home.social

#han-dynastie — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #han-dynastie, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De Oudheid samengevat (door artificiële intelligentie)

    Een van de lezers van deze blog, Bart Strörmann, stuurde me eind vorige maand een door artificiële intelligentie gegenereerd lijstje van tien belangrijke gebeurtenissen uit de Oudheid en vroeg mijn commentaar daarop. “Wat een leuke vraag!”, dacht ik, “daar zit een tof blogje in”. En vervolgens raakte ik dat lijstje kwijt. Sorry Bart. Ik heb Claude gevraagd een nieuw en iets langer lijstje te genereren.

    Goedemorgen! Zou u een lijst kunnen geven van de vijftien belangrijkste gebeurtenissen uit de Oudheid?

    Hier is het antwoord.

    1. Uitvinding van het schrift (rond 3200 v.Chr., Sumerië) Het spijkerschrift in Uruk markeert het begin van de geschreven geschiedenis.
    2. Eenwording van Egypte (rond 3100 v.Chr.) Boven- en Beneden-Egypte worden één rijk onder de farao’s.
    3. Bloei van de Indusbeschaving (rond 2600-1900 v.Chr.) Steden als Harappa en Mohenjodaro kennen geavanceerde stadsplanning en een tot nu toe onontcijferd schrift, een van de grootste vroege beschavingen naast Sumerië en Egypte.

    Dit lijkt me een perfect begin. Het feit dat het schrift wordt genoemd, betekent dat de AI begrijpt (of reproduceert) dat dit echt een game changer was. Het staat natuurlijk op alle websites. Schrift was een zogeheten “container”: iemand doet er informatie in die er op een andere plek of op een ander tijdstip uit kan worden gehaald.

    1. Wetten van Hammurabi (rond 1750 v.Chr.) Een van de oudste uitgebreide wetscodes uit Babylon, fundamenteel voor bestuur en recht.

    De tekst is belangrijk, maar niet omdat ze fundamenteel was voor bestuur en recht. Geen mens kon de lange spijkerschrifttekst lezen. Het vertelt wel iets over het verlangen van de vorst om zichzelf te presenteren als rechtvaardig.

    1. Shang-dynastie en het ontstaan van het Chinese schrift (rond 1600-1046 v.Chr.) De orakelbotinscripties vormen de vroegste vorm van Chinees schrift en markeren het begin van de historische Chinese beschaving.
    2. Ineenstorting van de Bronstijd (rond 1200 v.Chr.) Gelijktijdige val van het Rijk van de Hittieten, Mykene en andere machten in het oostelijk Middellandse Zeegebied, gevolgd door een donkere periode.

    Leuk geprobeerd, en gebaseerd op gangbare websites, maar zo duister is die periode niet meer. En het idee van een “val” is ook wat uit de mode aan het raken. Bonuspunt voor het vermijden van het woord Zeevolken.

    1. De Axiale tijd (rond 8e-3e eeuw v.Chr., met een piek rond 500 v.Chr.) Confucius en Lao Zi in China, Boeddha in India, Zarathuštra in Perzië, de Hebreeuwse profeten en de Griekse filosofen (Sokrates, Plato) ontwikkelen vrijwel tegelijkertijd fundamenteel nieuwe ideeën over ethiek en het bestaan, verspreid over heel Eurazië.

    Dit is flauwekul. Het idee van een Achsenzeit waarin alles tegelijk zou zijn gebeurd, is chronologisch niet houdbaar. Zarathuštra leefde een paar eeuwen eerder en niet in Perzië. Als je een periode van 800 tot 200 aanwijst, tja: dat is wel heel vaag.

    1. Opkomst van Achaimenidisch Perzië (vanaf 550 v.Chr.) Cyrus de Grote bouwt het grootste rijk dat de wereld tot dan toe had gezien, van Egypte tot de Indusvallei.

    De Assyriërs legden de grondslagen van dat rijk, maar vooruit: ik reken het goed, al waren het Cyrus’ opvolgers die het rijk uitbreidden tot de genoemde omvang.

    1. Grieks-Perzische Oorlogen en Atheense democratie (5e eeuw v.Chr.) De Griekse stadstaten weerstaan de Perzische expansie, terwijl Athene experimenteert met de eerste vorm van democratie.

    Oei. Wat de AI hier feitelijk reproduceert, al staat het er niet expliciet, is het negentiende-eeuwse verhaal dat er een oosterse cultuur was en een westerse, en dat die laatste dankzij de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen overleefde. Zo bleven democratie, vrijheid en humanisme bestaan, die anders zouden zijn gestikt in oosters despotisme en obscurantisme. Weber veegde al ruim een eeuw geleden de vloer in met dit soort kletspraat. Meer hier.

    1. Veroveringen van Alexander de Grote (336-323 v.Chr.) Alexander verslaat het Perzische Rijk en trekt tot in India, waardoor Griekse en Aziatische culturen zich vermengen (hellenisme).

    Woordkeuze: de diverse culturen vermengden niet maar bestonden naast elkaar. Dat is wezenlijk anders.

    1. Maurya-rijk en keizer Ashoka (rond 268-232 v.Chr.) Ashoka verenigt vrijwel het hele Indiase subcontinent en bekeert zich tot het boeddhisme, wat bijdraagt aan de verspreiding ervan door Azië.
    2. Eenwording van China en opening van de Zijderoute (221 v.Chr. – 130 v.Chr.) Qin Shi Huangdi verenigt China en bouwt aan de Grote Muur; onder de Han-dynastie opent Zhang Qian de Zijderoute, die Rome, Perzië, India en China met elkaar verbindt.

    Dit lijkt me in orde.

    1. Van Romeinse Republiek naar Keizerrijk (27 v.Chr.) Na de Punische Oorlogen en burgeroorlogen wordt Augustus de eerste keizer, wat de Pax Romana inluidt.

    Ik zou hebben gezegd: vanuit Italië wordt het Middellandse-Zeegebied verenigd. Maar het belang is correct geïdentificeerd. Ik zou de gelijktijdigheid van de bloei van dat Mediterrane Rijk en Han-China hebben genoteerd.

    1. Val van West-Rome en bloei van het Guptarijk (5e-6e eeuw na Chr.) Terwijl West-Rome in 476 uiteenvalt, beleeft India onder de Gupta’s een “gouden eeuw” van wetenschap, wiskunde (het cijfer nul) en kunst – een teken dat het einde van de Oudheid zich niet overal gelijktijdig voltrekt.

    Beter: het keizerlijk hof in Constantinopel verliest tijdelijk het gezag over Italië en de Maghreb, en voorgoed over de westelijke periferie.  De parallel met Gupta-India zou ik zelf niet hebben bedacht, dus hier pikte ik iets leuks op.

    1. Opkomst van de islam (eerste helft 7e eeuw na Chr.) Mohammeds prediking vanaf 610 en de snelle Arabische veroveringen vormen het slot van de Oudheid en de opmaat naar de Middeleeuwen in het hele continent.

    Hier zou ik zelf ook eindigen. Kortom, ik vind het al met al een aardig lijstje, dat precies biedt wat je verwacht: namelijk de grootste gemene deler van wat de artificiële intelligentie online heeft kunnen vinden. Het is knap dat Claude uit die ongedifferentieerde nevenschikking van zinvolle en onzinnige informatie een hoofdlijn weet te distilleren, en het is jammer dat het een verouderd verhaal oplevert.

    Ik weet niet of ik vooruitzie naar de toepassing van artificiële intelligentie. Het lijkt me wél een handig middel om al die nooit geciteerde archeologische rapporten eens samen te vatten en patronen te ontdekken. Een oefening als deze levert echter een verhaal op dat op één punt meer dan een eeuw verouderd is. Dat is bedenkelijk en ik vrees dat de toekomst ons een nieuwe waarheidstheorie zal brengen, waarin waarheid niet langer betekent dat een bewering correspondeert met de feiten of consistent is met eerdere waarheden, maar waarin als waar geldt wat de AI zegt. We leven in interessante tijden, zullen we maar zeggen.

    Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

    Deel dit: #Achaimeniden #Achsenzeit #AlexanderDeGrote #artificiëleIntelligentie #Ashoka #AtheenseDemocratie #Augustus #Boeddha #Confucius #Constantinopel #container #CyrusDeGrote #HanDynastie #Harappa #Hittieten #LaoZi #Maurya #MaxWeber #Mohammed #Mohenjodaro #PerzischeOorlogen #Plato #QinShiHuangdi #ShangDynastie #Sokrates #Uruk #waarheid #WettenVanHammurabi #Zarathuštra #Zeevolken #ZhangQian #Zijderoute
  2. De terugkeer van de Valse Marius

    Munt met de komeet van de Divus Julius (Teylers Museum, Haarlem)

    Als ik de oude formule aanhaal met de namen van de consuls, namelijk Julius Caesar en Marcus Antonius, en als ik vertel dat we ons dus bevinden in het jaar 44 v.Chr., en als ik toevoeg dat het begin mei zal zijn geweest, dan weet u dat dit het laatste blogje moet zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat is iets heel bijzonders.

    Maar eerst even terug naar de zogeheten “valse Marius”, waarover we het in augustus hebben gehad. Die avonturier had zich, toen Caesar in Spanje was, aangediend als achterneef van de dictator en had aanzienlijke steun weten te verwerven, zelfs binnen Caesars familie. Bij Caesars terugkeer was de man even luid toegejuicht als de zegevierende generaal, die hem uit Italië had weggestuurd. Ik constateerde al dat het een vorm van naïef positivisme is om het oordeel van de bronnen, dat de man een charlatan was, zomaar over te nemen. We weten het gewoon niet.

    De terugkeer van de Valse Marius

    Eind april, begin mei was hij terug in Rome. Appianus vertelt erover in de context van een groter verhaal, namelijk dat veel senatoren vreesden dat Marcus Antonius na het vertrek van diverse Caesar-moordenaars al te dominant aan het worden was. Terwijl de wrevel groeide, verscheen daar dus de Valse Marius.

    Hij had vreselijk veel verdriet over Caesars dood en bouwde een altaar op de plek waar diens brandstapel had gestaan. Daarnaast had hij een ploeg gewelddadige types om zich heen, met wie hij een voortdurende schrik was voor de moordenaars. Sommigen van hen waren al de stad uit gevlucht.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.2; vert; Gé de Vries.

    Het gerucht ging nu dat de Valse Marius, die volgens Appianus eigenlijk Amatius heette, een aanslag wilde plegen op samenzweerders die als ambtsdragers nog in de stad waren: Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus.

    Marcus Antonius maakte gebruik van deze praatjes; uit hoofde van zijn consulschap arresteerde hij Amatius en liet hem zonder vorm van proces brutaalweg terechtstellen. De senatoren stonden verbijsterd over dit verregaande, onwettige optreden, maar huichelden dat het noodzakelijk was, Zonder zulk brutaal optreden zouden Brutus en Cassius volgens hen immers niet veilig zijn.noot Appianus, De Burgeroorlogen 3.3; vert; Gé de Vries.

    Zo herwon Marcus Antonius, althans voor dit moment, de sympathie van de Senaat.

    Het altaar

    De rabauwen rond de Valse Marius waren echter woedend en wisten te bewerken de officiële magistraten het altaar inwijdden. Suetonius beschrijft het:

    Later richtte de menigte op het Forum een zuil van bijna twintig voet op uit één blok Numidisch marmer met daarin gebeiteld: “Aan de Vader des Vaderlands”. Nog lang nadien brachten zij bij deze zuil regelmatig offers, deden geloften en beslechtten er bepaalde geschillen door een eed af te leggen op de naam van Caesar.noot Suetonius, Caesar 3 84; vert. Daan den Hengst.

    Marcus Antonius liet de laatste aanhangers van de Valse Marius, als het slaven waren, aan het kruis slaan; vrije burgers liet hij vanaf de Tarpeïsche Rots naar beneden werpen.

    De Tarpeïsche Rots

    De erfenis van de Valse Marius was echter niet gering: op het Forum Romanum was nu een monument waar werd geofferd aan Caesar. Zoals ik al eerder aangaf, is het verhaal over de twee mannen die zorgden dat het stoffelijk overschot werd gecremeerd ter hoogte van de tempel van Castor en Pollux, wellicht een echo van een andere, eerdere poging Caesar te vergoddelijken.

    Komeet

    De Valse Marius was nog niet van het toneel verdwenen, of het werd duidelijk dat Caesar werkelijk ten hemel was gevaren. Voor de datum moeten we even kijken in China, in de Hou Hanshu (“Het boek van de Late Han”), waarover we het al eens eerder hebben gehad.

    In de vierde maand van het vijfde jaar van de regering van keizer Yuan [18 mei tot en met 16 juni] is in het noordwesten een komeet gezien. Die was rood-geel van kleur en ongeveer acht vingers lang. Na een paar dagen mat hij al tien vingers en wees hij naar het noordoosten. Hij bevond zich toen in het Huis van de Drie Sterren.noot Hou Hanshu 26.

    Dit laatste is wat wij de “gordel” van Orion noemen. Het is het eenentwintigste van de achtentwintig “huizen” waarin de oosterse astronomie de ecliptica verdeelt – voor elke dag van de maanmaand één. Dezelfde informatie – vierde maand, eenentwintigste huis – is ook te vinden in een Koreaanse kroniek. De Romeinen lijken de komeet iets later te hebben waargenomen, in juli, net toen Octavianus lijkspelen voor zijn adoptiefvader organiseerde. Dat was toeval, maar het kwam Octavianus goed uit, en toen hij later een autobiografie schreef, noteerde hij vol trots dat hij, omdat Caesar als komeet naar de hemel was geschoten, een ster liet aanbrengen op een beeld van Caesar dat hij oprichtte op het forum.noot Augustus, Autobiografie fragment 6 (ed. Malcovati). Dit is niet de tekst die bekendstaat als Res Gestae. Vermoedelijk betreft dit het cultusbeeld in de tempel voor Caesar.

    Julius Caesar met komeet (Musée des beaux-arts, Lyon)

    De Romeinen konden deze opvallende komeet onmogelijk niet zien en wisten: Caesar was onder de goden opgenomen. Twee jaar later erkenden de Romeinse religieuze autoriteiten Divus Julius, “de vergoddelijkte Julius Caesar”, als een van de goden van de staatscultus, maar de verering was dus aanzienlijk ouder.

    De vraag waarmee ik het blogje van vandaag begon, luidde wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was. Het antwoord is dat de Valse Marius hem tot god aan het maken was.

    Tot slot

    Hiermee is de reeks #RealTimeCaesar echt ten einde. Het was leuk om deze blogjes te maken. Een overzicht is hier. Ik heb onlangs op een mooie lentedag op Schokland met mijn uitgeefster gesproken over een idee van verschillende lezers van deze blog: om van deze reeks een boek te maken. De gimmick van het trage tijdverloop zal wegvallen, maar we denken dat er desondanks iets moois valt te maken van een boek over het ontstaan van het Mediterrane wereldrijk. Werktitel: Caesars laatste jaren.

    #RealTimeCaesar #2069JaarGeleden #Appianus #CaesarsLaatsteJaren #DivusJulius #GaiusCassiusLonginus #HanDynastie #HouHanshu #JuliusCaesar #Korea #MarcusAntonius #MarcusJuniusBrutus #naïefPositivisme #OrionSterrenbeeld #Suetonius #TarpeïscheRots #ValseMarius
  3. Luo Guanzhong: „Die drei Reiche“ – Von Katharina Borchardt

    Der Han-Kaiser weinte bitterlich, als man ihm nahelegte abzutreten. So erzählt es Luo Guanzhong in seinem Epos „Die drei Reiche“. Gut eintausend Seiten lang schildert er hingebungsvoll die inneren Kämpfe der zerfallenden Han-Dynastie, die aufgrund von Intrigen innerhalb des Palastes und Aufständen in einem immens großen Reich untergehen musste. „Seit jeher muss das, was aufsteigt, niedergehen“, teilt man dem niedergeschlagenen Kaiser mit, es „muss das, was blüht, verwesen.“ Die Han-Dynastie erlebte in ihren 400 Jahren in der Tat eine lange Blüte und eine rasche Verwesung: Nach einem entsetzlichen Bürgerkrieg, in dessen Verlauf die Bevölkerung auf ein Viertel schrumpfte, war es schließlich mit ihr vorbei. Das riesige Reich zerfiel in drei Folgestaaten: Wei im Norden, Shu im Südwesten und Wu im Südosten.

    https://www.deutschlandfunkkultur.de/luo-guanzhong-die-drei-reiche-eine-reise-zur-kultur-asiens-100.html

    #China #DieDreiReiche #DLFKultur #Epos #Geschichte #HanDynastie #KatharinaBorchardt #Literatur #LuoGuanzhong #Schriftsteller

  4. De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (2)

    Een Centraal-Aziatische muzikant voor zijn joert (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

    In het vorige blogje vertelde ik, kort door de bocht, waarom de oudheidkunde zich nogal eens beperkt tot het Middellandse Zee-gebied, met op z’n best de Bronstijd van Voor-Azië en Egypte erbij. Ik legde uit dat het historisch zo is gegroeid omdat men de vraag stelde waar “onze” cultuur vandaan kwam. Dat Japan en Precolumbiaans Amerika in dit antwoord werden genegeerd, lag voor de hand. Ik legde ook uit dat wat historisch is gegroeid, daarmee niet is gerechtvaardigd. Het antwoord is immers niet wetenschappelijk te onderbouwen: West-Europeanen zijn, om zo te zeggen, breder geworteld dan in Griekenland en Rome.

    Maatschappijtypen

    De vraag naar het ontstaan van de eigen cultuur is vanzelfsprekend legitiem, maar we gaan er inmiddels anders mee om dan vroeger. Toen keken we hoe culturen van oud tot recent groeiden. Geschiedenis was ontstaansgeschiedenis. Je kunt echter ook kijken naar wat een gegeven maatschappij op een gegeven moment in potentie zou kunnen – denk aan het technologisch peil, handelsnetwerken, scholing… – en naar wat ze feitelijk doet. Geschiedenis is dan geen ontstaansgeschiedenis maar gaat over functioneren. Deze benadering impliceert dat je de bestudering van het verleden niet inricht naar ruimtelijk begrensde culturen als “Grieks”, “Egyptisch”, “Indisch” of “Chinees”, maar naar maatschappijtypen.

    Deze benadering is vanzelfsprekend niet nieuw. Ze dateert uit de achttiende eeuw; ik blogde al eens over Turgot en De Condorcet. Sindsdien is ze uitgewerkt en hoewel er dwaalwegen zijn geweest, kan iedereen met vrucht kennisnemen van bijvoorbeeld Elman Service en Morton Fried. Ik blogde ook daar al eens over. Of kijk naar de praktijk van dit soort onderzoek: vergelijk het Romeinse Rijk met Han-China en kijk hoe imperia die in menig opzicht vergelijkbaar waren, verschillende keuzes maakten. In die keuzes toonden ze wie ze waren en dat kun je vergelijken met wie wij denken te zijn. Zo win je aan zelfinzicht.

    Zo kan het dus ook. In Nederland heeft zo’n naar maatschappijtype verdeelde universitaire studie bestaan in Rotterdam. Aan de subfaculteit Maatschappijgeschiedenis kon samenkomen wat samen hoorde: de hellenistische filosofie met de Indische wijsbegeerte, of de gelijktijdigheid van verhaalmotieven in Arabië en Britannië. Waarom die subfaculteit niet meer in die vorm bestaat, weet ik niet, maar als iemand zou zeggen dat ze is gesneuveld toen de BaMa-structuur werd ingevoerd, zou ik het geloven.

    Hyperspecialisme

    Maar je hoeft natuurlijk geen nieuwe subfaculteit op te richten als je de Oudheid wil bekijken als maatschappijtype. Je kunt ook de bestaande structuren aanpassen. Voor minimaal twee van de drie wettelijke taken van de universiteit zou dat een verbetering zijn, namelijk voor het onderwijs en voor de overdracht. Wie studenten of geïnteresseerden de specifieke keuzes van bijvoorbeeld het Romeinse bestuur wil uitleggen, moet het imperium kunnen vergelijken met andere agrarische rijken. De docent en de wetenschapscommunicator zouden dus liever een verdeling hebben naar maatschappijtype dan de huidige organisatie naar culturen (hellenistisch, Egyptisch, Indisch…) die op hun beurt zijn gedefinieerd aan de hand van talen. Immers, een Griek uit de vijfde eeuw v.Chr. had meer gemeen met een Arameeër uit die tijd dan met een Byzantijnse Griek. De indeling naar culturen is bij onderwijs en overdracht onhandig, om niet te zeggen: contraproductief.

    Voor de derde wettelijke taak ligt dat iets anders. De academici die bij onderwijs en overdracht wereldwijde generalisten behoren te zijn, worden bij het onderzoek specialisten. Het is menselijkerwijs immers lastig om zelfs voor een deelgebied als het Romeinse Rijk alle talen van Gallisch tot Aramees én het archeologisch materiaal van Ierland tot Irak te kennen. En zelfs wie al die subdisciplines zou beheersen, is nog onvoldoende gevormd voor de bestudering van de gehele Oudheid, van 3000 v.Chr. tot 650 na Chr.

    Dat het menselijkerwijs moeilijk anders kan, wil niet zeggen dat het goed is. Ik denk dat academici inmiddels ook bij hun onderzoek de netten wereldwijd moeten werpen. Door de DNA-revolutie is de hermeneutische buitengrens weggevallen, waardoor we momenteel te maken hebben met een hermeneutische revolutie. U leest dat hier nog maar even na.

    Inertie

    Gelukkig veranderen dingen. De “wereldgeschiedenis” waar we de laatste tijd veel over horen is weliswaar niet de vernieuwing die ze claimen dat ze is, ja eigenlijk vieux jeu, maar is een stap in een goede richting. Nou ja, stapje. Voor zover mij bekend hebben de Nederlandse onderzoeksscholen nog nooit een plan gemaakt om te fuseren, opdat een archeoloog die zich bezighoudt met Romeinse badhuizen ook eens praat met iemand die de Chinese Liji bestudeert. Wat zo’n gek idee niet zou zijn, want het daarin vervatte advies elke vijf dagen te baden biedt een aanwijzing voor wat in een voorindustriële samenleving haalbare hygiëne was.

    Het punt is: als we nu de universiteit zouden oprichten, opperde niemand om de oudheidkunde te verdelen over archeologische en talige studierichtingen, en dat we die weer moesten opdelen naar talig gedefinieerde cultuurgebieden. Nu zal ik de eerste zijn om te erkennen dat dit niet het urgentste probleem is aan de universiteit; lees hier meer. Maar niemand zet écht stappen om de universiteit te hervormen. De structuur van de wetenschap hindert de wetenschap, zeker bij de overdracht en het onderwijs en, volgens mij, inmiddels ook bij onderzoek.

    U hoeft niet alles met me eens te zijn. Maar reactionair als ik ben, vind ik waarheid belangrijk. Dat betekent dat ik zou willen dat de wetenschap zich eens bevrijdde van verouderde disciplinaire grenzen; de grenzen van een wetenschappelijk vakgebied moeten wetenschappelijk (d.w.z.: objectadequaat) zijn. Ik wou dat we de broodnodige hervorming van de universiteit eindelijk eens agendeerden. En daaraan kunt u een bijdrage leveren: lees voor de komende verkiezingen eens de onderwijsparagrafen van de diverse politieke partijen, en laat dat uw stem bepalen.

    PS 1

    Toevallig was er ook een vraag over de temporele grenzen van de Oudheid. Daarover volgende week meer.

    PS 2

    Ik heb de afgelopen negen maanden regelmatig over Libanon geblogd, omdat ik daarover een boek heb geschreven waarvan de opbrengst is bestemd voor Cordaid. Als u nog geen tabak hebt van het onderwerp en mij eens wil horen spreken, en als u woont in de Zaanstreek, kom dan aanstaande donderdagavond langs bij boekhandel Stumpel in Krommenie.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Deel dit:

    #grenzenVanDeOudheid #HanDynastie #hermeneutischeBuitengrens #Liji

  5. De Kushana’s

    Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

    Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Mongolië en Siberië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

    En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

    De muren van Ayaz Kala

    De Kushana’s

    Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg  30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.

    Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

    In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.

    Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)

    Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.

    Een stupa bij Mohra Moradu

    Late Oudheid

    Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)

    Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)

    De noordelijke gebieden vielen in handen van groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.

    Fayaz Tepe

    De onvermijdelijke Kushana’s

    De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.

    Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-klooster

    Ik zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Onbetaald werk

    juli 21, 2017
    Romeins portret

    december 26, 2015
    Het Colosseum (1): de bouw

    augustus 6, 2024 Deel dit:

    #Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute

  6. Han-China

    Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)

    [Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]

    Hereniging

    Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een -koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.

    De Zhou-dynastie kwam ten einde en er waren diverse bestuurlijke hervormingen, waarvan de opvallendste was dat er maar één vorst was, die ook werkelijk regeerde: de keizer Qin Shi Huang (r.221-210 v.Chr.), die u vermoedelijk kent van het enorme terracotta-leger waarmee hij is bijgezet. De krijgers moesten het kolossale grafmonument bewaken, maar het werd nooit voltooid; in plaats daarvan sloegen de dwangarbeiders alles kort en klein. Buiten de hoofdstad waren opstanden en al snel trad een nieuwe dynastie aan: de Han-dynastie.

    Fluitiste (Han-dynastie; Mariemont, Morlanwelz)

    Han-China

    Het Romeinse klimaatoptimum zou ook het Han-klimaatoptimum kunnen heten, want deze Chinese dynastie profiteerde evengoed van de gunstige klimatologische omstandigheden tussen pakweg 200 v.Chr. en 200 na Chr. De Han-keizers, die resideerden in Chang’an, namen de macht over van de keizers uit Qin. Het Hemels Mandaat werd uitgelegd in termen, ontleend aan de filosofie van Confucius.

    Waar hun voorganger Qin Shi Huang vooral bezig was geweest een eenheidsstaat te scheppen, konden de Han-keizers hun rijk in alle richtingen uitbreiden. In het zuiden, ver voorbij de Blauwe Rivier, annexeerde China diverse kleine staten en in het noordoosten werden delen van Korea veroverd. Tegelijkertijd was er een expansie naar het westen, door de Hexi-corridor, een duizend kilometer lange en honderd kilometer brede strook land, gelegen tussen de Tibetaanse hoogvlakte in het zuidwesten en de Gobiwoestijn in noordoosten. Hiermee bereikten de Chinese legers het Tarimbekken.

    Een Chinese beeldengroep van een joert en zijn nomadische bewoners (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

    De Zijderoute

    Ik vertelde al eens dat keizer Wu Di (r.141-87) zijn generaal Zhang Qian uitstuurde om nog verder naar het westen, in Perzië, Nisaïsche paarden te gaan kopen. Deze diplomatieke missie leidde tot de opening van de Zijderoute. Een ruime eeuw later arriveerde de westelijke reiziger Maës Titianos – de naam is Aramees – over dezelfde route op de plaats die Stenen Toren heet. Daarvandaan reisden zijn medereizigers verder naar de Chinese hoofdstad.

    De Chinese belangstelling voor de Zijderoute hing samen met de moeizame relatie tussen Han-China en de noordelijke nomadenvolken. Daar, in wat nu Mongolië heet, leefden de machtige Xiongnu. Zij hadden al eerder een andere nomadenstam, de Yuehzi, naar het westen verdreven, richting Oezbekistan. Door een begin te maken met de bouw van de Grote Chinese Muur, door diplomatieke geschenken en door grootschalige aanvallen bedwongen de Han-Chinezen ook de Xiongnu. De eeuwige oost-west-migratie door Eurazië was er echter ook toen en diverse Xiongnu-groepen trokken westwaarts. Nog niet zo lang geleden is bevestigd dat deze migratie de eerste etappe was van de beweging die aankwam in het westen onder de naam Hunnen. Andere groepen bleven in Mongolië.

    Grafprocessie (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

    De Han-maatschappij

    Inmiddels waren de feodale deelrijken die een nagel aan de doodskist van de Zhou-koningen waren geweest, vervangen door zesendertig (en later veertig) prefecturen, die beter controleerbaar waren door de centrale overheid. Militaire gouverneurs controleerden de keizerlijke domeinen. Het hof stimuleerde de verspreiding van het confucianisme, dat benadrukte hoe een samenleving goed geordend kon zijn. stabiliteit en orde in een goed gestructureerde samenleving benadrukt.

    Tegelijk verspreidde de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich langs de Zijderoute. Het is goed gedocumenteerd rond het Tarimbekken, waar later ook manicheeërs en nestoriaanse christenen zouden wonen. Er waren meer westelijke contacten: Chinese kronieken vermelden dat keizer Marcus Aurelius een ambassade stuurde naar zijn collega Huan. En de Chinezen dachten dat ze iets over de Romeinen wisten – ik mocht al eens de beschrijving van de staat Dà Qín citeren uit het geschiedwerk Houhan Shu.

    Hovelingen (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

    Over de vergelijking tussen Rome en China blogde Otto Cox vijf jaar geleden al eens. Anders dan het Romeinse Rijk, dat een beperkte bureaucratie had, kende China juist een zeer uitgebreid ambtelijk apparaat. Evengoed was de belastingdruk ruwweg even hoog, want wat Han-China betaalde aan bestuurders en beambten, betaalde Rome aan zijn legioenen.

    De geschiedenis van de Han-dynastie valt uiteen in twee perioden. De eerste staat bekend als de Westelijke Han en had aanvankelijk als hoofdstad Chang’an (een van de Zhou-hoofdsteden). Kort na het begin van onze jaartelling was er een periode van maatschappelijke onrust, en werd het gezag van de dynastie enkele jaren onderbroken. Daarna was er de periode van de Oostelijke Han, met als hoofdstad het aloude Luoyang, eveneens een Zhou-hoofdstad.

    [wordt vervolgd]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u doneren, maar ook een van mijn boeken kopen (en lezen). Mijn boek over Libanon verschijnt in april, maar u kunt het al bestellen. Er is ook een HomeAcademy-cursus, waarvan de opbrengst naar Cordaid Libanon gaat. En u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak


    De Tweede Punische Oorlog (10)

    december 26, 2018 Bar Kochba, het sterrenkind (3)
    januari 11, 2020
    Pilier des nautes

    augustus 15, 2023 Deel dit:

    #BlauweRivier #boeddhisme #ChangAn #ChineseMuur #HanDynastie #Hexicorridor #HouhanShu #KushanaS #Luoyang #MaësTitianos #Mahayana #MarcusAurelius #PeriodeVanDeStrijdendeStaten #QinShiHuangdi #QinDynastie #RomeinsKlimaatoptimum #Tarimbekken #WuDi #Xiongnu #Yuezhi #ZhangQian #ZhouDynastie

Share on Mastodon

Enter the server where you have an account.