home.social

#boeddhisme — Public Fediverse posts

Live and recent posts from across the Fediverse tagged #boeddhisme, aggregated by home.social.

fetched live
  1. De reis van Xuan Zang (1)

    Xuan Zang

    Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

    Pelgrim en boekenzoeker

    Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

    U moet bij een pelgrim niet per se denken aan een arme sloeber die de hele reis wandelend aflegt. Ook rijke mensen maakten pelgrimages. Ook moet u niet denken aan een reis die alleen maar gericht was op het bereiken van een heiligdom, want wie het buitenland bezocht maakte zó veel mee dat het jammer zou zijn er niet ten volle profijt van te hebben. Xuan Zang was ambitieus: hij maakte zich zorgen over het feit dat er in China uiteenlopende visies waren op het boeddhisme, die volgens hem samenhingen met het feit dat de grondteksten verkeerd waren vertaald. Dus was één van de doelen van zijn reis het bemachtigen van de originele teksten. Zeventien jaar lang reisde hij van klooster naar stad naar klooster naar stad.

    De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

    Sogdië

    Hij vertrok in 627, ongeveer vijfentwintig jaar oud, in het volle bewustzijn dat zijn leven niet zelden in gevaar zou zijn.

    Het doel van mijn reis was niet het verwerven van persoonlijke gunsten. Het was omdat ik bezorgd was omdat de boeddhistische leer in mijn land onvolmaakt was doordat de geschriften onvolledig waren. Omdat ik zo veel twijfels had, ging ik op zoek naar de waarheid, en dus besloot ik om met gevaar voor eigen leven naar het Westen te reizen om leerstellingen te zoeken waarvan ik nog nooit had gehoord, opdat de dauw van het Mahayana-boeddhisme niet alleen langs de Ganges verspreid zou zijn, maar dat de sublieme waarheid ook bekend zou zijn in het oostelijke land.

    En al snel bleek hoe veel gevaar hij liep. Hij reisde langs de noordelijke rand van de  Taklamakanwoestijn, waar al die boeddhistische grotschilderingen zijn gevonden die u nu in Berlijn kunt zien. Al vóór Xuan Zang het westelijke Kashgar had bereikt, was zijn karavaan overvallen door rovers. Die kregen vervolgens ruzie over de buit, waardoor het reisgezelschap zélf ongehinderd verder kon. Via een vroeg Turks rijk bereikte hij Tasjkent, Samarkand, Buchara en uiteindelijk Balch, het toenmalige Baktra. Daarop volgde Bamiyan, dat u zich wellicht herinnert van de enorme Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 hebben vernietigd.

    Een Boeddha uit Bamiyan (Musée Guimet, Parijs)

    Gandara

    De volgende halteplaats was Kapisa, niet ver van het huidige Kaboel. Waren de boeddhisten die hij tot dan toe had leren kennen soms nogal laks in de juiste leer geweest, vanaf nu was Xuan Zang in gebieden waar ze de Mahayana-leer volgden, al woonden er ook hindoes (“ketters die naakt rond lopen en stof op hun lichamen smeren”). Diverse stupa’s in deze regio zouden zijn gebouwd door Ashoka, de grootste koning van het Maurya-rijk.

    Hier, in Gandara, bezocht Xuan Zang de belangrijke steden Peshawar en Pushkalavati, en vervolgens trok hij naar de rivier de Swat. Hij behandelt hier legenden over hoe Boeddha hier een van zijn eerdere levens, toen hij nog een Bodhisattva was, heeft doorgebracht. Na de Indus te hebben overgestoken (“een rivier vol giftige draken en gevaarlijke beesten”), bereikte hij Taxila, waar hij verbleef in een klooster om teksten te kopiëren. Korte tijd later deed hij datzelfde in Kasjmir. Dit is belangrijk, want deze regio is niet veel later door de moslims overgenomen en de oudere hindoeïstische en boeddhistische tradities zijn verloren gegaan.

    [Wordt morgen vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Jeruzalem

    augustus 6, 2023
    B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

    juni 9, 2024
    Inscripties uit Arabië

    augustus 23, 2022 Deel dit:

    #Ashoka #Baktra #Baktrië #Bamiyan #Boeddha #boeddhisme #Gandara #India #Kapilavastu #Kapisa #Kashgar #Kashmir #Mahayana #Punjab #Sogdië #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

  2. De reis van Xuan Zang (1)

    Xuan Zang

    Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

    Pelgrim en boekenzoeker

    Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

    U moet bij een pelgrim niet per se denken aan een arme sloeber die de hele reis wandelend aflegt. Ook rijke mensen maakten pelgrimages. Ook moet u niet denken aan een reis die alleen maar gericht was op het bereiken van een heiligdom, want wie het buitenland bezocht maakte zó veel mee dat het jammer zou zijn er niet ten volle profijt van te hebben. Xuan Zang was ambitieus: hij maakte zich zorgen over het feit dat er in China uiteenlopende visies waren op het boeddhisme, die volgens hem samenhingen met het feit dat de grondteksten verkeerd waren vertaald. Dus was één van de doelen van zijn reis het bemachtigen van de originele teksten. Zeventien jaar lang reisde hij van klooster naar stad naar klooster naar stad.

    De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

    Sogdië

    Hij vertrok in 627, ongeveer vijfentwintig jaar oud, in het volle bewustzijn dat zijn leven niet zelden in gevaar zou zijn.

    Het doel van mijn reis was niet het verwerven van persoonlijke gunsten. Het was omdat ik bezorgd was omdat de boeddhistische leer in mijn land onvolmaakt was doordat de geschriften onvolledig waren. Omdat ik zo veel twijfels had, ging ik op zoek naar de waarheid, en dus besloot ik om met gevaar voor eigen leven naar het Westen te reizen om leerstellingen te zoeken waarvan ik nog nooit had gehoord, opdat de dauw van het Mahayana-boeddhisme niet alleen langs de Ganges verspreid zou zijn, maar dat de sublieme waarheid ook bekend zou zijn in het oostelijke land.

    En al snel bleek hoe veel gevaar hij liep. Hij reisde langs de noordelijke rand van de  Taklamakanwoestijn, waar al die boeddhistische grotschilderingen zijn gevonden die u nu in Berlijn kunt zien. Al vóór Xuan Zang het westelijke Kashgar had bereikt, was zijn karavaan overvallen door rovers. Die kregen vervolgens ruzie over de buit, waardoor het reisgezelschap zélf ongehinderd verder kon. Via een vroeg Turks rijk bereikte hij Tasjkent, Samarkand, Buchara en uiteindelijk Balch, het toenmalige Baktra. Daarop volgde Bamiyan, dat u zich wellicht herinnert van de enorme Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 hebben vernietigd.

    Een Boeddha uit Bamiyan (Musée Guimet, Parijs)

    Gandara

    De volgende halteplaats was Kapisa, niet ver van het huidige Kaboel. Waren de boeddhisten die hij tot dan toe had leren kennen soms nogal laks in de juiste leer geweest, vanaf nu was Xuan Zang in gebieden waar ze de Mahayana-leer volgden, al woonden er ook hindoes (“ketters die naakt rond lopen en stof op hun lichamen smeren”). Diverse stupa’s in deze regio zouden zijn gebouwd door Ashoka, de grootste koning van het Maurya-rijk.

    Hier, in Gandara, bezocht Xuan Zang de belangrijke steden Peshawar en Pushkalavati, en vervolgens trok hij naar de rivier de Swat. Hij behandelt hier legenden over hoe Boeddha hier een van zijn eerdere levens, toen hij nog een Bodhisattva was, heeft doorgebracht. Na de Indus te hebben overgestoken (“een rivier vol giftige draken en gevaarlijke beesten”), bereikte hij Taxila, waar hij verbleef in een klooster om teksten te kopiëren. Korte tijd later deed hij datzelfde in Kasjmir. Dit is belangrijk, want deze regio is niet veel later door de moslims overgenomen en de oudere hindoeïstische en boeddhistische tradities zijn verloren gegaan.

    [Wordt morgen vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    De jonge islam

    juni 17, 2017
    NWA: Nogmaals de kerstening

    december 22, 2016
    Laatantiek Andalusië

    oktober 3, 2024 Deel dit:

    #Ashoka #Baktra #Baktrië #Bamiyan #Boeddha #boeddhisme #Gandara #India #Kapilavastu #Kapisa #Kashgar #Kashmir #Mahayana #Punjab #Sogdië #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

  3. De reis van Xuan Zang (1)

    Xuan Zang

    Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

    Pelgrim en boekenzoeker

    Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

    U moet bij een pelgrim niet per se denken aan een arme sloeber die de hele reis wandelend aflegt. Ook rijke mensen maakten pelgrimages. Ook moet u niet denken aan een reis die alleen maar gericht was op het bereiken van een heiligdom, want wie het buitenland bezocht maakte zó veel mee dat het jammer zou zijn er niet ten volle profijt van te hebben. Xuan Zang was ambitieus: hij maakte zich zorgen over het feit dat er in China uiteenlopende visies waren op het boeddhisme, die volgens hem samenhingen met het feit dat de grondteksten verkeerd waren vertaald. Dus was één van de doelen van zijn reis het bemachtigen van de originele teksten. Zeventien jaar lang reisde hij van klooster naar stad naar klooster naar stad.

    De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

    Sogdië

    Hij vertrok in 627, ongeveer vijfentwintig jaar oud, in het volle bewustzijn dat zijn leven niet zelden in gevaar zou zijn.

    Het doel van mijn reis was niet het verwerven van persoonlijke gunsten. Het was omdat ik bezorgd was omdat de boeddhistische leer in mijn land onvolmaakt was doordat de geschriften onvolledig waren. Omdat ik zo veel twijfels had, ging ik op zoek naar de waarheid, en dus besloot ik om met gevaar voor eigen leven naar het Westen te reizen om leerstellingen te zoeken waarvan ik nog nooit had gehoord, opdat de dauw van het Mahayana-boeddhisme niet alleen langs de Ganges verspreid zou zijn, maar dat de sublieme waarheid ook bekend zou zijn in het oostelijke land.

    En al snel bleek hoe veel gevaar hij liep. Hij reisde langs de noordelijke rand van de  Taklamakanwoestijn, waar al die boeddhistische grotschilderingen zijn gevonden die u nu in Berlijn kunt zien. Al vóór Xuan Zang het westelijke Kashgar had bereikt, was zijn karavaan overvallen door rovers. Die kregen vervolgens ruzie over de buit, waardoor het reisgezelschap zélf ongehinderd verder kon. Via een vroeg Turks rijk bereikte hij Tasjkent, Samarkand, Buchara en uiteindelijk Balch, het toenmalige Baktra. Daarop volgde Bamiyan, dat u zich wellicht herinnert van de enorme Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 hebben vernietigd.

    Een Boeddha uit Bamiyan (Musée Guimet, Parijs)

    Gandara

    De volgende halteplaats was Kapisa, niet ver van het huidige Kaboel. Waren de boeddhisten die hij tot dan toe had leren kennen soms nogal laks in de juiste leer geweest, vanaf nu was Xuan Zang in gebieden waar ze de Mahayana-leer volgden, al woonden er ook hindoes (“ketters die naakt rond lopen en stof op hun lichamen smeren”). Diverse stupa’s in deze regio zouden zijn gebouwd door Ashoka, de grootste koning van het Maurya-rijk.

    Hier, in Gandara, bezocht Xuan Zang de belangrijke steden Peshawar en Pushkalavati, en vervolgens trok hij naar de rivier de Swat. Hij behandelt hier legenden over hoe Boeddha hier een van zijn eerdere levens, toen hij nog een Bodhisattva was, heeft doorgebracht. Na de Indus te hebben overgestoken (“een rivier vol giftige draken en gevaarlijke beesten”), bereikte hij Taxila, waar hij verbleef in een klooster om teksten te kopiëren. Korte tijd later deed hij datzelfde in Kasjmir. Dit is belangrijk, want deze regio is niet veel later door de moslims overgenomen en de oudere hindoeïstische en boeddhistische tradities zijn verloren gegaan.

    [Wordt morgen vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Jeruzalem

    augustus 6, 2023
    B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

    juni 9, 2024
    Inscripties uit Arabië

    augustus 23, 2022 Deel dit:

    #Ashoka #Baktra #Baktrië #Bamiyan #Boeddha #boeddhisme #Gandara #India #Kapilavastu #Kapisa #Kashgar #Kashmir #Mahayana #Punjab #Sogdië #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

  4. De reis van Xuan Zang (1)

    Xuan Zang

    Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

    Pelgrim en boekenzoeker

    Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

    U moet bij een pelgrim niet per se denken aan een arme sloeber die de hele reis wandelend aflegt. Ook rijke mensen maakten pelgrimages. Ook moet u niet denken aan een reis die alleen maar gericht was op het bereiken van een heiligdom, want wie het buitenland bezocht maakte zó veel mee dat het jammer zou zijn er niet ten volle profijt van te hebben. Xuan Zang was ambitieus: hij maakte zich zorgen over het feit dat er in China uiteenlopende visies waren op het boeddhisme, die volgens hem samenhingen met het feit dat de grondteksten verkeerd waren vertaald. Dus was één van de doelen van zijn reis het bemachtigen van de originele teksten. Zeventien jaar lang reisde hij van klooster naar stad naar klooster naar stad.

    De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

    Sogdië

    Hij vertrok in 627, ongeveer vijfentwintig jaar oud, in het volle bewustzijn dat zijn leven niet zelden in gevaar zou zijn.

    Het doel van mijn reis was niet het verwerven van persoonlijke gunsten. Het was omdat ik bezorgd was omdat de boeddhistische leer in mijn land onvolmaakt was doordat de geschriften onvolledig waren. Omdat ik zo veel twijfels had, ging ik op zoek naar de waarheid, en dus besloot ik om met gevaar voor eigen leven naar het Westen te reizen om leerstellingen te zoeken waarvan ik nog nooit had gehoord, opdat de dauw van het Mahayana-boeddhisme niet alleen langs de Ganges verspreid zou zijn, maar dat de sublieme waarheid ook bekend zou zijn in het oostelijke land.

    En al snel bleek hoe veel gevaar hij liep. Hij reisde langs de noordelijke rand van de  Taklamakanwoestijn, waar al die boeddhistische grotschilderingen zijn gevonden die u nu in Berlijn kunt zien. Al vóór Xuan Zang het westelijke Kashgar had bereikt, was zijn karavaan overvallen door rovers. Die kregen vervolgens ruzie over de buit, waardoor het reisgezelschap zélf ongehinderd verder kon. Via een vroeg Turks rijk bereikte hij Tasjkent, Samarkand, Buchara en uiteindelijk Balch, het toenmalige Baktra. Daarop volgde Bamiyan, dat u zich wellicht herinnert van de enorme Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 hebben vernietigd.

    Een Boeddha uit Bamiyan (Musée Guimet, Parijs)

    Gandara

    De volgende halteplaats was Kapisa, niet ver van het huidige Kaboel. Waren de boeddhisten die hij tot dan toe had leren kennen soms nogal laks in de juiste leer geweest, vanaf nu was Xuan Zang in gebieden waar ze de Mahayana-leer volgden, al woonden er ook hindoes (“ketters die naakt rond lopen en stof op hun lichamen smeren”). Diverse stupa’s in deze regio zouden zijn gebouwd door Ashoka, de grootste koning van het Maurya-rijk.

    Hier, in Gandara, bezocht Xuan Zang de belangrijke steden Peshawar en Pushkalavati, en vervolgens trok hij naar de rivier de Swat. Hij behandelt hier legenden over hoe Boeddha hier een van zijn eerdere levens, toen hij nog een Bodhisattva was, heeft doorgebracht. Na de Indus te hebben overgestoken (“een rivier vol giftige draken en gevaarlijke beesten”), bereikte hij Taxila, waar hij verbleef in een klooster om teksten te kopiëren. Korte tijd later deed hij datzelfde in Kasjmir. Dit is belangrijk, want deze regio is niet veel later door de moslims overgenomen en de oudere hindoeïstische en boeddhistische tradities zijn verloren gegaan.

    [Wordt morgen vervolgd]

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. In het voorjaar organiseer ik een reis naar Bulgarije en een andere reis langs Keltische locaties.

    Zelfde tijdvak


    Middeleeuws Jeruzalem

    augustus 6, 2023
    B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

    juni 9, 2024
    Inscripties uit Arabië

    augustus 23, 2022 Deel dit:

    #Ashoka #Baktra #Baktrië #Bamiyan #Boeddha #boeddhisme #Gandara #India #Kapilavastu #Kapisa #Kashgar #Kashmir #Mahayana #Punjab #Sogdië #TangDynastie #Xinjiang #XuanZang

  5. De Kushana’s

    Een Kushana-prins uit Dalverzintepa (Nationaal Museum, Tasjkent)

    Het begint dus in China. Of beter, ten noorden van China. Aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. woonden daar twee groepen nomaden. In het noordwesten waren dat de Tochaars-sprekende Yuezhi en in het noordoosten de Xiongnu. En verder was er de eeuwige trek waarmee herdersvolken westwaarts reizen, omdat je dan van het betrekkelijk droge Mongolië en Siberië naar steeds groenere gebieden reist – over de Altai, naar de Pontische Steppe, naar de Hongaarse poesta.

    En dat wil dus zeggen dat de Xiongnu westwaarts trokken en de Yuezhi voor zich uit dreven. In 176 v.Chr. kwam dit proces door een militair conflict in een stroomversnelling en de Yuezhi migreerden via het huidige Kazachstan naar Sogdië, zeg maar het huidige Oezbekistan, waar ze rond 130 v.Chr. aankwamen. Ook vestigden ze zich in Baktrië, het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan, aan weerszijden van de rivier de Oxus. Ze woonden hier te midden van een Sogdisch-Baktrisch-Perzisch-Griekse bevolking en namen het Griekse alfabet over. Opgravingen als het Oezbeekse Khalchayan en het Afghaanse Tillya Tepe documenteren het pluriforme karakter van deze wereld.

    De muren van Ayaz Kala

    De Kushana’s

    Zoals de Xiongnu de Yuezhi voor zich uit hadden gedreven, zo dreven de Yuezhi de Saken voor zich uit, een soort Skythen, die uiteindelijk via Sakastan (Sistan in Afghanistan) naar de Punjab zouden trekken. En langs die route volgden uiteindelijk, na pakweg  30 na Chr., ook de Yuezhi, geleid door een zekere Kujula Kadfises. Hij en zijn opvolgers bouwden een groot rijk op dat zich uitstrekte vanuit Xinjiang via Sogdië en Baktrië naar Gandara, de Punjab en de Gangesvallei. U kunt het zich voorstellen als een grote C rondom Tibet. Dit rijk staat bekend als dat van de Kushana’s en het moge duidelijk zijn dat het, samen met het Parthische Rijk, de verbinding vormde tussen het Romeinse Rijk in het verre westen en Han-China in het verre oosten. Deze handelsweg staat bekend als Zijderoute.

    Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

    In het Kushana-rijk zou het zogeheten Mahayana-boeddhisme alle ruimte krijgen, zoals gedocumenteerd in Oezbeekse sites als Dalverzintepa, Zurmala, Kara Tepe en Fayaz Tepe, en in Pakistan in de kloosters van Mohra Moradu en Jaulian bij Taxila. Een heel vroege aanwijzing is dat het Chinese geschiedenisboek Hou Hanshu vermeldt dat een door de Yuezhi afgevaardigde diplomaat in 2 v.Chr. in de Chinese hoofdstad Chang’an les gaf over het boeddhisme. Dit bewijst dat althans een deel van de Yuezhi op dat moment al was overgegaan tot dit geloof. Toen Kujula Kadfises richting Punjab trok, trok hij geen onbekende wereld binnen, want er waren dus al religieuze contacten met India.

    Kushana-munt (Bode-Museum, Berlijn)

    Overigens tonen de Kushana-munten een veelvoud aan Iraanse, Indische en Griekse goden. Het zou verkeerd zijn te denken dat de Kushana’s alleen maar boeddhisten waren. Niet alleen omdat antieke overheden zelden zoiets als één staatsgodsdienst hadden, maar ook omdat mensen normaal gesproken een “dubbel geloof” hadden, wat eigenlijk gewoon wil zeggen dat je meedoet aan de gebeden in het huis waar je toevallig bent. Dat kan de ene keer boeddhistisch zijn en de volgende keer iets hindoeïstisch of Baktrisch en de derde keer iets Grieks of jaïnistisch of zoroastriaans.

    Een stupa bij Mohra Moradu

    Late Oudheid

    Zolang in het westen de Parthen heersten, hadden de Kushana’s geen noemenswaardige vijanden, maar na 224 kwamen in Iran de Sassaniden aan de macht. Al ten tijde van Ardašir I (r.224-242) waren er conflicten en rond 260 ging Sogdië voor de Kushana’s verloren. Niet veel later liepen de Sassaniden ook Baktrië en Gandara onder de voet. (Bij de plundering van Peshawar namen ze de bedelnap van Boeddha mee, die dus nog ergens in Iran moet zijn.)

    Ivoor uit Begram (Musée Guimet, Parijs)

    De noordelijke gebieden vielen in handen groepen die we gemakshalve zullen aanduiden als “Hunnen” en mogelijk verwant zijn met de Xiongnu waarmee ik dit blogje begon. Ook die migreerden naar het westen en het was dus te verwachten dat ze ooit in de gebieden zouden komen waar ze ooit de Yuezhi naartoe hadden gedreven. De rest van het Kushana-rijk (dus de Punjab, de Indusvallei en de Gangesvallei) bleven als staat nog ongeveer een eeuw overeind, tot de Hunnen noordelijk India binnenvielen.

    Fayaz Tepe

    De onvermijdelijke Kushana’s

    De Kushana’s zijn onvermijdelijk voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Zoals gezegd vormen ze een cruciale schakel in het enorme Euraziatische systeem. Zij waren wat centraal was in Centraal-Eurazië. Wie reist in Oezbekistan of Pakistan komt ze steeds weer tegen, en vermoedelijk geldt dat ook voor Afghanistan en Xinjiang.

    Atlanten uit het Tapa-i-kafariha-klooster

    Ik zelf werd voor het eerst geconfronteerd met de Kushana-architectuur bij mijn bezoek aan Taxila-Sirsukh, waar we de enorme (door hennep overgroeide) stadsmuren zagen van een gigantische vierkante stad. We waren moe van de vlucht van Londen naar Islamabad en hadden de andere delen van Taxila al gezien. Het was al laat in de middag – en we hebben het verder maar even gelaten zoals het was. Achteraf heb ik daarvan toch wel spijt. Ik zal niet snel weer in de Punjab zijn, vrees ik, en hoewel de wereld nog zo veel wonderen voor me in petto heeft, vind ik dat ergens toch ook wel weer jammer.

    Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

    Zelfde tijdvak


    Heliogabalus (1): de bronnen

    september 2, 2024
    Apollonios van Tyana (10)

    november 8, 2013
    De colossus van Constantijn de Grote

    mei 31, 2018 Deel dit:

    #Afghanistan #ArdaširI #Baktrië #boeddhisme #ChangAn #Dalverzintepa #dubbelGeloof #FayazTepe #Gandara #Ganges #HanDynastie #HouHanshu #Hunnen #India #Indus #Jaulian #KaraTepe #Khalchayan #KujulaKadfises #KushanaS #Mahayana #MohraMoradu #Oezbekistan #Pakistan #ParthischeRijk #Punjab #Saken #Sassaniden #Sirsukh #Sogdië #Taxila #TillyaTepe #Tochaars #Xinjiang #Xiongnu #Zijderoute

  6. Han-China

    Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)

    [Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]

    Hereniging

    Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een -koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.

    De Zhou-dynastie kwam ten einde en er waren diverse bestuurlijke hervormingen, waarvan de opvallendste was dat er maar één vorst was, die ook werkelijk regeerde: de keizer Qin Shi Huang (r.221-210 v.Chr.), die u vermoedelijk kent van het enorme terracotta-leger waarmee hij is bijgezet. De krijgers moesten het kolossale grafmonument bewaken, maar het werd nooit voltooid; in plaats daarvan sloegen de dwangarbeiders alles kort en klein. Buiten de hoofdstad waren opstanden en al snel trad een nieuwe dynastie aan: de Han-dynastie.

    Fluitiste (Han-dynastie; Mariemont, Morlanwelz)

    Han-China

    Het Romeinse klimaatoptimum zou ook het Han-klimaatoptimum kunnen heten, want deze Chinese dynastie profiteerde evengoed van de gunstige klimatologische omstandigheden tussen pakweg 200 v.Chr. en 200 na Chr. De Han-keizers, die resideerden in Chang’an, namen de macht over van de keizers uit Qin. Het Hemels Mandaat werd uitgelegd in termen, ontleend aan de filosofie van Confucius.

    Waar hun voorganger Qin Shi Huang vooral bezig was geweest een eenheidsstaat te scheppen, konden de Han-keizers hun rijk in alle richtingen uitbreiden. In het zuiden, ver voorbij de Blauwe Rivier, annexeerde China diverse kleine staten en in het noordoosten werden delen van Korea veroverd. Tegelijkertijd was er een expansie naar het westen, door de Hexi-corridor, een duizend kilometer lange en honderd kilometer brede strook land, gelegen tussen de Tibetaanse hoogvlakte in het zuidwesten en de Gobiwoestijn in noordoosten. Hiermee bereikten de Chinese legers het Tarimbekken.

    Een Chinese beeldengroep van een joert en zijn nomadische bewoners (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

    De Zijderoute

    Ik vertelde al eens dat keizer Wu Di (r.141-87) zijn generaal Zhang Qian uitstuurde om nog verder naar het westen, in Perzië, Nisaïsche paarden te gaan kopen. Deze diplomatieke missie leidde tot de opening van de Zijderoute. Een ruime eeuw later arriveerde de westelijke reiziger Maës Titianos – de naam is Aramees – over dezelfde route op de plaats die Stenen Toren heet. Daarvandaan reisden zijn medereizigers verder naar de Chinese hoofdstad.

    De Chinese belangstelling voor de Zijderoute hing samen met de moeizame relatie tussen Han-China en de noordelijke nomadenvolken. Daar, in wat nu Mongolië heet, leefden de machtige Xiongnu. Zij hadden al eerder een andere nomadenstam, de Yuehzi, naar het westen verdreven, richting Oezbekistan. Door een begin te maken met de bouw van de Grote Chinese Muur, door diplomatieke geschenken en door grootschalige aanvallen bedwongen de Han-Chinezen ook de Xiongnu. De eeuwige oost-west-migratie door Eurazië was er echter ook toen en diverse Xiongnu-groepen trokken westwaarts. Nog niet zo lang geleden is bevestigd dat deze migratie de eerste etappe was van de beweging die aankwam in het westen onder de naam Hunnen. Andere groepen bleven in Mongolië.

    Grafprocessie (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

    De Han-maatschappij

    Inmiddels waren de feodale deelrijken die een nagel aan de doodskist van de Zhou-koningen waren geweest, vervangen door zesendertig (en later veertig) prefecturen, die beter controleerbaar waren door de centrale overheid. Militaire gouverneurs controleerden de keizerlijke domeinen. Het hof stimuleerde de verspreiding van het confucianisme, dat benadrukte hoe een samenleving goed geordend kon zijn. stabiliteit en orde in een goed gestructureerde samenleving benadrukt.

    Tegelijk verspreidde de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich langs de Zijderoute. Het is goed gedocumenteerd rond het Tarimbekken, waar later ook manicheeërs en nestoriaanse christenen zouden wonen. Er waren meer westelijke contacten: Chinese kronieken vermelden dat keizer Marcus Aurelius een ambassade stuurde naar zijn collega Huan. En de Chinezen dachten dat ze iets over de Romeinen wisten – ik mocht al eens de beschrijving van de staat Dà Qín citeren uit het geschiedwerk Houhan Shu.

    Hovelingen (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

    Over de vergelijking tussen Rome en China blogde Otto Cox vijf jaar geleden al eens. Anders dan het Romeinse Rijk, dat een beperkte bureaucratie had, kende China juist een zeer uitgebreid ambtelijk apparaat. Evengoed was de belastingdruk ruwweg even hoog, want wat Han-China betaalde aan bestuurders en beambten, betaalde Rome aan zijn legioenen.

    De geschiedenis van de Han-dynastie valt uiteen in twee perioden. De eerste staat bekend als de Westelijke Han en had aanvankelijk als hoofdstad Chang’an (een van de Zhou-hoofdsteden). Kort na het begin van onze jaartelling was er een periode van maatschappelijke onrust, en werd het gezag van de dynastie enkele jaren onderbroken. Daarna was er de periode van de Oostelijke Han, met als hoofdstad het aloude Luoyang, eveneens een Zhou-hoofdstad.

    [wordt vervolgd]

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u doneren, maar ook een van mijn boeken kopen (en lezen). Mijn boek over Libanon verschijnt in april, maar u kunt het al bestellen. Er is ook een HomeAcademy-cursus, waarvan de opbrengst naar Cordaid Libanon gaat. En u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Zelfde tijdvak

    Het evangelie van Marcus
    april 7, 2019
    China en Rome

    april 29, 2022
    Bulla Regia

    april 1, 2025 Deel dit:

    #BlauweRivier #boeddhisme #ChangAn #ChineseMuur #HanDynastie #Hexicorridor #HouhanShu #KushanaS #Luoyang #MaësTitianos #Mahayana #MarcusAurelius #PeriodeVanDeStrijdendeStaten #QinShiHuangdi #QinDynastie #RomeinsKlimaatoptimum #Tarimbekken #WuDi #Xiongnu #Yuezhi #ZhangQian #ZhouDynastie

  7. Het manicheïsme

    Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

    Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

    Ideeën

    De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

    Manicheeërs ervoeren seksualiteit als problematisch. Er kwamen kinderen van en dat betekende dat opnieuw een ziel gevangen was gezet. Je kunt nu flauwe grappen maken dat de manicheeërs daarom zijn uitgestorven, maar dat heeft vermoedelijk andere redenen gehad, want in de Late Oudheid was het manicheïsme een grote godsdienst, met aanhangers in het Romeinse Rijk, in Sassanidisch Perzië en langs de Zijderoute tot in het China van de Sui- en Tang-dynastieën (581-907) aan toe.

    Nu hebben alle levende wezens een ziel. De manicheeërs waren op dit punt consequent: wie een levend wezen doodde, zelfs als het ging om het plukken van vruchten, verwondde het Licht en verlengde zo de gevangenschap van het Licht in de Duisternis. Vegetarisme was dus aanbevolen, en zelfs het eten van planten gold als problematisch. Simpel gezegd: een manicheeër leefde uiterst ascetisch.

    De eeuwigheid

    Ik heb met opzet in het midden gelaten of het conflict tussen het Rijk van het Licht en dat van de Duisternis eeuwig is. Als ik het goed begrijp, is dat niet helemaal duidelijk. Het staat vast dat er manicheeërs waren die geloofden in een Laatste Oordeel, waarin Licht en Duisternis voorgoed zullen worden gescheiden. Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert, is het manicheïsme zo bezien een verlossingsleer.

    Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict. Deze ambiguïteit, of niet goed doordachte doctrine, kennen we ook uit het Iraanse zoroastrisme en andere dualistische wereldbeelden. Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.

    Ahuramazda vertrapt Ahriman (Naqš-e Rustam)

    Mani

    Ik noemde het zoroastrisme niet zonder reden, want deze Iraanse godsdienst is een van de wortels van het manicheïsme. Zoroastriërs plaatsen de goede god Ahuramazda tegenover de slechte god Ahriman, en eisten dat mensen goed nadachten, de waarheid spraken en rechtvaardig handelden. Deze ideeën beïnvloedden de grondlegger van het manicheïsme, de profeet Mani.

    Hij lijkt in 214 na Chr. te zijn geboren in Ktesifon, beschouwde zich als een apostel van Jezus Christus en begon rond 240 zijn onderricht. Het Sassanidische Rijk was pas net ontstaan en er was – althans aanvankelijk -ruimte voor nieuwe ideeën. Mani combineerde niet alleen christelijke en zoroastrische ideeën, maar verwees ook naar het boeddhisme, naar het platonisme en naar het Corpus Hermeticum.

    In 242 verbleef Mani aan het hof van de Sassanidische koning Shapur I, aan wie hij een van zijn boeken opdroeg. De profeet reisde ook door Medië, Centraal-Azië en Gandara, terwijl zijn discipelen reisden naar Egypte, Syrië en Parthië. De nieuwe leer verspreidde zich, maar niet iedereen was ervan gecharmeerd. De zoroastrische priester Kartir vond vervolging gerechtvaardigd en koning Bahram I gelastte in 276 de arrestatie van Mani. Hij werd in Gunj-e Shapur doodgemarteld.

    Manichees borduurwerk (Humboldtforum, Berlijn)

    Expansie

    Mani’s leerlingen hadden de weg naar het oosten en westen al gevonden; na de dood van hun meester vluchtten ze naar de gebieden langs de Zijderoute en naar het Romeinse Rijk. De vervolging droeg zo ongewild bij aan de verspreiding van de manichese leer. En vermoedelijk ook aan de variatie van ideeën, want wat in pakweg Xinjiang werd geschreven, zal niet altijd zijn doorgedrongen naar pakweg Egypte. Al moet je de mobiliteit van antieke mensen en ideeën nooit onderschatten – dat is de les van de DNA-revolutie.

    In elk geval waren er binnen een eeuw dualistische gemeenschappen in een gebied dat zich uitstrekte van Karthago tot Centraal-Azië. Daar zou het manicheïsme zijn duurzaamste invloed hebben: rond het jaar 1000 was het daar nog steeds de belangrijkste religie.

    In Romeins Afrika was het manicheïsme minder invloedrijk. We weten er wel wat van, want de christelijke auteur Augustinus was van 373 en 382 manicheeër. Later bekeerde hij zich tot het christendom en polemiseerde hij tegen het manicheïsme. Zijn geschriften, niet bepaald objectief, zijn lange tijd de belangrijkste bron van informatie geweest over het concurrerende geloof.

    Bovendien is door het enorme gezag van de kerkvader in de Middeleeuwen elk dualistisch geloof getypeerd als manichees. Paulicianen, bogomielen, katharen en waldenzen zijn op verschillende momenten allemaal een keer beschreven als manicheeërs, wat de indruk wekt dat het allemaal een pot nat is. Dat is maar helemaal de vraag.

    Manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

    Tekstvondsten

    Ik beloofde iets over tekstvondsten. Lange tijd waren onze voornaamste bronnen van informatie de polemieken van Augustinus, Efrem de Syriër en Epifaneios van Salamis. Dat zijn christelijke bronnen. Verder weten we dat keizer Diocletianus de manicheeërs beschouwde als on-Romeins en ze, met hun geschriften, liet verbranden. Ook Romeinse bronnen zijn dus niet erg positief over het geloof van Mani en zijn volgelingen. Idemdito de islamitische auteurs.

    In de twintigste eeuw is de situatie verbeterd doordat we inmiddels beschikken over allerlei originele manichese teksten. Ze zijn in 1902-1914 in het toenmalige Turkestan ontdekt en voor zover ik weet zijn ze nog altijd niet helemaal gepubliceerd. Andere originele geschriften zijn de Tebessa Codex (uit Algerije) en de Keulse Mani-Codex. Die laatste is een bijna ontroerend klein, slechts 3,5 x 4,5 cm metend, boekje, geschreven in uiterst fijne letters.

    Een zeer grote bibliotheek, daterend uit ongeveer 400 na Chr., is gevonden in Medinet Madi. Die teksten zijn, als ik het wel heb, momenteel in Dublin, maar ik ben nooit in Ierland geweest, dus ik kan daar weinig over vertellen. En tot slot: uit Xinjiang is allerlei materiaal bekend. Dat heb ik in Berlijn gezien. De foto’s bij dit stukje komen daar vandaan.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u doneren, maar ook een van mijn boeken kopen (en lezen). Mijn boek over Libanon verschijnt in april, maar u kunt het al bestellen. Er is ook een HomeAcademy-cursus, waarvan de opbrengst naar Cordaid Libanon gaat. En u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Ahriman #Ahuramazda #ascese #Augustinus #BahramI #boeddhisme #bogomielen #CorpusHermeticum #Diocletianus #dualisme #EfremDeSyriër #EpifaneiosVanSalamis #Kartir #katharen #LaatsteOordeel #lichtmetafoor #Mani #manicheïsme #seks #seksualiteit #ShapurI #TangDynastie #vegetarisme #Xinjiang #ziel #zoroastrisme

  8. Het manicheïsme

    Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

    Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

    Ideeën

    De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

    Manicheeërs ervoeren seksualiteit als problematisch. Er kwamen kinderen van en dat betekende dat opnieuw een ziel gevangen was gezet. Je kunt nu flauwe grappen maken dat de manicheeërs daarom zijn uitgestorven, maar dat heeft vermoedelijk andere redenen gehad, want in de Late Oudheid was het manicheïsme een grote godsdienst, met aanhangers in het Romeinse Rijk, in Sassanidisch Perzië en langs de Zijderoute tot in het China van de Sui- en Tang-dynastieën (581-907) aan toe.

    Nu hebben alle levende wezens een ziel. De manicheeërs waren op dit punt consequent: wie een levend wezen doodde, zelfs als het ging om het plukken van vruchten, verwondde het Licht en verlengde zo de gevangenschap van het Licht in de Duisternis. Vegetarisme was dus aanbevolen, en zelfs het eten van planten gold als problematisch. Simpel gezegd: een manicheeër leefde uiterst ascetisch.

    De eeuwigheid

    Ik heb met opzet in het midden gelaten of het conflict tussen het Rijk van het Licht en dat van de Duisternis eeuwig is. Als ik het goed begrijp, is dat niet helemaal duidelijk. Het staat vast dat er manicheeërs waren die geloofden in een Laatste Oordeel, waarin Licht en Duisternis voorgoed zullen worden gescheiden. Omdat het Licht uiteindelijk triomfeert, is het manicheïsme zo bezien een verlossingsleer.

    Tegelijk spreken teksten over een eeuwig conflict. Deze ambiguïteit, of niet goed doordachte doctrine, kennen we ook uit het Iraanse zoroastrisme en andere dualistische wereldbeelden. Misschien is de oplossing wel gelegen in een cyclisch wereldbeeld, waarin de kosmos zich hernieuwt, inclusief tijd, zodat er én een eindpunt kan zijn én eeuwigheid. Ik weet het niet.

    Ahuramazda vertrapt Ahriman (Naqš-e Rustam)

    Mani

    Ik noemde het zoroastrisme niet zonder reden, want deze Iraanse godsdienst is een van de wortels van het manicheïsme. Zoroastriërs plaatsen de goede god Ahuramazda tegenover de slechte god Ahriman, en eisten dat mensen goed nadachten, de waarheid spraken en rechtvaardig handelden. Deze ideeën beïnvloedden de grondlegger van het manicheïsme, de profeet Mani.

    Hij lijkt in 214 na Chr. te zijn geboren in Ktesifon, beschouwde zich als een apostel van Jezus Christus en begon rond 240 zijn onderricht. Het Sassanidische Rijk was pas net ontstaan en er was – althans aanvankelijk -ruimte voor nieuwe ideeën. Mani combineerde niet alleen christelijke en zoroastrische ideeën, maar verwees ook naar het boeddhisme, naar het platonisme en naar het Corpus Hermeticum.

    In 242 verbleef Mani aan het hof van de Sassanidische koning Shapur I, aan wie hij een van zijn boeken opdroeg. De profeet reisde ook door Medië, Centraal-Azië en Gandara, terwijl zijn discipelen reisden naar Egypte, Syrië en Parthië. De nieuwe leer verspreidde zich, maar niet iedereen was ervan gecharmeerd. De zoroastrische priester Kartir vond vervolging gerechtvaardigd en koning Bahram I gelastte in 276 de arrestatie van Mani. Hij werd in Gunj-e Shapur doodgemarteld.

    Manichees borduurwerk (Humboldtforum, Berlijn)

    Expansie

    Mani’s leerlingen hadden de weg naar het oosten en westen al gevonden; na de dood van hun meester vluchtten ze naar de gebieden langs de Zijderoute en naar het Romeinse Rijk. De vervolging droeg zo ongewild bij aan de verspreiding van de manichese leer. En vermoedelijk ook aan de variatie van ideeën, want wat in pakweg Xinjiang werd geschreven, zal niet altijd zijn doorgedrongen naar pakweg Egypte. Al moet je de mobiliteit van antieke mensen en ideeën nooit onderschatten – dat is de les van de DNA-revolutie.

    In elk geval waren er binnen een eeuw dualistische gemeenschappen in een gebied dat zich uitstrekte van Karthago tot Centraal-Azië. Daar zou het manicheïsme zijn duurzaamste invloed hebben: rond het jaar 1000 was het daar nog steeds de belangrijkste religie.

    In Romeins Afrika was het manicheïsme minder invloedrijk. We weten er wel wat van, want de christelijke auteur Augustinus was van 373 en 382 manicheeër. Later bekeerde hij zich tot het christendom en polemiseerde hij tegen het manicheïsme. Zijn geschriften, niet bepaald objectief, zijn lange tijd de belangrijkste bron van informatie geweest over het concurrerende geloof.

    Bovendien is door het enorme gezag van de kerkvader in de Middeleeuwen elk dualistisch geloof getypeerd als manichees. Paulicianen, bogomielen, katharen en waldenzen zijn op verschillende momenten allemaal een keer beschreven als manicheeërs, wat de indruk wekt dat het allemaal een pot nat is. Dat is maar helemaal de vraag.

    Manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

    Tekstvondsten

    Ik beloofde iets over tekstvondsten. Lange tijd waren onze voornaamste bronnen van informatie de polemieken van Augustinus, Efrem de Syriër en Epifaneios van Salamis. Dat zijn christelijke bronnen. Verder weten we dat keizer Diocletianus de manicheeërs beschouwde als on-Romeins en ze, met hun geschriften, liet verbranden. Ook Romeinse bronnen zijn dus niet erg positief over het geloof van Mani en zijn volgelingen. Idemdito de islamitische auteurs.

    In de twintigste eeuw is de situatie verbeterd doordat we inmiddels beschikken over allerlei originele manichese teksten. Ze zijn in 1902-1914 in het toenmalige Turkestan ontdekt en voor zover ik weet zijn ze nog altijd niet helemaal gepubliceerd. Andere originele geschriften zijn de Tebessa Codex (uit Algerije) en de Keulse Mani-Codex. Die laatste is een bijna ontroerend klein, slechts 3,5 x 4,5 cm metend, boekje, geschreven in uiterst fijne letters.

    Een zeer grote bibliotheek, daterend uit ongeveer 400 na Chr., is gevonden in Medinet Madi. Die teksten zijn, als ik het wel heb, momenteel in Dublin, maar ik ben nooit in Ierland geweest, dus ik kan daar weinig over vertellen. En tot slot: uit Xinjiang is allerlei materiaal bekend. Dat heb ik in Berlijn gezien. De foto’s bij dit stukje komen daar vandaan.

    Als u wil helpen dragen in de kosten van deze blog, kunt u doneren, maar ook een van mijn boeken kopen (en lezen). Mijn boek over Libanon verschijnt in april, maar u kunt het al bestellen. Er is ook een HomeAcademy-cursus, waarvan de opbrengst naar Cordaid Libanon gaat. En u kunt deze blog volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #Ahriman #Ahuramazda #ascese #Augustinus #BahramI #boeddhisme #bogomielen #CorpusHermeticum #Diocletianus #dualisme #EfremDeSyriër #EpifaneiosVanSalamis #Kartir #katharen #LaatsteOordeel #lichtmetafoor #Mani #manicheïsme #seks #seksualiteit #ShapurI #TangDynastie #vegetarisme #Xinjiang #ziel #zoroastrisme

  9. Zorgen over het boeddhisme

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Robert Keurntjes, eerder in het BD geplaatst op 30 november 2013. De redactie van het Boeddhistisch Dagblad stuurde enige tijd geleden alweer een mailtje naar enkele medewerkers van de krant met het verzoek te reageren op de stelling: ‘Nieuwlichters en uitleggers, waarom toch zoveel energie steken in de uitleg en interpretatie van de dhamma. Het lijkt erop dat het boeddhisme zo aan de tijd wordt aangepast, dat er slechts een schil overblijft. Een van de schrijvers reageerde daarop met: De dharma is niet modern of oud. Wie denkt de dharma te kunnen veranderen of versoberen, heeft (nog) geen inzicht in de dharma. In deel 1, van wat naar wij hopen een leuke en lezenswaardige serie zal worden, bijt Robert Keurntjes het spits af. Wij nodigen ook andere schrijvers uit hun licht te laten schijnen over het thema ‘Nieuwlichters en uitleggers…’

    Alles is voortdurend in verandering. Dat is op zichzelf niet goed of verkeerd maar een neutraal gegeven. Veranderingen worden door ons echter bezien vanuit een bepaald perspectief, vanuit een bepaalde identificatie. Daardoor willen we bepaalde veranderingen wel en andere niet. Een andere benadering om veranderingen te duiden is vanuit het perspectief of de veranderingen heilzaam zijn of niet. Ook al is dat perspectief moeilijk te handhaven zonder vermenging met weer één of andere identificatie.

    Ook het boeddhisme is van meet af aan in verandering geweest. Het heeft zich overal waar het kwam aangepast aan de cultuur en de tijdsgeest. Die veranderingen werden en worden ook afgewisseld met conservatieve geluiden. Boeddhisme maakt hier, onvermijdelijk, ook veranderingen door en even onvermijdelijk zijn de kritische geluiden en zorgen ten aanzien van die veranderingen.

    De zorgen die ik her en der zie over ontwikkelingen zijn voor een groot gedeelte terug te voeren op vragen of het boeddhisme dan nog wel boeddhisme is (of blijft). Dat zijn zorgen over de identiteit. Soms verpakt in zorgen over de heilzaamheid van het resultaat na de verandering. Zelden zie ik zorgen die alleen over de heilzaamheid van de nieuwe ontwikkeling gaat zonder de zorg wat het doet met boeddhisme op zich.

    Zo gaat de discussie over wel of geen reïncarnatie over de vraag of het essentieel is voor het boeddhisme om er in te geloven en niet over de vraag of het heilzaam is om er in te geloven of niet. In een discussie over dat onderwerp las ik dat je niet als boeddhist serieus genomen kan worden wanneer je niet in reïncarnatie gelooft. Waarbij je je af kunt vragen wat het doel is wat je beoogt: je zelf d.m.v. boeddhisme ontwikkelen (of bevrijden) of je zelf boeddhist kunnen noemen. Voor het eerste hoef je dan niet in reïncarnatie te geloven, voor het tweede wel.

    Eén van de ontwikkelingen die zorgen oproepen gaat over ‘boeddhisme light’ en de ‘mindfulness hype’. Zo las ik o.a. ergens de stelling dat dat tot zelfbedrog zou kunnen leiden. Als of dat niet kan door traditioneel boeddhisme. ‘Zelfbedrog’ is waar boeddhisme ons van wil bevrijden. Als mindfulness dat niet volledig doet maar ons wel in staat stelt iets makkelijker om te gaan met dat gene wat we in het leven tegen komen, wat is daar dan mis mee? Als mensen iets rustiger worden en iets vaker aan vriendelijkheid denken door een tuinkaboeddha, wat is daar dan mis mee? Je haalt op die manier niet alles uit het boeddhisme wat er in zit, maar je haalt er ook niet iets uit wat er niet in zit. Wat wel kan gebeuren wanneer je je verliest in de vorm van een traditioneel boeddhisme.

    ‘Boeddhisme light’ is overigens geen nieuw fenomeen maar ook al oeroud. De gemiddelde Aziaat weet maar weinig van de inhoud van het boeddhisme en beleeft zijn boeddhist zijn d.m.v. offergaven en gebeden voor een boeddhabeeld of door prostraties en het ronddraaien van gebedsmolens.

    Een heel ander zorg betreft de overintellectuele bestudering van boeddhistische teksten. Boeddhologen die de geschiedenis van het boeddhisme proberen te ontrafelen en die inzichtelijk maken dat het boeddhisme van nu (ongeacht de traditie) niet hetzelfde is als het boeddhisme van 2500 jaar geleden. Wellicht voelt het even oncomfortabel wanneer je te horen krijgt dat een bepaalde sutra niet de letterlijke woorden van Boeddha weergeeft maar een compositie is die pas eeuwen later tot stand gekomen is in het kader van een discussie tussen verschillende boeddhistische sektes. Maar is dat een probleem? Wordt je meditatie daardoor opeens minder effectief?

    Het is wel lastig dat er mensen zijn die dingen gaan roepen die voortkomen uit een gebrek aan kennis of misinterpretaties, maar daar hebben we geen niet-boeddhisten voor nodig. Wel hebben we daar boeddhisten (en niet-boeddhisten) bij nodig die zich werkelijk willen verdiepen in de grondslagen van het boeddhisme.

    Uiteindelijk zou het om de inhoud moeten gaan en wat het kan betekenen voor het individu. Dat vraagt om een kritische houding en intern onderzoek. “Het staat in die en die sutra” is geen geldig argument voor de waarheid van een uitspraak, en dat is het ook nooit geweest. Dat er steeds meer teksten vertaald worden stelt ons ook in de gelegenheid om de overeenkomsten en verschillen tussen b.v. Theravada en Sarvastivada teksten te vergelijken. A History of Mindfulness van Bikkhu Sujato is daar een mooi voorbeeld van. Waardoor we een nog beter begrip kunnen krijgen van wat de eerste boeddhisten met hun teksten bedoelden.

    Dergelijke kritische studies sluit mijns inziens goed aan bij de huidige tijdsgeest waarin de geïnstitutionaliseerde religies meer en meer aan terrein verliest. Ons blinde geloof richt zich niet meer op wat de kerk ons vertelt maar op snelle oppervlakkige informatie die zich razendsnel via allerlei nieuwe vormen van media verspreidt. Dat vraagt om meer aandacht voor kritisch denken, redelijke argumentatie en persoonlijke ervaring.

    De toenemende aandacht vanuit de wetenschap voor het boeddhisme is vooralsnog vooral beperkt tot religiestudies en de toepassing van boeddhistische methodieken. Daarmee wordt echter wel een opening geboden waarin de grondslagen van het boeddhisme ook aan de orde kunnen komen. Wat daarvan na kritische bestudering overeind blijft is een verrijking en wat de toets der kritiek niet kan doorstaan had wellicht al veel eerder weerlegt moeten worden.

    Boeddhisme als religie zal vast wel blijven bestaan maar wat het boeddhisme te bieden heeft zit wellicht minder in de religieuze aspecten dan in de inzichten die het boeddhisme ontwikkeld heeft over de werking van onze geest in relatie tot ons welbevinden.

    Iets anders waarvan ik me afvraag in hoeverre het heilzaam is, is de rigiditeit waarmee sommigen het boeddhisme beleven. Vragen of je met het boeddhisme geld mag verdienen en of je als boeddhist vlees mag eten worden daardoor vanuit een verkeerd perspectief gesteld. Boeddhisme is uiteindelijk niet geïnteresseerd in de vraag of iets mag. De vraag is wat een handeling doet met je geest. De vraag of je iets wel of niet zou moeten doen kun je niet beantwoorden op grond van wel of niet mogen, maar of het heilzaam is voor je eigen geest of niet.

    Dat geldt mijns inziens ook ten aanzien van ontwikkeling in en rond het boeddhisme. Het gaat er niet om of dat wel of niet mag volgens het boeddhisme maar of het heilzaam is voor het individu of niet. En als mensen een methode uit het boeddhisme halen die ze kunnen gebruiken dan sluit ik me graag bij Bhikku Bhodi aan die in een artikel uit 2010 schreef: “If clinicians find that mindfulness helps patients accept pain and illness, that is wonderful… If peace activists find the meditation on loving-kindness helps them be more peaceful in their advocacy of peace, again, that is splendid. And if a businessman finds his Zen practice makes him more considerate of his clients, again this should merit our approval.… If such practices benefit those who do not accept the full framework of Buddhist teaching, I see no reason to grudge them the right to take what they need. To the contrary, I feel that those who adapt the Dhamma to these new purposes are to be admired for their pioneering courage and insight. As long as they act with prudence and a compassionate intent, let them make use of the Dhamma in any way they can to help others”.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #cultuur #mindfulness #reïncarnatieEnWedergeboorte #RobertKeurntjes #tijdgeest

  10. Zorgen over het boeddhisme

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Robert Keurntjes, eerder in het BD geplaatst op 30 november 2013. De redactie van het Boeddhistisch Dagblad stuurde enige tijd geleden alweer een mailtje naar enkele medewerkers van de krant met het verzoek te reageren op de stelling: ‘Nieuwlichters en uitleggers, waarom toch zoveel energie steken in de uitleg en interpretatie van de dhamma. Het lijkt erop dat het boeddhisme zo aan de tijd wordt aangepast, dat er slechts een schil overblijft. Een van de schrijvers reageerde daarop met: De dharma is niet modern of oud. Wie denkt de dharma te kunnen veranderen of versoberen, heeft (nog) geen inzicht in de dharma. In deel 1, van wat naar wij hopen een leuke en lezenswaardige serie zal worden, bijt Robert Keurntjes het spits af. Wij nodigen ook andere schrijvers uit hun licht te laten schijnen over het thema ‘Nieuwlichters en uitleggers…’

    Alles is voortdurend in verandering. Dat is op zichzelf niet goed of verkeerd maar een neutraal gegeven. Veranderingen worden door ons echter bezien vanuit een bepaald perspectief, vanuit een bepaalde identificatie. Daardoor willen we bepaalde veranderingen wel en andere niet. Een andere benadering om veranderingen te duiden is vanuit het perspectief of de veranderingen heilzaam zijn of niet. Ook al is dat perspectief moeilijk te handhaven zonder vermenging met weer één of andere identificatie.

    Ook het boeddhisme is van meet af aan in verandering geweest. Het heeft zich overal waar het kwam aangepast aan de cultuur en de tijdsgeest. Die veranderingen werden en worden ook afgewisseld met conservatieve geluiden. Boeddhisme maakt hier, onvermijdelijk, ook veranderingen door en even onvermijdelijk zijn de kritische geluiden en zorgen ten aanzien van die veranderingen.

    De zorgen die ik her en der zie over ontwikkelingen zijn voor een groot gedeelte terug te voeren op vragen of het boeddhisme dan nog wel boeddhisme is (of blijft). Dat zijn zorgen over de identiteit. Soms verpakt in zorgen over de heilzaamheid van het resultaat na de verandering. Zelden zie ik zorgen die alleen over de heilzaamheid van de nieuwe ontwikkeling gaat zonder de zorg wat het doet met boeddhisme op zich.

    Zo gaat de discussie over wel of geen reïncarnatie over de vraag of het essentieel is voor het boeddhisme om er in te geloven en niet over de vraag of het heilzaam is om er in te geloven of niet. In een discussie over dat onderwerp las ik dat je niet als boeddhist serieus genomen kan worden wanneer je niet in reïncarnatie gelooft. Waarbij je je af kunt vragen wat het doel is wat je beoogt: je zelf d.m.v. boeddhisme ontwikkelen (of bevrijden) of je zelf boeddhist kunnen noemen. Voor het eerste hoef je dan niet in reïncarnatie te geloven, voor het tweede wel.

    Eén van de ontwikkelingen die zorgen oproepen gaat over ‘boeddhisme light’ en de ‘mindfulness hype’. Zo las ik o.a. ergens de stelling dat dat tot zelfbedrog zou kunnen leiden. Als of dat niet kan door traditioneel boeddhisme. ‘Zelfbedrog’ is waar boeddhisme ons van wil bevrijden. Als mindfulness dat niet volledig doet maar ons wel in staat stelt iets makkelijker om te gaan met dat gene wat we in het leven tegen komen, wat is daar dan mis mee? Als mensen iets rustiger worden en iets vaker aan vriendelijkheid denken door een tuinkaboeddha, wat is daar dan mis mee? Je haalt op die manier niet alles uit het boeddhisme wat er in zit, maar je haalt er ook niet iets uit wat er niet in zit. Wat wel kan gebeuren wanneer je je verliest in de vorm van een traditioneel boeddhisme.

    ‘Boeddhisme light’ is overigens geen nieuw fenomeen maar ook al oeroud. De gemiddelde Aziaat weet maar weinig van de inhoud van het boeddhisme en beleeft zijn boeddhist zijn d.m.v. offergaven en gebeden voor een boeddhabeeld of door prostraties en het ronddraaien van gebedsmolens.

    Een heel ander zorg betreft de overintellectuele bestudering van boeddhistische teksten. Boeddhologen die de geschiedenis van het boeddhisme proberen te ontrafelen en die inzichtelijk maken dat het boeddhisme van nu (ongeacht de traditie) niet hetzelfde is als het boeddhisme van 2500 jaar geleden. Wellicht voelt het even oncomfortabel wanneer je te horen krijgt dat een bepaalde sutra niet de letterlijke woorden van Boeddha weergeeft maar een compositie is die pas eeuwen later tot stand gekomen is in het kader van een discussie tussen verschillende boeddhistische sektes. Maar is dat een probleem? Wordt je meditatie daardoor opeens minder effectief?

    Het is wel lastig dat er mensen zijn die dingen gaan roepen die voortkomen uit een gebrek aan kennis of misinterpretaties, maar daar hebben we geen niet-boeddhisten voor nodig. Wel hebben we daar boeddhisten (en niet-boeddhisten) bij nodig die zich werkelijk willen verdiepen in de grondslagen van het boeddhisme.

    Uiteindelijk zou het om de inhoud moeten gaan en wat het kan betekenen voor het individu. Dat vraagt om een kritische houding en intern onderzoek. “Het staat in die en die sutra” is geen geldig argument voor de waarheid van een uitspraak, en dat is het ook nooit geweest. Dat er steeds meer teksten vertaald worden stelt ons ook in de gelegenheid om de overeenkomsten en verschillen tussen b.v. Theravada en Sarvastivada teksten te vergelijken. A History of Mindfulness van Bikkhu Sujato is daar een mooi voorbeeld van. Waardoor we een nog beter begrip kunnen krijgen van wat de eerste boeddhisten met hun teksten bedoelden.

    Dergelijke kritische studies sluit mijns inziens goed aan bij de huidige tijdsgeest waarin de geïnstitutionaliseerde religies meer en meer aan terrein verliest. Ons blinde geloof richt zich niet meer op wat de kerk ons vertelt maar op snelle oppervlakkige informatie die zich razendsnel via allerlei nieuwe vormen van media verspreidt. Dat vraagt om meer aandacht voor kritisch denken, redelijke argumentatie en persoonlijke ervaring.

    De toenemende aandacht vanuit de wetenschap voor het boeddhisme is vooralsnog vooral beperkt tot religiestudies en de toepassing van boeddhistische methodieken. Daarmee wordt echter wel een opening geboden waarin de grondslagen van het boeddhisme ook aan de orde kunnen komen. Wat daarvan na kritische bestudering overeind blijft is een verrijking en wat de toets der kritiek niet kan doorstaan had wellicht al veel eerder weerlegt moeten worden.

    Boeddhisme als religie zal vast wel blijven bestaan maar wat het boeddhisme te bieden heeft zit wellicht minder in de religieuze aspecten dan in de inzichten die het boeddhisme ontwikkeld heeft over de werking van onze geest in relatie tot ons welbevinden.

    Iets anders waarvan ik me afvraag in hoeverre het heilzaam is, is de rigiditeit waarmee sommigen het boeddhisme beleven. Vragen of je met het boeddhisme geld mag verdienen en of je als boeddhist vlees mag eten worden daardoor vanuit een verkeerd perspectief gesteld. Boeddhisme is uiteindelijk niet geïnteresseerd in de vraag of iets mag. De vraag is wat een handeling doet met je geest. De vraag of je iets wel of niet zou moeten doen kun je niet beantwoorden op grond van wel of niet mogen, maar of het heilzaam is voor je eigen geest of niet.

    Dat geldt mijns inziens ook ten aanzien van ontwikkeling in en rond het boeddhisme. Het gaat er niet om of dat wel of niet mag volgens het boeddhisme maar of het heilzaam is voor het individu of niet. En als mensen een methode uit het boeddhisme halen die ze kunnen gebruiken dan sluit ik me graag bij Bhikku Bhodi aan die in een artikel uit 2010 schreef: “If clinicians find that mindfulness helps patients accept pain and illness, that is wonderful… If peace activists find the meditation on loving-kindness helps them be more peaceful in their advocacy of peace, again, that is splendid. And if a businessman finds his Zen practice makes him more considerate of his clients, again this should merit our approval.… If such practices benefit those who do not accept the full framework of Buddhist teaching, I see no reason to grudge them the right to take what they need. To the contrary, I feel that those who adapt the Dhamma to these new purposes are to be admired for their pioneering courage and insight. As long as they act with prudence and a compassionate intent, let them make use of the Dhamma in any way they can to help others”.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #cultuur #mindfulness #reïncarnatieEnWedergeboorte #RobertKeurntjes #tijdgeest

  11. Boeddhisme en seks: het meer totale plaatje

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee verder. Hieronder een tekst van Joop Romeijn die we eerder, op 27 juni 2013, in het BD plaatsten.

    Het thema ‘boeddhisme en seksualiteit ‘ blijft actueel, ook in Nederland, ook als we het er liever niet over willen hebben. Wat de diepere oorzaken van de problematiek kunnen zijn, is het onderwerp van een essay van Stephen Batchelor dat ik hieronder – door mij vertaald – weergeef.

    Oorspronkelijke titel: Buddhism and Sex: the Bigger Picture .

    In het licht van de schijnbaar eeuwigdurende controverse rond de kwestie van boeddhistische leraren die misbruik maken van hun gezag om seksuele gunsten te winnen van hun leerlingen, is het misschien nuttig om wat afstand te nemen van de analyse van specifieke gevallen; en elementen van het grotere geheel, waarin deze vorm van misbruik zich manifesteert, in de beschouwing te betrekken.

    1. Seksueel verlangen is de meest krachtige biologische drift die we kennen van de mensheid.  Ongeacht welke geloften men heeft genomen om het te beheersen, kan lust zich ongevraagd onder alle omstandigheden voordoen en anderszins verantwoordelijke en goede mensen ertoe brengen zich aan handelingen over te geven die ze zonder aarzelen betreuren in anderen.

    2. Overal waar mensen zijn in een positie van macht over andere mensen, is het onvermijdelijk dat sommigen die macht zullen gebruiken om hun eigen seksuele verlangens na te streven en te bevredigen. Ongeacht de redenen en de rechtvaardigingen die worden gebruikt om dergelijk gedrag te legitimeren, maakt de persoon aan de macht (meestal een man) misbruik van het vertrouwen van degene zonder macht (meestal een vrouw of, in een klooster: een jongen) òf om zowel te voldoen aan de fysieke lust òf aan een verlangen naar intimiteit.

    3. De Boeddha zelf werd beschuldigd van het hebben van geslachtsgemeenschap met de vrouwelijke asceten Sundari en Cinca. Volgens de traditie waren deze beschuldigingen ongegrond, ze werden gebruikt door degenen die jaloers waren op zijn succes teneinde hem in diskrediet te brengen.
    Seks hebben met zijn leerlingen is niet een hedendaagse kwestie die pas zijn kop is gaan steken in de tegelijkertijd tolerante als puriteinse samenlevingen van het Westen. Het is gewoon wat mensen in posities van gezag vatbaar voor zijn of van beschuldigd worden te doen.

    4. Zijn er leerstellige of institutionele elementen binnen de boeddhistische traditie, die dergelijk gedrag waarschijnlijker zou maken?  Kunnen we evenzo andere elementen identificeren die werken in de richting van het minder waarschijnlijk maken dat dit gedrag plaatsvindt?  Ik neem het als gegeven dat er geen set van regels is, hoe nauwgezet omschreven ook en hoe precies ook toegepast, die ooit waterdicht zal kunnen worden.

    5. De wortel van de machtsongelijkheid tussen leraar en leerling ligt in de overtuiging dat de eerste in zekere mate “verlicht” is, terwijl de laatste dat niet is. Dit weerspiegelt het verschil tussen de ariya (edel wezen) en de puthujjana (gewone wezen) die teruggaat tot de vroegste teksten.  Vervolgens kreeg dit onderscheid een leerstellige basis toen boeddhisten de theorie van de ‘Twee Waarheden’ een sleutelrol toekenden in hun exegetische denken. Waar de Boeddha (in de Pali canon) nooit onderscheid maakte tussen ‘conventionele’ (samvrti) en ‘ultieme’ (paramartha) waarheid, werd de theorie omarmd door alle scholen, waaronder het Theravada.  Het ‘Twee Waarheden’ leerstuk heeft niet alleen een didactische betekenis, het versterkt ook een ’twee-klassen-model’ [Engels: two-tier-model ] van autoriteit: zij die directe kennis van de ultieme waarheid dragen, zijn ariya; terwijl degenen die dat niet doen louter puthujjana zijn.  Het gezag van de leraar krijgt daarmee een mystiek-ontologische in plaats van een louter institutionele rechtvaardiging.

    6. Toen de boeddhistische traditie zich in de loop van de tijd ontwikkelde in een georganiseerde religie, werd de kloof tussen de ariya en de puthujjana breder en breder. De professionals (d.w.z. monniken, priesters en yogi’s) kregen een steeds grotere charismatisch gezag als ‘verlichten’ toebedeeld; terwijl de leken steeds meer een eerbiedige en onderdanige rol moesten gaan spelen.  Dit culmineerde in het soort situatie dat we terugvinden in het Tibetaans boeddhisme heden ten dage waar de leraar (lama / guru) gezien moet worden als een volledig ontwaakte Boeddha, terwijl van de leerlingen wordt verwacht dat zij zich en hun ‘zelfbestemming’ aan hem overgeven teneinde eventuele vorderingen op het pad te maken, die, zo wordt hen verteld, alleen mogelijk is door de ‘zegen’ van de lama.

    7. Als men zich weloverwogen een vorm van boeddhisme probeert voor te stellen die het best geschikt zou zijn om seksuele de mogelijkheden voor een leraar te optimaliseren, zou men moeilijk het model kunnen verbeteren dat in Tibet is ontstaan. In combinatie met een feodale opvatting van absolute macht en een geloof in tantrische seksuele praktijken als middel om verlichting te bereiken, komt men tot een kant-en-klare rechtvaardiging voor mannelijke leraren om te profiteren van de vrouwelijke leerlingen.
    Deze situatie is veel opzichten hetzelfde in het Japanse Zen, waar een feodaal model eveneens de overhand heeft, zij het zonder het gebruik van tantrische elementen.

    8. Het is geen toeval dat de meeste gemelde gevallen van misbruik van leerlingen afkomstig zijn uit de Tibetaanse en Japanse Zen tradities; dat wil zeggen, daar waar de grootste nadruk op onderwerping en gehoorzaamheid wordt gelegd. Dit wil niet zeggen dat dergelijk misbruik afwezig is in de Theravada – het komt daar ook voor. Het wil ook niet zeggen dat er geen leraren in de Tibetaanse en Zen tradities zijn die zich ethisch integer gedragen – want dat zijn er zeer vele.  Terwijl misbruik altijd een onethische handeling is, verricht door een bepaald mens, die daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk moet worden gehouden, moeten we ook erkennen dat bepaalde leerstellige en institutionele contexten dit soort gedrag meer bevorderen dan andere.  Zolang systemische ongelijkheid van institutionele macht onaangetast blijft, zal geen gewetensonderzoek in welke omvang dan ook noch het formuleren van steeds meer gedetailleerde morele ‘richtlijnen’ slagen in het samenhangend aanpakken van het kern-thema van het misbruik van macht.

    9. Volgens de vroegste teksten is de rol van de ariya (leraar) niet, de puthujjana (leerling) afhankelijk van hem te maken, maar om de leerling in staat te stellen ’te veredelen’ door de stroom te betreden (sotapatti) van het achtvoudige pad. Dus de rol van de leraar is om de leerling te helpen zo snel mogelijk op zijn eigen benen staan.
    Want met het ‘betreden van de stroom’ wordt de persoon autonoom in zijn of haar beoefening en is niet langer afhankelijk van het gezag van een andere persoon (aparapaccaya) om door te gaan op het pad.  De suttas definiëren stroombetreden als het verkrijgen van ‘lucide vertrouwen in de Boeddha, de Dharma en de Sangha’ en het bereiken van het ‘koesteren van de deugden dierbaar voor de edelen.’  Wat verandert is iemands oprechte ethische betrokkenheid op de beoefening. Stroombetreden heeft niets te maken met het bereiken van een esoterische ‘verlichting’, die vervolgens een bevoegdheid geeft om macht uit te oefenen over anderen.

    10. Ten tijde van de Boeddha was het stroombetreden dat waartoe mensen uit alle lagen van de bevolking, ongeacht geslacht, hetzij monastieke of leek, werden uitgenodigd te doen.
    ‘Sangha’ verwees niet alleen naar monniken, d.w.z. de machthebbers, maar naar iedereen die de stroom van het pad had betreden. Zelfs iemand als Sarakani de Sakiyan, een man veracht door zijn collega’s als de lokale dronkenlap. Door herstel van dit begrip van de stroombetreder, herstellen we een inclusief model van gemeenschap die bestaat uit autonome individuen die werken aan het ondersteunen en handhaven van elkaars beoefening.  Sommige van deze mensen kunnen ‘heiligen’ zijn, terwijl anderen mogelijk ‘zondaars’ zijn. Dat is niet het probleem.
    In plaats van een reeks overeengekomen (geloofs)overtuigingen of een gedeelde toewijding aan een guru, is wat iedereen aan elkaar bindt, een bereidheid om de wijsheid elke sangha-lid hoog te houden, hem of haar tegelijk verantwoordelijk houdend voor zijn of haar tekortkomingen.

    Tot zover de beschouwing van Batchelor.
    Bron: http://sweepingzen.com/buddhism-and-sex-the-bigger-picture/ . Inclusief vele reacties!

    Ik wil daar een paar kanttekeningen bij maken.
    Zijn verklaring van seksueel wangedrag van de leraar komt wellicht wat al te exclusief uit de ontwikkeling van het boeddhisme zelf. Voor mij is niet alleen de gezagsverhouding maar de afhankelijkheidsrelatie tussen leraar en leerling de bron van de problemen, net zo als die fout kan gaan tussen therapeut en cliënt/patiënt. De leraar (of de therapeut) is zich er dan niet van bewust dat de schijnbare vrijwilligheid van de kant van de vrouw of het kind er niet echt is.  Ik voeg ‘het kind’ er aan toe, en bedoel ‘jongen(tje)’, want pedofilie door monniken moet m.i. ook ‘seksueel wangedrag’ genoemd worden, en komt waarschijnlijk niet alleen in de Theravada voor.

    Verder noemt Batchelor de rol van het celibaat niet. In de Theravada, met een ‘vrouwonhandigheid’ tot vrouwvijandigheid die ik voor het gemak maar ‘Aziatische cultuur’ noem; (zie mijn samenvatting van de ‘Achttien fouten van een klooster ‘ in m’n blog ) kan dit laag waarderen van vrouwen en leken risico-verhogend werken.
    Om het wat ongebruikelijk te formuleren: het aanbieden van seksuele diensten kan (ook door de monnik) gezien worden als een van de vormen van dana van de leek aan de monnik, net zo als het aanbieden van voedsel of een nieuwe pij. Voor de zekerheid zeg ik er maar bij: een heel kromme redenering.

    En dan de vraag:
    Wat kan een (mede)leerling doen als hij of zij merkt dat er (wellicht) iets loos is in het contact tussen zijn/haar leraar en een ander? Ik ben geen (ervarings)deskundige op dit gebied en wil niet maar wat theoretiseren. Daarom alleen de opmerking dat er nooit een makkelijke route is; en een aantal bronnen:

    Het meest concreet en toegesneden op de Nederlandse situatie is:  www.simsara.nl/ethisch-drieluik/
    Beslist niet alleen bruikbaar voor beoefenaren van de inzichtsmeditatie. En ook goed om te lezen voor iedereen, uit preventief oogpunt.

    Ook praktisch op het niveau van de individu is mijn vertaling van een Duitse tekst over heilzame en onheilzame structuren

    Twee boeken:  Sex and the Spiritual Teacher: Why it happens, When it’s a problem, and What we all can do door Scott Edelstein . O.a. via Amazon
    en m Buddha Betrayed: When Spiritual Relationships Go Awry door Gerti Schoen. Ook via Amazon

    Meer op beleidsniveau: hoe om te gaan met een ‘schandaal’ door de boeddhistische gemeenschap.  Een aankondiging van een Ronde-tafel-discussie deze zomer. Door de Buddhist Geeks.  Beslist niet overbodig in de Nederlandse situatie van de bevindingen kennis te nemen, want het gaat er hier meestal nogal onhandig aan toe, kunnen we bv in *Open Boeddhisme* lezen.

    Letter from Roshi Joan regarding Eido Shimano
    Moeten we Joan Halifax nog nader aanbevelen?

    Een aankondiging die enig verband heeft met bovenstaande:
    Een lezing door Rita Gross
    Hoe het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt
    Op maandag 1 juli vanaf 19.30 uur in  Rigpa , ingang De Kuiperstraat ter hoogte van nr. 148, in Amsterdam. De voertaal is Engels. Uit de toelichting:
    “ Het boeddhistische onderricht van alle periodes en scholen van het boeddhisme is sekseneutraal en seksevrij, en proclameert dat vrouwen en mannen in gelijke mate in staat zijn realisatie te bereiken. Niettemin zit er een diepgewortelde tegenspraak in het hart van het boeddhisme tussen dit onderricht en de institutionele praktijken waar het om sekserollen gaat. In de geschiedenis hebben boeddhistische instituten vrouwen en mannen niet gelijk behandeld en dit probleem is door boeddhistische leraren niet krachtig genoeg bestreden. Deze algemene praktijk strekt zich zelfs uit tot het westerse boeddhisme. Maar waar het sekserollen betreft is het versterken van en het vasthouden aan conventionele normen en praktijken funest voor diepzinnige beoefening en realisatie. Het is duidelijk dat het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt. ”

    Joop Romeijn overleed op 25 maart 2020.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #boeddhismeEnSeksualiteit #JoopRomeijn #seks #sekserollen #seksueelMisbruik #StephenBatchelor #verlichting
    #Boeddhisme #boeddhismeEnSeksualiteit #JoopRomeijn #seks #sekserollen #seksueelMisbruik #StephenBatchelor #verlichting

  12. Boeddhisme en seks: het meer totale plaatje

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee verder. Hieronder een tekst van Joop Romeijn die we eerder, op 27 juni 2013, in het BD plaatsten.

    Het thema ‘boeddhisme en seksualiteit ‘ blijft actueel, ook in Nederland, ook als we het er liever niet over willen hebben. Wat de diepere oorzaken van de problematiek kunnen zijn, is het onderwerp van een essay van Stephen Batchelor dat ik hieronder – door mij vertaald – weergeef.

    Oorspronkelijke titel: Buddhism and Sex: the Bigger Picture .

    In het licht van de schijnbaar eeuwigdurende controverse rond de kwestie van boeddhistische leraren die misbruik maken van hun gezag om seksuele gunsten te winnen van hun leerlingen, is het misschien nuttig om wat afstand te nemen van de analyse van specifieke gevallen; en elementen van het grotere geheel, waarin deze vorm van misbruik zich manifesteert, in de beschouwing te betrekken.

    1. Seksueel verlangen is de meest krachtige biologische drift die we kennen van de mensheid.  Ongeacht welke geloften men heeft genomen om het te beheersen, kan lust zich ongevraagd onder alle omstandigheden voordoen en anderszins verantwoordelijke en goede mensen ertoe brengen zich aan handelingen over te geven die ze zonder aarzelen betreuren in anderen.

    2. Overal waar mensen zijn in een positie van macht over andere mensen, is het onvermijdelijk dat sommigen die macht zullen gebruiken om hun eigen seksuele verlangens na te streven en te bevredigen. Ongeacht de redenen en de rechtvaardigingen die worden gebruikt om dergelijk gedrag te legitimeren, maakt de persoon aan de macht (meestal een man) misbruik van het vertrouwen van degene zonder macht (meestal een vrouw of, in een klooster: een jongen) òf om zowel te voldoen aan de fysieke lust òf aan een verlangen naar intimiteit.

    3. De Boeddha zelf werd beschuldigd van het hebben van geslachtsgemeenschap met de vrouwelijke asceten Sundari en Cinca. Volgens de traditie waren deze beschuldigingen ongegrond, ze werden gebruikt door degenen die jaloers waren op zijn succes teneinde hem in diskrediet te brengen.
    Seks hebben met zijn leerlingen is niet een hedendaagse kwestie die pas zijn kop is gaan steken in de tegelijkertijd tolerante als puriteinse samenlevingen van het Westen. Het is gewoon wat mensen in posities van gezag vatbaar voor zijn of van beschuldigd worden te doen.

    4. Zijn er leerstellige of institutionele elementen binnen de boeddhistische traditie, die dergelijk gedrag waarschijnlijker zou maken?  Kunnen we evenzo andere elementen identificeren die werken in de richting van het minder waarschijnlijk maken dat dit gedrag plaatsvindt?  Ik neem het als gegeven dat er geen set van regels is, hoe nauwgezet omschreven ook en hoe precies ook toegepast, die ooit waterdicht zal kunnen worden.

    5. De wortel van de machtsongelijkheid tussen leraar en leerling ligt in de overtuiging dat de eerste in zekere mate “verlicht” is, terwijl de laatste dat niet is. Dit weerspiegelt het verschil tussen de ariya (edel wezen) en de puthujjana (gewone wezen) die teruggaat tot de vroegste teksten.  Vervolgens kreeg dit onderscheid een leerstellige basis toen boeddhisten de theorie van de ‘Twee Waarheden’ een sleutelrol toekenden in hun exegetische denken. Waar de Boeddha (in de Pali canon) nooit onderscheid maakte tussen ‘conventionele’ (samvrti) en ‘ultieme’ (paramartha) waarheid, werd de theorie omarmd door alle scholen, waaronder het Theravada.  Het ‘Twee Waarheden’ leerstuk heeft niet alleen een didactische betekenis, het versterkt ook een ’twee-klassen-model’ [Engels: two-tier-model ] van autoriteit: zij die directe kennis van de ultieme waarheid dragen, zijn ariya; terwijl degenen die dat niet doen louter puthujjana zijn.  Het gezag van de leraar krijgt daarmee een mystiek-ontologische in plaats van een louter institutionele rechtvaardiging.

    6. Toen de boeddhistische traditie zich in de loop van de tijd ontwikkelde in een georganiseerde religie, werd de kloof tussen de ariya en de puthujjana breder en breder. De professionals (d.w.z. monniken, priesters en yogi’s) kregen een steeds grotere charismatisch gezag als ‘verlichten’ toebedeeld; terwijl de leken steeds meer een eerbiedige en onderdanige rol moesten gaan spelen.  Dit culmineerde in het soort situatie dat we terugvinden in het Tibetaans boeddhisme heden ten dage waar de leraar (lama / guru) gezien moet worden als een volledig ontwaakte Boeddha, terwijl van de leerlingen wordt verwacht dat zij zich en hun ‘zelfbestemming’ aan hem overgeven teneinde eventuele vorderingen op het pad te maken, die, zo wordt hen verteld, alleen mogelijk is door de ‘zegen’ van de lama.

    7. Als men zich weloverwogen een vorm van boeddhisme probeert voor te stellen die het best geschikt zou zijn om seksuele de mogelijkheden voor een leraar te optimaliseren, zou men moeilijk het model kunnen verbeteren dat in Tibet is ontstaan. In combinatie met een feodale opvatting van absolute macht en een geloof in tantrische seksuele praktijken als middel om verlichting te bereiken, komt men tot een kant-en-klare rechtvaardiging voor mannelijke leraren om te profiteren van de vrouwelijke leerlingen.
    Deze situatie is veel opzichten hetzelfde in het Japanse Zen, waar een feodaal model eveneens de overhand heeft, zij het zonder het gebruik van tantrische elementen.

    8. Het is geen toeval dat de meeste gemelde gevallen van misbruik van leerlingen afkomstig zijn uit de Tibetaanse en Japanse Zen tradities; dat wil zeggen, daar waar de grootste nadruk op onderwerping en gehoorzaamheid wordt gelegd. Dit wil niet zeggen dat dergelijk misbruik afwezig is in de Theravada – het komt daar ook voor. Het wil ook niet zeggen dat er geen leraren in de Tibetaanse en Zen tradities zijn die zich ethisch integer gedragen – want dat zijn er zeer vele.  Terwijl misbruik altijd een onethische handeling is, verricht door een bepaald mens, die daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk moet worden gehouden, moeten we ook erkennen dat bepaalde leerstellige en institutionele contexten dit soort gedrag meer bevorderen dan andere.  Zolang systemische ongelijkheid van institutionele macht onaangetast blijft, zal geen gewetensonderzoek in welke omvang dan ook noch het formuleren van steeds meer gedetailleerde morele ‘richtlijnen’ slagen in het samenhangend aanpakken van het kern-thema van het misbruik van macht.

    9. Volgens de vroegste teksten is de rol van de ariya (leraar) niet, de puthujjana (leerling) afhankelijk van hem te maken, maar om de leerling in staat te stellen ’te veredelen’ door de stroom te betreden (sotapatti) van het achtvoudige pad. Dus de rol van de leraar is om de leerling te helpen zo snel mogelijk op zijn eigen benen staan.
    Want met het ‘betreden van de stroom’ wordt de persoon autonoom in zijn of haar beoefening en is niet langer afhankelijk van het gezag van een andere persoon (aparapaccaya) om door te gaan op het pad.  De suttas definiëren stroombetreden als het verkrijgen van ‘lucide vertrouwen in de Boeddha, de Dharma en de Sangha’ en het bereiken van het ‘koesteren van de deugden dierbaar voor de edelen.’  Wat verandert is iemands oprechte ethische betrokkenheid op de beoefening. Stroombetreden heeft niets te maken met het bereiken van een esoterische ‘verlichting’, die vervolgens een bevoegdheid geeft om macht uit te oefenen over anderen.

    10. Ten tijde van de Boeddha was het stroombetreden dat waartoe mensen uit alle lagen van de bevolking, ongeacht geslacht, hetzij monastieke of leek, werden uitgenodigd te doen.
    ‘Sangha’ verwees niet alleen naar monniken, d.w.z. de machthebbers, maar naar iedereen die de stroom van het pad had betreden. Zelfs iemand als Sarakani de Sakiyan, een man veracht door zijn collega’s als de lokale dronkenlap. Door herstel van dit begrip van de stroombetreder, herstellen we een inclusief model van gemeenschap die bestaat uit autonome individuen die werken aan het ondersteunen en handhaven van elkaars beoefening.  Sommige van deze mensen kunnen ‘heiligen’ zijn, terwijl anderen mogelijk ‘zondaars’ zijn. Dat is niet het probleem.
    In plaats van een reeks overeengekomen (geloofs)overtuigingen of een gedeelde toewijding aan een guru, is wat iedereen aan elkaar bindt, een bereidheid om de wijsheid elke sangha-lid hoog te houden, hem of haar tegelijk verantwoordelijk houdend voor zijn of haar tekortkomingen.

    Tot zover de beschouwing van Batchelor.
    Bron: http://sweepingzen.com/buddhism-and-sex-the-bigger-picture/ . Inclusief vele reacties!

    Ik wil daar een paar kanttekeningen bij maken.
    Zijn verklaring van seksueel wangedrag van de leraar komt wellicht wat al te exclusief uit de ontwikkeling van het boeddhisme zelf. Voor mij is niet alleen de gezagsverhouding maar de afhankelijkheidsrelatie tussen leraar en leerling de bron van de problemen, net zo als die fout kan gaan tussen therapeut en cliënt/patiënt. De leraar (of de therapeut) is zich er dan niet van bewust dat de schijnbare vrijwilligheid van de kant van de vrouw of het kind er niet echt is.  Ik voeg ‘het kind’ er aan toe, en bedoel ‘jongen(tje)’, want pedofilie door monniken moet m.i. ook ‘seksueel wangedrag’ genoemd worden, en komt waarschijnlijk niet alleen in de Theravada voor.

    Verder noemt Batchelor de rol van het celibaat niet. In de Theravada, met een ‘vrouwonhandigheid’ tot vrouwvijandigheid die ik voor het gemak maar ‘Aziatische cultuur’ noem; (zie mijn samenvatting van de ‘Achttien fouten van een klooster ‘ in m’n blog ) kan dit laag waarderen van vrouwen en leken risico-verhogend werken.
    Om het wat ongebruikelijk te formuleren: het aanbieden van seksuele diensten kan (ook door de monnik) gezien worden als een van de vormen van dana van de leek aan de monnik, net zo als het aanbieden van voedsel of een nieuwe pij. Voor de zekerheid zeg ik er maar bij: een heel kromme redenering.

    En dan de vraag:
    Wat kan een (mede)leerling doen als hij of zij merkt dat er (wellicht) iets loos is in het contact tussen zijn/haar leraar en een ander? Ik ben geen (ervarings)deskundige op dit gebied en wil niet maar wat theoretiseren. Daarom alleen de opmerking dat er nooit een makkelijke route is; en een aantal bronnen:

    Het meest concreet en toegesneden op de Nederlandse situatie is:  www.simsara.nl/ethisch-drieluik/
    Beslist niet alleen bruikbaar voor beoefenaren van de inzichtsmeditatie. En ook goed om te lezen voor iedereen, uit preventief oogpunt.

    Ook praktisch op het niveau van de individu is mijn vertaling van een Duitse tekst over heilzame en onheilzame structuren

    Twee boeken:  Sex and the Spiritual Teacher: Why it happens, When it’s a problem, and What we all can do door Scott Edelstein . O.a. via Amazon
    en m Buddha Betrayed: When Spiritual Relationships Go Awry door Gerti Schoen. Ook via Amazon

    Meer op beleidsniveau: hoe om te gaan met een ‘schandaal’ door de boeddhistische gemeenschap.  Een aankondiging van een Ronde-tafel-discussie deze zomer. Door de Buddhist Geeks.  Beslist niet overbodig in de Nederlandse situatie van de bevindingen kennis te nemen, want het gaat er hier meestal nogal onhandig aan toe, kunnen we bv in *Open Boeddhisme* lezen.

    Letter from Roshi Joan regarding Eido Shimano
    Moeten we Joan Halifax nog nader aanbevelen?

    Een aankondiging die enig verband heeft met bovenstaande:
    Een lezing door Rita Gross
    Hoe het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt
    Op maandag 1 juli vanaf 19.30 uur in  Rigpa , ingang De Kuiperstraat ter hoogte van nr. 148, in Amsterdam. De voertaal is Engels. Uit de toelichting:
    “ Het boeddhistische onderricht van alle periodes en scholen van het boeddhisme is sekseneutraal en seksevrij, en proclameert dat vrouwen en mannen in gelijke mate in staat zijn realisatie te bereiken. Niettemin zit er een diepgewortelde tegenspraak in het hart van het boeddhisme tussen dit onderricht en de institutionele praktijken waar het om sekserollen gaat. In de geschiedenis hebben boeddhistische instituten vrouwen en mannen niet gelijk behandeld en dit probleem is door boeddhistische leraren niet krachtig genoeg bestreden. Deze algemene praktijk strekt zich zelfs uit tot het westerse boeddhisme. Maar waar het sekserollen betreft is het versterken van en het vasthouden aan conventionele normen en praktijken funest voor diepzinnige beoefening en realisatie. Het is duidelijk dat het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt. ”

    Joop Romeijn overleed op 25 maart 2020.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #boeddhismeEnSeksualiteit #JoopRomeijn #seks #sekserollen #seksueelMisbruik #StephenBatchelor #verlichting
    #Boeddhisme #boeddhismeEnSeksualiteit #JoopRomeijn #seks #sekserollen #seksueelMisbruik #StephenBatchelor #verlichting

  13. Karma en Mededogen – hoe komen ze bij elkaar?

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Katinka Hesselink, op 30 mei 2013 gepubliceerd in het BD.

    Een veel voorkomende interpretatie van karma is als volgt (ook heel gewone psychologie, trouwens):

    Zij hebben het moeilijk omdat het hun karma is (eigen schuld, dikke bult). Ik heb het moeilijk omdat zij iets fout hebben gedaan. Ik ben gelukkig door mijn goede karma. Zij zijn gelukkig omdat het ze mee zit.

    Dit is makkelijk omdat het de eigen verantwoordelijkheid lekker klein maakt: ik ben verantwoordelijk voor wat goed met me gaat, terwijl de rest met de omstandigheden te maken heeft. Dit zou niet zo verkeerd zijn als we anderen het zelfde gunden, maar meestal doen we dat niet. Over het algemeen geven we anderen sneller de schuld dan onszelf, of het nu gaat om de slechte dingen die onszelf overkomen of de slechte dingen die anderen mee maken. Degenen van jullie die bekend zijn met ‘The Law of Attraction’ zullen overeenkomsten en verschillen zien.

    Als je naar deze situatie kijkt vanuit Chittamatrin ((Chittamatrin = Yogachara = een van de scholen van Boeddhistische filosofie. Mijn leraar Geshe Sonam Gyaltsen heeft ons de afgelopen tijd over deze school onderwezen, maar bovenstaande is mijn eigen interpretatie, in perspectief zien we alles dat we ervaren als ons eigen karma. Als je gelukkig bent is dat je karma. Als je verdriet hebt, is ook dat je karma. Het wordt een beetje moeilijker als het om gaat om hoe je naar anderen kijkt.

    Als je anderen ongelukkig ziet zijn, is dat jouw projectie en dus in die zin ook jouw karma. Dat wil zeggen, je hebt dat verdriet mede-geproduceerd. Jammer genoeg betekent dit niet (en dit is waar The Secret het fout heeft) dat je het beter kunt negeren. Als je actief het lijden van anderen negeert, is het niet anders dan als je je eigen pijn negeert: je verstopt het alleen maar. Soms (vaak) is dat het enige wat je kunt doen, maar weet wel dat je verstoppertje speelt.

    Dit betekent ook dat als het in je vermogen ligt om anderen te helpen, doe dat dan ook. Je kunt karma niet gebruiken als excuus om niet aardig te zijn.

    Natuurlijk hebben die andere mensen hun eigen projecties en ervaringen. Heel vaak is ons beeld van iemand nauwelijks in overeenstemming met hoe die ander zichzelf ziet. Dit betekent dat ‘anderen helpen’ ook niet zo makkelijk is als het klinkt, behalve als het gaat om zaken als voedsel en onderdak, misschien.

    De eerste les van karma is verantwoordelijkheid nemen voor alles wat je ervaart. De tweede… je te realiseren dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten en de enige manier om het voor iedereen wat makkelijker te maken is door onverschilligheid met vriendelijkheid te verruilen.

    © Katinka Hesselink
    Eerder gepubliceerd op: overpeinzende.nl/2013/karma-mededogen
    De bijbehorende afbeelding is een foto van een door mijzelf gemaakte tsa-tsa (afgietsel) van een Boeddha hoofd dat ik o.l.v. Lies Gronheid gemaakt heb.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #compassie #karma #KatinkaHesselink #mededogen #TibetaansBoeddhisme
    #Boeddhisme #compassie #karma #KatinkaHesselink #mededogen #TibetaansBoeddhisme

  14. Karma en Mededogen – hoe komen ze bij elkaar?

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Katinka Hesselink, op 30 mei 2013 gepubliceerd in het BD.

    Een veel voorkomende interpretatie van karma is als volgt (ook heel gewone psychologie, trouwens):

    Zij hebben het moeilijk omdat het hun karma is (eigen schuld, dikke bult). Ik heb het moeilijk omdat zij iets fout hebben gedaan. Ik ben gelukkig door mijn goede karma. Zij zijn gelukkig omdat het ze mee zit.

    Dit is makkelijk omdat het de eigen verantwoordelijkheid lekker klein maakt: ik ben verantwoordelijk voor wat goed met me gaat, terwijl de rest met de omstandigheden te maken heeft. Dit zou niet zo verkeerd zijn als we anderen het zelfde gunden, maar meestal doen we dat niet. Over het algemeen geven we anderen sneller de schuld dan onszelf, of het nu gaat om de slechte dingen die onszelf overkomen of de slechte dingen die anderen mee maken. Degenen van jullie die bekend zijn met ‘The Law of Attraction’ zullen overeenkomsten en verschillen zien.

    Als je naar deze situatie kijkt vanuit Chittamatrin ((Chittamatrin = Yogachara = een van de scholen van Boeddhistische filosofie. Mijn leraar Geshe Sonam Gyaltsen heeft ons de afgelopen tijd over deze school onderwezen, maar bovenstaande is mijn eigen interpretatie, in perspectief zien we alles dat we ervaren als ons eigen karma. Als je gelukkig bent is dat je karma. Als je verdriet hebt, is ook dat je karma. Het wordt een beetje moeilijker als het om gaat om hoe je naar anderen kijkt.

    Als je anderen ongelukkig ziet zijn, is dat jouw projectie en dus in die zin ook jouw karma. Dat wil zeggen, je hebt dat verdriet mede-geproduceerd. Jammer genoeg betekent dit niet (en dit is waar The Secret het fout heeft) dat je het beter kunt negeren. Als je actief het lijden van anderen negeert, is het niet anders dan als je je eigen pijn negeert: je verstopt het alleen maar. Soms (vaak) is dat het enige wat je kunt doen, maar weet wel dat je verstoppertje speelt.

    Dit betekent ook dat als het in je vermogen ligt om anderen te helpen, doe dat dan ook. Je kunt karma niet gebruiken als excuus om niet aardig te zijn.

    Natuurlijk hebben die andere mensen hun eigen projecties en ervaringen. Heel vaak is ons beeld van iemand nauwelijks in overeenstemming met hoe die ander zichzelf ziet. Dit betekent dat ‘anderen helpen’ ook niet zo makkelijk is als het klinkt, behalve als het gaat om zaken als voedsel en onderdak, misschien.

    De eerste les van karma is verantwoordelijkheid nemen voor alles wat je ervaart. De tweede… je te realiseren dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten en de enige manier om het voor iedereen wat makkelijker te maken is door onverschilligheid met vriendelijkheid te verruilen.

    © Katinka Hesselink
    Eerder gepubliceerd op: overpeinzende.nl/2013/karma-mededogen
    De bijbehorende afbeelding is een foto van een door mijzelf gemaakte tsa-tsa (afgietsel) van een Boeddha hoofd dat ik o.l.v. Lies Gronheid gemaakt heb.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #compassie #karma #KatinkaHesselink #mededogen #TibetaansBoeddhisme
    #Boeddhisme #compassie #karma #KatinkaHesselink #mededogen #TibetaansBoeddhisme

  15. Stemmen boeddhisten wijzer?

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In de eerste weken van het jaar 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een beschouwing van de inmiddels overleden Joop Romeijn over de verkiezingen die in september 2012 werden gehouden.

    De verkiezingen op 12 september (in Nederland; ik weet het, er zijn ook Vlaamse lezers) gaan ook boeddhisten niet voorbij.

    Vandaar de vraag: gaan we stemmen, en zo ja: welke partij?

    Joop Romeijn

    Om u meteen gerust te stellen: dit wordt geen stemadvies! Zowel omdat u geen advies  van mij nodig heeft als vanwege mijn onzekerheid over mijn keus.

    Ga ik stemmen?

    Ja, ondanks mijn twijfel of het iets uitmaakt. Of processen waar ik me zorgen over maak (bv het vermarkten van steeds meer onderwerpen, ook spirituele, de toenemende inkomensverschillen, het misbruik dat gemaakt wordt van de financiële crisis) wel gestopt kunnen worden door welke partij dan ook. Twijfel of de Tweede Kamer nog wel relevant is dus.

    Maar alle beetjes helpen en niet-stemmen is ook een keuze (Het is wel een ouwe maar nog steeds een goeie: je kan wel zeggen, ‘ik bemoei me niet met de politiek’, maar de politiek bemoeit zich wel met jou).  Wel dus.

    En dan: welke partij ?

    Is er een partij waarvan de standpunten onze boeddhistische idealen het best benadert? Dat is volgens mij geen goede vraag:

    Er zijn geen algemeen geldige boeddhistische politieke idealen. De verschillen tussen de tradities zijn groot, van wereld-verzakend, via gelijkmoedigheid t.a.v. wereldse zaken tot expliciet ìn de wereld staand boeddhisme. En dan: spirituele doelen zijn niet zomaar in politieke te vertalen. Ik kan het anders zeggen: we moeten niet van idealen uitgaan maar van pragmatische zaken

    Een half jaar geleden was er initiatief voor het oprichten van een Partij van het Geluk, de initiatiefnemers waren een aantal zenbeoefenaren. De twijfel die ik daar bij had, was onder andere gebaseerd op het gebruik van de term ‘geluk’; het lijkt mij verstandig die term zo weinig mogelijk te gebruiken. Goed, er zijn dus geen expliciet-boeddhistische partijen, en dat is op zich niet erg.

    De vraag is voor mij:

    Moeten wij (ieder voor zich) kijken welke partij het meest onze boeddhistische idealen in het programma heeft; en dan heb ik het over zaken als niet-hechten, compassie, gelijkmoedigheid, tolerantie?

    Er is een ondergrens, kiezen voor de PVV is bijna op voorhand uitgesloten, en de Partij voor de Dieren lijkt juist sympathiek.

    Maar ik zou zeggen: kies niet alleen een partij op basis van hun en jouw idealen. Kies een partij een beetje met je hart maar vooral met je verstand; je gezonde verstand dan. Kies een partij die een aantal wereldse problemen het beste denkt aan te pakken. Economie, de zorg en Europa zijn dat volgens mij in eerste instantie.

    En zaken als solidariteit dan, bijvoorbeeld armoede in Nederland en vooral op wereldschaal, ontwikkelingshulp dus?

    Het milieuvraagstuk, dat weer ondergesneeuwd (rare beeldspraak in dit verband trouwens) dreigt te raken door de nadruk op de economie: biodiversiteit is toch ook voor ons van belang?

    Onderwijs, misschien steunen sommige partijen wel het gebruik van ‘mindfulness’ in het onderwijs, maar is dat voldoende reden die te kiezen? Dan denk ik nog eerder aan programmapunten als religieuze tolerantie, tenminste als dat ook een beetje de vorm heeft van: de vaardigheid vergroten om religieuze discussies te voeren met ‘andersdenkenden’.

    Soms kunnen thema’s gecombineerd worden: betaalbaar houden van de gezondheidszorg heeft veel te maken met indammen van de macht van de push-krachten, van de farmaceutische industrie bijvoorbeeld. Mij lijkt het heel boeddhistisch om zo weinig mogelijk geneesmiddelen te gebruiken, maar misschien is dat wel een privé-opvatting.

    Partijen die ‘de vergrijzing’ op zich een groot probleem vinden, kunnen niet op voorhand op mijn sympathie rekenen, tenzij ze maatregelen voorstellen die de verhouding tussen de generaties verbeteren, ook voor boeddhisten een relevant thema.

    De economische crisis, de door de financiële markten maar ook door de consumenten (wij dus) veroorzaakte crisis hoeft toch niet perse door groei verholpen te worden? Wie biedt oplossingen?

    Biedt de stemwijzer nog houvast?

    Ik heb gekeken naar de vragenlijst www.stemwijzer.nl, sinds een paar dagen in de lucht. Er is ook een app van, zag ik, die weten tablet-gebruikers vast wel te vinden.

    Er kwam een partij voor mij uit die hoorde bij het rijtje waaruit ik overwoog te kiezen, ik blijf toch nog wel even overwegen, een partijpolitieke stem is immers niet alleen principieel maar ook strategisch (anders gezegd: laat ik de partij waar ik vroeger altijd op stemde, in de steek?).

    Een verrassing was dat bij mij de partij ‘Mens en spirithoog scoorde; ik had me nog nooit in die partij (zie hier www.mensenspirit.nl/ ) verdiept.  Hun programma is de moeite van het lezen waard; jammer alleen dat opnieuw Bhutan als voorbeeld wordt genoemd in hun programmapunt over Bruto Nationaal Geluk.  Ze zijn meer New Age dan boeddhistisch (voor mij een groot verschil, voor anderen niet) en hebben in de peilingen al bijna een halve zetel.

    Ook www.kieskompas.nl/  kan houvast bieden; mij eerlijk gezegd niet zo veel.

    Een andere vraag: komen er in de “stemwijzer’ ook vragen voor die – hoe zwak ook – direct iets met het boeddhisme te maken hebben? Ik ben ze niet tegengekomen.

    De site programmavergelijker is dan wellicht bruikbaarder: www.programmavergelijker.nl/programmavergelijker/pv/Tweede%20Kamer%202012/388

    Ik ben nagegaan wat partijen zeggen van twee ook voor boeddhisten belangrijke punten:

    – de onderdrukking van de Tibetaanse religie en cultuur door de Chinese regering

    – de onzekere toekomst van de levensbeschouwelijke (de zgn. 2.42-) omroepen waaronder de BOS

    Ik heb over deze onderwerpen niets gevonden, ook niet in de afzonderlijke verkiezingsprogramma’s die ik ten behoeve van deze blog ook heb gelezen (u ziet, ik offer mij op).

    Wel zie ik na een korte google-zoektocht dat PVV en PvdD de 2.42-omroepen willen afschaffen.

    Misschien ga ik de komende weken nog wel verder zoeken en wikken en wegen. Misschien ga ik toch maar op 12 september op m’n gevoel af, .

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #JoopRomeijn #printbatch2 #stemadvies #stemmen #verkiezingen2012
    #Boeddhisme #JoopRomeijn #printbatch2 #stemadvies #stemmen #verkiezingen2012

  16. Stemmen boeddhisten wijzer?

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In de eerste weken van het jaar 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een beschouwing van de inmiddels overleden Joop Romeijn over de verkiezingen die in september 2012 werden gehouden.

    De verkiezingen op 12 september (in Nederland; ik weet het, er zijn ook Vlaamse lezers) gaan ook boeddhisten niet voorbij.

    Vandaar de vraag: gaan we stemmen, en zo ja: welke partij?

    Joop Romeijn

    Om u meteen gerust te stellen: dit wordt geen stemadvies! Zowel omdat u geen advies  van mij nodig heeft als vanwege mijn onzekerheid over mijn keus.

    Ga ik stemmen?

    Ja, ondanks mijn twijfel of het iets uitmaakt. Of processen waar ik me zorgen over maak (bv het vermarkten van steeds meer onderwerpen, ook spirituele, de toenemende inkomensverschillen, het misbruik dat gemaakt wordt van de financiële crisis) wel gestopt kunnen worden door welke partij dan ook. Twijfel of de Tweede Kamer nog wel relevant is dus.

    Maar alle beetjes helpen en niet-stemmen is ook een keuze (Het is wel een ouwe maar nog steeds een goeie: je kan wel zeggen, ‘ik bemoei me niet met de politiek’, maar de politiek bemoeit zich wel met jou).  Wel dus.

    En dan: welke partij ?

    Is er een partij waarvan de standpunten onze boeddhistische idealen het best benadert? Dat is volgens mij geen goede vraag:

    Er zijn geen algemeen geldige boeddhistische politieke idealen. De verschillen tussen de tradities zijn groot, van wereld-verzakend, via gelijkmoedigheid t.a.v. wereldse zaken tot expliciet ìn de wereld staand boeddhisme. En dan: spirituele doelen zijn niet zomaar in politieke te vertalen. Ik kan het anders zeggen: we moeten niet van idealen uitgaan maar van pragmatische zaken

    Een half jaar geleden was er initiatief voor het oprichten van een Partij van het Geluk, de initiatiefnemers waren een aantal zenbeoefenaren. De twijfel die ik daar bij had, was onder andere gebaseerd op het gebruik van de term ‘geluk’; het lijkt mij verstandig die term zo weinig mogelijk te gebruiken. Goed, er zijn dus geen expliciet-boeddhistische partijen, en dat is op zich niet erg.

    De vraag is voor mij:

    Moeten wij (ieder voor zich) kijken welke partij het meest onze boeddhistische idealen in het programma heeft; en dan heb ik het over zaken als niet-hechten, compassie, gelijkmoedigheid, tolerantie?

    Er is een ondergrens, kiezen voor de PVV is bijna op voorhand uitgesloten, en de Partij voor de Dieren lijkt juist sympathiek.

    Maar ik zou zeggen: kies niet alleen een partij op basis van hun en jouw idealen. Kies een partij een beetje met je hart maar vooral met je verstand; je gezonde verstand dan. Kies een partij die een aantal wereldse problemen het beste denkt aan te pakken. Economie, de zorg en Europa zijn dat volgens mij in eerste instantie.

    En zaken als solidariteit dan, bijvoorbeeld armoede in Nederland en vooral op wereldschaal, ontwikkelingshulp dus?

    Het milieuvraagstuk, dat weer ondergesneeuwd (rare beeldspraak in dit verband trouwens) dreigt te raken door de nadruk op de economie: biodiversiteit is toch ook voor ons van belang?

    Onderwijs, misschien steunen sommige partijen wel het gebruik van ‘mindfulness’ in het onderwijs, maar is dat voldoende reden die te kiezen? Dan denk ik nog eerder aan programmapunten als religieuze tolerantie, tenminste als dat ook een beetje de vorm heeft van: de vaardigheid vergroten om religieuze discussies te voeren met ‘andersdenkenden’.

    Soms kunnen thema’s gecombineerd worden: betaalbaar houden van de gezondheidszorg heeft veel te maken met indammen van de macht van de push-krachten, van de farmaceutische industrie bijvoorbeeld. Mij lijkt het heel boeddhistisch om zo weinig mogelijk geneesmiddelen te gebruiken, maar misschien is dat wel een privé-opvatting.

    Partijen die ‘de vergrijzing’ op zich een groot probleem vinden, kunnen niet op voorhand op mijn sympathie rekenen, tenzij ze maatregelen voorstellen die de verhouding tussen de generaties verbeteren, ook voor boeddhisten een relevant thema.

    De economische crisis, de door de financiële markten maar ook door de consumenten (wij dus) veroorzaakte crisis hoeft toch niet perse door groei verholpen te worden? Wie biedt oplossingen?

    Biedt de stemwijzer nog houvast?

    Ik heb gekeken naar de vragenlijst www.stemwijzer.nl, sinds een paar dagen in de lucht. Er is ook een app van, zag ik, die weten tablet-gebruikers vast wel te vinden.

    Er kwam een partij voor mij uit die hoorde bij het rijtje waaruit ik overwoog te kiezen, ik blijf toch nog wel even overwegen, een partijpolitieke stem is immers niet alleen principieel maar ook strategisch (anders gezegd: laat ik de partij waar ik vroeger altijd op stemde, in de steek?).

    Een verrassing was dat bij mij de partij ‘Mens en spirithoog scoorde; ik had me nog nooit in die partij (zie hier www.mensenspirit.nl/ ) verdiept.  Hun programma is de moeite van het lezen waard; jammer alleen dat opnieuw Bhutan als voorbeeld wordt genoemd in hun programmapunt over Bruto Nationaal Geluk.  Ze zijn meer New Age dan boeddhistisch (voor mij een groot verschil, voor anderen niet) en hebben in de peilingen al bijna een halve zetel.

    Ook www.kieskompas.nl/  kan houvast bieden; mij eerlijk gezegd niet zo veel.

    Een andere vraag: komen er in de “stemwijzer’ ook vragen voor die – hoe zwak ook – direct iets met het boeddhisme te maken hebben? Ik ben ze niet tegengekomen.

    De site programmavergelijker is dan wellicht bruikbaarder: www.programmavergelijker.nl/programmavergelijker/pv/Tweede%20Kamer%202012/388

    Ik ben nagegaan wat partijen zeggen van twee ook voor boeddhisten belangrijke punten:

    – de onderdrukking van de Tibetaanse religie en cultuur door de Chinese regering

    – de onzekere toekomst van de levensbeschouwelijke (de zgn. 2.42-) omroepen waaronder de BOS

    Ik heb over deze onderwerpen niets gevonden, ook niet in de afzonderlijke verkiezingsprogramma’s die ik ten behoeve van deze blog ook heb gelezen (u ziet, ik offer mij op).

    Wel zie ik na een korte google-zoektocht dat PVV en PvdD de 2.42-omroepen willen afschaffen.

    Misschien ga ik de komende weken nog wel verder zoeken en wikken en wegen. Misschien ga ik toch maar op 12 september op m’n gevoel af, .

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #JoopRomeijn #printbatch2 #stemadvies #stemmen #verkiezingen2012
    #Boeddhisme #JoopRomeijn #printbatch2 #stemadvies #stemmen #verkiezingen2012

  17. ‘Vandaag besefte ik hoe beoefening mijn hart wel opener en kwetsbaarder heeft gemaakt’

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In de eerste weken van 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van psychotherapeut Lieve Rutten van juni 2012.

    ‘Gisteren, eind van de middag,  op het plein voor het station van Hasselt (België). Een man wordt geslagen door een andere man. Diegene die de slagen incasseert, is al lang murw. Hij heeft zelfs de kracht niet meer om zijn gezicht te beschermen.

    Ik ben een van de toeschouwers, sta ook even naar het duo te kijken, hopend dat het snel gaat stoppen. Maar dan begint de andere weer harder te slaan. Het feit dat er niemand van de wel twintig of meer omstanders reageert, lijkt hem nog meer aan te moedigen. Hij roept ‘ik maak je kapot waar iedereen bijstaat!’

    Ik moet denken aan dat verhaal uit de sociale psychologie, over een jonge vrouw die vlak bij haar huis neergestoken wordt, terwijl haar buren en overburen uit de omliggende appartementen het horen en zien gebeuren, maar er niemand is die de politie belt. Het Genovese- of toeschouwerssyndroom.

    Ik twijfel ook en laat me even verlammen door gedachten als  ‘ik ben niet sterk genoeg om daartussen te komen, ik weet niet eens waarover de ruzie gaat, misschien heeft hij wel iets heel lelijks gedaan om de andere zo kwaad te maken, ze lijken trouwens allebei ook dronken, misschien is het beter er niet tussen te komen, wat als de agressie zich ook tegen mij keert?’

    Maar het is te erg om het aan te zien, dus ik ben er heel langzaam naar toe gewandeld en ben achter het slachtoffer gaan staan. Ik wilde vragen om te stoppen met slaan, maar dat was al niet meer nodig. Van de overkant zag ik nog een andere man komen toelopen die de ‘dader’ heeft meegenomen en ik heb dan het ‘slachtoffer’ (ik gebruik die termen niet graag, want de realiteit is nooit zo zwart/wit) naar een portaaltje geholpen. Een vrouw die voorbij kwam riep: ‘schandalig dat er niemand tussen kwam, het moet dan weer een vrouw zijn die dat wel durft!’
    Ik vertel dit niet om te laten zien hoe stoer ik ben. De gevoelens die het meest overheersten waren angst en schaamte. Ik voelde me echt zo belachelijk en idioot om daar in mijn eentje naartoe te stappen terwijl iedereen stond toe te kijken. Maar het heeft me wel van twee dingen overtuigd die ik graag wil delen: 1. Onderschat nooit de kracht van een individu. Intimiderend zal ik er waarschijnlijk niet hebben uitgezien met mijn 1m62 en roze pumps, maar het feit dat er een derde bijkwam maakte wel een verschil.

    Ik weet niet wat de slaande man heeft doen stoppen. Misschien heb ik hem wel een eervolle uitweg geboden, want wanneer is het geschikte moment om een gevecht ‘af te ronden’ zonder gezichtsverlies te lijden?

    Of misschien had mijn aanwezigheid er wel helemaal niets mee te maken en kwam het vooral doordat die andere man kwam toegelopen … Het maakt eigenlijk ook niet uit voor punt 2. De laatste jaren heb ik me soms wel eens afgevraagd of dat hele meditatiegedoe en boeddhisme wel goed is voor mij. Ik was al zo’n weekdier en ik lijk er alleen nog maar gevoeliger van te worden. Zou ik niet beter wat meer eelt kweken om steviger in de wereld te staan?

    Lieve Rutten, …juist moediger

    Maar vandaag besefte ik hoe die beoefening mijn hart wel opener en kwetsbaarder heeft gemaakt, maar helemaal niet zwakker. Integendeel, juist moediger. Het helpt me in ieder geval om sneller in beweging te komen. Al die keren dat ik me heb teruggetrokken op een berg of in een klooster hebben me dus niet van de wereld doen vervreemden, maar misschien net geholpen om soms wat minder toeschouwer te zijn en er meer middenin te durven gaan staan.

    Ik vroeg me achteraf af wat nu het verschil was tussen mij en die twintig andere mensen. Onze gedachten waren waarschijnlijk dezelfde. Ik ben ook zeker niet stoerder of sterker dan de gemiddelde mens. Het verschil zat er denk ik in dat ik tegenwoordig nog meer pijn voel als ik een ander zie lijden. Dat was wat mij heeft doen tussenkomen. Ik kón het gewoon niet meer verdragen.

    Dus eigenlijk was het zelfs niet eens zo’n altruïstische daad. Bij iedere klap voelde ik mijn eigen maag ineenkrimpen. Alsof de scheidingslijn die mij van anderen scheidt wat dunner is geworden. Zoals een moeder die instinctief haar kind zal beschermen omdat het een deel van haar eigen lichaam is.

    Toen die man achteraf maar bleef herhalen hoe dankbaar hij me was terwijl we op de ambulance zaten te wachten, ben ik heel hard beginnen huilen. Een stuk ontlading van de spanning denk ik, maar achteraf in de trein besefte ik pas hoe dankbaar ik ook hem ben.

    Ik moest denken aan wat Vinny Ferraro tijdens de ‘Tegen de Stroom In’ retraite in Cadzand zei over ‘becoming the mother of all beings in your heart’. Ik kan mij niet meer helemaal herinneren hoe hij het verwoordde, maar ik heb vandaag even mogen ervaren hoe het voelt om je ‘moeder’ te voelen over een ander wezen. In dit geval over een andere moeder haar dronken zoon.

    Ik deed hem denken aan Sofie zei hij, zijn vroegere begeleidster van bij het CAD (centrum voor alcohol en andere drugproblemen). Ik hoop dat hij snel terug contact met haar opneemt. Maar daar komt die andere brahmavihara ‘upekha’ weer helpen om wat verkoeling te brengen aan het brandend vuur van compassie: “ the freedom and happiness of others is dependent on their actions, not on my wishes for them”. ‘

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #geweld #karuna #printbatch2 #redden #slaan #toeschouwer #vechten
    #Boeddhisme #geweld #karuna #printbatch2 #redden #slaan #toeschouwer #vechten

  18. ‘Vandaag besefte ik hoe beoefening mijn hart wel opener en kwetsbaarder heeft gemaakt’

    Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In de eerste weken van 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van psychotherapeut Lieve Rutten van juni 2012.

    ‘Gisteren, eind van de middag,  op het plein voor het station van Hasselt (België). Een man wordt geslagen door een andere man. Diegene die de slagen incasseert, is al lang murw. Hij heeft zelfs de kracht niet meer om zijn gezicht te beschermen.

    Ik ben een van de toeschouwers, sta ook even naar het duo te kijken, hopend dat het snel gaat stoppen. Maar dan begint de andere weer harder te slaan. Het feit dat er niemand van de wel twintig of meer omstanders reageert, lijkt hem nog meer aan te moedigen. Hij roept ‘ik maak je kapot waar iedereen bijstaat!’

    Ik moet denken aan dat verhaal uit de sociale psychologie, over een jonge vrouw die vlak bij haar huis neergestoken wordt, terwijl haar buren en overburen uit de omliggende appartementen het horen en zien gebeuren, maar er niemand is die de politie belt. Het Genovese- of toeschouwerssyndroom.

    Ik twijfel ook en laat me even verlammen door gedachten als  ‘ik ben niet sterk genoeg om daartussen te komen, ik weet niet eens waarover de ruzie gaat, misschien heeft hij wel iets heel lelijks gedaan om de andere zo kwaad te maken, ze lijken trouwens allebei ook dronken, misschien is het beter er niet tussen te komen, wat als de agressie zich ook tegen mij keert?’

    Maar het is te erg om het aan te zien, dus ik ben er heel langzaam naar toe gewandeld en ben achter het slachtoffer gaan staan. Ik wilde vragen om te stoppen met slaan, maar dat was al niet meer nodig. Van de overkant zag ik nog een andere man komen toelopen die de ‘dader’ heeft meegenomen en ik heb dan het ‘slachtoffer’ (ik gebruik die termen niet graag, want de realiteit is nooit zo zwart/wit) naar een portaaltje geholpen. Een vrouw die voorbij kwam riep: ‘schandalig dat er niemand tussen kwam, het moet dan weer een vrouw zijn die dat wel durft!’
    Ik vertel dit niet om te laten zien hoe stoer ik ben. De gevoelens die het meest overheersten waren angst en schaamte. Ik voelde me echt zo belachelijk en idioot om daar in mijn eentje naartoe te stappen terwijl iedereen stond toe te kijken. Maar het heeft me wel van twee dingen overtuigd die ik graag wil delen: 1. Onderschat nooit de kracht van een individu. Intimiderend zal ik er waarschijnlijk niet hebben uitgezien met mijn 1m62 en roze pumps, maar het feit dat er een derde bijkwam maakte wel een verschil.

    Ik weet niet wat de slaande man heeft doen stoppen. Misschien heb ik hem wel een eervolle uitweg geboden, want wanneer is het geschikte moment om een gevecht ‘af te ronden’ zonder gezichtsverlies te lijden?

    Of misschien had mijn aanwezigheid er wel helemaal niets mee te maken en kwam het vooral doordat die andere man kwam toegelopen … Het maakt eigenlijk ook niet uit voor punt 2. De laatste jaren heb ik me soms wel eens afgevraagd of dat hele meditatiegedoe en boeddhisme wel goed is voor mij. Ik was al zo’n weekdier en ik lijk er alleen nog maar gevoeliger van te worden. Zou ik niet beter wat meer eelt kweken om steviger in de wereld te staan?

    Lieve Rutten, …juist moediger

    Maar vandaag besefte ik hoe die beoefening mijn hart wel opener en kwetsbaarder heeft gemaakt, maar helemaal niet zwakker. Integendeel, juist moediger. Het helpt me in ieder geval om sneller in beweging te komen. Al die keren dat ik me heb teruggetrokken op een berg of in een klooster hebben me dus niet van de wereld doen vervreemden, maar misschien net geholpen om soms wat minder toeschouwer te zijn en er meer middenin te durven gaan staan.

    Ik vroeg me achteraf af wat nu het verschil was tussen mij en die twintig andere mensen. Onze gedachten waren waarschijnlijk dezelfde. Ik ben ook zeker niet stoerder of sterker dan de gemiddelde mens. Het verschil zat er denk ik in dat ik tegenwoordig nog meer pijn voel als ik een ander zie lijden. Dat was wat mij heeft doen tussenkomen. Ik kón het gewoon niet meer verdragen.

    Dus eigenlijk was het zelfs niet eens zo’n altruïstische daad. Bij iedere klap voelde ik mijn eigen maag ineenkrimpen. Alsof de scheidingslijn die mij van anderen scheidt wat dunner is geworden. Zoals een moeder die instinctief haar kind zal beschermen omdat het een deel van haar eigen lichaam is.

    Toen die man achteraf maar bleef herhalen hoe dankbaar hij me was terwijl we op de ambulance zaten te wachten, ben ik heel hard beginnen huilen. Een stuk ontlading van de spanning denk ik, maar achteraf in de trein besefte ik pas hoe dankbaar ik ook hem ben.

    Ik moest denken aan wat Vinny Ferraro tijdens de ‘Tegen de Stroom In’ retraite in Cadzand zei over ‘becoming the mother of all beings in your heart’. Ik kan mij niet meer helemaal herinneren hoe hij het verwoordde, maar ik heb vandaag even mogen ervaren hoe het voelt om je ‘moeder’ te voelen over een ander wezen. In dit geval over een andere moeder haar dronken zoon.

    Ik deed hem denken aan Sofie zei hij, zijn vroegere begeleidster van bij het CAD (centrum voor alcohol en andere drugproblemen). Ik hoop dat hij snel terug contact met haar opneemt. Maar daar komt die andere brahmavihara ‘upekha’ weer helpen om wat verkoeling te brengen aan het brandend vuur van compassie: “ the freedom and happiness of others is dependent on their actions, not on my wishes for them”. ‘

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Boeddhisme #geweld #karuna #printbatch2 #redden #slaan #toeschouwer #vechten
    #Boeddhisme #geweld #karuna #printbatch2 #redden #slaan #toeschouwer #vechten

  19. Ardan – “de boeddhisten”

    Deze cartoon werd eerder in het BD geplaatst. Ardan verliet het aardse leven op 9 augustus 2024. We missen hem.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #ardan #Boeddhisme #klimaatverandering
    #ardan #Boeddhisme #klimaatverandering

  20. Ardan – “de boeddhisten”

    Deze cartoon werd eerder in het BD geplaatst. Ardan verliet het aardse leven op 9 augustus 2024. We missen hem.

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #ardan #Boeddhisme #klimaatverandering
    #ardan #Boeddhisme #klimaatverandering

  21. Boeddhistische ervaringsdeskundigen gezocht

    De redactie van het Boeddhistisch Dagblad is geïnteresseerd in de ervaringen van mensen die het boeddhistisch pad volgen. De leer bestuderen en praktiseren. Al of niet op een kussen of in een sangha of in je eentje.

    Ben je zo’n  iemand en wil je je ervaringen delen- hoe je het boeddhisme hebt ontdekt, wat het je opbracht en niet, je teleurstellingen en hoop, je verwachting, welke richting je volgt en waarom, of als je het boeddhisme weer hebt verlaten- stuur ons jouw ervaringen in een niet zo’n heel lange tekst toe om in de serie Boeddhistische doeners en denkers gepubliceerd te worden.

    Reacties aan: [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #beoefenaars #Boeddhisme #ervaringsdeskundigen #oproep
    #beoefenaars #Boeddhisme #ervaringsdeskundigen #oproep

  22. Boeddhistische ervaringsdeskundigen gezocht

    De redactie van het Boeddhistisch Dagblad is geïnteresseerd in de ervaringen van mensen die het boeddhistisch pad volgen. De leer bestuderen en praktiseren. Al of niet op een kussen of in een sangha of in je eentje.

    Ben je zo’n  iemand en wil je je ervaringen delen- hoe je het boeddhisme hebt ontdekt, wat het je opbracht en niet, je teleurstellingen en hoop, je verwachting, welke richting je volgt en waarom, of als je het boeddhisme weer hebt verlaten- stuur ons jouw ervaringen in een niet zo’n heel lange tekst toe om in de serie Boeddhistische doeners en denkers gepubliceerd te worden.

    Reacties aan: [email protected]

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #beoefenaars #Boeddhisme #ervaringsdeskundigen #oproep
    #beoefenaars #Boeddhisme #ervaringsdeskundigen #oproep

  23. Naar een christelijk boeddhisme?

    Het standpunt van Amerikaans boeddhist Dennis Hunter over de verborgen impact van de joods-christelijke wortels van de westerse cultuur, ook op westerse boeddhisten, is allicht gekleurd door de situatie in de Verenigde Staten. Of ze zo maar toepasbaar is op Europa met haar langere en oudere traditie van seculier humanisme en zonder een “bible belt”, een zone van conservatief-christelijke staten? Toch zijn de opmerkingen en vragen van Dennis Hunter gedurfd en herkenbaar. En enigszins ook een uitdaging voor ons. Omdat ze onze relatie met het geloof van onze jeugd en opvoeding aan de kaak stellen, of juist de afwezigheid ervan? “Christian Buddhism” verscheen in 2010 op de website Buddhistgeeks.

    Sven Vanderbiest

    Recent werd mijn aandacht getrokken door een profiel van een “christelijke boeddhist” in de Denver Post, namelijk van voorzitter Stuart Lord van het Naropa Instituut. “Ik ben een spiritueel mens” verklaarde Lord. “ De laatste zeven jaar beschouw ik me als een christelijk boeddhist. Ik kan beiden laten samengaan, proberen ontwaakt in de wereld te staan en ernaar te streven een verlicht persoon te zijn”. Als levenslang student in de vergelijking van religies ben ik geïntrigeerd door mensen die op het eerste gezicht uiteenlopende vezels van een spirituele praktijk aanwenden om er een coherent, betekenisvol weefsel van te maken.

    Wanneer het boeddhisme wortel schiet in een nieuwe cultuur, wat vroeger veelvuldig gebeurde, versmelt het steevast met elementen van de inheemse religieuze traditie van die cultuur. In India nam het boeddhisme aspecten over van de hindoe-kosmologie en iconografie waarbinnen het aanvankelijk ontstond. In China incorporeerde het belangrijke elementen van taoïsme en confucianisme. In Tibet verbond het zich met de sjamanistische bön-religie. In Japan vermengde het met shinto.

    Beoefenaars van het boeddhisme hoor ik regelmatig zeggen dat in Amerika en andere westerse landen waar het momenteel ingang vindt, moderne wetenschap en psychologie de equivalenten zijn van dergelijke oude religieuze tradities. Naar ik vermoed is de idee hierachter dat de spirituele praktijk van het boeddhisme zich min of meer verbinden zal met de methoden en doelstellingen van de empirische wetenschap om te komen tot een unieke westerse kruisbestuiving van zowel spiritualiteit als wetenschap. Met dit doel voor ogen wordt het boeddhisme geregeld voorzien van een wetenschappelijk of psychologisch omhulsel, om het appetijtelijker te maken voor de rationele westerse geest. Getuige hiervan zijn een bombarie van boeken en onderzoeksprojecten van de laatste jaren over boeddhisme en neurowetenschap, boeddhisme en geneeskunde, boeddhisme en psychologie, en boeddhisme en therapie.

    Goedschiks of kwaadschiks

    Maar iets in die vergelijking zit me dwars. Neurowetenschap, geneeskunde, psychotherapie zijn begeesteringen van wetenschappers en intellectuelen, maar niet de toonaangevende krachten die het religieuze en filosofische erfgoed van onze cultuur vormden. Goedschiks of kwaadschiks gaat het christendom nog steeds met die trofee lopen: ondanks een tanende invloed in recente jaren blijft het de dominante spirituele tijdgeest van ons tijdperk. Zelfs al ben je opgegroeid als Jood of als een boeddhistische etter, toch ben je niet helemaal gevrijwaard van de invloed van het christendom. Zoals de verstokte Mac-gebruiker nog steeds op een bepaalde manier afhankelijk blijft van de veel ruimere wereld van pc’s.

    Indien de dharma steevast samensmelt met elementen van de toonaangevende spirituele praktijken van een nieuwe cultuur, zijn we misschien aan het verkeerde adres beland door zo sterk de focus te leggen op de kruisbestuiving tussen boeddhisme en wetenschap. Misschien hoort juist de kruisbestuiving tussen boeddhisme en christendom in de schijnwerpers te staan, en zijn mensen als Stuart Lord voorlopers van een ontluikende traditie die Oosterse en westerse spirituele invloeden versmelt tot een bepaalde vorm waarmee we voorlopig nog onwennig mee omgaan.

    Naar de kern van de zaak

    Clark Strand behoort tot een groeiend aantal boeddhistische leraren die dergelijke samenloop in de schijnwerpers plaatst. Als schrijver, voormalig Zenmonnik en stichter van de Green Meditation Society in Woodstock in New York, exploreerde Strand verscheidene jaren die domeinen waar boeddhisme overlapt met christendom, judaïsme, islam en andere gevestigde tradities in het Westen.

    Strand voert zijn inspiratie terug naar een tastbare ervaring van angst. In 2000 bevond hij zich aan boord van een vliegtuig dat plots een duikvlucht naar de grond maakte, vergezeld van de geur van rook die de passagiersvertrekken doordrong. Een elektrische brand was uitgebroken in de bestuurscabine, en de piloot voerde zo snel mogelijk een noodlading uit. Maar in die enkele minuten vooraleer ze veilig landden, had iedereen op het vliegtuig rondgekeken met grote ogen vanuit de veronderstelling dat ze allen zouden sterven. Later was Strand onthutst dat hij tijdens dat bewuste moment met de dood voor ogen niet instinctief een boeddhistische mantra begon te uiten, maar het Jezus Gebed: “Heer Jezus, Zoon van God, heb medelijden met mij!” Als teenager ervoer ik een gelijkaardig (maar minder dramatisch) moment van existentiële angst op The Zipper, een bepaald beklemmende kermisattractie op de Staatsmarkt van Oklahoma. Alhoewel ik toen voor mezelf uitgemaakt had niet in God te geloven en het geloof van de zuidelijke Baptisten van mijn jeugd achter mij had gelaten, werd ik op The Zipper zeven verdiepingen omhoog gegooid en ondersteboven gedraaid in een haastig geassembleerde kooi met roestige bouten die op elk moment uit hun behuizing leken los te komen. Tot mijn schaamte begon ik plots terug te onderhandelen met God: “Laat me veilig uit deze rit komen en ik zal … (invullen naar believen).”

    Clark Strand’s ervaring op het vliegtuig, gepaard gaande met zijn verbazing een erg christelijk gebed spontaan te zien oprijzen waar hij een boeddhistisch gebed verwacht had, was een belangrijke les. Strand erkende de noodzaak bij westerlingen die tot het boeddhisme overgaan, om tradities waarbinnen ze zijn opgegroeid te aanvaarden en niet helemaal de rug toe te keren – de bron van onze vroegste kernervaringen in geloof en spiritualiteit. Vanuit zijn Zen-inspiratie begon hij lezingen te geven over “Bijbelse koans” aan een groep studenten. Die nu bekend staan als de Woodstock Boeddhistische Bijbel Studie.

    De les van de Cherokee roos

    Onlangs woonde ik vijf dagen een gebedsfestival bij in een Tibetaans boeddhistisch klooster dicht bij Woodstock. De oostkust was gegrepen in een verzengende hittegolf, en op de meest zwoele en hete namiddag van alle, ontmoette ik Strand. De airco van zijn wagen was stuk en tijdens de tien minuten durende rit van de berg van het klooster tot het dorp van Woodstock begon ik hevig te zweten.

    Bij een ijsje verklaarde Strand zijn “Aha!”-moment, toen hij het belang inzag van de studie van het boeddhisme samen met westerse spirituele tradities. Enkele jaren terug had hij een tuinier ontmoet wiens variëteiten van schitterende rozen zelfs hoger gewaardeerd werden dan die van het lokale horticulturele genootschap. De tuinier toonde Strand zijn geheim: elk roosplantje – hoe exotisch ook – entte hij in de wortel van een Cherokee rozenplant die inheems was aan het gebied. Zijn enten deden het beter dan de exotische planten die direct in de grond geplant waren, omdat de Cherokeewortel reeds aangepast was aan de lokale bodem.

    Ik verdroeg de drukkende terugrit naar het klooster met Strand. Op het gebedsfestival nam ik mijn plaats, te midden van Tibetaanse monniken en veel westerse kloosterlingen met Tibetaanse gewaden. Ik keek rond in de tempelruimte, die tot in haar voegen barstte onder de rijke en exotische sjamanistische iconografie van de Tibetaans boeddhistische traditie. Zo goed als ik kon zong ik mee in Tibetaans (een taal die ik niet spreek) en trachtte de esoterische betekenis van gebeden te begrijpen wiens bedoeling en culturele context me meestal ontsnapte. Om niet uit de toon te vallen bootste ik de mensen rondom me na tijdens precies geregisseerde, niet-vertrouwde rituelen.

    In het kort deed ik mijn best m’n rol te spelen – maar voelde me nog steeds een beetje alsof ik geteleporteerd was naar de Rode Planeet en getuige was van uitvoerige religieuze inachtnemingen van Marsbewoners. Ik kon niet nalaten me, ietwat onbenullig, af te vragen of we allen misleid waren en probeerden een mooie maar exotische roos direct in een vreemde bodem te planten. Is het verstandig onze rug helemaal te keren naar de tradities van onze cultuur, om ze geheel-en-al uit te wisselen met vormen van andermans cultuur? Trachten wij, als Amerikaans beoefenaars van het boeddhisme, ons te modelleren naar kleine Tibetanen, Sri Lankanen, Birmanen of Japanners?

    Wat op de bodem ligt

    De Joods-christelijke wortels zijn inheems aan de bodem van de Amerikaanse cultuur op een wijze waarop de exotische bloemen van het Aziatisch boeddhisme dat simpelweg niet zijn. Volgens Strand is de beste manier om het boeddhisme hier waarachtig te helpen bloeien, het te enten in die wortels, niet door ze uit te graven en te vervangen door andere.

    Bijna drie decennia geleden liet ik mijn geloof in het zuidelijke Baptisme achter me. Maar ondanks die afstand van m’n oorspronkelijke roots en het boeddhisme omarmd te hebben als een spiritueel pad dat voor mij het meest zinvol is, zijn de verhalen, onderrichtingen en iconografie van christendom en judaïsme nog steeds vertrouwder en klinkender dan de cultureel bevreemde beelden en metaforen van het boeddhisme. Evenals de Cherokee-roos groeiden ze langer in mij en zijn ze meer aangepast aan de bodem van mijn geest. Die kern van vroegste blootstelling aan christelijk-joodse gedachtegoed en praktijken ligt diep begraven in ons, zo diep dat we ons mogelijk onbewust zijn van de aanwezigheid ervan. Vooral indien we haar doelbewust begraven hebben uit rebellie tegen onze opvoeding. Het feit dat we er niet veel acht op sloegen, betekent niet dat het er niet meer is.

    Zoals Strand en ikzelf beiden gewaar waren geworden, is een enkel moment van tastbare existentiële angst soms voldoende om externe lagen te doorboren en een reeds lang begraven bron naar de oppervlakte te brengen, komaf makend met alle andere beschouwingen. In die opwelling van naakte angst, wanneer het erop neer komt je broek niet nat te maken, tot wie zal je je dan richten? Shakyamuni, Amitabha? Amitayus? Akshobhya? Avalokiteshvara? Kuan Yin? Padmakara? De Rigden Koning? Vajrasattva? Vajradhara? Vajrayogini? Vajratopa? Yeshe Tsogyal? Groene Tara? Zwarte Mahakala? Witte Manjushri? Samantabhadra? Kuntuzangpo? Of misschien juist die oude, vage, vormloze, naamloze God – waarmee je bent opgegroeid?

    En laten we eerlijk zijn: in dat moment van totale hulpeloosheid, wanneer je bidt om genade, zullen alle complexe, conceptuele en filosofische overwegingen en onderscheidende constructies tussen de verschillende tradities die je gemaakt had ook maar één jota uitmaken?

    We mogen niet vergeten waar we vandaan komen. Zelfs al zijn onze vroegste religieuze ervaringen negatief, en zelfs al zijn de instellingen die die religieuze tradities vandaag de dag uitdragen besmeurd met corruptie en demagogie (wat ze ook zijn), diep van binnen klopt er nog steeds een rijk hart, van wijsheid vervuld, al duizenden jaren lang en in stilte. Opmerkelijk genoeg is voor velen van ons in het Westen het contact met onze joods-christelijke wortels misschien de sleutel om tot een sterk, bloeiende en levensvatbaar boeddhistisch spiritueel pad te komen. Zoals in het geval van de Cherokee-roos betekent het voortdurend kunnen putten uit die wortels mogelijk een verrijking van onze boeddhistische praktijk.

    Sven Vanderbiest. Dit artikel verscheen eerder in het winternummer van Eko, een uitgave van jikōji – Tempel van het Licht van Mededogen in Berchem, Vlaanderen. En werd eerder in het BD geplaatst.

     

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Amerika #Boeddhisme #China #christendom #ClarkStrand #DennisHunter #Japan #SvenVanderbiest #Tibet #wortels
    #Amerika #Boeddhisme #China #christendom #ClarkStrand #DennisHunter #Japan #SvenVanderbiest #Tibet #wortels

  24. Naar een christelijk boeddhisme?

    Het standpunt van Amerikaans boeddhist Dennis Hunter over de verborgen impact van de joods-christelijke wortels van de westerse cultuur, ook op westerse boeddhisten, is allicht gekleurd door de situatie in de Verenigde Staten. Of ze zo maar toepasbaar is op Europa met haar langere en oudere traditie van seculier humanisme en zonder een “bible belt”, een zone van conservatief-christelijke staten? Toch zijn de opmerkingen en vragen van Dennis Hunter gedurfd en herkenbaar. En enigszins ook een uitdaging voor ons. Omdat ze onze relatie met het geloof van onze jeugd en opvoeding aan de kaak stellen, of juist de afwezigheid ervan? “Christian Buddhism” verscheen in 2010 op de website Buddhistgeeks.

    Sven Vanderbiest

    Recent werd mijn aandacht getrokken door een profiel van een “christelijke boeddhist” in de Denver Post, namelijk van voorzitter Stuart Lord van het Naropa Instituut. “Ik ben een spiritueel mens” verklaarde Lord. “ De laatste zeven jaar beschouw ik me als een christelijk boeddhist. Ik kan beiden laten samengaan, proberen ontwaakt in de wereld te staan en ernaar te streven een verlicht persoon te zijn”. Als levenslang student in de vergelijking van religies ben ik geïntrigeerd door mensen die op het eerste gezicht uiteenlopende vezels van een spirituele praktijk aanwenden om er een coherent, betekenisvol weefsel van te maken.

    Wanneer het boeddhisme wortel schiet in een nieuwe cultuur, wat vroeger veelvuldig gebeurde, versmelt het steevast met elementen van de inheemse religieuze traditie van die cultuur. In India nam het boeddhisme aspecten over van de hindoe-kosmologie en iconografie waarbinnen het aanvankelijk ontstond. In China incorporeerde het belangrijke elementen van taoïsme en confucianisme. In Tibet verbond het zich met de sjamanistische bön-religie. In Japan vermengde het met shinto.

    Beoefenaars van het boeddhisme hoor ik regelmatig zeggen dat in Amerika en andere westerse landen waar het momenteel ingang vindt, moderne wetenschap en psychologie de equivalenten zijn van dergelijke oude religieuze tradities. Naar ik vermoed is de idee hierachter dat de spirituele praktijk van het boeddhisme zich min of meer verbinden zal met de methoden en doelstellingen van de empirische wetenschap om te komen tot een unieke westerse kruisbestuiving van zowel spiritualiteit als wetenschap. Met dit doel voor ogen wordt het boeddhisme geregeld voorzien van een wetenschappelijk of psychologisch omhulsel, om het appetijtelijker te maken voor de rationele westerse geest. Getuige hiervan zijn een bombarie van boeken en onderzoeksprojecten van de laatste jaren over boeddhisme en neurowetenschap, boeddhisme en geneeskunde, boeddhisme en psychologie, en boeddhisme en therapie.

    Goedschiks of kwaadschiks

    Maar iets in die vergelijking zit me dwars. Neurowetenschap, geneeskunde, psychotherapie zijn begeesteringen van wetenschappers en intellectuelen, maar niet de toonaangevende krachten die het religieuze en filosofische erfgoed van onze cultuur vormden. Goedschiks of kwaadschiks gaat het christendom nog steeds met die trofee lopen: ondanks een tanende invloed in recente jaren blijft het de dominante spirituele tijdgeest van ons tijdperk. Zelfs al ben je opgegroeid als Jood of als een boeddhistische etter, toch ben je niet helemaal gevrijwaard van de invloed van het christendom. Zoals de verstokte Mac-gebruiker nog steeds op een bepaalde manier afhankelijk blijft van de veel ruimere wereld van pc’s.

    Indien de dharma steevast samensmelt met elementen van de toonaangevende spirituele praktijken van een nieuwe cultuur, zijn we misschien aan het verkeerde adres beland door zo sterk de focus te leggen op de kruisbestuiving tussen boeddhisme en wetenschap. Misschien hoort juist de kruisbestuiving tussen boeddhisme en christendom in de schijnwerpers te staan, en zijn mensen als Stuart Lord voorlopers van een ontluikende traditie die Oosterse en westerse spirituele invloeden versmelt tot een bepaalde vorm waarmee we voorlopig nog onwennig mee omgaan.

    Naar de kern van de zaak

    Clark Strand behoort tot een groeiend aantal boeddhistische leraren die dergelijke samenloop in de schijnwerpers plaatst. Als schrijver, voormalig Zenmonnik en stichter van de Green Meditation Society in Woodstock in New York, exploreerde Strand verscheidene jaren die domeinen waar boeddhisme overlapt met christendom, judaïsme, islam en andere gevestigde tradities in het Westen.

    Strand voert zijn inspiratie terug naar een tastbare ervaring van angst. In 2000 bevond hij zich aan boord van een vliegtuig dat plots een duikvlucht naar de grond maakte, vergezeld van de geur van rook die de passagiersvertrekken doordrong. Een elektrische brand was uitgebroken in de bestuurscabine, en de piloot voerde zo snel mogelijk een noodlading uit. Maar in die enkele minuten vooraleer ze veilig landden, had iedereen op het vliegtuig rondgekeken met grote ogen vanuit de veronderstelling dat ze allen zouden sterven. Later was Strand onthutst dat hij tijdens dat bewuste moment met de dood voor ogen niet instinctief een boeddhistische mantra begon te uiten, maar het Jezus Gebed: “Heer Jezus, Zoon van God, heb medelijden met mij!” Als teenager ervoer ik een gelijkaardig (maar minder dramatisch) moment van existentiële angst op The Zipper, een bepaald beklemmende kermisattractie op de Staatsmarkt van Oklahoma. Alhoewel ik toen voor mezelf uitgemaakt had niet in God te geloven en het geloof van de zuidelijke Baptisten van mijn jeugd achter mij had gelaten, werd ik op The Zipper zeven verdiepingen omhoog gegooid en ondersteboven gedraaid in een haastig geassembleerde kooi met roestige bouten die op elk moment uit hun behuizing leken los te komen. Tot mijn schaamte begon ik plots terug te onderhandelen met God: “Laat me veilig uit deze rit komen en ik zal … (invullen naar believen).”

    Clark Strand’s ervaring op het vliegtuig, gepaard gaande met zijn verbazing een erg christelijk gebed spontaan te zien oprijzen waar hij een boeddhistisch gebed verwacht had, was een belangrijke les. Strand erkende de noodzaak bij westerlingen die tot het boeddhisme overgaan, om tradities waarbinnen ze zijn opgegroeid te aanvaarden en niet helemaal de rug toe te keren – de bron van onze vroegste kernervaringen in geloof en spiritualiteit. Vanuit zijn Zen-inspiratie begon hij lezingen te geven over “Bijbelse koans” aan een groep studenten. Die nu bekend staan als de Woodstock Boeddhistische Bijbel Studie.

    De les van de Cherokee roos

    Onlangs woonde ik vijf dagen een gebedsfestival bij in een Tibetaans boeddhistisch klooster dicht bij Woodstock. De oostkust was gegrepen in een verzengende hittegolf, en op de meest zwoele en hete namiddag van alle, ontmoette ik Strand. De airco van zijn wagen was stuk en tijdens de tien minuten durende rit van de berg van het klooster tot het dorp van Woodstock begon ik hevig te zweten.

    Bij een ijsje verklaarde Strand zijn “Aha!”-moment, toen hij het belang inzag van de studie van het boeddhisme samen met westerse spirituele tradities. Enkele jaren terug had hij een tuinier ontmoet wiens variëteiten van schitterende rozen zelfs hoger gewaardeerd werden dan die van het lokale horticulturele genootschap. De tuinier toonde Strand zijn geheim: elk roosplantje – hoe exotisch ook – entte hij in de wortel van een Cherokee rozenplant die inheems was aan het gebied. Zijn enten deden het beter dan de exotische planten die direct in de grond geplant waren, omdat de Cherokeewortel reeds aangepast was aan de lokale bodem.

    Ik verdroeg de drukkende terugrit naar het klooster met Strand. Op het gebedsfestival nam ik mijn plaats, te midden van Tibetaanse monniken en veel westerse kloosterlingen met Tibetaanse gewaden. Ik keek rond in de tempelruimte, die tot in haar voegen barstte onder de rijke en exotische sjamanistische iconografie van de Tibetaans boeddhistische traditie. Zo goed als ik kon zong ik mee in Tibetaans (een taal die ik niet spreek) en trachtte de esoterische betekenis van gebeden te begrijpen wiens bedoeling en culturele context me meestal ontsnapte. Om niet uit de toon te vallen bootste ik de mensen rondom me na tijdens precies geregisseerde, niet-vertrouwde rituelen.

    In het kort deed ik mijn best m’n rol te spelen – maar voelde me nog steeds een beetje alsof ik geteleporteerd was naar de Rode Planeet en getuige was van uitvoerige religieuze inachtnemingen van Marsbewoners. Ik kon niet nalaten me, ietwat onbenullig, af te vragen of we allen misleid waren en probeerden een mooie maar exotische roos direct in een vreemde bodem te planten. Is het verstandig onze rug helemaal te keren naar de tradities van onze cultuur, om ze geheel-en-al uit te wisselen met vormen van andermans cultuur? Trachten wij, als Amerikaans beoefenaars van het boeddhisme, ons te modelleren naar kleine Tibetanen, Sri Lankanen, Birmanen of Japanners?

    Wat op de bodem ligt

    De Joods-christelijke wortels zijn inheems aan de bodem van de Amerikaanse cultuur op een wijze waarop de exotische bloemen van het Aziatisch boeddhisme dat simpelweg niet zijn. Volgens Strand is de beste manier om het boeddhisme hier waarachtig te helpen bloeien, het te enten in die wortels, niet door ze uit te graven en te vervangen door andere.

    Bijna drie decennia geleden liet ik mijn geloof in het zuidelijke Baptisme achter me. Maar ondanks die afstand van m’n oorspronkelijke roots en het boeddhisme omarmd te hebben als een spiritueel pad dat voor mij het meest zinvol is, zijn de verhalen, onderrichtingen en iconografie van christendom en judaïsme nog steeds vertrouwder en klinkender dan de cultureel bevreemde beelden en metaforen van het boeddhisme. Evenals de Cherokee-roos groeiden ze langer in mij en zijn ze meer aangepast aan de bodem van mijn geest. Die kern van vroegste blootstelling aan christelijk-joodse gedachtegoed en praktijken ligt diep begraven in ons, zo diep dat we ons mogelijk onbewust zijn van de aanwezigheid ervan. Vooral indien we haar doelbewust begraven hebben uit rebellie tegen onze opvoeding. Het feit dat we er niet veel acht op sloegen, betekent niet dat het er niet meer is.

    Zoals Strand en ikzelf beiden gewaar waren geworden, is een enkel moment van tastbare existentiële angst soms voldoende om externe lagen te doorboren en een reeds lang begraven bron naar de oppervlakte te brengen, komaf makend met alle andere beschouwingen. In die opwelling van naakte angst, wanneer het erop neer komt je broek niet nat te maken, tot wie zal je je dan richten? Shakyamuni, Amitabha? Amitayus? Akshobhya? Avalokiteshvara? Kuan Yin? Padmakara? De Rigden Koning? Vajrasattva? Vajradhara? Vajrayogini? Vajratopa? Yeshe Tsogyal? Groene Tara? Zwarte Mahakala? Witte Manjushri? Samantabhadra? Kuntuzangpo? Of misschien juist die oude, vage, vormloze, naamloze God – waarmee je bent opgegroeid?

    En laten we eerlijk zijn: in dat moment van totale hulpeloosheid, wanneer je bidt om genade, zullen alle complexe, conceptuele en filosofische overwegingen en onderscheidende constructies tussen de verschillende tradities die je gemaakt had ook maar één jota uitmaken?

    We mogen niet vergeten waar we vandaan komen. Zelfs al zijn onze vroegste religieuze ervaringen negatief, en zelfs al zijn de instellingen die die religieuze tradities vandaag de dag uitdragen besmeurd met corruptie en demagogie (wat ze ook zijn), diep van binnen klopt er nog steeds een rijk hart, van wijsheid vervuld, al duizenden jaren lang en in stilte. Opmerkelijk genoeg is voor velen van ons in het Westen het contact met onze joods-christelijke wortels misschien de sleutel om tot een sterk, bloeiende en levensvatbaar boeddhistisch spiritueel pad te komen. Zoals in het geval van de Cherokee-roos betekent het voortdurend kunnen putten uit die wortels mogelijk een verrijking van onze boeddhistische praktijk.

    Sven Vanderbiest. Dit artikel verscheen eerder in het winternummer van Eko, een uitgave van jikōji – Tempel van het Licht van Mededogen in Berchem, Vlaanderen. En werd eerder in het BD geplaatst.

     

     

    Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

    #Amerika #Boeddhisme #China #christendom #ClarkStrand #DennisHunter #Japan #SvenVanderbiest #Tibet #wortels
    #Amerika #Boeddhisme #China #christendom #ClarkStrand #DennisHunter #Japan #SvenVanderbiest #Tibet #wortels

  25. Boeddhistische ervaringsdeskundigen gezocht

    De redactie van het Boeddhistisch Dagblad is geïnteresseerd in de ervaringen van mensen die het boeddhistisch pad volgen. De leer bestuderen en praktiseren. Al of niet op een kussen of in een sangha of in je eentje.

    Ben je zo’n  iemand en wil je je ervaringen delen- hoe je het boeddhisme hebt ontdekt, wat het je opbracht en niet, je teleurstellingen en hoop, je verwachting, welke richting je volgt en waarom, of als je het boeddhisme weer hebt verlaten- stuur ons jouw ervaringen in een niet zo’n heel lange tekst toe om in de serie Boeddhistische doeners en denkers gepubliceerd te worden.

    Reacties aan: [email protected]

    #beoefenaars #Boeddhisme #ervaringsdeskundigen #oproep

  26. Boeddhistische ervaringsdeskundigen gezocht

    De redactie van het Boeddhistisch Dagblad is geïnteresseerd in de ervaringen van mensen die het boeddhistisch pad volgen. De leer bestuderen en praktiseren. Al of niet op een kussen of in een sangha of in je eentje.

    Ben je zo’n  iemand en wil je je ervaringen delen- hoe je het boeddhisme hebt ontdekt, wat het je opbracht en niet, je teleurstellingen en hoop, je verwachting, welke richting je volgt en waarom, of als je het boeddhisme weer hebt verlaten- stuur ons jouw ervaringen in een niet zo’n heel lange tekst toe om in de serie Boeddhistische doeners en denkers gepubliceerd te worden.

    Reacties aan: [email protected]

    #beoefenaars #Boeddhisme #ervaringsdeskundigen #oproep

  27. Herakles in Xinjiang

    Niet Herakles maar Vajrapani (Musée Guimet, Parijs)

    In het Musée Guimet in Parijs fotografeerde ik onlangs bovenstaande kop. Een tête à l’expression farouche, zo las ik op het bordje met uitleg, dat verder meldde dat dit woest kijkende heerschap afkomstig was uit de kleine Tempel 1 te Toqquz Sarai in Tumxuk. Het is gemaakt in de late vierde eeuw na Chr. en met een leeuwenhuid over het hoofd is het natuurlijk Herakles – of zoiets.

    Boeddhistische kunst

    Tumxuk ligt in Xinjiang, dus in het uiterste westen van het huidige China, aan de Zijderoute. Toen de Kushana’s heersten over Centraal-Azië, tussen de eerste eeuw v.Chr. en de vierde eeuw na Chr., verspreidde het Mahayana-boeddhisme zich vanuit de Punjab naar Afghanistan, Oezbekistan en door de Fergana-vallei over de Pamir naar Xinjiang. En met het boeddhisme kwam kunst als deze mee. We noemen het weleens Gandara-kunst en daar zit een flinke scheut hellenistische invloed in.

    Afbeeldingen van Herakles zijn niet onbekend in Centraal-Azië. Ik heb weleens geblogd over een Boeddha uit Termez die was afgebeeld met de attributen van de Griekse halfgod. Inclusief knots, zodat er geen verwisseling mogelijk was met Alexander de Grote, die in Centraal-Azië eveneens werd afgebeeld met een leeuwenhuid over het hoofd.

    Vajrapani

    De kop uit Tumxuk heeft echter ook nogal opvallende hoektanden, en dat is noch voor Alexander noch voor Herakles gebruikelijk. Die slagtanden (want dat zijn het) doen meer denken aan Griekse gorgonen en boeddhistische beschermgeesten. Eén daarvan, zo leerde ik in Parijs, heet Vajrapani en waakt over Boeddha als deze dhamma onderwijst, de “wet van de rechtvaardigheid”.

    De naam Vajrapani betekent zoiets als “degene die de bliksem draagt”. Dat is dan weer wel een attribuut van Alexander de Grote, die zich op zijn Indische munten liet afbeelden met een bliksemschicht in de hand, kijk maar. Ik denk dat de vraag of Vajrapani nu een tandige variant is op Herakles of op Alexander, verkeerd is gesteld. Leeuwenhuiden, slagtanden en bliksemschichten zijn objecten waaruit kunstenaars konden selecteren en ze zijn ook niet specifiek voor de hellenistische cultuur. Laten we zeggen dat er langs de Zijderoute een cultureel continuüm was, zodat vormen die we kennen uit Griekenland ook voorkomen in het verre Xinjiang.

    En ik vind de bovenstaande kop gewoon móói.

    [Dit was het 473e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

    Ik organiseer in het voorjaar van 2025 een reis naar de Provence en een reis naar de vernieuwde musea van Beieren. Door mee te gaan helpt u deze blog gratis te houden. Maar u kunt natuurlijk ook een van mijn boeken kopen (en lezen), een cursus doen, of doneren. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

    Deel dit:

    #AlexanderDeGrote #boeddhisme #China #dhamma #Gorgo #Herakles #KushanaS #leeuw #Mahayana #Tumxuk #Vajrapani #Xinjiang #Zijderoute

  28. Eergisteren is ‘mijn’ boedhistisch leraar in #Tukdam gegaan. De meditatieve staat tussen leven en dood. Een bijzonder interessant fenomeen. Ik kreeg een video doorgestuurd waarop je hem gewoon ziet zitten. Geel lijkstijfheid, nog zachte huid, geen verkleuring. Wel is hij gestopt met ademen en klopt zijn hart niet meer.

    #boeddhisme #LamaZopaRinpoche

    bodhitv.nl/tukdam-documentaire

  29. Volg je graag eens een korte inleiding in de boeddhistische filosofie? 👈 🧐
    Dan kan je nu zondag 12 februari meevolgen @ 30now.nl/live/

    Op toegankelijke wijze zet ik enkele hoofdstukken uiteen vanuit mijn boek 'De lach van de Boeddha'.

    #boeddhisme #meditatie #boeddha #lezing
    #buddhism #meditation

  30. Zijn er boeddhisten in the house of mensen met kennis van de leer? Ik wil iets zeggen (in mijn boek) over de aap in ons hoofd, ik kon het niet vinden op internet. Formuleer ik het zo goed? 'In het #boeddhisme wordt wel gesproken over de wilde apen in ons hoofd: onrustig, chaotisch, krijsend en druk rondspringend. Het ego is eigenlijk een zeer luidruchtige, ongetemde aap in die bende.'

  31. Voor mezelf tot doel gesteld om dit jaar social mindfulness meer op de kaart te gaan zetten. Hoe dat precies te gaan doen weet ik nog niet. Ik ga iig beginnen met het onderzoeken hoe social mindfulness kan ondersteunen bij de huidige crises. Ook hoe dit helpen bij het vergroten van mentale weerbaarheid. Kom je interessante artikelen, onderzoeken tegen over dit onderwerp dan hoor ik het graag! #mindfulness #boeddhisme #meditatie