisibis #ParthischeRijk #Rome #SeleukeiaAanDeTigris #SeptimiusSeverus #triomfboog #triomfboogVanSeptimiusSeverus
-
De ondergang van het #ParthischeRijk voltrok zich in de loop van de tweede en vroege derde eeuw na Chr. slow motion. De Romeinen speelden de rol van beul maar hadden er weinig voordeel van.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-4-het-einde/
-
De ondergang van het #ParthischeRijk voltrok zich in de loop van de tweede en vroege derde eeuw na Chr. slow motion. De Romeinen speelden de rol van beul maar hadden er weinig voordeel van.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-4-het-einde/
-
De ondergang van het #ParthischeRijk voltrok zich in de loop van de tweede en vroege derde eeuw na Chr. slow motion. De Romeinen speelden de rol van beul maar hadden er weinig voordeel van.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-4-het-einde/
-
De ondergang van het #ParthischeRijk voltrok zich in de loop van de tweede en vroege derde eeuw na Chr. slow motion. De Romeinen speelden de rol van beul maar hadden er weinig voordeel van.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-4-het-einde/
-
De ondergang van het #ParthischeRijk voltrok zich in de loop van de tweede en vroege derde eeuw na Chr. slow motion. De Romeinen speelden de rol van beul maar hadden er weinig voordeel van.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-4-het-einde/
-
Het #ParthischeRijk en het Romeinse Rijk stonden drie eeuwen lang tegenover elkaar, nu eens vreedzaam, dan eens gewelddadig.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-3-westelijke-oorlogen/
-
Het #ParthischeRijk en het Romeinse Rijk stonden drie eeuwen lang tegenover elkaar, nu eens vreedzaam, dan eens gewelddadig.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-3-westelijke-oorlogen/
-
Het #ParthischeRijk en het Romeinse Rijk stonden drie eeuwen lang tegenover elkaar, nu eens vreedzaam, dan eens gewelddadig.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-3-westelijke-oorlogen/
-
Het #ParthischeRijk en het Romeinse Rijk stonden drie eeuwen lang tegenover elkaar, nu eens vreedzaam, dan eens gewelddadig.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-3-westelijke-oorlogen/
-
Het #ParthischeRijk en het Romeinse Rijk stonden drie eeuwen lang tegenover elkaar, nu eens vreedzaam, dan eens gewelddadig.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-3-westelijke-oorlogen/
-
Het #ParthischeRijk in #Iran en #Irak was een losse federatie van deelrijken, stadstaten en stammen. Die structuur (of het gebrek daaraan) gaf het rijk een enorme veerkracht.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-2-bestuur/
-
Het #ParthischeRijk in #Iran en #Irak was een losse federatie van deelrijken, stadstaten en stammen. Die structuur (of het gebrek daaraan) gaf het rijk een enorme veerkracht.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-2-bestuur/
-
Het #ParthischeRijk in #Iran en #Irak was een losse federatie van deelrijken, stadstaten en stammen. Die structuur (of het gebrek daaraan) gaf het rijk een enorme veerkracht.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-2-bestuur/
-
Het #ParthischeRijk in #Iran en #Irak was een losse federatie van deelrijken, stadstaten en stammen. Die structuur (of het gebrek daaraan) gaf het rijk een enorme veerkracht.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-2-bestuur/
-
Het #ParthischeRijk in #Iran en #Irak was een losse federatie van deelrijken, stadstaten en stammen. Die structuur (of het gebrek daaraan) gaf het rijk een enorme veerkracht.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-2-bestuur/
-
Van alle dynastieën die over #Iran hebben geregeerd, heersten de Arsakiden het langst. Vandaag een vierdelige reeks over het #ParthischeRijk. Het eerste deel gaat natuurlijk over het ontstaan.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-1-ontstaan/
-
Van alle dynastieën die over #Iran hebben geregeerd, heersten de Arsakiden het langst. Vandaag een vierdelige reeks over het #ParthischeRijk. Het eerste deel gaat natuurlijk over het ontstaan.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-1-ontstaan/
-
Van alle dynastieën die over #Iran hebben geregeerd, heersten de Arsakiden het langst. Vandaag een vierdelige reeks over het #ParthischeRijk. Het eerste deel gaat natuurlijk over het ontstaan.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-1-ontstaan/
-
Van alle dynastieën die over #Iran hebben geregeerd, heersten de Arsakiden het langst. Vandaag een vierdelige reeks over het #ParthischeRijk. Het eerste deel gaat natuurlijk over het ontstaan.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-1-ontstaan/
-
Van alle dynastieën die over #Iran hebben geregeerd, heersten de Arsakiden het langst. Vandaag een vierdelige reeks over het #ParthischeRijk. Het eerste deel gaat natuurlijk over het ontstaan.
https://mainzerbeobachter.com/2023/12/20/het-parthische-rijk-1-ontstaan/