#periochae — Public Fediverse posts
Live and recent posts from across the Fediverse tagged #periochae, aggregated by home.social.
-
Een diadeem voor Julius Caesar
Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.
Caesar was al een paar weken niet in de stad geweest. Er heerste enthousiasme voor de naderende Parthische Oorlog, maar er was ook een vorm van enthousiasme waar Caesar zich ongemakkelijk bij voelde. Nikolaos van Damascus, een tijdgenoot en biograaf van keizer Augustus, vertelt:
Het volk eiste luidkeels dat hij koning zou worden en dat ze niet langer zouden wachten om hem te kronen, aangezien het Lot hem al had gekroond. Maar Caesar antwoordde dat hij, hoewel hij er altijd naar had gestreefd om het volk ter wille te zijn, nooit zou instemmen met zo’n daad. Uit respect voor de republikeinse tradities vroeg hij om begrip voor zijn weigering. Hij verkoos een legale hoogste magistratuur boven een illegale.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.70.
Een diadeem voor Caesar
De biograaf Suetonius vermeldt een soortgelijk incident. Toelichting: een diadeem was een symbool van koninklijke waardigheid. Zie het plaatje hierboven.
Bij zijn terugkeer in Rome na de Latijnse Feesten werd Caesar door het volk met ongekend enthousiasme toegejuicht. Iemand uit de massa plaatste bij die gelegenheid op zijn standbeeld een lauwerkrans, omwonden met een witte band. De volkstribunen Gaius Epidius Marullus en Lucius Caesetius Flavus gaven bevel de band van de krans weg te nemen en de man te arresteren. Maar Caesar voer heftig tegen de tribunen uit en onthief hen van hun functie, woedend omdat de suggestie van het koningschap zo slecht werd ontvangen of, zoals hij zelf beweerde, omdat hem de eer was ontnomen het koningschap te weigeren.noot Suetonius, Caesar 79; vert. Daan den Hengst.
Dit was de tweede van drie incidenten die volgens Titus Livius de samenzwering de wind in de zeilen gaven. Het voorval is in elk geval goed gedocumenteerd, want ook andere auteurs noemen het. Nikolaos van Damascus weet dat het standbeeld van goud was en stond op de Rostra, het sprekersplatform op het Forum Romanum.
Zodra Caesar van het voorval hoorde, riep hij de Senaat bijeen in de Tempel van Concordia en beschuldigde hij de tribunen ervan dat zij zelf het beeld in het geheim met de diadeem hadden gekroond om hem publiekelijk te beledigen en (hem en de Senaat negerend) de indruk te wekken dat ze zich als dappere mannen gedroegen, terwijl het hem, Caesar, aan eergevoel ontbrak.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.
Paranoia
Dat de volkstribunen, om te laten zien dat ze deugden, de diadeem zélf hadden laten aanbrengen, klinkt behoorlijk paranoïde. Maar er was zeker reden voor bezorgdheid.
Caesar voegde eraan toe dat hun gebaar een groter plan en een ernstiger bedreiging verried: als ze er ooit in zouden slagen hem als usurpator bij het volk in diskrediet te brengen, zou een weergaloze crisis volgen en zou hij gedood worden.noot Nikolaos van Damascus, Augustus fr.69.
Caesar wist dat er plannen waren hem te doden en redeneerde dat de volksgunst een garantie vormde voor zijn leven. Hij vermoedde bovendien (en terecht) dat als hij gedood zou worden, de anarchie zou terugkeren. Ook Cicero dacht er zo over, zoals we in een eerder stukje hebben gezien. Suetonius noteert:
Caesar zou zelfs bij herhaling hebben gezegd dat de staat er, meer dan hijzelf, bij gebaat was dat hij in leven bleef. Hij had al macht en roem in overvloed verworven, maar de staat zou, als hem iets overkwam, geen rust meer kennen en nog veel zwaarder door burgeroorlogen worden geteisterd.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.
Moi ou le chaos
Het incident met de diadeem op het standbeeld zegt veel over Caesars pogingen een voor iedereen aanvaardbare machtspositie te scheppen. Enerzijds bleef hij demonstratief binnen de constitutionele grenzen. Daarmee probeerde hij de verwijten van de complotteurs te pareren. Anderzijds was er dreiging: hij benadrukte dat als hij weg zou vallen, de gevolgen catastrofaal zouden zijn. Moi ou le chaos.
En verder moesten oude grieven maar vergeven en vergeten zijn. Caesar gaf het voorbeeld. Ballingen mochten terugkeren, de weduwen van gedode tegenstanders werden hersteld in hun rechten. Het leek te werken – er was althans enige toenadering toen de senatoren een eed van trouw aflegden.
Er zijn er die menen dat hij, vertrouwend op het laatste Senaatsbesluit en de eed van de senatoren, zelfs de Spaanse lijfwachten, die hem overal met getrokken zwaard begeleidden, had weggezonden.noot Suetonius, Caesar 84; vert. Daan den Hengst.
Binnen twee maanden zou duidelijk zijn dat Caesar te optimistisch was geweest.
[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.
Zelfde tijdvak
De “Keizerlevens” van Suetonius
november 14, 2024
Nogmaals de Zijderoute
juni 24, 2022
Marcus Antonius
juli 4, 2016 Deel dit: #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #AlbaanseBerg #diadeem #dictator #JuliusCaesar #koningschap #LatijnseFeesten #NikolaosVanDamascus #Periochae #Rome #Rostra #Suetonius #TitusLivius -
Titus Livius (4): inhoud
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)[Vierde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
Avaritia & crudelitas
Ik was vanmorgen begonnen met een samenvatting van het geschiedwerk van Titus Livius en had de tweede eeuw v.Chr. bereikt. Nu volgt het conflict tussen twee rivaliserende Romeinse staatslieden: Marius en Sulla. De boeken 66-70 gaan over de opkomst van Marius en worden gevolgd door zes boeken over de Bondgenotenoorlog, waarin de Romeinen moeten vechten tegen hun Italische medestanders, die burgerschap eisen. Na een Romeinse ze voeren de Romeinen oorlog tegen koning Mithridates van Pontus, zonder hem te overwinnen. Generaal Sulla neutraliseert het probleem, keert terug naar Italië en bestuurt de republiek als dictator.
Dit deel van de geschiedenis van Rome vanaf de oprichting, dat de verdeeldheid van de Romeinse elite hekelt en eindigt met de dood van Sulla, werd waarschijnlijk aan het begin van onze jaartelling gepubliceerd. De Periochae maken duidelijk dat Livius vaak aangaf dat politieke vraagstukken werden opgelost per vim, “met geweld”. Andere terugkerende begrippen zijn avaritia en crudelitas, “gierigheid” en “wreedheid”. Het was dus geen opbeurende lectuur, al zal Livius hebben opgemerkt dat met Augustus alles beter was geworden.
De ondergang van de Republiek
De boeken 91-105, gepubliceerd rond 5 na Chr., gaan over de opkomst van Pompeius, Crassus en Julius Caesar. We vernemen hoe de jonge Pompeius met succes vecht tegen de rebellenleider Sertorius in Hispania, zich bindt aan Crassus en consul wordt, en later vecht tegen de Cilicische piraten, Mithridates en de Joden. Hierop volgt de formatie van het Eerste Driemanschap, door Livius getypeerd als “een samenzwering tegen de staat door de drie voornaamste burgers”. Caesars sensationele Gallische oorlog eindigt met een climax: de Romeinen steken in Boek 105 niet alleen de Rijn maar ook het Kanaal over. Deze ontknoping suggereert dat Livius’ boodschap was dat Romeinen, als ze hun verdeeldheid maar overwonnen, de grootste dingen konden bereiken. Het is interessant dat Boek 104 een digressie heeft gehad geweest over Germaanse gewoonten, wat suggereert dat Livius de rapporten heeft gelezen van de Romeinse generaals Drusus en Tiberius.
De volgende decade gaat over de staatsgreep van Caesar. Boek 106 begint met de dood van Julia, Caesars dochter en de echtgenote van Pompeius. Vanaf nu zijn de harmonieuze relaties tussen de Romeinse leiders verdwenen. Ramp volgt op een ramp. De Belgische leider Ambiorix verslaat de legioenen van Caesar en de Parthische commandant Surena verslaat de soldaten van Crassus in Carrhae. Er is onrust in Rome, Caesar wordt verslagen bij Gergovia, en hoewel hij in Boek 108 de Galliërs verslaat, verslechtert zijn relatie met Pompeius nog verder. De Tweede Burgeroorlog breekt uit. Ik citeerde in een eerder blogje al Livius’ jeugdherinnering aan een waarzegger die in Padua de uitkomst van de slag bij Farsalos “zag”. Boek 115, waarschijnlijk gepubliceerd in 8 na Chr., eindigt met Caesars viervoudige triomf. Het moet bemoedigend zijn geweest voor Livius’ tijdgenoten, die net ernstige militaire tegenslagen in Illyricum hadden geleden.
Boek 116 begint met het complot tegen Caesar. Livius’ oordeel over de dictator: “Het valt niet uit te maken of het beter was voor de republiek dat Caesar werd geboren of dat beter was geweest als hij nooit was geboren.” De hele pentade (dus de boeken 116-120) beschrijft dan het conflict tussen Marcus Antonius en Octavianus. Vijf boeken is veel ruimte voor slechts twee jaar, maar Padua, waar Livius is geboren, speelde in deze oorlog een rol en Livius had het meegemaakt. Hij zal de gebeurtenissen belangrijker hebben gevonden dan wij. Boek 120 beschrijft hoe de twee kemphanen met Lepidus het Tweede Driemanschap sluiten.
Augustus
Livius publiceerde deze pentade in ca.10 na Chr. en het is mogelijk dat hij opnieuw benadrukte dat heersers samenwerken, een thema dat in deze jaren steeds belangrijker was in de Augusteïsche propaganda. Uit deze jaren stamt een tempel voor Concordia en ook werd Tiberius ingewerkt als opvolger.
Maar ook al stemde Titus Livius in met de heerschappij van Augustus, hij wilde ook niet ontkennen dat diens regering met geweld was begonnen. Moderne oudheidkundigen wijzen wel op de opmerking in de Periochae dat Boek 121 en de volgende boeken zijn gepubliceerd “na de dood van Augustus”. Dat hoeft niet te betekenen dat Livius censuur vreesde; hij lag ongeveer op schema.
De boeken 121-133 vertellen over de oorlog van de Driemannen tegen Brutus en Cassius, culminerend in de Dubbele veldslag bij Filippoi (Boek 124). Daarop volgen Marcus Antonius’ oorlog tegen de Parthen (Boek 128) en Octavianus’ oorlogen tegen Sextus Pompeius en in Illyricum. Lepidus verdwijnt van het toneel (Boek 129) en Marcus Antonius ontmoet Kleopatra. De Zeeslag bij Aktion rondt het verhaal af.
Misschien was dit het oorspronkelijke eindpunt van Livius’ project. Hij was ooit begonnen met een geschiedenis van Rome, en had nu het moment bereikt waarop hij zich aan dat werk had gezet. Hij had toen gedacht dat na de burgeroorlogen een ethisch reveil mogelijk was. De Romeinse wereld was inderdaad vreedzamer geworden, maar hij moet hebben opgemerkt dat de republiek, met zijn publieke debatten, was veranderd in een monarchie, waar beslissingen werden genomen door één man. En in het geheim.
Livius was daardoor niet in staat iets te produceren zoals de voorgaande drieëndertig boeken, waarin hij vierentwintig jaar had beschreven. Na boek 134 verviervoudigt het tempo van zijn verhaal: hij beschrijft tweeëntwintig jaar in slechts negen boeken. Het verhaal was nu heel anders dan het voorafgaande en het is mogelijk dat Livius zijn belangstelling begon te verliezen. Het is waarschijnlijk dat boek 134 begon met de woorden van fragment 58:
Ik heb inmiddels genoeg roem verdiend en zou een punt achter mijn geschiedwerk kunnen zetten, maar mijn rusteloze geest voedt zich met het schrijven.
Titus Livius bleef dus schrijven. De Periochae van de laatste boeken zijn zeer kort en suggereren niet dat het opwindende lectuur was. Dat was niet Livius’ schuld. De tijden waren aan het veranderen. De trieste paradox van de geschiedschrijving is immers dat alleen oorlogen en rampen materiaal leveren voor een boeiend narratief. Als de laatste boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad wat saai waren, was het omdat Livius tot zijn geluk niet leefde in interessante tijden.
[wordt morgenochtend vervolgd]
PS
Het hing al een tijdje in de lucht, maar de universiteit van Cardiff sluit inderdaad alle oudheidkundige opleidingen. Een nieuwe bijdrage aan het lijstje hier.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
De “Keizerlevens” van Suetonius
november 14, 2024
Groot huis
oktober 30, 2018
Karanovo
september 14, 2014 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #Augustus #DerdeBurgeroorlog #EersteDriemanschap #GaiusMarius #GallischeOorlog #GnaeusPompeiusMagnus #JuliaI #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #LuciusCorneliusSulla #MarcusLiciniusCrassus #MithridatesVIEupator #Octavianus #ParthischeRijk #Periochae #slagBijFarsalos #Tiberius #TitusLivius #TweedeBurgeroorlog #TweedeDriemanschap
-
Titus Livius (3): inhoud
Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)[Derde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]
De Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad van Titus Livius was een zeer, zeer ambitieus werk. In totaal verschenen niet minder dan 142 boekrollen. De lengte van zo’n rol kwam overeen met pakweg vijfenzestig bladzijden in een modern pocketboek. De totale lengte van Livius’ geschiedwerk bedroeg dus een slordige 9.250 pagina’s ofwel eenendertig pocketboeken. Hij schreef dit alles in ongeveer vijfenveertig jaar, wat betekent dat hij elk jaar ruim rollen of 205 pagina’s publiceerde. Ook met een tekstverwerker is dat alleszins respectabel.
Er zijn twee gevolgen. Eén: dit werk was te groot om volledig tot ons te komen. We hebben alleen nog de boeken 1-10 en 21-45. Misschien duikt nog eens iets op in de Egyptische woestijn of bij de papyri uit Herculaneum, waar inmiddels een boekrol is geïdentificeerd van een jongere Romeinse geschiedschrijver. Twee: het is duidelijk dat Titus Livius gebruik moest maken van eerdere geschiedwerken en zelden de mogelijkheid had tot archiefonderzoek. Dat had gevolgen, waarover we het nog @zullen hebben.
Wat heeft Livius te vertellen? Er zijn dus maar 35 van 142 rollen over. De inhoud van de niet overgeleverde boeken (dus 11-20 en 46-142) is echter bekend uit een vierde-eeuws uittreksel, de beknopte Periochae. We kunnen bovendien iets weten over de verloren teksten omdat die door latere auteurs zijn benut. Zo is bijvoorbeeld Lucanus’ gedicht Pharsalia, een gedicht over de Romeinse burgeroorlogen waarin Pompeius de held is en Julius Caesar de schurk, vermoedelijk gebaseerd op Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad.
De vroege republiek
We weten dat het werk was georganiseerd in pentaden en decaden, groepen van vijf en tien rollen. De eerste pentade gaat over de oorsprong van Rome tot de zomer van 386 v.Chr.noot Of 390 volgens het chronologische systeem van Varro, dat Livius niet gebruikte. Anders dan sommige moderne geleerden begreep Livius de fouten daarvan. In het eerste boek vertelt hij de legendes van Rome als een koninkrijk; hij gaat verder met de oprichting van de republiek door Brutus en Valerius Publicola; en na een verslag van de moeilijke vijfde eeuw (boeken 2, 3 en 4) culmineert de eerste pentade in een adembenemend verslag van de inname van Veii, de plundering van Rome door de Galliërs, en de tweede stichting onder de auspiciën van Marcus Furius Camillus. De cirkel is gesloten.
Dit deel van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad is voltooid rond 26 v.Chr. Livius vermeldt namelijk Octavianus’ titel Augustus, die dateert uit 27 v.Chr., maar weet niets van de sluiting van de tempel van Janus in 25. Livius presenteert Camillus, zegevierend in oorlog en tweede stichter van de stad, als alter ego van Augustus. Het is interessant dat hij Camillus dux noemt, een titel die ook Octavianus had gebruikt.
De volgende tien boeken hadden betrekking op de verovering van Italië. De eerste helft – de tweede pentade dus – is over en daarover wil ik nog eens bloggen. Aanvankelijk moet Rome zich nog herstellen van de crisis, maar aan het einde van boek 10 hebben de Romeinen de Etrusken, de Umbriërs, de Galliërs en de Samnieten verslagen – de slag bij Sentinum (295 v.Chr.) Hoewel het verhaal van de eenwording van het Apennijnse schiereiland daarmee nog niet voorbij is – daarvoor was de volgende pentade – was de beslissende strijd gewonnen door de zelfopoffering van enkele beroemde Romeinen, zoals Publius Decius Mus. Dit is in lijn met de propaganda van Augustus.
De derde eeuw v.Chr.
De volgende vijf boeken van de Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad zijn verloren. Uit de Periochae weten we dat deze pentade de eenwording van Italië omvatte, met onder meer de oorlog tegen koning Pyrrhos van Epirus. Als Livius schreef met zijn gewone tempo van ruim drie rollen per jaar, zal hij de boeken 6-15 rond 24 v.Chr. hebben afgerond.
In de boeken 16-20 werd het eerste conflict met Karthago beschreven: de Eerste Punische Oorlog, het langste en grootste militaire conflict in de oude wereld. De Tweede Punische Oorlog, een conflict van minder grote omvang, vormt het thema van de volgende tien boeken (21-30), waarvan de helft is gewijd aan de successen van de Karthaagse generaal Hannibal en de helft aan de successen van zijn Romeinse tegenstander Publius Cornelius Scipio Africanus.
Toen Livius zijn werk rond 19 v.Chr. voortzette, werd hij plotseling moe, als we althans het voorwoord van de volgende pentade mogen geloven:
Wanneer ik me realiseer dat drieënzestig jaren – want zoveel zijn het er vanaf de Eerste Punische Oorlog tot het eind van de Tweede – evenveel boeken bij mij in beslag hebben genomen als de 487 jaar vanaf de stichting van de stad tot het consulaat van Appius Claudius, die de eerste oorlog tegen de Karthagers begon, dan voorzie ik nu al wat me te wachten staat: net als iemand die zich laat verlokken door het ondiepe water langs de kust en de zee in waadt, kom ik met elke stap voorwaarts in veel grotere diepte, ja in een soort afgrond terecht, en het werk lijkt bijna toe te nemen, terwijl het door het voltooien van de eerste delen minder groot leek te worden.noot Livius 31.1.3-5; vert. Hetty van Rooijen.
Dat Livius zich realiseerde dat zijn werk eigenlijk te groot was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat zijn digressies, de korte uitweidingen waarmee auteurs aanvullende informatie geven, vanaf dit punt korter worden. Hij moest zich haasten.
De midden-Republiek
De derde groep van vijftien boeken heeft betrekking op de verovering van het oostelijke Middellandse Zeegebied in de jaren 201-167. Drie machtige hellenistische koninkrijken verzetten zich tegen Rome: Macedonië, het Seleukidische Rijk in Azië en het Ptolemaïsche Rijk van Egypte. In de boeken 31-35 lezen we hoe de Romeinen met Macedonië omgingen en Griekenland bevrijdden; in de volgende pentade staat de oorlog tegen de Seleukidische koning Antiochos III de Grote centraal; en in de laatste vijf boeken wordt het Macedonische koninkrijk geliquideerd na de slag van Pydna. De climax is een Romeinse ambassade in Alexandrië, waar een Romeinse diplomaat koning Antiochos IV Epifanes, die op het punt staat Egypte te veroveren, gelast naar huis terug te keren. De lezer die dit punt had bereikt, wist dat Rome een supermacht was geworden.
Het volgende decade (Boeken 46-55), inmiddels verloren, markeren het keerpunt in de Romeinse geschiedenis, althans volgens Livius. Rome moest zich nu gedragen als een supermacht, maar kon de verantwoordelijkheden niet aan. Aanvankelijk kon het zijn wil nog opleggen aan enkele Ptolemaïsche vorsten, maar in boek 48 begint alles te veranderen. Eerst is er een nieuwe en onnodige oorlog: de Derde Punische Oorlog, die door de Romeinen wordt uitgelokt en leidt tot de ondergang van Karthago (in boek 51). Volgens de meeste Romeinse geschiedschrijvers verviel Rome nu tot decadentie en verloren de Romeinen hun voorouderlijke kwaliteiten.
Dit is al te zien in Boek 48, waarin generaal Servius Sulpicius Galba zich in Hispania ontpopt tot een oorlogsmisdadiger, en de lokale leider Viriathus de Romeinen bezighoudt tot in Boek 54. De Romeinen veroveren intussen Griekenland (Boek 52) en staan aan het einde van Boek 55 voor het eerst bij de Oceaan: de rand van de aarde. Livius bereikte dit punt in ca.11 v.Chr.
De volgende decade (56-65) valt uiteen in twee duidelijk herkenbare pentaden. De eerste gaat over een nieuwe reeks Spaanse oorlogen, culminerend in de verovering van de Keltiberische hoofdstad Numantia. Het centrale thema is echter de strijd tegen de hervormingen van Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Het conflict waarin de laatste wordt gedood, betekent dat de Romeinen geweld beginnen te gebruiken tegen elkaar.
Ondertussen worden buitenlandse vijanden, zoals de Numidische koning Jugurtha en enkele Germaanse stammen, onverwacht gevaarlijk. Titus Livius heeft hun successen waarschijnlijk gepresenteerd als gevolg van de morele ineenstorting van Rome. (Een verwijzing naar een toespraak over het huwelijk, in 9 v.Chr. gehouden door keizer Augustus, bewijst dat Boek 59 nadien is voltooid.) Boek 65 was, als de Periochae betrouwbaar is, een litanie van Romeinse rampen.
Mijn boek over Libanon is verschenen. De opbrengst is geoormerkt voor Cordaid Libanon.
PS: u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.
Zelfde tijdvak
Han-China
mei 2, 2025
Horoscoop en sterrentaal
november 10, 2019
De eerste wereldtaal
september 26, 2017 Deel dit:#antiekeGeschiedschrijving #AntiochosIIIDeGrote #AntiochosIVEpifanes #DerdePunischeOorlog #EerstePunischeOorlog #GaiusSemproniusGracchus #Hannibal #Jugurtha #KlassiekeGeschiedschrijvers #MarcusFuriusCamillus #Periochae #Pydna #PyrrhosVanEpirus #ScipioAfricanus #Sentinum #TiberiusSemproniusGracchus #TitusLivius #TweedePunischeOorlog #Viriathus